Home Blog Pagina 603

‘De mensen komen weer graag naar het sportpark’

Opgegroeid bij Groen Wit en via SAB terechtgekomen bij TVC Breda. Dat is in een notendop de carrière van TC-lid Kevin Faas. Want na meer dan twintig jaar bij de club waar hij ongeveer naast werd geboren, vond hij hier zijn nieuwe liefde. Inmiddels zijn we meer dan tien seizoenen verder en kan hij eigenlijk niet meer zonder. “Uiteindelijk is het echt mijn clubje geworden.”

Dat had de nu 39-jarige Faas als klein jochie waarschijnlijk ook niet verwacht. “Ik woonde naast Groen Wit, ben daar opgegroeid en heb er 22 jaar gespeeld. Tot ik wat dichter bij TVC kwam wonen en vrienden hier ook gingen voetballen.” Die klik was er eigenlijk meteen, vertelt hij. “Het is een echte volksclub, er gebeurt altijd wel wat. Zowel positief als negatief. Hier komen mensen met temparement, maar het is wel een warme plek. Het voelt als thuiskomen.”

kootstra_new

Binding

Faas ziet dat de club vooral in de laatste vier jaar de stijgende lijn te pakken heeft. “We hoeven echt niet allemaal lieverdjes te zijn, daarom is TVC ook wel een aantal keer negatief in het nieuws geweest. Maar de laatste tijd zitten we in de lift. Een nieuwe weg ingeslagen, veel aanmeldingen en de mensen komen weer graag naar het sportpark.” Daar heeft de oud-speler wel een verklaring voor. “Er is structuur en duidelijkheid. Maar belangrijker nog, er begint weer een binding te ontstaan tussen de jeugd en de senioren. Jonge gasten moeten graag bij het eerste willen spelen, dat is een tijdje weggeweest, maar lijkt weer terug te komen.” Dat ziet hij als assistent-trainer van het vlaggenschip natuurlijk graag. “Jeugdleden komen op zondag weer kijken en trainen mee, ze willen er echt weer bij horen.” Ook als lid van de technische commissie doet het hem zichtbaar goed. “Dat doe ik nu een jaartje of zes, zeven. Eerst deed ik alleen de bovenbouw en was ik jeugdtrainer, maar je wilt toch graag betrokken zijn. Het is je clubje.” En dus pakte Faas er een aantal seizoenen geleden ook de functie van hoofd technische commissie bij. “Eigenlijk ben ik een soort klankbord voor de coördinatoren. Dus dingen die spelen, leggen ze bij mij neer. Dan nemen we samen met het bestuur een beslissing. Het is vooral overkoepelend. Voor problemen of indelingen komen ze bij mij.” Allemaal met maar één doel: “De mensen moeten een warm gevoel krijgen bij onze club, daar gaat het om.”

Hoge ogen

Ook bij het eerste elftal gaat het om maar één ding. “Promoveren! Als je eenmaal in die vijfde klasse zit, is het heel lastig om eruit te komen. Maar we moeten gewoon naar die vierde klasse. Als ik zie wat we hebben lopen en wat eraan zit te komen, zijn we dat verplicht.” Daarvoor moeten niet alleen op het veld, maar ook de dingen buiten het veld goed geregeld zijn. De zogeheten randzaken. “De communicatie. Van het bestuur naar de coördinatoren en de trainers van het eerste. Dat liet altijd te wensen over, maar gaat nu al stukken beter. Vroeger had echt iedereen alleen zijn eigen taakje.” Zijn liefde voor de club en het spelletje spat er in ieder geval vanaf. “Ik vind het gewoon heel leuk om mijn ‘drive’ over voetbal over te brengen. Vanaf dat ze vijf of zes zijn, ben ik met de JO17 meegegroeid, dat vind ik prachtig. Twee jongens daarvan lopen al bij het eerste.” Zijn positieve gevoel steekt Faas dan ook niet onder stoelen of banken. “Over vijf jaar denk ik gewoon dat we een derdeklasser zijn. Er zit zoveel moois aan te komen. In deze competitie wordt er meer gevraagd dan leuk voetballen, als we promoveren, gaan we echt hoge ogen gooien!”

Klik op TVC voor het laatste artikel van de club

Na één jaar GSA is het tijd voor de volgende stap

Iets meer dan een jaar geleden zag de Girls Soccer Academy van Boeimeer het levenslicht. In een gat duiken en het meidenvoetbal naar een hoger niveau tillen, dat was de bedoeling. Een seizoen onderweg en vol met ambitie later, blikken voorzitter Richard Breedijk en teammanager Ingrid Breeman terug. Want, is het gelukt?

Bij die vraag kan de voorzitter een voorzichtige glimlach niet onderdrukken. “Als je ziet waar we vandaan kwamen, vanaf nul, en waar we nu zijn. Dan ben ik echt tevreden. Die meiden hebben plezier en presteren op het veld, dat moeten we uit gaan bouwen.” Want bij Boeimeer begonnen ze in december 2020 echt ‘from scratch’, vertelt Breedijk. “We wilden de meiden wat speciaals aanbieden. In Breda was dat er eigenlijk niet echt, volgens ons kon het serieuzer. Toen hebben we een promotievideo gemaakt, die kwam begin februari online, zo is het begonnen.” Na online, waaronder via Instagram, reclame te hebben gemaakt, begon het balletje te rollen. “De aanmeldingen stroomden binnen. Vanuit daar zijn we selectietrainingen gaan doen, zelfs Robert Maaskant kwam langs!”

kootstra_new

Gedreven

En als Breedijk zegt serieus, bedoelt hij ook echt serieus. “We hebben van alle speelsters de maten opgevraagd, zodat ze vanaf de eerste training allemaal in dezelfde kleren liepen. Dat is een stukje uitstraling.” En dat blijkt te werken. “Er kwam ineens een aanmelding binnen van iemand die halverwege Nijmegen en Venlo woont, die voetbalt hier nu gewoon.” In de MO17, want hoewel het de bedoeling was om ook een MO15 te starten, is dat een seizoen vooruitgeschoven. Ingrid Breeman ziet de ontwikkeling. “Ze hebben enorme stappen gemaakt, kunnen nu al meedraaien in die hoofdklasse. Iedere dag worden ze beter, ook omdat ze zo ontzettend gedreven zijn.” Als teammanager zorgt ze voor oefenwedstrijden en alle randzaken. “Als aanspreekpunt, de meiden kunnen altijd bij mij terecht. Alles moet spic en span zijn.” Breedijk zag in een eerder stadium al de behoefte. “Ik werd benaderd door een ouder, van twee ambitieuze meiden, of Boeimeer op dit vlak niet wat kon doen? Dat was voor mij een duidelijk signaal.” Maar stilstand is achteruitgang en dus moet het steeds weer een stapje beter. “We willen graag een MO15 gaan maken en het niveau van de MO17 moet omhoog, zodat we naar die divisie kunnen. Er zit nog zoveel meer in”, vertelt Breeman. Breedijk vult aan. “Dan moet je ook denken aan doorselecteren, dat hoort er ook bij als je wilt presteren. Inmiddels hebben we nieuwe aanmeldingen uit Zevenbergen, Roosendaal, Sleeuwijk en zelfs Vlissingen, dat zegt wel iets.”

Aantrekkingskracht

Tegelijkertijd zorgt die ontwikkeling ook voor een ander effect, weet de voorzitter. “Onze speelsters worden interessant voor andere clubs, maar hoe mooi is dat? Andere meiden zien ook dat zoiets dus mogelijk is als ze hier komen voetballen, dat zorgt voor aantrekkingskracht.” Breeman hoort alleen maar positieve verhalen van speelsters, die drie keer per week trainen onder leiding van oud-international Mildred Baal. “Ze vinden het één groot leerproces en hebben echt plezier. Gelukkig zien ze toekomst in ‘GSA’, want dat doen wij ook!” Breedijk is dan ook blij dat ze de sprong een jaar geleden hebben gewaagd. “Het is mooi om te zien dat het echt iets toevoegt aan Boeimeer. Je merkt dat de vereniging leeft.” Maar dat gaat niet vanzelf. “Het kost veel tijd en energie, dus het is geen eenmalig feestje. Stap één was de hoofdklasse, nu willen we groeien in de breedte en naar die divisie.” Ook op lange termijn liggen de plannen al klaar. “Over een paar jaar hebben we hopelijk een MO20, dat is wat betreft jeugd wel het einddoel. Daarna willen we de senioren naar een hoger niveau gaan tillen, maar dat kost jaren.” Zoals een echte voorzitter betaamt, doet Breedijk tot slot nog een oproep. “Mochten er meiden interesse hebben of graag deel uit willen maken van onze Academy, dan nodigen we ze van harte uit!”

Klik op Boeimeer voor het laatste artikel van de club

‘Hoe komt het, dat het toch niet gelukt is?’

Soms passen dingen minder goed bij elkaar dan je vooraf had gedacht. Precies tot die conclusie kwamen tweedeklasser Beek Vooruit en hoofdtrainer Marcel van Helmond na een samenwerking van twee jaar. En dus neemt de oefenmeester afscheid met een dubbel gevoel. “Het voelde soms een beetje als de groep tegen de trainer.”

Vol goede moed begon Van Helmond twee zomers geleden aan zijn nieuwe klus bij Beek Vooruit, een ambitieuze doelstelling lachte hem toe. “We wilden promoveren. Ik had ook echt het gevoel dat het moest kunnen lukken.” Nu, een afgebroken seizoen en een onderbroken competitie verder, kijkt de 55-jarige inwoner van Oosterhout nog eens terug op het huwelijk dat na dit jaar op zijn einde loopt. “Het is niet geworden wat we allebei hadden verwacht, het klikte gewoon niet. Ik wilde graag aanvallen, maar de jongens zagen dat niet zo zitten.”

kootstra_new

Niet op één lijn

Voor Beek Vooruit een flinke cultuurshock, zag ook Van Helmond. “Ze zijn toch meer gewend om in te zakken en er dan snel uit te komen, terwijl ik graag dominant speel. Die visies gingen niet goed samen.” En dus kon de conclusie na een aantal gesprekken wel worden getrokken. “Te verschillend. Dan is een spelersgroep niet blij, maar ik als trainer ook niet. Als je niet op één lijn kunt komen, past het misschien toch niet.” Maar zo gemakkelijk legde Van Helmond zich daar de afgelopen maanden natuurlijk niet bij neer. “Je kunt een visie niet doordrukken, dus ik ben wel gaan aanpassen. In de winterstop hebben we met elkaar afgesproken dat we iets meer in gaan zakken en dat werkt.” Over zijn spelersgroep is de oud-profvoetballer van onder meer NAC, FC Den Bosch en RBC uitsluitend positief. “De instelling is fantastisch. Ze staan achter het plan en geven alles, dus dat gaan we niet meer veranderen.” Dat was ook voor hem een les. “Wat past dan wel? Als iets niet werkt en je gaat er toch mee door, ben je niet slim bezig. Uiteindelijk moet je het aanpassen aan het materiaal.” En dus maakt de ploeg nu minder goals, maar krijgt het er ook een stuk minder tegen. “Uiteindelijk draait het om resultaat, daar word je gelukkig van.” Al waren daar de nodige gesprekken voor nodig. “Soms leek het een beetje de groep tegen de trainer, maar ik ben onderdeel van die groep. Iedereen heeft zijn zegje kunnen doen.”

De zaterdag

Die zoektocht naar de juiste speelwijze leverde Beek Vooruit in de eerste seizoenshelft een plek in de middenmoot op, Van Helmond denkt dat zijn ploeg nog gaat stijgen. “Dat weet ik zeker! We hebben ook te maken gehad met heel veel blessures, nu zijn ze bijna allemaal weer fit. Als we dit vol kunnen houden, kunnen we ver komen. Dan ga ik nog steeds voor de eerste vijf.” De manier waarop is in ieder geval duidelijk. “Met ‘de Schalkjes’ gaan wij sowieso doelpunten maken, maar hoe gaan we ze voorkomen? Hoe zet je druk? Dat hebben we nu beter onder controle. We zullen echt nog wel tegen een zeperd aanlopen, maar met deze motivatie worden we niet meer weggespeeld.” Want ondanks alles hoopt Van Helmond zijn roerige tijd met een prettig gevoel af te kunnen sluiten. “Als we vijfde worden, kijk ik positief terug, dan hebben we het gewoon goed gedaan.” Daarna stort hij zich bij NEO’25 in een nieuw avontuur, maar dan weer op de zaterdag. “Ik denk dat een zaterdagclub toch beter bij mij past, vooral vanwege mijn manier van trainen. Dat is best pittig, op zondag heb je dan gewoon minder rust. Daardoor krijg je misschien ook meer blessures. Voor mijn manier van spelen moet je topfit zijn.” Maar voordat hij aan die klus begint, wil Van Helmond goed eindigen bij Beek Vooruit. Daarna kijkt hij tijdens de zomerstop nog eens rustig in de spiegel. “Dan moet je ook eerlijk zijn tegen jezelf. Hoe komt het, dat het toch niet helemaal gelukt is?”

Klik op Beek vooruit voor het laatste artikel van de club

‘Iedereen is trots om sponsor van Bavel te zijn’

“Als we niet genoeg sponsoren zouden hebben? Dan gaat de stekker eruit, je kunt als club niet zonder.” Met die zin maakt Eric Joossen, voorzitter van de sponsorcommissie van Bavel, duidelijk waarom hun werk zo belangrijk is. En daarom doen ze het bij de Bredase tweedeklasser met een sterk team graag goed, maar goed kan altijd beter.

En als iemand weet hoe essentieel een trouwe groep sponsoren is, dan is het Joossen wel. Want na zes jaar als voorzitter van de club, is hij dat nu van de sponsorcommissie. “We doen eigenlijk alles op het gebied van sponsoring. Zodat we het naar een hoger niveau te kunnen tillen. Plannen bedenken om sponsoren te werven, vergaderingen houden en actief op zoek.”

mediplus banner

Continuïteit

Om dat voor elkaar te krijgen, komen ze geregeld bij elkaar. “Iedere zes weken bespreken we met elkaar welke acties er uitgevoerd moeten worden. Van het overhalen van kandidaatsponsoren, tot het onderhouden van bestaande sponsors. Al met al toch een fors takenpakket.” Bestaande uit het plaatsen van reclameborden, het schrijven van een nieuwsbrief of het organiseren van sponsorevenemeten. “Dat doen we dan bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd van het eerste, dan maken we er een feestje van. Altijd goede momenten om even bij te praten.” Want met ruim 100 sponsoren is er altijd wel wat te vertellen. “We denken ook aan een netwerkborrel. Hoe kunnen we dat voor iedereen leuk maken? Wel op zijn Bavels, met een lekker potje bier erbij.” Hoe je het ook wendt of keert, alles draait om het onderhouden van de relatie. “Het gaat om kwaliteit en continuïteit. Ben je in staat om hoofdsponsors te binden? Een aantal keer per jaar evalueren we dat, ze willen natuurlijk ook graag weten hoe het bij de club gaat. Dan is ook Christel Geerts, onze voorzitter, van de partij.”

het-uitzendbureau-breda

Warm bad

Zoiets kost tijd en energie, maar dat hebben ze er bij Bavel graag voor over. Want Joossen doet het absoluut niet alleen, benadrukt hij nog maar eens. “We hebben een goede en duidelijke rolverdeling. Ad Voesenek zet zich actief in om sponsoren te werven, Ronald Kosczcol staat in contact met de jeugdafdeling en Jeroen Theunis verzorgt de communicatie.” Maar dat is nog lang niet alles. “Hans Houtepen houdt de administratie bij, Piet Laming zorgt er samen met de klusploeg voor dat de borden netjes worden opgehangen en onderhouden, terwijl Ingrid Staring verantwoordelijk is voor de website.” Tot slot zorgt Jack Maas voor de evenementen en projecten, ook hij sluit nog even aan tijdens het gesprek. “De commissie kon wel een opfrisser gebruiken en voor mij was dit een leuke nieuwe uitdaging. We zijn allemaal begaan met de club, dan steek je die tijd er graag in.” Joossen benadrukt nog maar eens het belang. “Je kunt als vereniging niet alleen leven van de contributie en de kantine, er is geld nodig. Anders gaat de stekker eruit.” Daar is bij Bavel gelukkig allesbehalve sprake van, vertelt Maas. “We hebben een diversiteit aan sponsoren, zodat je een tegenvaller altijd op kunt vangen. Ik ben vooral blij met de binding die we hebben met elkaar, daarin zijn we eensgezind. Iedereen is echt trots om sponsor te zijn van Bavel.” Gunnen en iemand een warm hart toedragen. “Zij doen dat bij ons en wij doen dat weer met ons werk voor de club. Iedere keer kom je weer in een warm bad terecht, het wordt gewaardeerd en op die manier krijg je ook heel veel energie van wat je doet.”

Klik op Bavel voor het laatste artikel van de club

Van Rijsbergen: irritante spits en avonturier ineen

Hij verhuisde op zijn zesde naar Polen, voetbalde vervolgens in Griekenland en komt sinds een jaar of twaalf uit voor RKVV GESTA. Het klinkt niet als de meest logische route op weg naar de vierde klasse, maar voor Jules van Rijsbergen is het de normaalste zaak van de wereld. “Niemand doet hier gekke dingen, het is lekker gemoedelijk.”

De 26-jarige spits voetbalde voor hij in Galder voet op een grasveld zette, nooit eerder bij een Nederlandse amateurclub. Dat vraagt om uitleg. “Voor het werk van mijn vader verhuisden we naar Polen. Daar heb ik nog bij een BVO gespeeld, in de F’tjes en E’tjes, daarna gingen we door naar Griekenland.” In dat land was het allemaal iets minder georganiseerd, vertelt hij. “Daar heb ik wel op het schoolplein en in een schoolelftal gevoetbald, meer niet echt.”

kootstra_new

Uitlaatklep

Op veertienjarige leeftijd keerde Van Rijsbergen terug naar Nederland en kwam hij terecht bij GESTA. “Dat was bij ons in het dorp, dus die keuze is dan heel logisch.” En daar heeft hij tot op de dag vandaag geen seconde spijt van gehad. “Het is een vriendenteam, je kent iedereen en het is gezellig. GESTA is eigenlijk gewoon een makkelijke club.” Dat vriendenteam moest hij de afgelopen maanden wel even missen, maar Van Rijsbergen zat allesbehalve stil. “Ik werk in het ziekenhuis, op de spoedeisende hulp, dus ik had het druk zat. Maar je mist de voetbal wel, het is toch een uitlaatklep.” De aanvaller liep hard, ging naar de sportschool, maar dat is toch anders. “Het is ook een sociaal iets, dat maakt het voor mij juist zo fijn. Lekker met je vrienden in de kantine.” Hoe gezellig ook, op het veld moet er natuurlijk gepresteerd worden. Vooral het begin was wisselvallig, vertelt Van Rijsbergen. “We speelden 3-5-2, dat was nieuw voor ons, dus daar moesten we aan wennen.” Toch noemt hij de resultaten en een plek in de subtop ‘redelijk’. “We wilden proberen om te promoveren, dat was onze doelstelling. Het lijkt er wel op dat we mee kunnen doen.” Dat zullen ze overigens doen in een vertrouwd 4-3-3 systeem. “Door een gescheurde kruisband, gebroken enkel en iemand die naar Korea is, missen we drie cruciale spelers. Toch blijft ons doel om de nacompetitie te halen.”

Irritante spits

Een nederlaag tegen Jong Brabant gooide wat dat betreft een klein beetje roet in het eten. “Dat was niet onze dag. We hebben vooral tegen onszelf gevoetbald. Op kunstgras zijn we op één of andere manier ook altijd minder.” Plaats vier lijkt dan ook het hoogst haalbare. “Dat is wel het meest realistische, het kampioenschap is te hoog gegrepen.” In een competitie die anders is dan in voorgaande jaren. “Meer tegenstanders richting Tilburg, veel kunstgras en toch ander volk. Dat botst nog weleens.” Al kan Van Rijsbergen er zelf ook wel wat van, moet hij bekennen. “Ik ben op het veld een heel irritante spits voor tegenstanders. Sleuren, trekken en altijd het randje opzoeken.” En soms eroverheen. “Het heeft me al flink wat kaarten gekost, laatst was ik ook weer een duel geschorst. Je wordt soms heel de wedstrijd uitgescholden, dan zeg je één keer wat terug…” De teller wat betreft doelpunten staat voor de inwoner van Breda inmiddels op drie, daar moeten er nog wel een paar bij gaan komen, vindt hij. “Zeker voor de winterstop heb ik niet alles gespeeld, nu heb ik mij wel weer in de basis geknokt. Voor het seizoen zei ik dat het er tien zouden worden, nu mik ik op acht!”

Klik op RKVV Gesta voor het laatste artikel van de club

Één-tweetje met Ruben en Dogukan van Smitshoek

Ruben Wolleswinkel en Dogukan Bulut zijn binnen het voetbal teamgenoten en buiten het voetbal ook nog eens goede vrienden. Tezamen spelen zij bij Smitshoek 11, waar ze de competitie verpulveren en strijden voor het zilverwaar aan het einde van het seizoen.

Dominos_voorjaar2021

Ruben is twintig jaar en sinds zijn vijfde speelt hij al voetbal. Hij heeft vaak in de selectie elftallen gespeeld, van tweede klasse niveau tot aan de hoofdklasse. Zijn huidige positie is rechtsachter, maar door de jaren heen heeft Wolleswinkel op bijna elke positie gestaan. Dogukan is negentien en werkt fulltime als operator. Hij heeft voorheen bij Spartaan’20 gespeeld op hoofdklasse en vierde divisie, bij Besiktas was hij actief op eerste klasse niveau. Samen zijn ze teamgenoten en goede vrienden van elkaar.

Killer voor de goal
We vroegen aan beide mannen wat van elkaar de beste én slechtste eigenschap was. Ruben antwoordde hiervoor over Dogukan: “Zijn slechte eigenschap is dat die in het veld snel geïrriteerd kan raken en daardoor soms zijn spel ook minder is. Zijn goeie eigenschap is dat hij beschikt over een hele goeie techniek en een echte killer is voor het doel.” Dogukan reageert daar op eigen wijze gelukkig weer op. “Naast voetballen gaan we ook naar de gym, ik merk dat Ruben daar snel vooroordelen kan hebben, dat is zijn slechte eigenschap. Een betere eigenschap van hem is dat, ook al spreek je hem jaren niet, hij nog steeds op dezelfde manier tegen je zal doen als de laatste keer”, aldus Bulut.

Francesco Totti
Volgens Ruben heeft Dogukan al een mooie carrière achter de rug. “Hij heeft prima clubs gehad en altijd op een goed niveau gespeeld. Gelukkig is hij nog lang niet klaar en gaat hij Smitshoek 11 nog een paar keer prijzen bezorgen”, aldus Wolleswinkel. Andersom vind Dogukan ook de loopbaan van zijn goede vriend eentje om aan te prijzen. “Ruben is heel trouw gebleven aan Smitshoek. Hij doet me een beetje denken aan Totti, helaas heeft hij niet op zulk hoog niveau gespeeld”, zegt hij lachend.

Kampioenschap en voetballen tegen profclubs
De hoogtepunten in de voetbalcarrière van Ruben weet hij nog al te goed. “Dat zijn ongetwijfeld de kampioenschappen in de F2 en B4”, aldus hemzelf. Zijn dieptepunt is dat hij soms net buiten de boot van het hoogste team viel, wat voor hem een tegenslag was. Voor Dogukan is het niveau waarop hij heeft gespeeld een hoogtepunt. “Ik mocht bij Spartaan’20 meedoen met de JO13-1. Die speelden eerste divisie en dus kwam ik tegen tegenstanders als Willem II en NAC Breda. Dat waren leuke wedstrijden om mee te spelen”, zegt hij.

phonedirect

Smitshoek op de kaart zetten
Sinds dit seizoen zijn de vrienden samen actief bij Smitshoek. “Ik zag potentie in Dogukan en besloot hem naar Smitshoek te halen”, zegt Ruben. Wat de club zo bijzonder maakt is uiteraard dat de mannen er zelf spelen, zeggen ze zelf. Daarnaast zorgen ze ervoor dat Smitshoek ‘op de kaart’ wordt gezet. De sfeer in de ploeg is bovendien top, dat gecombineerd met het vele winnen zorgt ervoor dat ze niet te stoppen zijn. De mannen gunnen elkaar het beste in hun carrière en hopen samen nog veel seizoenen te mogen slijten op de groene velden.

Klik de link voor een recent artikel over Smitshoek

Caribisch avontuur voor Otmar van Deventer van HVC’10

Hoekenees Otmar van Deventer vertrok begin 2022 met zijn gezin naar Aruba. Zo komt, in ieder geval voorlopig, een einde aan een lange periode van Otmar in het blauwzwart. Hij speelde eerder in de jeugd bij VV Hoek van Holland en keerde in 2009, na omzwervingen langs onder meer ADO Den Haag, Westlandia en de ‘s-Gravenzandse SV, in 2009 terug in Hoek van Holland. Een jaar voor de fusie tussen Hoekse Boys en VV Hoek van Holland ging Otmar samen met vrienden in het eerste elftal spelen. Het bracht hem naar eigen zeggen zijn mooiste ervaringen als voetballer.

ZWSports_251098

Hoek van Holland – Jarenlang heb ik iedere zaterdag naar een wedstrijd toegeleefd. Vanwege corona kon ik er de afgelopen tijd al een beetje aan wennen, leven zonder voetbal. Ik ga HVC’10 zeker missen, ik voel me sterk verbonden aan de vereniging, de mensen die er spelen en al die vrijwilligers. Ik vind het best vervelend dat ik er halverwege het seizoen als trainer van het tweede elftal moest stoppen. Het voelt ook een beetje alsof ik de jongens van het tweede in de steek laat. Maar aan de andere kant: dit is een kans die maar één keer in mijn leven voorbijkomt. Ik ben gaan werken als GZ-psycholoog bij een polikliniek GGZ Kind en Jeugd op Aruba. Daar help ik kinderen om te herstellen van mentale problemen. Hij raakte getriggerd door verhalen van collega’s die eerder al naar Aruba zijn gegaan. ,,Tot nu toe bevalt het goed. Ik heb elke dag de mogelijkheid om na mijn werk te genieten van zon, zee en strand. De intentie is om twee tot vier jaar op Aruba te blijven. Voor een langere periode kan ik mijn familie en vrienden niet missen. Het is voor mij, mijn vrouw en zoontje een mooie levenservaring waar we elke dag zo veel mogelijk van proberen te genieten.’’

 

,,Als kleine jongen ben ik begonnen bij VV Hoek van Holland. Daar ben ik gescout door ADO Den Haag voor de jeugdopleiding. Daarna heb ik nog gevoetbald in de jeugd bij s-Gravenzandse SV, DHC en Westlandia. Toen ben ik een jaar gestopt en daarna ben ik met vrienden gaan voetballen bij VV Monster. Vervolgens naar s-Gravenzandse SV en HVC’10. Ik heb een mooie, waardevolle tijd voetbalcarrière gehad, waarin ik met veel verschillende mensen in aanraking ben gekomen. Ik heb veel geleerd, nog wel het meeste op sociaal gebied. Vrienden die ik heb overgehouden aan het voetbal koester ik het meest. Achteraf gezien had ik, vooral in de jeugd, er meer van willen genieten. Dat ben ik later bij HVC’10 pas gaan leren, om op en rond het veld bewust te genieten van het spelletje en alles eromheen. Mijn jeugd speelde zich voornamelijk af bij ADO Den Haag, Ondanks dat veel was ingericht op presteren en te weinig op plezier, heeft deze periode een behoorlijke invloed gehad op wie ik nu ben. Hoogtepunten heb ik bij HVC’10 beleefd. Dat startte toen we met een aantal vrienden in het laatste jaar van Hoekse Boys kampioen werden van de vierde klasse. Daarna volgde direct het kampioenschap in de derde klasse waarop we jarenlang in de tweede klasse hebben gespeeld. Het absolute hoogtepunt was de promotie via de nacompetitie naar de eerste klasse. Hier hadden we jarenlang vanaf de vierde klasse naar toe gewerkt. Een dieptepunt voor mij was dat we maar één seizoen in de eerste klasse hebben gevoetbald. Ik krijg hier nog steeds een naar gevoel van als ik eraan denk. Met het team wat we hadden, was dat niet nodig geweest. Gedurende mijn voetballeven heb ik vaak last gehad van blessures aan mijn lies. Hierdoor heb ik veel minder wedstrijden kunnen spelen dan ik had gewild en denk ik met pijn in mijn hart terug aan het moment dat ik op mijn 30e moest stoppen. Ik had ontzettend graag nu nog in de selectie gespeeld, dat doet eigenlijk nog steeds pijn. In 2018 ben ik trainer geworden van het tweede elftal. Ik was al een aantal jaar als jeugdtrainer actief en ben met veel enthousiasme aan de slag gegaan met John Kraan. Mijn passie voor en gedachten over het spelletje kon ik mooi kwijt. Het was leuk en leerzaam om in een andere rol het voetbal te beleven en jonge spelers te begeleiden in hun ontwikkeling. Eerlijk gezegd is door de corona het plezier hierin wel verminderd de afgelopen twee seizoenen. Met veel plezier trapte ik nog een balletje met het vijfde mee. Gelukkig kon dat fysiek gezien weer vanaf mijn 32e. Ik woon  pas een paar maanden op Aruba en heb meegetraind met het team van de broer van Steve Escalona (oud-speler HVC’10). Dat is een team met name met jongens rond de 40. Ik werd al snel tot ‘Jaap Stam’ gebombardeerd. Waarschijnlijk kan ik bij dit team aansluiten in het spelen van wedstrijden. Dat zou ik hartstikke leuk vinden, want voetbal is en blijft mijn grootste hobby. En een mooie manier om contact te leggen met de mensen hier op het eiland.’’

Klik op HVC’10 voor het laatste artikel van de club.

 

 

 

Doelman Maarten van der Want droomt van Serie A

Westlander Van der Want doorliep de jeugdopleiding van ADO Den Haag, maar is inmiddels alweer acht jaar in Italië actief. Dit seizoen verdedigt Maarten van der Want opnieuw het doel van Olbia Calcio uitkomend in de Serie C. “Ik hoop uiteindelijk in de Serie A te komen en internationaal te worden voor Zuid-Afrika.

ZWSports_251098

Honselersdijk – ,,Al vanaf toen ik klein was, was ik eigenlijk altijd degene die op doel stond. Dat begon al met voetballen in de achtertuin met mijn vrienden tot voetballen bij Honselersdijk in mijn vrije tijd. Vervolgens ben ik niet meer uit het doel gegaan. Als doelman noemt hij zichzelf een technische keeper. Ik ben een allrounder. Ik kan van alles wel goed, maar ik heb geen punt waarvan ik zeg dat het mijn specialiteit is.” De 27-jarige sluitpost uit Honselersdijk is inmiddels alweer acht seizoenen actief in Italië. Hij begon er bij Virtus Entella, maar stapte na één seizoen over na Olbia Calcio. Olbia is de vierde stad van Sardinië. In hun stadion kunnen bijna vierduizend toeschouwers plaatsnemen.

Olbia werkt sinds 2016 intensief samen met Cagliari, waardoor diverse jonge talenten uit de Sardijnse hoofdstad in het noorden van het eiland worden gestald. ,,We hopen ons dit seizoen snel veilig te spelen. Het niveau van de Serie C is te vergelijken met de Keuken Kampioen Divisie. Maar het gaat hier wel om winnen, de manier waarop maakt niet uit en dan het liefst zonder tegendoelpunten. Een aantal clubs heeft ook mooie stadions, dan denk ik aan Mondena, AC Reggiana en Siena. Maar net zoals voor heel Italië geldt, tachtig procent is oud.” De uitduels vormen voor Olbia Calcio telkens vliegreizen. “Vaak vliegen we één en soms twee dagen voor de wedstrijd al naar de tegenstander. Ik vind vliegen geen probleem, ik ben het inmiddels gewend. Het is beter dan zes uur in de bus zitten.’’ In 2014 maakte Van der Want op negentienjarige leeftijd de stap van ADO Den Haag naar Italië. Ook stond hij tussen de palen bij Westlandia en SV Honselersdijk. Eerst ging hij naar Virtus Entella, een club uit de Serie B. ,,In mijn voorlaatste jaar bij ADO werd ik gebeld door een tussenpersoon met de vraag of ik interesse had om naar Italië te gaan. Daar had ik wel oren naar. Na een jaar stapte de sluitpost over naar Olbia. “Dat betekende niet alleen een nieuwe uitdaging, ik zag daar ook meer kans op speeltijd. Sardinië is misschien wel een van de mooiste plekken van Europa. Daar voetballen leek me geweldig.’’ Daar heeft hij nog geen moment spijt van gekregen. ,,Olbia is een heel warme club, waar ik me thuis voel. Een club met ambitie en een club die wat uit wil stralen. Alles is ook uitstekend georganiseerd. De trainingen zijn van een hoog niveau en trainers krijgen bij ons een kans om zich te ontwikkelen. Mooi voorbeeld is Sabino Oliva, vorig jaar werkte hij samen met Marco Savorani bij AS Roma, Savorani is op dit moment de keeperstrainer van Tottenham Hotspurs. We zijn de tweede club in onze regio na Cagliari wat in de serie A speelt. Omdat Olbia op het eiland Sardinië ligt wordt het eigenlijk overal op het eiland gevolgd.’’

Van der Want voelt zich op zijn plaats. Ik heb het geweldig naar mijn zin hier. Het gevoel dat ik hier heb zal ik niet snel op een andere plek tegenkomen. Uiteraard, het leven is een heel stuk anders dan in Nederland, er wordt veel meer buiten geleefd. Je gaat een stuk vaker uiteten, maar daar zijn de prijzen ook wel een beetje voor gemaakt. De club heeft een plek in mijn hart gekregen. Ik ben niet alleen speler van de club, maar ook supporter.’’ Hij spreekt vloeiend Italiaans. Hij heeft ook een Italiaanse vriendin. Samen hebben ze drie kinderen. ,,Op dit moment het ik het hartstikke naar mijn zin hier, maar uiteraard wil ik zo hoog mogelijk te komen voetballen, je moet altijd blijven dromen. Als je echt over grote dromen praat is het toch wel internationale worden, maar dat zal er via Nederland hoogstwaarschijnlijk niet in zitten. Misschien gaat het lukken via Zuid-Afrika. Is namelijk het geboorteland van mijn vader. Uitkomen in de Serie A is ook een droom voor elke keeper. En ik zou ook nog wel een keer in Nederland willen voetballen. Maar zou het ook zeker ook niet erg vinden om hier nog tien jaar te zitten. Natuurlijk mis ik mijn familie uit Nederland. Gelukkig heb ik heel veel contact met ze. Mijn beide ouders wonen in Naaldwijk, mijn oom Piet van Dreumel woont in Honselersdijk en mijn vrienden zijn een beetje verspreid over het Westland. Elke zomer kom ik terug om mijn vakantie door te brengen in het Westland. Het is en blijft mijn thuis.’’

René van Delft Technisch Coördinator Junioren SC Monster gaat met pensioen

Oud-prof René van Delft heeft het bestuur van SC Monster laten weten aan het einde van dit seizoen te stoppen. Mijn hele leven lang ben ik dag en nacht met voetbal bezig geweest, nu is het tijd dat de jonge garde het gaat overnemen. Ik ben echt super trots welke stappen we bij Monster hebben gemaakt. Hoofd Jeugdopleidingen Mike Groenewegen is een kind van de club die de ingezette weg een vervolg gaat geven en nog jaren mee kan.

ZWSports_251098

Monster – René van Delft (61) had voor een voetballoopbaan als prof er in zijn jeugd alles voor gelaten. Hij wilde immers slagen als broodvoetballer, hetgeen hem ook gelukt is. Zijn droom is uitgekomen om van jeugdspeler bij Celeritas uiteindelijk prof te worden. Na zijn jeugdperiode bij ADO kon de balvaardige middenvelder ook een contract tekenen bij Feyenoord in Rotterdam. ,,Dat werd, hoe kan het ook anders, de club die mij de gelegenheid bood op de hoogste landelijke jeugdplatforms te voetballen, FC Den Haag. Ik startte in het tweede elftal. Na twee jaar sloot ik aan bij het eerste elftal. Ik kwam als jonge 19-jarige speler bij het eerste elftal en was in totaal zes jaar als contractspeler verbonden aan FC Den Haag. Twee jaar eredivisie en vier jaar eerste divisie.”

Waar René van Delft in zijn jeugdperiode bijna nooit te maken kreeg met ernstige blessures en degradaties, in zijn profcarrière hebben zwaarwegende kwetsuren, alsook degradaties wel voor dieptepunten gezorgd en een echte doorbraak in de weg gestaan. ,,In mijn eerste contractjaar bij FC Den Haag werd ik geconfronteerd met de ziekte van Pfeiffer. Toen ik weer fit was kreeg ik last van mijn knie. Tijdens de operatie bleek dat ik losse stukjes kraakbeen had, die toen verwijderd moesten worden. Dat kostte veel hersteltijd. Toch wist ik mij weer bij het eerste elftal te spelen. Dat jaar werd het eredivisieschap nog veiliggesteld. Het jaar daarop, in het seizoen 1980/1981, was mijn grootste anticlimax, met degradatie naar de eerste divisie tot gevolg. Na de ziekte van Pfeiffer en de operatie aan kraakbeenletsel in mijn knie, heb ik nooit meer mijn beste niveau gehaald. Fysiek en ook wel mentaal kwam ik tekort voor de top. Na mijn proftijd heb ik op het hoogste amateurniveau gespeeld bij DHC en RVC. Hierna ben ik op amateurniveau gaan afbouwen bij vv Monster, waar ik tegelijkertijd gestart ben met mijn trainerscarrière. Ik was naast eerste elftalspeler ook trainer van het derde en vierde elftal. In deze tijd heb ik de basis gelegd voor het trainerschap. Ook het vooral plezier hebben in het voetballen, hoe gek het ook klinkt, na mijn profperiode bij de clubs vv Monster, RVC en DHC waren hoogtepunten in mijn seniorentijd”.

Op de vraag wat de drijfveer was na een actieve voetbalcarrière zich op het trainersvak te gaan toeleggen, antwoordde René van Delft: ,,Ik vond het training geven bij de B-selectie van vv Monster zo leuk, dat ik mijzelf hierin verder wilde ontwikkelen. Op een gegeven moment werd ik door Mark Wotte gebeld, destijds Hoofdopleiding bij ADO Den Haag. Hij vroeg of ik als oud-speler iets voor de jeugdopleiding van ADO kon betekenen en wat wilde doen. Zo ben ik gestart als jeugdtrainer. In totaal ben ik 17 jaar werkzaam geweest in de jeugdopleiding van ADO Den Haag.” Het doel van training geven bij een BVO en bij een amateurclub is in de ogen van René van Delft verschillend en anders. ,,Bij ADO Den Haag proberen alle spelers, met hulp van de trainers zich zodanig te ontwikkelen dat hun ambitie, betaald voetbal halen, bereikt wordt. Zij zetten hier bijna alles voor opzij. Het is enkel school en voetbal waarvoor zij dagelijks leven. Bij SC Monster is het doel spelers te laten doorstromen naar het eerste elftal. Spelers van Monster spelen als hobby bij onze amateurclub en handelen, ieder op hun eigen manier en vermogen, daar ook naar. In 2018 ben ik begonnen als technisch Coördinator Junioren. Ik heb een voetbalvisie en die ben ik samen met andere mensen binnen Monster gaan uitrollen. Denk daarbij aan een uniforme wijze van trainen, spelen en selecteren. Ook ben ik hulp gaan bieden aan de begeleiding en opleiding van trainers binnen de recreatieteams. Ik ben er super trost op welke stappen we binnen de club hebben gezet. Alles is echt tot in de puntjes geregeld en we hebben sinds kort een videoanalyse. De jeugd heeft de laatste jaren stappen gemaakt en speelt op een hoog niveau. De volgende stap is drie keer per week trainen. Ondanks dat we twee jaar te maken hebben gehad met corona heb ik een mooie tijd gehad in het Westland. Hoofd Jeugdopleidingen Mike Groenewegen is een echte vakman die de lijnen nu gaat uitzetten.’’

Klik op SC Monster voor het laatste artikel over de club.

Volgens Jordy Luiten is alleen veldtraining niet genoeg

Jordy Luiten is een personal trainer die van zijn passie zijn werk maakt. Na zeven jaar in het vak te werken, een hoop cursussen en nog één jaar fysiotherapie te hebben gestudeerd, weet hij dat alleen voetbaltraining niet genoeg is.

“Ik ben nu al zeven jaar actief binnen de fitnesswereld, waar ik al veel mensen heb zien komen en gaan. In mijn jaren als fitnessinstructeur merkte ik dat er meer te behalen was dan kleine correcties, daarom ben ik personal trainer geworden”, vertelt hij. Hij haalt veel voldoening uit zijn werk en doet dit naast zijn fulltime studie: “Momenteel werk ik maandag tot en met donderdag, ook de zondag organiseer ik nog een bootcamp. Daarbuiten studeer ik Sport Communicatie op Fontys Hogeschool Tilburg.”  Zijn werk beschouwt hij als veelzijdig, maar het kent ook gebreken. “Helaas kan je als trainer maar tot in bepaalde mate coachen. In de zaal ben ik erbij, kan ik begeleiden, corrigeren en tips en tricks delen met klanten, maar zodra iemand thuis is, zijn het enkel adviezen. Het is maar de vraag wat de ontvanger er dan mee doet”, aldus Luiten.

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Opvallend

Wel is het de laatste tijd goed zichtbaar dat er veel blessures zijn volgens de trainer. “Helaas is iedereen genoodzaakt geweest thuis te zitten. Voor veel mensen heeft dit geresulteerd in verlaagde dagelijkse activiteit, waardoor het fysieke belastingniveau verlaagd is. Nu iedereen weer zijn/haar oude leven kan hervatten, zie je dat instappen op het laatst gekende niveau vaak te veel is, dat zorgt voor veel klachten en kwalen”, vertelt hij. Daarom benadrukt hij: “Het is belangrijk om daar rekening mee te houden, weten waar je geëindigd bent kan je helpen met het opnieuw opstellen van je basisniveau, zodat je het weer kan oppakken. Toch is het overleggen met een trainer wel aan te raden.”

Trainen en voetbal

Je ziet het in het profvoetbal, maar nog niet altijd in het amateurvoetbal. Spelers zijn naast hun activiteit op het veld ook bezig in en buiten de sportschool. Toch vindt Jordy niet per definitie de sportschool de enige oplossing: “De sportschool is fijn, het biedt een grote variatie aan sportmogelijkheden. Toch is het belangrijk dat je sporten combineert met anderen. Denk hierbij aan zo nu en dan het zwembad in gaan en baantjes trekken of een andere sport spelen zoals rugby of atletiek. De bewegingscomponenten van andere sporten zullen je helpen om niet alleen de belastbaarheid te vergroten, maar ook je lichaam te conditioneren met nieuwe bewegingstechnieken, die weer toe te passen in jouw spel op het veld”, vertelt Luiten.

Dominos_voorjaar2021

Preventief

Volgens de trainer is het niet helemaal haalbaar om honderdprocent blessures te vermijden. “Een ongeluk zit in een klein hoekje, dus je kan jezelf niet altijd behoeden op lichamelijk letsel. Toch kan je wel rekening houden met, denk hierbij aan een goede warming-up voor het sporten. Je kan het ook wat makkelijker maken door klachten voor jezelf een cijfer te geven op een schaal van één tot tien. Zo weet je dat wanneer je boven een zeven scoort er misschien naar gekeken moet worden door een professional. Ook kan je door verschillende trainingen ervoor zorgen dat je belastbaarheid vergroot en dat je daardoor minder kans loopt op lichamelijk letsel tijdens activiteit”, vertelt hij. Al met al, genoeg om over na te denken. Helemaal met zijn uitspraak: “Als je het geld overhebt voor je auto om deze in onderhoud te zetten, waarom dan niet voor je lichaam? Uiteindelijk is dat de wagen waar je de rest van je leven mee moet doen, een auto kan je vervangen.”

Klik voor een recent artikel over een personal trainer

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.