Home Blog Pagina 1386

Johan Lamens schopte bij Lopik met succes tegen heilige huisjes aan

Ruim dertien jaar was Johan Lamens dag en nacht in touw voor voetbalvereniging Lopik. Met een team enthousiaste mensen bracht hij structuur in de opleiding, was jeugdvoorzitter en bestuurslid voetbaltechnische zaken en moest soms tegen heilige huisjes schoppen. Dat riep weerstand op, maar Lamens nam onlangs met gepaste trots afstand van zijn vrijwilligersfunctie. Nu heeft hij eindelijk tijd om bij zijn vier zoons te kijken, die allemaal bij Lopik voetballen.

Johan Lamens moet lachen om de vraag. De voormalig bestuurder van voetbalvereniging Lopik praat zo enthousiast over de club en het beleid, dat het gerechtvaardigd is om te vragen waarom hij eigenlijk is gestopt. De passie druipt er nog vanaf bij de 55-jarige key accountmanager. ,,Het is gewoon too much”, geeft Lamens aan. ,,Ik heb een heel drukke baan en bij Lopik had ik er een baan naast. Het koste mij twintig uur per week. Daarnaast heb ik mijn gezin. Ik heb vier zoons die allemaal bij Lopik spelen, maar zie ze eigenlijk te weinig voetballen.”

Hij bedoelt het niet eens als klacht, eerder als constatering. Lamens stopte sinds 2003 zijn ziel en zaligheid in de vereniging. Toen zijn zoontje dat jaar op 6-jarige leeftijd ging voetballen, was Lamens senior erbij. Langzaam rolde hij in de vereniging. Eerst als jeugdcoördinator van de F-pupillen, later kreeg hij de E’tjes en D’tjes er ook bij en werd hij algeheel jeugdcoördinator. Als jeugdvoorzitter nam hij zitting in het bestuur en schoof daarna door naar de functie van bestuurslid voetbaltechnische zaken.

In de jaren dat hij zich met een groep enthousiaste mensen om zich heen inzette voor Lopik zag Lamens veel ten goede veranderen bij de club. ,,In het begin zag ik goedwillende trainers en ouders, maar was er te weinig kader om structuur aan te brengen. Mijn buurman die verderop in de straat woont, vroeg of ik iets voor de club wil betekenen. Zo rolde ik er langzaam in. Lopik stond in de omgeving toch bekend als de club die de lange bal speelt en veel strijdlust toont, niet altijd in de goede zin van het woord. Trainers en ouders waren vooral bezig met het creëren van hun eigen team. Vanaf de D tot en met de A mocht er niet meer aan die teams worden gezeten. In de vereniging zat iedereen op zijn eiland en dacht niemand in het clubbelang.”

De ommezwaai betekende wel dat Lamens tegen heilige huisjes moest schoppen. Dat levert weerstand op, in het bijzonder van mensen die de club al lang dienen. ,,In 2009 schreven we ons eerste beleidsplan. We hebben een visie uiteengezet hoe we de jeugd willen opleiden op voetbalgebied en formuleerden per leeftijdscategorie aan aantal doelstellingen. Dat was niet ingewikkeld, want in de TC 3-opleiding stonden die uitgangspunten al. Daar zijn we mee begonnen door trainers in de onderbouw oefenstof te geven van mijnvoetbaltrainer.nl. In de bovenbouw ligt de nadruk meer op de teamfunctie en wordt er meer wedstrijdgericht getraind. Uiteindelijk moeten alle teams aanvallend en verzorgd voetbal spelen.”

Lamens en zijn team kwamen ook tot de conclusie dat de Lopik-trainers begeleiding moeten krijgen. Daarvoor stelde de club per leeftijdscategorie een technisch coördinator aan. In de praktijk is dat de eerste trainer van die categorie. ,,Die is verantwoordelijk voor die trainers. Dat ging met vallen en opstaan. Later hebben we onze hoofdtrainer – Bertus van Schaik – uitbreiding van zijn uren gegeven. Hij is als technisch manager verantwoordelijk voor de technische coördinatoren per leeftijdscategorie.”

Lopik kwam ook in contact met All Sports Academy van René van der Kooij. ,,Wij hadden nog geen uitgewerkte visie op de speelwijze. Daarom is er in overleg met All Sports Academy een technisch plan samengesteld waarmee we de praktijk in konden. We willen in alle facetten 1-4-3-3 spelen. De technische coördinatoren en selectietrainers komen eens in de zes weken bij elkaar om de oefenstof voor de komende zes weken door te spreken. Dat wordt allemaal begeleid door Bertus van Schaik en Mitch Maas, trainer van All Sports Academy. Dat is allemaal voor de selectieteams. Voor de basisteams komen de trainers ook één keer in de zes weken bij elkaar. Zij krijgen dan vooral oefenstof op basis van techniek.”

Bij Lopik beginnen ze de vruchten te plukken van het beleid. De C1, B1 en A1 hebben goede lichtingen die kunnen doorgroeien naar de eerste klasse. Toch ziet Lamens ook nog voldoende uitdagingen voor Lopik. ,,Ik hoop dat het huidige beleid wordt doorgezet. Daarnaast is de komst van een kunstgrasveld noodzakelijk, al wil de gemeente geen cent bijdragen. Waar ik ook trots op de ben, is de continue aandacht voor sportiviteit en respect. Tweemaal per seizoen reiken wij de sportiviteitsprijs uit aan een team. Weet je, ik heb dan afscheid genomen als bestuurslid, maar het gaat niet om mij. Ik heb samengewerkt met een heel leuke groep mensen. Met z’n allen hebben we de afgelopen jaren best veel neergezet.”

Brielle ziet meisjestak als groeimodel

Sandra Terol, coach van de MO13-1 van Brielle, moet lachen als zij in de rust van de uitwedstrijd tegen Rotterdam United vraagt wie van haar speelsters in de tweede helft als wissel wil beginnen. Het ene vingertje is nog niet omhoog of het andere vingertje volgt.

“Dat zijn meisjes, hé”, lacht Terol. “Jongens hebben dat toch minder, die offeren zich wat minder op voor het team. Die willen zich manifesteren.” Als wissels Luna van Dijk en Faith van Hoorn van het heerlijke voorjaarszonnetje genieten, blijkt dat teamwork de belangrijkste reden is waarom ze voor voetbal hebben gekozen. “Je moet samenwerken, dat vind ik leuk”, vertelt Faith, die geen oog heeft voor de grote moskee op de achtergrond.

Al snel volgt een analyse van de eerste helft. “Verdedigend wel goed, maar we moeten meer vanuit onze plek spelen”, zegt Luna. “Als dat lukt, kunnen we misschien de 1-0 achterstand wel goedmaken”, hoopt Faith.

Ze heeft dat nog niet gezegd of Rotterdam United komt op 2-0. Het is het begin van een tweede helft waarin ‘de meiden van Terol’ in fysiek opzicht overrompeld wordt. “De helft van onze speelstertjes zijn nog E”, bekent de trainer/coach, die lang in het eerste damesteam van Brielle speelde, maar volgens eigen zeggen ‘geen ster was’.

Op het middenveld moet een meisje van Brielle het opnemen tegen een tegenstandster, die niet alleen twee keer zo groot is, maar ook wat ‘breder’. Met een beetje fantasie kan het Brielle-meisje twee keer in haar tegenstandster.

Terol ziet het allemaal met een glimlach aan. Zij ziet vooral veel plezier op het veld, ondanks dat de wedstrijd eindigt in een duidelijke 5-1 nederlaag. “We zijn net bezig om bij Brielle het meisjesvoetbal op te starten. We zijn dit seizoen ook begonnen met een zevental bij de MO17. We merken dat er veel aanloop is. Volgend seizoen willen we graag een MO19 inschrijven. We hebben inmiddels tien meiden en zoeken dus nog wat versterking.”

De wens van Brielle én van Terol is een volledige, aansluitende leeftijdslijn, van de MO13 tot en met de MO19. “Als ze jonger zijn kunnen ze nog meespelen met de jongens”, zegt Terol. “Meisjes kunnen bij Brielle altijd kiezen waar ze willen spelen. We zouden nu best een MO15 kunnen maken, want er spelen heel veel meiden van die leeftijd bij de jongens.” De meisjestak is volgens Terol een groeimodel. “Maar het is niet zo dat ze bij ons maar komen aanwaaien. We moeten er zeker wat voor doen. We organiseren clinics en flyeren op scholen.”

RCD, een echte familieclub

DORDRECHT – Mieke Zwang staat ieder weekend met haar fotocamera langs de lijn bij RCD, waar haar zoon Noah voetbalt. Aan de Reeweg-Oost kan ze twee van haar grote hobby’s, voetbal en fotografie, op perfecte wijze combineren. Van de jongste pupillen tot de oudste senioren, Mieke legt alles vast. Voor het VoetbalJournaal maakte ze een selectie van haar favoriete RCD-foto’s van het afgelopen jaar.

Plezier voor iedereen bij RCD
DORDRECHT – De jeugd van RCD groeit al jaren, zowel in aantallen als qua niveau. Hans Hamberg loopt sinds de zomer van 2013 rond bij RCD, waar zijn zoons Luuk en Sven in de jeugd actief zijn. Hij is coördinator van de JO7, JO8 en JO9 en bovendien traint hij de JO8-1. ,,Dat doe ik allemaal met veel plezier, want dat staat bij RCD altijd voorop. We vinden het belangrijk dat iedereen zich volledig thuis voelt op de club, zowel de jeugdspelers als de ouders. Dat familiegevoel is erg belangrijk bij deze club. RCD is de laatste jaren weer flink gegroeid qua aantallen, maar we willen niet te groot worden. Het is juist leuk dat iedereen elkaar nu kent en dat alle trainers de spelers gewoon bij hun naam kunnen noemen.”

Hamberg is ook blij dat RCD sinds de zomer van 2016 weer bij iedere wedstrijd een pupil van de week heeft bij thuiswedstrijden van het eerste elftal. ,,Ik weet niet waarom het een tijdje niet zo is geweest, maar het is in ieder geval mooi dat we op deze manier weer een mooie brug kunnen slaan tussen het eerste elftal en de jeugd. Ik merk hoe trots die jongens zijn als ze pupil van de week zijn geweest, als ik bijvoorbeeld zie dat ze de wedstrijdbal met handtekeningen op maandag mee naar school nemen om te laten zien aan hun klasgenootjes, maar ook de mannen van het eerste vinden het leuk. In eerste instantie konden de jeugdspelers zich zelf opgeven om pupil van de week te worden, maar nu kiezen we voor iedere wedstrijd iemand uit. Dat kan zijn omdat iemand altijd keihard zijn best doet, maar pas kozen we ook een jongetje uit die even een zware periode had omdat zijn ouders waren gescheiden. Dan is zo’n dag meelopen met de jongens van RCD 1 een mooie afleiding. Daar draait het allemaal om binnen een familieclub.”

RCD, een echte familieclub

DORDRECHT – Mieke Zwang staat ieder weekend met haar fotocamera langs de lijn bij RCD, waar haar zoon Noah voetbalt. Aan de Reeweg-Oost kan ze twee van haar grote hobby’s, voetbal en fotografie, op perfecte wijze combineren. Van de jongste pupillen tot de oudste senioren, Mieke legt alles vast. Voor het VoetbalJournaal maakte ze een selectie van haar favoriete RCD-foto’s van het afgelopen jaar.

Plezier voor iedereen bij RCD
DORDRECHT – De jeugd van RCD groeit al jaren, zowel in aantallen als qua niveau. Hans Hamberg loopt sinds de zomer van 2013 rond bij RCD, waar zijn zoons Luuk en Sven in de jeugd actief zijn. Hij is coördinator van de JO7, JO8 en JO9 en bovendien traint hij de JO8-1. ,,Dat doe ik allemaal met veel plezier, want dat staat bij RCD altijd voorop. We vinden het belangrijk dat iedereen zich volledig thuis voelt op de club, zowel de jeugdspelers als de ouders. Dat familiegevoel is erg belangrijk bij deze club. RCD is de laatste jaren weer flink gegroeid qua aantallen, maar we willen niet te groot worden. Het is juist leuk dat iedereen elkaar nu kent en dat alle trainers de spelers gewoon bij hun naam kunnen noemen.”

Hamberg is ook blij dat RCD sinds de zomer van 2016 weer bij iedere wedstrijd een pupil van de week heeft bij thuiswedstrijden van het eerste elftal. ,,Ik weet niet waarom het een tijdje niet zo is geweest, maar het is in ieder geval mooi dat we op deze manier weer een mooie brug kunnen slaan tussen het eerste elftal en de jeugd. Ik merk hoe trots die jongens zijn als ze pupil van de week zijn geweest, als ik bijvoorbeeld zie dat ze de wedstrijdbal met handtekeningen op maandag mee naar school nemen om te laten zien aan hun klasgenootjes, maar ook de mannen van het eerste vinden het leuk. In eerste instantie konden de jeugdspelers zich zelf opgeven om pupil van de week te worden, maar nu kiezen we voor iedere wedstrijd iemand uit. Dat kan zijn omdat iemand altijd keihard zijn best doet, maar pas kozen we ook een jongetje uit die even een zware periode had omdat zijn ouders waren gescheiden. Dan is zo’n dag meelopen met de jongens van RCD 1 een mooie afleiding. Daar draait het allemaal om binnen een familieclub.”

De Witte wil vooral belangrijk zijn voor NOAD’67

SINT PHILIPSLAND – Ondanks een belabberde seizoenstart kan NOAD’67 zich toch nog opmaken voor een ‘toetje’ in de vorm van de nacompetitie. De ploeg van aanvaller Joost de Witte heeft dus nog alle kansen op promotie naar de tweede klasse van het zaterdagvoetbal. En daar heeft De Witte zelf ook een grote rol in gespeeld.

Want met een ongekende reeks van vijf winstpartijen met 1 – 0, kenden de manschappen van de scheidend trainer Ad Palings een geweldige tweede periode. Met een periodetitel tot gevolg en dus een plek gegarandeerd in de nacompetitie. De Witte was met vier treffers in die reeks telkens belangrijk als matchwinner. “En dat had niemand nog verwacht. Zeker niet als je na negen wedstrijden slechts twee schamele puntjes bij elkaar hebt gevoetbald. Daarna kenden we dus die mooie reeks en stonden we ineens weer op een voor NOAD ‘normale’ plek in de middenmoot. Het was voor mij persoonlijk natuurlijk ook mooi, omdat ik vier keer met een winnende goal belangrijk was voor de ploeg.”

De Witte (22) mag zich met recht een laatbloeier noemen als het gaat om voetballen in competitieverband. Zijn reformatorische achtergrond weerhield hem lang van het spelen van competitievoetbal. Maar toen hij achttien jaar geworden was, was zichzelf inschrijven als lid van NOAD’67 het allereerste wat hij deed. “Mijn ouders vonden voetbal maar niks, en vanaf het moment dat ik zelf mocht beslissen heb ik mezelf direct hier aangemeld. Want voetbal is voor mij heel belangrijk. Ik deed het al heel lang, maar nooit in competitie. Was wel uren te vinden in de voetbalkooi maar dat is toch helemaal anders. Vanaf mijn achttiende kon ik wedstrijden spelen, om het echie. Dat was wat ik wilde.”

En de snelle aanvaller liet zien dat hij over het nodige talent beschikte, want na slecht een half jaartje in het tweede elftal werd hij al door Palings bij het eerste elftal gehaald, om er nooit meer te verdwijnen. Inmiddels staat dit seizoen de teller op twaalf treffers, waarvan dus enkele heel belangrijke. “Heerlijk. Ik maak er ook liever minder, maar wel dat ze belangrijk zijn dan dat ik er twintig maak en steeds het de 5-0 is ofzo. Bovendien is het heerlijk voetballen in de spits samen met Frank en Rob den Engelsman. We voelen elkaar goed aan en ik kan bovendien heel erg veel van die mannen leren. Ze geven me ook tips waardoor ik echt een betere speler word en ik mezelf wekelijks nog ontwikkel. Erg waardevol.”

Waar De Witte in 2005 vanuit Nieuw-Beijerland naar Sint-Philipsland, daar voelt hij zich sinds hij er lid werd enorm op zijn plek bij de club uit zijn woonplaats. Hij kijkt ook uit naar de nacompetitie om daar zichzelf van zijn beste kant te tonen en nogmaals wil proberen van waarde te zijn. “Ik wil voor mezelf de lat altijd zo hoog mogelijk leggen, maar moet nog meer rust in mijn spel krijgen. Ook moet ik nog leren om meer overzicht te houden voor de goal, want dan zou ik nog meer assists op mijn naam hebben en wellicht ook meer goals. En als ik dan zoals tegen De Fendert in de laatste minuten de kans op de winnende om zeep help… Dan ben ik daar echt een heel weekend doodziek van. Dat soort elementen in mijn spel wil ik verder verbeteren. Maar daar heb ik gelukkig nog voldoende tijd voor.”

Bovendien kijkt hij ook uit naar volgend seizoen. Naar de samenwerking met de nieuwe trainer Perry Snoep, huidig trainer van SKNWK, die Ad Palings zal opvolgen. “Ik heb alleen nog maar Ad Palings als trainer meegemaakt natuurlijk. Dus een nieuwe trainer biedt weer nieuwe inzichten en uitdagingen. Ik wil kijken hoe ik mezelf daarbij ontwikkel. Ik heb het in het systeem waarin we nu spelen met drie steeds bewegende spitsen erg naar de zin. Maar als spelers en ploeg moet je jezelf telkens weer uitdagen en dan is een nieuw gezicht na vier jaar wel goed. In de competitie zit het allemaal heel dicht bij elkaar en kunnen we op het eind of vijfde of zelfs nog als tiende eindigen…. Daarin hebben we door die slechte start niet het constante niveau gehaald wat zou moeten. Het zou daardoor natuurlijk geweldig zijn om dit seizoen via de nacompetitie alsnog een heel mooi slot te kunnen geven. We hebben dankzij die mooie reeks overwinningen onszelf met een periodetitel beloond. Dus is het ook aan ons om de huid zo duur mogelijk te verkopen tijdens die extra wedstrijden. En wie weet hoever we dan nog kunnen reiken. Als ik daarin zelf dan ook weer belangrijk kan zijn voor het team, dat zou het plaatje helemaal compleet maken.”

Eny Tammer denkt vaak terug aan dat groene keetje

Hij maakt er geen geheim van. Vliegdorp verdediger  Eny Tammer zou zo weer het ultra moderne clubhuis willen verruilen voor dat groene keetje waarmee de geelzwarten begonnen als kantine op Sportpark Kerklaan. ,,Dat was veel knusser en gezelliger. Daar heb ik de mooiste tijd meegemaakt. Nu hebben we een mooi, maar kil gebouw.’’

Mancave
De 33-jarige medewerker in de ouderenzorg woont op een steenworp afstand van zijn club. In zijn fraaie doorzonwoning valt meteen een trapgat op die een kelder verraadt. Tammer laat trots zijn vrijwel nieuwe ondergrondse ontspanningsruimte zien. Een zithoek, bar, badkamer, keuken, dartbord en een muziekinstallatie doen je wanen in echte mancave. Het is tekenend voor Tammer, die van gezelligheid houd. ,,Mijn vrouw en ik ontvangen hier veel vrienden. We kaarten, darten, eten en draaien harde muziek. Niemand in Soesterberg die ons hoort.’’ Het is een groot contrast met iemand die ouderen verzorgt. Over dat werk is hij enthousiast: ,,Ik wilde altijd gymleraar worden, maar werkte al snel als schoonmaker in de thuiszorg. Ik maakte de overstap naar de verzorging zelf. Dat is prachtig werk. Zorg zit in mijn hart. Sommige mensen die ik verzorg hebben een week lang geen familie gezien en als ik dan kom zie ik ze blij worden. Kan het mooier?’’

Sportfanaat
Tot zijn 18ehad Tammer niet gevoetbald. Judo, karate, badminton en volleybal waren zijn sporten. Op een uitstapje van een jaar na,bij FZO, verdedigt hij nu de kleuren van Vliegdorp. ,,Voetbal had mijn voorkeur omdat het een teamsport is met de daarbij behorende gezelligheid.’’ De Soesterberger maakte de gouden tijd mee. Onder coach Coco Fares maakte hij de reuzensprong van de vijfde naar de tweedeklas. ,,Ja, dat was een geweldige periode die ik niet had willen missen, ondanks dat we speelden met meer jongens van buitenaf. Maar als je in een dorp als Soesterberg op niveau wil voetballen gaat dat echt niet lukken met alleen eigen jongens. Ik vond dat niet zo erg, want ik wilde op een zo hoog mogelijk niveau voetballen.’’

Kwartje
Inmiddels is hij met zijn club weer terug in de vierde klas en traint onder de hoede van Femke van Odijk. Dat er nu een vrouw aan het roer staat vindt hij geen probleem. ,,Het begin was even wennen, maar ze houdt zich goed staande in het mannenwereldje. Ik kan heel goed met haar overweg. Ze heeft tactisch inzicht. De veel te smalle selectie is niet gunstig voor haar. Zo kan ze weinig druk uitvoeren op de kleine groep.’’ Vliegdorp bivakkeert momenteel in onderste regionen van de kelder van het amateurvoetbal. ,,Dit seizoen lukt er weinig. We spelen best goed voetbal, maar het kwartje valt steeds de verkeerde kant op.’’ Hij kijkt liever vooruit. ,,Zo lang het nog gaat ga ik door. Ik wil best weer hogerop met Vliegdorp. Veel hangt er vanaf of er spelers bijkomen, want anders wordt het weer een moeilijk seizoen. Wat mij betreft maar jongens van buitenaf halen.’’

Erwin van der Linden wordt technisch coördinator onderbouw

 De 39-jarige Erwin van der Linden was van 2006 tot 2009 speler bij V.V. Groote Lindt, maar heeft zijn carrière als speler moeten beëindigen vanwege blessureleed aan zijn knie. Nu werkt hij achter de schermen bij de vereniging. Aankomend seizoen wordt hij aangesteld als de nieuwe technische coördinator van de onderbouw en is daar nu al volop voor aan het werk. Hij vertelt VoetbalJournaal meer over hoe bij Groote Lindt is beland, het belang van voetballen tegen leeftijdsgenoten en het vrijwilligerstekort.

Van der Linden is opgegroeid in Rotterdam-Zuid en speelde hier in de jeugd van DRL. Via wat omwegen, Zwart Wit’28; ASWH en Barendrecht, is hij uiteindelijk terecht gekomen bij Groote Lindt. In 2004 is de toekomstige technische coördinator van de onderbouw zijn huidige vrouw tegengekomen die uit Zwijndrecht komt. Hij is toen naar Zwijndrecht verhuisd en vanwege het feit dat zijn schoonfamilie ook een rijk verleden hadt bij de vereniging is hij zo in aanraking gekomen met de club.

Toen zijn zoont begon met voetballen bij de vereniging, is Van der Linden meegegaan om weer bij de club terug te keren als begeleider van de minipupillen, en later dat jaar ook hoofdtrainer van de minipupillen. Het jaar erop is hij trainer geworden van de JO9-3 en dit jaar is hij hooftrainer van de JO9 & JO7.

Volgend jaar gaat hij de functie technisch coördinator onderbouw officieel uitoefenen. ‘’Om goed voor de dag te kunnen komen aankomend jaar ben ik die rol al in uitvoering aan het brengen door gespreken te voeren met trainers en spelers om te kijken hoe de organisatie eruit moet komen te zien en wat voor veranderingen we kunnen gaan doorvoeren ten opzichte van afgelopen jaar.’’

De KNVB biedt sinds kort in Afdeling Zuid op iedere leeftijdscategorie een competitie aan. Groote Lindt is momenteel aan het kijken om daar komend seizoen ook meer invulling aan te kunnen gaan geven. Op deze manier willen ze dat elke jeugdspeler op zijn eigen niveau voetbalt tegen leeftijdsgenoten.

Sommige teams bestaan uit alleen 1ejaars, andere alleen uit 2ejaars en sommige zijn maar gemengd. Bij Groote Lindt komt het vaak voor dat ze tegen alleen 2ejaars spelen en dan worden ze helemaal weggespeelt. ‘’Wij willen de jeugd opleiden, wij houden ons nog niet bezig met prestatievoetbal. Niet alleen wij leren er niks van maar de tegenstander ook niet. Die worden dan kampioen met elke wedstrijd 15 punten maar de leermomenten zijn er verder niet geweest.’’

Als er nieuwe mensen bij de verenging komen die zoekende zijn, dan worden ze opgevangen, wegwijs gemaakt en worden ze voorgesteld aan de mensen. ‘’Groote Lindt is gewoon een erg warme en sociale club, voor iedereen is er hier iets te vinden. Heb je talent kan je selectievoetbal spelen maar je kan hier ook voor recreatie komen.’’

Bij de onderbouw zijn ze erg bezig met het werven van vrijwilligers, want op dit moment is het niet mogelijk om voor iedere groep een voetbaltrainer te hebben staan die zelf ook gevoetbald hebben en die weten wat er gevraagd wordt in een teamsport. ‘’We zijn afhankelijk van ouders die het leuk vinden om wat te doen maar eigenlijk zelf weinig kennis hebben over opleiden van een jeugdgroep in het voetballen. Nu zijn we bezig om die mensen intern op te leiden en te ontwikkelen met het ‘train de trainer programma’.’’

Aan het einde van de dag gaat voor van der Linden het opleiden van de jeugd boven prestatief voetbal. Hij wilt graagover de gehele jeugdopleiding herkenbaar voetbal kunnen spelen en alle teams per leeftijdscategorie laten spelen in dezelfde opstelling.

Haaften groeit met goede groep richting eeuwfeest

Haaften hoorde tot de winterstop bij de beste ploegen van de zaterdag derde klasse D. Historisch gezien was de top vijf-positie het beste ooit voor het over drie jaar 100-jarige Haaften. Thijmen Gerringa maakt deel uit van de zo goed draaiende formatie van trainer Adrie van Steijn.

HAAFTEN – De club zit richting het eeuwfeest in de lift. Twee jaar geleden was er eindelijk weer eens het kampioensfeest van het eerste elftal te vieren. Van Steijn lift verder op dat succes. Na een klein dipje na de winterstop, is er dit seizoen niets meer te halen voor het zo goed aan het seizoen begonnen Haaften. Bovendien liep de ploeg begin april tegen een aantal stevige schorsingen aan.

De pas 21-jarige Thijmen Gerringa is spits van de hoofdmacht. Hij moest even zijn weg vinden maar krijgt het volle vertrouwen van zijn trainer. ,,Dat is waarschijnlijk de reden dat ik een goed seizoen draai. Vergeet niet dat ik met Johnny Noorthoek, Danny Verwolf en Jordy Perdon goede voetballers om mij heen heb. Wij voeren het 4-4-2-systeem van de trainer goed uit met de snelheid van Johnny en mij. Ik geef toe dat wij met onze goede verdediging een counterploeg zijn, want als wij er uitkomen is Haaften razend gevaarlijk.”

Haaftens verdediger Jeffrey Wolf had de laatste maanden pech. Uit bij NOAD’32 brak hij zijn kaak. Vervolgens brak hij in een oefenduel tegen Heukelum, in een botsing met de keeper, zijn jukbeen. Begin april keerde hij weer terug.

De in Slagharen geboren Thijmen Gerringa kwam in 2004 naar Haaften. Die mooie Friese naam heeft hij van zijn vader. Gerringa studeert dit jaar af aan de Sportacademie in Utrecht. ,,Mogelijk ga ik iets met kinderen met een beperking doen. Samen met mijn zus Myrthe ben ik betrokken bij het G-team van Haaften. Er is nog een groepje van drie kinderen over, maar wij hopen dat er meer kinderen met een beperking aansluiten. Hierbij doe ik een oproep aan ouders en kinderen die bij ons willen sporten en bewegen.”

Jubilarissen
Haaften zette terecht een mooie groep jubilarissen in de spotlights. Van voorzitter Guido Verseijl ontvingen zij een jubileumspeld voor hun langdurig lidmaatschap. Ico Dekker, Geurt Heijnen, Hubert van der Moore en Tjeerd Spiering (25 jaar), John van Hemert en Rini Klein (40 jaar), Jan van Zuijdam en Arie Hakkert (50 jaar). En dan nog de groep die al zestig jaar aan de club verbonden is: Marinus van Kerkhof, Cor van de Wal, Thijs van Horssen en Ot van Wijk.

Assistent
Eelke Oomkens wordt vanaf seizoen 2018-2019 assistent-trainer bij Haaften.  Naast hoofdtrainer Adrie van Steijn en leider Gijs van Dijk wordt de begeleiding van de hoofdmacht van Haaften dus uitgebreid met Oomkens. Met zijn trainerscapaciteiten erbij tracht Haaften de stijgende lijn verder door te trekken. Erik Klop stopt na ruim 20 jaar met het geven van keeperstraining.

Valken’68 zit diepgeworteld in gemeenschap

Het weekeinde van vrijdag 1 en zaterdag 2 juni was hét hoogtepunt van de jubileumviering van Valken’68. De 50-jarige club uit Valkenburg hield vrijdag een receptie en sloot zaterdag af met een groot feest waarbij ruim zevenhonderd Valken-spelers en -aanhangers aanwezig waren.

“Op een feestje meer of minder kijken we hier niet”, zegt Henk van der Nagel, oud-speler (‘300 wedstrijden in het eerste, 250 in het tweede’, en tegenwoordig trainer van het tweede elftal. Naast activiteiten op het veld houdt hij zich bezig met menig feestje op de club. “Eén keer in de maand hebben we al een dj of een bandje. Dan zit de kantine stampvol. Door het jubileum is de agenda qua feestjes dit seizoen alleen nog wat groter.”

Van der Nagel kijkt al uit naar de traditionele slotdag op 23 juni. Sportpark ’t Duyfrak verandert dan in een heus pretpark met meer dan twintig springkussens. “En dat kost de club niets”, vertelt hij vol trots. “Ik maak vooraf een boekje met welke springkussens we hebben en daar zet ik een prijs bij. Dat boekje gaat door de kantine en voordat je weet is alles gesponsord. Dat is Valken.”

“Een echte dorps- en familieclub”, omschrijft Van der Nagel Valken’68. “We doen hier alles voor elkaar en met elkaar. En iedereen is welkom. Dat gevoel zorgt ervoor dat ouders sneller bereid zijn hun handen uit de mouwen te steken.”

“We zitten diepgeworteld in de gemeenschap in Valkenburg”, vult voorzitter Jaap Janssen aan. “Iedereen in Valkenburg heeft wel een link met de club door een broer, neef of kleinkind die er spelen.”

Janssen kreeg vrijdag bij de receptie van de club van de KNVB de gouden waarderingsspeld. “Daar ben ik natuurlijk trots op, maar nog leuker vind ik eigenlijk dat Ronald Pesant de zilveren speld heeft gekregen. Als voorzitter sta je altijd in de spotlights, maar het echte werk wordt achter de schermen gedaan. Ronald heeft jarenlang bergen werk verzet voor de club. Van materiaal- tot kantinecommissie. Je kunt beter vragen wat hij niet heeft gedaan.”

Naast het terrein van Valken’68 is in een paar jaar tijd een nieuwe woonwijk uit de grond gestampt. De club profiteert van die kinderrijke omgeving. “We gaan richting de zevenhonderd leden”, reageert Janssen, die nog rekening houdt met meer groei. “De nieuwe wijk nadert zijn voltooiing, want de laatste honderd woningen worden binnenkort opgeleverd. Er is daardoor veel groeipotentie.”

Valken’68 – de derde club in Valkenburg na twee ter ziele gegane verenigingen – merkt dat vooral aan de onderkant. “We hebben acht of negen F-teams. Zoveel hebben we er nog nooit gehad en bij de mini’s hebben we alweer 47 kinderen rondlopen”, aldus Janssen. Een groeiend ledenaantal noodzaakt zijn bestuur wel om goed na te denken over de beschikbare capaciteit. “Gelukkig denkt de gemeente ook mee. Er is al een vijfde veld ingetekend die in de toekomst aangelegd kan worden.”

Een grotere operatie wacht de club op het gebied van kleedkamers. “We zitten nu al boven de KNVB-norm van vier kleedkamers op één veld. Volgens die norm hebben we zestien kleedkamers nodig, we hebben er veertien. Als er nog een veld bijkomt, moeten we dus naar twintig. We denken na over uitbreiding en zijn aan het bekijken of we moeten renoveren of allemaal nieuwe kleedkamers moeten bouwen.”

Einde van een tijdperk: Niessen stopt na 30 jaar als bestuurslid

Gert Niessen stopt na 30 jaar als bestuurslid voetbaltechnische zaken bij Teisterbanders. Erik van der Weerd neemt het stokje over. Zo komt er een einde aan een tijdperk, hoewel Niessen de club nooit voorgoed vaarwel zal zeggen.

“Teisterbanders is een prachtige club. Het is een familievereniging, het bestuur is ook echt één. Of je nu het kleinste of het grootste lid bent, dat maakt niet uit bij Teisterbanders. Dat vind ik wel prettig”, antwoordt Niessen op de vraag hoe hij het toch zo lang vol heeft gehouden als bestuurslid.

Nu neemt Erik van der Weerd, de afgelopen 18 seizoenen keeper in het eerste elftal van Teisterbanders, zijn functie over. “Verjonging is goed, ik heb altijd gezegd dat ik het stokje op mijn 65ste over wilde geven. Erik gaf aan dat hij het wel wilde doen. Dat is toch fijn, zo iemand met frisse ideeën. Ik heb voor 200 procent vertrouwen in Erik, sta mijn positie met een gerust hart aan hem af.” Niessen verdwijnt natuurlijk niet helemaal bij Teisterbanders. “Ik blijf wel iets doen binnen de sponsoring.”

Op zijn 22ste kwam hij bij Teisterbanders terecht, terwijl hij daarvoor in de jeugd van Theole speelde. “Maar ik scheurde mijn enkelbanden af en wilde eigenlijk stoppen. Ik heb een hele tijd niks gedaan, tot een kameraad kwam en zei: ‘Kom nou een keer bij ons meedoen.’ Toen ben ik gegaan, heb ik de geest gekregen en vijftien jaar lang in het eerste gevoetbald.” Ook zijn vrouw is actief geweest als bestuurslid bij Teisterbanders.

Een paar jaar voor het einde van zijn loopbaan als actief voetballer werd Niessen gevraagd voor het bestuur. Sindsdien was hij verantwoordelijk voor de voetbaltechnische zaken bij de senioren. “Ik heb met heel veel trainers gewerkt, maar het mooiste was wel dat we lang geleden Henk van Tricht los konden weken bij TEC. Dat was een echte prestatie, dat bekeek iedereen in de omgeving met argusogen.”

De grootste prestaties op het veld waren de promoties naar de vierde klasse van het eerste team in 2007-2008 en 2013-2014. “Daar zijn we nu een middenmoter, terwijl we in een hele zware competitie zaten. En ook het tweede elftal presteert goed.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.