Home Blog Pagina 398

Bij Zundert staan ze te springen om nieuwe leden

Een kleine club, weinig aanwas en teams die staan te springen om leden. Problematisch is het bij Zundert gelukkig nog niet, maar een beetje extra jeugd kan geen kwaad. En dus probeert Lotte Verpalen daar, samen met nog drie andere moeders, een klein beetje voor te zorgen. “Het is echt belangrijk voor ons voortbestaan!”

Van Zundert, en dat terwijl de 43-jarige Verpalen zelf is opgegroeid in Schijf. “Ik ben zelf geen lid, maar mijn kinderen voetballen hier allebei. Begonnen in de kleuterklas.” En zoals dat zo vaak gaat met betrokken ouders, word je dan vrijwilliger. Weten ook Barbara Raats, Heidi van den Eijnden – van Hassel en Anke Daamen. In hun geval dus, om jeugdleden te werven. “We hebben aanwas nodig, om de teams compleet te kunnen maken.” Hoe ze dat proberen te doen? “Door andere ouders te betrekken, die op scholen komen. Ze mee te laten denken met activiteiten.”

Behouden
Want dat laatste, is eigenlijk het voornaamste wat ze sinds een jaar of drie bij Zundert proberen te doen. “Kinderen naar ons sportpark trekken, daar gaat het om.” Met het organiseren van leuke activiteiten, dus. “Op die manier willen we potentiële nieuwe leden verbinden aan onze club. Door huidige leden, vriendjes of vriendinnetjes mee te laten nemen.” Zoals laatst, tijdens ‘glow in the dark’. “Eens een keer iets anders! Daar kwamen een hoop meiden op af, dat was echt leuk om te zien.” Sowieso concentreren ze zich bij Zundert ook regelmatig op het meisjesvoetbal. “Door een clinic te organiseren of een toernooi. Het vriendjes en vriendinnetjestoernooi.” Maar Verpalen richt zich, samen met haar collega’s, dus niet alleen op potentiële versterkingen. “We willen onze eigen jeugdleden ook betrekken, zodat ze ons kunnen ondersteunen. Dan lopen ze zichtbaar met een speciaal shirt van onze club, omdat we trots op ze zijn.” Hoe meer, hoe beter. “Sinds corona is het lastiger geworden om fysieke flyers uit te delen, maar we hebben nog steeds meer dan regelmatig contact met basisscholen in Zundert. Veel van onze werving, gaat via mond-tot-mond.” Zoals de ouder-kind wedstrijden, toch nog steeds één van de hoogtepunten van het seizoen. “Ook dat is om onze eigen spelertjes te behouden!”

Kleuterklas
Verpalen weet als geen ander, hoe belangrijk en lastig dat laatste is. “Ik heb zelf altijd scouting gedaan, zonder leden, heb je geen bestaansrecht. Het begint met jonge kinderen, die moet je zien te enthousiasmeren.” Aan enthousiasme zelf, in ieder geval geen gebrek. “We doen het met een stel leuke mensen, ik heb er ook gewoon heel veel plezier in.” En dat merk je. “Een seizoen geleden, hebben we een straatvoetballer laten komen: Nasser el Jackson. Die gaf een clinic, voor hartstikke veel kinderen. Vanuit de club krijgen we ook genoeg ondersteuning.” Behalve dat het leuk is, wat levert het de vereniging op? “Je staat in de kijker en het zorgt voor bekendheid. Kinderen gaan Zundert toch weer overwegen. Het eerste kindje uit de kleuterklas, bepaalt toch vaak waar iedereen gaat voetballen, haha!” Tot op heden, werpen alle inspanningen hun vruchten af. “De nieuwe mensen in het dorp, weten ons te vinden. Het helpt dus wel!” Door blijven zetten dus. “In principe hebben we vier activiteiten per jaar, in de toekomst willen we meer samen gaan werken met de activiteitencommissie. Vooral ook voor de huidige leden, die wil je óók behouden.” Want het belang, kan Verpalen maar niet vaak genoeg onderstrepen. “Zundert is een kleine club, dus we hopen ieder seizoen weer de teams te kunnen vullen. Soms is dat echt nog best lastig. Wat dat betreft staan we te springen om nieuwe leden.” Aan stoppen, kan dan ook nog lang niet worden gedacht. “Zolang mijn kinderen hier blijven voetballen, blijf ik het doen. Dus ik hoop nog heel lang. Ze vinden het nog hartstikke leuk, juist ook vanwege die gezelligheid!”

Klik hier voor meer artikelen over VV Zundert
Klik hier voor meer informatie over VV Zundert

Tijn Bruijns droomt van aanvallen én Zuid-Afrika

Aan kop van de vierde klasse, een linksback die het ook wel als vleugelaanvaller zou willen proberen en eentje die stiekem droomt van Zuid-Afrika. Kortom, met Tijn Bruijns van VVR valt genoeg te bespreken. Want hoe ging die goal tegen TVC Breda nou ook alweer? “Dat lukt me nooit meer!”

Daarover straks meer. Eerst beginnen we bij het begin. Een kennismaking. “Ik voetbal al heel mijn leven bij VVR, begonnen op mijn zesde.” En dus nooit ergens anders. “Dichtbij huis, opgegroeid en veel vrienden gemaakt. Daarom bevalt het gewoon heel goed!” Maar dat niet alleen, vertelt de 24-jarige Bruijns. “Het niet móeten, dat vind ik heel fijn. Plezier is hier minimaal net zo belangrijk als presteren.” Al werkt dat laatste natuurlijk wel mee. “Presteren staat op twee, maar als het goed gaat, is het toch vaak nog gezelliger.” En goed gaat het dus dit seizoen. “We hebben een jonge groep, dus ik had stiekem ergens wel verwacht dat we bovenin mee zouden doen. Of misschien vooral gehoopt. Maar dat het zo uit zou pakken, had niemand denk ik gedacht.”

Harde werker
Toch is VVR op dit moment dus trotse koploper van de vierde klasse. “Het is echt een team! Hard voor elkaar willen werken, leergierig, gedreven en heel fit.” Een groep waar Bruijns dus ook alweer enkele seizoenen onderdeel van uitmaakt, al had dat ook zomaar heel anders kunnen lopen. “Ik heb de complete jeugd doorlopen, in de hoogste teams, maar kwam vanuit de A’s, in het vierde. Vanwege stages in het buitenland, was het lastig trainen…” Onder meer kitesurfen en skiles geven in Oostenrijk. “Er zijn ergere dingen!” Een jaar of drie geleden keerde hij terug in Nederland en dus pakte hij de bal, toch maar weer op. “Ik wilde het weer proberen, kijken of ik het nog kon. Uiteindelijk begonnen bij het tweede en door naar het eerste.” Klinkt simpel, dat was het niet. “Trainen met de selectie, is natuurlijk heel anders dan bij het vierde. Dit is meer dan alleen partij.” Bruijns paste zich aan, knokte zich in de basis en is nu een gewaardeerde kracht in de ploeg van trainer Thomas de Ridder. Als linksback. “Iemand die je als aanvaller twee of drie keer tegenkomt. Een harde werker, die graag op komt, daar haal ik energie uit. Een soort wingback.” Toch vallen zijn doelpunten en assists, nog een beetje tegen, vindt hij zelf. “Ik heb nu twee goals, dat hadden er veel meer kunnen zijn.” Desondanks is de linkspoot, die naar eigen zeggen op zijn rechter alleen kan lopen, tevreden. “Niet de beste voetballer, wel heel constant. Daarin probeer ik rust en stabiliteit uit te stralen.”

Kruising
Zelfs als er straks over een mogelijke titel wordt gesproken? “Haha! Dat leeft nog niet echt binnen de groep. Als we blijven winnen, groeit dat geloof vanzelf.” Het woord kampioen neem Bruijns voorlopig dan ook nog niet in de mond, promoveren heel voorzichtig wel. “Met die eerste periode, hebben we in ieder geval al een toetje. Maar tevreden zijn we nog niet, eigenlijk willen we na de degradatie zo snel mogelijk terug naar die derde klasse.” En dus moeten er doelpunten gemaakt worden, bijvoorbeeld door hemzelf. Hij begint al te lachen. “We speelden tegen TVC Breda, kregen een vrije trap en ik moest er van de trainer bij gaan staan. Een teamgenoot zegt: Neem maar. Dus dat deed ik…” Met succes. “In de kruising, de keeper zat er nog wel aan. Echt een mooie goal. Ik denk niet dat het nog een keer lukt!” Misschien wel, als Bruijns wat hoger op het veld komt te spelen. “Met de trainer zitten we daar vaak over te dollen, dat ik eens als linksbuiten wil spelen. Kijken wat ik daar kan. Maar ik denk, dat ik op deze positie toch beter tot mijn recht kom, haha!” Mochten ze het toch willen proberen, dan moeten ze snel zijn. De inwoner van Rijsbergen heeft voor volgend seizoen namelijk een iets meer tropische bestemming in gedachten. “Als alles meezit, hoop ik aan het eind van dit seizoen naar Zuid-Afrika te gaan. Om daar te werken als kitesurf-instructeur.” Maar voor het zo ver is, wil Bruijns eerst hier goed afsluiten. “Een titel zou heel mooi zijn, dan heb ik degradatie en promotie allebei meegemaakt in mijn eerste twee jaar. Op je hoogtepunt stoppen, zeggen ze toch?”

Klik op VVR voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVR voor meer informatie over de club.

‘Ik ben een jongen van Wernhout’, aldus Joost Anthonissen

Opeens was hij vorig seizoen hoofdtrainer én ging zijn ‘droom’ in vervulling. De manier waarop Joost Anthonissen bij Wernhout aan het roer kwam zorgt nog altijd voor de nodige emotie, maar ook steeds meer voor gepaste trots.

Want, voor de voetballiefhebbers die de gebeurtenis iets minder op hun netvlies hebben staan, neemt Anthonissen ons mee terug in de tijd. Naar het overlijden van Rudo Gommers, toenmalig trainer van Wernhout. “Vorig jaar tijdens de voorbereiding, in de nacht voor de eerste training…” De plotselinge dood van de oefenmeester zorgde niet alleen emotioneel, maar ook voetbaltechnisch voor een grote leegte. “De manier waarop Rudo net voor corona binnenkwam en zijn stempel heeft gedrukt, is indrukwekkend.” En dus waren de schoenen die moesten worden gevuld groot, voor de 33-jarige Anthonissen. Want de club, kwam als trainer van het tweede dus bij hem uit. “Daar moest ik wel even goed over nadenken. Met een groot gedeelte van de selectie heb ik nog samen gevoetbald, sommige jongens zijn zelfs mijn beste vrienden. Dat zorgde wel voor extra denkwerk.”

Leertraject
Desondanks besloot hij het toch te doen. De reden? Die is simpel. “Ik ben een jongen van Wernhout en mijn doel was altijd om hier een keer hoofdtrainer te worden. Als die kans dan daadwerkelijk komt… Hoe triest de omstandigheden ook waren en nog steeds zijn.” En tot op de dag van vandaag, heeft Anthonissen nog geen seconde spijt gehad van zijn sprong in het diepe. “De resultaten zijn positief, dan is er natuurlijk ook weinig gemor. Die derde klasse wordt een leertraject. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen. Nu wordt het misschien wel wat lastiger.” Voor angst zorgt dat bij de inwoner van Zundert overigens niet. “Daar ben ik zelf ook heel nieuwsgierig naar, kan ik mij dan ook staande houden? Als je bepaalde keuzes moet maken, wat zijn dan de reacties?” Voorlopig zit Anthonissen, die als voetballer een uitstapje maakte naar Moerse Boys, uitstekend op zijn plek. “Het bevalt enorm goed en ik krijg er veel energie van. Op maandag heb ik alweer zin om het veld op te gaan.” De liefde voor zijn club is hem dan ook met de paplepel ingegoten. “Ik kwam eigenlijk al bij Wernhout, voordat ik geboren was, zeg ik altijd. Mijn ouders zijn hier ook erelid, het is echt de rode draad binnen onze familie.” Voetbal stroomt dus door zijn bloed, maar dat veranderde toen Anthonissen op zijn 24ste zwaar geblesseerd raakte. “Kraakbeenschade in mijn knie, daarna heb ik nooit meer gevoetbald.” Een zwart gat? Misschien wel een beetje! “Dat was natuurlijk wel een zware periode, maar ik heb nu gelukkig iets anders gevonden waar ik mijn ei kwijt kan. Het staat niet gelijk aan zelf voetballen, dat blijft het mooiste, maar het komt in de buurt.”

Stinkende best
Helemaal toen hij dus de overstap maakte van het tweede, naar het vlaggenschip. “Voor mijn gevoel was die stap niet heel groot, vooral omdat je alles en iedereen hier al kent. En de club kent mij. Het grootste verschil? Dat je nu de dingen echt zelf kunt bepalen en totale verantwoordelijkheid hebt.” Met een kampioenschap in zijn eerste jaar, lukt dat tot nu toe best aardig. “Wernhout had nog nooit in die derde klasse gespeeld, dus de prestatie van die gasten was echt fenomenaal.” En het wordt nog mooier. “Het tweede promoveerde afgelopen jaar ook, naar de eerste klasse. Dat is voor zo’n dorp echt buitengewoon.” Maar om dat zo te kunnen houden, is er nog genoeg werk aan de winkel, weet Anthonissen. “Voetballend, qua tempo en fysiek, is het een flink verschil. We hebben in mijn ogen de potentie om de komende jaren in deze competitie te blijven, maar dan moeten we onze stinkende best blijven doen.” Handhaven blijft, ondanks een plek in de middenmoot, het doel. “We moeten vooral slimmer worden: even een overtreding maken of balbezit houden. Fouten maken is niet erg, daar leer je het meeste van.” Weinig de lange bal en zoeken naar een voetballende oplossing, dat is wat ze bij Wernhout proberen te doen. Met een trainer die ambitieus is. “Ik moet UEFA B gaan doen, anders mag ik niet door in de derde klasse, dus dat ga ik doen! Vanuit daar kijken we wel waar het schip strandt.” Voorlopig ligt de focus op ‘zijn club’. “Mezelf en het team verder ontwikkelen, daar het maximale uithalen!”

Klik op vv Wernhout voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Wernhout voor meer informatie over de club.

Dennis Vermeer combineert keepen bij vv Abbenbroek met zaalvoetbal bij OACN Futsal

Vandaag gaan we in gesprek met Dennis Vermeer van vv Abbenbroek. De 27 jarige keeper speelt al vier jaar bij Abbenbroek, maar speelt ook al vier jaar zaalvoetbal bij OACN Futsal.

De keuze om te gaan keepen
De eerste wedstrijd ooit van Dennis begon die als veldspeler bij vv Rozenburg. De tweede helft leek het hem leuk om te gaan keepen. Na zeven tegengoals zag die het keepen niet echt meer zitten en werd die aanvaller. Totdat in de D de keeper geblesseerd raakte en Dennis het weer ging proberen en met meer succes. ‘’Nadat onze keeper geblesseerd raakte in de D’tjes is mij gevraagd of ik niet wilde gaan keepen in plaats van voetballen. Ik heb hier toen een tijd over nagedacht en kwam tot de conclusie dat ik een betere keeper was dan voetballer en het feit dat ik keepen ook leuk vond heeft mij toen doen besluiten om te gaan keepen.’’

Huidig seizoen
‘’Als ik puur naar mezelf kijk ben ik wel tevreden met hoe het gaat. Ondanks dat ik zelf niet heel goed aan het seizoen ben begonnen heb ik mezelf goed herpakt en heb ik een aantal goede wedstrijden gespeeld. Ook heb ik na een wat mindere start een reeks sterke wedstrijden gespeeld en meerdere wedstrijden de 0 gehouden wat ook altijd lekker is voor een keeper. Ondanks dat we in zowel de zaal als op veld niet staan op de plekken waar we thuishoren heb ik goede hoop dat dit aan het eind van het seizoen goed zal komen!’’

Zijn keepers gek?
Een stelling die we vaak horen over keepers. Ze zijn wel een beetje gek soms. ‘’Als ik puur naar mezelf kijk en vergelijk met sommige andere keepers waar ik tegen heb gespeeld valt dit wel mee. Je hebt er wel eens een paar bij lopen die allerlei rare capriolen aan het uithalen zijn in de goal of zichzelf net iets te serieus nemen of allemaal rituelen voor en tijdens een wedstrijd doen.

Tuurlijk heb ik zelf ook wel eens een wedstrijd waarin je rare fratsen uithaalt maar over het algemeen valt dit wel mee.’’

Een echte lijnkeeper
Dennis bezit een aantal belangrijke kwaliteiten die een goede keeper nodig heeft. ‘’Qua keepen ben ik een echte lijnkeeper en heb ik goede reflexen. Vooral in de 1 op 1 situaties ben ik erg sterk. Dit komt ook mede door het feit dat ik al een aantal jaar in het zaalvoetbal actief ben als keeper en daar leer je hoe je jezelf groot maakt in de 1 op 1 situaties.’’

Daarnaast heeft Dennis een aantal voorbeeldvoetballers waar die graag naar kijkt/keek. Dit zijn Oblak, Courtois, Ederson en vroeger Peter Schmeichel. ‘’Dit zijn stuk voor stuk geweldige keepers met hun eigen kwaliteiten.’’

Ambities
Voor zowel het normale voetbal als voor het zaalvoetbal gaat Dennis voor het hoogst haalbare. In de tweede of derde klasse spelen is het doel van Dennis. Met het zaalvoetbal mikt die op de Eredivisie. Vorig jaar was die dichtbij, maar liep het helaas net anders. ‘’Maar het allerbelangrijkste van het voetballen is dat ik plezier blijf houden in het spelletje!’’

Foto: Ruud Vermeer

Klik op vv Abbenbroek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Abbenbroek voor meer informatie over de club.

Klusjes zijn bij Sprundel een soort derde helft

Zo simpel als dat het klinkt, was het eigenlijk ook. “Er moest her en der bij Sprundel wat onderhoud gebeuren, toen hebben we de koppen eens bij elkaar gestoken.” Resultaat van dat gesprek tussen René Dockx, Piet Wijnings, Sjef Ros, Jan Vissenberg en voorzitter Kees van den Broek? “Dat gaan we gewoon doen!”

De 65-jarige Dockx weet nog precies hoe dat ging. “Als je daar dan iemand mee kunt helpen, doe je dat toch met alle liefde en plezier?” De vrijwilliger, die zelf vanwege omstandigheden thuis kwam te zitten, zag het al helemaal voor zich. Met de voorzitter eigenlijk voorop. “Die werkt net zo hard mee, maar noemt z’n eigen nooit. Dat vind ik zonde. Kees is een gouden vent!”

Uitvoerder
De liefde voor Sprundel, zit er ook bij de goedlachse Dockx in ieder geval net zo goed in. Want inmiddels, komt hij er al best weer een tijdje. “Ik heb zelf nooit bij Sprundel gevoetbald, maar mijn zoon begon er toen die zes was. Hij is nu 34.” Voetbalde de klusjesman, afkomstig van Achtmaal, zelf dan helemaal niet? “Alleen wildvoetbal!” Tussendoor was Dockx jeugdleider, onder meer bij het team van zijn dochter, tegenwoordig doet hij dus het onderhoud. Hoe dat gaat? Heel simpel. “Kees gooit een balletje op, als er iets gedaan moet worden. Kunnen we dat? Willen we dat? Dan steken we de koppen bij elkaar én gaan we het doen!” Met hem als uitvoerder. “Zo noemen ze mij altijd, als grap. De uitvoerder moet het maar regelen, zeggen ze dan. Maar ik doe het echt niet alleen, eigenlijk doen we alles samen, met een mannetje of vier soms vijf.” Behalve op de jaarlijkse onderhoudsdag. “Dan zijn er gelukkig een stuk meer! Dat is stik gezellig.” Toch vindt hij één ding jammer. “Dat er zo weinig jeugd komt helpen, vooral van de meiden. Dat zou toch veel leuker zijn?” Gelukkig draaien ze zelf, nergens hun hand meer voor om. “Onderhoud van de velden, de kantine, schilderwerk, noem maar op.”

Bouwpakket
Maar soms ook ‘grote partijtjes’. “Laatst het speeltuintje op de club. Uiteindelijk hebben we alles zelf uit lopen zoeken, dat was hartstikke leuk. Drie weken lang, bij Kees in de schuur. Gingen we elke dag op het fietsje.” Wat het probleem ook is, Dockx en zijn mannen hebben een oplossing. “De vloer van de kleedkamers was verrot, als noodoplossing hebben we er beton in gegooid. Daar moet een nieuw vloertje in.” Kortom, van alles wat. “De slot van een deur… Eigenlijk wat je in je eigen huis ook hebt, doen we.” Lachen, maar ook serieus werken, vertelt hij. “De grappigheid onderling, worstenbroodje erbij. Een soort derde helft, mooie verhalen en elkaar voor de gek houden.” Of zoals Dockx het zelf noemt. “Lekker een beetje prullen.” Net als laatst bij het repareren van de dug-outs. Wat vinden ze zelf nou eigenlijk het leukste? “Het is allemaal leuk! Als je die kinderen dan weer op die nieuwe bank ziet zitten… Maar het leukste tot nu toe? Dat was toch wel het speeltuintje, een gaaf bouwpakket! Dan zie je ze spelen, dat is voor mij het mooiste wat er is.” De waardering is dan ook groot. “We krijgen heel vaak de vraag: ‘Jongens, wat gaan jullie nu weer doen? Of, is het project al klaar?’ Veel mensen waarderen wat we doen.” En dus, houdt Dockx het voorlopig nog wel een tijdje vol. “Als mijn gezondheid het toelaat, blijf ik dit nog lekker doen!”

Klik op SV Sprundel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Sprundel voor meer informatie over de club.

Rick van Leeuwen, de schrijver met een uniek verhaal over zijn ervaringen bij Valken’68

Rick van Leeuwen is 42 jaar oud en is actief als Jeugdtrainer/begeleider bij Valken’68. Bij deze club heeft Rick zelf ook gevoetbald en begon hij in zijn studententijd als jeugdtrainer. In de C-junioren verloor hij zijn plezier in het voetballen, omdat hij last kreeg van enorme faalangst. Gelukkig hervond hij op zijn zestiende het plezier in voetbal en staat hij vandaag de dag nog altijd met veel plezier op het veld als trainer.

Spelerscarrière
Rick van Leeuwen begon met voetballen bij Valken’68. Hier speelde hij eerst in de jeugd en daarna in een vriendenelftal. Van Leeuwen groeide op in Valkenburg en het was hierom voor hem logisch om zich bij de plaatselijke vereniging aan te sluiten. Zijn ouders waren geen voetballiefhebbers en probeerden hem eerst nog een tijdje van voetbal af te houden. Maar er was geen houden aan, aangezien hij niets liever deed dan voetballen. “Als mijn ouders vroegen wat ik voor mijn verjaardag wilde, was mijn enige antwoord; dat ik op voetbal mag.”

Begin bij Valken’68
Toen Rick op zijn zevende ‘eindelijk’ aan mocht sluiten bij Valken’68, eind jaren ’80, was het nog een kleine dorpsclub, omringd door weilanden, waar toen alleen nog op natuurgras werd gespeeld. “Ik herinner me dat ons trainingsveld al vanaf oktober één grote modderpoel was en dat we soms moesten trainen op het parkeerterrein. Ik zal nooit vergeten dat mijn jongste zoon (nu acht jaar) een paar jaar geleden zijn eerste wedstrijd op echt gras mocht spelen. We betraden het veld, hij knielde, plukte een stukje gras en vroeg: ‘Mogen we hier wel op spelen, pap?’ 

Rick heeft deze herinnering ook verwerkt in een verhaal dat hij voor literair voetbaltijdschrift Hard gras heeft geschreven. In het dagelijks leven is hij namelijk schrijver. Met op zijn naam onder andere twee voetbalbiografieën, over Sjaak Polak en John van Loen, en een reportageboek over de oud-profvoetballers van FC de Rebellen.

Begin als trainer
In zijn studententijd en de eerste jaren van zijn werkzame leven was hij trainer van de D-pupillen bij Valken’68. In die periode volgde hij tevens de pupillencursussen van de KNVB, samen met vrienden die ook trainer waren. “Ik herinner me die vrijdagavonden als leerzaam en vooral ook heel gezellig. We bleven altijd tot laat in een lokale kroeg hangen en stonden dan de volgende ochtend weer fris en fruitig op de club.”  

Als twintiger was hij een enthousiaste, gedreven jeugdtrainer, die heel erg hield van het spelletje. “Ik bereidde me goed voor op trainingen en beleefde veel plezier aan het coachen. Als ik nu terugblik op die periode denk ik wel dat ik voor de leeftijdsgroep van 11-12 jaar iets te veel nadruk legde op tactiek. Dat zou ik nu wel anders doen, maar ja, het trainerschap is niet voor niet een ervaringsvak.”

Een diepe band
Met Valken’68 heeft Rick naar eigen zeggen een diepe band. Voor hem leiden veel jeugdherinneringen terug naar sportpark ’t Duyfrak. Op dit sportpark was hij hele zaterdagen aan het voetballen. Ook was er een periode dat hij altijd meeging met wedstrijden van het eerste, gewoon in de auto bij een van de spelers.

Vriendenteam
Later, in de tijd van zijn vriendenteam keek hij nog altijd graag naar het eerste. “Tegenwoordig staat er een prachtige, overdekte tribune langs het hoofdveld, maar tot 2005 stonden we bij thuiswedstrijden te springen op van die oude, houten bankjes. Er mocht toen ook nog gewoon gedronken worden langs het veld, dus het was altijd een gezellige (en natte) chaos. 

Het hoogtepunt in die tijd was het beslissende duel voor promotie-degradatie op neutraal terrein. Iedereen ging naar deze wedstrijd toe op de fiets in een lange stoet van Valken-mensen, door rood-witte rook. En ze wonnen en promoveerden ook nog.”

Mindere periode
Een minder leuke periode beleefde hij aan het begin van zijn pubertijd, in de C1. “Ons niveau was voor Valken-begrippen toentertijd best hoog en we werden zelfs kampioen, maar de sfeer in dat team was erg negatief. Ik voelde me als jongste van het team totaal niet op mijn gemak tussen al die oudere gasten, die op allerlei gebieden al veel verder waren dan ik, en ging dat jaar gebukt onder enorme faalangst. Ergens het seizoen erop ben ik gestopt met clubvoetbal. Ik tenniste inmiddels ook heel fanatiek en heb jarenlang tegen iedereen geroepen dat ik ‘moest kiezen’, maar de waarheid is dat ik het plezier in het clubvoetbal helemaal kwijt was. Ik heb me als trainer dan ook altijd voorgenomen iedereen zo positief mogelijk te benaderen, zodat iedereen zich veilig voelt. Van jongens (tegenwoordig volwassen mannen) die ik vroeger als twintiger trainde, hoor ik gelukkig altijd dat ze een geweldige tijd hebben gehad met mij als trainer. Dit is natuurlijk altijd mooi om te horen.”

Weer plezier in het spelletje
Op zijn zestiende vond Rick zijn plezier in voetbal weer helemaal terug toen hij door een verhuizing ging spelen in Amerika. Toen hij terugkeerde in Nederland en zijn eigen vriendenteam startte, had hij het ook bij Valken ’68 weer goed naar zijn zin. “Helaas kwam er door blessureleed een vroegtijdig einde aan mijn ‘carrière’ als speler, maar als ‘coach’ en ‘teammanager’ bleef ik nog altijd nauw betrokken bij het team en de club.”

Ambities
Zo lang zijn zoon het leuk vindt, blijft Rick van Leeuwen graag begeleider van zijn team. “Natuurlijk vind ik het zelf leuk om trainingen te geven en te coachen, maar als mijn zoon een keer in een team komt met meerdere gegadigden, vind ik het geen probleem om een stap opzij te doen (zeg ik nu). Maar ik ken mezelf een beetje en waarschijnlijk sta ik me dan alleen maar op te vreten langs de kant. Ik sluit daarom niet uit dat ik zijn trainer blijf tot hij in de klederklasse actief is. Dat zal ik dan met net zoveel plezier en overgave doen als nu, als hij dat zelf ook leuk vindt uiteraard.”

Klik op Valken’68 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Valken’68 voor meer informatie over de club.

Centrale verdediger Jaimy Lobbezoo ziet zichzelf graag in een meer voetballende en lopende rol bij V.V. Rillandia  

Jaimy Lobbezoo voetbalt sinds 2019 bij V.V. Rillandia. Hier debuteerde hij op zijn zeventiende in het eerste elftal. Het eerste kwart van dat seizoen schommelde hij tussen het eerste en tweede, maar sindsdien zit hij vast bij het eerste.

Even voorstellen
Jaimy Lobbezoo is 21 jaar oud. Hij studeert aan de Universiteit van Tilburg, waar hij in het laatste jaar van zijn Bachelor zit. In zijn vrije tijd speelt Jaimy graag padel en kijkt hij als seizoenkaarthouder graag naar wedstrijden van Feyenoord in de Kuip. Verder staat hij graag op het voetbalveld. Voetballen betekend erg veel voor hem, omdat hij erg houdt van de spanning en sensatie van het spelletje. Ook vindt hij de rivaliteit die soms komt kijken bij wedstrijden erg mooi.

Carrièreverloop
Toen Lobbezoo vijf jaar oud was begon hij met voetballen bij V.V. Yerseke in de “smurfen”. Hier speelde hij zijn hele jeugd tot dat hij in 2019 overstapte naar V.V. Rillandia. “Dit kwam omdat ik gescheiden ouders heb en ik mijn vader te weinig zag. Het leek mij daarom een goed plan om op Rillandia te gaan voetballen, omdat mijn vader daar woont. Op deze manier kon ik hem toch in ieder geval drie keer per week zien. Van deze overstap heb ik tot op de dag van vandaag geen spijt. Ik ben er namelijk met open armen ontvangen. Vanaf het moment dat ik was overgestapt hikte ik vrijwel direct tegen de eerste selectie aan. Ik mocht op mijn zeventiende al debuteren. Het eerste kwart van dat seizoen schommelde ik tussen het eerste en tweede elftal. Daarna mocht ik eigenlijk altijd met het eerste mee.”

Huidig seizoen
Op het moment van dit interview verloopt het seizoen vrij aardig in de ogen van Lobbezoo. Van de laatste vier wedstrijden werden er drie gewonnen en één gelijk gespeeld. De ploeg pakt door hard te werken veel punten en speelt op momenten mooi voetbal. “We staan op dit moment op de vierde plek en dit is iets om trots op te zijn als elftal. We zijn een relatief jonge ploeg dus er zit nog veel rek in voor de komende jaren. Ik denk dat wij in de vierde klasse op dit moment prima op niveau zitten. Ik ben zelf vooral trots op het aantal tegendoelpunten dat we momenteel hebben. Wij hebben op dit moment namelijk 16 goals tegen in 15 wedstrijden. Dit is op v.v. Krabbendijke na het minste van de competitie.”

Ambities
Jaimy heeft bij Rillandia nog voldoende ambities. “Ik wil mijzelf graag verder ontwikkelen bij de club en het er zo lang mogelijk naar mijn zin hebben. Verder wil ik graag vaker scoren. Ik heb in drie en half jaar nog maar één doelpunt weten te maken voor de selectie. Nu is dit niet het meest belangrijke voor een centrale verdediger, maar aangezien ik ruim 1,90 ben hadden dit er wel meer kunnen zijn. In een wilde droom zou ik mezelf ook nog weleens in een wat meer voetballende en lopende rol zien”

Lovende woorden
Jaimy hecht veel waarde aan de vele vrijwilligers bij V.V. Rillandia. Hij heeft voornamelijk mooie woorden over voor Dennis van Ham. “Ik wil graag mijn lovende woorden uitspreken naar Dennis van Ham, onze voorzitter. Dennis is een supergezellige man die veel voor de club betekent. Hij doet er altijd alles aan om iedereen net zoveel van V.V. Rillandia te laten houden als hij zelf. Dennis zal altijd een praatje houden met je en gezellig een biertje meedrinken. Als club mogen we hem zeker bedanken voor wat hij doet!”
Naast Dennis van Harm kijkt Jaimy met veel bewondering naar Bart Spelier. Bart is een teamgenoot van Jaimy die beschikt over een flink doorzettingsvermogen. “Bart kan me soms verbazen met een wereldbal, maar meestal met het tegenovergestelde. Hij zal dan compleet zelf kritisch reageren met een schreeuw en daar zichtbaar van balen. Toch staat hij er altijd en geeft hij altijd 100% voor het team.

Klik op V.V. Rillandia voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Rillandia voor meer informatie over de club.

 

 

 

 

 

 

 

 

Richard Pattiapon van VV Hekelingen: ‘Je kunt niet eeuwig doorgaan’

Hij eet, drinkt en ademt voetbal. Richard Pattiapon (67) maakte als voetballer en trainer naar eigen zeggen een wereldreis in de voetballerij. De kans is groot dat Hekelingen zijn laatste bestemming wordt. “Je kunt niet eeuwig doorgaan.”

Een paar dagen na de 12-0 nederlaag van Hekelingen bij het sterke IFC voelt Pattiapon nog de pijn. De assistent van Youri van Baarle bij Hekelingen is blij dat er drie dagen na de monsternederlaag in Hendrik-Ido-Ambacht een oefenwedstrijd tegen Meeuwenplaat op het programma stond. “We hebben ons blazoen weer een beetje kunnen oppoetsen”, zegt hij na de 8-3 zege. “Voor en na de wedstrijd, dat was een hele andere kleedkamer.”

“Natuurlijk was er schaamte na de 12-0”, zegt Pattiapon. “Die score kwam uit de lucht vallen. Bij rust stonden we met 2-0 achter, vervolgens kregen we direct in de tweede helft twee grote kansen. Daarna werd het 3-0, 4-0, 5-0. Je zag de koppies omlaag gaan.”

Pattiapon had op dat moment graag gewild dat hiij nog zelf voetballer. “Het ging te makkelijk. Ik heb de verzorger van IFC geen enkele keer op het veld gezien. Niet dat ik schppen predik, maar we hadden wel wat meer van ons kunnen afbijten.”

“Ik ben normaal wel van een grapje, zeker achteraf, maar de stemming was zo down dat ik dat dit keer maar niet heb gedaan.”

Zijn ‘wereldreis’ in de voetbalwereld begon voor Pattiapon, zoon van een Molukse vader en een Hollandse moeder, zo’n 62 jaar geleden in Leiden. Hij speelde er bij drie clubs, UVS, Roodenburg en Oranje Groen, waar hij op zijn zestiende ook zijn debuut maakte in het eerste elftal. Na verhuisd te zijn naar Rotterdam voetbalde bij DEH en DHZ, waarmee hij nog in de tweede klasse speelde. Toen Spijkenisse zijn nieuwe bestemming werd, speelde hij als ervaren man nog eventjes in de hoofdmacht van Hekelingen. “Ik heb daarna nog één seizoen in het tweede gespeeld. Ik dacht: dat is leuk, dan kunnen die gasten nog wat oppikken van mijn ervaring. Echter kon ik niet wennen aan de mentaliteit. Ik was gewend om alles te doen en te laten voor het voetbal.”

Zijn rrainerscarrière was toen al opgestart, want met voetballende zoon was het voor Pattiapon geen keuze om langs de zijlijn te blijven. Het was de opmaat voor een carrière die langs menig club liep en waarbij hij of trainer was van het tweede, assistent-trainer van de hoofdmacht of tussenpaus. Bij Meeuwenplaat promoveerde hij twee keer met het tweede en ook, toen Louis Jacobs was ontslagen, met de hoofdmacht. Nog dichter bij huis werkte hij met Peter Hoek bij SCO’63. Dit seizoen is hij assistent van Youri van Baarle, die doorschoof van de JO19 naar de selectie. “Youri wilde een ervaren trainer naast zich. Dat werkt prima. We vullen elkaar goed aan. Ik ben zijn klankbord.”

“Nooit heb ik de ambities gehad om ergens hoofdtrainer te worden. Ik ben een no-nonsenses type. Ik hou van een dolletje, maar op het veld ben ik de baas. Discipline vind ik erg belangrijk. Je komt je afspraken na buiten het veld, maar ook daar binnen.”

Het doel dit seizoen van Hekelingen is ook duidelijk: handhaven in de derde klasse. En dat is, zeker met de versterkte degradatie, geen uitgenaakte zaak. Pattiapon heeft vertrouwen. “We begonnen het seizoen slecht, maar we hebben het gevonden in een systeem met twee spitsen en vijf man achterin. Voor IFC wonnen we van Oud-Beijerland en DFC. We moeten er gewoon in blijven.”

Klik op vv Hekelingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Hekelingen voor meer informatie over de club.

GHVV’13 wil volle kracht vooruit met de jeugd

De jeugdafdeling moet binnen een paar jaar weer het paradepaardje worden in de stal van GHVV’13. Om de plannen kracht bij te zetten heeft de club inmiddels een nieuw jeugdbestuur geformeerd, dat per 1 januari is begonnen om meer structuur, maar vooral het plezier te benadrukken.

Tijdens de wedstrijd van de GHVV’13 onder zestien tegen de leeftijdsgenoten van Stellendam is de lol groot. De tussenstand van 3-0 geeft daar weliswaar alle reden toe, maar het plezier dat de junioren van de club uit Geervliet en Heenvliet uitstralen is vanaf de eerste minuut duidelijk waar te nemen. Langs de kant zorgen Wijnand Landman en Luuk Tromp, de twee trainers van het team, voor af en toe een aanwijzing. Wat opvalt is vooral de positieve coaching. ‘Goed zo’’ of ‘jammer, goede actie’ rollen regelmatig van de lippen bij de twee enthousiaste trainers, die zichtbaar ook plezier aan elkaar beleven.

Hun ploeg wint de wedstrijd uiteindelijk dik en Landman heeft het over een perfecte dag. Eerder die week heeft hij uitgebreid verteld over de plannen van zijn club om de jeugdtak van nieuw elan te voorzien. Plezier speelt daarbij een belangrijke rol. “En wij als GHVV moeten daar de voorwaarden voor creëren”, weet hij.

Diezelfde taal bezigt Tromp, die net als veel andere trainers in de club blij is dat GHVV heeft ingezien dat er een nieuwe weg moest worden bewandeld. “We laten nog veel potentieel onbenut. Bernisse en Geervliet zijn mini-dorpjes, maar er is meer uit te halen dan we de afgelopen jaren hebben gedaan.”

“Het ging zoals het ging”, zegt Landman over de jeugdafdeling de afgelopen jaren. Zijn broer Jan was naast een legertje trainers de enige die de kar van bovenaf trok. Geen gezonde situatie, erkent Landman, die zag dat veel werk en taken op de schouders kwamen te liggen bij zijn broer. “Jan wilde voor corona al stoppen, maar wilde de club niet inde steek laten. Hij is nog een paar jaar doorgegaan, met geen of nauwelijks ondersteuning.”

Landman omschrijft het GHVV van de afgelopen jaren bij de jeugd als ‘los zand’. “Dat klinkt hard, maar in de praktijk was dat ook zo. Er waren trainers, leiders, dat was geregeld. We konden combinatie spelen, maar structuur of enige samenhang was er niet. Dat kost tijd en tijd hadden we niet omdat er geen mankracht voor was.”

Landman is zelf al jarenlang jeugdtrainer bij de club en hij zag met de andere vaste trainers in dat er iets moest gebeuren. “Ik was al eerder gevraagd of ik Jan kon opvolgen. Daar heb ik goed over nagedacht. Zoals mijn broer het moest doen, dat wilde ik niet. Als ik het doe moet ik zorgen voor meer goede mensen om heen, heb ik gedacht. Ik ben op zoek gegaan naar mensen die hart voor GHVV hebben en geloofden in die samenwerking. Uiteindelijk hebben we nu vijf personen die samen het jeugdbestuur vormen. Dat jeugdbestuur is sowieso nieuw, want tot januari maakte een vertegenwoordiger deel uit van het hoofdbestuur.”

Sportpark Guldeland
Net als Tromp is Landman ervan overtuigd dat GHVV meer teams op de been kan brengen dan nu het geval is. “Er is na de fusie veel aandacht uitgegaan als club naar het nieuwe complex en dat is volkomen logisch”, vervolgt Landman. “Die accommodatie had een enorme impact op de vrijwilligers. Daardoor hebben we met zijn allen wat minder oog gehad voor de groei van de jeugd. Er was ook zoiets bij de club dat we automatisch zouden groeien als we het nieuwe complex in gebruik zouden nemen. Dat is achteraf een verkeerde gedachte geweest. Natuurlijk speelt een mooie accommodatie mee, maar je moet ook zorgen dat het voor de jeugd aantrekkelijk is om bij je club te spelen.”

Landman en co. hebben inmiddels een plan gepresenteerd waarmee het nieuwe elan op sportpark Guldeland moet worden aangewakkerd. “Ik heb dat plan in het hoofdbestuur gepresenteerd. Ze waren enthousiast en hebben gezegd ‘rol het maar uit’. In die fase zitten we nu. We hebben ontzettend veel ideeën, maar we kunnen niet alles tegelijk uitwerken.”

Eén van die ideeën is de betrokkenheid van e jeugdleden en ouders te vergroten. “Dat kan alleen op een goede manier als je ook luistert naar wat ze zelf willen. Wij kunnen als trainer en andere vrijwilligers van alles organiseren, maar doen dan wel vanuit een speciale bril. Daarom is het ook zo belangrijk dat de stem van de jeugd zelf wordt gehoord en meegenomen.”

Betrokkenheid vergroten
“We komen uit een situatie dat er niet veel was. Ja, de trainingen werden gedaan en wedstrijden georganiseerd. Een club is meer dan dat. We willen graag dat de club een ontmoetingsplaats wordt voor de jeugd, ook als er niet gevoetbald wordt. We staan open voor allerlei soorten activiteiten. Om de betrokkenheid te vergroten hebben we al zitten te denken aan een soort eigen ledenvergadering voor de jeugd, waarin je uitlegt wat er gebeurt in de vereniging, maar ook aanhoort wat de jeugd vindt dat er moet gebeuren.”

Net als Landman gebruikt Tromp steeds het woordje ‘plezier’. “Plezier is ons sleutelwoord”, zegt de vader van een voetballende zoon. “Er zijn tegenwoordig zo veel andere dingen te doen voor de jeugd, samen kan je een mooi en aantrekkelijk menu samenstellen.”

Landman: “We hebben ook allerlei plannen voor trainerscursussen, maar ook scheidsrechtersopleidingen. Een idee is om een cursus scheidsrechter te geven aan de JO19 en JO16. Als iedereen een keertje een wedstrijd fluit zorgt dat ook weer voor verbinding.”

Uiteraard hopen Landman en Tromp dat meer plezier ook leidt tot meer en vollere teams. “Dat we een kleine club zijn en blijven, dat gaan we niet veranderen. Maar er is wel een verschil of je acht of twaalf jeugdteams hebt. Het liefste hebben we elke leeftijdscategorie één of in de onderbouw meerdere teams. Daarmee zorg je ook voor een betere doorstroming in de bovenbouw. Dat puzzelen om teams op sterkte te krijgen, dat is het lot van een kleine club, maar het gepuzzel zou ook minder kunnen.”

Klik op GHVV’13 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GHVV’13 voor meer informatie over de club.

Voor Suzanne Nieuwpoort zijn haar jongens van OHVV heilig

Suzanne Nieuwpoort is al jaren de grote en drijvende kracht achter de jeugdafdeling van OHVV. Ze traint de onder 10, onder 15 en de onder 19, die ze haar jongens noemt. “Ik doe alles voor ze.” Haar echtgenoot beaamt dat: “Kom niet aan haar jongens, want dan begint ze te grommen.”

Het is het weekeinde van het carnaval en het voetballeven staat stil, maar niet bij OHVV. Op het knusse complex van de Oudenhoornse club heeft Nieuwpoort (52) een onderlinge oefenwedstrijd geregeld voor de spelers van de JO19. “We spelen tien tegen tien, twee keer vijfenveertig minuten. Dat gaat niet op halve, maar op hele kracht”, verzekert ze. Als team blauw een wat lauwe warming-up doet, wijst ze de spelers op team geel, die een gelikte voorbereiding aan het doen is. “Hup jongens, even gas er bij.”

Van de kantjes eraf lopen, houdt Nieuwpoort niet. “Ze mogen bij mij alles, vooral lol hebben, maar eenmaal in het veld moet er gewerkt worden.” En dan vooral voor elkaar, want Nieuwpoort hamert op teamwork. “Samen bereik je veel meer dan één.”

Haar zoon is keeper van het elftal, dat al jaren samen voetbalt. “Ze kennen elkaar al jaren. Een aantal studeert, maar ook die jongens blijven plakken. Als ze vanwege studie niet kunnen trainen, stellen we ze op zaterdag gewoon op. Ik heb 25 jongens. Een paar spelers erbij en je kan er twee teams van maken, maar omdat dit één grote vriendengroep is, moet je dat juist niet doen.”

En uiteraard heeft ze regels die iedereen moet naleven. “Ze zitten op een leeftijd waar ze zelf natuurlijk ook een verantwoordelijkheid hebben. Op dat vlak zit ik er minder streng in, maar ik ben wel fanatiek in de goede omgang met elkaar. Er wordt met elkaar gelachen, een dolletje helemaal prima, maar er wordt niemand uitgelachen vanwege een slechte actie op de training of op het veld.”

Nieuwpoort vertelt dat ze al op jonge leeftijd gek was op voetbal. De aan de Beatrixstraat geboren Oudenhoornse wilde maar wat graag lid worden van OHVV. “Dat meisjes in die tijd voetbalden was niet iets gewoons en OHVV had ook geen meisjes”, zegt ze. Grinnikend: “Inmiddels heb ik al acht jaar een KNVB-lidmaatschapsnummer. Is het me toch gelukt om lid te worden van OHVV.”

Bij de kleine club uit Oudenhoorn is zij de drijvende kracht achter de jeugdafdeling. Ze legde de basis voor het huidige onder 10-elftal en traint dat elftal ook en kreeg daarbij hulp van voetbalmoeder Jantine Vaandeldrager. Ook de onder 15 heeft ze onder haar hoede. “We hebben dat team helaas dit seizoen niet kunnen inschrijven voor de competitie. We hadden er net genoeg toen in de zomer vier spelers naar andere clubs zijn vertrokken. Nu trainen we alleen. We hopen voor komend seizoen weer een compleet elftal samen te stellen.”

Zoals ze ook hoopt dat de nieuwe wijk Akkerlande de club nieuwe aanwas oplevert, want de vergrijzing van Oudenhoorn heeft ervoor gezorgd dat de vijver waar jeugd uit te vissen is behoorlijk leeg is. “Er worden flink wat nieuwe woningen gebouwd. Dat zorgt voor doorstroming en de komst van jonge gezinnen met kinderen. We hopen daar voor het komend seizoen al de vruchten van te plukken en een elftalletje voor de allerjongste jeugd bij elkaar te krijgen.”

Klik op OHVV voor de laatste artikelen over de club.
Klik op OHVV voor meer informatie over de club.