Home Blog Pagina 1254

RVVH vult de zaterdagen van Jeroen Heijboer

Scheidsrechterscoördinator, scheidsrechter en leider van een jeugdelftal (JO15-3), Jeroen Heijboer hoeft niet bang te zijn dat hij op een zaterdag niets om handen heeft bij RVVH. “Het is vaak puzzelen met tijd, maar het past bijna altijd.”

RVVH kreeg de pas 20-jarige Heijboer min of meer in de schoot geworpen. Op een dag las hij op de website dat de 100-jarige Ridderkerkse club dringend verlegen zat om een scheidsrechterscoördinator. “Dat leek me wel wat. Ik heb een appje gestuurd en kon komen.”

Heijboer, eerder lid van BVV Barendrecht, was ‘clubloos’ en had dus zijn handen vrij. “Helemaal onbekend was RVVH niet. Ik floot al regelmatig wedstrijden op de club. Ik kende Reinier van Straten, die voor mij scheidsrechterscoördinator was. Ik heb in het begin een tijdje met hem meegelopen, hij heeft mij een soort wegwijs gemaakt.”

Scheidsrechterscoördinator is de niet meest dankbare taak binnen een club. Zo ook bij RVVH, dat net als bij andere vereniging geen overschot heeft aan scheidsrechters. Eerder een tekort. “Het is iedere keer weer de uitdaging om alle wedstrijden te bemannen”, reageert Heijboer, die in het dagelijkse leven remote systeembeheerder is van een ICT-bedrijf. “Gemiddeld moeten er zes wedstrijden in de B-categorie door onze eigen scheidsrechters worden gefloten. Dat valt op zich mee, maar ons scheidsrechterskorps telt niet veel meer dan tien scheidsrechters. Er zijn regelmatig afmeldingen. Daarnaast kan het gebeuren dat de KNVB eind van de week meldt dat ze voor een wedstrijd uit de A-categorie geen scheidsrechter hebben. Dan moeten wij dat als club oplossen.”

Vaak lukt het wel om alle wedstrijden met onze scheidsrechters te laten spelen, maar soms ook niet”, vervolgt Heijboer. “Dan moeten de teams zelf een oplossing zoeken. Ik zorg er altijd voor dat die teams dat uiterlijk op donderdagavond weten. Ik heb liever ook dat alles bemand is met onze scheidsrechters, maar ik kan geen ijzer met handen breken.

Ik zeg dan altijd: ‘ik kan niet toveren’ en zo is het ook. Veel mensen realiseren zich niet dat scheidsrechters hard nodig zijn. Zonder scheidsrechters geen voetbal.” Zelf maakte hij al jonge leeftijd de keuze om scheidsrechter te worden. “Ik vond zelf voetballen leuk, maar fluiten nóg leuker”, zegt hij daarover. Hij was amper veertien jaar toen hij als scheidsrechter zijn debuut maakte bij Barendrecht. “Ze zochten iemand voor een F-wedstrijd. Ik vond het eigenlijk meteen leuk.”

Ik heb anderhalf jaar voornamelijk F- en E-jeugd gefloten, daarna ben ik doorgestroomd naar de D.” Inmiddels fluit Heijboer ook voor de KNVB, op een zeer respectabel niveau. “Vaak krijg ik wedstrijden van de JO19 en JO17, in de hoofdklasse en soms zelfs vierde divisie.” Hij is er zelf nog niet van overtuigd dat hij het talent heeft om naar een nog hoger niveau te promoveren. “Ik vind mezelf een aardige scheidsrechter, maar moet me op sommige punten ook nog wel ontwikkelen”, is hij gezond kritisch. “Scheidsrechter zijn is vooral ook een ervaringsvak. Hoe vaker je fluit hoe makkelijker je met situaties omgaat. Je kunt wel volgens de regels fluiten, maar het aanvoelen van een wedstrijd leer je niet op de cursus.”

Hij laat zich, naar eigen zeggen, qua stijl vergelijken met eredivisiescheidsrechter Bas Nijhuis, die niet kinderachtig fluit. “Ik hou ook wel van mannelijk voetbal. Het is een contactsport. Lichamelijk contact is toegestaan en daar hoort een goed duel bij. Op dat gebied ben ik een scheidsrechter die veel toelaat.

Tom Westerink is altijd op zoek naar talent

“Ik vermaak me wel”, reageert Tom Westerink als zijn vele functies in de voetballerij aan bod komen. Bij RVVH leidt hij niet alleen het jongste talent van de vermaarde Voetbalschool op, hij is met Willem Grootenboer ook verantwoordelijk voor de samenstelling van de vrouwenselectie van de club. “Wat ik doe is zó veelzijdig.”

Westerink (63) is een echte duizendpoot, want naast zijn werkzaamheden voor RVVH zet hij zich in voor de KNVB (als teammanager bij jeugdelftallen), vrouwenzaal-eredivisionist Pernis en eerstedivisieclub NEC. Bij de Nijmeegse club is hij sinds twee jaar scout voor de JO17 en JO19 in het westen van het land. “Ik hou eigenlijk ook de onder vijftien in de gaten. Dat zit eigenlijk niet in mijn portefeuille, maar in de regio rond Nijmegen zit in die leeftijdsklasse net even wat minder talent.”

Het is niet zo dat spelers massaal naar Nijmegen vertrekken. “Een speler uit het westen halen is voor NEC een dure business. Er moet van alles geregeld worden, zoals huisvesting. NEC hanteert het principe dat een speler van ver een stuk beter moet zijn dan een speler uit de regio Oost. Is ie dat niet, dan doet de club het niet.”

Scouten zit Westerink in het bloed. Vandaar dat hij vorig seizoen ja zei tegen RVVH om technisch coördinator van de succesvolle vrouwentak te worden. In die functie struint de inwoner van ’s-Gravendeel de velden in de regio af, speurend naar ongepolijste diamanten. “De concurrentie in deze regio is moordend”, stelt hij. “Feyenoord is een meisjestak begonnen in de hoop ooit Eredivisie te gaan spelen, Excelsior is actief en ook ADO Den Haag is niet heel ver weg.”

Onder die concurrentiedruk moet RVVH ook nieuwe speelsters naar de Ridderkerkse Sportlaan lokken. “We hebben een goede naam, dat helpt natuurlijk”, zegt Westerink. “Met RVVH spelen we al jaren in de top van het amateurvoetbal. Het eerste speelt in de Topklasse, het tweede in de eerste klasse. We hebben een goed niveau te bieden.” Vorig seizoen moesten Westerink en Grootenboer hard aan de slag. Door een uittocht van speelsters was een blik nieuwe speelsters vereist. “Er zijn achttien nieuwe speelsters gekomen”, vertelt Westerink.

We hebben geen jeugdelftallen en daardoor moeten opengevallen plaatsen van buitenaf worden opgevuld. De ideale situatie zou zijn dat we een MO15 en MO17 zouden hebben. Dan zouden we ook eerder met opleiden kunnen beginnen. De club denkt er over na, maar vooralsnog is die wens lastig te realiseren vanwege ruimtegebrek.” Zolang er geen doorstromende jeugd is, is Westerink verplicht om de regio af te speuren naar talent. “We scouten op alle niveau’s. Een mooi voorbeeld is Vivianne Verheijen. Die hebben we opgepikt bij vierdeklasser Oranje Wit. Zij speelt nu in de basis bij het eerste.” Al een paar jaar bekommert hij zich over de spelertjes en speelstertjes van de Voetbalschool, de kraamkamer van RVVH. “Daar vallen alle kinderen van vier tot met zeven, acht jaar onder. Ik stel de trainingen samen en verzorg met vaders de training. Plezier is belangrijk en daarnaast proberen we spelenderwijs de kinderen de beginselen van het voetbal bij te brengen.” “Op zaterdagmorgen hebben we een onderlinge competitie, de Champions League. De kinderen spelen in shirts van Barcelona, Real Madrid, Chelsea en Paris Saint Germain. Iedere zaterdag spelen ze een wedstrijdje van twee keer twintig minuten. Voordat we beginnen draaien we vooraf de hymne van de Champions League.”

Marlo Bruma is nu ‘kleine maarschalk’ langs de lijn

Over zijn rol als trainer van het derde elftal van RVVH is Marlo Bruma duidelijk: hij moet de talenten wegwijs maken in het seniorenvoetbal. “Het doel is om ze klaar te stomen voor het eerste of tweede elftal.”

Volgens Bruma waant de geest van voormalig trainer Giovanni Franken nog altijd rond aan de Sportlaan. “De voetbalvisie die we als RVVH nu hanteren is gebaseerd op het spelidee van Gio. Hij had een duidelijk beeld van de manier waarop we moesten voetballen en heeft dat ook jarenlang overgebracht op spelers en club. Bij het opleiden van jonge spelers, en daar is het tweede en derde elftal specifiek voor, staat die visie centraal.”

Hij trainde zelf onder Franken. “Weliswaar maar één seizoen, maar genoeg om ervan overtuigd te raken dat die visie de juiste is voor RVVH. Daarvoor had het spel niet echt een brandmerk. We hadden verschillende trainers. Die hadden allemaal hun gedachten, maar één lijn was het niet.”

De breed gedragen visie komt RVVH goed van pas om de doelen te verwezenlijken. Een paar jaar geleden besloot de club de koers nog meer te verleggen naar de doorstroming van de eigen jeugd. Een goede zaak, aldus Bruma, die het ook toejuicht dat voorzitter Mario Papavoine veel spelers terughaalt die hun roots bij RVVH hebben liggen. “Daar zit een duidelijk plan achter, zoals dat ook geldt voor het derde elftal”, zegt Bruma. “Tot twee seizoenen geleden was het derde een vriendenelftal. Nu vormen we met het tweede elftal de B-selectie. Het is een opleidingselftal geworden, een plek waar spelers die uit de A komen leren het seniorenvoetbal onder de knie te krijgen. Daarmee heeft de club gezorgd voor een mooie route naar het eerste elftal. De stap van jeugd naar senioren is altijd groot en in het derde elftal kunnen jonge spelers rijpen. Rick Resoort is daar een mooi voorbeeld van. Ook hij is begonnen in het derde en heeft nu een vaste plek in het eerste.

Het houdt wel in dat Bruma aan het begin van ieder jaar veel nieuwe gezichten verwelkomd. “Ik zie dat echt als een uitdaging om met die nieuwe jongens aan de slag gaat. Afgelopen seizoen zijn er van de A negen spelers doorgestroomd, daarnaast zijn er drie jongens van buitenaf gekomen. Voor een club als RVVH is het belangrijk om zuinig met eigen spelers om te gaan. Uiteindelijk zijn zij ook de toekomst voor je kader later.”

Zelf werd Bruma als trainer ‘groot’ in de jeugdtak. “Ik ben op heel jonge leeftijd al begonnen met training geven. RVVH heeft me altijd de kans gegeven om me als trainer te ontwikkelen. Ik heb vier jaar bij de JO15 rondgelopen, totdat de voorzitter mij vroeg voor deze klus.”

Bruma, die werkzaam is als zorgondersteuner in de psychiatrie, stopte al op 19-jarige leeftijd met voetbal. “Ik had drie keer mijn enkelbanden van mijn linkervoet afgescheurd. Ik was het terugkomen van blessures zat.”

Een ‘mooi excuus’, omdat zijn interesse al meer uit ging naar het trainersvak. “Ik heb de CIOS gedaan en daar ook mijn TC3-diploma gehaald.

Er schuilde altijd al een trainer in hem. “Bij de jeugd was ik de hele wedstrijd bezig om aanwijzingen te geven en medespelers aan te sturen. Ik was een verlengstuk van de trainer in het veld. Een kleine maarschalk.

Zijn ambities reiken in de toekomst verder dan RVVH 3. “Maar ik ben pas 25, ik zit nog midden in het leerproces als trainer.” Zijn energie gaat nu op aan het beter maken van zijn jonge spelers in het derde. “We hebben nog kans om te promoveren naar de reserve tweede klasse. Een onderdeel van opleiden is ook het halen van resultaat.”

Rillandia wil weer terug naar de derde klasse

Na de degradatie van vorig seizoen uit de derde klasse, is Rillandia aan een nieuw avontuur begonnen. De ploeg kende een niveautje lager een valse start, maar heeft inmiddels de weg naar boven gevonden. Volgens sterkhouder Wannes Kloet gaat het de goede kant op voor zijn ploeg. “We raken steeds beter op elkaar ingespeeld.”

De 25-jarige Kloet is een centrale verdediger en speelt al zijn gehele voetballoopbaan voor Rillandia. “Ik heb niet de ambitie om hier ooit nog te vertrekken. Ik ben al achttien jaar lid van de vereniging, heb het uitstekend naar mijn zin en hoop over twee of drie jaar weer terug te keren in de derde klasse. Gezien onze spelersgroep is dit ook een realistisch doel.”

In vergelijking met vorig seizoen is de gemiddelde leeftijd in de eerste selectie bij Rillandia enorm gedaald. “Veel basisspelers hebben ons verlaten en daardoor hebben wij noodgedwongen veel jeugd door moeten schuiven. We zijn dit seizoen dan ook zonder doelstelling begonnen, maar het gaat steeds beter en de sfeer is uitstekend. Daarnaast is het een goede ontwikkeling dat de jeugd minuten kan maken. Dat zal op lange termijn zijn vruchten afwerpen.”

Om de stap naar de top van de vierde klasse te maken, moet de ploeg volgens Kloet op een aantal vlakken verbeteren. “We zijn bezig aan een wisselvallig seizoen, maar dat heeft puur te maken met het gebrek aan ervaring binnen onze ploeg. Ik behoor tot de oudere spelers en ben nog maar 25 jaar. Voetballend zijn wij eigenlijk nooit de mindere, maar we missen de nodige rust en maken vaak slechte keuzes.”

Een andere charme van de vereniging is de sfeer. “Voor een klein dorp als Rilland is de plaatselijke trots enorm belangrijk. Voetbal brengt de mensen dichter bij elkaar en de club is een ware ontmoetingsplek.”

Het plezier en game Fortnite voor de kampioenen Hansweertse Boys JO-10

Voetbalouders kennen we allemaal. Sommigen staan bloedfanatiek langs de lijn, anderen staan op het veld om de jeugd het plezier van het spelletje te laten beleven. Menno Riel hoort sinds drie jaar bij de laatste groep, ambities om trainer te worden had hij nooit, maar het plezier van zijn spelers uit Hansweertse Boys JO-10 werkt aanstekelijk.

Bij de mini’s was Riel nog gewoon een ouder die bij zijn kind langs de zijlijn stond te kijken, daarna werd hij gevraagd om te assisteren, maar dat werd al snel steeds minder assisteren. Nu is de 45-jarige vader trainer van de JO-10 van Hansweert, maar een typische voetballer is hij allerminst. “Ik heb totaal geen voetbalachtergrond, heb zelf nooit gevoetbald.” Toch is hij nu dus verantwoordelijk voor de trainingen en het leiden van wedstrijden, maar gelukkig wordt hij daarbij ondersteund door Arnoud Verhage. “Arnoud heeft meer voetbalverstand dan ik. Samen werkt het sowieso fijner, want die jongens kunnen soms best druk zijn.”

Ingespeeld
In de eerste seizoenshelft speelde de JO-10 in de derde klasse. Het team, bestaande uit acht spelers, won alle wedstrijden en mocht zich dus kronen tot kampioen. Ondanks dat plezier het belangrijkste is, geniet Riel ook van de ontwikkeling. “Het is leuk om te zien dat er groei is. Veel jongens spelen al bijna vier jaar samen, dan zie je dat ze steeds beter op elkaar zijn ingespeeld.” Door het kampioenschap promoveerden ze naar de tweede klasse, daar werden voor het eerst wedstrijden verloren, maar de trainer ziet vooral positieve ontwikkelingen. “Ze beginnen hun eigen positie te vinden in het team. Soms loopt een verdediger nog wel eens voorin, maar komt dan toch weer terug achterin. Ze maken steeds weer een stapje.

Videogames
Toch merkt Riel dat de focus bij deze jonge leeftijdsgroep lang niet altijd op voetbal is gericht. Dat gaat de ene training beter dan de andere vertelt hij. “Die jongens zijn veel bezig met videogames, zoals Fortnite. Soms nemen ze dat ook mee naar trainingen, dan moeten wij ze als trainers weer even tot de orde roepen zodat we weer lekker kunnen trainen.” Ambitie om trainer te worden had hij dus nooit en in eerste instantie kwam hij voor de groep te staan omdat er niemand anders was, maar hij doet het zeker niet met tegenzin. “Je haalt er veel voldoening uit. Het plezier dat je ziet tijdens wedstrijden is enorm. De beleving en blijdschap bij die jongens, daar doe je het voor!”

 

Stefan Francke ontspant en doceert bij Wolfaartsdijk

Na vijf jaar bij SSV’65 vond Stefan Francke het mooi geweest en was het tijd om terug te keren bij de club waar hij zijn eerste stapjes op het voetbalveld had gezet. De 28-jarige centrale verdediger is een van de oudere spelers binnen de selectie van Wolfaartsdijk en probeert met zijn ervaring en bagage de jonge gasten wat mee te geven.

Het was een bewuste keuze. Na jaren bij JVOZ, Kloetinge en SSV’65 wilde Francke graag een stapje terug doen. Hij had last van zijn knie, ging samenwonen in Vlissingen en had door werk en studie weinig tijd en zin om drie keer in de week naar Goes te rijden. Toen was de keuze simpel.

Ik kom oorspronkelijk van Wolfaartsdijk, dus daar hoefde ik niet lang over na te denken.” Tot op heden heeft hij nog geen seconde spijt gehad van die keuze, maar het verschil in niveau tussen zijn vorige club en de huidige is aanzienlijk. Toch heeft hij daar geen moeite mee. “Ik doe het nu puur voor de ontspanning.

We hebben een jonge groep en je ziet dat veel jongens nog veel dingen moeten leren, maar dat is niet erg.” De uitgesproken ambitie om voor een periodetitel te gaan vindt hij nog wel iets te hoog gegrepen, al ziet hij potentie. “Het zijn echt nog jongetjes, maar als ze lang bij elkaar blijven weet je het nooit.”

Aansturen
Behalve voetballen voor de ontspanning, hoopt Francke zijn teamgenoten ook nog iets bij te brengen. Hij merkt dat iedereen bereid is om wat te leren en dus probeert hij van achteruit de boel aan te sturen. Vroeger was hij een middenvelder met veel kilometers in de benen, tegenwoordig heeft de linker centrale verdediger het liefst de bal aan de voet en probeert hij door middel van zijn ervaring de situatie te lezen. Daarnaast merkt hij dat het fanatisme begint af te nemen, ondanks dat hij bij een nederlaag nog best even chagrijnig is. Maar dat is ook een beetje de vereniging volgens Francke. “Het hoofddoel is om een gezelligheidsvereniging te zijn.”

Ondanks die gezelligheid merkt de routinier wel dat de club stapjes probeert te maken. “Er wordt wel over zaken nagedacht. Er komt nu misschien een ‘technische commissie’, dan wordt het toch steeds wat serieuzer. Dan kunnen we Wolfaartsdijk weer een beetje op de kaart zetten!”

Voor Stefan Deijl is Waarde veel meer dan een voetbalclub

Vrijwilligers zijn onmisbaar en ontzettend waardevol voor een vereniging, uiteraard is dat ook bij Waarde het geval. Maar soms heb je mensen binnen de club die een dubbelfunctie bekleden. Stefan Deijl is zo iemand. Hij speelt zelf in het eerste elftal van de club, maar zet zich ook in voor de jeugd. Het tekent de gezellige familieclub die Waarde is.

Ze deden het vroeger ook voor jou, dus vind ik het logisch dat je nu iets terug doet.” Voor Deijl is het niet alleen de normaalste zaak van de wereld, maar hij haalt er ook veel plezier uit. De 21-jarige speler, die op ‘’10’ en ‘rechtsmidden’ uit voeten kan, is al jaren betrokken bij de jeugd van zijn club. Eerst was hij drie jaar lang leider van de JO-13, alvorens hij terecht kwam bij JO-9. Daar stond hij eerst drie jaar lang als trainer aan het roer, nu is hij weer leider. Het zijn vroege ochtenden, maar Deijl geniet ervan. “Het is leuk om met die mannetjes bezig te zijn. Je ziet hoeveel plezier ze hebben en ze gaan elke keer weer vooruit.”

Vriendengroep
Maar behalve het begeleiden van de jeugd, is Deijl zelf dus ook actief als voetballer. Naar eigen zeggen moet hij het vooral hebben van hard werken, maar dat is ook de kracht van het team. “We zijn een hecht team. Echt een vriendengroep die hard voor elkaar wil werken, dat loopt lekker.” Ondanks het harde werken, wil Waarde toch ook graag voetballen. Tot nu toe presteert de ploeg naar behoren en dus is Deijl tevreden bij de club. “Ik zit hier vanaf mijn vijfde en ik vind het prima zo. Ik heb het naar mijn zin en ben op mijn plek.” Deijl, die in het dagelijks leven werkzaam is bij de financiële administratie van een sloopbedrijf, merkt dat iedereen zich thuis voelt bij de club. Ook de jongens van buitenaf passen moeiteloos binnen het team en de club. Het tekent volgens hem Waarde, al ziet hij dat prestaties ook steeds belangrijker worden. Hij wil de positieve lijn dan ook graag doortrekken. “Het is vooral heel gezellig, maar als we verliezen merk je dat de sfeer wat minder is. We willen steeds meer presteren, ook dit seizoen.”

GHVV’13 geeft niet thuis tegen Rhoon

De voetballers van GHVV ’13 gaven in de thuiswedstrijd tegen Rhoon afgelopen zaterdag niet thuis. De ploeg van trainer John Stougje verloor met 0-1 en dat betekende ook slecht nieuws voor SC Botlek. Die club moet serieus rekening gaan houden met nacompetitievoetbal, met als inzet handhaving in de derde klasse. De nummer twaalf van 3D heeft zes punten minder dan Rhoon en De Jonge Spartaan, die net boven de streep bivakkeren.

Onder SC Botlek staan Pernis en het puntloze Piershil. Laatstgenoemde degradeerde zaterdag officieel naar de vierde klasse na een 0-9 nederlaag tegen Den Bommel, Pernis kan nacompetitievoetbal met slechts zestien punten ook niet meer ontlopen. Daar lijkt ook SC Botlek aan te moeten geloven. Het team van trainer Arjan Vuik verloor thuis kansloos met 4-0 van OSV Oud-Beijerland, terwijl Rhoon alweer won. GHVV ’13 was het volgende slachtoffer. “De vierde overwinning op rij voor ons”, zegt trainer Ronard Venekamp tevreden.

GHVV ’13–trainer John Stougje was een stuk minder tevreden met het optreden van zijn ploeg. “Ons manco was dat wij niets met het veldoverwicht deden. Tot aan de zestien leuk, daarna gebeurde er niets. Na de vroege 0-1 van Rhoon hadden wij nog tijd zat om het duel te kantelen, maar eigenlijk was het allemaal niet goed genoeg. We hebben te weinig afgedwongen. Dan heb je misschien wel terecht verloren.”

Stougjes ploeg staat zesde in de derde klasse D. “Dat nog wel, we hebben een beetje geluk gehad met de andere uitslagen. Natuurlijk is het gat met SC Botlek negen punten, maar ik kijk toch nog met een schuin oog naar beneden”, blijft de oefenmeester van de fusieclub voorzichtig. “Het moet voldoende zijn, dat weet ik, maar theoretisch kunnen wij nog onder de streep belanden.”

Dat kan ook Rhoon nog, dat weer drie punten minder heeft dan GHVV ’13. “We moeten nog steeds een paar stapjes zetten, maar we hebben wel een slag geslagen tegen GHVV ’13”, weet ook Venekamp, die zaterdag met Rhoon thuis Vierpolders treft.

In de derde klasse D ging koploper FC Binnenmaas afgelopen weekend toch wel verrassend onderuit. ‘s-Gravendeel was in de derby te sterk voor de titelfavoriet. Het werd 4-2 voor het elftal van trainer Barry Schipper. FC Binnenmaas heeft nog wel een flinke marge te pakken op Rozenburg. SC Botlek neemt het komend weekend op tegen FC Binnenmaas en eigenlijk telt alleen een zege voor het elftal van trainer Arjan Vuik in de degradatiestrijd.

SC Botlek moet zich opmaken voor nacompetitie

SC Botlek heeft na de vrije week vorige week, zaterdag niet de draad op de juiste manier kunnen oppakken. De ploeg van trainer Arjan Vuik verloor op eigen terrein van Oud Beijerland, gecoacht door oud-trainer Richard Koutstaal. Het werd op sportpark De Brug 0-4 (0-3).

Al na negen minuten was het oud-Botlek speler Shurnell Francois die voor de 0-1 zorgde. Negen minuten later schoot Francois opnieuw raak, 0-2. Nog voor de thee werd de derde gescoord door Oud Beijerland en negen minuten voor tijd werd het 0-4 voor de gasten uit de Hoeksche Waard.

Goede start
Ondanks de ruime zege vond trainer Arjan Vuik dat zijn ploeg niet slecht startte. ‘We begonnen juist heel erg goed aan het duel. Toch maken we in deze fase van de eerste twee minuten twee fouten en die worden allebei afgestraft door Oud Beijerland. Dat was eigenlijk wel doorslaggevend. Dan wordt het kort voor de rust nog 0-3 en dan kun je wel stellen dat het duel is gespeeld. Na rust wordt het dan tien minuten voor tijd nog 0-4. Zij hadden ook de kwaliteit om dit gewoon op een goede manier uit te spelen’, meent Vuik die zaterdag met zijn ploeg tegen koploper Binnenmaas speelt en moet vrezen voor nacompetitie tegen degradatie.

Derde klasse is prima voor Dijkstra

,,Ho, ho: dat is geen vreemde uitslag hoor, want wij kunnen gewoon voetballen.” Een bulderende lach volgt. Het is Renato Dijkstra ten voeten uit. Een optimistisch persoon, die vertrouwen heeft in zijn spelersgroep bij zaterdag-derdeklasser Bevelanders.

We spreken hem medio februari na de eclatante 6-1 overwinning van zijn Bevelanders tegen De Noormannen. Een uitslag die bij de verslaggever de wenkbrauwen ietwat doet fronsen. Dijkstra: ,,Wij hebben dit seizoen geen spits die er even 25 inschiet, maar het was zo’n wedstrijd dat alles lukte. Na de rust hadden we windje mee en gingen we als de brandweer. Ik ben van plan om 24 ventilatoren achter ons doel te bouwen… Het was geweldig op te zien.”

De uitslag stond niet op zich, want Bevelanders is net als vorig seizoen redelijk op weg om rechtstreekse degradatie ontlopen. Toen stapte Dijkstra halverwege in als trainer. ,,Ik voetbalde vorig seizoen enkel bij Vlissingen 2, maar ik was net door m’n knie gegaan en had op voetbalgebied dus even niks te doen. Toen belde Bevelanders en vervolgens heb ik het elftal netjes in de derde klasse kunnen houden. Hopelijk lukt dat dit seizoen ook, en volgend seizoen ook. Want we hebben nog maar een jaartje bijgetekend”, zo vertelt de Vlissinger.

Pantoffels
Dijkstra kan dit jaar wat meer bouwen aan zijn elftal, in tegenstelling tot vorig seizoen. Er stroomden zelfs vijf JO19- spelers door. ,,Vorig seizoen stonden we soms maar met zeven man op de training. Bij Bevelanders zijn er nu gelukkig heel wat gasten die er negen van de tien keer zijn, maar als oma nieuwe pantoffels krijgt moeten sommige spelers daar bijvoorbeeld naartoe om te gaan klappen. Er zijn er bij die wel heel makkelijk zijn…”

De veertiger merkt daarbij het verschil tussen een dorpsclub en bijvoorbeeld het zaterdagelftal van VC Vlissingen, waar hij voorheen trainer was. ,,Op een dorp spreken spelers elkaar toch makkelijker aan op bepaalde zaken. Bij Vlissingen ging men elkaar echt niet corrigeren hoor.”

Tactische aanpassingen
Dijkstra, ex-prof van onder Excelsior en VC Vlissingen, geniet van het trainerschap in de derde klasse, en de echte ambitie om tot het niveau te komen dat hij als voetballer haalde heeft hij dan ook niet. ,,Ik vind het gewoon leuk om met jonge gasten te werken die zin hebben om beter te worden. Ik houd het spelletje ook graag simpel. Wel moet ik zeggen dat ik de tweede seizoenshelft vaak leuker vind. Dan ken je de tegenstanders een beetje en kun je als trainer wat tactische aanpassingen doen.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.