Home Blog Pagina 1399

VoetbalJournaal Lek & IJssel – Voorjaar 2018

Lees hier de krant

Richard Kraijenbosch spreekt de taal van Maasdijk

Nu hij weet dat hij volgend seizoen afzwaait als voetballer bij Maasdijk wil Richard Kraijenbosch maar al te graag heel veel meer minuten maken dan die ‘dertien hele’ waar hij in de eerste competitiehelft toekwam. Na mei ruilt de Vlaardinger zijn voetbalkloffie in voor een trainersoutfit. “Ik ben de club dankbaar voor de kans die ik krijg.”

“Ik kan me voorstellen dat buitenstaanders verrast waren over mijn aanstelling”, zegt de opvolger van huidig trainer Patrick Fieret. “Ik heb immers geen ervaring als hoofdtrainer en ben nu nog speler. Ik heb altijd wel de ambitie om trainer te worden. Ik heb mijn TC3- en TC2-diploma niet voor niets gehaald. Ik heb bij Maasdijk al eens drie seizoenen de C1 getraind. Dat was mooi te combineren met mijn eigen trainingen en wedstrijden. Toen onze kinderen kwamen, werd dat lastiger omdat mijn vrouw altijd werkt tot zeven uur ’s avonds. Het is altijd wel blijven kriebelen”, vertelt de voormalig speler van Excelsior Maassluis, Westlandia, Scheveningen en Lyra.

Patrick Fieret bracht het balletje aan het rollen. “Patrick gaf bij het bestuur op een gegeven moment aan dat hij het mooi vond geweest. Hij heeft niet de ambitie om elders nog hoofdtrainer te worden en wilde nog wel betrokken blijven. Hij heeft mij op een gegeven moment benaderd en gezegd: is trainer worden van Maasdijk niet iets voor jou? Toen ben ik er eens goed over gaan nadenken, maar ik wist al snel dat ik het graag zou willen doen. Ik ben deze maand 38 jaar geworden en mijn voetbalcarrière liep op zijn eind.”

Dat zijn voordracht werd gesteund door de jonge spelersgroep van Maasdijk deed Kraijenbosch ook goed. “Ik heb die jongens wel eens horen praten over wie de nieuwe trainer moest worden. Mijn naam kwam dan ook voorbij.”

Dat heeft veel te maken met de coachende rol die Kraijenbosch in het veld vertolkt. Tenminste, als hij speelt, want door een hamstringblessure was hij in de eerste competitiehelft vooral veroordeeld tot toeschouwer. “In de voorbereiding raakte ik geblesseerd en tegen KMD stond ik voor het eerst in de basis. Na dertien minuten was het echter weer ‘pang’.”

De blessure van Kraijenbosch staat niet op zichzelf, want op een gegeven moment keken er bij Maasdijk bijna net zo veel geblesseerde spelers vanaf de zijlijn toe dan er op het veld stonden. “Op het hoogtepunt, of beter gezegd dieptepunt, waren dat acht, negen spelers. Die blessuregolf verklaart mede onze matige start. Sinds er spelers zijn teruggekomen gaat het ook met de prestaties weer bergopwaarts”, weet Kraijenbosch. “Dit is sowieso een afdeling waarin de vooruitzichten per week kunnen veranderen.”

Hij heeft niet het idee dat hij in de kleedkamers anders wordt aangekeken nu bekend wordt dat hij komend seizoen hoofdtrainer is. “Natuurlijk maken die jongens opmerkingen”, reageert Kraijenbos. “Maar ik geloof niet dat ze me nu anders benaderen. Ik was al de oudste, hé. Het gros van de spelersgroep is negentien, twintig jaar. Generatiekloof? Zo voel ik dat zeker niet. Ja, op muziekgebied, maar voor de rest zijn het prima gasten. Ik heb me altijd prima thuisgevoeld bij Maasdijk. Niet voor niets speel ik hier al acht jaar. Kijk, je moet hier niet de wijsneus uithangen, dat vinden ze niks. Als je normaal doet, is het goed. Als je die taal spreekt, heb je een toptijd.”

Dat hij bij zijn eerste klus als hoofdtrainer ondersteuning krijgt van Patrick Fieret, die de rol van assistent-trainer gaat vervullen, betekent voor hem alleen maar een pré. “Patrick is enorm ervaren. Ik hoop dat hij mij kan behoeden voor de valkuilen waar ik als beginnend trainer ongetwijfeld voor komt te staan. Qua voetbalvisie lopen onze meningen niet erg uiteen. Met Patrick zijn we een paar jaar geleden een weg ingeslagen en die zullen we verder ingaan. Dat betekent aanvallend, verzorgd voetbal met hoog druk zetten. Het zou heel raar zijn als ik het opeens heel anders zouden gaan doen. Op hoofdlijnen zal het niet veranderen, wel zal ik accenten op andere dingen leggen. Geen trainer is hetzelfde.”

Het borrelt en bruist bij VV SCO

Tegenwoordig zijn accommodaties zoals die van vv SCO eerder uitzondering dan regel. In Nederland verschijnen in rap tempo de meest prachtige sportcomplexen voorzien van de allerbeste faciliteiten. Wie echter aan de Elskensweg de poort doorloopt, proeft de sfeer van hoe voetbal hoort te zijn. Geen glimmende paleizen, maar de twaalfde laag verf die alweer begint af te bladderen. Ondanks het gebrek aan faciliteiten en de luxe van een duurzame accommodatie heeft de kleinste club binnen de stadsgrenzen van Oosterhout de zaken prima op orde.

Het is zaterdagmiddag half vijf. De nieuwe voorzitter Robert de Vries en bestuurslid Wim van Wanrooij, verantwoordelijk voor de jeugd, zijn bijeen op de club. Op het terras rolt de dancemuziek uit de speakers en het is gezellig druk op het complex. “We zijn de kleinste vereniging in Oosterhout, maar we hebben zes seniorenelftallen op zaterdagmiddag, er is van de vroege morgen tot in de late namiddag volop activiteit op ons park”, aldus De Vries. “Sowieso proberen we altijd een stapje harder te lopen”, vult Van Wanrooij aan. “We hebben een beperkt aantal vrijwilligers, maar ze werken allemaal wel keihard. We zeggen gekscherend soms dat ze echt blauw bloed hebben. Kijk alleen maar eens wat er voor de jeugd allemaal wordt georganiseerd.”

Meidenacademie
Sinds dit seizoen is vv SCO gestart met een zelf georganiseerd techniekprogramma voor de jeugd. Van Wanrooij hierover: “We hebben sinds dit seizoen onze jeugdafdeling opnieuw gestructureerd. Het doel is om op termijn te voldoen aan de eisen die de KNVB stelt aan een erkende jeugdopleiding. Om de kwaliteit te verbeteren, werken we met trainers van buitenaf die onze trainers opleiden. Onze trainers en sportopleiders die binnen de club actief zijn, hebben een techniektraining ontwikkeld. Elke vrijdagavond staan hier ruim negentig kinderen op het veld om hun techniek te verbeteren. Ook losse activiteiten die we organiseren, hebben dat doel. Zo hebben we de ‘clubpingelaar van het jaar’ en hebben we dit seizoen twee dagen getraind met Schalke ’04. “Maar we doen meer”, vertelt De Vries. “We hebben nu voor elke lichting één meidenteam. Ook voor hen hebben we begeleiding en trainers. Eigenlijk kunnen we nu al spreken van een meidenacademie, maar dat gaan we nog verder versterken.”

Tweede klasse zondag
De Vries: We hebben voldoende kwaliteit in de jeugd om op termijn het eerste elftal te vullen met eigen jongens. We hebben ruimte voor meer zondagteams en daar moeten we energie in stoppen. Vorig seizoen hebben we de promotie naar de tweede klasse gehaald. Dat is voor ons uitzonderlijk en bijzonder als je kijkt naar ons ledenaantal en ons budget, dat nagenoeg bijna nihil is. Misschien dat de tweede klasse voor net te vroeg is gekomen en misschien dat we ons niet handhaven, maar het geeft wel aan dat je als kleinere club veel kunt bereiken als je allemaal hetzelfde doel nastreeft.”

Kleedkamer renovatie
“Dat is de reden”, zegt Van Wanrooij, “dat we zoveel nadruk leggen op zaken die de binding in de club versterken en die dat ook naar buiten toe zichtbaar maken. Kijk naar het miniveldtoernooi en het afgeleide toernooi voor de jeugd. Kijk naar de Jeugdvoetbalweek die altijd bij ons te gast is, de Koningsspelen die bij ons georganiseerd worden, de KNVB-trainingsactiviteiten die we af en toe hosten. Daarom is het ook belangrijk dat de gemeente ziet en waardeert wat we als kleine vereniging toevoegen aan het sportklimaat in Oosterhout. We hebben daar nu een eerste bevestiging van: komende zomer worden alle kleedkamers tot op de kale muren gestript en opnieuw opgebouwd, inclusief allerlei duurzaamheidsmaatregelen. Dat is een eerste stap naar nog verdere versterking van onze club. We willen niet te veel groeien, maar wel onze kwaliteit verder verbeteren. Al die prachtige, glimmende kantines gaan voorbij aan waar het in voetbal echt om draait: saamhorigheid, gezelligheid en kameraadschap. Dat is vv SCO. En zo zie je maar, we zijn een kleine club, maar we hebben de zaken wel goed op orde.”

Jeanne Deijkers: de duizendpoot van DHV

Al meer dan zeventien jaar vormt Jeanne Deijkers een zeer belangrijke schakel binnen zaterdagclub DHV. Ze is drie dagen in de week gastvrouw in de gemoedelijke kantine, verkoopt lootjes als het eerste thuis speelt en zet zich in als schoonmaakster. ‘Ik geniet enorm van de gemoedelijke sfeer.’

Wie de sfeervolle kantine van DHV op een willekeurige voetbalzaterdag binnenstapt, kan niet om Jeanne Deijkers heen. Vanaf achter de bar, al jarenlang haar vaste plek, heet de sympathieke dame namelijk iedere bezoeker van harte welkom op sportpark D’n Hoekschop. Met haar grote, vriendelijke ogen en gezellige glimlach creëert ze op deze middagen wekelijks een leuke sfeer in het gemoedelijke clubgebouw, dat ze zelf beschouwt als haar tweede huis. “Want ik loop hier al meer dan zeventien jaar rond en bovendien ligt het complex slechts op een steenworp afstand van mijn woning”, legt Deijkers uit.

Op deze zonnige zaterdag draagt Deijkers een fraai rood jasje, geheel in stijl van de rood-witte clubkleuren van DHV. “Dat is geen toeval hoor”, legt ze uit. “Ik heb altijd wel ‘iets’ van rood in mijn kleding als ik op zaterdag hier ben. Met die kledingkeuze laat ik zien dat ik de club steun en daarnaast wil ik er stijlvol bijlopen als gastvrouw van de vereniging.” Die rol vervult Deijkers met verve. “Op dinsdag- en donderdagavonden ben ik vaak van 18.00 tot 23.00 uur op de club en op zaterdag van 08.00 tot 21.00 uur. En op zondag kom ik dan soms ook hierheen om rotzooi op te ruimen”, voegt ze hieraan toe terwijl ze de ene na de andere kop koffie met een glimlach op de bar zet voor haar gasten. “Iedereen kent me en ik ken iedereen hier: dat maakt DHV zo’n hechte club. Ik heb een goede band met zowel jeugdspelers, ouders als voetballers van de seniorenelftallen, al moet ik soms streng zijn voor die laatste groep. Soms moet ik ze de kantine echt uitschoppen, anders blijven ze hier maar doorfeesten”, lacht ze.

Deijkers kwam bij de club terecht toen haar dochter ging voetballen bij DHV. Het meisjesteam waarin ze speelde is al een behoorlijke poos uit elkaar gevallen, maar Deijkers koestert warme herinneringen aan die periode. “Ik heb totaal geen verstand van voetbal, maar ik was coach en we werden wel tweemaal kampioen”, glundert ze. “Ik was wel fanatiek en schreeuwde de hele tijd: ‘Lopen meiden, lopen!’. Die aanpak werkte blijkbaar”, grinnikt de clubvrouw. Vanaf haar plekje achter de bar heeft Deijkers een fraai overzicht over de twee velden van DHV, maar de gastvrouw bekommert zich niet te veel om het voetbal. “Tijdens wedstrijden van het eerste verkoop ik lootjes en af en toe kijk ik op het scorebord. Maar ik vind het vooral belangrijk dat iedereen het naar zijn of haar zin heeft op de club en niets te kort komt”, laat ze weten.

Dat laatste lijkt wel goed te zitten, zo blijkt deze middag. Iedereen loopt weg met de gastvrouw van DHV, die op veel respect kan rekenen van de clubleden en met iedereen gezellig een praatje maakt. “Jeanne is de duizendpoot van DHV”, zo omschrijft clubman Wim Berg de rol van Deijkers. “Ze doet ontzettend veel hier en is echt het cement van de vereniging.”

Verhoeven wil tegenstanders ‘kapotspelen’

VV Blauw Wit’81 heeft met Joey Verhoeven een jonge, gedreven trainer naar De Moer gehaald. Hij boekte bij UVV’40 al grote successen door twee keer in drie seizoenen te promoveren en hoopt ook Blauw Wit’81 naar de derde klasse te leiden. Dat is echter nog niet zo makkelijk bij een dorpsclub met een smalle selectie.

“Ik kende Blauw Wit’81 als een echte dorpsclub, met een stug team en altijd een paar leuke voetballers”, vertelt Verhoeven. “Ze spraken in de gesprekken met mij de ambitie uit om in de komende jaren eens naar de derde klasse te promoveren. Dat zag ik wel zitten.”

Verhoeven vergaarde zijn kennis over Blauw Wit’81 tijdens zijn loopbaan als voetballer, toen hij regelmatig tegen de club uit De Moer speelde. Op zijn 30ste stopte hij echter al als actief voetballer. “Ik kreeg steeds meer last van mijn rug, vooral op de maandagochtend na een wedstrijd. Dan kon ik soms mijn sokken niet eens meer aantrekken. Aangezien ik als sportinstructeur werkte, was dat niet handig. Toen ben ik eerst lager gaan voetballen en later helemaal gestopt.”

Hij is direct aan de slag gegaan als trainer. Eerst in de jeugd, later bij UVV’40 als hoofdcoach. Hij hielp die club in drie seizoenen tijd van de vijfde naar de derde klasse, maar moest toch het veld ruimen. “De voorzitter daar vond dat een trainer na drie jaar weg moest, dan was de rek eruit volgens hem. Daar waren veel mensen binnen die club, de spelers en ik het echter niet mee eens.”

Verhoeven ging op zoek naar een nieuwe club. Stilzitten is niks voor de 37-jarige Tilburger. “Ik werk graag met jonge gasten, die fanatiek zijn en beter willen worden. Ik hou er ook van om mijn teams mooi voetbal te laten spelen.”

Verhoeven vindt de term ‘periodisering’ belangrijk in zijn trainingen. Hij weet vanuit zijn huidige vak als sportmasseur, -therapeut en hersteltrainer als geen ander hoe hij zijn spelers in goede fysieke staat aan de start van een wedstrijd laat verschijnen. “Ik train hard, geen anderhalf maar twee uur per avond. Vooral in de voorbereiding en vlak na de winterstop is dat belangrijk. Daarnaast moet het positiespel goed zijn. Als die twee facetten in orde zijn, kunnen we een tegenstander in de eindfase van een wedstrijd kapotspelen. Dat lukt mijn teams vaak, je ziet dat wij in de laatste tien minuten nog een tandje bij kunnen zetten terwijl de andere partij al stuk zit.”

Het is echter wel lastig werken voor hem bij Blauw Wit’81, omdat de selectie krap is. “We kunnen nooit eens tien tegen tien trainen, dat is jammer. Het zijn vaak dezelfde tien, elf, twaalf spelers die er zijn op de training.” Toch verwacht hij dit seizoen de plek in het linkerrijtje vast te houden. “Plek vier, vijf of zes moet mogelijk zijn. De bovenste ploegen hebben een veel bredere selectie dus daar leggen we het tegen af, maar als we daar net onder eindigen hebben we het gewoon heel goed gedaan.”

John Stougje predikt plezier bij GHVV’13

Bij GHVV’13 kijkt men uit naar het nieuwe complex, dat met ingang van het seizoen 2019/2020 in gebruik genomen moet worden. “Ik weet niet of ik dat haal”, zegt John Stougje, die zijn contract als trainer van de Geervlietse/Heenvlietse fusieclub in februari met een derde seizoen verlengde. “Eigenlijk wordt dat mijn vierde seizoen, want voor de totstandkoming van GHVV was ik al een seizoen trainer van PFC. De houdbaarheidsdatum van een trainer is beperkt en die van mij is bijna verstreken”, vervolgt hij met een lach.

Dat ene seizoen PFC heeft hem qua ervaring een stuk rijker gemaakt. “Het was natuurlijk niet het gemakkelijkste seizoen”, geeft de inwoner van Zuidland aan. “Iedereen op en top gemotiveerd houden was een hele klus. Ik heb er enorm van geleerd. Wat? Dat je als trainer bijvoorbeeld eerder moet optreden. Ik was meer van het pappen en nathouden. Dan gebeurde het dat een speler uit Rotterdam zich afmeldde voor de training, maar hij was wel de Bob voor vier andere jongens. Die kwamen dus ook niet. Wat dat betreft was dat een goede leerschool.”

De opgedane ervaringen nam Stougje (48), en eerder trainer van Zuidland 2, mee naar GHVV’13. “Ik kwam in een heel andere situatie terecht. Er waren vier spelers van PFC uit de eerste klasse overgebleven. De club ging op de licentie van Bernisse verder in de vierde klasse op zaterdag.”

Daar maakte Stougje met de fusieclub een fantastisch seizoen mee. “De doelstelling was een periodetitel, maar we bleven maar in de race voor het kampioenschap. Uiteindelijk stonden we lange tijd op kop, maar zat Rockanje ons op de hielen. Op de laatste speeldag hadden we genoeg aan een gelijkspel bij Hekelingen. Dat punt haalden we, met één punt voorsprong werden we kampioen. Van twee bloedgroepen – PFC en Bernisse – heb ik weinig gemerkt.”

Dit seizoen is GHVV’13 een middenmoter in de derde klasse. Volgens Stougje is dat nu voldoende. “Als trainer wil je natuurlijk altijd meer en beter, maar we presteren naar onze kwaliteiten. We geven alleen wat makkelijk goals tegen weg en daardoor hebben we onnodig wedstrijden verloren. We hebben ook pas één keer gelijkgespeeld. Dat is wel opvallend.” Voor komend seizoen legt Stougje wel de lat hoger. “Ik vind dat we dan moeten doorpakken en moeten gaan voor een plek bij de eerste vier, vijf. We hebben een aardige basis staan met vijftien, zestien spelers, maar een deel daarvan werkt wel in de continue-dienst. Als ze dan vader worden, gaan ze twijfelen of ze door moeten gaan.”

Prestatie is belangrijk, maar plezier ook, benadrukt Stougje. “Zonder dat plezier kom je nergens. Dat hou ik altijd voor ogen. GHVV betaalt geen spelers, maar je kunt er als trainer wel voor zorgen dat het leuk en gezellig is. Ik ben beslist geen trainer die zegt ‘zo is het en zo moet het’. Ik probeer altijd open te staan voor suggesties en ideeën vanuit de groep.” Zijn droom is ooit nog trainer te worden van Zuidland, maar met het TC2-diploma op zak en Zuidland in de tweede klasse, is dat voor hem ver weg. Stougje, uitgesproken: “Ik ben niet van plan de TC1-cursus te gaan doen. Dat is veel te tijdrovend. Ik zie mezelf ook niet naar een club in Rotterdam gaan. Ik denk dat ik me daar zielsongelukkig zou voelen. Geef mij maar een club van het eiland.”

Rik Impens Belgische ‘verrassing’ bij HSV Hoek

Rik Impens was voordat hij bij Hsv Hoek kwam spelen voor veel, zo niet alle Zeeuwse voetballiefhebbers, een onbekende naam. Hoe anders is dat na een jaar bij de Zeeuws-Vlamingen waarin Impens imponeerde op ‘10’ en als klap op de vuurpijl promoveerde naar de Derde Divisie. De kleine Belg wordt door velen gezien als ‘de verrassing’ bij Hoek, maar dat duurde wel even. Want hoe gek het ook klinkt, in het begin van het seizoen was de behendige middenvelder geen vaste waarde binnen de ploeg van Jannes Tant.

Bij CTV Voetbal legde hij zelf uit hoe dat kwam. “Ik denk dat we vooral aan elkaar moesten wennen. Ik had nog nooit met Verwilligen en Vandepitte gespeeld, dus het was een volledig nieuw team. We hadden die aanpassingsperiode nodig, iedereen ging ervanuit dat we na de voorbereiding op elkaar ingespeeld waren, maar dat was niet het geval.”

Impens speelde in de jeugd bij AA Gent, maakte zelfs deel uit van de eerste selectie, en was dus gewend om veel en vaak te trainen. Toen hij bij Hoek kwam moest zijn lichaam wennen aan de verminderde trainingsuren en dus besloot hij om voor zichzelf te trainen. Dat lag echter niet alleen aan hemzelf. “In het begin bij Hoek was ik niet onomstreden en toen is mijn vader heel boos geworden op mij. Het liep niet en hij zei: je traint gewoon te weinig, jij hebt het nodig om veel te trainen en te lopen. Toen heb ik een schema gevraagd bij mensen van Gent en ben ik meer voor mezelf gaan trainen.”

Vanaf de winterstop begon het te lopen, niet alleen bij Impens, maar bij de hele ploeg. Hoek verloor na de hervatting nauwelijks meer en plaatste zich zelfs voor de nacompetitie. Daarin was het in de eerste ronde te sterk voor Spijkenisse, terwijl de amateurs van Ajax in de tweede ronde moesten geloven aan de promotiedrang van de ploeg van Tant. De laatste weken sukkelde de Belgische middenvelder met blessures, maar in de allesbeslissende wedstrijd moest en zou hij spelen. “Bij de eerste sprint, na ongeveer acht minuten, kreeg ik weer last. Maar ik wist dat ik niet meteen om een wissel kon vragen, omdat we nog meer spelers hadden die niet helemaal fit waren.” Dus besloot Impens om door te bijten, gesteund door de fantastische sfeer die werd gecreëerd door het massaal toegestroomde publiek. “De sfeer die je hier ziet, kun je niet vergelijken met die in België. Het amateurvoetbal leeft hier veel meer, er komen veel meer mensen kijken en er is veel meer aandacht voor in de media.” Impens blijft na dit seizoen actief bij Hoek en dus kunnen de supporters ook volgend jaar in de Derde Divisie genieten van de sympathieke Belg.

CvdW: Irene’58 – Introductie

Deze editie is V.V. Irene’58 de Club van de Week. Deze week zullen er meerdere interviews worden afgenomen met diverse betrokkenen binnen de club. Irene’58 is een voetbalvereniging gevestigd in Den Hout uit Noord-Brabant en is opgericht in het jaar 1958.

De club uit Den Hout is een zondagvereniging en werkt alle thuiswedstrijden af op het eigen sportpark (Sportpark Irene ’58). Momenteel telt de club zeven seniorenelftallen (vier op zondag en drie op zaterdag) en negen jeugdteams.

Geschiedenis
Sinds de eeuwwisseling heeft Irene ’58 driemaal promotie afweten te dwingen, namelijk in het seizoen 2000/2001, het seizoen 2007/2008 en afgelopen seizoen (2017-2018). In het seizoen 2000/2001 kwam Irene nog uit in de 6e Klasse, maar wist promotie naar de 5e Klasse af te dwingen. Tot en met het seizoen 2007/2008 wist Irene zich jaar in, jaar uit in de middenmoot te bivakkeren en in het eerdergenoemde seizoen zelfs op de vierde plaats te eindigen. Afgelopen seizoen wist Irene ’58 zich te kronen tot kampioen van de 4e Klasse en zodoende mag de club uit Den Hout komend seizoen uitkomen in de 3e Klasse.

Toen Irene’58 50 jaar bestond, promoveerde de club voor het eerst in haar bestaan naar de vierde klasse. Juist nu het 60-jarige jubileum van de club nadert, heeft de club weer geschiedenis geschreven door in de competitie te promoveren. Na een seizoen waarin het eerste team van Irene’58 bijna ongeslagen bleef, speelde ze op 27 mei hun laatste wedstrijd en zijn hierbij officieel bekroont met het kampioenschap in de vierde klasse zondag.

Afgelopen Seizoen
Het seizoen van de hoofdmacht van de club begon op 24 september 2017 en werd gespeelt op het trainingscomplex van voetbalvereniging Terheijden. De club uit Den Hout bleek te sterk te zijn voor Terheijden en hebben ze uiteindelijk een ruime zegen geboekt van maar liefst 0-3 op de voetbalvereniging uit Terheijden.

Een week later werd er thuis op het sportcomplex Irene’58 helaas met 1-3 verloren. Dit keer wist Irene’58 de wedstrijd niet winnend af te sluiten tegen de Fusieclub RFC. Dit was de eerste nederlaag van het seizoen. Na de eerste nederlaag volgde een tweede. Dit keer wist Irene’58 weer niet te winnen en werd er met 5-2 verloren van WDS’19 op het sportpark Paradijs.

Op 15 oktober is er een tweede overwinning geboekt thuis op het eerste team van OMC. De goede vorm was er niet voor lang want de week daarop werd er gelijk gespeeld tegen DIA 1. De laatste drie wedstrijden voor de winterstop op 19 november, 26 november en 3 december werden Wisselvallig gespeeld. Tegen Boeimeer 1 werd er thuis gewonnen met 3-0. Uit bij Right’Oh is er verloren met 2-0. De laatste wedstrijd voor de winterstop is afgesloten met een 2-1 winst thuis tegen SC Hoge Vucht.

Na de winterstop wist Irene’58 in acht wedstrijden zeventien punten te behalen. Zo werd er zes keer gewonnen van clubs als onder anderen SC Emma, VCW en Dussense Boys. In de laatste acht wedstrijden van het seizoen wist Irene’58 alle acht de wedstrijden te winnen tegen onder andere clubs als Be Ready en WDS’19.

Irene’58 heeft het seizoen afgesloten met het kampioenschap en met 62 punten uit 26 wedstrijden.

Hansweertse Boys JO-13 strijdt als een team voor winst en plezier

Vaak ligt de focus bij een voetbalclub op de prestaties van het eerste elftal, vooral de buitenwereld kan er geen genoeg van krijgen. Maar binnen een vereniging gebeurt natuurlijk veel meer, vrijwilligers zijn dagen in de weer om de jeugd te trainen, maar vooral te laten genieten van het spelletje. Bij Hansweertse Boys JO-13 zetten Marc Jansen, Indy van der Sluis en Edward Knulst zich in om van alle verschillende jongens een team te maken. En met succes.

Marc Jansen (31) is een typisch voorbeeld van een ‘kind van de club’. Begonnen bij de F-jes, doorgegroeid tot het eerste elftal en inmiddels trainer van de jeugd en het tweede elftal. Toen hij werd benaderd door het jeugdbestuur, hoefde hij niet lang na te denken. “Ik was zelf vroeger een nachtmerrie voor trainers, dus ik wilde het nu eens vanaf de andere kant bekijken.” We zijn inmiddels een half jaar verder, de JO-13 werd tweede in de eerste seizoenshelft en staat in de kwartfinale van de beker. Een seconde spijt van zijn beslissing heeft Jansen dan ook niet, al zijn prestaties niet het belangrijkste. “Plezier staat vooral tijdens trainingen voorop, maar bij wedstrijden moet de knop om. Plezier en prestatie gaan vaak hand in hand. Zonder plezier win je niet en andersom.”

Veelzijdig
De uitdaging waar nagenoeg elke jeugdtrainer mee te maken krijgt, is het onderlinge verschil in niveau. Het team beschikt over 15 spelers en heeft nagenoeg nooit te klagen over de opkomst, dat tekent volgens Jansen de mentaliteit. Een mentaliteit die hij ziet bij al zijn spelers, want juist de betere spelers doen een stapje extra om de mindere jongens te helpen. “Buiten het veld heb je te maken met groepjes vrienden en jongens met een verschillende achtergrond, maar de sfeer is heel goed. Zodra de jongens binnen de lijnen stappen, is het echt een team.”

Waardering
Vanuit de club en de ouders krijgen Jansen en Van der Sluis genoeg complimenten en waardering, naast de klik met de jongens een reden voor Jansen om dit nog lang te blijven doen. Voor de komende seizoenshelft is hij duidelijk. “Kampioen worden en de beker winnen, want die beker is toch wel iets bijzonders.”

‘Als aanvoerder komt er nu redelijk veel op me af’

Hij speelde ooit negen wedstrijden in de Jupiler League en behoorde tot de ‘stal’ van de grote voetbalmakelaar Rob Jansen. Dat alles is al zo’n zeven jaar geleden, en Ruben Hollemans (24) is er niet de persoon naar om constant achterom te kijken. Liever kijkt hij vooruit, naar een mooie eindklassering met VV Goes bijvoorbeeld.

En toch, als zeventienjarige je debuut maken op Het Kasteel. Oké, Hollemans was destijds tegen Sparta Rotterdam ongelukkig met een eigen doelpunt, maar niemand pakt het je meer af. Geluk is een belangrijke factor in het voetbalwereldje, en wat dat betreft zat het Hollemans niet altijd mee. Hij was net basisspeler bij RBC Roosendaal toen de club vanwege financieel wanbeleid in 2011 ter ziele ging. ,,Het was voor mij persoonlijk een mooi half jaar”, vertelt Hollemans over die periode. ,,Ik mocht in de winter mee op trainingskamp en al snel volgde een basisplaats als centrale verdediger. Jammer dat het vervolgens zo gelopen is.”

Opvangnet
NAC Breda was het opvangnet voor Hollemans, waar hij twee jaar in de beloftenploeg speelde. Hij combineerde het al die tijd met een studie op de HZ. ,,Na die twee jaar kon ik blijven, maar wel onder dezelfde voorwaarden. Dat zag ik niet zitten.” Kloetinge pikte Hollemans – afkomstig uit Sint Laurens en ooit begonnen bij VV Serooskerke – op en aan die club bewaart Hollemans fijne herinneringen. ,, Een warme club, en dat gevoel mis ik soms bij GOES.” Toch maakte Hollemans, inmiddels middenvelder én aanvoerder, een bewuste keuze. ,,Het niveau sprak me aan. Ook de sfeer binnen de jonge spelersgroep is prima.”

Stof
Hollemans, werkzaam als werkvoorbereider in Zeeuws-Vlaanderen, doet het met promovendus GOES uitstekend in de Hoofdklasse. Tijdens de winterstop stond het op plaats vier, met een wedstrijd minder gespeeld. ,,Ik had vooraf wel gedacht dat we voetballend gezien goed meekonden andere teams. Ook al hebben we twee keer dik verloren; we hoeven voor niemand onder te doen. Er zijn toch een aantal belangrijke spelers weggegaan, maar dat is prima ingevuld.”
Niet alleen andere spelers, ook een nieuwe trainer bij GOES: Rogier Veenstra. ,,Rogier laat ons heel anders voetballen. Hij traint met een doel, overal zit een gedachte achter. Je krijgt als speler veel stof, maar we hebben gelukkig veel jongens die het spelletje begrijpen. Als aanvoerder komt er nu redelijk veel op me af, in een wedstrijd moet je het wel kunnen neerzetten. Zowel ikzelf als het team maken daar echt stappen in.”

Stoeltjes
De middenvelder rekent in de tweede seizoenshelft niet op een terugval van GOES. ,,En mochten we deze groep bij elkaar kunnen houden dan kan er hier echt iets heel moois ontstaan. Dan moet de vereniging wel wat stapjes maken in de rondvoorwaarden. Een voorbeeld? De nieuwe kleedkamers zijn al een paar maanden af maar er zitten nog steeds geen stoeltjes in. Kleine dingen, maar dat kan wel een verschil maken.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.