Home Blog Pagina 465

ZBC’97 vindt draai na knotsgekke promotie

ZBC’97 zorgde het afgelopen seizoen voor een van de meest memorabele promotiewedstrijden door uit schier ongeslagen positie alsnog het derdeklasserschap te claimen. Een niveautje hoger is het gewenningsproces nog gaande, maar vormde de 3-1 zege op plaats- en sportparkgenoot Groote Lindt een serieus teken van leven.

Terwijl op een steenworp afstand de andere plaatsgenoten Pelikaan en VVGZ elkaar troffen, had de competitieleider van de KNVB ervoor gezorgd dat een andere editie van de pure Zwijndrechtse derby zich ook voltrok. ZBC’97 en Groote Lindt kruisten namelijk tegelijkertijd de degens op sportpark Bakestein, met een prettige uitkomst voor de promovendus die de – op derde klasse niveau meer gelouterde – opponent het nakijken gaf.

Die overwinning was een serieus teken van leven in een kalenderjaar dat bijzonder is verlopen voor de hoofdmacht van de fusieclub. Eindelijk werd de zo driftig nagestreefde promotie naar de derde klasse bewerkstelligd, op een bijna heroïsche manier. En met een hoofdrol voor de grote kleine man aan Zwijndrechtse zijde, Elvis Verluis, die zich de afloop van het seizoen nog steeds volledig voor de geest kan halen. ,,Het begon op dinsdagavond met die 120 minuten durende wedstrijd tegen SV TOP, waarin ik twee keer scoorde. De eerste treffer was met een lob, de tweede uit een vrije trap in de verlenging waardoor we met 2-1 voorkwamen. Dat was uiteindelijk niet genoeg voor de overwinning, waardoor een strafschoppenreeks noodzakelijk was. Ik zat er zo doorheen dat ik geen strafschop meer kon nemen in die serie.’’ Toch ging ZBC’97 door: doelman Mike Kilsdonk stopte de laatste Brabantse strafschop waardoor de Zwijndrechtse ploeg zich plaatste voor de finale van de nacompetitie tegen weer een club uit Brabant: OSS’20.

Op het terrein van Roda Boys Bommelerwaard in Aalst volbracht ZBC’97 opnieuw een kunststukje. ,,Ik kon die wedstrijd eigenlijk niet spelen vanwege een liesblessure, maar ben toch gestart’’, draait Versluis de film terug. Jeffrey Gooshouwer tekende de 1-0 aan, maar daarna leken alle Zwijndrechtse inspanningen toch voor niets geweest. Met een 1-3 achterstand in de slotfase dreigde de promotiedroom uit elkaar te klappen. Maar het ongelooflijke gebeurde. ,,In blessuretijd zette ik nog één keer met een solo. Terwijl de tegenstander al stond de juichen omdat we inmiddels vijf minuten in blessuretijd zaten, krulde ik de bal in de bovenhoek en was het 3-3’’, schetst Versluis nogmaals het onvergetelijke scenario.

OSS’20 was daardoor mentaal geknakt, ZBC’97 sloeg dankzij Mo Auassar en wederom Versluis toe in de verlenging en kon feesten. De promotie maakte Versluis nog aan het twijfelen over zijn voetbaltoekomst. ,,Ik had al overschrijving naar de Dordtse tweedeklasser EBOH aangevraagd, maar heb die nog even heroverwogen. Ik heb besloten om eerst mee te gaan trainen bij EBOH om te kijken of het me beviel.’’ En dat bleek inderdaad het geval: met Eendracht Brengt Ons Hoger is Versluis prima gestart in de tweede klasse.

Voor trainer Robert Mohan werd het daardoor niet makkelijker op. Integendeel, het gemis van Jeffrey Gooshouwer – die een overstap maakte naar het naar de tweede klasse gepromoveerde Alblasserdam – en Versluis deed zich flink voelen binnen de selectie. ,,Want ik raakte in één klap flink wat doelpunten kwijt’’, stipte de oefenmeester, die met de promotie een grote wens in vervulling had zien gaan, aan.

De pijn zat hem in de openingsweken in de derde klasse dan ook vooral in het afmaken van de kansen, die er wel degelijk waren. ,,Want voetballend gezien was het in de eerste wedstrijden zeker niet slecht wat we lieten zien’’, liet Mohan optekenen.

Tegen Groote Lindt leek het wel of alle puzzelstukjes in één keer op hun plek vielen. De duelkracht was optimaal, de instelling perfect en het scorend vermogen toereikend. Hoewel in de slotfase een verdiende zege toch nog uit de handen dreigde te glippen, kroonde ZBC’97 zich (even) tot de Zwijndrechtse koning van de derde klasse. Invaller Joey van Axel Dongen maakte aan alle onzekerheid een einde en schonk zijn ploeg een levenslijn in de derde klasse. Mohan kon zijn lol niet op: ,,Hier kunnen we absoluut mee verder met elkaar.’’

Klik op ZBC’97 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ZBC’97 voor meer informatie over de club.

Opmerkelijke rentree van Amy Neefs

De meiden en vrouwen die bij IFC bij de Girls Academy zijn aangesloten, zorgen voor mooie resultaten en een bloeiende lijn binnen de Ambachtse vereniging. Maar ze zorgen ook voor bijzondere verhalen.

Onder die categorie valt de rentree van Amy Neefs absoluut te scharen. De speelster van het tweede vrouwenteam van Ido’s Football Club maakte namelijk onlangs – onder grote belangstelling – haar rentree na een afwezigheid van drie jaar. Het leek een totale uitzichtloze situatie soms voor haar: met ziekenhuisbezoeken, revalideren, terugknokken, weer een tegenslag verwerken, doorzetten en uiteindelijk toch weer (kunst)gras onder de voetbalschoenen voelen. Haar terugkeer, compleet met spandoek en een daverend applaus van het talrijk opgekomen publiek dat de doorzetter een hart onder de riem wilde steken, is een voorbeeld voor sporters die na blessureleed of andere reden van absentie de moed en de wil hebben om zich helemaal terug te knokken.  De uitslag van de wedstrijd, waarin Amy haar terugkeer vierde, deed er helemaal niet toe: het feit dat zij weer op het veld stond was veel belangrijker.

En er ligt nog een mooi doel om te verwezenlijken: Amy wil graag het eerste vrouwenteam van IFC halen. En met haar doorzettingsvermogen kan het haast niet anders dat ook dat streven gerealiseerd gaat worden.

Foto gemaakt door: Jeroen van der Sman

Klik op IFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op IFC voor meer informatie over de club.

Basil Camara: aanvoerder en international van sv TEC

Het land ligt in West-Afrika. Grenzend aan Guinee, Senegal en de Atlantische Oceaan. Guinee-Bissau telt twee miljoen inwoners en kent een economie die voor ruim negentig procent afhankelijk is van de export van cashewnoten. Basil Camara, centrale verdediger van sv TEC, is sinds vorig jaar international van het land. “Er heerst armoede, maar de inwoners zijn echt gelukkig en er trots op dat ze daar wonen.”

Hij had de moed al bijna opgegeven. Op zijn 21ste was Basil Camara benaderd door een delegatie van de nationale voetbalbond van Guinee-Bissau. Het land waar zijn vader is geboren en het land dat hij als kind diverse keren had bezocht. Camara speelde op dat moment voor Go Ahead Eagles. “Het was veel gedoe om alle papieren in orde te maken en een paspoort te kunnen aanvragen. De geboorteakte van mijn vader was nodig, maar die moest vanuit Bissau komen. Het lukte niet.”

Daarna bleef het tot eind mei vorig jaar stil. “Ik ben met mijn vader naar de ambassade in Brussel gereden om een paspoort te regelen. In Nederland is geen officiële instantie gevestigd. We kregen te horen dat het niet mogelijk was. Mijn vader pakte zijn telefoon, belde de bondscoach en gaf zijn mobiel aan de medewerkster van de ambassade. Ik moest direct foto’s maken en later op de middag had ik mijn paspoort.”

Nauwelijks een week later stapte hij in het vliegtuig en reisde via Marokko naar Bissau. “Ik bleef elf dagen. We zouden een oefeninterland tegen Kaapverdië spelen, maar die werd afgelast. Ben ik de laatste vijf dagen met enkele internationals het land ingetrokken. Het land ligt dertig jaar achter. Het stereotype beeld van Afrika klopt volledig. Op veel plaatsen is geen stroom aanwezig, er zijn favela-achtige wijken en door het land loopt maar één hoofdweg. Daarbuiten rijd je over zandwegen vol kuilen. Een pizza of een hamburger bestaat niet en pinautomaten zie je ook niet. Maar iedereen is gelukkig. Ze zijn er trots op om daar te wonen.”

Taal
Guinee-Bissau is een voormalige Portugese kolonie. “Veel inwoners spreken Portugees. Naast Creools de tweede taal. Met Frans kun je je ook redden. Ik spreek daar Engels. Bij de nationale ploeg vertaalt de assistent-trainer alles voor ons in het Engels. We hebben niets te klagen. We beschikken bij de nationale ploeg over een mooie bus en overnachten in het enige moderne hotel van het land. Het wordt hermetisch bewaakt. Al hoeven we ons niet ongerust te maken. Ik herinner me dat ik na een feestje alleen naar huis liep. Kwam er in een donker steegje een groepje jongens naar me toe. Ik schrok al, maar ze zeiden ‘Camara, Camara, picture, picture’. Voetbal is veruit de meest populaire sport van het land. Je ziet veel mensen wandelen in shirts van Benfica en Sporting. Er heten ook twee clubs in de hoogste divisie van het land zo. Helaas is het vaak onrustig in het land.”

Oktober vorig jaar speelde Guinee-Bissau zowel de heen- als thuiswedstrijd tegen Marokko, onderdeel van de kwalificatie voor het WK van 2022, bij de tegenstander. “We kennen één stadion met natuurgras. Helaas heeft de UEFA dat afgekeurd. Gelukkig wordt er nu druk gerenoveerd en kunnen we de volgende keer weer in eigen land spelen. In de nacht voor de eerste wedstrijd tegen Marokko werden zeventien jongens bij ons ziek. Voedselvergiftiging. Zelfs zo erg dat ze naar het ziekenhuis werden gebracht. De volgende ochtend zaten we met vijf spelers aan het ontbijt. Ik was een van hen. Ik had een dag eerder tijdens het avondeten geen vlees op. De FIFA kwam kijken in het hotel, om het verhaal te checken. Ze zagen ons zitten. ‘Vijf spelers zijn fit. Dat is voldoende. We gaan spelen’. Dat zou in Europa nooit gebeuren.”

Shirt
Guinee-Bissau verloor beide duels in vier dagen tijd en zag haar kans op het WK van 2022 vervliegen. “Ik sprak na afloop Sofyan Amrabat. Hij was verrast dat iemand hem in het Nederlands aanpraatte. Ik kreeg zijn shirt.” Zijn eigen tricot met rugnummer 28 mocht hij ook houden. “Die heb ik aan mijn vader gegeven.” In januari dacht Camara mee te gaan naar de Afrika Cup. “Enkele dagen voor vertrek kreeg ik te horen dat we niet met 26, maar met negentien spelers afreisden vanwege financiële redenen. Ik viel af.”

Daardoor kon sv TEC na de winterstop toch een beroep doen op haar linksbenige verdediger. “De nationale voetbalbond moet de club telkens officieel op de hoogte stellen. De club krijgt een vaste vergoeding van de FIFA op momenten dat ik afwezig ben. Na de Afrika Cup heeft Guinee-Bissau geen officiële wedstrijden meer gespeeld. Voor de oefenduels selecteren ze jongens uit de eigen competitie.” Camara bezit de ambitie om een brug te slaan tussen Guinee-Bissau en Nederland door een school te bouwen die gekoppeld is aan voetbal. “Hans van de Haar (trainer sv TEC), red.) helpt me daarbij. We willen een paar keer per jaar afreizen om de talenten te bekijken en de beste spelers een kans in Nederland te bieden. Van de overige talenten zouden we graag zien dat ze een diploma halen. We zijn ons nu aan het oriënteren. Een geldschieter zou bijvoorbeeld welkom zijn.”

Via Van de Haar kwam Camara in de zomer van 2020 in Tiel terecht. “Zes jaar eerder wilde hij me al van WHC naar FC Lienden halen waar hij destijds trainer was. Toen koos ik voor Go Ahead Eagles. Nu leek de stap me ideaal. Ik speelde met DVS’33 in de Derde Divisie. Ik merk in alles dat de Tweede Divisie een stap hoger is. Elke wedstrijd is een topwedstrijd. Vanuit Huissen bij Arnhem, waar ik woon, is de afstand goed te doen. Met Guido van Rijn, Bo van Essen en doelman Nick van den Dam carpool ik vier keer in de week vanuit Stadion GelreDome naar Tiel.”

Betaald voetbalambities heeft Camara, die afgelopen zomer de aanvoerdersband overnam van Mike Vreekamp, niet meer. Twee jaar speelde hij voor PEC Zwolle. “In de A’tjes ben ik door trainer Gert Peter de Gunst (nu trainer IJsselmeervogels, red.) weggestuurd. Mijn gedrag zat me in de weg. Het plezier was ik volledig kwijt. Ik ging weer lekker met vrienden bij WSV Apeldoorn in de Tweede Klasse voetballen.” Bij Go Ahead Eagles kreeg hij in het seizoen 2014/15 een nieuwe kans. “Na dat jaar kon ik blijven, maar opnieuw op een amateurcontract. Ik was inmiddels vader van een zoontje, Eljero. Als ik naar DVS’33 ging, verdiende ik meer en kon ik er nog iets naast doen. De keuze was snel gemaakt.”

Sinds ruim een jaar werkt Camara in de jeugdzorg. In Zetten als begeleider op een gesloten afdeling voor jongeren tussen twaalf en achttien jaar. “Er zitten elf jongeren op mijn afdeling. Ik ben mentor van twee jongens en onderhoud de contacten met familie, voogd en gemeente en kijk naar de doorstroom. Het is belangrijk om een band te creëren, te laten zien dat we er zijn om hen te helpen. Een functie die bij me past. Ik ga nooit een dag met een masker op naar mijn werk. Het helpt zeker dat ik voetbal. Op zondag of maandag krijg ik vaak reacties op de wedstrijd van een dag eerder.” Wat is het doel van sv TEC dit jaar? “Vooraf spraken we af de top 6 aan te vallen. Nu is rechtstreekse handhaving het doel.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op sv TEC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sv TEC voor meer informatie over de club.

Errol Sint Jago nieuwe Hoofd Jeugd Opleiding MOC’17

Hij had al een enorme staat van dienst binnen de geledingen van MOC’17, maar sinds dit seizoen heeft de Bergse derdeklasser Errol Sint Jago weten vast te leggen als nieuwe Hoofd Jeugd Opleiding (HJO).

“Daar zijn we enorm blij mee, dat Errol in deze rol de jeugdopleiding van de club gaan vormgeven Want hij heeft een uitgebreide schat aan ervaring als  profvoetballer, trainer (UEFA A), KNVB voetbaldocent, aangevuld met KNVB Hoofdopleiding C-niveau en Instructeur Advanced ASM, het Athletic Skills Model. Dat maakt hem voor ons als MOC’17 de juiste man op de juiste plaats”, zegt Roland Ruijters, die sinds begin 2022 de rol van Hoofd Technische Zaken vervult.

De HJO is een nieuwe functie binnen de club en we zijn er van overtuigd dat Errol daar op de juiste wijze vorm aan zal geven. De HJO heeft als doelstelling om samen met de TC-coördinatoren de jeugdtrainers binnen MOC’17 verder te ontwikkelen. Door het opleiden, begeleiden en ondersteunen van trainers zorgt een HJO indirect voor een verbeterde ontwikkeling van spelers binnen MOC’17. Errol zal daarbij tevens een belangrijke rol gaan spelen bij het door ontwikkelen van het jeugdvoetbalbeleid in lijn met de technische voetbalvisie van MOC’17.

Sint Jago is afkomstig uit Bonaire, Caribisch Nederland, waar hij ook heeft gewerkt als sportambtenaar. Daarna was hij van 2003 tot 2015 docent bij de KNVB. Op tal van verschillende niveaus en in verschillende functies heeft Sint Jago door de jaren als coach gewerkt. Regiocoach, Clubcoach, Talentcoach, Kadercoach in de regio Zeeland, Roosendaal en Dordrecht. In District Zuid 1 was hij bovendien Projectmedewerker en Voetbaldocent  niveau 2 en 3. Verder was de voetbalman docent /instructeur Worldcoach voor de KNVB in het buitenland. Vanuit het KNVB Worldcoach ontwikkelingsprogramma verzorgde hij destijds tal cursussen op de eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten. Sinds 2019 is hij in het bezit van het diploma KNVB Hoofd Opleiding C.

Bij MOC’17 was Errol jarenlang verantwoordelijk voor de coaching en begeleiding binnen de damesafdeling. Dit seizoen ligt de focus volgens Ruijters voor de HJO bij de gehele jeugdopleiding van de club. “Met zijn ervaring is het de bedoeling om de technische afdeling van MOC’17 te gaan ondersteunen en zodoende het voetbalniveau bij de jeugd naar een hoger niveau te brengen.”

Bij de start van zijn rol als HJO was hij duidelijk over hoe hij aan zijn nieuwe taak invulling zal geven.

”Ik ben al een tijd verbonden bij de vrouwen en meiden afdeling van MOC’17 als begeleider.

Gedurende deze periode heb ik samen met de commissie vrouwen/meiden aandacht besteed aan

een betere structuur binnen deze afdeling. Komend seizoen zal ik als HJO binnen de vereniging MOC’17 gaan fungeren binnen de jongens afdeling. Er verandert veel in het voetbal en je moet bij blijven. Daarbij kijken bij de jeugd naar andere manieren van training geven, het begeleiden en ondersteunen van kaderleden. Het zal geen makkelijke taak worden en alle kaderleden van de verschillende categorieën zullen hierin een zeer belangrijke rol gaan spelen. MOC’17 is een familieclub, dat betekent dat we het samen gaan oppakken.”

Klik op MOC’17 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op MOC’17 voor meer informatie over de club.

Martijn Koolen wacht geduldig op zijn kans bij Grenswachters

Met Peter van Oirschot als nieuwe trainer (hij keerde na vijf seizoenen bij competitiegenoot ODIO terug op het oude nest), zag op dit moment Martijn Koolen (22) zijn speelminuten bij RKSV Grenswachters flink teruglopen. Toch heeft de jonge verdediger het bij de Puttense vierdeklasser nog altijd prima naar zijn zin. ‘Ik speel nu vooral in het tweede elftal, want ik wil gewoon voetballen en dan maakt het voor mij niet uit waar.’

Natuurlijk speelt de centrale verdediger het liefste bij het eerste elftal, maar de nieuwe trainer heeft voor een andere speelwijze gekozen. “Vorig seizoen speelde ik als centrale man in een driemansverdediging. Deze trainer speelt met vier verdedigers en daarin maakt hij andere keuzes in de opstelling. Maar ik ben niet de persoon die daarover echt moeilijk doet. Ik heb nog voldoende te bewijzen en het is aan mij om de trainer te overtuigen tijdens de trainingen en de wedstrijden bij het tweede. Het viel wel even tegen dat de keuze niet op mij viel en dat ik daardoor minder speelminuten in het eerste maak. Maar ook bij het tweede elftal spelen een hoop vrienden waarmee ik in de jeugd ook heb gespeeld, dus ook daar heb ik het prima naar de zin.”

Het niveau van de vierde klasse kan de rechtsbenige verdediger naar eigen zeggen zeker aan. “Dat heb ik vorig seizoen denk ik ook laten zien. Ik heb in het begin van dit seizoen wat wedstrijden op de bank gezeten bij het eerste, maar dan heb ik gewoon te weinig ritme. Daarop heb ik aangegeven eerst bij het tweede te willen voetballen en als de nood daar is sluit ik daarna aan bij het eerste. Want ik ben een speler die deze wedstrijdminuten wel nodig heeft.”

Bij het tweede speelt hij nu vooral rechtsback, de positie waar hij in de viermansverdediging nu bij het eerste geregeld is ingevallen. “Ik ben van origine een centrale verdediger, maar voor mij maakt de positie in het elftal niet zo heel veel uit. Als ik speel vind ik het prima, want als je wel twee keer traint en dan in het weekend niet of nauwelijks voetbalt. Nee, dat is niks voor mij. Ik blijf er wel gewoon voor gaan, want ook in het tweede spelen is zéker geen straf.”

Koolen speelt al sinds zijn vijfde op sportpark De Buizerd en doorliep er alle jeugdlichtingen en is nu sinds een paar seizoenen vaste klant bij de eerste selectie. “Ik heb nu even een stapje terug gedaan om hopelijk straks weer een stap vooruit te zetten. Het klinkt cliché, maar zo zie ik het ook echt. Ik ben teveel een clubjongen om de handdoek in de ring te gooien als het minder loopt of om elders te gaan voetballen nu de keus even niet op mij valt. Daarvoor heb ik hier teveel vriendschappen opgebouwd en betekent de club teveel voor me. Het is alleen wennen, dat ik nu wat vroeger op zondag uit de veren moet om te spelen met het tweede. Het enige wat ik nu kan doen is om op trainingen te proberen de trainer te overtuigen om voor mij te kiezen in de toekomst.”

Want overtuigd van zijn kansen en aankomende speelminuten is Koolen zonder twijfel. “Tijdens een seizoen komt er altijd een moment dat je de kans krijgt. Als dat moment daar is, dan moet ik er staan en moet ik zorgen dat de trainer me laat staan. Verdedigend staat het nu bij het eerste ook goed en is er geen reden voor Peter om dat te veranderen. Ik ben geduldig en wacht af wanneer mijn kans komt om mijn sportieve bijdrage te kunnen leveren.”

Klik op vv Grenswachters voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Grenswachters voor meer informatie over de club.

‘Spelen in de veteranencompetitie is leuk om te kunnen doen’

Wat doe je als je d dertig bent gepasseerd, nog graag wilt voetballen, maar niet meer de drang hebt om wekelijks volle bak te trainen? Dan is een stap naar een lager elftal of wellicht de veteranen een prima optie. Bij Nieuw Borgvliet koos een groep generatiegenoten en oud-spelers van het eerste elftal voor allebei, waardoor ze nu op donderdagavond en zondagmiddag actief zijn.

Sebastiaan Tempelaars (42) is één van de actievelingen uit de groep oud-spelers, die voorheen in het eerste zondagteam speelden. Naast dat ze nu in een lager team spelen op zondag, binden ze op donderdagavonden de strijd aan tegen andere veteranenteams in competitieverband. “Dat is geweldig leuk om te doen. Spelers die je vroeger tegenkwam in de competitie met het eerste elftal, die tref je nu op donderdagavond en dat is echt gezellig. Je haalt herinneringen op met elkaar, terwijl je daarnaast ook wel gewoon sportief een potje voetbalt. En het fanatisme is er bij iedereen nog altijd wel, want wel willen toch gewoon zo goed mogelijk presteren.”

De vader van Sebastiaan, Sjaak Tempelaars, is voorzitter en bovendien ook coach/begeleider van het veteranenteam. “Dat is voor mij ook wel bijzonder. Toch leuk dat hij op deze manier zo betrokken is en blijft. Zelf heb ik toch mijn zevenendertigste in het eerste elftal gespeeld en daarna ben ik langzaamaan in lagere elftallen gaan spelen. Sinds we nu op donderdagavond spelen, trainen we niet meer. Want die wedstrijd is, samen met de wedstrijd op zondag wel meer dan voldoende. Het herstelt allemaal wat minder snel en soepel, maar het is gewoon nog zo ongekend leuk om te doen…”

Tempelaars speelt dus wekelijks ook nog op zondagochtend in het zevende van Nieuw Borgvliet, dat inmiddels een seniorenafdeling heeft met ácht heren- twee veteranen- en een damesteam. “We doen het zeker niet slecht als vereniging. En die veteranencompetitie in een 7×7 is echt heel leuk. We zitten in een poule met zes teams en spelen uit en thuiswedstrijden. Maar dan wel dubbel, dus in totaal spelen we tegen elke ploeg vier keer. Dat is het enige wat jammer is, want als de tegenstand dan wat minder is dan is dat voor beide teams niet leuk. We doen nu voor het vierde jaar mee en vorig seizoen zijn we glansrijk kampioen geworden, waarop we hadden gevraagd om een niveau hoger ingedeeld te worden. We zitten in de Zuidwesthoek-poule, wel een andere poule maar niet op een hoger niveau en dat is wel zonde.”

En hoewel Nieuw Borgvliet dit seizoen in op hetzelfde niveau is ingedeeld dan waar ze vorig jaar zo overtuigend kampioen werden, zal het wellicht flink aanpoten worden op het huzarenstukje te herhalen. “Het niveauverschil tussen de teams is soms groot, maar dat we opnieuw ‘eventjes’ kampioen gaan worden, dat is absoluut geen zekerheid. Onder andere bij Grenswachters zijn een groep spelers gestopt bij het eerste en die spelen nu ook mee bij de veteranen. Die zijn een stuk jonger dan wij en die zijn flink versterkt. We moeten dus flink aan de bak om de prestaties van vorig jaar te evenaren. Een leuke uitdaging in elk geval, die we met plezier willen aangaan.”

Klik op RKVV Nieuw Borgvliet voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RKVV Nieuw Borgvliet voor meer informatie over de club.

Gezondheid en veiligheid in de gemeente Zwijndrecht vergroten

Vanuit het oogpunt van gezondheid en veiligheid ontstond bij de gemeente Zwijndrecht tijdens de coronaperiode de wens om beweegvoorzieningen te plaatsen in de openbare ruimte. De gemeente is hiermee aan de slag gegaan. Het resultaat is een parcours met zeven prachtige beweegvoorzieningen in het Develpark.

Tijdens de lockdowns was sporten lastig. Door beweegvoorzieningen in de openbare ruimte te plaatsen kon er toch gesport worden op een veilige manier. Goed voor lichaam en geest. Daarnaast bleek er een groeiende behoefte aan een beweegvriendelijke woonomgeving. Op vier plaatsen in Zwijndrecht zijn het afgelopen jaar beweegtoestellen geplaatst, waaronder zeven beweegtoestellen in het Develpark. De beweegtoestellen zijn op proef. Na een jaar gaat de gemeente kijken of de toestellen definitief kunnen blijven.

Voor jong en oud en tussenin
Ook na de coronacrisis bleek dat mensen graag wilden blijven sporten in de buitenlucht. De beweegtoestellen in het Develpark waren in eerste instantie vooral voor jongeren bedoeld.  Maar al snel bleek dat niet alleen jongeren, maar eigenlijk mensen van vrijwel alle leeftijdscategorieën gebruik maakten van de toestellen.

Bewegen voor iedereen
De gemeente heeft de sporttoestellen bewust gesitueerd aan de rand van het park. Het park is vrij (gratis) toegankelijk en wordt door inwoners gebruikt om te recreëren. De plaatsing van de beweegtoestellen verhoogt niet alleen de aantrekkelijkheid van het park, het draagt ook bij aan welzijn en gezondheid. Voor de gemeente is dit een belangrijk thema: sporten en bewegen moet voor iedereen mogelijk zijn. De beweegtoestellen in de openbare ruimte dragen hieraan bij. Maak jij er al gebruik van?

Klik op Zwijndrecht voor de laatste artikelen over de regio.
Klik op Zwijndrecht voor meer informatie over de gemeente.

AFC-spits Melvin Platje verliefd op Indonesië

0

In Indonesië moest oud-prof Melvin Platje (33) zich noodgedwongen weleens op de grond in de buitenlucht omkleden. Op het gloednieuwe trainingscomplex van zijn nieuwe ploeg AFC uit Amsterdam zal dat de spits niet meer overkomen. “Toch mis ik het eiland stiekem”, erkent de Amsterdamse zomeraanwinst.

Rond etenstijd spreken we af met Melvin Platje. De spits van AFC heeft een bijna oneindige schat aan ervaringen en verhalen waaruit hij kan putten. “Ik heb inderdaad het een en ander meegemaakt”, lacht hij. Maar voordat hij begint te vertellen over zijn unieke loopbaan, schuift hij eerst nog snel wat eten naar binnen. Indonesisch natuurlijk. Kip met rijst in het geval van vanavond. “Het Aziatische eten is gewoon heel lekker”, grijnst hij. “Verwacht bij ons thuis niet snel iets van stamppot of snert. Mijn vrouw kan heerlijk Arabisch koken en daar zit veel meer smaak aan”, vertelt de voetballer genietend van zijn eerste hap rijst.

Het leven
AFC is een nieuw hoofdstuk in het dikke boek van Platje zijn leven. De hoge kantoorgebouwen rondom het veld in Amsterdam herinneren hem aan de wolkenkrabbers van Bakoe. Daar sieren grote gebouwen de eindeloze moderne boulevards. “Het was net Dubai.” De Azerbeidjaanse hoofdstad is één van de vele steden waar hij zijn sporen achterliet. De aanvaller zag heel Europa. Hij concurreerde met vier andere spitsen in Duitsland en vertoefde twee maanden in Zweden. In België degradeerde hij en in Azerbeidzjan maakte de afmaker kennis met een schreeuwende en dreigende president. “Hij zegt in de rust opeens ‘als je niet scoort, lig je eruit’. Ik bleef doelpuntloos dat duel, twee maanden later ontbond hij mijn contract.” In de jaren daarvoor schoot hij in Nederland voor ‘het andere Oranje’ (FC Volendam) en NEC uit alle standpunten raak. “Bij Bali United en politieclub Bhayangkara FC lukte dat wederom. In Indonesië had ik een uiterst succesvolle periode.”

Vier jaar speelde hij in Indonesië. Platje won twee landstitels en speelde in de Aziatische Champions League. “Het is ontzettend moeilijk om daar te slagen en ik ben trots dat het mij gelukt is.” Zijn successen vielen meer Nederlandse voetballers op. Tientallen spelers uit de Eredivisie benaderden de aanvaller met de vraag of hij kon helpen met een overstap naar het Aziatische land. “Dat was in de meeste gevallen niet mogelijk. Het is voor buitenlandse profs erg lastig om daar aan de bak te komen. Clubs mogen slechts enkele spelers met een niet-Indonesische nationaliteit in het team hebben”, legt hij uit.

Mensen
Platje was één van de weinigen die het geluk wel aan zijn zijde had. De fans van Bali United zijn daar nog steeds dolblij mee. De spits veranderde op het eiland van een cultheld tot clubheld. Hij heeft honderdveertigduizend volgers op Instagram en één fan vernoemde zelfs een kind naar de aanvaller. Trouwe supporters dragen de spits nog steeds op handen en eigenlijk mist de rechtspoot hen ook. “De mensen zijn heerlijk relaxed. Alles gaat lekker op z’n gemakkie. Niks afspraak hier, afspraak daar en niks stress. Dat lag me wel.” De tribunes zaten tijdens wedstrijden vol met meer dan twintigduizend toeschouwers. De speler wist de eerste keer niet wat hij meemaakte. “Het was een gekkenhuis en als je eens de bal verspeelde, bleven ze positief. Dat is bijna niet voor te stellen.”

Samen met zijn vrouw en kinderen woonde Platje in een riante villa met zwembad. “Het was geweldig. We hadden zelfs een nanny, schoonmaker en privéchauffeur. We leefden echt het leven.” Hij miste wel zijn familie en vrienden in die jaren. “Dat is het grote nadeel als je zo ver weg woont en je kampt ook nog eens met een tijdverschil van zeven uur.” Daarom besloot de spits het afgelopen seizoen dat hij terug wilde keren naar Nederland. “Op een gegeven moment moet je kiezen voor de kleintjes. Zij willen opa en oma ook weer eens knuffelen. Daarnaast is het voor mij belangrijk om ook aan mijn maatschappelijke carrière te gaan werken.” De aanvaller kreeg verschillende aanbiedingen van clubs uit de Keuken Kampioen Divisie en Tweede Divisie. “Bij AFC voelde het gelijk goed.” Vriend Nick van der Velden, oud-teamgenoot bij Bali United, is tegenwoordig assistent-trainer bij de Amsterdamse amateurclub op de Zuidas. Mede daardoor klikte het gelijk tussen club en speler. “Ik was gelijk op mijn plek. Ze hebben een professionele accommodatie en alles is supergoed geregeld. Als speler kom je hier niets tekort.”

Wennen
Bij zijn terugkomst in Nederland, een halfjaar geleden, rende Platje bijna gelijk naar de Albert Heijn. Producten als hagelslag en pindakaas had hij enorm gemist en moest hij weer op zijn boterham proeven. “Veel dingen zijn ook weer wennen. Zo sta ik nu weer in de file als ik richting de club rijd vanuit mijn huis in Bussum. Op Bali pakte ik lekker mijn scootertje en bromde ik na de training rustig naar huis. Vervolgens dook ik nog even het zwembad in of gingen we ergens lekker een hapje eten.” Ook de trainingen tijdens koude regenachtige avonden heeft de spits niet gemist. “Ik mag dan wel een Nederlander zijn, alsnog sta ik liever onder een lekker schijnende zon op het veld.” Waar hij ook naar snakt, is de Indonesische mentaliteit. “In Nederland worden ze boos als je een waterfles vergeet mee naar binnen te nemen en raken ze in paniek als je een shirtje laat liggen. Nee, dat heb ik zeker niet gemist hoor.”

De boetepot van AFC heeft hij tot dusver niet hoeven spekken. Maar of dat zo blijft, kan hij niet garanderen. Platje staat wel garant voor doelpunten. Na twaalf duels heeft de spits er alweer vijf in het netje liggen. “Dat blijft mijn vak he”, lacht hij. De voetballer heeft het naar zijn zin bij de Amsterdamse voetbalclub. “We spelen op een lekker niveautje en sportief gaat het ook voor de wind. Wat wil je nog meer?” Toch gaat Platje gegarandeerd ooit terug naar Bali. “We hebben een eigen huis, dus kunnen gaan wanneer we willen.” Hij gaat dan zeker langs bij zijn vrienden die de aanvaller door de jaren heen maakte op het eiland. “En we gaan dan heel hard genieten van de mooie tijd en het leven. Daar snak je hier in Nederland soms wel even naar hoor”, zegt hij het met een twinkeling in zijn ogen. “Het is er gewoon prachtig”, voegt hij er bijna verliefd aan toe. (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op AFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op AFC voor meer informatie over de club.

Michael de Niet is een levensgenieter op het veld

Voetbal is een hobby voor Michael de Niet (27). Hij hoeft er geen bakken met geld mee te verdienen en een leven als een popster slaat hij ook liever af. Wat hij wel wil? Lekker ballen en gezelligheid met vrienden. “Een heerlijk koud biertje na de wedstrijd mot toch kennen”, klinkt het met onvervalst Haags accent.

De spits is geboren en getogen in Scheveningen. Toch woont hij niet meer in zijn geliefde dorp. Begin dit jaar streek De Niet in het Westland neer. “Ik heb met mijn vriendin net een kleine gekregen en daarom wilden we graag wat groter gaan wonen.” Omgeven door grote glazen kassen en groene weilanden met koeien vond het kersverse gezin die ruimte in het kleine kerkdorp Poeldijk. “Tussen het groen kunnen we lekker wandelen met de kinderwagen, maar soms mis ik de eindeloze kuststrook met de gezellige beachclubs. Die plek blijft altijd iets magisch hebben.”

Voor De Niet was het lange tijd ondenkbaar dat hij ‘zijn’ Scheveningen zou verlaten. “Mijn familie en vrienden wonen daar. Als ik vijf minuutjes in de wijk ga lopen, ben ik al gauw één uur bezig. Ik kom alleen maar bekenden tegen.” In de zoektocht naar zijn nieuwe paleisje vond het stelletje echter niets in de buurt en de familie van zijn vriendin woonde al in het Westland. Zo kwam de spits, zelf als een boer met kiespijn, terecht tussen andere boeren. “Eigenlijk is het wel lekker hier. We hebben rust en ruimte gevonden. Precies de twee dingen die we zochten.”

Een definitief afscheid van Scheveningen was de verhuizing niet. “Ben je gek”, lacht hij. Elke werkdag rijdt De Niet terug naar het kustdorp om te werken bij een groente- en fruithandel. “Soms rijd ik daarna nog even een rondje langs wat bekende straten met de stiekeme hoop om iemand te treffen. Daarnaast voetbal ik natuurlijk bij De Schollekoppen. De club waar het ooit allemaal begon.” Na een lange afwezigheid keerde de verloren zoon acht jaar geleden terug bij SVV Scheveningen. De aanvaller zorgde daarmee hoogstpersoonlijk voor één van de meest bijzondere overstappen ooit in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Van tweedeklasser SVC’08 vertrok hij naar tweededivisionist SVV Scheveningen. Het eerste team van die club acteert maar liefst vijf niveaus hoger dan zijn oude ploeg.

Plezier
In zijn jeugd speelde De Niet al voor De Schollekoppen. Als tiener maakte de spits daar furore en scoorde hij aan de lopende band. “We speelden altijd op de hoogste jeugdniveaus, maar op een gegeven moment werd plezier voor mij belangrijker.” De aanvaller kreeg nieuwe vrienden en met hen wilde hij vooral genieten en buitenspelen. “Gewoon lekker relaxed ballen met je maten en niet constant die druk van het per se willen winnen.” Die mentaliteit vond de levensgenieter één club verder bij het lager spelende Duindorp. Daar draaide het om spelplezier. Precies dat wat de voetballer zocht.

Een aantal jaar bleef de spits bij Duindorp. “Naarmate ik ouder werd, wilde ik weer graag die uitdaging.” De trainer van SVC’08 trok hem bij zijn club binnen. Bij de tweedeklasser sloot hij direct aan bij het eerste elftal. “Ik zou in principe nog in de A-jeugd mogen spelen. Dat team zag ik echter nooit.” Al snel bemachtigde hij een plekje in de basis. Hoe de aanvaller dat op zo’n jonge leeftijd lukte? “Niks geks. Gewoon hard werken. Dat is het geheime recept. Niet lullen maar poetsen.” In die tijd legde hij de een na de andere bal achter de doelman in het netje. Zijn oude ploeg SVV Scheveningen viel dat op en de club nam contact op met hun verloren zoon.

“Het telefoontje kwam op het perfecte moment. Ik kreeg spijt dat ik niet was doorgegaan in de jeugd en ik had opnieuw ambitie om op een hoger niveau te spelen.” Hij streefde weer naar het hoogst haalbare en wilde nog iets uit zijn carrière halen. “Het was in die tijd ‘nu of nooit’.” Tijdens de gesprekken speelde Scheveningen nog in de Derde Divisie. “Opeens promoveert het team dat seizoen naar de Tweede Divisie. Gaan ze even op een nog hoger niveau spelen. Das was even schrikken.” De aanvaller wist dat hij niet direct een basisplek zou hoeven verwachten. Maar na de eerste training kwamen er twijfels naar boven. Had hij de juiste beslissing genomen om terug te gaan naar De Schollekoppen? “De eerste trainingen waren ronduit dramatisch. Ik was alleen maar aan het rennen en leed continu balverlies. Toen daalde het besef neer dat ik een aantal jaar had stilgestaan.” Op dat moment kwam zijn oude credo naar boven: niet lullen, maar poetsen. Die aanpak wierp zijn vruchten af en al snel voelde De Niet zich weer thuis. “Dat kwam ook doordat ik die gasten al kende. Dat geeft gelijk een warm gevoel waardoor het makkelijk was om te wennen.”

Genieten
Hij kreeg een basisplek en begon snel met scoren. “Het gaat er hier wat anders aan toe dan bij sommige andere topclubs. Als wij eens twee keer verliezen achter elkaar, is er nog lang geen paniek en dat past goed bij mij. Als er stress zou ontstaan rondom het team ben ik daar snel gevoelig voor. Als ik verlies, baal ik natuurlijk. Alleen daarna zet ik snel weer die knop om.” Hij ziet zichzelf nu niet meer snel een stap omhoog maken. “Die ambitie is er stiekem wel. Ik zou het altijd willen proberen. Maar ik zit hier perfect op mijn plek en ik zie mezelf daardoor niet zo snel meer weggaan.” De relaxte sfeer zorgt ervoor dat De Niet ‘lekker ken ballen’, zoals een echte Hagenees dat zegt. “Ik werk vijf dagen per week. Dan wil ik in het weekend kunnen genieten.”

Genieten doet hij met een biertje en lekker eten. Maar ook door naar zijn kleine te kijken. Over een paar jaar hoopt De Niet samen met zijn zoontje te kunnen voetballen. Hij ziet het al helemaal voor zich hoe de twee op een voetbalveld staan te oefenen. Het vaderschap is voor de speler het mooiste in het leven. “Het is heel onwerkelijk. Je gaat met z’n tweeën het ziekenhuis in en komt er een dag later met z’n drieën uit. Zo’n wezentje is ook helemaal afhankelijk van ons. Dat is heel speciaal. Alles gaat gelukkig goed met hem. Hij heeft alleen één niertje en de artsen houden dat goed in de gaten, er is geen acuut gevaar. Voor nu is het vooral een goede slaapkop.” (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op SVV Scheveningen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVV Scheveningen voor meer informatie over de club.

Op de weg terug: ‘Het is een mentale blessure’, aldus Cluzona speler Roy van Gils

Hij scheurde iets meer dan twaalf maanden geleden zijn kruisband af, maakte toch de overstap van Halsteren naar Cluzona en is inmiddels op de weg terug. Na een lange revalidatie, staat Roy van Gils letterlijk en figuurlijk te trappelen. “Het moment dat je weer het veld op kan, dat gevoel…”

Dat moment komt voor de 28-jarige buitenspeler steeds een beetje dichterbij. In het shirt van tweedeklasser Cluzona dus. “Het was de derde keer dat ze me vroegen. Eerder kwam het door privéomstandigheden of corona niet goed uit.” Maar nu dus wel. “Bij Halsteren zaterdag hadden we de ambitie om naar die tweede klasse te gaan, dat voelde nog als een onafgemaakte zaak. Ik vond het niet ‘fair’ om dan te vetrekken.” Maar na zijn blessure, Van Gils ging voor de wedstrijd tegen Krabbendijke door zijn knie, voelde dat wel als het juiste moment. “Ik zei tegen mezelf: één keer goed revalideren en die stap omhoog maken. Die kans moest ik grijpen. Wat als ik hem straks nog een keer afscheur?”

Bepaalde drang

Inmiddels zijn we heel wat maanden verder, maar tot een wedstrijd kwam de rechtspoot tot op heden nog niet. “Na een maand of acht, ging ik er opnieuw doorheen. Daarna hebben ze een deel van mijn meniscus weggehaald, dit zijn echt de laatste loodjes.” Van Gils hoopt over een maand zijn eerste minuten te kunnen maken, maar geniet nu al van zijn nieuwe club. “Ik had het de eerste keer al moeten doen! Maarja, dat is altijd achteraf.” Toch voldoet alles aan zijn eerder gestelde verwachtingen. “De groep is leuk, er hangt een goede sfeer en het niveau is hoog. Daardoor is er ook onderling veel concurrentie.” Binnenkomen met een zware knieblessure, is dan verre van ideaal. Zou je zeggen.
“Tuurlijk is dat lastig, maar ik moest voor mezelf kiezen. Het moeten bewijzen, vooral ten opzichte van mezelf, zorgt ook voor een bepaalde drang om goed te revalideren. Ik verwacht gewoon dat ik sterker terugkom.” Al gaat dat natuurlijk niet vanzelf, weet ook Van Gils inmiddels. “Je traint nu drie keer meer, dan je normaal deed. Van de kleine dingetjes, kun je nu echt genieten. Mijn knie zat acht dagen op slot, dan is het al een overwinning als je hem weer kunt buigen.” Behalve fysiek, is het toch eigenlijk vooral mentaal een uitdaging. “Als iemand aan het begin van mijn revalidatie had gezegd: ‘Het is vooral een mentale blessure’, had ik diegene echt uitgelachen. Maar het is wel zo. Het zit tussen je oren.”

Balgevoel

Die knop wist Van Gils, gelukkig voor hem, snel om te zetten. “Het is gewoon doen, doen, doen. Dan moet het goed komen. Ik deed het ook met de gedachte: als het nog een keer gebeurt, dan stop ik. Dat maakt het wat makkelijker. Wat dat betreft had ik het erger verwacht.” De oud-speler van Steenbergen staat dan ook op de drempel van zijn rentree. “Ik doe nu een deel van de training mee en mag bijna gaan beginnen aan de duels.
Het balgevoel is er nog wel, dat verleer je gelukkig niet. Al wist ik amper nog dat een bal rond was, haha!” Zijn rechterknie is er dus bijna weer helemaal klaar voor. “Volledig meetrainen, het veld weer op en een belangrijke pot spelen. Dat gevoel en dat moment…” Precies op tijd om een bijdrage te leveren aan een succesvol seizoen, want dat moet het gaan worden in Wouw. “Als je realistisch bent, moeten we bij de eerste drie kunnen eindigen. Een periode pakken en meespelen voor promotie.” Met de Steenbergenaar flitsend over de flank. “Het is alweer meer dan twaalf maanden geleden, dus ik moet even nadenken. Ik ben een snelle buitenspeler, bal diep en Roy sprint er wel achteraan.
Daarna afgeven en binnenschieten. Liever veertig assists dan dertig goals.” Een voetballende ‘nummer 7’. “Zakelijk en in combinatie met de back. Wat dat betreft zou ik wel wat doelgerichter mogen worden.” Maar misschien is dat straks, na een zware periode, nog niet eens zijn grootste winst. “Mentaal zit het wel goed!”

Klik op Cluzona voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Cluzona voor meer informatie over de club.

Foto: Nick Lodiers