Home Blog Pagina 1217

Trainingsweekend hét geheim van Stellendam

Een spits 90 minuten lang het leven zuur maken: dat is waarvoor Arno Hoek zijn voetbalschoenen aantrekt én gewaardeerd wordt bij VV Stellendam. De verdediger begon op zijn zevende met voetballen bij de club uit zijn dorp en loopt daar 26 jaar later nog altijd met veel plezier rond.

Een herkenbaar patroon tekent zich ook dit seizoen weer af bij voetbalclub Stellendam. De eerste seizoenshelft verloopt kwakkelend, de spelers snakken naar de winterstop. Dan volgt een trainingsweekend, waarna de ploeg uit de startblokken schiet in het nieuwe jaar. “Dat is ieder seizoen zo, ik heb geen idee hoe dat komt”, vertelt Arno Hoek, een routinier in het team. “We hebben in de winter altijd een trainingsweekend, dan slapen we ergens in Nederland in een hostel en bestaat het ritme uit trainen, wedstrijden spelen, tot de late uurtjes feestjes en dan weer vroeg opstaan. Het is net alsof je in het leger zit, zoals we dan worden gehard.”

HARDE VERDEDIGER
Als de zon weer begint te schijnen en de winter uit het land verdwijnt, komen de goede resultaten voor Stellendam. Zo speelde de club zich de afgelopen maanden in het linkerrijtje van de vierde klasse. “Het valt nu de goede kant op, we krijgen minder doelpunten tegen en scoren zelf vaker. Uiteindelijk staan we waar we horen, aan promotie zijn wij nog niet toe.”

Dat voorkomen van tegendoelpunten is de taak van Hoek. Hij staat dit seizoen centraal achterin, waar hij zijn hele leven lang rechtsback was. “Het bevalt me wel goed, ik hoef minder te lopen. Ik ben sowieso een echte mandekker: als je mij op een spits zet, dan heeft die een moeilijke dag.” En daarbij zoekt Hoek de randjes op. “Afgelopen zaterdag was ik er even klaar mee, ging hard door en pakte mijn tegenstander mee. Ik was te laat, kreeg geel, maar dat had rood moeten zijn.”

TOPFIT
Hoewel hij inmiddels de dertig alweer aardig wat jaren is gepasseerd, voelt Hoek zich nog ontzettend fit. “Ik train twee keer per week, speel zaterdag een wedstrijd en ga ook nog naar de sportschool. Ik ben bang dat het snel achteruit zal gaan met mijn conditie als ik stop in de selectie. Dat is voor mij een reden om door te gaan, net als de goede sfeer in de selectie. Iedereen gaat echt voor elkaar.” Hoek gaat volgend seizoen in ieder geval nog door in het eerste. “We krijgen een nieuwe trainer, moeten zien hoe het loopt. Ik verwacht een seizoen dat te vergelijken is met dit jaar, Michael Mettrop gaat weg, maar daar krijgen we spelers die terugkomen van een blessure voor terug.” Het zal waarschijnlijk weer reikhalzend uitkijken worden naar dat trainingsweekend, voor Hoek en zijn kompanen.

Jeroen Sep: de all-time topscorer van DBGC

Hij is pas 25 jaar jaar oud en staat nu al in de geschiedenisboeken als de meest scorende speler van DBGC 1. Jeroen Sep is trots op deze statistiek, maar ook bescheiden. “Mijn medespelers weten me goed op waarde te schatten, ik ben ze dankbaar.”

Begin april scoorde Jeroen Sep zijn 129ste treffer in het blauwe shirt van DBGC. Hierdoor passeerde de aanvaller clubfenomeen Hans Teyn op de eeuwige topscorerslijst van de vereniging uit Oude-Tonge. In totaal maakte de spits dit seizoen 22 goals en nu het seizoen achter de rug is, staat zijn huidige aantal op 135 doelpunten voor de zaterdagtweedeklasser. “Ik vind het leuk om de cijfertjes in de gaten te houden”, zegt Sep. “De jongens in het team komen meestal naar mij toe als ze dingen willen weten. Uitslagen van twee seizoenen geleden dreun ik zo op en ik houd ook bij hoeveel iedereen speelt, hoeveel assists iedereen verstuurt en wie er wekelijks scoort.”

SCHIETEN MET TWEE BENEN
Vooral dat laatstgenoemde onderwerp vindt Sep interessant. Scoren is als doping voor de rappe aanvaller. “Als we winnen en ik heb geen goal gemaakt, dan baal ik daar stiekem een beetje van. Maar gelukkig krijg ik elke wedstrijd sowieso kansen om te scoren.” Sep vindt het leuk dat hij nu ‘all-time topscorer’ is van DBGC, maar geeft de credits hiervoor graag aan zijn teamgenoten. “Ik ben zeker niet de beste speler uit ons team, maar de jongens weten me goed op waarde te schatten. Ze weten hoe ze me moeten aanspelen. Bovendien knappen sommige spelers het ‘vuile werk’ achterin op, waarna ze in een aanval mij aanspelen. Met mijn diepgang en handelingssnelheid kan ik voor veel gevaar zorgen, zeker omdat ik met twee benen goed kan schieten.”

Hoewel hij het clubrecord in handen heeft, speelt Sep pas enkele jaren in het eerste team van DBGC. In zijn jeugdjaren speelde de spits bij NTVV, maar op zijn negentiende maakte hij de overstap naar de buurman uit Oude-Tonge. DBGC speelde toen al mee om de prijzen in de derde klasse en de spits voelde zich er direct thuis. Maar uitgerekend in het seizoen dat de club in die klasse kampioen werd, speelde Sep een jaartje bij SHO in Oud-Beijerland. “Ik ben blij dat ik daar één seizoen in de eerste klasse heb gespeeld, maar wilde hierna graag terug naar mijn oude cluppie DBGC. In dat team spelen mijn vrienden en iedereen kent mijn kwaliteiten: gelukkig was ik weer welkom bij mijn terugkeer”, zegt hij grinnikend.

Het is niet gek dat ze bij DBGC blij waren met de terugkeer van Sep: de aanvaller reeg na zijn terugkomst de goals zoals gebruikelijk aaneen in het blauwe shirt. In het seizoen na de promotie eindige de club als tweede, vorig jaar tiende en in het afgelopen voetbaljaar finishte DBGC op plek zeven. “Vooral het seizoen waarin we tweede werden was fantastisch”, zegt Sep. “Maar ook nu hebben we nog een goed team. Ons elftal is jong en de spelers hebben veel potentie. Volgend seizoen zit er veel meer in dan de zevende plaats”, denkt hij. In het voetbaljaar 2019/2020 gaat Sep er alles aan doen om zijn doelpuntenrecord verder aan te scherpen. Wat was zijn mooiste goal van al die 135 treffers? De hersens van de spits kraken bij het aanhoren van die vraag. “Phoe, dat weet ik eerlijk gezegd niet. Maar ik heb veel mooie volleys gemaakt, dat is een specialiteit van me.”

OFB kijkt positief naar de toekomst: ‘De vereniging moet een boost krijgen’

Het eerste team van OFB eindigde dit seizoen onderaan en sommige spelers zeggen de club deze zomer vaarwel. De dorpsclub uit Ooltgensplaat hoopt volgend seizoen met een positief gevoel revanche te nemen voor de tegenvallende prestaties.

OFB 1 speelt al sinds jaar en dag in de laagste standaardklasse van het zaterdagvoetbal en de rood-zwarten gooien op dit niveau geen hoge ogen. In de laatste acht seizoenen was de tiende plaats in het seizoen 2014/2015 de hoogste eindklassering en dit seizoen waren de prestaties ook niet best. Het team eindigde onderaan met zes punten en voor het einde van het seizoen nam de club afscheid van trainer Maurice van Dalen. “Hij heeft echt veel pech gehad”, zucht Marcel Goemaat als hij plaatsneemt in de kantine van OFB.

Het bestuurslid voetbaltechnische zaken bekeek veel wedstrijden dit seizoen van de Oost Flakkeese Boys en constateert dat er veel meer had ingezeten voor het jonge team. “Het team kreeg wekelijks complimenten van tegenstanders over het spel, maar op beslissende momenten werden de jongens steeds afgetroefd”, zo analyseert Goemaat de resultaten, wiens zoon Calvin als middenvelder fungeerde in het elftal. “Zowel de resultaten als de sfeer werden steeds slechter. Dit had gevolgen voor de motivatie en spelersopkomst. Dit alles zorgde ervoor dat OFB en Maurice in april hun samenwerking beëindigden.” Drie oud-eerste-elftalspelers pakten de handschoen op en hierna sprokkelde het team meer punten bij elkaar. “Zij hebben ervoor gezorgd dat het plezier is teruggekeerd bij de jonge spelersgroep”, zegt Goemaat. “We kunnen toch niet degraderen, dus druk is er absoluut niet om te presteren. De verandering heeft een positief effect gehad op de groep en we hopen dit gevoel vast te houden als we met Marius Hotting als nieuwe trainer aan het volgende seizoen beginnen.”

BOOST
Goemaat is bezig aan zijn eerste seizoen als bestuurslid bij OFB en met hem stapten ook vijf andere nieuwelingen in als bestuurders van de vereniging. “De hele club moet een boost krijgen en met een groep enthousiaste vrijwilligers werken we daar hard aan”, legt hij uit. “We hebben talentvolle jeugdleden die we graag behouden voor de club en dat lukt als je ervoor zorgt dat die gasten het naar hun zin hebben bij OFB. Dat geldt natuurlijk ook voor onze drie seniorenteams.” Wellicht gaat de club terug van drie naar twee seniorenteams, zodat de selectie komend seizoen wat breder is. Een groepje ‘afvallers’ gaat dan mogelijk in een 35-plusteam spelen op de vrijdagavond. “Dat zijn opties die we overwegen”, zegt Goemaat.

“Met een jeugdig elftal hopen we met ons vlaggenschip een frisse start te maken. De verwachtingen zijn dan uiteraard niet direct torenhoog. Maar veel slechter kan niet hè”, grinnikt hij met enige zelfspot. Ook secretaris Marjan Hobbel komt even haar woordje doen. Ze verruilt haar plek achter de bar tijdelijk voor een plekje ervoor en praat met liefde over ‘haar’ OFB. “Voetbal is een prachtige sport en ik geniet enorm van het clubgevoel dat zo belangrijk is bij een vereniging als deze. Ik draai al zeker tien jaar bardiensten en vind het fijn om nu ook als secretaris de club te helpen. Je kunt niet iedereen tevreden houden, maar als bestuur doen we ons uiterste best om de club vooruit te helpen.”

Gecontroleerde groei van jeugdafdeling

Alexander ter Meulen wordt met ingang van het volgende seizoen formeel voorzitter van de jeugdafdeling van Alblasserdam. Vanaf februari van dit jaar bereidt hij zich voor op de nieuwe situatie. Met deze clubman bespreken wij de opzet van een succesvolle jeugdafdeling.

ALBLASSERDAM – ,,Met ons hele team zijn wij al even bezig met het samenstellen van de jeugdselecties voor augustus. Wij volgen de kinderen een heel jaar. Natuurlijk zien wij de ontwikkelingen die de kinderen wel of niet doormaken. Op basis daarvan worden zij in een volgend team geplaatst. Op basis van hun leeftijd blijven de kids wel grotendeels bij elkaar. Uiteindelijk gaat het erom dat de kinderen het bij onze club naar hun zin hebben.”

Ter Meulen weet dat de commissie uitzonderlijke talenten anders benadert. ,,Zij ontgroeien het team en kunnen een extra stap maken en op een ander niveau gaan acteren. Voetballers en voetbalsters worden alleen beter als zij voldoende weerstand krijgen. Wij trachten daar een goede afweging in te maken. Dat doe ik niet zelf. Daar hebben de trainers beslist een stem in. Ook zij komen met voorstellen hoe de teamsamenstelling voor het seizoen 2019- 2020 eruit gaat zien. Met deze adviezen zal het toekomstig bestuur aan de slag gaan. Ik denk dat wij inmiddels al tot een goede invulling gekomen zijn.”

GROEI
Clubs houden uiteraard altijd ruimte voor nieuwkomers. ,,Zo kregen wij vorig seizoen op een later moment een aanmelding van een jongen die meteen in de hoofdklasse meekon. Voor hem was het prettig dat wij een team op dat niveau hadden.” Er is bij Alblasserdam sprake van autonome groei met name in de jongste leeftijdscategorie. ,,Ik spreek uit eigen ervaring dat er nu bij de jongste groepen, dus onder zeven, acht en negen jaar en de minipupillen zeker twintig kinderen meer zijn.” Om te vervolgen: ,,Spannend is het elk jaar weer om bij ieder team begeleiding te vinden. Wij zijn er ook voor het nieuwe seizoen weer in geslaagd om dat in te vullen. Maar dat is steeds een hele zorg hoor.” Bij Alblasserdam loopt parallel het project ‘train de trainer’. Dit is om te zorgen dat de begeleiders voldoende ondersteuning krijgen. ,,Wij doen dat in samenwerking met de KNVB.”

Alexander ter Meulen zou graag meer groei van het aantal meisjes bij de club zien. ,,Een wens is om de meiden samen in een team te kunnen laten voetballen. Dat lukt nu nog niet. Ik ben voorstander om contact met andere clubs te zoeken om de meiden met elkaar te kunnen laten voetballen. Zover zijn wij nog niet, helaas.” Alblasserdam hecht veel waarde aan normen en waarden op en rond het voetbalveld. ,,Dat gaan wij samen met spelers en ouders verder uitdragen.”

Christian Lugtenburg: 29 jaar, voorzitter én manusje-van-alles van het eerste elftal

Op zaterdagmiddag is hij het manusje-van-alles binnen de kalklijnen, de rest van de week voert Christian Lugtenburg zijn taken uit in de bestuurskamer. De 29-jarige voetballer van het eerste elftal van NTVV is sinds een jaar ook voorzitter van de club. Hij voert een bestuur vol enthousiaste twintigers aan in Nieuwe-Tonge.

Christian Lugtenburg werd in 2015 gevraagd om de rol van secretaris in te vullen in het bestuur. Daar hoefde hij niet lang over na te denken. “Ik ben een echte verenigingsman, die graag iets voor de club wil doen.” En dat geldt ook voor de andere jongens in het bestuur. Lugtenburg is met zijn 29 jaar inmiddels de oudste.

Vorig jaar stopte Tom Wilkes na tien jaar als preses, Lugtenburg schoof door. “Niemand stond op om voorzitter te worden, maar er waren wel wat jongens die het bestuur wilden ondersteunen in een andere rol. Toen heb ik maar besloten de functie in te vullen. We hebben binnen NTVV een commissiestructuur met in totaal tien uitvoerende commissies, waardoor ik niet omkom in het werk.” Ook kan hij de oud-bestuursleden nog altijd om advies vragen. “Die zijn niet weg, we zijn een klein clubje van om en nabij de 165 leden en komen elkaar dus overal tegen. Als ik een vraag heb, kan ik ze bijOFB 1 speelt al sinds jaar en dag in de laagste st andaar dk lasse van het zaterdagvoetbal en de rood-zwarten gooien op dit niveau geen hoge ogen. In de laatste acht seizoenen was de tiende plaats in het seizoen 2014/2015 de hoogste eindklassering en dit seizoen waren de prestaties ook niet best. Het team eindigde onderaan met zes punten en voor het einde van het seizoen nam de club afscheid van trainer Maurice van Dalen. “Hij heeft echt veel pech gehad”, zucht Marcel Goemaat als hij plaatsneemt in de kantine van OFB. Het bestuurslid voorbeeld aan de bar gewoon even aanspreken.”

MANUSJE-VAN-ALLES
Hij vergadert, neemt beslissingen en traint ook nog eens met de selectie. Op zaterdagmiddag staat hij het liefst op het veld, als manusje-van-alles. Maar als hij geblesseerd is, ontvangt hij het bestuur van de tegenstander in de bestuurskamer. Lugtenburg doet binnen de lijnen hetzelfde als binnen de organisatie: hij vult de gaten in. “Ik speel altijd, het is alleen de vraag op welke positie. Ik sta mijn hele carrière al overal, behalve in de spits.” Toch pikt hij regelmatig zijn doelpuntje mee. “Ik sta weleens op de goede plek bij standaardsituaties en kan aardig koppen”, zo omschrijft hij zijn kwaliteiten op een bescheiden manier.

EILANDER
Met het eerste elftal had de voorzitter gehoopt wat hogere ogen te gooien. “We eindigen meestal tussen de achtste en elfde plek, maar dat kan zeker beter. Om een of andere reden komen wij na de winterstop altijd pas op stoom, dat is een heel apart fenomeen. Daardoor deden we afgelopen seizoenen nog wel mee om een periodetitel, maar dit jaar hadden we helemaal niks. Dat is natuurlijk jammer, ik vind ook zeker dat wij in de top zes moeten eindigen.” Volgend jaar staat een nieuwe trainer voor de groep: de ervaren Wim Eilander komt naar NTVV. “Wim is iemand die al sinds de jaren tachtig actief is in het trainersvak en alle niveaus heeft gehad. Hij is echt een positieve man, die verder kijkt dan puur naar het eerste, ook het tweede en de jeugd erbij betrekt. Dat is bij een club als NTVV erg belangrijk.”

Met een team voor 35plussers, een tweede en derde elftal en de jeugdafdeling in samenwerking met Herkingen gaat het alleraardigst. Lugtenburg is een tevreden voorzitter. “Op alle gebieden hebben wij een mix van oude en jonge vrijwilligers rondlopen. Onze leden willen graag wat extra doen voor NTVV, dat vind ik een heel goed teken.”

Schoonewil toch nog jaar door op Souburgh

Dennis Schoonewil leek aan het einde van dit seizoen als hoofdtrainer bij Alblasserdam te vertrekken. Dat liep door een actie vanuit de spelersgroep even anders. Zij wilden hun trainer nog niet kwijt waarna de clubman pur sang op zijn besluit terugkwam.

ALBLASSERDAM – ,,Ik had rond de winterstop het gevoel dat de spelers in het derde seizoen van mij als hoofdtrainer wel met mij klaar waren. Dat was de reden dat ik het bestuur had aangegeven om er aan het einde van het seizoen op Souburgh een punt achter te zetten.

Trainer zijn van je eigen club is niet zo heel gemakkelijk. Ik ben ook trainer bij de jeugd. Je weet hoe dat gaat, op een gegeven moment komt echt iedereen naar je toe. Je moet gaan uitkijken dat je je niet overal mee wil en gaat bemoeien.” Schoonewil houdt zich bezig met de indelingen van de selecties en denkt na over de speelwijze. Dat kost hem natuurlijk veel energie. ,,Aan het einde van het seizoen is het ook bij mij even op.”

DANNY BUIJS
,,Het was nooit mijn ambitie om hoofdtrainer te worden. Nadat de vorige trainer, Bert Buizert, aangaf te stoppen zocht de club naar een oplossing. Toen wij met een select groepje bijeen zaten stelde Danny Buijs, die nu bij FC Groningen werkt, dat ik het maar moest gaan doen. ‘Ga je papieren halen en pak het hier op’, stelde Danny letterlijk. Ik ben dat gaan doen en zo ben ik erin gerold”, legt Dennis Schoonewil uit hoe het voor hem begon. Met Buijs heeft hij een bijzondere band. ,,Ooit trainden wij samen hier de C2. Danny werkte toen al alle trainingen tot in detail uit. Ik heb die ordners nog. Wij spreken elkaar minstens drie keer in de week. En dan ging het alleen maar over voetbal. Op dit moment is het even wat minder, want Danny heeft het daar in Groningen zo verschrikkelijk druk. Ik neem veel hooi op mijn vork, maar ik ben blij dat ik niet in zijn schoenen sta.

ERVARING
,,Het trainersvak is inhoudelijk niet zo heel lastig”, stelt Schoonewil. ,,Wij moeten ervoor zorgen dat de spelers fi t zijn en blijven. Hoe voeren ze uit wat ik graag wil zien. Ik zie graag dat jeugdspelers zich goed ontwikkelen. Dit seizoen stelde ik nogal eens een voorhoede op met een gemiddelde leeftijd van zeventien jaar. Maar duidelijk is dat wij ook niet zonder ervaring kunnen. Daarom is het goed dat spelers als Umut Takac (ex-LRC Leerdam) en Ahmet Kuyucu (ex-VVGZ) op het oude nest terugkeren. Ook doelman Aschwin Bakema komt over van Kozakken Boys.” Schoonewil stelt dat spelers elkaar moeten corrigeren in het veld en op de trainingen. ,,Dat misten wij even. Daarom is het goed dat hier Alexander de Jong als assistent, want wij doen alles samen. Een paar weken geleden had ik hem tegen Groote Lindt op zijn 41ste nog even nodig als speler. Dat pakt hij dan ook moeiteloos op.

HARDE LIJN
Terug naar zijn besluit om te gaan stoppen. ,,Ik had het gevoel dat ik die gasten met een softe benadering niet meer kon bereiken. Ik zit zo eigenlijk niet in elkaar. Ik was mezelf niet meer. Ik ben niet het type dat iedereen te vriend wil houden. Na die actie van de spelers werd mij duidelijk dat ik de harde lijn weer moest oppakken. Als je dan ziet hoe die groep het in de derby tegen De Zwerver invult, fantastisch. Ik moet hier een middenweg in gaan vinden en ook daarom ga ik verder.”

Alblasserdam staat er goed voor. Volgend seizoen staat er een degelijk team en er komt steeds meer goede jeugd door. ,,Dit jaar hebben zeven spelers vanuit het team JO19 hun debuut gemaakt. Het team bestaat vrijwel alleen uit jongens uit het dorp en dat maakt dit een hecht team. Daarom vind ik dat er hier stappen gemaakt moeten worden.”

Karin Braber: nu eens voor de camera bij SNS

Karin Braber is alweer ruim tien jaar een bekend gezicht bij SNS. Als moeder van Nick en Jordy, leidster, lid van de activiteitencommissie, maar toch vooral als fotografe bij onder meer de wedstrijden van de selectie. De leden van de club uit Stad aan ’t Haringvliet zijn maar wat blij met haar inzet.

Ze moet er nu toch echt aan geloven: zelf een keer voor in plaats van achter de camera staan. “Ik loop niet voor niets altijd met dat ding in mijn handen, sta er liever achter”, vertelt Karin Braber lachend. Ze begon pakweg zes jaar geleden met het fotograferen bij wedstrijden van de selectie. “Ik heb een jaar of acht terug een spiegelreflexcamera gekocht, maar je kent het wel: die belandde in de kast. Op een zeker moment bedacht ik dat het leuk kon zijn om foto’s bij een wedstrijd van de selectie te maken. Ik heb dat gedaan en kreeg gelijk leuke reacties. Sindsdien ben ik er bijna altijd bij, bij alle thuis- en uitwedstrijden.”

WATERPOLO
Ze begon echter elf jaar geleden al als vrijwilligster, toen haar oudste zoon Nick wilde gaan voetballen. Wijlen Leon Smit trainde toen de jeugd maar ging ermee stoppen, waarna zij het van hem overnam. “Nick liep vanaf het moment dat hij kon lopen al met een bal aan zijn voet. Zijn opa Adrie Braber is ook verzot op voetbal, hij is inmiddels zelfs het oudste lid van de club. Hij heeft Nick de liefde voor het voetballen bijgebracht. Nicks vader heeft vroeger ook bij SNS gevoetbald, maar het voetballen was niet echt zijn ding.”

Braber is vanaf dat moment het JO7-team gaan trainen en coachen. “Ik ging vroeger zelf met mijn vader mee op zaterdagmiddag naar de voetbalclub in Barendrecht, waar ik vandaan kom. Daar heb ik de liefde voor het spelletje meegekregen, hoewel ik zelf aan waterpolo deed. Maar bij die kleintjes maakt je eigen ervaring met het voetbal nog niet zo veel uit, ik heb online veel kennis opgedaan.”

Twee jaar later stroomde Nick door, maar zijn moeder bleef trainer en coach van de JO7. Haar jongste zoon Jordy werd namelijk lid. “Met dat team ben ik meegegroeid, zij vormen nu de JO15.” Nick voetbalt inmiddels in de selectie van SNS, waar Karin maar wat trots op is.

35+
Daarnaast is Braber lid van de activiteitencommissie, begeleidt ze de pupil van de week bij de selectie en regelt ze de contacten met de pers. Ze steekt flink wat uren in Sportclub Nieuwe Stad, gewoon omdat ze het leuk vindt. “En omdat mijn kinderen daar voetballen.” Ze voetbalt zelf overigens ook sinds een paar jaar, in een team voor 35-plussers.

Ze hoopt dat SNS in de komende jaren nog eens wat nieuwe gezichten kan verwelkomen. “Je ziet nu vooral dezelfde mensen, ook bij de wedstrijden van de selectie, dat is weleens jammer. Het is een hele gezellige club, buiten Het Trefpunt is SNS eigenlijk het enige wat we hier hebben in het dorp. Dat maakt het tot een hechte vereniging.”

Sterke meiden- en vrouwenlijn aan de Sluisweg

0

Bert van de Bout is een rasechte clubman bij Hardinxveld. Oudvoetballer binnen de vroegere zondagtak en nu bestuurslid, met als taak aanspreekpunt voor alle zaken aangaande het vrouwenen meisjesvoetbal binnen de Sluiswegclub.

HARDINXVELD – Een echt voetbaldier. Van de Bout kan ook worden ingezet als scheidsrechter, want hij heeft een aantal jaren geleden bij Danny Makkelie de scheidsrechtercursus afgerond. ,,Ik mag graag op ons eigen sportcomplex een jeugdwedstrijd leiden. Soms ook een oefenwedstrijd van het tweede elftal of de vrouwen. Het maakt mij eigenlijk niet uit, als ik de vereniging maar kan helpen. Nee, de ambitie om namens de KNVB buitenshuis te gaan fluiten heb ik niet.”

,,Mijn dochter Daphne, zij is vijftien jaar geleden al gaan voetballen, komt uit in het eerste vrouwenteam. Mijn zoon Danny speelt in het eerste elftal bij Arjan de Vries. Ik wil ze allebei graag zien voetballen.” Door de groei van zijn bedrijf kreeg Van de Bout steeds minder tijd om in de avonduren trainingen te geven. ,,Ik heb de keuze gekregen om coördinator van de grote vrouwenen meidengroep te worden. Wij hebben er even meer dan honderd gehad. Ik schat dat wij nu aan de tachtig zitten. Op dit moment trekt het weer wat aan. Best kans dat we straks, in augustus, de honderd weer aantikken. Wij beschikken met meiden vanaf onder dertien jaar tot en met het vrouwenteam over een heel goed bezette meiden- en vrouwenlijn.”

Hij vervolgt: ,,Ik ben er geen tegenstander van om jonge meiden eerst in een gecombineerd team met jongens te laten voetballen. Daar worden zij beslist sterker van. Later vinden zij het leuker om in een volledig meidenteam uit te komen. Het zijn hechte teams. Ze trekken altijd met elkaar op. En vergis je niet hoor, het voetballen pakken ze heel serieus op. De tijd dat ze met een handtasje het veld op kwamen en mannen er een bétje lacherig over deden, is wel voorbij. De meiden worden goed getraind. Ik zie nu geen verschil meer met een jongensteam.” Van de Bout weet dat er volgend seizoen wat trainers gaan stoppen. Voor MO17 en het hoogste vrouwenteam, dat dit seizoen mogelijk voor de tweede keer achtereen kampioen wordt, is er nog geen trainer. ,,Ik ben heel serieus op zoek, maar voorlopig is er nog geen oplossing. Dat vind ik wel een dingetje hoor. Die trainers moeten er komen, maar het is niet gemakkelijk om voor een vereniging nog mensen beschikbaar te krijgen. Het binnenhalen van vrijwilligers is een grote zorg.”

Bert van de Bout voetbalde zelf tot zijn veertigste in het hoogste zondagteam. ,,Ik begon daar overigens op tweede-klasseniveau nog in de periode dat Jaco en John Verbaan hier speelden. Toen zij naar Kozakken Boys vertrokken ben ik vaste waarde geworden in een team met Theo de Boon als laatste man en Ferry van Dijk als bliksemafleider in de spits.”

Nieuwenhoorn kiest bij jeugd voor het goede doel

0

Voetbalvereniging Nieuwenhoorn heeft voor sponsoring van de jeugdteams gekozen voor een radicaal andere aanpak. Met ingang van komend seizoen spelen alle teams met het logo van Stichting Het Vergeten Kind op de borst. Hiermee zet Nieuwenhoorn een belangrijke stap in de transitie van het traditionele sponsormodel naar dat van een maatschappelijk partnerschap bij de jeugdafdeling.

“We liepen al een tijdje met dit idee”, zegt Nicola Bax, voorzitter van de sponsorcommissie. “We hebben als club een belangrijke sociale functie en vinden het ook belangrijk om maatschappelijk betrokken te zijn.” Met het logo van Het vergeten kind op alle shirts wordt hier volledig invulling aangegeven.

Het vergeten kind is een stichting dat evenementen en activiteiten organiseert voor kinderen die opgroeien in een kwetsbare omgeving en daardoor niet meer thuis kunnen wonen. Doel daarbij is dat deze kinderen zich écht kind voelen, de kans krijgen zich goed te ontwikkelen en volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij. “Bij ons in de club speelt ook een meisje dat zich in die situatie bevindt. Daarnaast hebben we leden die zelf als pleegouder en noodopvang fungeren. Daardoor is deze problematiek niet ver weg, maar dichtbij”, aldus Bax.

Eerder dit jaar, in april, hield Nieuwenhoorn al een Superavond voor Het Vergeten Kind. “Een inspirerende avond met indrukwekkende verhalen van vergeten kinderen en een hele mooie opbrengst”, vervolgt Bax. Concreet betekent het dat we stoppen met de confessionele manier van teamsponsoring. Sponsors worden maatschappelijk partners. Het logo van de stichting komt bij alle jeugdteams op de borst te staan. Bij de trainingspakken, tassen en ander materiaal is er nog wel de mogelijkheid om bedrijfsuitingen te plaatsen.”

“We zijn met Stichting Het Vergeten Kind een contract aangegaan voor vier jaar. Het valt samen met de introductie van onze nieuwe kledinglijn. Met ingang van het nieuwe seizoen wordt Kelme onze kledingleverancier. Hier zijn we ontzettend blij mee ”

Volgens Bax heeft de radicale ommezwaai één groot voordeel. “Het concept sluit veel beter aan bij de MVO doelstellingen van het bedrijfsleven. Voorheen zat je aan tafel met het idee dat je voor geld kwam bedelen, nu heb je een goed verhaal te verkopen. Los van de sympathie die je kweekt: feit is dat de budgetten voor sportsponsoring de afgelopen jaren minder zijn geworden, maar voor maatschappelijke doelen (MVO) zijn ze juist omhoog gegaan.”

Vijfentwintig procent van de inkomsten van onze maatschappelijk partners gaat naar Stichting Het Vergeten Kind. Als tegenprestatie voor de bijdrage wil Nieuwenhoorn bedrijven zichtbaar presenteren. “Een aantal van deze mogelijkheden wordt nog uitgewerkt. Het meest zichtbaar wordt de “sponsorwall” aan de achterzijde van de tribune.”

De keuze voor maatschappelijk partners ligt op een weg die Nieuwenhoorn al eerder is ingeslagen: het vergroten van het maatschappelijke bewustzijn binnen de club. “Daarin past ook een gezondere kantine”, geeft Bax aan. “Dat is een gevolg van het feit dat we zijn aangesloten bij het JOGG-project. JOGG staat voor Jongeren op Gezond Gewicht. Binnenkort voldoet onze kantine aan de eisen voor een bronzen certificaat. Dat wil zeggen dat er voor elk minder gezond product , zoals een broodje kroket of frikadel, een gezonder alternatief voor handen is.”

De maatschappelijke betrokkenheid komt verder tot uiting met de introductie van het Walking Football op zondagochtend. “Inmiddels hebben we achttien ouderen die daaraan meedoen.”

Hardinxveld speelt in slotjaar De Vries niet voor de prijzen

0

Voor trainer Arjan de Vries zit het er na drie jaar bij Hardinxveld op. In zijn eerste seizoen handhaafde de ploeg zich op wonderbaarlijke wijze in de tweede klasse. In het tweede seizoen volgde degradatie. Van zijn laatste jaar had de Werkendammer meer verwacht.

HARDINXVELD – Dit seizoen wilde De Vries bij Hardinxveld weer gaan oogsten. ,,De doelstelling vooraf was om in de derde klasse C voor de prijzen mee te gaan doen en Hardinxveld mogelijk naar de tweede klasse terug te brengen. Daar heb ik denk de selectie voor. Maar wij begonnen niet goed. Wij speelden de eerste vier wedstrijden gelijk. Dan verlies je dus niet, maar je bent wel meteen de aansluiting met de ploegen bovenin kwijt. In de tweede periode begonnen wij aardig maar we konden het niet volhouden omdat een aantal blessures ging opspelen.” Na de nederlaag tegen Ameide belandde Hardinxveld zelfs in het rechterrijtje en dat was niet helemaal de bedoeling.

De Vries kijkt al voor het einde van het seizoen terug op een interessante competitie. ,,De vele derby’s spraken vooral de supporters aan. Het niveau van de tegenstanders, met name Arkel, SVW en De Zwerver, was niet verkeerd, maar wij hebben er echt te weinig uitgehaald. Met de topploegen konden wij voetballend mee. Van SVW wonnen wij twee keer. Uit bij Arkel werd het gelijk en De Zwerver pakten wij thuis met 4-0. In de kleinere wedstrijden misten wij vaak scorend vermogen en na de winterstop zijn wij aan het sukkelen gegaan met blessures en spelers die op vakantie gingen. Jammer, want dat is ook de reden waarom wij niet konden meedoen in de tweede periode.” De Vries baalt ervan dat het hem dit keer niet is gelukt om tot het einde voor een prijs te spelen.

,,Dat is mij bij de andere clubs waar ik werkte wel gelukt.”Hardinxveld is ook de club met de grote jeugdafdeling. Omdat aan de Sluisweg niet met vergoedingen voor het eerste elftal wordt gewerkt, moet het dus van doorstroming van eigen jeugd komen. ,,Daar heb ik in de drie jaar ook op gefocust. Veel jonge gasten hebben meegetraind. Een talent als Robin de Boon heeft de stap gemaakt. Een aantal anderen zit er echt tegenaan. Daar kan mijn opvolger mee aan de slag.”

MOOIE JAREN
Als voetballer was De Vries tot zijn 29ste vaste waarde in de hoofdmacht van Kozakken Boys. Het was in de periode dat er in Werkendam nog een beroep op jongens uit het eigen dorp werd gedaan. De Vries kwam nog een aantal jaren als voetballer uit voor Sleeuwijk. Vervolgens stapte hij bij Kozakken Boys in het trainersvak. Hij werd jeugdtrainer, maakte de overstap naar het tweede elftal en was nog vijf wedstrijden interim-hoofdtrainer bij de ‘boys’. Bij Almkerk stond hij als hoofdtrainer voor vijf jaar op eigen benen. Daarna drie seizoenen Sleeuwijk, gevolgd door drie mooie jaren bij Heukelum. Nu zit hij dus in zijn derde seizoen bij Hardinxveld. Het zit er nu even op voor Arjan de Vries. ,,Ik had wat mogelijkheden om bij clubs te gaan starten maar de afstand stond mij tegen. Ik wil op derde-klasseniveau niet drie kwartier heen en ook weer terugreizen. Die clubs heb ik afgebeld. De voetbalschoenen gaan dus even de schuur in. De vrije zaterdagen zijn voor mij nieuw. Ik ga de clubs waar ik gewerkt heb regelmatig bezoeken. Daarnaast komt er meer tijd voor mijn privéleven. Ik was vanaf mijn zesde jaar op het voetbalveld. Vanaf mijn 32ste trainer. Ik ben nu 57 jaar. Het is goed geweest.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.