Home Blog Pagina 688

Doelpunten maken niet langer hoofdzaak voor Sander van ’t Hof van SV Smerdiek

SINT MAARTENSDIJK – Hij beleefde jaren geleden bij SV Smerdiek een wereldseizoen door als spits in de reguliere competitie 48 en in de beslissingswedstrijd nog eens 3 goals te maken. Ineens kende iedereen Sander van ’t Hof als ‘doelpuntenmachine’. De jaren erna wist hij nog vaak het net te vinden, maar het aantal van dat bewuste seizoen heeft hij niet meer gehaald.

dakraam_251134

“Nee, dat zou ook wat zijn als je zo’n huzarenstukje nogmaals zou kunnen herhalen. Dat jaar kende niemand mij nog goed, dus kon ik redelijk onbevangen spelen. Dat was daarna wel anders natuurlijk en kreeg ik, net zoals ook nu nog altijd, te maken met extra dekking tijdens wedstrijden. Dan is het logisch dat je de doelpunten niet meer zo makkelijk maakt.”

Van ’t Hof droeg vervolgens ook nog het shirt van WHS en Bruse Boys, waarmee hij ook in de eerste klasse uitkwam. “Dat was een fiks niveau hoor en dan had je ook te maken met hele sterke en vooral slimme tegenstanders. Die stap was gigantisch, maar wel eentje waarvan ik heel veel heb geleerd en waarvan ik nu nog altijd profijt heb. Want die ervaring neem je toch mee en helpt me nu om bij Smerdiek jongere medespelers te sturen en coachen wat ook een mooie rol is.”

Bij Bruse Boys had de spits het moeilijker om het net te vinden, al was hij wel doelpuntenmaker tegen de amateurs van Feijenoord op Varkenoord. Een onvergetelijk moment. “Dat zijn wel de leuke herinneringen natuurlijk om tegen zo’n ploeg daar te scoren. Al ben ik momenteel niet een spits die zich daar nog zoveel mee bezighoudt. Het gaat er mij vooral om dat we als ploeg goed spelen en wedstrijden winnen. Wie dan uiteindelijk de trekker overhaalt dat is niet belangrijk. Al moet ik zeggen dat een goaltje meepikken op zijn tijd wel lekker blijft….”

Inmiddels is Van ’t Hof, die opgroeide op een koeienboerderij nabij Stavenisse, bezig aan zijn tweede seizoen terug op het ‘oude nest. Al woont hij tegenwoordig overigens in het Brabantse Woensdrecht. “Ik heb daar een varkensboerderij overgenomen en woon bij het bedrijf. Maar ik heb nooit overwogen om in de buurt een club te zoeken. Weloverwogen heb ik de beslissing genomen om terug bij Smerdiek te gaan voetballen met mijn vrienden en dat blijf ik doen. Ik sla af en toe eens een training over, maar ik heb dagelijks bijna twintigduizend stappen op de teller dus beweging krijg ik voldoende. Hopelijk kan ik het combineren en nog wat jaartjes lekker bij Smerdiek voetballen. Want dat is toch inmiddels wel echt mijn cluppie geworden.”

Meer artikelen lezen over SV Smerdiek? Klik hier.
Klik hier voor meer informatie over SV Smerdiek.

 

22-jarige De Ron heeft er al ruim 120 wedstrijden opzitten bij WVV’67

WOENSDRECHT – Hij is inmiddels al bezig aan zijn vijfde seizoen bij vierdeklasser WVV’67 en teller staat voor Thijs de Ron al op ruim honderdtwintig officiële duels. Een indrukwekkend aantal, gezien de twee onvolledige coronaseizoenen die er tussen zitten. En dat zullen er in het groenzwart waarschijnlijk nog een veelvoud van dat aantal gaan worden in de toekomst.

dakraam_251134

“Daar ga ik wel vanuit, want ik heb het hier uitstekend naar mijn zin. Ik ben ooit vier jaar in de jeugd actief geweest bij RKSV Halsteren, maar uiteindelijk toch weer teruggekeerd naar WVV’67 om er met mijn vrienden te gaan voetballen. Ik bij Halsteren destijds niet veel perspectief om vanuit de A-jeugd uiteindelijk de stap te kunnen maken hogerop bij de senioren. En toen heb ik de beslissing genomen om als B-junior terug te gaan en aan te sluiten bij de eerste selectie.”

En het bleef voor de creatieve middenvelder niet bij ‘aansluiten’, want getuige het aantal duels wist hij de trainers van zijn kwaliteiten te overtuigen en is sindsdien basisspeler. En hoewel hij nog altijd maar tweeëntwintig is, neemt De Ron toch al de nodige ervaring mee in de jeugdige WVV-selectie die nog altijd onder leiding staat van trainer Gerard Lazarom.  Die samenwerking bevalt De Ron, die op meerdere posities goed uit de voeten kan, meer dan uitstekend.

“Absoluut! Gerard is een trainer die erg fanatiek is en een duidelijk visie heeft waarin wij ons als ploeg goed kunnen vinden. Gedurende de coronaperiode hebben we ook steevast twee keer per week getraind binnen wat mogelijk was. En de opkomst was hoog. Daardoor zijn we altijd fit gebleven en dat werpt ook dit seizoen zijn vruchten duidelijk af. Natuurlijk lukt nog niet alles, maar we zijn wel al minder wisselvallig dan daarvoor. Al blijft dat wel een punt waaraan we als spelersgroep aandacht moeten blijven schenken vind ik.”

Dat blijkt ook wel uit de resultaten, want het is óf winnen óf verliezen. “Klopt inderdaad, gelijkspelen is niet aan ons besteed lijkt het wel. Toch moeten we proberen om constanter te worden en ik vind dat ik daar zelf qua coaching nog een voornamere rol in moet vervullen. Ik laat me al meer gelden dan daarvoor, maar ik wil me daarin nog verder ontwikkelen. Net zoals ik mijn scorend vermogen als centrale middenvelder nog moet verbeteren. Qua assists gaat het goed, maar met goals belangrijk zijn voor het team is iets wat nog ‘beter moet. Het belangrijkste ontwikkelpunt is toch dat ik mijn ‘baalmomentjes’ tijdens wedstrijden eruit haal. Daar hamert de trainer ook op. Een kans missen of een actie die mislukt is niet erg, als ik daarna maar direct omschakel. Dat is nu soms niet zo en dat moet eruit.”

Gelukkig is De Ron nog ‘maar’ tweeëntwintig en heeft hij dus nog hopelijk heel wat seizoenen de tijd om daaraan te werken. “Dat is wel de bedoeling. Want ik wil mezelf blijven ontwikkelen als speler en met WVV’67 hopelijk zo hoog mogelijk spelen. Dit jaar willen we in de top-vijf eindigen en wie weet nog een prijsje pakken. Gelukkig komen er wat geblesseerde jongens weer terug wat de selectie weer sterker maakt. Als we dan die wisselvalligheid eruit kunnen krijgen dan moeten we zeker dicht in de buurt van onze doelstelling kunnen uitkomen.”

Klik hier voor meer informatie over WVV’67.
Klik hier voor meer artikels van WVV’67.

Tim van de Bleeken kiest nu vooral voor het voetballen met vrienden bij VV Grenswachters

PUTTE – Waar in het verleden bij Tim van de Bleeken (31) het voetballen vooral in het teken stond van prestaties en bijbehorende wedstrijdpremies in België, daar voetbalt hij sinds een jaar met veel plezier samen met zijn vrienden aan de Nederlandse kant van de grens bij v.v. Grenswachters, waar hij aan zijn tweede seizoen bezig is.

dakraam_251134

“Altijd stond het voetballen bij mij in het teken van puur presteren en ‘moeten’. Nu is dat toch anders. Natuurlijk voetbal ik nu elke week om te winnen, begrijp me goed, maar nu komt veel meer dan ooit ook de factor ‘genieten’ naar de voorgrond. Mijn vrienden speelden al bij Grenswachters, dus toen ik aangaf om het op een lager niveau eens in Nederland te proberen was de keus snel gemaakt. En ik moet zeggen dat het me tot op heden alleszins is meegevallen.”

Uiteraard zullen daar de prestaties van de ploeg in de 4e Klasse B van het zondagvoetbal ook wel een rol in spelen, want Grenswachters staat bovenaan en doet dus volop mee voor de prijzen. “Dat is ook wel wat we willen, want we hebben toch wel tot doel gesteld om te proberen mee te strijden voor eventuele promotie naar een reeks hoger. En als je dan bedenkt, dat we nog feitelijk geen enkele wedstrijd met dezelfde basisploeg hebben kunnen spelen, dan moet het straks als iedereen fit is misschien nog wel beter gaan.”

Van de Bleeken is een voetballer waarvan je direct kunt zien dat hij in het verleden in België op een hoger niveau heeft gespeeld. Technisch vaardig, hoge handelingssnelheid en ook in staat om een wedstrijd met een doelpunt op assist te beslissen. Een welkome troef dus voor de Puttense formatie. De centrale middenvelder voelt zich in de competitie dan ook als een vis in het water. “In tegenstelling tot België probeert hier over het algemeen elke ploeg wel te voetballen. In België zijn de teams vaak toch meer resultaatgericht terwijl hier ook de teams die lager geklasseerd staan niet altijd blind de bal naar voor roeien en gaan rennen. Dat is me wel opgevallen en bevalt me goed. In dit soort voetbal kom ik ook wel goed tot mijn recht denk ik.”

Vanwege een drukke internationale baan én mede ook de ‘lokroep’ van zijn Belgische jeugdvrienden, die ook allemaal in of nabij Putte wonen, koos Van de Bleeken bewust voor Grenswachters. “Ik kende al een hoop spelers en iedereen woont hier zowat op het dorp rondom de kerk. Dus voor mij is dit ideaal. Ik heb een drukke baan en heb twee kinderen en een druk gezinsleven. Dat was in België niet te combineren met voetballen, omdat ze daar écht eisen dat je elke training er bent en bovendien meestal drie tot vier keer trainen. Hier is die druk wat minder groot en kan ik eens een training laten gaan. Al ben ik wel zo fanatiek dat ik er zoveel mogelijk probeer te zijn.”

Maar zeker ook de sfeer binnen de club bevalt de Belg meer dan goed. “Er is altijd gezelligheid, zowel in de kleedkamer als in de kantine. Op een gemoedelijke manier gaat iedereen met elkaar om en ook de supporters steunen ons daar waar nodig. Alles is prima geregeld én we spelen op een schitterend complex. Het jammere is alleen, dat we de afgelopen periode zoveel spelers hadden die met blessures kampten. Daardoor hebben we niet écht kunnen laten zien waartoe we in staat zijn. Ik hoop dan ook dat straks de ziekenboeg een stukje leger geraakt en dat we na de winter nóg beter gaan presteren. We willen gaan voor het hoogst haalbare. En wat dat exact gaat zijn, dat zullen we zien, maar hopelijk kunnen we tot het laatst aan toe meestrijden. Dat zou in elk geval mooi zijn.”

Klik hier voor meer informatie over RKVV Grenswachters

Klik hier voor meer artikelen over RKVV Grenswachters

Wouter van Gunst maakt zich nu verdienstelijk als grensrechter

HALSTEREN – Het was een onschuldig en vooral ongelukkig moment tijdens een wedstrijd met Vrederust bijna vier jaar geleden. Wouter van Gunst (32) voelde direct dat het foute boel was. En zijn gevoel bleek juist. Hij scheurde zijn achterste kruisband, zijn binnen- én buitenmeniscus. Na een lange revalidatie en diverse pogingen het te proberen bleken tevergeefs. Het noopte hem om te stoppen als voetballer. Toch strikt hij nog wekelijks zijn voetbalschoenen. Zij het nu als assistent-scheidsrechter, zoals men de grensrechters tegenwoordig officieel hoort te noemen.

dakraam_251134

“Dat is eigenlijk een beetje in de kantine ontstaan toen ze hier bij Vrederust een nieuwe grensrechter zochten voor dit seizoen. Ik heb toen aangegeven, dat ik het wel wilde proberen of het iets voor mij zou kunnen zijn. De groep, waar ook een hoop van mijn vrienden nog altijd in spelen, stonden direct heel positief tegenover het idee. Dus zodoende ben ik er eigenlijk een beetje ingerold. En het gaf me direct toch ook nog een doel voor de zaterdagen dat ik een bepaalde rol kon blijven vervullen voor de ploeg. En het is toch nog net even wat anders dan als supporter te staan kijken.”

Nog altijd ondervindt Van Gunst hinder van zijn met het voetbal opgelopen kwetsuur zoals tijdens het autorijden bijvoorbeeld. “Maar ook als het weer omslaat of kouder wordt zoals nu, dan voel ik het extra goed. Ik probeer daarom in de sportschool best veel te sporten en bewegen om het zo soepel mogelijk te houden. En gelukkig kan ik dan wel elk weekend als grensrechter mijn ding doen, want dat was in het begin ook even spannend maar dat gaat prima. Met lopen heb ik geen last en zo doe ik toch niet iets aan beweging op een voetbalveld he haha.”

Waar in het verleden Vrederust vooral in de rechterrij terug was te vinden, daar gaat het de laatste seizoenen sportief gezien een heel stuk beter. Ook dit seizoen hoopt Van Gunst, zelf ook oud-speler van Halsteren en MOC’17, dat de ploeg weer mee kan strijden om de bovenste plekken. Al is hij ook wel realistisch. “We zitten in een heel zware klasse met daarin toch een paar teams die op papier veel sterker zijn dan wij. Toch vind ik dat we mooi voetbal spelen en ook goed voor de dag komen tegen de topteams. Dus wie weet wat erin zit.”

Op het veld mogen nu anderen het laten zien en proberen om het vooraf gestelde doel

‘nacompetitie’ te halen. “Dat zou geweldig zijn als dat lukt. Langs de zijkant probeer ik dan op een goede en eerlijke manier mijn steentje wekelijks bij te dragen. Al is het soms nog lastig, omdat ik in mijn hoofd nog teveel ‘voetballer’ ben. Maar dat zal uiteindelijk vast wel slijten denk ik.”

Klik hier voor meer informatie over vv Vrederust

Klik hier voor meer artikelen over vv Vrederust

Jeroen Reijngoudt is één van de drie trotse trainers van de allerjongste voetballertjes bij NOAD’67

SINT PHILIPSLAND – Voor een kleine club is het ontberen van jeugd vaak een signaal om de samenwerking te zoeken met omringende clubs. Toch hoopt eenieder om vooral op eigen benen de boel draaiende te blijven houden. Daarom zijn ze bij NOAD’67 erg blij met hun ‘smurfen’, die binnenkort de stap zullen gaan maken richting de JO7. Jeroen Reijngoudt is één van de drie trotse trainers van de allerjongste voetballertjes bij de Fliplanders.

dakraam_251134

“Samen met Erik Fonteijne en Dennis de Joode, beide net als ik ook oud-spelers van het eerste elftal, trainen en begeleiden we de allerjongsten tijdens trainingen op woensdag. Daarnaast spelen we nu af en toe al eens een oefenpotje om ze te laten wennen, want ze zullen uiteindelijk bij de JO7 gaan instromen en dan competitie gaan spelen. Tot op heden hebben we nu negen spelertjes en die zie je gewoon elke week groeien en beter worden. Dat is zo ongekend mooi om te zien.”

De drie trainers proberen vooral in te steken op het plezier bij de smurfen. “Op een leuke en speelse manier de kinderen kennis laten maken met voetbal. En het is ook echt wel nodig om met z’n drieën deze groep te doen. Want de jongste is vier en de oudste zes jaar en die zijn natuurlijk nog erg speels Probeer ze dan soms maar eens in het gareel te houden, al lukt ons dat vrij aardig gelukkig. We zijn nu een jaartje bezig met dit groepje en als je dan al ziet hoeveel ze vooruit gegaan zijn. Dat is toch wel erg leuk.”

Reijngoudt traint nu dus het groepje waarin ook zijn eigen zoontje speelt én is nu zo’n drie seizoenen volledig gestopt met voetbal. “Ik was al eerder gestopt bij het eerste vanwege een enkelblessure en heb het daarna in een lager elftal nog een paar jaar geprobeerd. Tot ik het welletjes vond en ben gestopt. Al ben ik nu nog wel actief als grensrechter bij het tweede team. Bij de Smurfen wisselen we de trainingsavonden af met z’n drieën en dat werkt perfect. Die gastjes genieten volop en noemen ons vaak de ‘voetbalmeesters’, dat vind ik dan wel grappig.”

Het is voor het voortbestaan van NOAD’67 ook essentieel dat er aanwas en instroom vanaf de onderkant blijft komen, om op die manier de club levende te houden. Een taak waar Tamara Kot-Kievit en anderen vanuit de jeugdcommissie volgens Reijngoudt hard aan werken. “En dan is het aan ons ook om de kinderen enthousiast te maken én te houden. Ze warm te blijven maken voor de club en ze binnenboord te houden. Want zonder jeugd uiteindelijk geen senioren en we willen toch proberen om zolang het gaat de club op peil te houden. Want voor het dorp is de voetbal, net zoals de tennis overigens, van groot belang. Het is een ontmoetingsplaats voor dorpelingen en de jeugd leert ook om met elkaar te spelen en te sporten. Dat kost soms veel energie, maar je krijgt er ook enorm veel plezier en energie voor terug. We doen het graag en als je ziet dat ze plezier hebben en met een glimlach komen én weer weggaan, dan is mijn dag geslaagd.”

Klik hier voor meer informatie over NOAD’67.
Klik hier voor meer artikelen over NOAD’67.

Ronald Broos wil als trainer zichzelf constant blijven doorontwikkelen bij M.E.T.O.

HOOGERHEIDE – Als assistent van toenmalig trainer Peter Deelen nam Ronald Broos vervroegd als interim het stokje over in 2017. Na een half jaar interim-trainer te zijn geweest kreeg Broos, die al zijn gehele leven rondloopt op de velden in Hoogerheide, het vertrouwen van bestuur als hoofdtrainer. Momenteel is hij vol tevredenheid bezig aan zijn vierde seizoen bij de vierdeklasser als eindverantwoordelijke.

dakraam_251134

“We zijn goed gestart al hebben we ook wel de nodige pech gehad met wat onnodig puntverlies, anders was het nog beter geweest. Ik kan werken met een hele hechte selectie en bovendien ook een groep van zo’n negentien man, die allemaal dicht qua niveau tegen elkaar aanzitten. Dat maakt het ook makkelijker om tijdens wedstrijden door te wisselen zonder teveel aan kwaliteit in te leveren. Dat is voor mij heerlijk werken en geeft ons een voordeel ten opzichte van sommige andere ploegen in de competitie denk ik.”

Op zijn vijftiende debuteerde Broos in het eerste van tricolores uit Hoogerheide en speelde er vervolgens heel wat jaartjes tot hij op zijn eenendertigste het plezier in het voetballen verloor. “Ik had niet langer de drive om als speler door te gaan, maar heb toen wel besloten dat ik me wilde gaan ontplooien in het trainersvak. Daarop heb ik het besluit genomen destijds om buiten de deur te gaan kijken en mee daar door te ontwikkelen. Ik kreeg de kans om bij Nieuw-Borgvliet mijn eerste stappen te maken als hoofdtrainer, wat ik twee seizoenen heb gedaan.”

Daarna keerde hij terug naar Hoogerheide waar hij eerst assistent en later dus hoofdtrainer werd bij de club waar hij de gehele jeugd had doorlopen. “Dat was voor mij uiteraard best bijzonder, want ik ken de club van de hoed tot de rand en dat ik hier nu al vier seizoenen als hoofdtrainer mag werken is prachtig. En mijn gezinssituatie valt ideaal te combineren met een club dichtbij huis. Ik heb twee kleine kinderen en een drukke baan, dus dan is deze situatie ideaal. Het voetbal vlakbij huis en gezin als uitlaatklep kunnen hebben is echt heerlijk.”

Toch heeft de jonge trainer (41) wel ambitie voor de toekomst. “Momenteel heb ik Uefa-B, maar ik wil wel graag mijn Uefa-A gaan halen en op termijn de stap omhoog te maken als trainer. Het is gewoon heerlijk om jouw idee van voetbal over te kunnen dragen op een spelersgroep. Ergens samen naartoe werken en dat het getrainde dan in praktijk tot uiting komt. Dat vind ik het fascinerende aan het trainerschap. Daarin denk ik dat ik zéker nog verder kan ontwikkelen.”

Het overbrengen van oefenstof en het spreken voor een groep zijn zaken die Broos met een baan in het onderwijs al dagelijks in de praktijk brengt. “Klopt. Ik sta voor de klas in het praktijkonderwijs dus dat gaat me prima af. Ik denk ook dat ik helder en duidelijk kan aangeven wat ik van een spelersgroep verwacht en wat mijn visie is. Als je dit dan ziet terugkomen tijdens een trainingsvorm of in een wedstrijd, dan kan ik daar stiekem wel van genieten ja.”

Over de vraag of er eventueel nog een vijfde seizoen bijkomt bij Meto, daarover is de oefenmeester heel duidelijk wat hem betreft. “Als het aan mij ligt zonder meer. Ik voel me hier goed, kan prima werken en heb een heel goede groep tot mijn beschikking. Er zit ook voldoende jeugd aan te komen die op termijn zeker kan doorstromen in het eerste elftal. Jammer is dat het tweede team is teruggetrokken, maar met een O23, een JO19, JO17 én een JO15 kunnen ze hopelijk in Hoogerheide de komende jaren nog goed voor de dag komen. En wat ons eigen seizoen betreft mik ik zéker op een plek in de subtop. Als we dat weten te bewerkstelligen, dan hebben we het prima gedaan.”

Meer artikelen lezen over RKVV METO? Klik hier.
Klik hier voor meer informatie over RKVV METO.

Pieter van Oirschot voelt zich nog altijd prima thuis bij ODIO

OSSENDRECHT – Waar in de voorgaande jaren ODIO altijd wel in de linkerrij wist te eindigen, daar is de start dit seizoen teleurstellend. Trainer Peter van Oirschot, bezig aan alweer zijn vijfde seizoen bij de vierdeklasser, erkent de mindere start maar ziet daarvoor wel aantoonbare oorzaken.

dakraam_251134

“We hebben al sinds de start van de voorbereiding te maken met een hele hoop aan blessures en vaak ook van bepalende spelers. Daar het vrijwel allemaal spierblessures zijn, kan ik dat ook niet geheel los zien van meer dan een jaar inactiviteit qua wedstrijden. Trainen is leuk, maar je hebt wel die wedstrijdbelasting nodig. Als die dan heel lang wegvalt en je dan ineens weer aan de bak moet, dan zie je dat dit toch effect heeft. Wij hebben ook niet een heel brede selectie, dus dan zie je dat uiteraard ook terug in de resultaten.”

Toch plaatst de inwoner van Putte de uitslagen van zijn elftal wel in perspectief. “Als je kijkt naar de resultaten, dan hebben we een paar keer met 1-0 verloren en ook twee keer 1-1 gelijk gespeeld. We scoren moeilijk, maar krijgen gelukkig ook maar heel goals tegen. Toch is het dan wel zuur dat je niet aan de positieve kant van de score staat aan het eind van een wedstrijd. Dus als straks iedereen weer stilaan fit raakt, dan denk ik zeker dat we zullen stijgen op de ranglijst.”

Wat hem ook positief stemt, dat is het gegeven dat er dit seizoen ook weer enkele jeugdspelers nadrukkelijker zichzelf laten zien. Zowel bij de JO19, bij het tweede elftal en ook tijdens trainingen en invalbeurten bij het eerste. “Dat is een goede zaak, want er zijn een aantal ervaren jongens die hebben aangegeven volgend seizoen af te zwaaien. Dus dan is het fijn dat er nu jongere jongens kansen krijgen om te wennen aan het seniorenvoetbal om dan op termijn hopelijk de stap definitief te kunnen maken en zodoende de selectie op peil te houden om in de vierde klasse elk jaar mee te kunnen doen of in elk geval toch een stabiele vierdeklasser te blijven.”

Of dat dan ook nog onder leiding zal zijn van Van Oirschot, dat zal in de komende maanden duidelijk worden, want dan zullen er gesprekken plaatsvinden over een eventuele verlenging van de overeenkomst tussen de Puttense trainer en de club. De 59-jarige Van Oirschot speelde zelf voor Grenswachters en begon er als trainer bij de JO19 en stroomde via het tweede elftal door naar de hoofdmacht, die hij eveneens vijf seizoenen onder zijn hoede had. In 2016 begon hij aan zijn uitdaging bij ODIO en pakte er onder meer twee periodetitels.

“Een periode hadden we ons ook nu ten doel gesteld, al zal dat wellicht lastig worden nu. Maar andere uitdagingen die zie ik nog altijd, want er komt komend seizoen dus een deels nieuwe selectie te staan. De chemie tussen mij en de spelersgroep is er zeer zeker ook nog altijd, maar je moet realistisch zijn en het moment voor zijn dat die chemie begint uit te werken. Daarover ga ik de komende tijd goed nadenken. Maar het spelletje vind ik nog altijd geweldig en voel me hier bij de club prima thuis. Alles staat op een goed fundament en is perfect geregeld. Een goeie groep, jeugd waar muziek inzit, een prachtige accommodatie en heel veel trouwe supporters en vrijwilligers. Het enige dat momenteel ontbreekt zijn meer punten, maar zoals ik zei ben ik er van overtuigd dat ook dit in het restant van dit seizoen nog gaan volgen.”

Klik hier voor meer informatie over RKVV ODIO

Voor meer artikelen over RKVV ODIO Klik hier 

Joshua Becht prima op zijn plek bij MOC’17

BERGEN OP ZOOM – Waar hij ooit begon bij SV Dosko in de jeugd en nog speelde voor RKSV Halsteren, kwam Joshua Becht (21) uiteindelijk via opnieuw SV Dosko bij MOC’17 terecht. Nooit eerder was hij er actief, maar de overstap drie seizoenen geleden is er eentje waarvan hij tot op heden nog geen seconde spijt heeft gehad.

dakraam_251134

“Er is een prima klik met deze trainer en van hem krijg ik veel vertrouwen. Dat heb je als jonge speler ook nodig om te kunnen groeien in je ontwikkeling en om het beste uit je spel te halen. Dat vertrouwen dat ik hier wel voel, dat is juist wat ontbrak voor mijn gevoel toen ik bij SV Dosko speelde. Daar kwam ik als jonge gast terecht in de eerste selectie bij de eersteklasser. In mijn eerste jaar speelde ik nog regelmatig, maar het tweede seizoen was veel minder. En dat knaagde aan me, want ik wilde vooral minuten maken en voetballen. Die kans kreeg ik bij MOC’17 en die heb ik met beide handen aangegrepen.”

Voor de aanvallende middenvelder was de stap ‘omlaag’ qua niveau er zeker eentje ‘omhoog’ qua speelminuten en spelplezier. “Zonder meer! Want ik heb ervoor gekozen om gewoon met een groep vrienden samen bij MOC’17 te gaan spelen. Samen met hen wil ik proberen om hier uiteindelijk ook naar een hoger niveau toe te groeien. We hebben de overstap gemaakt van zondag naar zaterdag en willen daar ook omhoog klimmen. Dat zal gezien de fikse tegenstand in deze competitie niet meevallen. Want naast onszelf zijn er nog een ploeg of vier die dezelfde doelstelling hebben om kampioen te worden of in elk geval te promoveren, dus dat wordt nog een spannende race.”

Met een paar seizoenen eersteklassevoetbal in de rugzak en een verleden bij Halsteren nam Becht al de nodige ervaring mee naar de Olympialaan, waar hij dus elke week vol de strijd wil aangaan om in de top mee te blijven draaien. “Als ik onze selectie zie, dan zijn we dat ook verplicht. We moeten continue scherp zijn en de trainer waakt daar ook wel voor. Tegen de mindere ploegen moet je niet verslappen, want wellicht dat aan het eind van de rit het doelsaldo nog wel eens doorslaggevend kan worden. Want ik wil gewoon heel graag kijken waar mijn plafond als voetballer ligt en dan zal ik toch wekelijks ook moeten blijven presteren om mezelf door te ontwikkelen.”

Het had overigens niet veel gescheeld of Becht was, ondanks dat hij het bij MOC’17 prima naar zijn zin heeft, dit seizoen te bewonderen geweest in het Roosendaalse Herstaco-stadion. “Dat klopt, ik heb enkele keren meegetraind bij RBC, maar heb toch besloten om bij MOC’17 te blijven. Ik vond voor mezelf dat ik het niet kon maken om te vertrekken, mede ook omdat ik hier weet wat ik heb en ik op het fietsje naar de club kan. Ik wil proberen om met MOC’17 de stap omhoog te maken. Het is een fijne en warme club waar alles goed is geregeld. Dat is ook veel waard. Dus na alles goed op een rij te hebben gezet heb ik besloten om er hier vol voor te gaan. En tot op heden doen we het goed, al is het wel zaak om wekelijks vol gas te geven, zéker in de topwedstrijden, want puntverlies daarin kan zomaar fataal zijn. Er telt maar één ding en dat is de titel, met minder mogen we niet tevreden zijn.”

Klik hier voor meer informatie over MOC’17.
Klik hier voor meer artikelen over MOC’17.

Arvin de Witte geniet van zijn terugkeer op het ‘oude nest’ bij WHS

SINT-ANNALAND – De start van WHS is sinds de voorbereiding van dit seizoen meer dan voortvarend te noemen. Met een ongeslagen status na de eerste reeks wedstrijden vinden de Stallanders zich in de top van de ranglijst terug. Tot groot genoegen van aanvoerder Arvin de Witte (31), die dit seizoen na een jaartje hoofdklasser bij RKSV Halsteren terugkeerde bij WHS.

dakraam_251134

“En als je dan zo presteert als ploeg, dan mag het duidelijk zijn dat ik enorm geniet. Het avontuur bij Halsteren had ik niet willen missen, want ik heb toch ook een aantal wedstrijden in de basis gestaan in de hoofdklasse. Een blessure en corona hebben er jammer genoeg mede voor gezorgd dat het seizoen een stukje korter is geworden dan vooraf gedacht. Maar de keuze om terug te gaan naar WHS was voor mij weloverwogen. Want hoewel het sportief een prachtige uitdaging was, wel een behoorlijke tijdsinvestering. Drie tot vier keer per week op en neer naar Halsteren, dat koste veel tijd en met twee dochters en een drukke baan bleek het toch iets teveel van het goede.”

Hoewel De Witte inmiddels in Tholen woont, was een terugkeer naar de zaterdag derdeklasser uit Sint-Annaland voor hem de enige optie. “Een andere club zag ik niet zitten dus de keus was voor mij niet moeilijk. Er staat een selectie en daarin zit een goede mix van jeugdig talent en ervaren jongens. De klik met de trainer is goed en alles valt nu sportief ook in elkaar. Over het algemeen hebben we altijd wel een elftal dat in de linkerrij meedraait. Nu willen we toch echt proberen om de top-drie te halen en als het kan ook weer een periodetitel pakken. De eerste aanzet hebben we in elk geval gegeven en we liggen prima op koers.”

Of de club ook toe is aan een niveau hoger, daar heersen bij de ervaren aanvaller nog wel wat twijfels over. “Een niveautje hoger spelen, dat kan nog wel een dingetje worden. En dan heb ik het voornamelijk over de breedte van onze selectie. Die is denk ik niet groot genoeg. We zijn nog veel te veel afhankelijk van een man of dertien. Daarna zak je in mijn ogen, zonder iemand tekort te doen, nog teveel terug. Met de komst van een O23-elftal en ook goede jeugd die eraan komt zit er wel muziek in voor de toekomst, maar of dat al kan vanaf bijvoorbeeld volgend seizoen dat betwijfel ik. Maar als je de kans krijgt om prijzen te pakken en daardoor te promoveren, dan moet je daar sowieso nooit voor weglopen en er vol voor gaan.”

Waar in het verleden WHS vooral bekend stond om zijn fysieke kracht, daar vindt De Witte dat de ploeg nu vooral goed en verzorgd voetbal op de mat weet te leggen. En we hebben een aantal jongens die makkelijk scoren, waardoor je al snel aan de goede kant van de score zit. Dat is heerlijk voetballen wanneer het allemaal eens op zijn plaats valt. Als aanvoerder en toch ook speler met ervaring probeer ik in het veld een verlengstuk van de trainer te zijn. Jonge jongens coachen en sturen. En daarnaast met assists en doelpunten nog een extra steentje bij te dragen. Ik loop momenteel qua goals één of één, als ik dat aan het eind van de competitie ook nog doe, dat zou wel het ultieme zijn. Maar als het niet zo blijkt en we pakken een prijs als ploeg, dan teken ik daar uiteraard ook voor.”

Of WHS uiteindelijk ook titelkandidaat is, daarvoor is het volgens de routinier nog te vroeg om te oordelen. “We zijn goed gestart, meer dan goed eigenlijk. Maar hoe lang we dit kunnen volhouden, dat zal in de rest van het seizoen blijken. Tegenstanders zullen toch anders tegen ons aankijken en zich anders gaan wapenen. Dan is het aan ons om daarop antwoorden te vinden. De weg is nog lang, maar we zitten in een goede flow. Hopelijk kunnen we die voorlopig nog lang vasthouden.”

Klik hier voor meer informatie over WHS
Klik hier voor meer artikelen over WHS

Danny Heijnen hoopt met Lepelstraatse Boys op betere tijden

LEPELSTRAAT – Op de sfeer binnen de groep is, ondanks de nederlagen dit seizoen, nog altijd niets aan te merken bij Lepelstraatse Boys. Dat heeft volgens keeper en routinier Danny Heijnen ook totaal geen zin, gezien de fase waar het elftal en de club momenteel zitten.

dakraam_251134

“Een aantal jaar geleden zijn een hoop ervaren spelers in een lager team gaan spelen. De jeugd die toen overkwam die had niet de ervaring en nog niet de kwaliteiten van degene die vertrokken waren. Bovendien werd besloten om van zondag- naar het zaterdagvoetbal over te stappen. We moesten helemaal opnieuw beginnen vanaf onderaan. Dat heeft gewoon veel tijd en geduld nodig. En zo’n proces gaat helaas met vallen en opstaan en dan moet het ook soms even meezitten. Al die dingen bij elkaar zorgen ervoor dat we nu onderaan staan. Dat is niet leuk, maar we proberen met elkaar wel gewoon positief te blijven. Al is dat niet altijd gemakkelijk.”

Heijen is nog altijd maar drieëntwintig, maar wel al zo’n acht seizoenen lid van de selectie. “Ik voetbal hier al vanaf mijn vijfde en woon vrijwel tegenover het voetbalveld. Dus ik loop hier inmiddels toch al wat jaartjes rond op de club. Dan heb je al het een en ander meegemaakt en dan is deze periode sportief gezien niet de leukste nee, dat klopt wel. Maar we moeten het ook in perspectief zien. We zijn geen grote club en als ervaren spelers dan ook nog eens geblesseerd raken, dan vang je dat niet makkelijk op. Dat zie je dan terug op het veld en dan zijn helaas de nederlagen dit seizoen erg ‘dik’. Dat komt ook omdat het verschil tussen de linker- en de rechterrij van de ranglijst gewoon heel groot is. Als je dan in een mindere fase net de topploegen treft, dan kan je het telraam erbij pakken, zoals al een paar keer is gebeurd.”

Ook Heijnen heeft vanwege een gescheurde enkelband enkele duels moeten laten schieten, al is hij nu weer fit. “En ook dan heb ik meer dan me lief is de bal uit het net moeten halen. Toch ben ik er van overtuigd, dat we niet op nul punten blijven staan. We moeten de positieve dingen eruit blijven halen en uiteindelijk zal het wel eens meezitten. Dan is het zaak om de kansen die we krijgen ook af te maken en dan gaan we zeker nog de nodige puntjes sprokkelen. Want iedereen werkt hard en er wordt goed getraind, alleen komt het er in de wedstrijden vooralsnog niet uit.”

De meeste jongens in de Lepelstraatse selectie hebben een leeftijd tussen de zestien en twintig jaar. Die hebben volgens Heijnen nog wel een hoop wedstrijden bij de senioren nodig om ervaring op te doen. “Die maken nog wekelijks fouten en dat is logisch, zolang ze er maar van proberen te leren. Maar fouten maken, dat doen de ervaren jongens ook. Anders speel je niet op ons niveau. Dus uit je stekker gaan als er weer eentje invliegt dat heeft voor mij totaal geen zin. Het belangrijkste is dat iedereen zijn best doet. En als je dan geklopt wordt omdat de tegenstander beter is, dat is dan zo. Dat heb ik liever dan dat jongens er met de pet naar gooien. Zolang dat niet gebeurt dan blijf ik er vertrouwen in houden en zie ik ons echt nog wel punten pakken dit seizoen.”

Klik hier voor meer informatie over Lepelstraatse Boys
Klik hier voor meer artikelen over Lepelstraatse Boys