Home Blog Pagina 607

Bij IFC 5 worden in de derde helft topprestaties geleverd

Mika de Heer is de stofzuiger van IFC Zaterdag 5. Als middenvelder heeft hij ervaring opgedaan in jeugdselectie elftallen en in de gemixte selectie van het eerste en het tweede, alvorens hij koos voor een stapje lager in het huidige vriendenelftal.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Sinds zijn vierde loopt Mika al met de bal aan de voet. Hij is begonnen bij de voetbalschool van IFC. “Ik ben eigenlijk begonnen met voetbal door mijn opa, dat heb ik ooit voor mijn verjaardag gekregen. Op dat moment zei hij tegen mij: je mag kiezen tussen IFC of ASWH. Toen heb ik voor IFC gekozen, zonder te weten wat nou beter of slechter was”, vertelt hij. Al snel daarna had hij door hoe leuk hij het spelletje vond. Vanaf de JO13 tot aan de JO17 heeft De Heer selectie gespeeld. “Het werd toen wat rommelig binnen de jeugd van IFC. Toen heb ik besloten om bij een andere ploeg aan te sluiten. Ik belandde in de JO19-4, wat een vriendenteam was. Hier kon ik samen voetballen met Jarno Plaisier, een goede vriend van mij”, aldus Mika. Na dat seizoen stroomde hij door naar het tweede elftal, waar hij twee jaar heeft vertoefd. Het seizoen dáárna besloot IFC om van zondag- naar zaterdagvoetbal te emigreren, waarna ‘de stofzuiger’ in de selectie van het eerste én tweede elftal terecht kwam. “Hier heb ik twee oefenwedstrijden mogen meedoen, maar ik raakte geblesseerd aan het eind van de voorbereiding. Zo ben ik belandt in het vijfde”, zegt De Heer.

IFC 5 is ontstaan door Daan Scheurwater, welke ook de JO19-4 waar Mika eerder in heeft gevoetbald, had opgericht. Door de overstap van IFC naar zaterdagvoetbal wilde de middenvelder zijn kans wagen in de selectie. “Ik heb uiteindelijk de voorbereiding afgesloten met een oefenwedstrijd. Er was op dat moment nog geen sprake van een vriendenelftal. Tijdens een toernooi heb ik toen mijn enkelbanden afgescheurd, in één klap was al mijn motivatie weg. Toen pas hoorde ik over de plannen van het samensmeden van IFC Zaterdag 5. Dat klonk als muziek in mijn oren. Uiteindelijk heb ik er lang over nagedacht en gekozen voor een stapje lager. Ik heb nog geen moment spijt gehad van deze keuze en had het niet beter kunnen wensen met dit gezellige team”, aldus de speler in de as.

Net zoals veel andere vriendenelftallen, is ook dit team een hechte groep vrienden. Mika licht dit verder toe: “Iedereen verheugt zich op de zaterdag om weer met z’n allen een goede pot voetbal te spelen, met als hoop de drie punten binnen te slepen.” Gelukkig hangt de viering van de derde helft niet af van het resultaat van de voorgaande twee. “Vaak wordt door het grootste gedeelte van het team doorgezet tot in de late uurtjes. Of we nou naar de stad gaan, een potje Mexen of bij iemand thuis een biertje doen, het is altijd gezellig”, aldus De Heer.

Voor Mika is elke zaterdag een hoogtepunt. “Het is altijd gezellig, dat maakt dit team zo bijzonder. Als ik dan echt moest kiezen is de wedstrijd tegen Oranje-Wit in de beker mijn hoogtepunt. Alles lukte en iedereen kwam naar me toe en zei dat ik geweldig stond te spelen. Ik werd ook uitgeroepen tot man-of-the-match. Dat voelt goed en voedt je zelfvertrouwen.” Een minder moment heeft Mika, naast zijn blessure, nog niet meegemaakt. Hij kan dit wel lachend zeggen over een teamgenoot. “Je kan hierbij beter Niek Ouwendijk betrekken. Hij zal je dan ongetwijfeld vertellen over zijn prachtige eigen goal tegen Drechtstreek. Hij kon de bal niet zien in de lucht en toen hij eenmaal weer zicht had kon hij de bal uit het doel vissen”, aldus de stofzuiger van het middenveld.

Twee keer per week wordt er fanatiek getraind door de mannen van het vijfde. “We hebben een systeem dat de spelers zichzelf aanwezig melden, als er dan tien man aanwezig zijn wordt er getraind”, zegt Mika. Hij vervolgt: “Met ons team proberen we elke oefening zo goed mogelijk uit te voeren. Ook wordt er natuurlijk gelachen, wat uiteraard moet kunnen op de training. Al helemaal als Niek Ouwendijk de bal wil terugspelen op zijn keeper vanaf de cornervlag, maar hem wonder boven wonder in zijn eigen kruising schiet.”

Al eerder is de derde helft aan bod gekomen. Echter, de details kunnen niet bespaard worden. “De nominaties van koning van de derde helft zijn wat mij betreft nog niet allemaal binnen. In een team als dit kan er nog veel gebeuren. We zijn namelijk stuk voor stuk in bloedvorm en alle talenten worden op tafel gegooid voor deze mooie helft”, zegt Mika. Hij heeft de drie beste prestaties tot nu toe op het lijstje gezet. “We beginnen bij Erwin Bol. Deze jongeman kan met zijn brede schouders behoorlijk wat zuipen. Het komt nog wel eens voor dat hij wat teveel drinkt en het anders afloopt dan gehoopt. De dag was nog jong maar Erwin had al te diep in het glaasje gekeken en zag het niet meer zitten. Hij zat op een bankje met zijn hoofd tussen zijn handen. Hij ging naar huis zonder wat te laten weten. Later op de dag kregen wij een foto in onze groep, hij was thuis en zat uitgeteld in bad. Later op de middag voelde hij zich weer topfit en sloot weer aan tijdens het glaasjes drinken”, aldus Mika.

De tweede topprestatie gaat naar Jarno Plaisier. “Jarno is de jongste van de groep, zijn bijnaam is Hammie. Hij had te veel gedronken in de derde helft, wat natuurlijk helemaal niet erg is. Hij ging rustig op de fiets naar huis, waar hij zijn bed ingekropen is. De alcohol zat nog hoog in het koppie, waardoor hij rechtop zittend in slaap is gevallen met telefoon nog in zijn hand. Hier zijn uiteraard mooie foto’s van gemaakt”, vertelt De Heer lachend. Last but not least is er eentje van Mika zelf. “Ik had op het mooie dakterras van IFC net iets te diep in het glaasje gekeken. Daarna ben ik zelf naar huis gefietst en had later op de avond afgesproken met Daan Scheurwater om naar een verjaardag te gaan. Achteraf was ik toch best moe en besloot om even op de bank te gaan liggen. Toen ik wakker werd was de avond al voorbij, ik heb overal doorheen geslapen. Zonder dat ik het door heb gehad had ik mijn voordeur wagenwijd open laten staan. Daan kwam uiteindelijk langs, omdat ik mijn telefoon niet opnam. Uiteindelijk ben ik aangetroffen op de bank met m’n schoenen nog aan en zonnebril nog op. Hier is, uiteraard, ook een leuk plaatje van gemaakt”, aldus hijzelf. Het moge duidelijk zijn dan de mannen hun best doen er elke keer een mooie prestatie neer te zetten!

Klik op IFC voor het laatste artikel van de club.

Tom Looijmans springt in het diepe als hoofdtrainer bij Boeimeer

Je bent pas 26 jaar, staat voor een eerste klus als hoofdtrainer en vierdeklasser Boeimeer klopt tussentijds aan. Wat doe je dan? Veel trainers zouden misschien liever in een gespreid bedje beginnen, maar niet als je Tom Looijmans bent. De oefenmeester twijfelde geen seconde en pakte de kans met beide handen aan. “Uitdagender dan dit wordt het niet!”

kootstra_new

En dus is Looijmans sinds begin januari trainer van Boeimeer. “Tijdens een seizoen is natuurlijk nooit ideaal, maar voor mij is dit het meest uitdagende moment. Mijn eerste stap als hoofdtrainer, ideaal om het nu uit te proberen.” Tuurlijk neemt hij een risico, maar dat houd je altijd, denkt de jongeling. “Ik zal tegen heel veel dingen aan gaan lopen, er zullen genoeg valkuilen zijn, maar zo leer je het meest. Het is veel leerzamer om in deze situatie terecht te komen, dan in een gespreid bedje.”

Veel groter

Want met een plek in de onderste regionen van de vierde klasse, moet er het nodige gebeuren. “Het elftal moet weer gaan draaien en zelf moet ik stappen gaan maken als trainer. Dat is toch een mooie combinatie?” Tot nu toe bevallen de eerste maanden uitstekend, vertelt Looijmans. “Het gaat met vallen en opstaan, maar we gaan de goede kant op. Je merkt dat er veel plezier is op de trainingen, maar ook dat de resultaten beginnen te komen.” Spijt heeft hij dan ook niet. “Na de eerste gesprekken voelde het al goed. Nu kwam deze kans voorbij, dan moet je hem pakken.” Toch is het voor Looijmans, die eerder trainer was van een tweede elftal, wel even wennen. “Het is nog steeds jij en je elftal, maar daaromheen spelen een hoop randzaken. Het contact met het bestuur of de media, ook dat soort dingen moet je nu managen. Dat vind ik wel interessant, het is zoveel groter.” Na zijn binnenkomst ging de oefenmeester eerst aan de slag met de randvoorwaarden. “Die moeten goed zijn, anders kun je niet ontwikkelen en presteren. De eerste week ga je vooral kijken naar de sfeer, de spelers en wat er allemaal al geregeld is.” Dat viel niet tegen. “Eigenlijk was het allemaal best wel oké. De spelersgroep zou een uitdaging worden, dat was bekend.” Een doelstelling heeft Boeimeer voorlopig nog niet. “Het is nu voornamelijk plezier hebben en zorgen voor een bepaalde structuur, zodat we volgend seizoen echt weer wat meer mee kunnen doen.”

Goed verplaatsen

Ondanks zijn nog jonge leeftijd, heeft Looijmans onderweg al de nodige ervaring op kunnen doen. Onder andere als inspanningsfysioloog en assistent bij de jeugd van Willem II. “Daar neem je wel wat van mee. Voetbal is niet altijd alleen maar tactisch, soms moet je ook gewoon lekker met dat balletje bezig zijn.” Af en toe moet er ook hard getraind worden. “Een goede conditie kun je ook op een leuke manier trainen, bijvoorbeeld door een partijspel.” Die aanpak moet de komende weken voor punten gaan zorgen, terugkijken heeft wat hem betreft dan ook geen zin. “Dat is geweest. Er staat nu een ander team en we moeten gewoon naar de toekomst kijken, de grootste uitdaging is om iedereen betrokken en tevreden te houden. Dan gaan we met een positief gevoel het nieuwe seizoen in.” Daar gaat Looijmans in ieder geval alles aan doen. “Ik ben een trainer die kijkt wat een groep nodig heeft. Moet je heel rustig zijn of juist heel aanwezig? Dat kan elke keer anders zijn.” Allemaal met maar één doel. “Jongens op zien bloeien, dat blijft voor mij wel het mooiste aan het trainersvak.” Iets waar hij dus op jonge leeftijd al mee is begonnen. “Ik kan mij denk ik goed verplaatsen in de jeugd, de mentaliteit is toch anders, er zijn een hoop andere interesses en streng zijn werkt niet meer. Jongens willen daadwerkelijk minuten maken bij het eerste, in plaats van dat ze het een eer vinden om op de bank zitten, daar moet je rekening mee houden.” Met UEFA B in zijn bezit, gloort een stapje omhoog, maar zover is Looijmans nog lang niet. “Eerst hier ervaring opdoen als hoofdtrainer, daarna zien we het wel!”

Klik op VV Boeimeer voor het laatste artikel van de club.

 Marcel IJzendoorn na de 6-2 winst op SDO: ‘De competitie gaat nu pas beginnen’

De gezamenlijke huldeblijk van de spelers aan de schare SJC-supporters op het terras van het fonkelnieuwe clubhuis maakte duidelijk hoezeer de SJC’ers de steun van hun supporters op prijs stelden. En met reden, want het creatieve gezang en de uitbundige toejuichingen tijdens de wedstrijd tegen SDO uit Bussum, misten hun uitwerking niet.

VV SJC ontving SDO als eerste gasten in de fonkelnieuwe kleedkamers van het Lageweg-sportpark. Op de eerste etage betraden supporters van beide teams de nieuwe kantine die weliswaar nog niet volledig is ingericht maar die wel een goede indruk weer gaf van wat SJC straks aan leden en bezoekers te bieden heeft. Een geweldige kantine met heel veel mogelijkheden om de wedstrijden op de voet te volgen.

De wedstrijd tegen SDO werd gespeeld op het bestaande kunstgrasveld aan de zuidzijde van het SJC-complex. En daar werden, na het beginsignaal van de overigens zeer goed leidende scheidsrechter Haico Michielsen, de SJC-bedoelingen al snel duidelijk. Want binnen twee minuten was het al raak. Tom Duindam kopte na een geweldige voorzet van Demir Strojil, onberispelijk binnen: 1-0.

De supporters maakten zich op voor een doelpuntrijk duel maar zij kwamen er in de loop van de eerste helft achter dat SDO vooral op zeker wenste te gaan en niet wilde meewerken aan het SJC-scenario.  Met niet minder dan 9 man in teruggetrokken positie stond er een hechte muur van verdedigende Bussummers. Toch waren er grote kansen o.a. voor Martijn van Trigt en Frans van Niel. Maar tot een doelpunt kwam het helaas nog niet. Wat SJC vervolgens ook probeerde men bleek vooralsnog de Bussumse doelman Hazelaar niet nogmaals te kunnen passeren.

SJC zette al vroeg druk, creëerde dus grote en kleine mogelijkheden, forceerde een aantal corners maar de stand op het scorebord bleef 1-0. Pas na bijna een half uur kreeg SDO de eerste grote mogelijkheid maar doorgedrongen tot ver in de vijfmeter wist Desley Groenewegen niet tot score te komen. De steeds beter acterende Frans van Niel, Tom Duindam, Martijn van Trigt en Chris Hoogervorst vonden steeds één van de negen als verdedigende opererende SDO’ers op hun weg. En dus brak de rust aan met een 1-0 stand.

IT-Rijnsburg

Na rust aanvankelijk eenzelfde spelbeeld. En pas in de achttiende minuut kon Chris Hoogervorst, na een mistasten van keeper Hazelaar, de 2-0 aantekenen.

Hierop gaf SDO-coach Rick Schippers het sein voor het plan B. Waarop meerdere spelers de voorste linies opzochten. Dat gaf SJC natuurlijk ook de noodzakelijke ruimte om meer aan te dringen. Met kansen voor Van Trigt, Van Niel, Duindam en Timo Ruigrok was het wachten op de 3-0. En die kwam op het conto van de voor Chris Hoogervorst ingevallen Wesley Haasnoot, nadat hij op spectaculaire wijze werd bediend door Timo Ruigrok.

Direct daarop volgde weer een grote mogelijkheid voor Tom Duindam maar via de keeper belande de bal op de dwarslat. SDO schoof vervolgens manmoedig nog verder op naar voren. En de aanvalsdrift van SJC leidde daarop tegentreffers van SDO in. In de 72 e en 73e was het raak en zag de verbouwereerde Lex Hoogervorst dat er 3-2 op het scorebord kwam. In het supporters-vak werd het even heel stil maar al gauw was er toch weer reden tot juichen.

Een bijzonder vlotlopende combinatie over vijf schijven werd tenslotte, na aangeven van Wesley Haasnoot, de kans door Tom Duindam verzilverd: 4-2.  SJC schrok weer even toen na een spelhervatting een goed ingeschoten bal de lat boven Lex Hoogervorst teisterde.

Mark Turk verving hierna Timo Ruigrok en die zag hoe diverse spelers van SDO het wanhopig verdedigen moesten bekopen met kramp in de benen. SJC heerste nu volledig. Verdedigers Jordy Groot, Nick Lim en Demir Strojil lieten zich aanvallend gelden en via een aantal goedlopende combinaties werd het via topscorer Tom Duindam ook nog eens 5-2 en 6-2. Hiermee voltooide Duindam de perfecte hattrick en werd de wedstrijdbal zijn deel.

Trainer Marcel IJzendoorn was uiteindelijk zeer tevreden. Op de vraag naar zijn eerste reactie liet de gedreven trainer weten:’ De competitie gaat nu pas beginnen.’ En daarmee gaf hij aan dat wat SJC betreft de moed op een succesvol seizoenseinde, na twee wat mindere wedstrijden, nog niet is opgegeven.

Op 1 mei reist SJC af naar het hoge noorden om Be Quick 1878 te gaan bestrijden. Als daar gewonnen kan worden ontstaan er, met de thuiswedstrijd op 8 mei tegen Hoogeveen nog voor de boeg, weer mogelijkheden. Maar Be Quick zal zich niet zomaar gewonnen geven en dus is het voor SJC zaak om, na de lange vermoeiende reis, toch heel scherp aan deze wedstrijd te beginnen.

Klik de link voor een recent artikel over SJC

S.V. Capelle komt tekort tegen Schelluinen: 4-1

S.V. Capelle ging zaterdag op bezoek bij de v.v. Schelluinen. S.V. Capelle begon matig aan de wedstrijd en verdedigde niet attent. Schelluinen kreeg hierdoor de nodige kansen. Via afstandsschoten van Erik Kerkhoven, Menno Dekker en Diego Kemp kwamen de gastheren halverwege de eerste helft al op 3-0 en deze stand bleef ook staan tot de rust.
In de tweede helft deed Schelluinen het rustiger aan. S.V. Capelle zelf wist nauwelijks kansen te creëren en moest in de zeventigste minuut nog een tegentreffer incasseren: via Yannick de Bondt werd het 4-0. In de slotfase wist Capelle toch nog te scoren: via een lange bal van Geert van den Broek werd Mateus Lampert in stelling gebracht en deze zorgde voor de 4-1 eindstand. Komende zaterdag speelt S.V. Capelle thuis tegen Haaften. Er wordt om 14.30 uur afgetrapt op het Mandemakers Sportpark.
Foto’s: MW fotografie
Klik de link vooreend recent artikel over S.V. Capelle

NSVV wint de topper tegen VVGZ met ruime cijfers

NSVV begon goed aan de wedstrijd en kwam al snel op voorsprong. VVGZ kreeg daarna een aantal kleine kansen, maar wist niet de gelijkmaker te scoren. De tweede helft excelleerde NSVV en stond er na negentig minuten een afgetekende vier tegen nul overwinning op het scorebord.

In de eerste helft was er snel een kans voor VVGZ. NSVV-keeper Jarmo Hartgers had de eerste inzet per abuis afgeleverd voor de voeten van Paul Scheurwater, maar Jarmo kwam er snel uit en wist met zijn voeten redding te brengen. Het eerste doelpunt van NSVV was een vrije trap links van het doel. De gehele Numansdorpse luchtvloot was naar de frontlinie gestuurd. Jasper Huisman nam de vrije trap en de opgerukte luchtmacht bleek alleen een afleidingsmanoeuvre geweest te zijn. Jasper schoot de vrije trap direct laag bij de eerste paal op het doel. De verraste VVGZ-doelman Diony Vente was te laat bij de eerste paal om de bal nog te kunnen keren. NSVV was goed begonnen aan de wedstrijd, maar in de loop van de eerste helft begon VVGZ jacht te maken op de gelijkmaker. Grootste wapenfeit was echter een cornerbal die op de lat zeilde.

De tweede helft was NSVV heer en meester en een schitterend doelpunt werd al snel gemaakt. In een onmogelijke hoek tegen de cornervlag in de drukte wist Mitchel Louwerens tussen een paar tegenstanders door te glippen. Vanaf de achterlijn schoof Mitchel de bal naar Sjoerd Hofstede. Sjoerd had het schaakbord vooraf al in zich opgenomen. Zijn conclusie was het spel verder te verleggen naar Yoeron van der Ree, dus schoof hij de bal in de drukte door naar Yoeron. Met een zeer beheerste schuiver in de hoek rondde Yoeron deze schitterende aanval af. Bij het derde doelpunt verraste Mitchel Louwerens de defensie van VVGZ weer eens met zijn snelheid. VVGZ-keeper Diony Vente kon de doorgebroken Mitchel alleen afstoppen met een overtreding. Scheidrechter Michel van de Luitgaarden wees resoluut naar de penaltystip. NSVV specialist Jeroen Voshart was weer succesvol vanaf de stip. Daarna waren er nog grote kansen op de vierde treffer voor Jeroen Voshart en Gijs van de Zande. Uiteindelijk kwam de vierde treffer via een op maat gegeven voorzet van Jasper Huisman, die op waarde werd geschat door Yoeron van de Ree. Bij de tweede paal kopte Yoeron de bal mooi tegen het net.

DeGeusSchilderwerken_voorjaar2021

Zoals bij een overwinning op VVGZ voorspeld, heeft NSVV nu een gat geslagen naar de nummer drie en kan het jacht gaan maken op de twee punten voorsprong van koploper Oostkapelle/Domburg. Volgende week speelt Oostkapelle/Domburg tegen nummer twaalf Bruse Boys en NSVV uit tegen nummer veertien Serooskerke. Waar in het begin van het seizoen nog weleens een verrassende uitslag viel te noteren, is er nu een duidelijk gat tussen het linker en rechter rijtje. Van de zeven nog te spelen wedstrijden moeten beide teams nog driemaal tegen een ploeg uit het linker rijtje. De eerste linker rijtje uitdaging komt Oostkapelle/Domburg tegen over twee weken op 7 mei thuis tegen hetzelfde VVGZ. NSVV blijft in ieder geval geconcentreerd alle wedstrijden afwerken en blaakt van het zelfvertrouwen. 

Opstelling NSVV:

Jarmo Hartgers, Lars van der Heiden, Rik Bakker, Michael Ouwens (89e Leonard Kramp), Fabian Korbijn, Sjoerd Hofstede, Jeroen Voshart, Yoeron van der Ree, Jasper Huisman, Gijs van de Zande, Robin ’t Jong (46e Mitchel Louwerens)

Ruststand: 1-0

Eindstand: 4-0

Scoreverloop:
10e min.           1 – 0    Jasper Huisman
54e min.           2 – 0    Yoeron van der Ree
70e min.           3 – 0    Jeroen Voshart
88e min.           4 – 0    Yoeron van der Ree

Geschreven door: Bas Snijders
Foto gemaakt door: Cindy Vos

Klik de link voor een recent artikel over NSVV

Victoria’04 – Excelsior’20 uitslag 3-1 (bij rust 2-0).

Doelpunten Victoria’04: Nailey Girigorie (1-0 en 3-1), Lars Kortleven (2-0)

De topper tussen nummer twee Victoria’04 en nummer drie Excelsior’20 in de vierde klasse G is zaterdagmiddag geëindigd in een 3-1 overwinning door een hard werkende thuisclub.

Excelsior’20 trok meteen het initiatief naar zich en stelde doelman Jochem van der Hoff meteen op de proef. Met enkele fraaie reddingen hield hij Victoria’04 op de nul. Naar mate de wedstrijd vorderde kreeg Victoria’04 steeds meer vat op het spel van een niet slecht spelend Excelsior’20. In de eerste helft scoorden Nailey Girigorie na een snelle juitbraak en Lars Kortleven (fraaie assist van Nailey G.) voor de ploeg uit de Vlaardingse Broekpolder.

Excelsior’20 kwam vlak na de thee terug in de wedstrijd, 2-1. Maar de Vlaardingers kwamen niet echt meer in de problemen en gaven de voorsprong niet meer weg. Nailey Girigorie schoot Victoria’04 een kwartier voor het einde van het duel ook nog naar 3-1. Dat was tevens de einduitslag.

Victoria’04 speelt volgende week zaterdag in en tegen Pernis, terwijl Excelsior’20 een nieuwe topper speelt. In Schiedam is stadgenoot en lijstaanvoerder Hermes DVS de tegenstander. Laatstgenoemde wedstrijd begint om 17.00 uur.

Opstelling Victoria’04

Jochem van der Hoff, Lars de Visser, Robbin Winsveen, Oscar Knecht, Bart van der Hoeven, Jordi de Kimpe, Jur de Visser Osman Ünnu (Raydrick Kleinmoedig), Lars Kortleven, Vincent van den Bogerd, Nailey Girigorie.

Klik de link voor een recent artikel over Victoria’04

In gesprek met Robert Molenaar, trainer JO21 NAC

Na trainer te zijn geweest bij Almere City, Roda JC en FC Volendam, kan men Robert tegenwoordig vinden bij NAC Breda. Zijn ervaring in de Eredivisie en het Engelse voetbal gebruikt Molenaar om de JO21 voor te bereiden op de volgende stap in hun voetbalcarrière.

Zelf heeft Robert betaald voetbal gespeeld. Hij begon bij FC Volendam en is vanuit daar richting Engeland gegaan om bij Leeds United te spelen. Daar heeft hij van 1997 tot 2000 gespeeld, om vervolgens naar Bradford City te gaan. Uiteindelijk kwam hij terug naar Nederland in 2003 en sloot hij zijn carrière in 2007 bij RBC Roosendaal af. Hier startte hij vervolgens zijn trainerscarrière. In 2010 begon hij met stagelopen bij Excelsior, dat bracht hem bij AZ als jeugdtrainer in 2011/2012. Bij N.E.C. lag voor hem de eerstvolgende uitdaging, waar hij als assistent-trainer veel ervaring op heeft mogen doen. In 2014 begon zijn loopbaan als hoofdtrainer. Molenaar maakte zijn debuut als hoofdtrainer bij Halsteren, en later ook bij FC Volendam, Roda JC en Almere City. Sinds 2021 is hij trotse hoofdtrainer van de JO21 bij de parel van het zuiden.

The terminator

Een bijzondere bijnaam ontving hij in zijn tijd bij Leeds, “The Terminator.” Deze bijnaam kreeg hij door zijn stevige bouw ten opzichte van andere spelers. Een blessure maakte uiteindelijk een einde aan zijn voetbalcarrière in Engeland, maar de bijnaam zal hij houden. Zijn overstap naar NAC bracht hem bij een (on)bekende club, één die hem wat uitdaging bracht. “Ik vind het meestal niet zo’n, laat ik zeggen, moedige keus om in een bekende omgeving te zitten. Ze weten wie je bent, dus dat maakt het makkelijker ”, aldus Molenaar.

Eredivisie

“Bij Roda JC heb ik ook in de Eredivisie training gegeven, dat is wel iets waar mijn ambities liggen. Ik heb ontzettend veel plezier in het training geven, maar ik ben ook in voor een mooie uitdaging”, vertelt hij. De hoop is er om in de toekomst weer terug te keren naar de Eredivisie, maar de leukste aspecten van het training geven vindt Robert momenteel ook terug bij de JO21. Toch zit het er momenteel niet heel ver vanaf. NAC gebruikt met regelmaat spelers uit de JO21, waardoor hij ook actief betrokken wordt bij het eerste.

Receptuur

Iedere trainer brengt zijn eigen recept uit eigen keuken mee naar het veld. Zo krijgt Robert dat ook goed voor elkaar: “Waar er voorheen veel nadruk lag op veldbezetting en een systeem, denk ik dat jezelf aanpassen op dat gebied een veel belangrijker aspect is geworden. We gaan tegenwoordig veel meer uit van principes, dat gecombineerd met fitheid en een sausje eroverheen wat ook bij NAC hoort, maakt een mooi geheel. Dat zijn dan ook wel de zaken die bij mij thuishoren.”

kootstra_new

Boodschap

Hij vindt het belangrijk dat de spelers zijn boodschap ontvangen. “Dit is eigenlijk wel het mooiste moment van je voetbalcarrière, gezien het is waar je als speler begint. Dat klinkt misschien een beetje zwaarmoedig, maar zo bedoel ik dat niet. We proberen spelers op het randje te brengen van ontwikkeling, zowel fysiek, mentaal, technisch en tactisch, dat is best wel een intensief traject. Veel spelers probeer je steeds uit de comfortzone te halen, iets wat af en toe oncomfortabel kan zijn. Dat kan dan weer resulteren tot minder plezier in het spel. Toch is dat traject hetgeen dat plezier op moet brengen en dat je dat moet omarmen. Geniet van datgeen wat je doet”, aldus Molenaar.

Werken als voetballer

Het is een traject wat eigenlijk meer te omschrijven is als een baan. Je wordt ingehuurd, je kan je ontwikkelen, maar je moet wel presteren. De jongens die hij onder zich heeft trainen dan ook zes keer per week. “De zevende is dan de wedstrijd. Er stonden er eigenlijk acht op het programma, maar we hebben de woensdag eruit gehaald. Zo krijgen de spelers toch nog wat extra rust in het opleidingsprogramma”, vertelt de Zaandammer.

Slapende reus

Molenaar omschrijft NAC als een slapende reus. De Bredase trots is helaas niet meer te zien in de Eredivisie, maar dat is wel de plek waar ze thuis horen. Toch is het een goede overstap voor de jongens die hij traint. Zo is de overstap minder groot van de JO21 naar het eerste en kan er zo nu en dan al ervaren worden hoe het is om daar mee te spelen.

Klik de link voor een recent artikel over NAC

Hoe jong moeten we starten met het opleiden van een jeugdvoetballer?

Tip: Mocht je dit stuk lezen, lees dan tot het eind!
Een eindeloze discussie die veel stof doet opwaaien in voetballend Nederland. Jarenlang botsen veel voetbalkenners erover of het verstandig is jonge spelers uit te nodigen en bij BVO’s te plaatsen. De mening die steeds vaker wordt geformuleerd is dat spelers zouden bezwijken onder druk, de weg te lang zou zijn, de vrijheid in het spel ontnomen zou worden en ze dus langer bij hun vriendjes zouden moeten spelen. Er lijkt een soort van hype te zijn ontstaan over het zo laat mogelijk beginnen van het opleiden van jonge jeugdvoetballers. Ergens natuurlijk terecht omdat je vaak pas na de groeispeurt kan zien of een speler echt in aanmerking kan komen voor het profvoetbal. Niet alleen fysiek, technisch en tactisch, maar ook met name mentaal is het belangrijk hoe een speler uit de puberteit komt. Dat mentale aspect is in deze tijd het allerbelangrijkst, omdat de gemiddelde jeugdspeler steeds minder kan hebben. Aan de andere kant zijn de argumenten om later te beginnen vaak in de gedachte van de gemiddelde profclub:  we kunnen het toch niet winnen van de grote clubs die pakken jong alle goede spelers weg, dus we gaan maar later beginnen. Andere argumenten zijn binnen amateurverenigingen dat ze de jongens zo lang mogelijk willen houden en zien als eigendom. Wat natuurlijk een verkeerd streven is, want kinderen zijn vrij en zeker niet iemand zijn eigendom.
kootstra_new
Waarom is laat opleiden dan zo discutabel aan de andere kant van BVO’s die wél vroeg beginnen? Omdat de feiten anders spreken.
Over de 4 teams die vorig jaar championsleague speelden (halve finale) was meer dan 75% gescout en toegelaten voor de u10 leeftijd. Hieronder zie je een foto van een jeugdopleidingsteam van Chelsea dat bij elkaar zat en waarvan bijna iedere speler profvoetbal heeft gehaald. De cijfers van het huidige Nederlands elftal liegen er ook niet om. Bijna alle spelers zijn vroeg begonnen bij BVO’s op enkele uitzonderingen na. In de top van de wereld is dus een jonge instroom te zien in het verleden.
Het aantal jongens wat jong wordt gescout en weggekaapt, daarvan halen maar heel weinig jongens profvoetbal. Het argument is vaak dat ze dus op jonge leeftijd niet goed hebben kunnen zien wie prof wordt. Wat hierin vaak wordt vergeten is dat er in het profvoetbal natuurlijk per jaar maar een x aantal plekken vrijkomen. Het is niet zo dat alle goedopgeleide jongens direct de andere spelers eruit kunnen spelen, die dezelfde opleidingsweg hebben bewandeld en al in het eerste staan.
In mijn beleving zou de discussie een hele andere richting moeten krijgen. Ik vind de leeftijd veel minder belangrijk. In mijn opinie draait het om visie. Als je dan al jong gaat selecteren, kijk je naar motorische vaardigheden? Daarnaast kun je natuurlijk ook nog kijken naar: intuïtie, leervermorgen, basisfysieke eigenschappen. Iedereen heeft een andere mening en mag uiteraard op andere vlakken selecteren.
De weg naar profvoetbal is hard en zwaar. Maar die hoeft natuurlijk bij de jongste jeugd niet zo te zijn. Wel is de pedagogiek heel belangrijk. Ik ben per definitie niet tegen het ontwikkelen van de allerjongste jeugd, omdat hier motorisch en technisch de volledige basis wordt gelegd. Dus laten we minder vaak praten op welke leeftijd we selecteren, maar meer over hoe we met de jonge jeugd omgaan en de stof die ze moeten krijgen op de training. Uiteindelijk heeft niemand de wijsheid in pacht. Is het dan zo erg dat al die jonge spelers een mooi clubtenue mogen dragen en mooie wedstrijden en toernooien mogen spelen? Als de teleurstelling zo erg overheerst over een potje voetballen, is de druk dan niet te hoog gelegd vanuit het thuisfront? Afvallen en moeten stoppen in een jeugdopleiding daar moet niet te veel waarde aan gehecht worden. Iedereen die het groter maakt dan het is, was in eerste instantie al niet geschikt voor de harde wereld van het profvoetbal. Het is in het leven altijd vallen, opstaan en doorgaan.
Wat ik wel mooie vind aan sommige BVO’s is dat bij de u18 nog 75% van de jongens spelen die er tot aan de u13 zijn ingestroomd. Bij de splitsing van 8 vs 8 naar 11 vs 11 is een moment dat bij veel clubs jongens op een andere manier bekeken worden. Ik ben van mening dat clubs vanaf de u13-1 tot aan de u18 het grootste gedeelte bij elkaar moeten houden. Dan praten we over het opleiden en niet doorselecteren van jeugd.

Dat er wordt door geselecteerd is normaal en hoort erbij, omdat je natuurlijk altijd laatbloeiers hebt, maar om hele opleidingen te baseren op laatbloeiers is discutabel.

Klik op Soccer Academy Breda voor meer artikelen.

Club van de week – Trainer van de JO15-1 Werner Dielessen van RKSV RCD

De 45-jarige Werner Dielessen is al van jongs af aan actief bij RKSV RCD. Hij is als voetballer begonnen bij de club en heeft hier de gehele jeugd doorlopen met als eindstation, ruim twintig jaar, spelen in de selectie. Inmiddels is hij alweer zes jaar jeugdtrainer van de JO9 tot en met de JO15.

Vroeger was het heel gebruikelijk dat je als kind met je vader mee ging naar zijn voetbalclub en dat hij je vervolgens ook lid maakte van de club. Zo was dit bij Werner ook het geval. “Binnen onze familie gebeurt dat al van generatie op generatie. Onze familie kent vele mensen die bij RCD betrokken zijn of zijn geweest als: voetballer, tennisser, vrijwilliger, bestuurslid, etc.”, vertelt hij. Inmiddels is Werner vader en zet de traditie voort. “Ik ben vader van drie kinderen en ook zij zijn inmiddels actief als voetballer binnen de jeugd”, vertelt hij trots. Binnen RCD zijn er een groot aantal families waarvoor hetzelfde geldt. RCD mag dan ook met recht een echte familieclub worden genoemd.


De afgelopen zes jaar is hij voornamelijk jeugdtrainer/coach geweest in de elftallen van zijn kinderen Finn en Denz. Sinds het huidige seizoen zijn hun wegen gescheiden en traint/coacht hij de JO15-1. “Ik doe dit met veel plezier samen met Robert Abels en sinds kort ook met Kevin Steensma”, vertelt Werner. Hij geniet ervan om te werken met de jeugd. “Werken met de jeugd is echt geweldig om te doen. De lichtingen die ik heb getraind waren stuk voor stuk allemaal erg leergierig en fanatiek. We proberen ze allemaal op hun eigen manier te verbeteren op hun zwakke punten, sterke punten uit te bouwen, maar vooral ook spelplezier en discipline mee te geven”, aldus de trainer.

De jeugd traint momenteel uitstekend. Zo vertelt Werner: “De intensiteit op de trainingen is vaak erg hoog en door verscheidenheid van trainingen en doelgerichte oefeningen trainen we het spelinzicht en verhogen we de handelingssnelheid.” Zo probeert hij dat de afgelopen jaren over te brengen in de hoop dat ze er wat van opsteken. Discipline staat, naast de normen en waarden die RCD hanteert, hoog in het vaandel. “Deze zaken zijn breder dan alleen de trainingen en wedstrijden die ze namens RCD spelen. Dat geldt ook voor hun gedrag buiten de club zoals op school, thuis en met vrienden/vriendinnen. Ik vraag veel van de jongens maar er is zeker ook ruimte voor een geintje en andere leuke dingen zoals een groepsuitje of een etentje. Ze moeten zich veilig voelen, met plezier naar RCD komen en mee willen werken aan een goede sfeer binnen de groep, want alleen dan kun je samen topprestaties leveren, daar ben ik van overtuigd”, vertelt Dielessen.

Naast zijn rol als trainer/coach heeft hij ook nog een rol binnen de Technische commissie van de jeugd van RCD. “Mijn functie is een veelzijdige maar ook een best lastige functie, die we met een leuke groep gasten (oud ploeggenoten) op ons nemen. Het is een utopie om ieder kind en of de achterban volledig tevreden te houden, maar we doen erg ons best”, aldus Werner.

De afgelopen jaar boekt de club veel progressie als het gaat om de kwaliteit van de trainingen binnen alle categorieën van het voetbal, maar het kan uiteraard altijd beter. “We proberen goed te luisteren naar de adviezen die we krijgen en we maken gebruik van onze eigen inzichten  en ervaringen. Ieder jaar trachten we daarin weer verbeteringen te boeken om het voor ieder lid aantrekkelijk te maken zich goed te kunnen ontwikkelen”, zegt de 45-jarige jeugdtrainer.

Het samenstellen van de teams, zorgen voor het trainingsmateriaal, indelen van de trainingsavonden met de beschikbaarheid van de velden en zoeken naar de geschikte trainers behoort zo een beetje tot de taken van de Technische commissie. “Wij zorgen er dus voor om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen om vervolgens gedurende het seizoen vinger aan de pols te houden en bij te stellen daar waar nodig is”, zegt hij. Dat gaat iet altijd vlekkeloos maar ze proberen altijd tot een oplossing te komen. “Bovenal houden we naast de sportieve prestaties ook voor ogen dat we een gezellige familievereniging zijn en ook willen blijven. We mogen als club heel trots zijn dat we kunnen bouwen op de vele vrijwilligers die werkzaam zijn binnen alle gelederen. Maar we blijven altijd op zoek naar mensen die hun mouwen opstropen en deel uit willen maken van deze groep”, vertelt Werner.

Wat volgend seizoen de rol voor hem zal zijn binnen RCD is nog niet geheel duidelijk. “Meestal spring ik bij daar waar behoefte aan is en de laatste jaren is dat jeugdtrainer en TC lid geweest. Wel ligt er binnen RCD nog een schone taak om de kwaliteit van de trainingen nog een extra impuls te geven. Daar gaan we ons de komende maanden op richten”, aldus Dielessen. De mensen die daadwerkelijk wat voor RCD willen betekenen of dit al doen zou Werner hierbij graag handvatten bieden om in de gehele breedte weer een stap vooruit te maken. “Een eenduidigheid aan trainingsvormen binnen de verschillende leeftijdscategorieën, ‘train de trainer’ en coördinatoren op trainingsdagen zijn daarbij zaken waar ik dan aan denk. Kortom, genoeg om over na te denken en uit te werken!”, sluit Werner af.

Bron foto: Mieke Zwang fotografie

Klik op RKSV RCD voor het laatste artikel van de club

In gesprek met Koen Hilling van VV PCP

De 71-jarige Koen Hilling is een allesdoener op de vereniging PCP. Naast speler van het walking football team is hij elke dag op de club te vinden als vrijwilliger, PCP is zijn tweede thuis.

Koen Hilling is begonnen met voetballen op de pleintjes in de buurt. Wegens een bromfiets ongeluk heeft hij pas op 23-jarige leeftijd zichzelf aangemeld bij een voetbalvereniging, de Bredase, nu inmiddels opgeheven, club Fortuna 65. “Hier heb ik meerdere jaren in de selectie gespeeld, waarna ik vervolgens in 1986 een transfer maakte naar PCP Breda”, vertelt hij. Hilling speelde tot 38-jarige leeftijd in de selectie bij PCP. Vervolgens zette hij het voetballen op een lager pitje en begon in een vriendenelftal te spelen. “Nu ben ik gepensioneerd en voetbal ik nog steeds, maar dan in het walking football team. Uit initiatief van NAC Breda, we spelen één keer in de maand een regio competitie. Elke woensdagochtend is er een training en daarna natuurlijk een derde helft, waar we gezellig met elkaar bijkletsen”, vertelt de oud-selectie speler.

Sinds het pensioen van Koen, ongeveer drie jaar geleden, is hij volledig aan de club verbonden. Hij zet zich iedere dag in om vrijwilligerswerk te doen. De lijnentrekken van de velden, kleedkamers en de kantine opruimen, hij doet eindelijk bijna alles binnen de club. “Ik doe dit graag, ik heb alle tijd en het is voor mij ook een beetje een soort voldoening. De hele dag thuis zitten, zie ik ook niet zitten, daarnaast is het gewoon een leuke bezigheid, ook een beetje afkicken van al mijn werkzaamheden die ik heel mijn leven heb gedaan. Je moet wat omhanden hebben, dat is mijn driveveer om vrijwilligerswerk te doen”, vertelt hij. Dit doet hij niet alleen bij de club, want iedere vrijdag staat hij ook als vrijwilliger bij de voedselbank.

kootstra_newDe mooiste hoogtepunten voor Koen waren toch wel zijn kampioenschappen met het eerste elftal. “Dit was heel gaaf om mee te maken, met jonge jongens, samen feest vieren, het was echt een broederschap onderling, een team gevoel”, vertelt hij. Hilling wil in de toekomst nog zo lang mogelijk zich inzetten voor de club. Zowel in het veld als vrijwilliger. “Zolang ik gezond ben blijf ik bij de club. Ik wil nog zo lang mogelijk mensen helpen en verbindend zijn”, aldus de vrijwilliger.

PCP betekent alles voor Koen, het is een plek waar hij elke dag met plezier naar toe gaat. “Het is een grootte hobby van mij, hier vind ik bezieling en motivatie. Ik ben heel nauw betrokken het voelt als mijn tweede huis”, aldus Hilling.

Klik hier voor het meest recente artikel van PCP Breda.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.