Home Blog Pagina 442

Michael de Niet is een levensgenieter op het veld

Voetbal is een hobby voor Michael de Niet (27). Hij hoeft er geen bakken met geld mee te verdienen en een leven als een popster slaat hij ook liever af. Wat hij wel wil? Lekker ballen en gezelligheid met vrienden. “Een heerlijk koud biertje na de wedstrijd mot toch kennen”, klinkt het met onvervalst Haags accent.

De spits is geboren en getogen in Scheveningen. Toch woont hij niet meer in zijn geliefde dorp. Begin dit jaar streek De Niet in het Westland neer. “Ik heb met mijn vriendin net een kleine gekregen en daarom wilden we graag wat groter gaan wonen.” Omgeven door grote glazen kassen en groene weilanden met koeien vond het kersverse gezin die ruimte in het kleine kerkdorp Poeldijk. “Tussen het groen kunnen we lekker wandelen met de kinderwagen, maar soms mis ik de eindeloze kuststrook met de gezellige beachclubs. Die plek blijft altijd iets magisch hebben.”

Voor De Niet was het lange tijd ondenkbaar dat hij ‘zijn’ Scheveningen zou verlaten. “Mijn familie en vrienden wonen daar. Als ik vijf minuutjes in de wijk ga lopen, ben ik al gauw één uur bezig. Ik kom alleen maar bekenden tegen.” In de zoektocht naar zijn nieuwe paleisje vond het stelletje echter niets in de buurt en de familie van zijn vriendin woonde al in het Westland. Zo kwam de spits, zelf als een boer met kiespijn, terecht tussen andere boeren. “Eigenlijk is het wel lekker hier. We hebben rust en ruimte gevonden. Precies de twee dingen die we zochten.”

Een definitief afscheid van Scheveningen was de verhuizing niet. “Ben je gek”, lacht hij. Elke werkdag rijdt De Niet terug naar het kustdorp om te werken bij een groente- en fruithandel. “Soms rijd ik daarna nog even een rondje langs wat bekende straten met de stiekeme hoop om iemand te treffen. Daarnaast voetbal ik natuurlijk bij De Schollekoppen. De club waar het ooit allemaal begon.” Na een lange afwezigheid keerde de verloren zoon acht jaar geleden terug bij SVV Scheveningen. De aanvaller zorgde daarmee hoogstpersoonlijk voor één van de meest bijzondere overstappen ooit in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Van tweedeklasser SVC’08 vertrok hij naar tweededivisionist SVV Scheveningen. Het eerste team van die club acteert maar liefst vijf niveaus hoger dan zijn oude ploeg.

Plezier
In zijn jeugd speelde De Niet al voor De Schollekoppen. Als tiener maakte de spits daar furore en scoorde hij aan de lopende band. “We speelden altijd op de hoogste jeugdniveaus, maar op een gegeven moment werd plezier voor mij belangrijker.” De aanvaller kreeg nieuwe vrienden en met hen wilde hij vooral genieten en buitenspelen. “Gewoon lekker relaxed ballen met je maten en niet constant die druk van het per se willen winnen.” Die mentaliteit vond de levensgenieter één club verder bij het lager spelende Duindorp. Daar draaide het om spelplezier. Precies dat wat de voetballer zocht.

Een aantal jaar bleef de spits bij Duindorp. “Naarmate ik ouder werd, wilde ik weer graag die uitdaging.” De trainer van SVC’08 trok hem bij zijn club binnen. Bij de tweedeklasser sloot hij direct aan bij het eerste elftal. “Ik zou in principe nog in de A-jeugd mogen spelen. Dat team zag ik echter nooit.” Al snel bemachtigde hij een plekje in de basis. Hoe de aanvaller dat op zo’n jonge leeftijd lukte? “Niks geks. Gewoon hard werken. Dat is het geheime recept. Niet lullen maar poetsen.” In die tijd legde hij de een na de andere bal achter de doelman in het netje. Zijn oude ploeg SVV Scheveningen viel dat op en de club nam contact op met hun verloren zoon.

“Het telefoontje kwam op het perfecte moment. Ik kreeg spijt dat ik niet was doorgegaan in de jeugd en ik had opnieuw ambitie om op een hoger niveau te spelen.” Hij streefde weer naar het hoogst haalbare en wilde nog iets uit zijn carrière halen. “Het was in die tijd ‘nu of nooit’.” Tijdens de gesprekken speelde Scheveningen nog in de Derde Divisie. “Opeens promoveert het team dat seizoen naar de Tweede Divisie. Gaan ze even op een nog hoger niveau spelen. Das was even schrikken.” De aanvaller wist dat hij niet direct een basisplek zou hoeven verwachten. Maar na de eerste training kwamen er twijfels naar boven. Had hij de juiste beslissing genomen om terug te gaan naar De Schollekoppen? “De eerste trainingen waren ronduit dramatisch. Ik was alleen maar aan het rennen en leed continu balverlies. Toen daalde het besef neer dat ik een aantal jaar had stilgestaan.” Op dat moment kwam zijn oude credo naar boven: niet lullen, maar poetsen. Die aanpak wierp zijn vruchten af en al snel voelde De Niet zich weer thuis. “Dat kwam ook doordat ik die gasten al kende. Dat geeft gelijk een warm gevoel waardoor het makkelijk was om te wennen.”

Genieten
Hij kreeg een basisplek en begon snel met scoren. “Het gaat er hier wat anders aan toe dan bij sommige andere topclubs. Als wij eens twee keer verliezen achter elkaar, is er nog lang geen paniek en dat past goed bij mij. Als er stress zou ontstaan rondom het team ben ik daar snel gevoelig voor. Als ik verlies, baal ik natuurlijk. Alleen daarna zet ik snel weer die knop om.” Hij ziet zichzelf nu niet meer snel een stap omhoog maken. “Die ambitie is er stiekem wel. Ik zou het altijd willen proberen. Maar ik zit hier perfect op mijn plek en ik zie mezelf daardoor niet zo snel meer weggaan.” De relaxte sfeer zorgt ervoor dat De Niet ‘lekker ken ballen’, zoals een echte Hagenees dat zegt. “Ik werk vijf dagen per week. Dan wil ik in het weekend kunnen genieten.”

Genieten doet hij met een biertje en lekker eten. Maar ook door naar zijn kleine te kijken. Over een paar jaar hoopt De Niet samen met zijn zoontje te kunnen voetballen. Hij ziet het al helemaal voor zich hoe de twee op een voetbalveld staan te oefenen. Het vaderschap is voor de speler het mooiste in het leven. “Het is heel onwerkelijk. Je gaat met z’n tweeën het ziekenhuis in en komt er een dag later met z’n drieën uit. Zo’n wezentje is ook helemaal afhankelijk van ons. Dat is heel speciaal. Alles gaat gelukkig goed met hem. Hij heeft alleen één niertje en de artsen houden dat goed in de gaten, er is geen acuut gevaar. Voor nu is het vooral een goede slaapkop.” (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op SVV Scheveningen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVV Scheveningen voor meer informatie over de club.

Op de weg terug: ‘Het is een mentale blessure’, aldus Cluzona speler Roy van Gils

Hij scheurde iets meer dan twaalf maanden geleden zijn kruisband af, maakte toch de overstap van Halsteren naar Cluzona en is inmiddels op de weg terug. Na een lange revalidatie, staat Roy van Gils letterlijk en figuurlijk te trappelen. “Het moment dat je weer het veld op kan, dat gevoel…”

Dat moment komt voor de 28-jarige buitenspeler steeds een beetje dichterbij. In het shirt van tweedeklasser Cluzona dus. “Het was de derde keer dat ze me vroegen. Eerder kwam het door privéomstandigheden of corona niet goed uit.” Maar nu dus wel. “Bij Halsteren zaterdag hadden we de ambitie om naar die tweede klasse te gaan, dat voelde nog als een onafgemaakte zaak. Ik vond het niet ‘fair’ om dan te vetrekken.” Maar na zijn blessure, Van Gils ging voor de wedstrijd tegen Krabbendijke door zijn knie, voelde dat wel als het juiste moment. “Ik zei tegen mezelf: één keer goed revalideren en die stap omhoog maken. Die kans moest ik grijpen. Wat als ik hem straks nog een keer afscheur?”

Bepaalde drang

Inmiddels zijn we heel wat maanden verder, maar tot een wedstrijd kwam de rechtspoot tot op heden nog niet. “Na een maand of acht, ging ik er opnieuw doorheen. Daarna hebben ze een deel van mijn meniscus weggehaald, dit zijn echt de laatste loodjes.” Van Gils hoopt over een maand zijn eerste minuten te kunnen maken, maar geniet nu al van zijn nieuwe club. “Ik had het de eerste keer al moeten doen! Maarja, dat is altijd achteraf.” Toch voldoet alles aan zijn eerder gestelde verwachtingen. “De groep is leuk, er hangt een goede sfeer en het niveau is hoog. Daardoor is er ook onderling veel concurrentie.” Binnenkomen met een zware knieblessure, is dan verre van ideaal. Zou je zeggen.
“Tuurlijk is dat lastig, maar ik moest voor mezelf kiezen. Het moeten bewijzen, vooral ten opzichte van mezelf, zorgt ook voor een bepaalde drang om goed te revalideren. Ik verwacht gewoon dat ik sterker terugkom.” Al gaat dat natuurlijk niet vanzelf, weet ook Van Gils inmiddels. “Je traint nu drie keer meer, dan je normaal deed. Van de kleine dingetjes, kun je nu echt genieten. Mijn knie zat acht dagen op slot, dan is het al een overwinning als je hem weer kunt buigen.” Behalve fysiek, is het toch eigenlijk vooral mentaal een uitdaging. “Als iemand aan het begin van mijn revalidatie had gezegd: ‘Het is vooral een mentale blessure’, had ik diegene echt uitgelachen. Maar het is wel zo. Het zit tussen je oren.”

Balgevoel

Die knop wist Van Gils, gelukkig voor hem, snel om te zetten. “Het is gewoon doen, doen, doen. Dan moet het goed komen. Ik deed het ook met de gedachte: als het nog een keer gebeurt, dan stop ik. Dat maakt het wat makkelijker. Wat dat betreft had ik het erger verwacht.” De oud-speler van Steenbergen staat dan ook op de drempel van zijn rentree. “Ik doe nu een deel van de training mee en mag bijna gaan beginnen aan de duels.
Het balgevoel is er nog wel, dat verleer je gelukkig niet. Al wist ik amper nog dat een bal rond was, haha!” Zijn rechterknie is er dus bijna weer helemaal klaar voor. “Volledig meetrainen, het veld weer op en een belangrijke pot spelen. Dat gevoel en dat moment…” Precies op tijd om een bijdrage te leveren aan een succesvol seizoen, want dat moet het gaan worden in Wouw. “Als je realistisch bent, moeten we bij de eerste drie kunnen eindigen. Een periode pakken en meespelen voor promotie.” Met de Steenbergenaar flitsend over de flank. “Het is alweer meer dan twaalf maanden geleden, dus ik moet even nadenken. Ik ben een snelle buitenspeler, bal diep en Roy sprint er wel achteraan.
Daarna afgeven en binnenschieten. Liever veertig assists dan dertig goals.” Een voetballende ‘nummer 7’. “Zakelijk en in combinatie met de back. Wat dat betreft zou ik wel wat doelgerichter mogen worden.” Maar misschien is dat straks, na een zware periode, nog niet eens zijn grootste winst. “Mentaal zit het wel goed!”

Klik op Cluzona voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Cluzona voor meer informatie over de club.

Foto: Nick Lodiers

Eric Kuipers houdt klaverjassen op de kaart bij WCR

Hij was jarenlang grensrechter van het eerste elftal, totdat hij het gescheld en getier van toeschouwers zat was. Inmiddels is Eric Kuipers alweer zeventien jaar de drijvende kracht achter de klaverjas-avonden bij WCR.

Zo’n beetje elke willekeurige club had er eentje in de jaren tachtig: een klaverjas-avond, vaak nog in combinatie met een ander destijds populair spel, jokeren. “Bij veel clubs is het verdwenen”, zegt Kuipers. “Het sterft uit. Wij zijn als WCR nog één van de weinige clubs die aan klaverjassen doen.”

Het ruim vijftigjarige lidmaatschap van Kuipers bij WCR is onder te verdelen in drie periodes: de eerste was als voetballer, waaraan op zijn 25ste een einde kwam na een zware knieblessure, de tweede was als grensrechter van het eerste en inmiddels is hij al zeventien jaar degene die het klaverjassen op de kaart houdt bij zijn club in Rhoon. “Ik ben 25 jaar grensrechter geweest van het eerste elftal, totdat ik de reacties vanaf de kant helemaal spuugzat was. Wat mensen er op een gegeven moment allemaal uitkraamde was niet normaal meer. Respect was ver te zoeken.”

Kuipers vond in het klaverjassen een nieuwe bezigheid en daar heeft hij tot de dag van vandaag schik in. “We hoeven er niet omheen te draaien. Het is niet meer zoals vroeger toen het normaal was dat je zeven, acht tafels had. Als we nu drie, vier tafels hebben, zijn we blij. Meestal is er een mannetje of twintig, allemaal vaste gasten. We spelen een competitie over het hele jaar. Zestien ronden, waarbij de slechtste vier mogen worden weggeschreven.”

Soms zit hij zelf aan een tafel, maar meestal staat hij achter de bar. “Het is vooral gezellig, maar jonge aanwas is er niet. De jongste speler is denk ik midden vijftig. Als ik er mee stop, vrees ik dat er geen opvolger is en dat het over is.”

Met Kuipers aan het bewind zit er nog genoeg leven in het klaverjassen. “Tijdens de corona-lockdowns konden we natuurlijk niet spelen, maar toen het weer kon hebben we de draad snel weer opgepakt. We hebben ook gespeeld met anderhalve meter afstand. De tafels waren precies van die grootte. Dus vier tafels aan elkaar schuiven en spelen.”

Klik op WCR voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WCR voor meer informatie over de club.

Sjoerd van der Waal maakt snel meters als hoofdtrainer

Sjoerd van der Waal kreeg dit jaar van ASWH een ultieme uitdaging als hoofdtrainer voorgeschoteld: als opvolger van Rogier Veenstra, naast wie hij als assistent had gefungeerd, mag hij zich bewijzen als technisch verantwoordelijke voor de Ambachtse selectie die een compleet nieuwe start moest maken in de derde divisie.

Voor Alblasserwaarder Sjoerd van der Waal diende zich, na de aankondiging van Rogier Veenstra dat zijn trainerstijd bij ASWH ten einde zou komen na het seizoen 2021-2022, een prachtige kans aan. Maar Van der Waal kreeg meteen een fikse kluif voorgeschoteld door ‘td’ Mels van Driel: ASWH ging na de degradatie uit de tweede divisie immers flink in de revisie.

,,Maar ik heb geen enkel moment getwijfeld op het moment dat ik het vertrouwen van de club heb gekregen, omdat zij potentie in mij zag. Plus het feit dat ik natuurlijk een ASWH-verleden heb.’’

De nieuwe keuzeheer op Schildman werd echter wel geconfronteerd met een totale gedaanteverwisseling van de selectie, maar ging daar – zoals de aard van het beestje is – nuchter mee om. ,,Ik had wel gedacht dat er meer spelers van het vorig seizoen zouden blijven.’’ Van der Waal kon ook enigszins zijn stempel drukken op het aantrekken van nieuwe spelers. Back Stefan Watson, afkomstig van Alexandria’66, kwam bijvoorbeeld uit zijn koker net als Wout Neelen en voormalig Kozakken Boys-speler Yassin Ouja. En het uitgangspunt was duidelijk: ,,We zijn weliswaar afkomstig uit de tweede divisie, maar streven naar een directe terugkeer is niet reëel. We moeten zorgen dat we genoeg clubs onder ons houden en erin blijven.’’

Eerlijk
Met de totaal vertimmerde formatie beleefde ASWH tot nu toe best een prima start. ,,Maar ook dat is geen reden geweest om met het hoofd in de wolken te lopen, want ik besefte ook dat we mindere fases zouden kunnen beleven en af en toe eens op ons gezicht zouden gaan. Dat is nou eenmaal de consequentie van een team in opbouw, waarin spelers nog steeds enorm aan elkaar moeten wennen.’’ De break, na de 1-0 nederlaag bij SteDoCo, kwam wat dat betreft op tijd. ASWH herpakte zich met een fortuinlijke, maar knappe zege op het ambitieuze Sparta Nijkerk. ,,Na drie wedstrijden zonder treffers op rij was dat een hele lekkere, die weer lucht af’’, glunderde Van der Waal die dus snel meters maakt(e) als hoofdtrainer van ASWH. En passant het diploma van de trainerscursus UEFA A haalde.

Van der Waal is rustig in zijn coaching, wars van theatraal gedrag en eerlijk. Bij het tussentijdse vertrek van spits Lester Pires verwees hij voor de uitleg naar ‘td’ Van Driel. ,,Ik praat alleen maar over spelers die ik wel tot mijn beschikking heb’’, was de uitleg van de oefenmeester, die zichzelf de tijd heeft gegeven om met ASWH te bouwen aan een nieuwe toekomst. ,,We weten in welke situatie we met de club zitten. We hebben een nieuwe start gemaakt, nadat we jaren op het allerhoogste amateurniveau hebben gebivakkeerd. Inmiddels zijn de verhoudingen in de derde divisie al duidelijk geworden, maar ik zie bij ons wel een duidelijke lijn in hoe we willen en kunnen spelen. Het is een feit dat we een smalle selectie hebben, dus bij blessures en schorsingen – waar we al mee te maken hebben gehad – worden we kwetsbaar. Maar ik kan niet ontevreden zijn over de manier waarop we ons tot nu toe hebben laten zien.’’

Klik op ASWH voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ASWH voor meer informatie over de club.

Dwayne Green vindt bij Spakenburg plezier terug

Hij overwoog om definitief te stoppen met betaald voetbal. Zelfs om helemaal te stoppen. Het plezier was Dwayne Green helemaal verloren. Bij Spakenburg heeft de 26-jarige verdedigende middenvelder dit seizoen het juiste gevoel teruggevonden. De Blauwen beschikken met de linkspoot over een international. “Als de nationale ploeg van Barbados weer belangrijke wedstrijden gaat spelen, mogen ze me altijd bellen.”

Vanaf een blauw businessclubstoeltje op de hoofdtribune van Sportpark De Westmaat kijkt hij uit op het hoofdveld. Een jeugdteam traint. “Dat zou me ook leuk lijken. Zo’n jeugdteam begeleiden. Die jongens zijn nog helemaal onbevangen, puur en vrij. Ze stralen plezier uit. Heerlijk. Dat gevoel maakte ik als kind ook mee, maar dat raakte ik de laatste jaren steeds meer kwijt.”

Het gevoel werd in de zomer van 2021 versterkt toen zijn aflopende contract met FC Den Bosch niet werd verlengd. “Ook tot mijn eigen verrassing. De clubleiding besloot om alle aflopende contracten op te zeggen. De club zat in de afrondende fase van haar rechtszaak met Kakhi Jordania en kende veel onduidelijkheid over haar financiële toekomst. Ik belandde plotseling in een onzekere situatie. Vanaf mijn dertiende liep ik in het profvoetbal rond, ik heb daar ontzettend veel voor gelaten en gedaan en nu zat ik zonder club.”

Zijn zaakwaarnemer bood stages aan. “Voornamelijk in het buitenland. Maar mijn vriendin, inmiddels vrouw, was in verwachting van onze tweede dochter. Ik wilde in Nederland blijven. Die aanbiedingen waren financieel ook niet interessant genoeg. De twijfel groeide steeds meer. Betaald voetbal lijkt voor de buitenwereld mooier dan het in werkelijkheid is. Achter de schermen gebeurt veel waar fans en media geen weet van hebben. Voor die andere kant van het vak heb je een dikke huid nodig. Ik ken genoeg jongens die veel kwaliteiten hadden en inmiddels zijn gestopt. Mentaal moet je sterk in je schoenen staan. Ik kan niet tegen onrecht, kan dat niet accepteren. Het bezorgde mij moeilijke periodes.”

Hij geeft een voorbeeld. “In 2017 speelden we met RKC Waalwijk in de voorbereiding tegen PSV om de Mandemakers Cup. Ik speelde voor mijn gevoel echt goed en dacht een basisplaats te hebben afgedwongen, maar het hele seizoen bracht ik op de reservebank door. Het principe dat de beste spelers spelen, gaat in het betaald voetbal niet op.”

Hij trainde vorig seizoen eerst voor zichzelf. “Ik belde mijn oom. Hij is een fanatiek bokser, was nog Zuid-Hollands kampioen. Ging ik met hem trainen. Fysiek ben ik daardoor zeker sterker geworden. Ik trainde ook even mee bij GJS in Gorinchem, waar ik als kleine jongen ben begonnen. In Henrico Drost nam ik een nieuwe zaakwaarnemer in de hand en via hem kon ik in de winterstop naar Spakenburg. Een mooie oplossing. Drie kwartier rijden en een poging om mijn plezier terug te vinden. De KNVB dwarsboomde de overstap, omdat die te laat zou zijn ingediend. Ik begrijp het nog steeds niet. De interesse bleef en in de slotfase van het seizoen tekende ik voor deze jaargang. Ik moest laten zien dat ik fit was en trainde twee weken mee. Na één training wisten ze al voldoende.”

Bij Spakenburg loopt er daardoor een international rond. In september 2021 debuteerde Green voor de nationale ploeg van Barbados. Het geboorteland van zijn vader. “Bij FC Den Bosch speelde ik het seizoen daarvoor samen met Ryan Trotman. Ook zijn vader komt van Barbados. De nationale bond had hem benaderd om voor het nationale team uit te komen. Hij vroeg of hij mijn naam mocht doorgeven. De bond benaderde me, maar ik had geen paspoort. Dat was best snel geregeld. Ik moest online een aantal documenten invullen.”

Via Londen vlogen Trotman en Green naar Barbados. “Door de strenge coronaregels moesten we eerst vijf dagen in quarantaine in een hotel. Daarna verbleven we maar vijf dagen op het eiland, want de kwalificatieduels voor de Gold Cup vonden in Miami, Verenigde Staten plaats. Ik ging voor de eerste keer op bezoek bij mijn oma. Ik was nooit eerder afgereisd. Mijn ouders zijn al vroeg gescheiden en de band met mijn vader was niet zo goed. We trainden op kunstgras. Het complex van de nationale bond bestaat uit één veld met een kleine tribune. De omstandigheden waren pittig. Het was niet eens zo warm, maar tijdens een training leek het net alsof ik in een zwembad was gesprongen. Zo zweette ik.”

Communiceren gebeurt in het Engels. “Ze spreken het daar met een flink dialect. Je moet goed je best doen om het te verstaan.” Tegen Bermuda maakte Green zijn officiële debuut. “Het stadion in Miami was geweldig, er zaten best veel mensen. Het kwam niet verkeerd uit dat we niet doorgingen naar de volgende ronde, omdat mijn vriendin op springen stond.” Zijn debuutshirt met rugnummer 15 en achternaam gaf hij aan zijn vader. “Voor hem heeft dit een speciale waarde. Onze relatie is gelukkig iets beter. Omdat ik nu vader ben, vind ik het belangrijk dat mijn dochters ook een band met hem hebben. Hij komt elke wedstrijd kijken.”

Green woonde als kind bij zijn moeder, geboren in Griekenland en op haar achtste naar Nederland toegekomen. “Ik spreek daardoor vloeiend Grieks en als kind gingen we elk jaar op vakantie naar Chalkidiki, drie kwartier van Thessaloniki. Ik heb veel respect voor mijn moeder. Ze werkte enorm veel om mijn zusje en mij te kunnen opvoeden. We verbleven daardoor vaak bij mijn opa en oma, omdat mijn moeder moest werken. Elke woensdagmiddag moest ik naar de Griekse school in Gorinchem. Ik zei keurig dat ik ging, maar stiekem ging ik voetballen op een veldje verderop. Toen ik met een kapotte broek vol grasvlekken thuiskwam, moest ik het toch bekennen. Mijn opa had het echter allang door. Treurig dat hij net niet meer meemaakte dat ik bij een betaald voetbalclub speelde. Toen ik als dertienjarige naar FC Den Bosch mocht, zou mijn opa me elke dag wegbrengen. Hij overleed net voordat mijn eerste training op het programma stond. Mijn moeder bracht me toen bijna dagelijks.”

Nu ligt zijn sportieve blik op Spakenburg. “Het voetbal in de Tweede Divisie is met name op tactisch gebied anders dan het betaald voetbal. Ik moest even mijn weg vinden. We hebben een kwalitatief goede groep, maar de prestaties verlopen nog teveel met pieken en dalen. Als we de derby twee keer winnen en we draaien een zorgeloos seizoen, ben ik tevreden.” En die terugkeer in het betaald voetbal? “Op dit moment zit ik hier prima. Morgen zie ik wel.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op SV Spakenburg voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Spakenburg voor meer informatie over de club.

Oud-speelster Josca Jansen nu al jaren betrokken bij Smerdiek-dames

Ze voetbalde zelf in het verleden jarenlang op hoog niveau in het damesteam bij SV Smerdiek, maar is momenteel al jarenlang als elftalleidster betrokken bij de damesafdeling van de zaterdagclub. Inmiddels vormt Smerdiek een team samen met SC Stavenisse en SPS uit Poortvliet.

“Door die samenwerking hebben we nu een groep van zo’n twintig dames en dat is wel een prettige luxe moet ik zeggen. In het verleden kwamen speelsters vanuit alle windstreken naar Smerdiek om er op hoog niveau te kunnen voetballen bij de dames. Die tijden liggen echter ver achter ons en het samen gaan werken met SPS en nu ook Stavenisse was voor alle clubs de beste oplossing. En tot op heden gaat het naar volle tevredenheid van iedereen.”

Damesvoetbal bestaan bij Smerdiek al ruim een kwart eeuw, maar het werd steeds lastiger om zelfstandig een elftal in competitie te houden. “De afgelopen jaren speelde ook covid daarin wel een rol is onze overtuiging. Maar dankzij deze oplossing hebben we hier op het eiland verschillende verenigingen weten te bundelen en zijn meiden vanuit alle windstreken van Tholen in het team vertegenwoordigd. Alleen bij Vosmeer hebben ze ook nog een damesteam, maar verder op het eiland niet meer. We zijn dan ook trots, dat we dit nu hier zo hebben neergezet.”

Waar Jansen als leider voor alle belangrijke randvoorwaarden zorgt, daar zijn Rene Uijl (al ruim vijftien jaar) en Sjaak Quist verantwoordelijk voor de trainingen en de coaching van St. Smerdiek/ SPS/ Stavenisse, dat zowel op Poortvliet bij SPS als bij Smerdiek traint en speelt. “We spelen nu in de vierde klasse en dat is een mooi niveau voor deze jonge groep speelsters. Je kan dat niet vergelijken met de periode toen we nog in de hoofdklasse uitkwamen en drie damesteams hier hadden. De oudste speelster die we nu hebben is zesentwintig en de jongste zijn zestien, dus dat is een heel andere generatie. Maar als je ziet hoe ze zich ontwikkelen en hoeveel plezier ze onderling hebben in het spelletje dan is dat prachtig om vanaf de zijlijn mee te maken.”

Waar ze op zaterdagen al seizoenenlang een rol als vrijwilligster vervult, daar staat ze in de 30+ 7×7-competitie met tal van oud-speelsters met Smerdiek ook nog zelf op het veld. “Dat is vijf vrijdagavonden in toernooiverband zowel in het voor- als najaar en is geweldig leuk om te doen. Je blijft op die manier toch ook nog actief, hoewel ik dat altijd wel gebleven ben en zelf tot een aantal jaren geleden ook nog met ons damesteam meetrainde en speelde. Mijn dochters spelen nu in het team en nemen het stokje over. Rene en Sjaak doen het technische stuk en ik zorg voor het randgebeuren, ‘regelwerk’ en de verbinding. Het is gewoon heerlijk om iets voor de club én het vrouwenvoetbal binnen Smerdiek te blijven doen.”

Klik op SV Smerdiek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Smerdiek voor meer informatie over de club.

Bevelander van WHS houdt van de uitdagingen in de 2de klasse

Afgetekend, zo mag het kampioensjaar van WHS afgelopen seizoen wel worden getypeerd. Met veertien punten voorsprong op Halsteren en Prinsenland promoveerde centrale verdediger Stijn Bevelander (22) samen met zijn ploeggenoten naar de tweede klasse van het zaterdagvoetbal. Op het hogere niveau biedt de wekelijkse tegenstand voor Bevelander volop uitdagingen.

“Het is geweldig om tegen die sterke teams met sterkere aanvallers te spelen, want dat geeft extra uitdaging. In de derde klasse had je er ook wel bij ploegen spitsen lopen die behoorlijk compleet waren, maar op dit niveau is het toch wel even wat anders. Persoonlijke fouten worden hier genadeloos afgestraft en daar hebben we helaas al een aantal keren mee te maken gehad. Want als ik tot nu toe kijk naar ons veldspel, dan denk ik niet dat we al echt zijn weggespeeld. Maar kijk je naar effectiviteit, dan zijn sommige tegenstanders op dit niveau echt dodelijk. Ik denk echter dat heel veel teams aan elkaar gewaagd zijn, maar dat het aankomt op details en hoe je met fouten en kansen omgaat. Daarin moeten we duidelijk nog stappen maken.”

Toch ziet Bevelander, die alweer bezig is aan zijn zesde seizoen als vaste basisspeler bij de Stallanders, zeker kansen voor zijn ploeg. “Absoluut! We presteren nog niet optimaal, maar ik denk zeker dat we de kwaliteiten bezitten om op dit niveau mee te kunnen spelen. We zijn enkele jongens kwijtgeraakt zoals Wout den Engelsman die naar Goes is vertrokken en Arvin de Witte die is gestopt door blessureleed. Maar Jasper Gunter is gebleven en andere jongens pakken het goed op. Dus het laat zien dat we voldoende kwaliteit in de selectie hebben. Alleen moeten we constanter worden in onze prestaties. Als ons dat lukt, dan ben ik er van overtuigd dat we zeker geen eendagsvlieg zijn op dit niveau. Dat is ook niet onze intentie in elk geval.”

Het spelen op een niveau hoger heeft er toch ook wel voor gezorgd dat de centrale verdediger, die als vijfjarig jochie voor het eerst het groen-witte shirt aantrok, zichzelf anders opstelt ten opzichte van zijn tegenstanders. “Ik schuw zeker de fysieke duels niet, daar train ik ook extra voor in de sportschool. Want het is wel zaak om sterk te zijn en op een goede manier fel en stevig te verdedigen en de aanvallers aan banden te leggen. Dat lukt niet altijd, maar ik hou wel van zulke uitdagingen.”

”De grootste winst voor ons als team is om echt volwassener te worden qua veldspel. Want tegenstanders kennen ons spel en zeker ook de kracht van WHS in aanvallende zin. Het gaat er nu vooral om, dat we voldoende punten pakken. En hoe we dat doen is voor mij niet van belang. Als dat lukt dan ben ik er van overtuigd, dat we aan het eind van de rit bij de bovenste zeven ploegen staan. Daar hebben we kwaliteit genoeg voor in mijn ogen, al moeten we het wel laten zien.”

Klik op WHS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WHS voor meer informatie over de club.

Michel Michielsen op meerdere vlakken actief bij ODIO

Een behoorlijk aantal seizoenen was Michel Michielsen (35) actief bij de selectie van het eerste elftal. Het leeuwendeel als reservedoelman, maar ook een aantal jaar was hij de vaste keeper in het doel van de zondag vierdeklasser. Na vorig seizoen borg hij als selectielid de handschoenen op, maar verloren voor de club is hij overigens allerminst.

“Ik keep nu in het derde elftal, waar ik samenspeel met onder andere een aantal oud-ploeggenoten die ook bij het eerste gestopt zijn. Daarnaast traint op donderdagavond ook het tweede elftal, wat ook erg leuk is om te doen. De coaching op zondag doe ik niet, want dan speel ik immers zelf nog bij het derde. Op die manier kan ik zowel op als naast het veld nog altijd mijn steentje bijdragen voor de club en dat is erg leuk om te doen.”

Maar bij puur het actieve stuk op en rond het veld blijft het niet voor de clubman van ODIO. Ook op bestuurlijk en adviserend vlak neemt hij bij de dorpsclub een stukje voor zijn rekening. “Ik ben onder andere verantwoordelijk voor het technische gedeelte bij de jeugdafdeling. Daar adviseer ik onder andere de jeugdcoaches en trainers. We zijn met een klein groepje die deze taken op zich nemen dus dat is wel mooi. Op die manier dragen we allemaal een steentje bij en zorgen we ervoor dat de boel goed geregeld is en op de rit staat. We zijn maar een kleine vereniging dus als je dan de taken wat verdeelt dan is het voor iedereen behapbaar. Vrijwilligers zijn steeds lastiger te vinden en ik vind het niet meer dan logisch dat je ook wat terugdoet voor de club.”

Naast het zelf actief voetballen bij de Ossendrechtse zondagclub begon Michielsen op zijn zestiende met het geven van keeperstraining. Daarna kwamen er steeds nieuwe uitdagingen op zijn pad. “Ik heb keepers getraind, in de jeugd training gegeven en gecoacht, het jeugdbestuur, het tweede elftal trainen nu en nog altijd zelf keepen in het derde. Via de club heb ik ook een juniorencursus gevolgd bij de KNVB. Allemaal erg leuk om te doen. Altijd wel was ik bezig met hoe de ploeg stond en om te kijken wat we tactisch beter zouden kunnen doen. Dat interesseert me ook en wie weet ga ik daar ooit nog wel in verder, maar voorlopig heb ik voldoende omhanden.”

Op zijn vijftiende begon Michielsen destijds mee te trainen en had hij ook een periode van vier seizoenen dat hij eerste keeper was, maar verder voornamelijk bij het tweede keepte of als reserve bij het eerste op de bank zat. “Ik heb ook ooit één seizoen bij VIVOO gekeept, maar ben weer teruggekeerd, want dit is toch mijn club. Afgelopen seizoen begon ik tijdens de winterstop te twijfelen om te stoppen of nog door te gaan. Toen er bij het eerste en tweede ook nog wat oudere spelers stopten heb ik dezelfde keuze gemaakt. Bij het eerste zag ik geen kansen meer om eerste keeper te worden en dan moet je eerlijk en realistisch zijn. Er zijn een hoop jonge gasten uit de JO19 doorgeschoven en dat geeft toch een andere dynamiek in de kleedkamer. Dus daarop heb ik ervoor gekozen een stap terug te doen.”

Met het derde komt hij nu uit in de reserve vierde klasse en is hij overigens nog net zo fanatiek dan toen hij bij het eerste keepte. “Dat gaat er denk ik nooit uit. Want hoewel we nu niet meer echt moéten, willen we allemaal wel winnen en hebben we een team wat bovenin moet kunnen meedoen. Dus ondanks dat ik nu niet meer bij de selectie zit, is de week met ODIO-uurtjes nog aardig gevuld als je alles bij elkaar telt. Maar daar geniet ik van en ik zou het niet anders willen.”

Klik op rkvv ODIO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op rkvv ODIO voor meer informatie over de club.

TIC Sports is meer dan voetbal

Ze hebben er bij de oprichters van Voetbalschool TIC de laatste maanden hard aan gewerkt. Een iets andere, overkoepelende naam, met dezelfde principes. Want ook onder de naam TIC Sports, blijven Gijs Bogers en Yorben Bus vooral lekker veel bewegen.

Steeds breder en meer dan voetbal. Het aanbod van TIC begon een klein beetje uit de hand te lopen. In positieve zin dan, vertelt Bogers. “Kinderfeestjes, teambuildingactiviteiten en verschillende soorten naschoolse opvang. Vooral bij scholen gingen we steeds meer doen.” En dus begonnen ze in Roosendaal weer maar eens met het kraken van hun hersenen. “TIC Sports bestaat eigenlijk uit vijf belangrijke pijlers”, begint Bus met vertellen. “Natuurlijk de voetbalschool, het organiseren van toernooien, bedrijfsuitjes, kinderfeestjes en het werk op de scholen.”

Verbinding

Lang niet alles met voetbal, vult Bogers hem aan. “Bijvoorbeeld sportieve spellen, puzzels of opdrachten om samen te werken. Bij kinderfeestjes schieten we ook met pijl en boog, terwijl we op scholen sportdagen en gymlessen organiseren.” En dus was het tijd voor een overkoepelende naam. “Het zorgt voor verbinding, tussen alles wat we inmiddels doen.” Dat was nodig ook, vertelt de oprichter. “We zijn al een tijdje bezig op scholen en heel vaak kregen we de vraag: ‘Doen jullie alleen maar voetbal?’ Zo zijn we er eigenlijk op gekomen, dat was een jaartje geleden.” Ook voor zijn eigen trainers, een mooie ontwikkeling, zo vertelt Bogers. “Op die manier kunnen we ze niet alleen meer werk bieden, maar ook de mogelijkheid geven om door te groeien.” Bus is daar, nu als rechterhand, een goed voorbeeld van. “Ik ben hier gewoon begonnen als ‘voetbaltrainer’ en nu doe ik dit.”

Energie

Want ondanks alles, blijft voetbal voor TIC wel de hoofdzaak. “Maar behalve training, is het ook entertainment. Met de voetbalschool hebben we een mooie basis neergelegd, elke zondagochtend staan we met meer dan 70 kinderen in het stadion.” Ook het aantal georganiseerde feestjes groeit gestaag. “Gemiddeld één per week. Het verbreden van ons aanbod, zorgt natuurlijk ook voor meer kinderen. De doelgroep wordt groter.” Zo ook in het onderwijs. “Inmiddels verzorgen we bij twee scholen het complete jaarprogramma, puur om kinderen meer te laten bewegen.” Bus geniet er nog iedere dag van. “Het is leuk om dingen te ondernemen en met TIC Sports ben je eigenlijk alleen maar actief bezig.
Als je de positieve reacties en de waardering ziet, krijg je daar alleen maar energie van.” Maar, zoals we Bogers inmiddels kennen, groot is nooit groot genoeg. “Nu willen we weer nieuwe stappen zetten. Met de focus op bedrijven, teams, scholen en families. Als we elkaar over een jaar weer speken, hoop ik dat we hier iedere week een uitje organiseren.” Voor nu gaat de focus eerst op een tweetal toernooien: het Indoor Soccer Toernooi in Hoogerheide (van 28 tot en met 30 december) en de Rullens Futsal Cup in Wouw (van 2 tot en met 8 januari). “Voorlopig hoeven we ons nog niet te vervelen!”

Klik op TIC Sports voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TIC Sports voor meer informatie over de club.

Met DJ Chris wint Cluzona altijd de derde helft

Verloren, maar de derde helft gewonnen. Bij Cluzona kunnen ze er in sommige gevallen over mee praten. Want sinds Chris van den Heuvel voor de muziek zorgt in de kantine, worden er in Wouw maar weinig feestjes niet winnend afgesloten.

En dat is inmiddels al heel wat jaartjes, vertelt de DJ. “In 2015 ben ik hier komen wonen, import dus. Mijn vrouw is een echte Wouwse en haar vader is hoofdsponsor en oud-jeugdvoorzitter van Cluzona.” Dus om goed in te kunnen burgeren, besloot Van den Heuvel (40) een jaar of zeven geleden maar eens mee te gaan naar de plaatselijke voetbalclub. “Jij doet toch iets met plaatjes draaien, vind je het niet leuk om dat een keer hier te doen? Van het één, kwam toen heel snel het ander.” Want met een zevental optredens per seizoen, is de entertainer eigenlijk niet meer weg te denken uit de kantine van de tweedeklasser. Sterker nog, hij is zelfs een beetje fan geworden.
“Natuurlijk draag ik Cluzona een warm hart toe. Mijn vrouw is met haar eigen zaak shirtsponsor van de dames en mijn jongste zoon wil hier op voetbal. Dan raak je vanzelf betrokken.”

Even uitbundig

Zoals bijvoorbeeld tijdens het promotiefeest, in 2017. “Dat was echt fantastisch, zoiets vergeet je nooit meer.” Maar ook tijdens reguliere competitiewedstrijden, is Van den Heuvel van de partij. “Meestal kijk ik eerst nog een stukje van de wedstrijd, rond half vijf gaan de eerste plaatjes aan. Een paar uur later, gaat iedereen tevreden naar huis.” Ongeacht winst of verlies. “Dat is het grappige, bij Cluzona maakt dat echt niet uit. Die zijn altijd even uitbundig.” Daar wordt ook hij, als DJ, vanzelfsprekend blij van. ” Het is een stukje samenzijn en de derde helft is de verbinding. Daar heb je, met de muziek, een klein beetje invloed op. Dat mensen volledig uit hun bol gaan.”
Met zijn jarenlange ervaring, is dat inmiddels een koud kunstje geworden. “Als ons damesteam begint met dansen, is iedereen blij.” En dus speelt Van den Heuvel daar doordeweeks op in. “Dan vraag ik aan ze: Wat moet ik draaien, wat vinden jullie leuk?” Naast de welbekende klassiekers natuurlijk. “Jouw Blik van John West en ‘Vier zomers lang’, doen het altijd goed!” Inmiddels is het dan ook tijd voor een feestcommissie, zodat de verschillende feestjes beter gepland kunnen gaan worden. “Welke wedstrijden kiezen we uit? Tegen RBC hadden we er bijvoorbeeld geen, dat is dan echt een gemiste kans. Want behalve dat het leuk is, is het voor de clubkas ook gewoon noodzakelijk.”

Soort instrument

Een stukje professionalisering dus. “We willen een jaarplanning maken, zodat we alles in kunnen plannen, met verschillende thema’s. Zoals het Oktoberfest en natuurlijk carnaval.” Hoogtepunten op zich, maar voor Van den Heuvel springt er één feest met kop en schouders bovenuit. “Het afscheid van Marcel van der Sloot. Aan de ene kant was dat natuurlijk emotioneel, maar de sfeer zat er heel de wedstrijd al in. Iedereen wilde er toen het meest fantastische feest ooit van maken. Dat is wel gelukt, die toko klapte uit zijn voegen. Ik heb daar heel de tijd met een ‘big smile’ rondgelopen.”
Voor hem het meest trotse moment, tot nu toe. “Als DJ ben je daar een klein onderdeel van, eigenlijk een soort instrument. Op zo’n dag komt alles samen.” Van den Heuvel, die het plaatjes draaien ziet als hobby, denkt dan ook nog lang niet aan stoppen. “Cluzona blijft bij de meeste mensen toch het langste hangen én het is onwijs leuk om te doen. Hopelijk mag ik dit nog een paar jaar doen, dan komt er vast een nieuw ‘jong pikkie’!”

Klik op Cluzona voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Cluzona voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.