Home Blog Pagina 467

Givairo Read: megatalent op de backpositie

0

Vorig seizoen schoot hij als een komeet door de jeugdopleiding van FC Volendam. Givairo Read begon bij de Onder 16 en eindigde bij het Jong-team in de Tweede Divisie. Daar is de zestienjarige vleugelverdediger nog steeds de jongste basiskracht. Het leverde hem onder meer een debuut in Oranje Onder 17 op. “Mijn droom is om een EK te spelen en de Champions League mee te maken. Ik heb geduld.”

Hij begon in de Onder 16, speelde in Onder 17, Onder 18 en debuteerde op 19 maart 2022 tegen ASWH in de Tweede Divisie. Givairo Read kende een stormachtig seizoen 2021/22 aan de Dijk. “In de Onder 18 heb ik maar één wedstrijd gespeeld. De kwartfinale van de KNVB Beker tegen sc Heerenveen. Zij speelden Eerste Divisie, wij Derde. Wonnen we daar met 2-1. Ik speelde goed. Een week later dacht ik opnieuw met Onder 18 mee te doen.”

“Op vrijdagavond kreeg ik een appje van de trainer dat ik met Jong FC Volendam mee moest. Zij speelden uit tegen Katwijk. Maar dat berichtje werd zo laat verstuurd dat ik al lag te slapen. De volgende ochtend werd ik wakker gebeld door een lid van de technische staf. Hij vertelde het. Een positieve verrassing, ik had nog nooit met Jong meegetraind. Ik moest me vroeg melden. Nerveus was ik niet. Voelde alleen gezonde wedstrijdspanning. Ik had niet verwacht dat het voetbal in Katwijk zo leefde. Met enorm veel supporters, vuurwerk en een prachtige beleving. Ik bleef op de bank. Vanaf die maandag trainde ik mee met Jong FC Volendam en een week later maakte ik mijn debuut.”

Read was vijftien en de jongste speler ooit van Jong FC Volendam. “Een geheim? Ik heb altijd mijn best gedaan en tracht leiderschap tonen. Weet je. Soms besef ik het niet eens. Anderen vragen ook aan me van ‘hoe voelt het?’. Ik voel me niet anders dan voorheen. Dit seizoen ben ik nog steeds de jongste, maar ik ervaar dat niet meer als speciaal. In het voorjaar van 2021 trainde ik soms zelfs mee met Onder 14. Daar kon ik mijn dribbels ontwikkelen. Nu train ik juist meer fysiek. Enkele keren per week ga ik na de veldtraining nog de gym in.”

Multifunctioneel
Hij begon dit seizoen als rechtsback, maar verhuisde eind september naar de linkerkant. “In de selectie hebben we meerdere rechtsbacks, maar geen linksachter. In het begin was het even wennen, maar door daar vaker te spelen word je alleen maar beter. Mijn linkerbeen kan ik op deze positie mooi ontwikkelen. Ik kan overal uit de voeten. Vorig seizoen in de Onder 16 begon ik als rechtsbuiten, daarna werd ik linksbuiten of stond ik achter de spitsen. Bij de Onder 13 begon ik als rechtsback en was ik daarna aanvaller. Het prettigst? Op tien is een mooie plek.” Als voorbeeld noemt hij João Cancelo, de Portugese back van Manchester City. “Niet alleen verdedigend, maar ook aanvallend goed en snel. Zijn conditie is top. Ik wil er ook naar toewerken om negentig minuten vol te kunnen gaan.”

Op 23 september debuteerde hij in Oranje. Met Onder 17 won hij een oefenduel van Ierland met 3-0. “De bondscoach (Pieter Schrassert Bert, red.) had mijn nummer aan mijn ploeggenoot Imran (Nazih, red.), die al langer international is, gevraagd. Hij wilde me als rechtsback zien. Het ging goed. Mijn moeder en broer waren erbij (in Escharen, red.). Helaas mocht ik mijn shirt niet houden. In januari is er weer een activiteit. Hopelijk word ik opnieuw opgeroepen.”

Hij deelde een kamer met Nazih en Skye Vink van Ajax. “We hebben samen bij Zeeburgia gevoetbald. Met de Onder 11 verloren we in ons laatste seizoen geen enkele wedstrijd. Terwijl we een aantal profclubs troffen. Ons hele team viel daarna uiteen en werd opgepikt door betaald voetbalclubs. Ik ontving een uitnodiging voor een trainingsstage bij FC Volendam. Ik wist dat ze voor die tijd nog een keer kwamen kijken. Daar werd ik niet nerveus van. Tijdens de wedstrijd vergat ik het zelfs. Na dat duel lieten ze weten dat ik rechtstreeks was toegelaten. Ik begon in de Onder 12.”

Read wordt elke ochtend met een busje opgehaald. “Twee keer in de week moet ik om 7.15 uur bij treinstation Amsterdam Bijlmer ArenA staan. Op maandag, dinsdag en donderdag om 7.45 uur. Dat is voor mij goed te doen. Het is twee haltes met de metro. In het busje kunnen acht jongens plaatsnemen, maar niet altijd is hij volledig gevuld. Ook Milan Engelander en Myron Mau-Assam uit mijn team stappen in. Terug kan ik vanwege mijn trainingsschema niet altijd met het busje. Moet ik vaak met de bus van Volendam naar Amsterdam Centraal en dan verder met de metro.”

De multifunctionele Amsterdammer gaat ook in Volendam naar school. “Ik volg vmbo-t op het Don Bosco College. Ik zit nu in mijn vierde jaar. Mijn eindexamenjaar. Ik ben niet bepaald een schooltype, maar ik lig goed op schema. Ik heb de vakken Nederlands, Duits, Engels, Wiskunde, Biologie en Geschiedenis in mijn pakket. Omdat ik vorig seizoen voor vier verschillende teams speelde, miste ik veel lessen. Mijn trainingstijden wisselden voortdurend. Ik ging slechts nipt over. Mijn tentamens dit jaar zijn gelukkig goed verlopen. Wat ik volgend jaar wil gaan doen? Dat weet ik nog niet.”

Hij werd geboren als Givairo Dundas. “Met de achternaam van mijn moeder. Nadat mijn ouders trouwden, heet ik Read.” De roots van zijn ouders liggen in Suriname. Hij heeft in Volendam nog geen contract. “Ik ben geduldig. Als ik goed mijn best blijf doen, komt dat vanzelf. Het heeft geen zin om me hierover druk te maken.” Met Jong FC Volendam streeft hij dit seizoen handhaving na. “Dat wordt niet gemakkelijk. We treffen veel zware ploegen. Ik vind mijn persoonlijke tegenstanders wisselend in niveau. De lastigste tot nu toe? Vince Gino Dekker van Spakenburg.” Gevraagd naar zijn toekomstdoelen, kijkt hij naar het EK. In mei staat het continentale eindtoernooi op het programma in Hongarije. “Ook droom ik ervan om in de Champions League te spelen. Natuurlijk wil ik als speler het maximale bereiken. Daar blijf ik keihard voor werken.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op FC Volendam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Volendam voor meer informatie over de club.

Rano Burger wil via OFC droom verwezenlijken

0

Rano Burger (22) hoopte bij FC Groningen het profvoetbal te halen. Hij was dichtbij en rook het eerste elftal. Maar toen het Jong-team stopte, moest hij plots weer onderaan beginnen. Na een avontuur in de Hoofdklasse is hij nu nog één niveau verwijderd van zijn droom. “Ik doe er alles aan om die stap nog te zetten”, zegt hij vastberaden.

De middenvelder van OFC uit Oostzaan groeide op in de Amsterdamse Bijlmer. Burger woonde daar tot zijn negende en verhuisde toen naar het rustigere Zaandam. “Samen met mijn moeder, zus en broers kwam ik in een flatje in de wijk Vijfhoek terecht.” Achter het appartementencomplex lag een Cruyff Court. Op dat kunstgras zette de speler zijn eerste stapjes op een voetbalveld. “Ik begon relatief laat met voetballen. Daarvoor was ik nog echt van het buitenspelen en haalde ik kattenkwaad met vriendjes uit. Ik zat nooit stil, dat kon ik absoluut niet. We lelden bijvoorbeeld graag belletje bij vreemden.”

Het trapveldje was vaak bezet door oudere jongens die de broekies niet gelijk toelieten. Daardoor weken Burger en zijn vrienden geregeld noodgedwongen uit naar een stenen pleintje vlak naast het Cruyff Court. “Soms mochten we meedoen met de groteren. Dan merkte ik dat zij ons graag erbij hadden. Dat geeft je een goed gevoel als jonkie.” Door het vertrouwen dat de middenvelder van anderen kreeg, besloot hij aan zijn moeder te vragen of hij bij een echte club mocht. Zij meldde de kleine Rano aan bij het lokale Zilvermeeuwen. “Ik begon daar als keeper. Ik was geïnspireerd geraakt door jeugdserie Galactik Football en wilde zelf ook in het doel staan.” Door toeval zette de coach hem eens in het veld. Daar bleek de krullenbol beter tot zijn recht te komen. “De eerste trainingen nog niet hoor, toen kon ik niks. Ik schoot alle ballen met de punt en liep maar ergens op het veld. Ik rende die wedstrijd echter de meeste meters van allemaal.”

Scouts
Het loopvermogen van Burger bleek zijn geheime wapen. Als keeper had hij die kwaliteit nooit hoeven tonen. Sommigen waren dan ook lichtelijk verbaasd toen hij maar sprintjes bleef trekken. Vermoeidheid leek hij niet te kennen. De middenvelder keek er zelf minder van op. “Ik behoorde bij de conditietest op school al tot de beteren en zette het ene na het andere record neer bij de piepjestest. Zoals ik al zei ‘stilzitten lukt mij nooit’. Ik ren daarom regelmatig als vrijetijdsbesteding.” Nog steeds maakt hij meerdere keren per week een rondje door de wijk en tegenwoordig is hij ook een vaste gast bij de sportschool. In de tussentijd veranderde hij van club. Zilvermeeuwen werd ingeruild voor Hellas Sport. Daar ging hij samen met vrienden voetballen. Zijn talent viel snel op en tijdens wedstrijden zaten er geregeld scouts op de tribune. “Ik hoorde van anderen dat sommigen me volgden en dan ga je als kleine jongen stiekem nadenken.” Toch maakte hij eerst nog een stap in de amateurwereld. Hij vertrok naar Zaanlandia en bleef elke vrije minuut buiten school voetballen op het Cruyff Court.

“Uiteindelijk riep de KNVB mij op voor een oefenwedstrijd met andere talenten uit de regio. Daar kreeg ik de kans om mezelf te bewijzen voor de scouts.” Hij speelde een uitstekende pot en meerdere clubs toonden interesse. Na de wedstrijd stapte zelfs een zaakwaarnemer op Burger af met de vraag of hij hem mocht vertegenwoordigen. “Samen besloten we op een aanbod van FC Groningen in te gaan. Daar zou ik met mijn kwaliteiten het beste tot mijn recht komen.” Het eerste halfjaar was een regelrechte hel voor de voetballer. Hij kwam in een gastgezin terecht en voelde zich alleen. “Ik vond het lastig om te aarden en miste mijn familie. Het liefste zat ik alleen op mijn kamer, dat voelde als de enige veilige plek. Ik vond het bijvoorbeeld lastig om naar de koelkast te lopen en daar iets uit te halen. Gelukkig woonde ik bij super lieve mensen. Zij gaven me de tijd die ik nodig had. Uiteindelijk kroop ik steeds meer uit mijn schulp en ik ben ze eeuwig dankbaar. Ik heb nu nog steeds contact met ze.”

Psychiater
De trainers van Groningen waren in het begin ook ontevreden over hun nieuwe spelertje uit Noord-Holland. Hij had altijd iets te zeggen en kwam regelmatig brutaal uit de hoek. “Blijkbaar was dat gedrag niet geoorloofd bij een BVO, maar die Amsterdamse branie zat in mij. Dat was lastig en ik heb met de clubpsychiater erover gesproken.” Na enkele gesprekken gooide Burger het roer om en dat wierp sportief zijn vruchten af. Na een training ging hij langer door om van zijn energie af te komen en hij oefende nog harder. “Dat had enerzijds met mijn ADHD te maken, maar ik werd er ook beter van.” In het begin speelde hij nog weleens als rechtsbuiten of aanvallende middenvelder. Maar de beste duels maakte de krullenbol als zes. Daar imponeerde hij. “Met mijn loopvermogen kon ik alle gaten dichtlopen en in de duels was ik fysiek sterk.” Zijn team won alle wedstrijden van de traditionele top drie en de ploeg eindigde als tweede in de jeugdcompetitie. “Vervolgens sloot ik definitief bij Jong Groningen aan en ik rook het eerste voor mijn gevoel.” Nadat de club in het hoge noorden stopte met haar beloftenteam moest hij echter plots toch weg.

Hij hoopte op een nieuwe BVO, maar het werd de Hoofdklasse. Achteraf gezien leerde Burger veel bij Purmersteijn. “Ik stond tegen fysiek sterkere mannen. Die ervaring heeft me verder gebracht.” Na één jaar in Purmerend vertrok Burger naar Almere City 021. “Helaas kwam ik net in de coronatijd waardoor ik niet voor het eerste elftal kon spelen. Toen besloot ik één stap terug te doen met de gedachte om er vervolgens weer enkele vooruit te zetten.” Hij ging naar OFC in Oostzaan. Bij zijn komst was de speler enigszins verrast door het hoge niveau en de professionaliteit. In zijn eerste jaar bij OFC pakte het team gelijk het kampioenschap in de Derde Divisie. “Er was veel interesse, maar ik wilde blijven. Helaas gaat het nu wat minder. We hebben veel pech en kampen met blessures. Toch heb ik vertrouwen dat het nog goed komt. Het seizoen is nog lang.” De voetballer, die doordeweeks pakketjes in een PostNL-busje bezorgt, hoopt na dit seizoen een stap hogerop te maken. “Dat is mijn ambitie. Op die manier wil alsnog mijn droom laten uitkomen.” (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op OFC Oostzaan voor de laatste artikelen over de club.
Klik op OFC Oostzaan voor meer informatie over de club.

Björn Schippers actief als assistent-scheidsrechter bij Prinsenland

Hoewel het ooit de bedoeling was om als voetballer het eerste van v.v. Prinsenland te halen, bleek aanhoudend blessureleed voor Bjorn Schippers helaas een flinke spelbreker. Ondanks de tegenvaller heeft hij nu als assistent-scheidsrechter tóch een rol gevonden waarmee hij zijn steentje bij het eerste team kan bijdragen.

“Het is natuurlijk niet het sportieve pad dat ik voor mezelf in gedachten had toen ik ooit begon met voetballen. Altijd bij v.v. Dinteloord en sinds de fusie bij Prinsenland. Ik wilde altijd proberen om zo hoog mogelijk te reiken, maar een vervelende liesblessure gooide op mijn vijftiende roet in het eten. Jarenlang konden ze niks vinden en ben ik ook gestopt. Ze hebben alles onderzocht maar een echte oorzaak hebben ze nooit gevonden. Vanaf mijn achttiende ben ik weer begonnen en heb ik wel gewoon gevoetbald, dus dat gaf wel enige hoop. Toen ik echter aansloot bij de O23 en ging meetrainen was dat positieve gevoel bij mij compleet weg, net zoals mijn conditie, het ritme en de snelheid. Daarop heb ik de knoop doorgehakt dat voetballen op niveau er niet meer inzit.”

Fluiten bij de jeugd deed hij al geregeld, af en toen eens vlaggen ook. Maar niet structureel. In een lager team met vrienden puur voor het plezier speelt hij nu af en toe nog wel eens mee. “Dat is leuk, maar zodra ik ook maar iets voel in de lies dan stop ik direct. Ik heb de afgelopen jaren zoveel pijn gehad en dat heeft me dusdanig belemmerd, dat ik dat niet nog een keer wil meemaken. Dan maar op een andere manier betrokken zijn bij de club, zodat ik toch het plezier van voetbal en kameraadschap kan ervaren.”

En die andere manier vond hij als assistent-scheidsrechter bij de eerste selectie, waar op dit moment ook een vijftal jeugdvrienden van Schippers actief zijn. “Nadat ik weer wat hersteld was van mijn liesblessure ben ik anderhalf jaar geleden gaan vlaggen en dat bleek ik het ook echt heel leuk te vinden. Het is bovendien een manier om toch de wedstrijdspanning en het teamgebeuren toch kan ervaren.”

”Want ook de vlagger is onderdeel van het geheel en heeft zeker zijn bijdrage op zaterdag. Je krijgt ook vanaf de kant soms het nodige naar je hoofd geslingerd, al moet ik daar dan altijd wel om lachen. Ik probeer naar eer en geweten op een eerlijke manier mijn taak uit te voeren. Dat dit door met name de supporters van de tegenpartij niet altijd zo wordt ervaren, daar kan ik uiteindelijk weinig mee. Het zijn toch echt de spelers op het veld die het resultaat bepalen en echt niet de vlagger.”

Schippers denkt wel dat in de derde klasse Prinsenland dit seizoen een prima kandidaat kan zijn om zich te mengen in de titelstrijd. “We hebben een prima groep en met de terugkeer van Ariën Pietersma ook een ervaren keeper tussen de palen. De selectie is in de breedte ook toegenomen en dus zie ik ons de race om de titel langer volhouden. Het doel is ook om kampioen te worden, daar hebben we denk ik ook wel kwaliteit voldoende voor.”

”Er zijn zo’n twintigtal jongens die allemaal op dit niveau prima uit de voeten kunnen, dus de concurrentie is groot. Hopelijk kunnen ze de ambitie ook waarmaken en kan ik er langs de lijn ook een steentje aan bijdragen. Toen ik bijna twee jaar geleden met vlaggen begon had ik nooit gedacht om dit vast te gaan doen, maar het bevalt me prima. Af en toe speel ik nog tussendoor een potje mee bij de O23, maar ik wil het risico niet teveel meer lopen om weer geblesseerd te raken. Dan zou ik ook niet kunnen vlaggen en dat wil ik kosten wat kost voorkomen.”

Klik op vv Prinsenland voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Prinsenland voor meer informatie over de club.

Thom Luijks merkt andere dynamiek bij Halsteren zaterdag

Net zoals een aantal van zijn ploeggenoten zou Thom Luijks (29) bij Halsteren Zaterdag 1 vertrekken naar buurman VVC’68. Waar de anderen vertrokken, kwam Luijks terug op zijn beslissing en bleef alsnog bij de zaterdag derdeklasser. ‘Toen ik er meer over nadacht kreeg ik twijfels en besloot om toch te blijven. Tot op heden voor mij een juiste beslissing.’

Met een nieuwe trainer voor de groep en een aantal doorgeschoven jeugdspelers is er bij de ambitieuze derdeklasser wel het nodige veranderd. “Dat is absoluut het geval inderdaad. Er is een heel andere dynamiek merkbaar binnen de groep en ook de wisselwerking met de nieuwe trainer Eric van der Giessen bevalt perfect. Het is een selectie die nu veel beter in elkaar past dan vorig seizoen. Daar waren een aantal jongens die toch allemaal wel een sterk eigen mening hadden en dat botste dan wel eens. Nu is de acceptatie groter en dat zorgt wel voor een bepaalde rust.”

Hoewel de groep jongelingen die vanuit de JO19 is doorgekomen het in de ogen van Luijks prima doen, merkt hij ook dat het tegen sommige ervaren tegenstanders nog vaak lastig is. “Dat is geen verwijt, want dat is logisch. Ervaring doe je alleen op door in bepaalde situaties te komen. Dan maken we nog fouten of spelen we zaken niet goed genoeg uit. Dan zie je dat tegenstanders soms slimmer zijn, harder in de duels gaan of fouten wel afstraffen. Dat is een proces waarin we zitten, maar dat wordt door iedereen geaccepteerd. De sfeer in het team is goed en dat zie je terug over de gehele lijn. Spelers helpen elkaar, sturen elkaar ook waar nodig. Er is een mix van wat ervaren spelers en jonge gasten, die bovendien enorm leergierig zijn. Dat werkt prima tot nu toe.”

Dat het de afgelopen seizoen niet is gelukt om de tweede klasse te bereiken, wat wel het doel was toen een hoop spelers waaronder ook Luijks zelf vijf jaar geleden naar Halsteren Zaterdag 1 kwamen, heeft volgens de aanvaller een aantal oorzaken. “De coronaperiode zorgde er mede voor, dat we een paar keer stilstonden. We hadden toen écht een team om door te stoten, maar helaas werden de competities bevroren. Daarna kregen we ook met wat blessures te kampen en was de vaart er gewoon uit. Zonde maar dat gebeurt soms. Dat een hoop jongens nu voor de sportieve uitdaging elders gekozen is hun goed recht, de vriendschap die we hebben blijft sowieso bestaan buiten het veld. Alleen hebben we een ander sportief pad gekozen.”

Luijks begon in de jeugd bij Halsteren en vertrok op zijn achttiende naar Steenbergen, waar hij drie jaar speelde. Samen met een groep vrienden keerde hij vijf jaar geleden terug op Sportpark De Beek om de nieuwe ambities vorm te geven. “Dat wil ik overigens nog altijd proberen hier. Want ik denk dat meestrijden voor de bovenste plekken met deze groep er zeker in moet zitten. Een kampioenschap is een brug te ver misschien, maar een periode….waarom niet?”

”Ik voel me goed op dit niveau en vanwege mijn werk als tennisleraar heb ik ook niet de ambitie om nog veel hoger te gaan. Ik kan maar één keer per week trainen en dat doe ik bij Zondag1. Misschien zou er sportief gezien meer in hebben gezeten, als ik altijd twee keer kon trainen. Maar ik speel met veel plezier op een leuk niveau. Wellicht kunnen we dit seizoen nog verrassen en zit er wat moois in. Dat is afwachten of we over een heel seizoen daarvoor constant genoeg blijven.”

Klik op Halsteren voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Halsteren voor meer informatie over de club.

Godrie van Alliance: ‘Daar ben je bezig met randzaken, hier met tactiek’


Na vijf jaar als assistent in België en twee seizoenen bij Moerse Boys als trainer van het tweede, was Dirk Godrie toe aan zijn eerste klus als hoofdtrainer. Bij Alliance vond hij die uitdaging en dus zit de Belg in de vierde klasse helemaal op zijn plek. “Er is genoeg volk om mee te werken en er zijn altijd mensen waar je terecht kunt!”

Vooral het aantal spelers is iets waar Godrie bij zijn aankomst in Nederland wel even aan moest wennen. In positieve zin dan. “In België stond je vaak met kleine groepjes, dan was het echt puzzelen.” Bij Alliance, hoeft hij dat voorlopig nog niet. “Het is een ruime groep, met genoeg kwaliteit. Een mix van ervaring en talent. Ik vind het altijd leuk om jeugd door te laten stromen.” En dus is de 39-jarige oefenmeester blij met zijn keuze voor de club uit Roosendaal. Of zoals hij het zelf zegt. “Ik zit heel goed!” Gek is dat overigens niet. “In Nederland heb je gewoon een website, met verenigingen die een trainer zoeken. In België is dat op goed geluk. Dus toen heb ik zelf contact gezocht met Alliance.”

Duels en knokken

Op een halfuurtje rijden van zijn woonplaats Minderhout, vond de oefenmeester al snel het goede gevoel. “Je proefde meteen de ambitie, ze willen hier echt stappen zetten. Dat sprak me heel erg aan.” Godrie had zijn huiswerk dan ook wel gedaan. “Je gaat wel even kijken wat er allemaal rondloopt, qua talent en niveau. Ook dat zag er goed uit.” Want, zo is hij eerlijk. “Ik had wel van Alliance gehoord, maar ik kende de club niet. Van Nederlandse voetballers hoorde ik veel goede verhalen en, hoe gek het ook klinkt, ik volg over de grens toch altijd een beetje de kranten.”
En dus weet hij maar al te goed het verschil met zijn thuisland. “In België zijn ze niet zo gebonden aan een club, hier heb je veel meer binding. Heel de club kent elkaar.” Ook voor hem als trainer, is het wat makkelijker geworden. “Zeker als assistent, is het altijd maar weer zien welk pionnetje er is. Daar ben je veel meer bezig met randzaken, hier gewoon met de tactiek.” Want ook die, is in Nederland toch wel degelijk anders, vertelt Godrie. “België is meer duels spelen en knokken, als niet iedereen meeverdedigt, ga je ten onder. Hier is het wat technischer, dat vind je daar niet zo snel.”

Het gevoel

Zijn eerste maanden als hoofdtrainer van een eerste elftal, bevallen dus prima. “Nu kun je echt bepalen wat je wilt, zonder ergens afhankelijk van te zijn. Zelf spelers kiezen en daarmee gaan werken.” En dat doe je natuurlijk, door te trainen. “Alles met bal, om de balcirculatie omhoog te krijgen. Positiespelletjes, onder de druk uitvoetballen, dat soort dingen. En vooral, wedstrijdgericht. Dingen die je terug wilt zien op zaterdag.” Wat dat precies is, weet Godrie maar al te goed. “Zo aanvallend mogelijk, wel realistisch. Zes maken en zeven binnen, heb je niks aan. Dus niet blind vooruit, maar we gaan zeker geen bus parkeren. En ook als het een keer tegen zit, blijven we hetzelfde doen.”
Waar Alliance dat in de vierde klasse gaat brengen? Zien ze aan het einde van het seizoen wel. “We werken toe naar een plek bij de eerste zes, maar je bent van veel afhankelijk. Als dat uiteindelijk het hoogst haalbare blijkt, ben ik tevreden.” Want eigenlijk gaat het voor de trainer, in het bezit van UEFA B, om meer dan voetbal alleen. “Ik wil vooral op een goede en leuke manier kunnen werken, het gevoel is daarbij heel belangrijk.” Dat gevoel is in Nederland in ieder geval heel goed, al sluit hij een terugkeer niet helemaal uit. “Het bevalt hier prima, dus dan moet echt alles kloppen!”

Klik op Alliance voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Alliance voor meer informatie over de club.

SC Gastel geniet na: ‘Dit vergeet je nooit meer’

Afgelopen seizoen kregen ze het bij SC Gastel dan eindelijk écht voor elkaar: kampioen worden in de derde klasse. En dus komt de ploeg dit seizoen uit op een niveautje hoger, maar niet voordat aanvoerder Luc de Jong nog één keer mag nagenieten. “Dat was een superjaar, echt geweldig natuurlijk!”

Die woorden hebben, tijdens zijn dertiende seizoen in het eerste van de club, iets meer lading dan van menig ander speler. Want de 31-jarige De Jong maakte het in die periode allemaal al een keer mee. “Altijd een beetje derde of vierde klasse, onderaan bungelen en degraderen. En nu een kampioenschap… Dat is iets wat je nooit meer vergeet.”

Tweestrijd

Toch zat het er de laatste jaren al wel een beetje aan te komen, vertelt de centrale verdediger. “In de seizoenen die door corona werden afgebroken, stonden we er ook al een paar keer heel goed voor. Dus ik had al wel verwacht dat we bij de top drie zouden eindigen.” Het werd uiteindelijk een tweestrijd met Virtus, die ze bij Gastel door een ongekende reeks na de winterstop in hun voordeel wisten te beslissen. “Toen wonnen we er volgens mij tien op rij, dan gaat het echt leven binnen zo’n groep.”
Nadat door het terugtrekken van een team uit de competitie de voorsprong nog groter was geworden, begon het geloof bij De Jong en zijn teamgenoten helemaal tot ongekende hoogte te stijgen. “Nu mogen we het niet meer laten glippen, dachten we allemaal. Op het moment dat je die eerste plek overneemt, zet je alles opzij.” Maar, zo denkt de laatste man. “Zonder die ‘gratis’ punten, waren we ook kampioen geworden. Tegen Virtus, onze grootste concurrent, pakten we vier punten. Dat zegt genoeg.”

Vaste kern

Sterker nog, daar in Zevenbergen gebeurde het. “Toevallig dat je dan daar de titel pakt, op hun veld. Dat is wel extra mooi. Een paar honderd man was mee. Shirts, een schaal, champagne, dat was een super ontlading.” Ook in Oud-Gastel zelf ging het dak er natuurlijk af. “Op de platte kar! Ook daar stond een mannetje of tweehonderd op ons te wachten.” Maar vanzelf ging het afgelopen seizoen, en de jaren daarvoor, natuurlijk niet. De Jong weet het als geen ander. “Onze kracht? Ons team is al lang bij elkaar, de vaste kern speelt al zeven of acht jaar samen. Dan word je steeds ouder en slimmer.”
En dat merk je. “We zijn zó op elkaar ingespeeld, alles viel op zijn plek.” Ook jeugdspelers verdienen volgens hem een eervolle vermelding. “Er stroomt behoorlijk wat jeugd door, die worden allemaal opgenomen in het team. Dat maakt ons sterk.” Precies zoals bij hem, heel wat voetbaljaren geleden, ook gebeurde. “Ik ben begonnen in de D1 van Gastel en werd vervroegd vanuit de A’tjes doorgeschoven naar het eerste. Inmiddels heb je hier zoveel vrienden…”

Mooi plekje

En niet alleen op de club. “Je speelt ook een beetje voor de fanatieke supporters, hier op het dorp. Als je dan in de plaatselijke supermarkt komt, is het altijd: Succes, hé!” Die steun kunnen ze dit seizoen, in de tweede klasse dus, maar al te goed gebruiken. “Tegenstanders hebben meer voetballend vermogen en een kans tegen, is sneller een goal. Daar moet je dus veel scherper in zijn.” Ook voor het doel aan de andere kant, heeft De Jong gemerkt. “Vorig jaar kreeg je vaak tien kansen per wedstrijd, dat zijn er nu veel minder.” Met zes punten uit de eerste vijf duels en zowel negen treffers voor als tegen, lijkt die analyse wel te kloppen. Toch blijft de doelstelling ambitieus. Heel ambitieus.
“Top vijf! Waarom zouden we ook niet gek kunnen doen? We zijn honderd procent zeker goed genoeg voor die tweede klasse.” En dus verandert er ook aan het spelletje, maar weinig. “We gaan uit van eigen kracht. Hoge druk en aanvallend voetbal, dat ligt ons het beste. Wij kunnen niet inzakken en counteren.” Het bewijs daarvan, hangt in zijn huis. “De medaille, het kampioensshirt en een groot canvasdoek met een foto. Ze hebben thuis allemaal een mooi plekje gekregen. Het is echt gaaf om zoiets meegemaakt te hebben, dit vergeet je nooit meer!”

Klik op SC Gastel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Gastel voor meer informatie over de club.

Saai is het dit seizoen niet bij HSC’28

Saaie wedstrijden? Die kennen ze niet bij vijfdeklasser HSC’28. Want na vier wedstrijden met een totaal van 29 doelpunten, valt er in Heerle dit seizoen altijd wat wel wat te vieren. En dat is mede de ‘schuld’ van linksbuiten Lars de Kok. “Haha, er gaan er redelijk wat in!”

Maar ook net iets te vaak aan de verkeerde kant. Zoals in het duel met SVG. “We stonden 2-0 voor, maar verliezen uiteindelijk nog met 2-3. Zo’n voorsprong mag je natuurlijk nooit meer weggeven.” Een terugkerend patroon, weet De Kok. “We komen inderdaad best wel vaak voor, alleen meestal eindigt het dan wel goed hoor!” De buitenspeler heeft wel een verklaring voor het doelpuntenfestijn van HSC’28, al moet hij er even goed over nadenken. “We spelen niet per se heel aanvallend, maar we durven wel. Een beetje geduld, opbouwen en naar voren als het kan.”

Oude nest

Voor De Kok (21) is het behalve een trefzeker seizoen, ook een bijzonder seizoen. Hij keerde namelijk terug na een kortstondig avontuur bij tweedeklasser Cluzona. “Daar zat ik veel op de bank en het blijft toch het leukste om gewoon lekker te spelen. Dan maakt het niveau voor mij niet zoveel uit.” Na een jaartje, dus weer actief op het oude nest.
“Ik ben hier begonnen toen ik vier was. Inmiddels heb je zoveel vrienden gemaakt, het is gewoon gezellig. Zelf kom ik ook uit Heerle, dan is het eigenlijk vanzelfsprekend dat je hier voetbalt.” En dus volgde hij HSC’28 vorig seizoen op de voet, al was het op een afstandje. “Zonde dat ze uiteindelijk vijfde werden en geen nacompetitie haalden. Volgens mij ging dat in de laatste wedstrijd mis.” Zat er meer in? “Van wat ik heb gehoord, wel. Uiteindelijk hebben ze net niet het geluk gehad.” Helemaal tevreden, waren ze dan ook niet. “We willen zo snel mogelijk promoveren, naar die vierde klasse!”

Hard werken

En dus is er dit jaar maar één doelstelling mogelijk, wat De Kok betreft. “Promoveren. Kampioen worden zou mooi zijn, maar we moeten vooral zo hoog mogelijk eindigen.” Aan het vertrouwen van de voetballer uit Heerle, ligt het in ieder geval niet. “Ik denk dat we een prima ploeg hebben om dat voor elkaar te krijgen.” Maar, zo is de linkspoot wel eerlijk. “We hebben nu al zes punten verspeeld, dus het wordt wel moeilijk. Je blijft ook afhankelijk van andere ploegen.” Aan inzet zal het bij HSC’28 in ieder geval niet liggen. “Iedere wedstrijd alles geven, om te kunnen winnen. Je moet toch altijd hard werken, om te kunnen winnen?” Toch proberen ze ook voetballend het verschil te maken. “Natuurlijk wil je zo mooi mogelijk voetballen, maar ook op inzet moet je soms een wedstrijd binnenspelen. Dan is het wel hard werken, ja.”

Plezier en ambitie

Toch ligt de kracht van De Kok, toch met name aan de bal, vertelt hij. “Een echte linksbuiten. Ze moeten mij diepsturen, dan ren ik er wel achteraan. Op snelheid en dan voorgeven.” Een beetje klassiek dus, want naar binnen komen, zul je hem niet snel zien doen. “Haha, mijn rechter gebruik ik het liefste niet. Misschien alleen om te lopen.”
Maar die tactiek, blijkt tot op heden uiterst succesvol. “Ik sta na vier wedstrijden, op zes goals. Dat is denk ik niet verkeerd.” Toch houdt De Kok dat allemaal niet al te veel bij, bekent hij. “Ik heb ook geen bepaald aantal in mijn hoofd, dat ik wil halen. Gewoon zo belangrijk mogelijk zijn en natuurlijk proberen te winnen.” Het plezier in het spelletje, is in ieder geval weer helemaal terug. “Bij Cluzona had ik het ook erg naar mijn zin hoor, maar veel spelen is toch altijd fijner. Dan heb je vanzelf meer plezier.” En dus zit hij prima op zijn plek, in Heerle. “Ik kijk per seizoen wel hoe het loopt. Het liefste ga ik zo snel mogelijk met HSC’28 omhoog. Dat is toch ook een bepaalde ambitie?”

Klik op HSC’28 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HSC’28 voor meer informatie over de club.

Blessure flinke streep de rekening van Melvin Lisseveld

Nu hij opnieuw bij Tholense Boys een basisplek had weten te bemachtigen in het eerste elftal, ging het voor Melvin Lissenveld mis in de bekerwedstrijd tegen MOC’17. Met een knieblessure moest de jonge buitenspeler zich al na acht minuten laten vervangen. ‘Ik wist direct wel dat het mis was, want het voelde niet prettig en instabiel allemaal.’

Nadat hij in het coronaseizoen al geregeld bankzitter was sinds hij vanuit de JO19 was doorgestroomd naar de tweede selectie, pakte hij vorig jaar onder Arie van de Zouwen zijn kans. “Dat was een mooi moment. Want ik had in het begin zeker moeite om vanuit de JO19 bij de senioren aan te haken. Via het tweede elftal ben ik geleidelijk aan doorgegroeid richting het eerste en toen ik vorig jaar uiteindelijk van Arie de kans kreeg heb ik hem ook gepakt. Daarom was ik ook dit seizoen gemotiveerd om mezelf opnieuw te bewijzen en te laten zien dat ik gewoon in het elftal hoor. Dat lukte me ook, tot die bekerwedstrijd dan..”

De 21-jarige Scherpenissenaar , die ooit begon bij SPS en sinds zijn twaalfde actief is bij Tholense Boys, verdraaide zijn linkerknie en hij had direct wel door dat het foute boel was.  “Ik merkte het wel direct inderdaad. Het was ook erg onschuldig en vooral ongelukkig toen ik een duel aanging. Voor mij was het wel een compleet nieuwe ervaring, want in al die jaren dat ik voetbal heb ik nog nooit een blessure gehad en dan nu gelijk een naar het lijkt pittige knieblessure. Dat is wel flink balen, maar ik kan niet anders dan afwachten nu.”

Een bezoek aan de huisarts én de fysiotherapeut gaven in eerste instantie nog geen uitsluitsel. De arts wilde sowieso een scan laten maken, maar die bleek uiteindelijk niet nodig. De knie voelde gewoon niet goed en ik kon ook echt niks doen, dat is nog het meest frustrerende. Wandelen ging, maar hardlopen, de trap op gaan of even bukken door mijn knieën, dat ging niet. Soms zakte ik er doorheen en hij voelde instabiel aan de buitenkant. Dat zijn geen al te fijne signalen, maar ik probeerde maar te hopen dat het wellicht toch zou meevallen. Ook heb ik natuurlijk wel zelf voor ‘Dr. Google’ gespeeld en ging opzoeken wat het zou kunnen zijn. Het kon duiden op een meniscuskwetsuur, maar die zekerheid volgde pas na onderzoek.”

Die zekerheid heeft Lisseveld inmiddels en er zit inderdaad een klein scheurtje in de buitenste meniscus. Tot na de winterstop zal de aanvaller moeten toekijken vanaf de zijlijn hoe zijn ploeg het er in de derde klasse vanaf brengt. Tot op heden ziet Lisseveld een elftal dat het lastig heeft om wedstrijden over de streep te trekken.

“We scoren gewoon heel lastig, een heuvel dat ons ook vorig seizoen al parten speelde. We creëren voldoende kansen en mogelijkheden, alleen maken we ze niet en dan kost dat punten op dit niveau. Want tegenstanders die wel makkelijk een doelpunt maken, zie je dan soms onterecht met de punten weggaan. Dat is zonde, maar een realiteit. Ook bij mezelf is het scorende vermogen wel een ontwikkelpuntje dat beter moet. Ik heb tot nu toe twee keer gescoord en dat vind ik, zeker gezien de kansen die ik al heb gehad, gewoon te weinig.”

Voor Tholense Boys is het te hopen, dat Dave den Boef weer fit wordt en zijn oude niveau kan halen, wat voor de ploeg een welkome versterking zou zijn. “Dave traint mee en wil de draad weer oppakken. Als hij weer fit raakt, dan zou hij voor ons misschien wel die scorende spits kunnen zijn die ons verder helpt. Het lijkt me geweldig om met hem samen te spelen in elk geval. Voor mij is het voornaamste doel om terug fit te worden én dan weer een basisplek te veroveren. Voorlopig zit ik even in de wachtkamer tot ik weer volledig ben hersteld.”

Klik op Tholense Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Tholense Boys voor meer informatie over de club.

Steenbergen werkt al toe naar 90-jarig bestaan in 2023

Bij zaterdag vierdeklasser v.v. Steenbergen is men al volop in de weer om in 2023 te kunnen stilstaan bij het 90-jarig bestaan van de vereniging. Een jubileumcommissie met vertegenwoordigers uit verschillende geledingen van de club is aan de slag gegaan met het samenstellen van een jubileumprogramma. Een van hen is Patrick van Kaam.

“Op zaterdag 18 maart 2023 vieren we het 90-jarig bestaan. Dat willen we natuurlijk niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Daarom hebben we voor dat weekend bij de KNVB vrij gevraagd, zodat we op de zaterdag alle gelegenheid krijgen om feestelijk stil te staan bij dit heuglijke feit. Want het is toch wel een mijlpaal die we met elkaar dan bereiken. Tien jaar geleden heb ik destijds bij het 80-jarig bestaan ook geholpen en op die manier kwam men weer bij mij terecht. Het is gewoon leuk om voor onze leden en voor de gemeenschap wat te organiseren om het te vieren. Het moet vooral ook een mooi en leuk feestje worden voor de jeugd. Daar zijn we nu druk over aan het nadenken hoe we dat allemaal mooi vorm gaan geven.”

Een zogenaamde brainstormcommissie bundelt alle ideeën die er leven en activiteiten waar ze vanuit de club zelf ook aan denken. “Een reünie bijvoorbeeld, daar zijn mensen al mee aan de slag want dat moet je goed en tijdig allemaal op de rit hebben. Ook zijn we aan het kijken met elkaar hoe we het draaiboek goed vorm kunnen geven en welke activiteiten we op welke dag doen én hoe we dat gelijkmatig allemaal op gaan zetten en communiceren. Enkele zaken daarvan zijn we al bekend overigens.”

Zo zal er op 17 maart 2023 een wedstrijd plaatsvinden tussen Oud-Steenbergen en Oud-NAC. Op zaterdag 18 maart zal vooral de jeugd van de club centraal komen te staan. Maar de exacte invulling daarvan is nog niet bekend. Een andere activiteit die we gaan organiseren, dat is een Avondje NAC op 6 januari 2023. Dit is door enkele leden opgepakt om in het kader van het 90-jarig bestaan alvast te organiseren voor de jeugdleden. Het is de eerste activiteit in het jubileumjaar. Met twee bussen gaan we vanaf het Gemeentelijk Sportpark aan de Seringenlaan naar Breda, waar in het Rat Verlegh Stadion NAC Breda en Jong PSV tegen elkaar spelen. Voor ons alvast een mooi begin van hopelijk een feestelijk en mooi jubileumjaar.”

Maar het weekend van 17 en 18 maart, daar zal het zwaartepunt komen te liggen. “Op zaterdag 18 maart bestaat de club ook daadwerkelijk 90-jaar, dus dat is alsof het zo moet zijn dat we de ‘verjaardag’ van de vereniging ook samen in het weekend kunnen vieren. We willen iedereen erin betrekken. Leden, oud-leden, jeugd, supporters, sponsoren en de senioren en vrijwilligers. Het moet één groot feest worden, waarbij verleden en heden elkaar ontmoeten, herinneringen worden opgehaald én weer nieuwe herinneringen worden gemaakt. We zijn een bloeiende club met zo’n vierhonderd leden en daar zijn we trots op. Trots ook op het feit dat hier in Steenbergen al zo lang de vereniging een prominente plek inneemt in vele levens binnen de gemeenschap. Waar het sportpark ook een plek is om sportief bezig te zijn, vriendschappen te ontwikkelen én elkaar te ontmoeten.”

De eerste tekenen van het jubileumprogramma zijn dus zichtbaar en veel mensen zijn er al in meer of mindere mate mee bezig. Feit is, dat 2023 voor Steenbergen weer een jaar wordt dat in de geschiedenisboeken kan worden bijgeschreven. “Zonder twijfel! En daar verleen ik met hand en spandiensten graag mijn medewerking aan. Samen gaan we er een onvergetelijk jaar en zeker jubileumweekend van maken. Wanneer mensen willen helpen of bepaalde ideeën hebben, dan kunnen ze ons altijd mailen. Dat kan naar jubileum@vvsteenbergen.nl. Want hoe meer handjes en ideeën, des te mooier het kan worden.”

Klik op vv Steenbergen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Steenbergen voor meer informatie over de club.

NVS heeft met MO11 nu ook officieel een meisjesteam in competitie

Het idee werd geopperd tijdens het jubileumfeest van NVS in 2021 om naast een damesteam ook in de jeugd een meisjesteam op te starten. Vier speelsters van dames1 weerden bereid gevonden om die handschoen op te pakken en ermee aan de slag te gaan. Na eerst een tijdje proeftrainingen te hebben gegeven beschikt NVS sinds begin dit seizoen over een officiële MO11.

Michelle van Hoek is één van de vier dames die de trainingen geeft en op zaterdagen de MO11 coacht. “Samen met Romy Clarijs, Gitte Hommel en Paulien Koenraadt wisselen we dat af. Altijd is eentje van ons vier een keer ‘vrij’, dus daarvoor hebben we een schema gemaakt dat past binnen de studies en ons werk. De meisjes krijgen zodoende altijd voldoende aandacht van minstens twee en soms drie trainsters. Die opzet werkt gewoon erg goed.”

Om ook in de toekomst het bestaansrecht van damesvoetbal bij NVS te waarborgen, was het formeren van een meisjesteam wel noodzaak. “Er moet op termijn wel doorstroming zijn richting de dames, dus van daaruit is het idee ontstaan. Tijdens het drinken van een biertje op het jubileumfeest ontstond dat idee en zodoende zijn we dat met z’n vieren in oktober vorig jaar gestart. Het is ook echt fantastisch om te doen. Dat doen we aan meisjes van zeven tot elf jaar en het enthousiasme spat er vanaf, dat is zo leuk! Ze voetbalde daarvoor nog bij de jongens, maar trainen dus een keer extra bij ons. Nu vormen ze een eigen team en spelen ze competitie en dat doen ze best goed.”

Op dit moment telt de MO11 twaalf meisjes, waarvan er tien op zaterdagen ook wedstrijden spelen en twee meisjes ervoor hebben gekozen om eerst alleen mee te trainen. “Dat is voor ons prima, want ze spelen acht keer op een half veld, maar we zijn nog wel altijd zoekende naar nieuwe aanwas. Over een paar jaar moeten ze op een heel veld gaan spelen en dan heb je dus meer meisjes nodig tijdens de wedstrijden. Voorlopig is het goed nu, maar er mogen er altijd bijkomen. Dat is voor de continuïteit en doorstroming alleen maar goed.”

De MO11 heeft inmiddels de eerst van vier competitiefases afgerond en Michelle kijkt tevreden terug op deze eerste periode. “We zijn derde geworden in de poule en gaan samen met de nummers één en tweede door naar de tweede fase in de eerste klasse. Dat is dus mooi en geeft aan dat ze best progressie hebben geboekt. Ze hebben wedstrijdjes gewonnen én verloren, dus ook die facetten van het spel hebben ze meegemaakt en het is leuk om te zien hoe ze met succes en teleurstelling leren omgaan. Ook dat hoort er allemaal bij.”

In het verleden trainde Michelle al eens zes jaar een meidenteam binnen NVS, maar dat stopte toen een groep van hen doorstroomde richting het damesteam. Romy is een van de meiden van destijds en is nu zelf een van de trainsters geworden.

“Gelukkig zien we tijdens trainingen en ook bij de wedstrijden over het algemeen blije gezichtjes. De meisjes zijn altijd enthousiast en genieten van de trainingen. Als je ziet hoe leergierig en fanatiek ze zijn, dan zijn wij als trainsters ook blij. Het is gewoon leuk om ze dingen te leren. Ieder van ons vier heeft daarin haar eigen rol en dat is ook goed. Samen vormen we een eenheid en zijn zowel op als naast het veld door de jaren heen vriendinnen geworden. Het is goed dat dit zo succesvol verloopt, want voor de lange termijn is doorstroming nodig en met dit team op te starten hebben we daarvoor een mooie aanzet gegeven.”

Klik op NVS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op NVS voor meer informatie over de club