Home Blog Pagina 308

Coban geniet bij Alliance van zijn ‘monstertjes’

Een ‘klein monstertje’ als aanvoerder, een supervoetballer op het middenveld en een aanvaller met paardenlongen. Het klinkt als een slechte mop, maar blijkt voor Alliance JO10 een succesvolle formule. Tenminste onder leiding van Deniz Coban. “Die kinderen geven zoveel energie.”

Assistent bij een seniorenteam, ambities als hoofdtrainer én vol met fanatisme. De 30-jarige Coban staat letterlijk en figuurlijk te trappelen. Ook toen ze hem vorig jaar namens de club eens vroegen. “Ik heb vroeger altijd in de jeugd bij Alliance gevoetbald en via een bekende van mij, bij zijn zoontje zochten ze een trainer, ben ik hier weer beland. Je moet ergens beginnen!” Want, dat moge duidelijk zijn, de jeugdtrainer barst van de ambitie. “Op dit moment heb ik nog geen papieren, maar die wil ik zeker gaan halen.”

Plezier hebben
Maar ook zonder papieren, gaat het hem voorlopig goed af. Want behalve assistent-trainer bij Rimboe, is Coban dus vooral druk met de JO10 van de club uit Roosendaal. En met succes. “Ze moeten lekker plezier hebben en allemaal genoeg spelen. Het kind staat voorop.” Maar, zo is de Roosendaler wel eerlijk. “Ik win natuurlijk liever, dan dat ik verlies.” Gelukkig ging afgelopen seizoen dus vrij aardig, merkt hij ook aan de reacties. “Positieve feedback van de ouders, we maken ook echt stappen. Die kinderen hebben zo’n positieve vibe en energie, de ontlading en vreugde als we winnen…” En dus gaat Coban steeds een stapje verder. “Je ziet ze gewoon beter worden. De dingen die ik leer bij de senioren, pas ik ook toe bij die kleintjes. Makkelijk voetballen, de goede keuzes maken en niet haasten. Ze zoeken elkaar echt op, door veel over te spelen.” Met het talent, zit het dan ook wel goed. “Onze aanvoerder is echt een ‘klein monstertje’, centraal achterin. Daar komt niemand voorbij. Die neemt ook al de boel op sleeptouw, voor bijvoorbeeld de warming-up.” 

Een toetje
En dus kan Coban, het eerste half uur van de training, eigenlijk aan zijn aanvoerder overlaten, lacht hij. “Die weet het precies! Vaak beginnen we met loopoefeningen, dan een pass- en trapvorm met meestal wat lopen, een tactisch positiespelletje of dribbelen en daarna partij.” Tenminste. “Als ze het verdiend hebben. Bij mij bestaat de training vaak uit drie dingen: warm worden, werken en een toetje. Als ze de eerste twee goed hebben gedaan, krijgen ze een partijtje. Maar dat is niet altijd.” Een klein beetje, zoals hij is als trainer. “Als persoon ben ik rustig, maar langs de kant ga ik soms best mee in de emotie. Noem het ‘meeschreeuwen’, die coaching hebben ze ook nodig. Tijdens trainingen ben ik kalm en heb ik vooral mijn aandacht erbij. Om alles zo goed mogelijk te doen.” Het liefste ook volgend seizoen, vertelt Coban. “Ik heb met de club en ook de ouders, wel een beetje de afspraak gemaakt dat we het team bij elkaar houden én ik dan meega. Met dit groepje wil ik graag door, dat lijkt me zeker leuk!” Met zijn supervoetballer op het middenveld en een aanvaller met ‘niet normale’ longen, dus. “Die kan jagen, dat is ongekend. Daardoor komen teams moeilijk op onze helft, pakken we vaak al snel de bal af en kunnen we scoren.” Voor nu smaakt zijn eerste seizoen als jeugdtrainer dus zeker naar meer, toch is zijn doel uiteindelijk nog veel groter. “Ik heb zeker de ambitie om door te gaan en uiteindelijk trainer te worden bij de senioren!” Maar dus eerst nog even genieten van zijn ‘kleine monstertjes’.

Klik op Alliance voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Alliance voor meer informatie over de club.

Wiggert ten Haken regelt het wel

Hij houdt niet van gele en ál helemaal niet van rode kaarten. Wiggert ten Haken is als scheidsrechterscoördinator van Valken’68 van het regelen. “Ik rust pas als alle wedstrijden bezet zijn.”

Het zonnetje schijnt en op alle velden bij Valken’68 zijn rond elf uur wedstrijden aan de gang. Ten Haken loopt zoals zo vaak in de kantine, uitgerust met pen en papier. “Dit is mijn lijstje van volgende week zaterdag”, wijst hij op het uitgedraaide wedstrijdprogramma. “Ik doe dat altijd. Een week van tevoren loop ik op de club en probeer ik al de eerste wedstrijden te slijten. Dat werkt heel goed, want ik zie veel mensen. Meestal ben ik na zaterdag al zo’n 75 procent rond. Aan het begin van de week bel ik of app ik scheidsrechters voor de laatste wedstrijden.”

Ten Haken kan gerust als bevlogen worden betiteld. Hij realiseert zich dat hij als scheidsrechterscoördinator een sleutelpositie bekleedt. “Bij veel verenigingen klagen ze over het gebrek eraan, ik zeg niet dat het bij ons optimaal is, maar wij hebben zeker geen klagen. Persoonlijke benadering, dat werkt.”

En een beetje brutaliteit. Als Ten Haken omhoog zit en het programma van thuiswedstrijden niet dicht krijgt stapt hij de kleedkamer in van een elftal. “Er zijn altijd wel een paar jongens die zeggen: we helpen je wel uit de brand. En als ze eenmaal een keer gefloten hebben weet ik dat ik nog een keer beroep op ze kan doen als de nood aan de man is. Ze komen op mijn lijstje.”

Dat lijstje met scheidsrechters is intussen flink. “We hebben vier, vijf scheidsrechters die elke week fluiten, aangevuld met zo’n 25 die af en toe een wedstrijd willen leiden. De één vindt het prima om één keer in de twee weken te fluiten, de ander kan ik benaderen als ik omhoog zit. Op die manier gaat het eigenlijk prima.”

Zelf fluit hij ook nog steeds. “Ik heb jarenlang gefloten voor de KNVB. Daar ben ik een paar jaar geleden mee gestopt. Ik floot tweede en derde elftallen. Nu pak ik wedstrijdjes van lagere elftallen mee als het nodig is.”

En dat doet hij met groot plezier. “De één vindt het geweldig om te voetballen, voor mij is fluiten een uitlaatklep. Ik heb er spijt van dat ik pas na mijn veertigste ben begonnen. Als scheidsrechter val ik het liefst zo min mogelijk op. Ik ben ook iemand die nauwelijks kaarten geeft. Voetbal is emotie en daar moet je als scheidsrechter ook wel begrip voor tonen. Een kaart geven is niet de oplossing. Soms ontkom je er niet aan, als een speler structureel commentaar blijft geven, maar ik probeer het eerst anders op te lossen. Als spelers op mij afvliegen omdat ze het niet eens zijn met een beslissing, meld ik dat ik een paar dagen geleden nog de Champions League floot. In vrijwel de meeste gevallen verschijnt er dan een lach.”

Ten Haken vindt het sowieso belangrijk dat zijn Valken’68 een toonbeeld is van goed gedrag. Als voorzitter van de waarden- en normencommissie ziet hij daar ook op toe. “Gelukkig hebben we als club weinig incidenten. Een enkele keer krijgen we een speler doorgestuurd waarmee we een gesprek aangaan. We adviseren het bestuur dan hoe daar mee om te gaan.”

Klik op Valken’68 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Valken’68 voor meer informatie over de club.

Van Nispen hoopvol de toekomst in

Voor Van Nispen begint volgend seizoen met de terugkeer in de vierde klasse een nieuwe episode. Met de komst van zes spelers van VVSB-zaterdag hoopt de club uit De Zilk dat de hoofdmacht een zachte landing kan maken.

Geen gezichten op onweer en geen doodse stilte in de kleedkamer. Toen Van Nispen in april al degradeerde uit de derde klasse was van een rouwstemming geen sprake. “Iedereen wist dat het er aan zat te komen”, reageert Andy Otte, de technisch coördinator van de selectie. “Iedereen wist bij de start van deze competitie dat het een lastig verhaal zou worden. Het ging dit seizoen niet om winnen, maar om hoe op een goede en leuke manier met elkaar het seizoen door te komen.”

Dat dat laatste is gebeurd maakt Otte, keeper van Van Nispen 5, vrolijk. “Gezien de situatie hebben we het maximale eruit gehaald. We hebben in elk geval een basis gelegd voor de nabije toekomst.”

Van Nispen werd vorig seizoen geconfronteerd met een leegloop van het eerste team. Dat team bestond al jaren uit spelers die op een zeer acceptabel selectieniveau speelden in Noordwijk. Zij vonden onderdak in De Zilk waar ze met één keer trainen in de week twee keer promoveerden: van de vierde naar de tweede klasse. “In feite zijn we nu weer terug bij af”, zegt Otte, die het bolwerk van het eerste team de laatste jaren zag afbrokkelen. “Er vielen de afgelopen jaren steeds wat jongens af. Daardoor degradeerden ze ook uit de tweede klasse. We hadden gehoopt dat een deel van het team in een soort mentorfunctie de jonge spelers kon begeleiden. Vorig jaar zomer zijn echter ook de laatste spelers van de groep afgehaakt.”

Het zorgde ervoor dat Van Nispen plan B in werking moest stellen. Om een volwaardige selectie te krijgen werd besloten om jeugdspelers vervroegd over te hevelen. “We hadden zowel bij de onder negentien als onder zeventien geen complete teams. Die jonge spelers hebben we laten doorstromen naar de selectie aangevuld met oudere spelers. Niet met het idee om ons te handhaven in de derde klasse, maar wel om de eerste stap te zetten op weg naar een representatieve selectie. Als je noodgedwongen moet teruggrijpen op jongens van zeventien, achttien jaar weer je dat het een zware kluif in een competitie waarin bovendien een versterkte degradatie van kracht is.”

Een zwaar seizoen werd verwacht, een zwaar seizoen werd het ook. Met vooral nederlagen en een zeer spaarzaam succesje. “We hebben één keer gewonnen, in april, met 3-2 van Sporting Leiden. Dat zorgde vanzelfsprekend voor een vreugde-uitbarsting.” Uitgerekend Otte zelf – 34 jaar – stond toen als vervanger tussen de palen. “Ik geloof niet dat er enig causaal verband was tussen mijn aanwezigheid en de overwinning. Voor de groep was het de beloning voor de inzet en gedrevenheid, want ondanks al die nederlagen is de opkomst op trainingen altijd heel erg goed geweest.”

Daarom ook ziet Otte met vertrouwen de toekomst tegemoet. “Aan enthousiasme geen gebrek. En met de komst van zes spelers van VVSB-zaterdag krijgen we ook een kwaliteitsinjectie. Het zijn leuke gasten die goed passen in de groep. Zes nieuwe spelers erbij is ook een mooi aantal. Genoeg om verschil te maken. Meer nieuwe spelers zou weer veel impact hebben op de selectie. We willen juist een groep creëren waarmee we voor langere tijd vooruit kunnen.”

Klik op Van Nispen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Van Nispen voor meer informatie over de club.

ASH vestigt de blik vol op de toekomst

In de nagalm van het 75-jarig jubileum, dat ASH vorig jaar vierde, is de voetbalclub uit Hellouw druk bezig om de blik volledig op de toekomst te richten. De vereniging spant zich niet alleen op sportief en maatschappelijk vlak in, maar draagt ook een steentje bij aan het creëren van een dorpshart in het eigen dorp.

HELLOUW – Niet alleen door de prestaties van de hoofdmacht is er reuring binnen ASH nadat de club vorig jaar het 75-jarig jubileum luister bijzette. Ook buiten de schijnwerpers van het sportieve succes wordt keihard gewerkt aan de toekomst van de club. Onlangs lanceerde ASH de terugkeer van de ‘club van 50’, die de komende tijd nieuw leven ingeblazen wordt. Nieuwe leden van die club mogen deelnemen aan de discussie over hoe dat geld verdeeld moet gaan worden. Bovendien weten deelnemers aan de ‘club van 50’ zich verzekerd van een VIP-behandeling bij de laatste thuiswedstrijd van het seizoen. Voort lanceerde ASH in de maand maart ‘ASH in Beweging’, een activiteit waarin het draait om seniorengymnastiek die mede mogelijk wordt gemaakt door de subsidie van de gemeente West Betuwe en op voetbalgebied was er de hernieuwde lancering van het peuter- en kleutervoetbal.

Daar houdt de betekenis voor ASH op maatschappelijk gebied echter niet op. De club heeft zich met meerdere verenigingen aangesloten bij de toekomstplannen die voor het dorp Hellouw bestaan. Inwoners hebben aangegeven een kloppend hart in het dorp te missen en willen een dorpsplein waar men elkaar kan ontmoeten. Ook meer activiteiten voor jong en oud staan op het verlanglijstje. De provincie Gelderland ondersteunt de plannen en stelt een bedrag van 100.000 euro beschikbaar, een bedrag dat voortkomt uit de Dorpendeal van de provincie. Op 14 maart (zie foto) ondertekenden de verenigingen van Hellouw, gedeputeerde Peter van ’t Hoog en wethouder Jacoline Hartman de overeenkomst van de Dorpendeal. Hartman verving daarbij haar collega Rutger van Stappershoef verving. ,,Met deze Dorpendeal maken we Hellouw nog leesbaarder en aantrekkelijker. En het is een stok achter de deur om de dromen van het dorp in daden om te zetten.’’ 

Klik op ASH voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ASH voor meer informatie over de club.

Thijs Rentier en Duiveland ook in nieuwe seizoen vierdeklasser

Door het overnemen van de eerste periode van kampioen Wolfaartsdijk mocht Duiveland even hopen op een snelle terugkeer naar de derde klasse. Daaruit degradeerde de ploeg van reserve-aanvoerder Thijs Rentier (29) vorig jaar nog. Door een 8-1 nederlaag in de tweede ronde tegen RFC speelt de verdediger met zijn club ook komend seizoen in de vierde klasse.

“Je hoopt er natuurlijk altijd op dat je kunt terugkeren, maar gaandeweg het seizoen was al snel duidelijk dat Wolfaartsdijk de allersterkste was. En ook in de nacompetitie konden we geen aanspraak maken op meer. Dus dan rest niets anders dan nu even op te laden en in het nieuwe seizoen weer te gaan proberen om promotie te bewerkstellingen, want meestrijden om de prijzen zijn we vind ik met deze selectie wel min of meer verplicht.”

Een euvel wat volgens Rentier de ploeg het afgelopen heeft opgebroken, dat is het gemis van scorend vermogen. “In het verleden was dat juist één van de kwaliteiten waarom Duiveland bekend stond. Scorende spitsen hebben en dan ben je altijd al een heel eind op de goede weg als het gaat om het boeken van resultaten en een hoge eindklassering. Vorig jaar is Ronald Zwager onder andere gestopt en dit seizoen was aanvaller Jordi Wesdorp drie maanden geblesseerd. Dat gemis bleek niet of nauwelijks op vangen voor ons.”

Terugzakken naar de vierde klasse en dan van daaruit weer gaan bouwen aan een nieuwe ploeg die op termijn weer de stap omhoog zou kunnen maken. “Met de versterkte promotie/degradatieregeling was voor ons deze vierde klasse een prima niveau om spelers door te ontwikkelen. Vorig jaar hadden we dertig punten en verloren we uiteindelijk de finale van de nacompetitie en degradeerden we. Nu speelden we een heel jaar bovenin mee en dat is toch een andere gevoel voor iedereen. Waar we vorig jaar veel te verliezen hadden in de nacompetitie en ook degradeerden, daar hadden we nu alleen maar promotie te winnen. En is het niets meer dan jammer dat het niet is gelukt.”

Rentier begon bij SKNWK, ging naar JVOZ, speelde met Duiveland nog tweede klasse en ook nog een jaar hoofdklasse bij v.v. Goes. In het dagelijks leven is hij sportpsycholoog en werkt onder meer deeltijds bij ADO Den Haag. Aan voetbalervaring en mentale weerbaarheid heeft hij dus geen gebrek.

‘Klopt maar dat helpt toch ook niet bij  blessures, wisselvalligheid en onnodig gemorste punten tegen laag geklasseerde teams. Dat is in een notendop wel het verhaal van dit seizoen. Ook onze aanvoerder Robert de Bruijne is al sinds januari geblesseerd. Dat voel je. We voetballen vaak vrij aardig maar de beuk erin gooien en duelkracht missen we vaak nog al hebben die jonge gasten dat wel aardig opgepakt. Maar het gemis aan wat extra ervaren krachten én doelpunten dat liet zich voelen. Zeker in een vierde klasse waar het veelal ook fysiek is. Komend seizoen gaan we er opnieuw voor en wie weet lukt het dan wel.”

Klik op SV Duiveland voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Duiveland voor meer informatie over de club.

Dennis van Eijgen koestert zijn ‘stal’ bij Noordwijk

Als leeftijdscoördinator in de bovenbouw vertolkt Dennis van Eijgen een sleutelrol in de jeugdopleiding van VV Noordwijk. “Het is mooi om te zien dat we als jeugdafdeling weer stappen maken.”

De JO15-2 is afgelopen seizoen kampioen geworden en daarbij horen de bekende toeters en bellen. “Ook de JO17-1 is kampioen geworden en dat geldt voor de JO15-1”, zegt de van beroep accountmanager. 

De drie teams komen uit zijn eigen ‘stal’, want als leeftijdscoördinator bovenbouw focust hij zich op de acht teams, die Noordwijk heeft in de JO15, 16, 17 en 18. “We zijn geen supergrote vereniging, maar als je het goed wil doen, en dat willen we als club, kost het veel tijd om alle teams en trainers aandacht te geven. Wil je je visie door kunnen vertalen naar je trainers zul je daar veel energie in moeten steken. Ik ben doorgeefluik, aanspreekpunt en klankbord tegelijk.”

Van Eijgen heeft zelf als jeugdtrainer een behoorlijke staat van dienst. De functie van coördinator bovenbouw was al een tijdje vacant. “De vrijwilligers stonden al niet in de rij voor corona, maar in de periode erna is het alleen maar nog lastiger geworden. Daarom lukte het ons ook maar niet om deze belangrijke functie voor de bovenbouw in te vullen. Ik zag dat het daardoor niet optimaal liep en heb mezelf naar voren geschoven. Ik doe dit niet om een interessante functie op mij cv te hebben, maar echt voor de club.”

Die club heeft Van Eijgen jaren geleden al in het hart gesloten. “Als Noordwijk zijn wij niet een club als de andere hoogspelende verenigingen in de bollen- en duinstreek. Wij vinden in de jeugd prestatie belangrijk, maar zeker ook het sociale aspect speelt een net zo grote rol. Dat laatste zie je ook terug in onze visie hoe we opleiden. We willen graag dat ieder lid een goede opleiding op zijn niveau krijgt.”

Dat maatwerk onderscheidt Noordwijk van andere clubs, maar het vergt wel het nodige organisatie-vermogen. “Onze posten zijn gelukkig weer allemaal goed bezet. Onze jeugdcommissie is uitgebreid. Oscar Alkemade zet op technisch gebied als hoofd opleiding de lijnen uit. Cees van der Wiel ondersteunt hem als technisch coördinator. Wij proberen ook in de organisatie stappen te zetten. Voor komend seizoen gaat Renzo Hoogeveen de talentvolle trainers individueel begeleiden. Cees Duijndam, Ton van der Niet en Nicky van Duin trekken de kar bij de superliga, Sem van Oosten, Motta Elyaakoubi en Max van Duin leiden verder in de voetbalacademie All Football. Dat eerste elftalspelers dat doen past ook helemaal bij Noordwijk.”

Geen enkele tweededivisionist heeft zoveel zelf opgeleide spelers in het eerste elftal als Noordwijk. “Aan de ene kant moeten we dat ook, omdat ons budget stukken lager is dan de meeste clubs, aan de andere kant is het ook de visie van onze club om een herkenbaar elftal op het veld te hebben staan.”

Om de stroom van talenten naar de selectie op gang te houden is het niveau waarop de jeugdelftallen spelen niet zaligmakend, stelt Van Eijgen. “Het helpt natuurlijk wel als spelers meer weerstand krijgen op een hoger niveau. Maar hoog spelen houdt niet in dat er ook automatisch spelers het eerste halen. Onze aanpak is gericht op individuele ontwikkeling. Dat betekent dat we goed kijken naar wat het beste is voor een speler. Zo komt het regelmatig voor dat spelers vervroegd worden overgeheveld.”

Klik op VV Noordwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Noordwijk voor meer informatie over de club.

‘Op maandag doet alles zeer’

Jongens van het eerste die vragen of er een toekomstig plekje vrij gehouden kan worden en berichten in de groepsapp die meteen worden beantwoord met een duimpje omhoog. Eén ding is zeker: het derde elftal van DEVO is mateloos populair.

Een conclusie die ook bij Roger den Braber, begeleider én speler, klinkt als muziek in de oren. “Een aantal seizoenen geleden, zijn we nog gestopt. Kinderen, te weinig tijd en dus niet genoeg spelers. In 2020 hebben we het weer opgepakt, nu bestaat het derde uit 31 man.” En we, is in dit geval hijzelf, Corné Schenk en Mario van Osta. “Corné doet op donderdag de training en in het weekend de opstelling, ik ben van de randzaken. Uitjes, sponsors of DJ’s regelen, dat soort dingen vind ik leuk.” Al bespreken ze alles, met zijn drieën. “Bijvoorbeeld het kledingpakket. We lopen er nu allemaal hartstikke netjes bij!”

Discipline
In de clubkleuren van DEVO dus, voor Den Braber (45) in het begin wel even wennen. “Ik heb altijd bij SC Gastel en Hoeven gespeeld. Op mijn 25ste kwam ik richting Bosschenhoofd. Een jaartje of zes in het eerste, daarna in het tweede en nu dus het derde.” En met het nodige succes. “We zijn dit seizoen kampioen geworden! Ons doel bereikt.” Heel gek is dat laatste niet, hoewel het daar natuurlijk niet om draait. “Heel wat jongens uit ons team, hebben vroeger in de selectie gespeeld. En als we zondags op dat veld staan, dan willen we winnen! Dat fanatisme gaat er nooit uit.” Zelfs niet in een vriendenploeg, lacht Den Braber. “De jongste is 28, de oudste 56. Dat vult elkaar uitstekend aan.” Ook in de gezamenlijke groepsapp. “Als ik op vrijdagochtend een berichtje stuur: ‘wie is er dit weekend bij?’ Dan stuurt bijna iedereen meteen een duimpje omhoog, daar zitten ze massaal op te wachten. Op dat appje.” Pure beleving dus. “Daarom houden we het ook inmiddels alweer drie jaar vol. Plezier, maar ook een stukje discipline. Je moet bij ons gewoon op tijd komen, dat zijn we gewend van voetballen in het eerste. Negen uur aanwezig, is eigenlijk kwart voor negen op de club. Lekker alvast slap ouwehoeren.”

Verhalen
Maar ook na de wedstrijd, zijn ze van de partij. “De derde helft! Van de 31 man, blijven er toch vaak wel 25 hangen. Dat is ook de gezelligheid van DEVO.” Aangespoord door zijn collega. “Mario is een echte gangmaker in de kantine, voor én na de aftrap.” En die sfeer, werkt aanstekelijk, zo blijkt. “We hebben een heel goede klik met de damesteams binnen de club, daar spannen we vaak mee samen. Zo proberen we alle selecties erbij te betrekken.” Ook op donderdag. “Een positiespelletje, afwerken en partij. Daarna lekker de sleur van de week eruit, een pilsje erbij, wat kletsen. De saamhorigheid en de verhalen in de kleedkamer, daar geniet je het meeste van. Dat soort dingen ga je missen, als je niet meer voetbalt.” Net als de verhalen, van de zaterdagavond. “Die jonge gasten gaan natuurlijk nog op stap, wij wat minder. Dan krijg je alles mee. Als je weer samen die voetbalkleding aan mag…” Toch is dat niet iedere week het geval, vertelt hij. “Als we minder dan acht man hebben, dan trainen we niet.” Ook niet als Corné het toch echt graag wil? “Haha, Corné is de ideale aanvoerder! Bij het eerste, maar nu ook bij het derde.” Den Braber zelf, heeft inmiddels een iets andere rol. Binnen het veld dan vooral. “Vroeger een echte nummer tien, tegenwoordig voorin. Het loopvermogen wordt toch wat minder.” Maar het fanatisme, zoals gezegd, dus niet. “Af en toe moet je ze op de training een beetje afremmen, stuur je toch even een appje, dat ze elkaar heel moeten houden.” Toch gaat dat over het algemeen, meer dan goed. “Metselaar of op een kantoor, iedereen is gelijk. Op het veld, word je bij ons meteen opgenomen.” En dus hoopt de inwoner van Oudenbosch er nog wel even van te mogen genieten. “Op maandag doet alles zeer; knie, enkel, noem maar op. Dan duurt het gelukkig weer een paar dagen voordat het donderdag is!”

Klik hier voor meer informatie over VV Devo
Klik hier voor meer artikelen van VV Devo

Ebbers en Verkerk sluiten seizoen feestelijk af bij EBOH

Wesley Ebbers (31) en Leroy Verkerk (35) zijn niet meer weg te denken uit de hoofdmacht van EBOH. De veelzijdige spelers sloten het seizoen af met een feestelijk jubileumduel, waarin EBOH met 7-0 won van Alblasserdam. 

DORDRECHT – Ebbers ontving een mooi portret voor 300 wedstrijden in EBOH 1, Verkerk voor 250 wedstrijden in de hoofdmacht van de Dordtse club. ,,Die 300ste en 250ste hadden we een tijdje terug al gespeeld hoor, maar het was leuk om het seizoen nog even feestelijk af te sluiten op deze manier. Ad Holster houdt dat allemaal netjes bij, het zijn toch leuke dingen om te weten. En het is een mooi stukje waardering naar twee echte clubjongens, want die zijn zeldzaam tegenwoordig. Daan Vegt heeft er 320 gespeeld bij Wieldrecht, maar die is nu ook gestopt. Wij waren allebei nog piepjong toen we debuteerden, 16 en 17 jaar, dat helpt natuurlijk wel als je zo’n aantal wil bereiken”, zegt Verkerk, die als tiener besloot om voor speelminuten te gaan bij SC Emma onder Marco ten Braak en later onder Ries Fok (een ander EBOH-icoon) nog voor Unitas in Gorinchem speelde.  

Wesley Ebbers speelde nog een jaartje bij Nieuw-Lekkerland, maar keerde in 2017 terug bij EBOH toen zijn vader René samen met Ries Fok als trainersduo nieuw leven in EBOH kregen. ,,Dat resulteerde in het eerste seizoen direct in het kampioenschap en dat is nog altijd het mooiste seizoen dat wij hier hebben meegemaakt”, zegt Ebbers. ,,Alles viel toen samen. Wekelijks dezelfde basiself en vier jongens die zich schikten in hun rol vanaf de bank. We zijn dat seizoen kampioen geworden met vijftien jongens en geweldig voetbal”, vertelt Verkerk, die dat seizoen clubtopscorer werd. 

Districtsbeker
In de jaren daarvoor vocht EBOH nog tegen degradatie uit de derde klasse. ,,Dat is een paar keer echt heel spannend geweest, ook in de nacompetitie. Ik weet niet hoe het nu met EBOH was gegaan als we toen waren gedegradeerd. Ik denk dat het heel lastig was geweest om nog uit dat dal op te klimmen, omdat geen goede voetballer op dat niveau had willen spelen”, zegt Verkerk, die als verdediger en middenvelder uit de voeten kan. Ebbers begon nog als aanvaller, maar is inmiddels al jaren een middenvelder die naast het mooie combineren en dribbelen ook heeft geleerd om te bikkelen. Dat liet hij dit seizoen nog zien in de districtsbeker, waarin EBOH grote indruk maakte met zeges op eersteklassers SVW, Oranje Wit, De Zwerver en zelfs de Zeeuwse amateurgrootmacht Kloetinge, dat dit seizoen kampioen werd in de vierde divisie A.         

,,Dat zijn onvergetelijke wedstrijden, vooral die 1-3 overwinning bij Oranje Wit en die avondwedstrijd hier thuis tegen Kloetinge (2-1 winst) met veel publiek langs de lijn in de kou op 28 februari”, zegt Ebbers. De manier waarop EBOH uit het bekertoernooi vloog steekt echter nog altijd bij de twee clubjongens. ,,We verloren thuis met 5-6 van VC Vlissingen. Als je tegen een Zeeuwse derdeklasser vijf keer scoort moet je die wedstrijd natuurlijk gewoon winnen. De districtsbeker is uiteindelijk gewonnen door de Bredase zondagderdeklasser Groen Wit en daar verdienen ze de credits voor, maar eigenlijk hadden wij dit seizoen het karwei af moeten maken als je ziet wie we hebben uitgeschakeld.”

Bankzitten
In de competitie was EBOH de eerste periode ongeslagen, maar Papendrecht werd uiteindelijk glansrijk kampioen in 2H. ,,Dat wij uiteindelijk nog zesde zijn geworden na zo’n goede eerste seizoenshelft is eigenlijk wel zonde, maar het zijn de problemen waar we de laatste jaren wel vaker tegenaan lopen. We beginnen met een brede en enthousiaste groep, maar gedurende het seizoen haken er toch altijd wat jongens af door blessures of andere omstandigheden”, zegt Verkerk. ,,Iedereen wil altijd een brede selectie hebben, maar niemand wil op de bank zitten. Dat is voor clubs, trainers en spelers natuurlijk altijd lastig hoe je daar mee om moet gaan. Wij vinden bankzitten ook niet leuk, maar soms is het even nodig en er komt altijd weer een plekje voor als je even geduld houdt.”

Ebbers en Verkerk draaien nu al jaren stabiel mee in de tweede klasse. ,,Of we zo’n kampioenschap of promotie nog eens willen meemaken? Ja, natuurlijk, zeker op onze leeftijd zou het fantastisch zijn om dat nog eens mee te maken. Maar het begint ermee dat we als club die ambitie uitspreken en dan met z’n allen naar zo’n doel gaan toewerken, anders gaat het natuurlijk nooit gebeuren. Het zou geweldig zijn voor de spelers, maar de vraag is natuurlijk of de club er klaar voor is om zo’n stap te maken.

In de eerste klasse wordt door bijna alle clubs grof betaald en Oranje Wit maakte dit seizoen busreizen van meer dan honderd kilometer. Ik weet niet of deze club daar op zit te wachten. Gezelligheid is altijd heel belangrijk bij EBOH en dat zal ook nooit verdwijnen, maar als je meer wedstrijden gaat verliezen dan winnen weet je dat er altijd gezeur ontstaat, zo werkt dat overal.”

Mijlpalen
Het duo geniet voorlopig gewoon van de mooie sfeer binnen de club en de spelersgroep. ,,Daar zijn we echt wel uniek in, dat we bijna elke zaterdag met tien tot vijftien jongens uit het team samen op stap gaan. Dubbeldam heeft dat jaren terug gehad met een succesvol vriendenteam, maar verder zie je dat toch nergens meer? Er is altijd leven in de brouwerij en onze vriendinnen en vrouwen gaan ook goed met elkaar overweg, dus de sfeer is altijd goed”, zegt Ebbers.                                                                         

,,Hoe lang wij nog doorgaan? Poeh, dat is moeilijk te zeggen, dat kijk je altijd een beetje aan het einde van het seizoen aan. Natuurlijk merken wij allebei dat je boven de 30 sneller last krijgt van pijntjes en blessures, zeker op dat harde kunstgras overal, maar dat gedoe met kruisbanden of dat soort blessures is ons gelukkig bespaard gebleven. Wes heeft zijn eigen glazenwassersbedrijf en ik mijn eigen dakdekkersbedrijf, dus dat voel je soms ook wel. Ik zeg niet dat mensen op kantoor niet hard werken, maar daar heb je ‘s avonds op de training natuurlijk toch minder last van. We kijken het dus lekker per seizoen aan en wie weet welke mijlpalen we nog gaan bereiken.”

Klik op EBOH voor de laatste artikelen over de club.
Klik op EBOH voor meer informatie over de club.

Plezier staat bij meiden Kruiningen MO20 altijd voorop

Waar het eerste team van Kruiningen in de nacompetitie degradeerde naar de vierde klasse van het zaterdagvoetbal, daar konden de meiden van MO20 dit seizoen alsnog voor een sportief succes zorgen. In de 2e Klasse kreeg het zelfs twee kansen op de titel, maar haalde het tot twee keer toe net niet. 

Teleurstelling was er volgens trainer/leider Ewout Dek zeer zeker, maar toch was er ook tevredenheid over het verloop van het seizoen. “We hadden uit tegen Roosendaal voldoende aan een punt maar die verloren we met 2-1. Daarna kregen we nog een kans thuis tegen Cluzona. Helaas wisten we toen ook dat ene puntje niet te pakken en verloren met 0-1. Jammer is het zeer zeker, maar toch kunnen de meiden terugkijken op een mooi jaar. Zowel op als naast het veld is het een hechte groep meiden en dat is leuk om te zien hoe die zijn verbeterd het afgelopen seizoen.”

Er was al afgesproken dat ongeacht het eindresultaat er een mooie feestavond zou volgen na de laatste wedstrijd op de Kruse Mat. “Dat hebben we ook gedaan en was supergezellig. Het tekent ook de samenhorigheid bij iedereen en dat is soms misschien nog mooier dan het sportieve deel, al was een kampioenschap vieren wel de spreekwoordelijke kers op het seizoen geweest.”

Samen met Piet Zevenbergen en Peter Schuitert is Dek zes seizoenen geleden begonnen bij het elftal als MO13. De oud-speler van het eerste elftal heeft het prima naar zijn zin bij het team waarin ook zijn dochter Fay speelt en hij inmiddels alleen nog met Peter begeleidt. “Het lijkt ook wel of het elk jaar een stukje leuker wordt. Je ziet die meiden steeds ontwikkelen. Eerst speelden sommigen bij de jongens en op een gegeven moment werd er een meidenteam geformeerd. Daarin ben ik meegegaan en sindsdien nooit meer ermee gestopt. Jammer is het wel dat er nu twee speelsters, waaronder mijn dochter stevig geblesseerd zijn en het afwachten is hoe dat gaat lopen. Doordat we niet zo heel veel meiden hadden hebben we dit seizoen ook een paar keer negen tegen negen moeten spelen noodgedwongen.”

Na de zomer zal er daarom naar alle waarschijnlijkheid een samenstelling komen qua elftal van de MO20 en de meiden van de MO15. “Die kans is zeer groot maar is nog even aankijken. Het is vaak wel het lot van de kleine dorpsvereniging en daar hebben we mee te dealen. Als we al die meiden aan het voetballen kunnen houden dan kunnen ze op termijn hier nog jaren vooruit.”

De laatste fase van de competitie was voor het team het meest succesvolle en leukste deel, zeker ook omdat het zo lang meedeed voor de titel. “We zijn in januari een weekendje naar Limburg geweest en dat heeft een heel positief effect gehad. Je zag de boel elke week beter worden, hechter en ook sportief ging het lopen. En ook als staf vullen Peter en ik elkaar prima aan. Het credo is voor ons vooral dat er plezier moet zijn. Natuurlijk neemt dat toe als de resultaten goed zijn, maar ook zonder resultaten moet iedereen er lol in hebben. Verbeteren en jezelf ontwikkelen is mooi, maar plezier in je hobby blijft het allerbelangrijkste. En dat hebben ze heel erg veel gelukkig en wij als staf dan uiteraard ook.”

Komend seizoen gaat het duo dan ook door als trainers/begeleiders bij het meidenteam. “Ik heb zelf zestien jaar in het eerste elftal gespeeld en als dan je dochter gaat voetballen raak je betrokken. Voetbal blijft een geweldig spelletje en als je dan aan de kant staat en je ziet iedereen genieten, dan is dat het mooiste wat er is.”

Klik op vv Kruiningen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Kruiningen voor meer informatie over de club.

Jeffrey Jongeneelen begint aan nieuw hoofdstuk

Hij speelde vjjf seizoenen voor Katwijk en maar liefst zeven seizoenen voor Rijnsburgse Boys. Voor Jeffrey Jongeneelen zit zijn actieve carrière erop. Een nieuwe carrière begint, want komend seizoen is hij op sportpark De Middelmors assistent-trainer van de selectie.

Jongeneelen speelde in de zeven jaar dat hij het geel en zwart van Rijnsburgse Boys om de schouders had, meer dan 150 wedstrijden. De aanvaller kwam in 2016 naar Rijnsburg en viel met de neus in de boter. Rijnsburgse Boys promoveerde van de derde naar de tweede divisie. In de spannende nacompetitie versloegen Jongeneelen en zijn teamgenoten Spakenburg. In de twee wedstrijden was hij goed voor vier van vijf Rijnsburgse goals. Rijnsburgse Boys won die duels met 2-1 en 3-2.

Bij Katwijk beleefde Jongeneelen een nog groter succes. In het seizoen 2013-2014 werd hij met de oranjehemden algeheel amateurkampioen van Nederland. JongeneeleAls ik n begon zijn carrière bij DHC in Delft en speelde bij ADO in de onder 17 en onder 19.

Jongeneelen kreeg het afgelopen seizoen steeds meer last van blessures. “Op dit niveau wordt veel gevraagd van je als speler en ik merk dat mijn lichaam daar moeite mee kreeg. Ik heb de laatste jaren verschillende keren spierblessures gehad.”

Hij twijfelde vorig seizoen al. “Maar toen was ik nog basisspeler. Als ik nog een seizoen door zou gaan, ben ik 34. Zeker op mijn positie waar je het moet hebben van explositeit was dat lastig.”

Klik op Rijnsburgse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rijnsburgse Boys voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.