Home Blog Pagina 310

Het veld van GDC is als een biljartlaken

Vers gemaaid gras en een veld zo strak als een biljartlaken. Het is de droom van iedere voetballer. En in dit geval gaat het niet over de ArenA of De Kuip, maar over de grasmat van derdeklasser GDC. Want met de kennis en kunde van grasmeester Cees de Ruiter in huis, ligt het hoofdveld er een heel seizoen keurig netjes bij. “Je moet vooral op tijd zijn!”

Dat laatste klinkt bijna als een uitspraak van Johan Cruijff, maar is in werkelijkheid het geheim van een goede grasmat. “Op tijd onderhoud plegen, water geven of de speelschade herstellen. Vooral dat laatste, is heel belangrijk.” Net als natuurlijk onkruid wieden, kunstmest strooien of doorzaaien. “Als je wilt, kun je er makkelijk dagelijks mee bezig zijn.”

Stadions
En De Ruiter (69) kan het weten. “Ik heb jaren in verschillende stadions gewerkt, bij onder meer Ajax, Vitesse en Willem II. Nu assisteer ik nog bij RKC Waalwijk.” Toch is én was, GDC altijd al zijn club. “Ondertussen ben ik alweer 55 jaar lid. Help nu nog af en toe in de kantine, maar heb zelf natuurlijk ook gevoetbald. Nooit vast in het eerste, vooral in het tweede of bij lagere elftallen. Ik was keeper, maar veel te klein.” Later werd de grasexpert ook nog leider van verschillende jeugdteams. “Het was een prachtige tijd. En nog steeds! Het is hier vooral heel gemoedelijk.” Dus toen De Ruiter een jaar of twaalf geleden zonder werk kwam te zitten, werd het zaadje geplant. “Dan kom je vanzelf vaker bij GDC en ga je ook hier het gras maar doen.” Al is dat natuurlijk heel anders. “Je kunt het niet doen, zoals bij een profclub. Daar hoef je niet naar geld te kijken.” Maar bij de amateurs vanzelfsprekend wel. “Soms doet het zeker wel pijn, als je ziet hoe velden erbij liggen.” Al is De Ruiter, met al zijn ervaring, dan ook wel kritisch, geeft hij toe. “Soms roepen mensen dat het gras er prachtig bij ligt, dan denk ik: nou, je moet er eens op gaan lopen.”

Complimenten
De lat ligt dus hoog, ook bij GDC. “Ik ben eigenlijk pas tevreden, als het een biljartlaken is. Arie (Brienen) doet bij ons het maaien, dan zitten al die banen er keurig netjes in. Dat geeft nog altijd voldoening.” Net als de vele complimenten. “Als de mensen roepen dat het mooi is, is dat natuurlijk wel leuk! Dan is het in ieder geval allemaal niet voor niks geweest.” De Ruiter heeft zelf min of meer, van zijn hobby zijn beroep gemaakt. “Uiteindelijk ben ik er via mijn werk een beetje ingerold, toen ze de ArenA gingen bouwen. Ik zat daarvoor altijd al in de sportvelden, maar niet zo intensief. Dat is daarna pas gekomen.” Toch komt daar, mede dankzij zijn pensioen, binnenkort wellicht een einde aan. “Jaren geleden deed ik het onderhoud, zoals het herstellen van de schade, meestal meteen de volgende morgen na een wedstrijd. Dat doe ik nu niet meer. Ik ga het de komende tijd toch een beetje afbouwen.”

Klik op GDC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GDC voor meer informatie over de club.

Het gouden duo van Cluzona 5

Ze kennen elkaar al bijna achttien jaar, werken inmiddels vijftien seizoenen samen én weten nog altijd van geen ophouden. Pim Sluijs en Matthieu Schillemans, trainers van het vijfde, zijn een beetje de Nick en Simon van Cluzona. Maar dan zonder ruzie. “We zijn heel verschillend, dat werkt goed!”

Bij elkaar gebracht door voetballende zonen, en dus nooit meer weggegaan. “Vanaf dat die jongens zes waren, zitten we samen bij hetzelfde team”, vertelt het enthousiaste tweetal. Met recht, echte voetbalvrienden dus. “Ik ben soms wat driftig, Matthieu is juist heel rustig. We kennen onze sterke punten en accepteren elkaars tekortkomingen.” En dat voor heel wat jarenlang. “Eerst bij de jeugd, daarna gingen ze vervroegd naar de senioren. Toen zijn we allemaal meegegaan!”

Donderdagavond
En dus vormen ze nu, sinds een seizoen of zeven, het vijfde van Cluzona. Een bijzonder hecht team, vertelt Schillemans (57). “Een vriendengroep, van gemiddeld 25. Wel een tikkeltje eigenwijs. Ook buiten het veld, gaan ze veel met elkaar om. Natuurlijk staat gezelligheid op één.” Toch, vult Sluijs, vijf jaar ouder dan zijn collega-trainer, hem meteen aan: “Als het niet goed gaat, balen die jongens, én wij, ook wel even. Het had daarom leuk geweest, als we ooit eens kampioen waren geworden…” Dat laatste, is tot op heden dus nog niet gelukt. “We stonden er dit seizoen even goed voor, maar dat hebben we niet vast weten te houden”, reflecteert de jongste van de twee. “Het niveauverschil onderling is best groot”, verklaart Sluijs het uitblijven van prijzen op zijn beurt dan weer. Aan de trainingen, kan het in ieder geval niet liggen. “Op donderdagavond, vaak met een mannetje of tien. Al komen de meesten eigenlijk, vooral voor de gezelligheid in de kantine.” Maar niet, voordat er hard getraind is, natuurlijk. “Veel afwerken, vier tegen vier, spelvormpjes of partij.” Schillemans begint al te lachen. “Als ze moeten lopen, willen ze niet. Tot ze moeten afwerken, dan lopen ze ineens wel!” Allemaal uit pure liefde. “Het spelletje blijft sowieso hartstikke leuk. En vroeger, toen ze nog wat jonger waren, was het natuurlijk extra mooi om met die kinderen om te gaan.” Want dat leeftijdsverschil, heeft zo zijn voordelen. “Daardoor blijf je jong!”

Verjaardagen
Een teamuitje naar Sevenum, een speurtocht door Venlo of naar een wedstrijd van VVV. Cluzona 5, is veel meer dan alleen voetbal. “En ook onderling ondernemen ze veel, daar hoeven wij natuurlijk niet altijd bij te zijn.” Zoals bijvoorbeeld op zaterdagavond. “Zondagmorgen is het altijd weer kijken, in wat voor toestand ze zijn. Te ver doorgezakt, wel op tijd? Die mate van discipline hoort erbij…” Gelukkig beschikken ze over een groep van twintig man. “Daardoor hebben we nog geen wedstrijd gemist.” En we, is in dit geval ook Kees Verdonk. De vaste vlagger van het team. “Kees is 61, dus met zijn drieën zorgen we in ieder geval voor genoeg ervaring”, vertelt Sluijs. Maar hoelang nog, dat is de vraag. “Ik had gedacht het tot mijn 60ste te blijven doen, mijn zoon is inmiddels gestopt, zelf ben ik het gewoon blijven doen”, zegt Schillemans. “Je hebt ze vanaf klein, echt volwassen zien worden.” En dat creëert een band. “Iedereen is goed terechtgekomen. Soms worden we zelfs uitgenodigd voor verjaardagen of bruiloften, dat is toch mooi?” En dus weet ook Sluijs, voorlopig nog van geen ophouden. “In ieder geval nog een paar jaar. Als wij stoppen, moet er wel opvolging zijn, of die jongens moeten het zelf gaan regelen. Dat is ook wel weer goed voor ze!” Toch beseffen ze ook allebei: “We kunnen dit niet eeuwig blijven doen. Én twee leiders, dat zie je niet vaak meer hè?” Maar bij Cluzona 5, dus nog wel. “Al komt er een moment, dat ook spelers iets anders gaan doen en stoppen…”

Klik op Cluzona voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Cluzona voor meer informatie over de club.

100-jarig BSM koestert zijn historie

0

BSM, voluit Blijft Steeds Moedig, bereikt dit jaar de acceptabele leeftijd van honderd jaar. Dat viert de club het gehele jaar door met activiteiten. “Wij zijn geen grote, maar wel een leuke club.”

De climax van de jubileumviering vond op dinsdag 23 mei plaats. Op die dag was het precies honderd jaar geleden dat BSM het levenslicht zag. De club vierde dat met een receptie voor genodigden. Drie dagen later kwam het eerste elftal onder leiding van trainer René Ras in actie tegen oud-Ajax. “En we gaan nog wel even door met het feestjaar”, zegt Bart Vernooij, secretaris van de vereniging én ook kenner van de clubhistorie. Dat de advocaat (68) veel weet van de geschiedenis van BSM heeft alles te maken met zijn familie, die altijd nauw betrokken is bij het wel en wee van de lokale voetbaltrots. “Heel wat Vernooijtjes hebben een prominente rol gespeeld.”

Voor BSM  begon het allemaal in 2023 toen de club op katholieke leest werd opgericht. Katholiek bleef BSM tot 1969. In het katholieke Bennebroek van de jaren twintig woonden slechts veertienhonderd zielen, maar er was een goede voedingsbodem voor een voetclub. Toen Bennebroek transformeerde van een plattelandsgemeente naar een groter dorp won BSM aan populariteit. 

“De club heeft altijd gespeeld op iconische accommodaties”, vertelt Vernooij. Het terrein aan het Bloemveld werd in 1925 geopend. Nadat de club met moeite de oorlog had overleefd – het aantal leden daalde drastisch – volgde in de vijftiger jaren een verhuizing naar een terrein in de duinen. “Dat werd De Kuil genoemd. Een prachtig terrein, maar er was daar maar één veld.”

In 1970 besloot de gemeenteraad dat BSM een nieuw eigen sportpark kreeg. En nog altijd speelt BSM op dat terrein. Op sportpark Rottegat staat anno 2023 een goed onderhouden accommodatie met twee velden. Het hoofdveld is kunstgras. “We waren één van de eerste clubs met kunstgras”, zegt Vernooij. “Dat had vooral te maken dat we veel problemen hadden met het grasveld. Ook dit veld ligt in een afgraving. Daardoor bleef het water op die plek staan. Het gevolg was dat we veel afgelastingen hadden en dat we regelmatig niet konden trainen. Door kunstgras neer te leggen waren we verlost van dat probleem.”

Ook het clubgebouw werd rond die tijd gerenoveerd. “Er zijn nieuwe kleedkamers gekomen, de kantine is aangepast en we hebben ook een mooi terras gekregen. Vanaf die plek kan je het hoofdveld prachtig overzien.”

“We omarmen de toekomst, maar onze historie koesteren we zeker ook”, vervolgt Vernooij. Een mooi voorbeeld daarvan is dat de club nog iedere maand op zaterdag het oud-papier ophaalt in Bennebroek. “Waar andere verenigingen al lang gestopt zijn, doen wij dat al vijftig jaar. De prijs van oud-papier schommelt nog wel eens, maar het heeft ons altijd een mooi extra centje opgeleverd. Met die extra inkomsten konden we mooie dingen realiseren in ons clubgebouw”, zegt Vernooij. “We hebben een aantal vaste mannen die het papier ophalen met aangevuld een team die aan de beurt is.”

Dat BSM bescheiden is qua sportieve prestaties is volgens Vernooij terug te voeren op het geringe omvang van de club. “We hebben vierhonderd leden waarvan er driehonderd spelend zijn. Bij ons ligt de nadruk op ontspanning en gezelligheid. Prestaties juichen wij uiteraard toe, maar het is voor ons geen bittere noodzaak om naar de derde klasse te promoveren.”

Klik op BSM voor de laatste artikelen over de club.
Klik op BSM voor meer informatie over de club.

Roy Kirch, speler van Oranje Wit, gaat na diep dal de berg op

Voor Roy Kirch (29) was het seizoen 2022/2023 er een die begon met een heel diep dal, waar hij knap uit wist op te klimmen met dank aan artsen, familie, vrienden en teamgenoten. Toch wacht er nog een zware beklimming, want op 23 juni gaat hij voor Giro di Kika op zijn wielrenfiets de Stelvio (een berg van 2750 meter hoogte in het noorden van Italië) op, samen met Louis en Lars Bosman. 

DORDRECHT – Kirch voetbalt al sinds zijn zevende bij Oranje Wit. Altijd lekker zorgeloos, het plezier belangrijker dan de prestaties. Met zijn vrienden uit Oranje Wit 3 had hij al jaren de grootste lol, maar in augustus vorig jaar werd het leven plots even heel serieus voor hem en iedereen in zijn omgeving. Kirch kreeg namelijk te horen dat hij teelbalkanker had. ,,Half augustus vorig jaar ontstonden de problemen. Ik was op een festival geweest en dacht eerst dat het een soort ontsteking was, maar toen ik alles had laten checken bleek het toch heel serieus te zijn.

Teelbalkanker op je 28ste, dan schrik je natuurlijk wel even”, zegt Kirch. ,,Na de eerste operatie zag alles er wel oké uit volgens de artsen, maar twee weken later had ik een afspraak bij de oncoloog in het Erasmus MC in Rotterdam. Bij het bloedprikken werd toen duidelijk dat de tumorwaardes gigantisch omhoog waren geschoten, dus vanaf dat moment ging het allemaal heel snel en moest ik beginnen aan een chemobehandeling.”

Liefde
Het was een enorme klap voor Kirch zelf, maar ook voor zijn teamgenoten. ,,Die wisten natuurlijk ook niet wat ze hoorden. Zoiets verwacht je gewoon niet op die leeftijd, dus die gasten schrokken zich ook wezenloos. Ik weet nog goed dat ik hier in september vorig jaar op het terras voor de kantine zat en ik zo een pluk haar in mijn handen had na de eerste chemobehandeling. Dat zijn hele heftige dingen om mee te maken voor mij, maar ook voor mijn teamgenoten was het natuurlijk vreselijk om te zien en die moesten zich ook maar een houding zien te geven. Het verbindt het team wel, ik denk dat een team juist hecht wordt door de tegenslagen die je met elkaar deelt”, zegt Kirch, die gedurende het seizoen af en toe kwam kijken bij zijn team.

,,Dan zagen ze mij plots kaal langs de lijn staan en moesten zij een wedstrijd gaan spelen. Ik snap wel dat dat voor hen ook niet altijd makkelijk was, maar het was toch fijn om die betrokkenheid bij het team te houden en niet alleen maar thuis te zijn bij mijn ouders die me geweldig hebben opgevangen toen ik die zorg en liefde heel goed kon gebruiken. Al die gasten uit Oranje Wit 3 zijn ook heel sterk gebleken en een enorme steun geweest voor mij in zware tijden, zowel fysiek als mentaal. Ik ben best wel een ijdel mannetje, dus als je dan in de spiegel kijkt en plots naar een kale en zieke versie van jezelf kijkt komt dat enorm hard binnen.”

Racefiets
Kirch maakte in februari via zijn social media bekend wat hij de maanden daarvoor had moeten doorstaan en startte direct een inzamelingsactie op via Giro di Kika met de belofte om de Stelvio te gaan beklimmen, terwijl hij nog nooit op een racefiets had gezeten. ,,Het streefbedrag waar we op mikten was 15.000 euro. Binnen een week was er al 13.000 euro opgehaald. Dat kan ik nog altijd niet geloven, die steun is echt hartverwarmend geweest en was voor mij ook een enorme bron om kracht en motivatie uit te putten om weer langzaam op te krabbelen uit een diep dal.”

Kirch stond op zaterdag 13 mei uiteindelijk zelfs met de kampioensschaal in zijn handen op Oranje Wit en bouwde een dag later met een aantal teamgenoten nog een kampioensfeest in Rotterdam na de landstitel van Feyenoord. ,,Een onvergetelijk weekend, waarbij tussen al het bier en plezier de gedachten ook wel eens teruggingen naar de zware maanden die ik achter de rug had. Dan hou je het niet altijd droog, maar daar schaam ik me totaal niet meer voor. Ik ben het leven heel anders gaan benaderen en veel meer gaan genieten van kleine dingen of gewoon in gezelschap zijn van familie en vrienden. Dat is een belangrijke les geweest uit die periode waarin ik het soms ook even niet meer zag zitten en natuurlijk ook grote zorgen had.”    

Een week na het kampioenschap maakte Kirch zelfs nog zijn eerste speelminuten van het seizoen, in de thuiswedstrijd tegen Groote Lindt. Het zullen ook zijn laatste minuten op het voetbalveld zijn, in ieder geval voorlopig. ,,Ik ben door de chemotherapie het gevoel in mijn onderbenen kwijtgeraakt en ik denk dat je wel begrijpt dat dat niet heel lekker voetbalt”, zegt Kirch, die zijn gevoel voor humor duidelijk niet is verloren en zijn fraaie haardos inmiddels ook weer vol trots kan dragen. 

Stelvio
Tussen het genieten door traint Kirch inmiddels voor een mooie, maar ook pittige uitdaging: het beklimmen van de Stelvio, een berg die zelfs doorgewinterde klimkoningen als Primoz Roglic en Nairo Quintana angst inboezemt in de Giro d’Italia. ,,Maar ik zal er toch echt aan moeten geloven. Gelukkig is Louis Bosman al ervaren en gaat zijn zoon en mijn teamgenoot Lars Bosman ook mee die berg op. Ik heb geen idee hoe we het gaan doen omdat er hier in het platte Nederland nauwelijks voor te trainen valt, maar we gaan het doen.”       

Kirch is blij dat er sinds vorig jaar meer aandacht is voor teelbalkanker. ,,In de periode dat ik met deze ziekte te maken had was het veel in het nieuws door Sébastien Haller en Jean-Paul Boëtius, ook allebei met het geboortejaar 1994. Als je die gasten nu weer ziet spelen op tv vind ik dat mooi om te zien, omdat je weet wat zij hebben moeten doorstaan”, zegt Kirch. ,,Als je er op tijd bij bent is de genezingskans zoveel groter, dus ik heb een simpele boodschap voor alle gasten: check om de zoveel tijd je ballen en laat je controleren als iets niet goed voelt.”

Voor meer artikelen over SV Oranje Wit klik hier.
Voor meer informatie over SV Oranje Wit klik hier.

‘Als je er eenmaal tussenpast…’

Een moeizame eerste seizoenshelft, maar uiteindelijk precies op tijd ‘aangeslingerd’. Want nadat Achilles Veen rond de winterstop in de gevarenzone stond, handhaafde de ploeg zich uiteindelijk toch in de vierde divisie. Tot opluchting van Tim van Broekhoven. “Je krijgt het er wel warm van, van laatste staan.”

Want stiekem, hoopten ze in Veen toch allemaal eigenlijk wel op meer. “Tuurlijk doe je dat, maar je gooit dertien nieuwe spelers ‘op een hoop’. Dan krijg je een bepaalde groepsdynamiek, waarin iedereen zijn plekje moet zien te vinden.” En alles wat daarbij hoort. “Teleurstellingen, alles komt om de hoek kijken. Als die stormfase is geweest, is er een moment dat er rust komt.”

Koerswijziging
Dat moment kwam volgens de 26-jarige Van Broekhoven net na de winterstop. “Het gevoel van een ‘reset’. Even opnieuw beginnen en uit de negatieve spiraal komen.” De club haalde niet alleen een aantal versterkingen, maar veranderde ook van speelstijl. “We gingen 4-4-2 spelen, zodat we de druk wat meer bij de achterhoede weg konden houden. En als je dan een paar goede oefenwedstrijden speelt en niet weer ‘op je klote krijgt’, dan komt het vertrouwen ook wat terug. Maar eerlijk, we hebben geen mooi voetbal gespeeld…” Toch pakte die koerswijziging goed uit, zag de linksback. “Op het middenveld kregen we natuurlijk een mannetje extra en voorin, hadden we meer diepgang. Als je dan van de laatste twaalf wedstrijden, er nauwelijks nog verliest, komt er een bepaald gevoel terug in het team. Iets meer rust in het veld en ook in de kleedkamer begon het beter te lopen. Minder druk, er kwam weer wat ruimte voor ontspanning en gezelligheid. Dat merk je automatisch op trainingen.”

Rebel
Een uitdagend begin, ook voor hem als nieuweling. “Ik wilde eigenlijk graag met mijn vrienden bij SC ’t Zand blijven voetballen, maar een maatje van mij ging in België keepen. Dus toen had ik wel zoiets van, wat ga ik nu doen?” Precies op dat moment, kwam Achilles Veen om de hoek kijken. “Een vriend van mij (Rico Geeroms) voetbalde er al en vertelde hoe het hier leeft en dat de kantine om acht uur nog ramvol staat. Het is eigenlijk een beetje de plaatselijke kroeg, dat wilde ik wel proberen!” En met succes. “Het is eigenlijk beter bevallen, dan ik had gedacht. Dennis (van der Steen) en Jean-Philip (Becht) zijn echt mensenmensen, die blijven met je bezig.” Begeleiding vanuit een technische staf, die wel bij hem past. “Ik ben denk ik niet de makkelijkste. De rebel zijn binnen een groep, gaat me over het algemeen goed af. Maar als je hier echt de intentie hebt om erbij te horen, zou ik je aanraden om gewoon tien jaar te blijven.” Precies wat Van Broekhoven van plan is om te doen. “Mijn vriendin heb ik hier leren kennen, die komt ook uit Veen. We zijn nu aan het kijken voor een huisje. Als ze me bij de club een contract voor onbepaalde tijd geven, doe ik het!” Gas geven op het veld en daarnaast houden van de saamhorigheid, de linkspoot zit helemaal op zijn plek. “Het zijn bijzondere mensen, maar als je er eenmaal tussenpast…”

Andere wereld
En er tussenpassen doet Van Broekhoven dus inmiddels meer dan uitstekend. Al heeft dat, na zijn vertrek uit de jeugdopleiding van RKC Waalwijk, wel even geduurd. “Ik heb wel moeite met die omschakeling gehad. Van een BVO naar de amateurs.” Terechtgekomen in een soort zwart gat, vertelt hij. “Je bent gewend om elke dag het uiterste van je lichaam te vragen, als dat dan wegvalt, heb je iets anders nodig om toch je lichaam te triggeren.” Dat ging bij hem, met pieken en dalen. “Je zoekt het nog steeds in het voetballen, maar daarbuiten ook in mijn geval bij het boksen. Er is wel een periode geweest dat ik niet echt het plezier had, dat is bij ’t Zand en zeker ook Veen, gelukkig weer teruggekomen.” In een totaal andere wereld. “Bij een profclub, maken ze een individu van je. Daar doe je het echt puur voor jezelf. Toen ik vervolgens bij DESK terechtkwam, ging ik leren om het samen te doen. Dan pas word je een ‘teamplayer’. Blijven hangen in de kantine en even een biertje doen.” De droom om profvoetballer te worden, heeft Van Broekhoven dan ook wel een beetje laten varen. “Als je er eenmaal uitvalt, is het heel lastig om jezelf weer op te rapen. En er opnieuw zoveel moeite voor moeten doen en dingen voor te laten… Ik ben misschien ook niet helemaal de persoon voor profvoetbal.” Waarom niet? “Ik laat me niet in de maling of in de zeik nemen, mijn trots staat daarboven.”

Huilen
Trots is de inwoner van Kaatsheuvel ook, op de herrijzenis van zijn team. “Op een gegeven moment, zijn de dingen wel in elkaar gevallen. Het voelde ook niet, alsof het echt lang spannend bleef. Sterker nog, ik had zes wedstrijden voor het einde het idee dat die periodetitel erin zat.” Hoe gek kan het lopen. “Terwijl ik mezelf tijdens het seizoen, nog zorgen heb gemaakt. Of mijn oude speelstijl wel terug zou komen.” Want, zo vertelt de linkspoot. “Iedereen begon natuurlijk zijn vorm kwijt te raken en ik dacht: dit ben ik helemaal niet. Normaal kan ik ook af en toe best iemand doormidden schoppen, zelfs dat was ik bijna kwijt.” Maar eind goed, al goed dus. “Ik voetbal vooral, omdat het leuk is. Negentig minuten knallen met vrienden en dan de stad in. Bij Veen begin ik dat gevoel nu ook een beetje te krijgen. Dat duurt even, maar ik zit nu gebakken.” Al is het alleen maar, door die ene winnende treffer. Uit bij WNC, in de 96ste minuut. “Ik houd van de achterlijn halen én als het kan, schieten. Daarom maak ik alleen maar mooie doelpunten. Die wedstrijd… Ik heb nog nooit een bestuur aan het huilen gekregen, maar toen wel. Dat typeert Achilles Veen. Hoe een overwinning, zoveel los kan maken. Het leeft hier echt!”

Klik op Achilles Veen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

RKVV Roosendaal was net te wisselvallig

Zat er dit seizoen meer in? Misschien wel. Tenminste, dat gevoel heeft Jesper de Wit van tweedeklasser RKVV Roosendaal. Want na iets te veel wisselvalligheid, grepen ze aan het einde van het seizoen uiteindelijk toch nét naast nacompetitievoetbal. “Met een jong elftal, ontbreekt het ons soms aan ervaring.”

Ervaring die hij als 21-jarige voetballer, ook nog niet meteen op de mat brengt. En dus is het soms nog net iets te gretig. “Alles op het hoogste tempo willen doen, in plaats van een wedstrijd even dood spelen. Tegenstanders doen dat vaak wel, daar konden we moeilijk mee omgaan.” Toch is een plek bij de eerste vijf, allesbehalve slecht, zo relativeert De Wit. “Ons doel was de top drie aanvallen, dus we zijn redelijk geslaagd.”

Uitdaging
Sowieso blijft spelen voor het vlaggenschip iets bijzonders, voor de jongeling. “Ik voetbal hier al heel mijn leven, vanaf de F7, toen was ik vijf. Altijd bij het eerste kijken, daar keek je echt tegenop. Tuurlijk hoopte je er dan zelf ook ooit te staan…” Dat is hem, inmiddels alweer vier jaar geleden, dus ook gelukt. “Eerst nog tijdens corona, sinds vorig seizoen doe ik alles ook echt mee.” Een flinke stap, zo merkte hij. “Van de jeugd, naar de senioren, is een groot verschil. Qua tempo, maar vooral ook de energie die je moet brengen.” Toch, na een eerste schrikmoment, was het vooral genieten, voor De Wit. “Ik miste op een gegeven moment de uitdaging bij de jeugd, dan is dit uiteindelijk veel leuker.” Helemaal als je vaak wint én dus zelfs nog bijna nacompetitie voor promotie haalt. “Het begon wel echt te leven in de groep. Er werd meer over gepraat en je gaat nog net een beetje scherper trainen. Het had heel mooi geweest om dat een keer mee te maken, zeker ook voor de ervaring.” Want, zo is hij ook meteen wel eerlijk. “Ik weet niet of promoveren naar de eerste klasse, goed voor ons zou zijn. Met zo’n jonge groep.” Waar het mislopen van een periode uiteindelijk aan heeft gelegen? De Wit heeft wel een idee. “We scoren te weinig…”

Rood cirkeltje
Iets waar hij zelf, gezien zijn positie, maar weinig aan kan doen. “Ik ben begonnen als centrale verdediger, maar sta nu meer ‘op zes’. Als ik mag kiezen, speel ik daar het liefste. Vooral om het spelletje te kunnen verdelen.” Goed en rustig aan de bal, toch ziet De Wit nog genoeg punten ter verbetering. “Mijn handelingssnelheid moet omhoog en verdedigend nog meer mijn mannetje staan. Dan straal je vanzelf ook wat meer leiderschap uit, denk ik.” Een beetje zoals zijn vroegere voorbeeld, Virgil van Dijk. “Toen speelde ik zelf nog als ‘cv’. Nu kijk ik graag naar Mats Wieffer.” De glimlach op zijn gezicht, verraadt veel. “Ik ben voor Feyenoord, dus 15 mei stond al enige tijd met een rood cirkeltje in mijn agenda: naar de Coolsingel!” Goed voorbeeld deed uiteindelijk niet volgen, maar de Roosendaler, hij woont om de hoek van de club, probeert het volgend seizoen gewoon opnieuw. Al is zijn geduld, niet oneindig. “Ik blijf sowieso nog een jaar, want ik wil hier promoveren. Maar als dat niet gebeurt én er komt een kans om hogerop te gaan, zou ik dat wel overwegen. Dat is uiteindelijk wat je wilt als speler, toch?”

Klik op Rkvv Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rkvv Roosendaal voor meer informatie over de club.

Mario Koswal drukt stempel op Foreholte

Het eerste seizoen op zaterdag is voor Foreholte een succesnummer geworden. De Voorhoutse club werd in de tweede klasse knap derde, waarmee het zich plaatste voor de nacompetitie. “Die nacompetitie is bonus”, aldus trainer Mario Koswal.

“Een grote club, heel anders dan TAC’90, mijn vorige club”, zegt Koswal als hij op sportpark Elsgeest een jeugdwedstrijd op het hoofdveld gadeslaat. “Ik ben iemand die mijzelf snel aanpast. Voetbal is universeel.”

Foreholte haalde vorig jaar met Koswal (60) een echt voetbaldier binnen. De Hagenaar, die zelf voetbalde bij onder andere Celeritas, het Scheveningse SV’35 en SV Voorburg, moest Foreholte een zachte landing laten maken in het zaterdagvoetbal. “Foreholte speelde vorig seizoen in de zondag-tweede klasse, maar iedereen weet dat het niveau op zaterdag veel hoger ligt”, zegt Koswal. Om die reden ook formuleerden de trainer en de club een realistisch doel aan het begin van dit seizoen: handhaving werd als knappe prestatie gezien.

Koswal drukte vanaf het begin dat hij voet zette op sportpark Elstgeest zijn stempel. Het wat afwachtende, reactievoetbal werd onder de Haagse trainer ingeruild voor een veel dominantere speelwijze. “Ik hou er van om mijn teams hoog druk te laten zetten. Als je op de helft van de tegenstander de bal verovert ben je ook meteen dicht bij het doel.”

Koswal beleefde in het recente verleden successen met FC Boshuizen in Leiden, waarmee hij promoveerde naar de hoofdklasse, en TAC’90 in Den Haag, dat hij van de tweede klasse naar de hoofdklasse loodste. Daarvoor vervulde hij tal van andere functies bij clubs, van hoofd jeugdopleidingen tot hoofdtrainer. Koswal is in het bezit van TC1.

“Ik had ingecalculeerd dat de introductie van de nieuwe speelwijze met ups en downs zou gaan”, vervolgt hij. “We hebben inderdaad mindere fases gehad, maar we hebben in elke wedstrijd wel veel kansen weten te creëren. Vanwege gebrek aan effectiviteit hebben we daardoor hier en daar punten laten liggen, maar uiteindelijk mogen we blij zijn met dit seizoen. Ik zie de nacompetitie echt als een bonus.”

Dat hij zijn elftal aanvallend laat voetballen komt mede voort uit zijn verleden. Koswal zelf was een begenadigd rechtsbuiten die maar wat graag de bal wilde hebben om een actie te maken. “Voetbal is er vooral om te vermaken. Onze speelwijze is leuk voor spelers om uit te voeren en aantrekkelijk voor onze supporters om naar te kijken.”

In november liet Koswal iedereen wel even schrikken toen hij te maken kreeg met plotselinge gezondheidsproblemen. Daardoor miste hij een aantal wedstrijden, maar al snel stond hij weer op het trainingsveld. “Ik let sindsdien wat meer op mezelf”, zegt hij. “Ik vind dat ik als hoofdtrainer altijd betrokken moet zijn bij de club en daar hoort naar mijn mening ook bij dat ik regelmatig met andere trainers praat en dat ik trainingen zie van bijvoorbeeld de jeugd. Na mijn werk ging ik op een trainingsdag meteen door naar de club. Dat heb ik nu enigszins aangepast. Ik ga eerst rustig eten thuis en meld me dan op de club. Ik heb geleerd dat mijn lichaam niet onfeilbaar is.”

Klik op Foreholte voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Foreholte voor meer informatie over de club.

SVS’65 timmert met klinkende namen aan de weg

SVS’65 nam met een klinkende 8-3 overwinning op Rhelico en een zevende plek in de eindklassering afscheid van de voetbaljaargang in de vierde klasse E. De lat lijkt op voorhand volgend seizoen al hoger te liggen voor de selectie van de aanblijvende hoofdtrainer Menno Beusekamp, aangezien al verschillende klinkende namen zijn aangetrokken.

SPIJK – Terwijl de competitie naar het einde kabbelde, deed SVS’65 buiten het veld al nadrukkelijk van zich spreken. Via de social mediakanalen meldde de club uit Spijk de ene na de andere versterking voor de selectie. 

Eerste was er de mededeling dat trainer Menno Beusekamp samen met assistent Marvin Westerduin een tweede jaar eraan vastplakt. Daarna volgde al een rits nieuwe spelers, waarbij de van Drenthina afkomstige Paul Luzineau per direct inzetbaar was.

Eén van de opvallendste nieuwe namen voor het nieuwe seizoen is die van spits Christiaan Perrier (foto), die keurig werd gepresenteerd. ,,Na een goed gesprek met Menno Beusekamp heb ik voor het gezellige Spijk gekozen. Het veld ligt op vier kilometer van mijn huis, dus ik kan op het fietsje naar de trainingen en de wedstrijden in het nieuwe seizoen’’, liet de aanvaller weten.

Spitsenduo
Een gecompliceerde beenbreuk tijdens de Champions Cup leek destijds een einde te hebben gemaakt aan zijn carrière, maar Perrier knokte zich op bewonderenswaardige wijze terug en bewerkstelligde zelfs een transfer naar Kozakken Boys. Na twee leerzame seizoenen keerde hij opnieuw terug bij de “roodbroeken”, dit keer voor vier jaargangen. Perrier scoorde er vervolgens lustig op los voor achtereenvolgens Oranje Wit, Nivo Sparta en Montfoort SV, waarna hij ervoor koos om dichter bij huis te gaan spelen. De keuze viel op SVW, dat na een seizoen vol rampspoed uit de eerste klasse degradeerde.

Zijn komst naar SVS’65 betekent voor Christiaan Perrier dat hij in één selectie komt met Willem Looijen, waardoor een bijzonder spitsenduo ontstaat. Beide aanvallers zijn immers in de nadagen van hun loopbaan beland, maar zijn nog steeds hongerig. ,,Ik bekijk het al vanaf mijn dertigste per seizoen en nu durf ik te voorspellen dat ik geen vijf jaar meer in een eerste elftal zal uitkomen’’, verklaart Perrier, die met de aankondiging van zijn komst een trendsetter bleek.

In zijn kielzog hebben inmiddels ook Nick de Jong, die terugkeert van een avontuur bij SteDoCo waar hij in de jeugdopleiding uitkwam, de van Schelluinen afkomstige Cas Gieltjes en zijn clubgenoot Mergim Shala en de van Haaften afkomstige David Ruane aangegeven dat zij zich volgend seizoen in het blauw-wit van SVS’65 zullen uitkomen. En wees niet verbaasd als er de komende tijd nog meer spelers bijkomen, want trainer Menno Beusekamp heeft aangegeven dat hij graag alle posities dubbel bezet wil hebben.

Klik op SVS’65 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVS’65 voor meer informatie over de club.

‘Wat is het beste voor het individu?’

Hij is scout bij Ajax, werkt al heel zijn leven in de voetballerij, maar miste toch een beetje het verenigingsgevoel. Dus toen ze bij Kozakken Boys op zoek waren naar een nieuwe Hoofd jeugdopleiding, werd Arjen Borsje de opvolger van Peter Drijver. “Nu werk ik toch altijd alleen…”

Vanaf komend seizoen dus niet meer. Want na jeugdscout te zijn geweest bij NAC Breda, PSV en nu dus Ajax, treedt de 55-jarige Borsje bij Kozakken Boys in dienst als Hoofd jeugdopleiding. Een logische stap, vindt hij zelf. “Ik ben in Werkendam gaan wonen, ken mensen van de club en mijn zoon voetbalt in de JO19. Dan komt er een vacature, ga je in gesprek en begint het balletje te rollen.” En dat goede gevoel, kreeg de voormalig jeugdtrainer van GDC al snel. “De club denkt na over de toekomst en Kozakken Boys is de top van het amateurvoetbal in onze regio, ook qua jeugdopleiding.” 

Kernkwaliteiten
Een mooie uitdaging dus. “Organisatorisch, maar ook om voetbaltalent en potentie, zo snel mogelijk te herkennen. De breedte en diepte wat betreft aansluiting naar het eerste en de O23, is enorm belangrijk.” Want, zo weet Borsje als geen ander: “Die stap is gigantisch groot, voor jongens uit de regio. Het hoge niveau van het eerste moeten we vasthouden, maar wel in combinatie met de jeugd. Aan ons, om dat stapje kleiner te maken. Bijvoorbeeld door potentie op tijd te herkennen en gericht aan de slag te gaan.” En dus gaat bij Kozakken Boys opleiden, voor presteren, zo vertelt de nieuwe HJO. “Wat is het beste voor het individu? Meer individueel gericht, minder als team.” Met genoeg aantrekkingskracht in de regio én voor afvallende spelers van een BVO, kunnen ze daar volgens hem nog meer mee gaan doen. “We hebben een mooi platform en een bepaalde basis, nu kunnen we voortborduren op wat er al staat.” Door een paar kleine aanpassingen te doen, legt Borsje uit. “We gaan per speler werken met een POP (Persoonlijk ontwikkelingsplan), zodat we samen een traject uit kunnen stippelen. Trainers bewaken dan het team, ik het individu.” Vanaf de JO13 tot en met de JO19. “Door een voetbalanalyse van iedere speler te maken, zoals ze dat bij Ajax ook doen, kunnen we nog beter specifieke kernkwaliteiten in kaart brengen. Op die manier kun je gerichter trainen en dus stappen maken in de ontwikkeling.” 

Belangrijkste leeftijd
Hij geeft een voorbeeld. “Denzel Dumfries heeft veel loopvermogen en een enorme drive om langs die rechterkant op te stomen. Dat soort punten, wil je dan ontwikkelen. Zo’n speler ga je niet als voetballer op het middenveld zetten.” Herkennen, vastleggen en een plan opstellen. In die volgorde. “Met de trainers stellen we het basisplan op en zitten we vier keer per jaar samen, om alles te evalueren.” Ook op basis van videoanalyses en mentale begeleiding. Zeker bij de JO13 en de JO15, meent Borsje. “Dat zijn eigenlijk de twee belangrijkste groepen. Op die leeftijd leer je het beste bepaalde technische vaardigheden aan. Én krijg je natuurlijk een groeispurt. Pas later ga je richting kracht en tactiek.” Het klinkt veel, maar het is voor hem eigenlijk alleen allemaal maar leuk. “Het beter maken van mensen, samen beter worden, dat vind ik mooi. En je blijft zelf ook jong!” Ondanks de serieuze uitdaging. “Die zit hem vooral in het organisatorische kader. Voetbaltechnisch zit het qua kennis super goed, daar heb ik alle vertrouwen in. Maar vrijwilligers, leiders en mensen voor de administratie, is een stuk lastiger. Er is een tekort om alles draaiende te houden, daar maak ik me wel zorgen om.” 

Tussenstap
Toch zal dat, ook voor de doorstroming naar het vlaggenschip, moeten blijven gebeuren. “Spelers opleiden voor het eerste, hoe reëel is dat? Ik weet het niet. Door het individueel te trekken en vroeger op te vallen bij de jeugd in de regio, proberen we dat wel voor elkaar te krijgen. We hebben nu een goede lichting bij de JO19, daarvan gaan er vijf naar de O23. Jongens die hier al langer spelen, dat is natuurlijk hartstikke leuk!” Helemaal als je weet, hoe belangrijk dat team voor de jeugdopleiding is. “Het is de laatste tussenstap, richting het eerste. Daarmee wordt het gat prachtig opgevuld. Drie keer trainen, mentale begeleiding en advies op het gebied van voeding.” Maar al die dingen, komen natuurlijk niet vanzelf tot stand. “Vanaf het moment dat ik ‘ja’ heb gezegd, half maart, ben ik er iedere dag mee bezig. Dingen liepen natuurlijk al, zoals de indelingen of de gesprekken met trainers. Dat heb ik samen met Peter (Drijver) opgepakt. Meteen volle bak erin.” Want, mocht het nog niet duidelijk zijn, Borsje is vrij ambitieus. “Het ultieme, is natuurlijk jongens opleiden voor Kozakken Boys 1. Maar voor mezelf heb ik een ander target gesteld: ieder jaar, vijf of zes jongens door naar de O23. Dat moet als HJO het doel zijn, zo simpel is het.” 

Reclame
Al is dat natuurlijk ook deels afhankelijk, van de talenten. “Als ze echt héél goed zijn, dan gaat het snel. Dat zijn de uitzonderlijke talenten. Die komen ook in 99 van de 100 gevallen, bij een BVO terecht.” Of dat erg is? “Helemaal niet! Dat soort jongens vallen hier vanzelf op, het is mooi als ze dan weggaan. Ook dat is een beloning en reclame voor onze opleiding.” Wat hem betreft, kan het seizoen dan ook niet snel genoeg weer beginnen. “Ik kijk er naar uit om met die gasten veel op het veld te staan, dat is wel de bedoeling. Niet om op de inhoud van de trainingen te letten, maar wel om ogen op die jongens te hebben. Hoe ontwikkelen ze, hoe wordt er getraind en welke plannen kunnen we maken?” Want, zo sluit het voetbaldier nog maar eens af. “De gesprekken en het organisatorische deel horen erbij, maar voetbal moet voorop staan. Dat balletje is en blijft het belangrijkste!”

Klik hier voor meer artikelen over Kozakken Boys.
Meer informatie over Kozakken Boys: Klik hier.

‘We wilden terug naar de basis, maar dat is niet gelukt’

Ladies Night, Quick Boys Culinair en onderlinge mixtoernooien voor jeugd en senioren. De Quick Boys familiedagen had dit jaar een bomvolle agenda. “We wilden terug naar de basis, maar dat is niet gelukt, haha.”

“Ron, er zit een scheur in het springkussen op veld 7. Hij loopt leeg.” Speaker Nico van Duijvenbode leidt op zaterdag niet alleen het jeugdtoernooi op Nieuw Zuid, hij heeft ook oog voor alle randverschijnselen.

“Het is natuurlijke een perfecte dag met het zonnetje dat schijnt”, zegt de voorzitter van de familiedagen-commissie van de Katwijkse club. “Regent het, dan zitten we en praten we hier toch anders.”

Van Duijvenbode wijst op het buikschuiven, dat op het punt van beginnen staat. Door de microfoon maakt hij bezoekers lekker voor gebakken kibbeling, tussendoor vraagt hij kinderen die een gekleurd ei hebben opgegraven tijdens het schatgraven van woensdag, het opgegraven ei voor een prijs in te ruilen.

En tussendoor roept hij nog de wedstrijden om, terwijl hij ook nog alle scores in de diverse poules bijhoudt. “Ik kan goed multitasken.”

Van Duijvenbode heeft het druk, maar geniet óók, laat hij weten. “Het plezier en de lol wat de mensen hier hebben, dat vind ik mooi om te zien. Je doet het niet voor niks.”

De familiedagen zijn een begrip bij Quick Boys. Van Duijvenbode en kornuiten willem dat begrip zo lang mogelijk in stand houden. “Jan-Willem Kuijt is er ooit met Martin Haasnoot en Gerard Zuiderdijk mee begonnen. Ze wilden iets speciaals doen voor het 75-jarig jubileum in 1995. Ze kwamen toen op het idee van een voetbalmarathon. Dat was een spontaan idee, want ze hebben het destijds in een week geregeld. Vanaf dat moment zijn er steeds meer evenementen bijgekomen.”

Op de velden komen AS Roma, Atatanta, Chelsea, Manchester City, Real Madrid en Valencia in actie. Bij het toernooi voor de jeugd slaan de Serie A, de Premier League en La Liga de klok. “Dat spreekt kinderen aan”, zegt Van Duijvenbode. “Bovendien hebben we dan geen gezeur. Ajax/Feyenoord is wel een dingetje.”

Normaal gesproken worden de familiedagen om de twee jaar groot gevierd, maar Van Duijvenbode geeft aan dat er geen echt ritme inziet. “We hebben het een paar jaar door corona niet kunnen organiseren. Voor dit jaar wilden we eigenlijk terug naar de basis, met het voetbal centraal. Als je eenmaal zit om te brainstormen komen de ideëen weer op. Ladies Night, Quick Boys Culinair hebben we vanwege groot succes opnieuw op de agenda gezet.”

De familiedagen lijken iets magisch te hebben, want welk evenement ook wordt verzonnen er omen volgens Van Duijvenbode altijd veel mensen op af. “Ik denk dat als we hier duinrennen organsieren dat we ook alle tickets kwijtraken.”

Eerder dit seizoen organiseerde Van Duijvenbode ook het midwinterfeest op Nieuw Zuid. “Quick Boys is meer dan een vereniging. We mogen ons bovendien gelukkig prijzen met zoveel vrijwilligers. Uiteraard doe ik dit niet alleen. We maken samen een agenda maar iedereen draait wel zijn eigen project.”

Hij geniet, maar geeft ook aan dat zijn hart bij het vrouwenvoetbal van de club ligt. Hij vertelt trots dat het eerste vrouwenteam is gepromoveerd naar de tweede klasse. “Vrouwen- en meisjesvoetbal is booming. Ik hoop dat we ons vrouwentak verder kunnen ontwikkelen.”

Klik op Quick Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Quick Boys voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.