Home Blog Pagina 1115

Hoofdtrainer Rijppaert blijft Bavel volgend seizoen trouw

Ook in het seizoen 2020-2021 zal hoofdtrainer Coen Rijppaert de scepter zwaaien bij v.v. Bavel. Het contract van de oefenmeester wordt met één jaar verlengd. De club én trainer zijn zeer tevreden over de samenwerking, vandaar dat is overgegaan tot verlenging van het contract.

Hoofdtainer Rijppaert is in zijn nopjes met feit dat hij langer aan de dorpsclub verbonden blijft. “Ik heb het hier echt naar mijn zin. Het is een bloeiende vereniging. De samenwerking ervaar ik als prettig en ik denk dat ik bovendien een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de club.”

V.V. Bavel staat momenteel eerste in de derde klasse B. De ‘winterkampioen’ heeft twee punten voorsprong op runner-up Gilze. Op 19 januari hervat het vlaggenschip het seizoen met een uitwedstrijd voor de beker tegen Real Lunet uit Vught. Een week later komt RCD op bezoek in Bavel. Bij een overwinning op de club uit Dordrecht is de koploper zeker van het behalen van de eerste periode.

Meer informatie over V.V. Bavel? Klik hier.
Klik hier voor nog een artikel over V.V. Bavel.

Rijnsburgse Boys krijgt seniorenhome en ABBA-avond

Rijnsburgse Boys gaat dit jaar zijn jeugdhonk vertimmeren. De ruimte krijgt een nieuwe bestemming: oudere supporters kunnen er na de wedstrijd van het eerste elftal straks rustig napraten.

De tekeningen heeft hij al gemaakt. Karly van Duivenvoorde, die in het bestuur van de Uien alles wat met de kantine heeft te maken onder zijn hoede heeft, is al druk bezig met in de inrichting. “Er komt een bar in”, zegt hij. “En tafels. We gaan het leuk aankleden. De ruimte is nu koud en kil.”

Het ‘hok’, van nog geen vijftig vierkante meter, was ooit bedoeld om de jeugd vertier te bieden. De jeugd was overal bij Rijnsburgse Boys te vinden – kantine, buiten – maar echter niet in het jeugdhonk. “Het lag eigenlijk niets te doen. Toen oudere supporters bij de ledenvergadering met het idee kwamen, hadden we gelijk zoiets van ‘dat is wel goed’. Ze hadden ook wel gelijk. Na de wedstrijd van het eerste gaat de muziek elke keer een standje hoger en nog een standje hoger. Het is reuze gezellig, zeker als we gewonnen hebben, maar de oudere garde klaagde dat zij zich niet meer verstaanbaar kon maken. Daar zat iets in. Vandaar dat we meteen met het idee aan de slag zijn gegaan.”

Volgens Van Duivenvoorde telt de supportersschare de nodige fans van boven de zestig jaar. “Een groep van vijftig, zestig man blijft altijd wel hangen.”

Voor de financiering klopte de club aan bij het wensenfonds van de Rabobank. “De leden daarvan vonden het een mooi plan. We hebben het maximale bedrag gekregen.” Met die vijfduizend euro kan de ruimte – Van Duivenvoorde schat zes bij zeveneneenhalve meter – opnieuw inrichten. “We halen het net wel of net niet binnen dat budget, maar anders zullen we als club iets moeten bijpassen.” Er komt een geluiddempend gordijn tussen kantine en seniorenhome. Van Duivenvoorde: “Er zal nog steeds muziek doorklinken, maar op de achtergrond.”

Op 15 februari staat alles bij Rijnsburgse Boys in het teken van muziek. Die avond wordt ‘Rijnsburgse Boys zingt ABBA’ gehouden. “Het is de opvolger van ‘Rijnsburgse Boys zingt Hazes’, dat we vorig jaar hebben georganiseerd”, vertelt Van Duivenvoorde. “Dat was een geweldig succes. Achttien leden van de club hebben nummers gezongen van André Hazes. Het dak ging eraf.”

Nu is het dus de beurt aan meezingers van ABBA. “We hebben negen optredens”, verklapt Van Duivenvoorde. “Sommige leden playbacken, sommige zingen zelfs live. Het wordt een happening met kostuums enzo.” Van Duivenvoorde heeft zelfs vier spelers van de hoofdmacht zo ver gekregen om in de huid van de Zweedse popgroep te kruipen. “Wie? Dat is een verrassing.”

Dat de club warm loopt voor de avond blijkt uit de kaartverkoop. “Alle kaarten zijn uitverkocht.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Gastheren strak in pak zijn visitekaartje van Rijnsburgse Boys

“Ook dit hoort erbij”, zegt Chris Hogewoning, terwijl hij er het woordje ‘helaas’ aan toevoegt. Tijdens een pupillenwedstrijd op sportpark Middelmors wordt een supporter onwel. De hulp van de ambulancedienst is nodig.

Na het bellen van het noodnummer wordt in no-time de weg naar het voorterrein vrijgemaakt. Een paar minuten later al bereikt de ambulance het sportpark.

Hogewoning en zijn team lopen strak in pak. Clubcolbert en overhemd behoren tot de standaarduitrusting. Dat was een voorwaarde van Hogewoning toen hij voorstelde om de ontvangst van Rijnsburgse Boys op te waarderen. “Ik vind wel dat iedereen er netjes bij moet lopen. Je bent het visitekaartje van de club.” Hogewoning behoort tot de harde kern van vrijwilligers. Zwart en geel zijn zijn favoriete kleuren. Hij bekleedde bij de Uien tal van vrijwilligersfuncties. Hij was zelfs leider van het eerste elftal. “Ook toen mijn zoon erin speelde.”

Als hij buiten een rondje loopt langs de velden, moet hij gniffelen. “Eigenlijk kan dat niet, elftalleider zijn bij het team waar je zoon ook speelt. Natuurlijk behandel je hem anders. Het is en blijft je zoon.”

De opa van een stuk of wat kleinkinderen (‘het is een baan erbij’) leidt bij Rijnsburgse het team van gastheren. Met elf zijn ze. “Vroeger zat hier iemand van het secretariaat en dat was het. Dat vond ik een beetje schamel, zeker voor een club met de uitstraling van Rijnsburgse Boys.” Hij zag bij de buren van Katwijk en Quick Boys hoe het wel kon. “Daar ontvingen ze gasten heel netjes. Ik heb een plannetje gemaakt en met dat voorstel ben ik naar het bestuur gelopen. Dat gaf groen licht: voer maar uit.”

“Ik heb mensen benaderd van wie ik wist dat ze een echt Rijnsburgse Boys-hart hebben. Geen mail of sms, maar gewoon een persoonlijke gesprek. Mijn ervaring is dat mensen eerder ja dan nee zeggen.”

“We werken met toerbeurten. We hebben ’s ochtends twee man lopen en ’s middags ook. Ik ben er meestal de hele dag. Vanmorgen was er al om half acht. Aangezien het eerste vanmiddag thuis speelt en ik ook in de businessclub rond loop, verwacht ik niet voor half zeven thuis te zijn.”

“Ik maak altijd een schema. In de app kunnen mensen aangeven wanneer ze wel of niet kunnen.” De gastheren vormen samen het ontvangstcomité van tegenstanders en scheidsrechters. “We bieden een koppie koffie aan en maken een praatje. Het voelt toch anders dan dat je een sleutel van de kleedkamerdeur in de handen krijgt gedrukt en gevraagd wordt voor een borg.”

Als het nodig is, helpen de gastheren met de afhandeling van de wedstrijden. Hogewoning: “Tegenwoordig is alles digitaal. Een kind kan de was doen, maar we controleren altijd wel of de scheidsrechter de wedstrijd heeft weggestuurd.” Met elkaar hebben ze het altijd gezellig. “Een beetje dollen hoort daar natuurlijk ook bij. En mopperen doen we soms ook hoor.”

“We kijken ook regelmatig in de keuken van andere clubs. Onlangs waren we bij Spakenburg om te zien hoe zij dat doen.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Groot deel selectiespelers verlengen voor seizoen 2020/2021 bij VV Nieuwenhoorn

0

In de reeds gevoerde gesprekken spreken de meeste spelers hun vertrouwen in de club uit, genieten ze van de resultaten en de sfeer onderling bij VV Nieuwenhoorn.

Dit betekent concreet dat ook het volgende seizoen Jeffrey Burger, Tom Sleeuwenhoek, Gregory Paula, Merijn Wolters, Danique Wolters, Dimitri Gomes Almeida en Christiaan Dabaghian weer de zwart witte kleuren van Nieuwenhoorn gaan verdedigen.

Nog niet alle gesprekken zijn afgerond, maar op korte termijn zal Nieuwenhoorn melden welke huidige selectiespelers nog meer zullen blijven en welke spelers elders hun geluk gaan beproeven.

Meer informatie over VV Nieuwenhoorn vindt u hier.
Of lees hier het vorige artikel over VV Nieuwenhoorn.

Elenbaas heeft er al meer dan 250 wedstrijden opzitten bij ODIO

OSSENDRECHT – Hij debuteerde op zijn zeventiende en is sindsdien al twaalf seizoenen lang aanvalsleider bij v.v. ODIO uit Ossendrecht. Onlangs bereikte Mitchell Elenbaas opnieuw een mijlpaal met zijn 250e officiële duel voor de zondagvierdeklasser.

En zoals het een goed aanvaller betaamt, volgde direct natuurlijk ook het volgende getal: 174. “In die tweehonderdvijftig duels heb ik tot nu toe honderdvierenzeventig goals gemaakt. Want ja, ik ben wel een spits van de cijfer inderdaad. Dus dat heb ik allemaal keurig bijgehouden.”

Elenbaas is inmiddels negenentwintig, maar het scoren dus nog zeker niet verleerd. Voor de ploeg uit Ossendrecht is hij voorin een aanspeelpunt en tegelijk ook afmaker. “Dankzij mijn fysiek fungeer ik binnen onze speelwijze als aanspeelpunt, ga vol de kopduels aan en pik voor de goal mijn doelpuntjes mee. Alleen ben ik niet meer zo snel dan ik vroeger was. Toch belemmert het me niet om belangrijk te zijn voor het team en dat is het belangrijkste.”

En belangrijk is hij de afgelopen seizoen, en ook dit seizoen zeer zeker al geweest. Al is hij over zijn bijdrage qua doelpunten nog niet tevreden. “Als spits zijnde wil je vooral goals maken.”

Met drie doelpunten dit jaar kan ik daar onmogelijk tevreden over zijn. Hoewel mijn rol anders is in het elftal en ik dit jaar vooral ballen afgeef op mijn broertje, die op de vleugel speelt. Toch had ik graag zelf nog meer goals gemaakt.”

Hij hoopt dit seizoen misschien een gooi te doen naar een promotie met zijn ploeg, maar dan moeten ze nog wel constanter worden qua prestaties en de kansen die men krijgt verzilveren. Daarnaast heeft het te maken met fl inke concurrentie voor de bovenste plekken. “We schoten tegen Vivoo uit de startblokken met een 10-1 overwinning. De wedstrijd tegen Wernhout verloren we terecht en tegen METO krijgen we een domme rode kaart na twintig minuten. Ik denk dat je die wedstrijd anders ook gewoon wint.”

Maar ook tegen Nieuw Borgvliet ging ODIO met 0-5 kansloos ten onder. De bovenste zeven teams ontlopen elkaar weinig. En dankzij de goede start is men al verzekerd van een extraatje. “ODIO is een echte vierdeklasser. Van de twaalf seizoenen dat ik in het eerste speel, zijn er tien in vierde klasse. Dat is ons niveau en hier voelen we ons thuis met de vele derby’s.

”We willen graag bij de top-vier eindigen. Een periode hebben we inmiddels al dus spelen we al nacompetitie. Aan een titel denken we nu helemaal niet. Nog eens een nieuwe titel behalen, zou mijn carrière wel afmaken. Ik ben ooit kampioen geworden in vijfde klasse, dat was fantastisch. Als we in de vierde klasse dat kunststukje nog eens kunnen herhalen, dan ben ik tevreden.”

Wil je meer informatie over de club ODIO? Klik hier.
Lees hier de krant van Bergen op Zoom.

Michel van Noort nieuwe hoofdtrainer FC Binnenmaas

0

Deze week start Michel van Noort als trainer van het eerste elftal om de tweede seizoenshelft bij de club af te maken.

In het verleden heeft hij als hoofdtrainer gewerkt bij Dilettant, Spirit en DCV. Het bestuur van de club moest i.v.m. de in december opgezegde samenwerking met de vorige trainer snel schakelen. Spelers, staf en bestuur laten weten zeer content te zijn met deze oplossing. Van Noort staat deze week al op het veld voor de groep en sluit ook voor een deel aan bij het dit weekend geplande trainingskamp van de selectie.

Meer informatie over FC Binnenmaas vindt u hier.
Of lees hier een ander artikel over FC Binnenmaas.

Schipperijn voelt zich op zijn plek bij WVV’67

WOENSDRECHT – Hij verhuisde ooit vanuit Vlissingen naar Woensdrecht omdat Roland Schipperijn ging werken op de vliegbasis. Nadat zoon Robin lid werd bij de plaatselijke voetbalclub kon het niet anders dan dat hij als voetballiefhebber bij WVV’67 betrokken zou raken.

En dat betrokken raken is nog zachtjes uitgedrukt. Inmiddels is Schipperijn niet meer weg te denken bij de zondagvierdeklasser en voelt hij er zich enorm op zijn plek. “Ik ben ooit meegegaan toen Robin in de jeugd begon. Daar zag ik de inmiddels overleden Frank Wezenbeek in zijn eentje de jeugdspelers trainen en begeleiden. Ik bood aan om hem te helpen en sindsdien ben ik niet meer weggegaan bij de club, waarbij naast de taken bij het eerste ook nog wekelijks zelf voetbal in het derde elftal.”

Vanaf dat moment was Roland meer dan regelmatig op Sportpark De Fortuin te vinden. Hij ging vanaf de jeugd steeds mee met de elftallen waarin zoon Robin speelde en dan was het ook logisch dat hij bij het eerste elftal betrokken raakte. Daar is momenteel zijn zoon al enkele jaren aanvoerder en vervult Schipperijn senior de rol van verzorger, begeleider en assistent.

“De eerste prioriteit is die van verzorger en leider, maar als de keeperstrainer er niet is dan help ik Gerard Lazarom tijdens trainingsavonden. Dat is gewoon ook leuk om te doen. Ik bemoei me overigens ook totaal niet met opstellingen of andere zaken ten aanzien van mijn zoon. Natuurlijk ben ik trots als ik hem zie spelen en hem als aanvoerder over het veld zie lopen. Dat is logisch toch ook als voetbalvader denk ik. Hij is een belangrijke speler binnen het elftal en ik geniet op een stille, bescheiden manier van zijn prestaties. Maar ook van de prestaties van de rest van het team overigens hoor.”

Al presteert het elftal in de vierde klasse B niet zoals men wellicht vooraf had gehoopt. De wisselvalligheid van de jonge spelersgroep is daar volgens Schipperijn debet aan. “Bepalende spelers zijn door langdurige blessures afwezig geweest en dat zie je terug in de resultaten. Bovendien is de Brabantse vierde klasse ook een stuk technischer en tactischer dan de Zeeuwse competities waarin we de laatste seizoenen speelden. We missen daarin een stukje kwaliteit. Dat is geen verwijt maar een constatering. De jonge jongens maken progressie maar dat gaat met vallen en opstaan helaas.” De selectie is ook krap, waardoor bij blessures zowat iedereen verzekerd is van een basisplaats. “En dan zie je dat spelers gemakzuchtiger worden omdat ze toch wel spelen. Maar in deze klasse wordt dat dan genadeloos afgestraft door tegenstanders. En ze zullen zich moeten realiseren dat ze wekelijks toch volledig gemotiveerd moeten zijn om verdere stappen te zetten en om met WVV’67 uiteindelijk een stabiele vierdeklasser te worden.”

Schipperijn zelf zal hoe dan ook wel bij de club betrokken blijven, want alleen als zoon Robin de stap hogerop zou maken, zou hij wellicht overwegen om het volgen van zijn sportieve prestaties te verkiezen boven WVV. “Maar Robin zit hier prima. Hij coördineert een beetje de jeugdafdeling, is aanvoerder, voetbalt met al zijn vrienden samen en woont in de buurt. Dus ik verwacht niet dat hij nog die stap maakt, al weet je het nooit. Wat mij betreft blijft hij lekker hier, want WVV’67 is inmiddels wel een belangrijk stukje van ons leven geworden en dat mag nog wel jarenlang zo blijven.”

Wil je meer informatie over de club WVV’67? Klik hier.
Lees hier de krant van Bergen op Zoom.

In gesprek met Melvin Spruijt jeugdtrainer Pelikaan

Melvin Spruijt (28) begon zelf als speler zijn carrière DVV Fluks, wat later SC Amstelwijck werd. Vanaf de JO13 speelde hij in het nabij gelegen Rijsoord. Dit hield stand tot aan de senioren, waarna hij door school en blessures moest stoppen. Vanuit hier is hij naar eigen zeggen snel het trainersvak ingerold. Hij traint momenteel de JO19-1 van Pelikaan uit Zwijndrecht.

De gediplomeerde trainer met diploma’s UEFA C en B werd aangesteld als assistent-trainer bij Rijsoord. Hij kwam in een tijd dat het eerste elftal er moeilijk voor stond en wel een nieuw en fris bewind kon gebruiken. ‘’Ik kwam naar Rijsoord en toen waren ze net twee keer gedegradeerd. Ze hadden een hele nieuwe selectie en trainer met eigenlijk geen staf om zich heen. Trainer Gijs Zwaan vroeg of het mij niet leuk leek. Hij zei je bent misschien nog een beetje jong, maar je vindt het volgens mij heel leuk en ik wil je daar best in begeleiden.’’

Door de jaren heen heeft Spruijt nu inmiddels zijn ervaring opgedaan en wil dit overbrengen op de jongens van de JO19 om alles uit ze te halen. ‘’Ik ben wel van mening dat het van twee kanten moet komen. De jongens zullen zelf leergierig moeten zijn, gelukkig heb ik die en ze vragen dan ook van ‘hoe vond u het zaterdag?’ en ‘wat kan ik nog beter doen de volgende keer?’. Sommige zijn dan nog wel een beetje stil en terughoudend en de ander wil alles in detail weten.’’

De leergierigheid van de lichting zal natuurlijk wel aangewakkerd moeten worden. Ervoor zorgen dat de selectie iedere week weer 100% inzet van zichzelf vraagt. Spruijt is daarin degene die dit probeert uit iedere speler te halen. ‘’Ik zeg altijd maar, ten minste dat heb ik ook van Gijs geleerd, je bent er nu toch. Of het nu een training of een wedstrijd is. Je kunt net zo goed alles geven, want dan kan je dadelijk met een lekker gevoel naar huis. Ik wil echter de jongens niet onder spanning zetten, want niet iedereen kan er goed mee omgaan. Ook in de coaching naar jongens toe ben ik heel fanatiek.’’

Uit de carrière tot nu toe kunnen al een aantal hoogtepunten gehaald worden. ‘’Met Rijsoord ben ik twee keer kampioen geworden, zowel in de tweede als eerste klasse. In de eerste klasse hebben we dan ook nog drie keer de nacompetitie gehaald. In de tweede klasse waren we ongeslagen kampioen en in de eerste klasse werden we in de laatste speelronde kampioen bij Nieuw-Lekkerland. In de hoofdklasse waren we heel goed begonnen. Met de winterstop stonden we nog vijfde, maar daarna kwam de klap erin en toen zijn we via de nacompetitie gedegradeerd. Dat zijn hoe gek het toch klinkt toch mooie jaren geweest.’’

De laatste twee jaar waren voor Spruijt helaas geen succesjaren. In het laatste seizoen bij Rijsoord gedegradeerd uit de Hoofdklasse en vorig jaar voortijdig VVGZ verlaten vanwege tegenvallende resultaten. Hier heeft hij echter wel van kunnen leren. ‘’Je leert ervan, zowel als trainer als mens. Ik heb ook van allebei de dingen geen spijt.’’

In de tijd dat Spruijt zelf nog voetbalde had hij voor de wedstrijden weleens last van gezonde zenuwen. Ook nu als trainer borrelen deze gevoelens nog op. ‘’Je hebt natuurlijk een plan, maar uiteindelijk moeten de jongens het uitvoeren en dan moet ik het uit handen geven. Ik heb uiteraard alle vertrouwen in de jongens, maar je hebt soms ook te maken met een tegenstander die heel goed is of een wat mindere dag. Aan de zijlijn kun je nog wel wat doen, maar je bent toch overgeleverd aan je spelers.’’

Meer informatie over Pelikaan? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over Pelikaan.

In gesprek met Wahiba Didi van Bristol Vrouwen

Wahiba Didi (26) is in het dagelijks leven werkzaam bij de Zara in Tilburg. Daarnaast speelt ze bij SC Kruisland en in de zaal bij Bristol Team in Roosendaal. De nummer tien is momenteel bezig aan haar eerste seizoen in Kruisland en heeft het daar naar haar zin.

De liefde voor het spelletje ontstond voor Didi, doordat haar zeven broers ook allemaal voetballen. “Vaak ging ik mee kijken naar hun, waarna ik zelf begon te voetballen.

Ze begon op haar dertiende met voetballen bij BSC in Roosendaal, waar ze tevens ook woont. Ze begon ook met zaalvoetballen bij Bristol Team Roosendaal. “Ik besloot te stoppen bij BSC en me volledig op de zaal te gaan richten. Uiteindelijk kreeg ik afgelopen zomer een aanbieding van SC Kruisland waar ik momenteel voor uit kom. Mijn broers voetballen daar ook, dat was voor mij makkelijker om de beslissing te maken. Het leek me dan ook echt leuk.”

Na een aantal jaar vrijetijdscompetitie te hebben gespeeld in Wouw, besloot de KNVB om het team Bristol hun in de competitie te spelen. “In de vrije tijd competitie wonnen we alles bijna met dubbele cijfers, het was dan ook geen uitdaging meer. De KNVB besloot ons in de eerste klasse te plaatsen.”

Met BSC speelde Didi ook eerste klasse, waardoor er veel gereisd moest worden. “Wij moesten dan ook met de bus naar Arnhem, Rotterdam, Amsterdam en noem het allemaal maar op. Het was een ervaring, maar wel die veel eiste en tijd in beslag nam.”

“Ik moet het echt hebben van mijn snelheid en techniek. Die vaardigheden heb ik dan ook echt wel ontwikkelt door mijn zaalvoetbal. Hier ben ik dan ook zeer trots op.”

Het is jammer dat er maar weinig teams bij ons in de zaalcompetitie zitten. Bij de mannen zijn er genoeg teams, maar bij de vrouwen is het echt zoeken. Zo hebben een aantal clubs zich ook al teruggetrokken uit de competitie. Dat vind ik erg jammer, omdat er zo ook minder wedstrijden zijn.”

Didi zet hoog in met haar blik voor het einde van het seizoen. “Ik verwacht dat wij aan het einde van dit seizoen kampioen worden met SC Kruisland. Er wordt in dit team ook daadwerkelijk gevoetbald en je merkt dat er kwaliteit is binnen de groep.”

Het team waarin Wahiba speelt is een echt heel leuk team. “Toen ik had besloten om uit te komen voor Kruisland kwam een keer naar de training kijken. Dit met de instelling om even kennis te maken met iedereen. De dames vroegen mij om direct mee te trainen en waren super enthousiast. Het voelde dan ook zo dat ik die meiden al super lang kende.”

Vorig seizoen had Didi met Bristol Team de KNVB Beker gewonnen, een prestatie waar ze erg trots op is. “Wij speelde de finale in Veldhoven, wat een spannende wedstrijd was. Zo stonden we met 4-1 voor, maar kwam de tegenstander nog terug met 4-3. Het was zo ontzettend spannend. Uiteindelijk trokken wij wel aan het langste eind.”

Didi heeft de ambities om, wanneer ze iets ouder is een team te gaan trainen en leiden. “Het lijkt mij heel erg leuk om een meidenteam te gaan leiden. Ik wil graag de kennis die ik heb, doorgeven aan andere. Wel op het veld en niet in de zaal. Zo ben ik al een keer benaderd voor het team van mijn nichtje, maar dit was lastig te combineren met werk.”

Sinds jongs af aan is voetbal haar ding. “Altijd als ik een bal zie, moet ik daar even naar toe en even aanraken of hooghouden. Ik weetniet wat dat met mij is. Vroeger draaide dan alles om voetbal, nu word je wat ouder en heb je een baan maar toch word ik gewoon altijd blij als ik een bal zie en voetbal is gewoon mijn leven.”

In gesprek met Richard Hoogkamer de nieuwe trainer van PCP

PCP heeft Richard Hoogkamer aangesteld als de nieuwe hoofdtrainer van het vlaggenschip. Hoogkamer zal zijn taak als hoofdcoach van PCP combineren met zijn taak van jeugdtrainer van de O17 van WDS’19 en als trainer van de trainers bij WDS’19.

Hoogkamer was vorig jaar nog trainer van Boeimeer, maar helaas vielen de puzzelstukken niet in elkaar. Daarna werd hij opgepikt door WDS’19, waar Hoogkamer het enorm naar zijn zin heeft. “Het was helaas niet gegaan zoals het moest gaan dat jaar bij Boeimeer. Gelukkig kreeg ik daarna een telefoontje van WDS’19 of ik de jeugd wou gaan trainen. Nu ik een tijd heb rondgelopen bij WDS’19 heb ik gemerkt dat ik echt op mijn plek zit en er nog genoeg mogelijkheden zijn en perspectief is richting de toekomst.”

Voor Hoogkamer begon het allemaal bij de wedstrijd tussen WDS’19 & PCP. “Ik ken veel spelers van WDS’19, ook omdat ik er veel heb getraind vroeger en daarom ging ik kijken bij de wedstrijd. Toen werd ik eigenlijk benaderd en gevraagd of ik hoofdtrainer zou willen worden van PCP, waar ik vroeger gevoetbald heb. Ik vond het een enorm lastige kwestie, want ik heb het goed naar mijn zin bij WDS’19 en ik vind ook dat het een club is voor de toekomst. Daarom heb ik zeer goede gesprekken gehad met het bestuur van WDS en ook afspraken gemaakt voor in de toekomst, want ik wil niet dat er gedacht wordt dat ik helemaal weg wil. Ik heb er zelf veel over nagedacht en ook geduldig gewacht op groen licht vanuit WDS’19.”

PCP en Hoogkamer waren er heel snel uit. “Ik heb zelf bij PCP gevoetbald tijdens het afbouwen van mijn voetbalcarrière dus ik ben daar bekend, ik ken de mensen daar en ik weet hoe het daar kan zijn. Dus ik wist wat ik aan PCP zou hebben en andersom. Toch heb ik moeten wachten tot het nieuwe jaar in verband met mijn samenwerking met WDS. Natuurlijk begrijp ik dat volkomen, want ze zijn met mij de uitdaging aangegaan en hebben mij de kans gegeven. Daarom ga ik pas deze week officieel starten bij PCP.”

Hoogkamer kan absoluut niet zonder voetbal, waardoor zijn enthousiasme hem soms in de weg zit. “Voetbal is echt mijn passie en ik heb er alles voor over. Daarom is het fantastisch dat ik de mogelijkheid heb om het ook een klein deel te zien als werk. Soms reageer ik dan heel uitgelaten over bepaalde dingen tijdens het voetbal en dat wordt niet altijd gewaardeerd, maar het helpt wel goed mee tijdens het trainen” reageert Hoogkamer lachend.

De nieuwe trainer van PCP wilt zijn enthousiasme graag overbrengen op het eerste elftal. “Ik zal de trainingen op een leuke manier insteken om de motivatie te prikkelen, maar allereerst begin ik met individuele gesprekken om te vragen waar iedereen aan wilt werken, want ik vind dat je altijd met een doelstelling moet trainen en je moet weten waar je mee bezig bent anders word je in mijn opzicht ook niet beter. Als individu niet en als team niet. Mochten dan ook de spelers op hun plaats vallen dan vind ik dat we al een heel eind zijn.”

Hoogkamer vindt dat er wel realistisch gekeken moet worden naar de tweede seizoenshelft.
“PCP heeft al een flinke tik gehad, omdat oud-trainer Peter Maaskant, die de ploeg kampioen had gemaakt, vertrok en daarbij een paar goede spelers. Ik ben geen tovenaar, maar het draait uiteindelijk wel om de prestaties en dat weet ik. Zolang ik de basis goed kan neerzetten en de juiste spelers op de juiste plek kan krijgen dan kunnen we gaan bouwen. Zeker met vallen en opstaan, maar dan kan er wel een mooie basis gelegd worden.”

“Ik heb onwijs veel zin om aan de slag te gaan bij PCP en ben benieuwd wat de toekomst gaat brengen” aldus Hoogkamer die deze week zal gaan starten bij zijn nieuwe club.

Meer informatie over PCP vindt u hier.
Lees hier een ander artikel over PCP.