Home Blog Pagina 1098

Boeimeer 1 stapt over naar zaterdagvoetbal

Boeimeer 1 heeft een nieuwe boost gekregen door de overstap naar het zaterdagvoetbal en dat geldt ook voor Klifferd Bonofacia. De nieuwe trainer Lorenzo Boudewijns haalde de 22-jarige verdediger over om weer voor het eerste te kiezen en in dat elftal is hij een vaste waarde.

Rijen dik staan de toeschouwers opgesteld rondom het hoofdveld van sportpark Heksenwiel. Het is op deze zaterdagmiddag om 15.30 uur een drukte van belang op het complex van BSV Boeimeer en dat terwijl er geen elftal in een blauw-wit tenue op het veld staat. De club uit Haagse Beemden is gastheer van jeugdduels van NAC Breda en vandaag speelt de JO17 tegen de leeftijdsgenoten van AFC. Klifferd Bonofacia is op zaterdag altijd aandachtig toeschouwer van de duels, die voor hem mooie opwarmertjes zijn voordat hij zelf om 17.00 uur aftrapt. “Thuis spelen we altijd op dit tijdstip en dan ben ik al vroeg op de club. De wedstrijden van NAC zijn van hoog niveau en hierdoor krijg ik extra veel zin om te voetballen”, zegt hij, wanneer hij aanschuift in de kantine.

VRIENDENTEAM
Bonofacia is onderdeel van het vernieuwde vlaggenschip van Boeimeer. De blauw-witten braken afgelopen zomer met de clubtraditie om op zondag te spelen en met die keuze zette de club een streep onder drie tegenvallende seizoenen. Boeimeer eindigde hierin op de achtereenvolgend tiende, twaalfde en dertiende plaats in de vierde klasse en zowel de trainingsopkomst als de sfeer rondom het team liet te wensen over. Bonofacia kan het weten. “Ik heb de gehele jeugdopleiding doorlopen en speelde daarna twee seizoenen in het eerste. Het was enerzijds leuk om in het hoogste team te spelen, maar het team viel op een gegeven moment uit elkaar. Ik ben vertrokken naar zaterdag 5, waar al mijn vrienden speelden en daar heb ik een mooie tijd gehad. Vorig jaar werden we helaas net geen kampioen.”

NIEUWE ENERGIE
Lorenzo Boudewijns staat sinds dit seizoen aan het roer bij Boeimeer 1 en de clubman die overkwam van Molenschot haalde Bonofacia over om terug te keren bij het eerste. De trainer wilde van Boeimeer 1 weer een hechte eenheid maken vol clubjongens en dat verhaal sprak de ijzersterke verdediger enorm aan. “Met de keuze voor het zaterdagvoetbal is er veel nieuwe energie losgekomen binnen de hele club”, zegt hij. “Als eerste maken we een nieuwe start en ik vind het tof om op deze manier terug te keren.” Boeimeer is begonnen in de vierde klasse, logischerwijs het laagste niveau als nieuwkomer in het zaterdagvoetbal. Bonofacia vindt dat niet erg. “We presteren best goed, maar het is vooral belangrijk dat het plezier terug is. Als team raken we steeds beter op elkaar ingespeeld.”

Bonofacia is naar eigen zeggen een andere speler dan de jongen die jaren geleden debuteerde in Boeimeer 1. “Ik ben een betere voetballer geworden, heb veel stappen gemaakt. In de eerste acht duels ben ik steeds basisspeler geweest, een teken dat ik goed bezig ben. Ik heb daarom absoluut geen spijt gehad van mijn terugkeer in het eerste.”

Wil je meer informatie over de club Boeimeer? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda.

Adriaansen en Horsten maken mooi seizoen mee bij Bavel

Wout Horsten en Robin Adriaansen maken een mooie eerste seizoenshelft mee in Bavel. De eerste en tweede aanvoerder hoopten dit seizoen om de bovenste plekken te strijden, maar de eerste helft van het voetbaljaar heeft ook hun verwachtingen tot nu toe overtroffen.

Voetbalvereniging Bavel kende een chaotische zomer. Trainer Osman Erbas verliet de club halverwege juni voor Dongen, waardoor de groen-witten halsoverkop op zoek moesten naar een nieuwe oefenmeester. Die werd begin juli gevonden: Coen Rijppaert vult de functie dit seizoen in. En dan doet de trainer met verve, zo merken aanvoerders Wout Horsten (26) en Robin Adriaansen (31).

“Coen heeft de winnaarsmentaliteit in ons team gebracht, dat we echt alles voor de drie punten moeten doen”, vertelt Adriaansen. Beide aanvoerders merken dat die insteek nu al zijn vruchten afwerpt. “We zijn dit seizoen heel goed in het ombuigen van wedstrijden, schieten niet in de stress als we op achterstand komen. Het vertrouwen is heel groot.”

GEWAAGD
In de voorbereiding op het seizoen durfde slechts één speler in de selectie de ambitie uit te spreken om voor het kampioenschap te gaan, de rest had het over een plek in de top drie of top vijf. “Je merkt dat onze spelersgroep dit seizoen heel erg aan elkaar gewaagd is. We hebben achttien man die in de basis kunnen starten”, aldus Adriaansen. Horsten knikt. “Met Niek Akkermans en Shane Laurens hebben we er twee versterkingen bijgekregen, spits Sander van Gils zit een half jaar in het buitenland. Verder is de groep hetzelfde gebleven, maar we zijn allemaal een jaar verder en wat slimmer geworden.” De captain merkt een mentaliteitsverandering bij Bavel. “Vroeger kwamen ploegen hier nog weleens naartoe met de instelling: we gaan even de drie punten ophalen. Nu is dat anders, we zijn een lastige tegenstander geworden.”

Beide heren spelen hun hele leven al in het tenue van Bavel. Adriaansen maakt inmiddels vijftien jaar deel uit van de selectie en heeft de groei van de vijfde naar de derde klasse meegemaakt. “Ik ben nooit gedegradeerd en twee keer gepromoveerd”, vertelt hij trots. “Je merkt dat de hele club is gegroeid, alles is beter geregeld dan vijftien jaar geleden. Denk dan bijvoorbeeld aan een vaste fysiotherapeut voor het eerste. De randzaken zijn in orde.” Daarnaast is het ledenaantal van de club gestegen. “Dankzij de nieuwbouwwijk Nieuw Wolfslaar hebben we flink wat aanwas gekregen, vooral in de jeugd. Die spelers worden nu langzaamaan oud genoeg om door te stromen naar de senioren.”

KAMPIOENSCHAP
En toch blijft het die gezellige dorpsclub, merken Adriaansen en Horsten. De sfeer is gemoedelijk en dezelfde gezichten als tien jaar geleden staan ook nu langs de lijn. Voor hen zou een kampioenschap geweldig zijn. “Ik denk dat wij klaar zijn voor de tweede klasse. Als je er halverwege het seizoen zo goed voor staat, moet je ook vol voor het kampioenschap gaan”, aldus Adriaansen. Of hij volgend jaar nog in het eerste speelt, weet hij niet. “Ik twijfelde vorig seizoen al, maar toen heeft onder andere Wout me kunnen overtuigen om nog te blijven. Ik wilde graag voor een prijs spelen. Ik denk dat dit mijn laatste jaar is.” Horsten: “Onderstreep dat ‘ik denk’ maar.” Adriaansen: “Ik heb veel last van mijn lichaam op maandag en dinsdag, dan merk je dat je wat ouder wordt. En er is een leuk lager elftal met oud-ploeggenoten, waarin ik terecht kan. Ik wil de keus ook zelf maken, niet op een gegeven moment van anderen horen dat het misschien beter is om te stoppen. Maar mochten we promoveren, dan weet je het nooit.”

Wil je meer informatie over de club Bavel? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda.

De winterstop in met Nigel Branderhorst trainer van SSC’55.

Vandaag blikt hoofdtrainer Nigel Branderhorst van SSC’55 vooruit naar de tweede seizoenshelft en kijkt hij terug op zijn eerste seizoenshelft als hoofdtrainer.

Kort geleden heeft de pas 30-jarige Branderhorst voor twee seizoenen bijgetekend bij de club uit Sprang-Capelle. SSC’55 gaat als de nummer vier de winterstop in. Ook al was het begin wat wisselvallig, lijkt de hoofdtrainer het nu aardig op de rit te hebben.

Branderhorst moet al voor langere tijd een paar spelers missen, waardoor het soms een lastige puzzel was tijdens de eerste seizoenshelft. “Hopelijk kunnen we na de winterstop weer de beschikken over een voltallige selectie. In het begin hadden we een moeizame start, met zes gespeelde wedstrijden wisten we maar zeven punten te behalen.”

SSC’55 sloot de laatste vier wedstrijden voor de winterstop uitstekend af, want er werden tien punten binnen gehaald. ‘’Ondanks de mindere resultaten zag ik wel progressie in de manier van voetballen en het drukzetten. Iedereen weet wat hij moet doen op elke positie. Dus ook al zijn er verschuivingen, de manier van spelen blijft hetzelfde. Dit hopen we door te trekken in de tweede seizoenshelft.’’

Nu maakt Branderhorst zich samen met zijn team op voor een korte pauze. ‘’Vanavond sluiten we het jaar af door met de hele selectie te gaan bowlen in Waalwijk.”

De officiële start van de voetbalbreak begint voor SSC’55 op zeven januari. “Twee dagen later op negen januari tot twaalf januari gaan we op trainingskamp. We verblijven in Spanje in het plaatsje Albir. Op locatie werken we twee trainingen af en één oefenwedstrijd tegen Herovina uit Herwijnen. Verder staan er ook andere activiteiten op de planning, zoals voetvolley, een pubquiz en we hebben een puzzeltocht.”

Bij terugkomst in Nederland staan er meteen een paar oefenwedstrijden gepland. “Na het trainingskamp spelen we tegen VV Altena, Sparta’30 en VV Kerkwijk. Om op één februari meteen de competitie te starten met een topper, uit tegen koploper ZBC’97 in Zwijndrecht. Doelstelling is dat we tijdens de tweede seizoenshelft zo lang mogelijk mee draaien in de top vier. Helaas zijn we wel afhankelijk van andere clubs om misschien mee te kunnen doen voor het kampioenschap. Wanneer dit er niet in zit hopen we een periodetitel te pakken om via de nacompetitie te kunnen promoveren naar de derde klasse.”

Meer informatie vindt u hier terug op de website van SSC’55.
Of lees hier het vorige artikel over SSC’55.

Vrederust handhaaft zich ook dit seizoen weer prima

HALSTEREN – Waar enkele seizoenen geleden v.v. Vrederust zich terugvond in de absolute kelder van het amateurvoetbal, daar handhaaft de vierdeklasser zich de laatste twee seizoenen uitstekend bovenin en was het zelfs al enkele keren op de drempel van de derde klasse.

Ook dit seizoen doet de jonge ploeg van trainer Eric van de Watering het wederom uitstekend. Al is dat overigens al geruime tijd zonder de aanwezigheid en inbreng van hemzelf vanwege een zwaar ongeval, dat ook de nodige impact had op het team volgens aanvallende middenvelder Siem van Keijzerswaard. “We zijn als team erg geschrokken toen we het nieuws te horen kregen. Op het moment geeft Stefan van den Boom, hiervoor de assistent-trainer van Eric, de trainingen en coacht hij de wedstrijden. We zijn als team erg blij dat hij het opgepakt heeft. We vinden dat hij het goed doet. Onze verzorger, Jan Broere is nu niet alleen de verzorger maar assisteert ook bij de trainingen en de wedstrijden. Onze trainer is al meerdere keren na het ongeluk bij de wedstrijden komen kijken. Hij is ook zeker op weg om weer terug te keren gelukkig.”

Tot die tijd nemen dus anderen de honneurs waar en presteren Van Keijzerswaard (20) en zijn ploeggenoten vrijwel wekelijks prima. “We willen weer in de top-drie eindigen en opnieuw de nacompetitie bereiken. De vorige keer was ik daar vanwege een buitenlandstage niet bij, dus is het nu een extra grote motivatie om er nu wel bij te zijn en die nacompetitie te bereiken.”

Van Keijzerswaard is bezig aan zijn tweede seizoen bij Vrederust sinds hij overkwam van SV Dosko. Ook was hij nog in het verleden een jaartje actief voor Lepelstraatse Boys. Nu is hij in het elftal van Vrederust als vormgever een belangrijke schakel met assists en doelpunten. Al ziet hij nog belangrijke verbeterpunten. “Ik heb het idee dat ik een constante speler ben in dit seizoen. Ik doe wat er van mij verwacht wordt en voer mijn taak op het veld uit, al moet ik nog wel beter leren om nog meer in positie te blijven spelen.”

Of Van Keijzerswaard dit seizoen het gehoopte ‘toetje’ in de vorm van nacompetitie zal mogen spelen, dat is zo halfweg de competitie lastig te beoordelen. “We zijn echter wel met elkaar goed op weg. Het zal niet heel gemakkelijk worden. Want deze competitie is wel wat beter als van die van vorig jaar. Maar we gaan er zeker alles aan doen. Ondanks dat we een kleine club zijn wordt Vrederust steeds meer gezien als een club die er bij hoort en waarmee men rekening houdt. Dat is natuurlijk alleen al prachtig dat we dat hebben bereikt.”

Meer informatie over Vrederust? Klik hier.
Klik hier voor nog een artikel over Vrederust.

Michael Smits: ‘Groen-Wit staat voor aanvallend voetbal’

Sinds dit seizoen staat Michael Smits aan het roer van de technische commissie van Groen-Wit. De betrokken voetbalvader geniet van het fraaie voetbal dat de selectie-elftallen wekelijks op de mat leggen op het Haags sportpark en hoopt nog meer structuur aan te brengen aan het technisch jeugdplan.

Michael Smits is iemand die zijn duidelijke visie over voetbal ook graag omzet in daden. Zelf speelde hij zeventien jaar met veel plezier bij Groen Wit en hierna was hij tien jaar lang bestuurslid van de club. Sinds zijn zoontjes Dylan en en Keano ook bij de vereniging spelen is hij actief als jeugdtrainer en vanaf dit seizoen is Smits ook hoofd van de technische commissie van Groen-Wit. Naar eigen zeggen is dat een fi jne taak. “Groen-Wit kent een rijke historie in het opleiden van talenten en die status is door de jaren heen niet veranderd. Onze selectieteams spelen op hoog niveau en zowel ons eerste als tweede bestaat uit echte Groen-Witters met veel kwaliteit. We verrichten samen veel goed werk. Overigens draait het niet alleen bij ons om selectieteams: alle elftallen zijn net zo belangrijk.”

WACHTLIJST
Als hoofd van de technische commissie houdt Smits zich bezig met de indeling van teams, de opleiding van trainers en het aanleren van spelsystemen. “Groen-Wit staat voor aanvallend voetbal en dat willen we zo houden. In ons technisch beleidsplan voor de komende jaren schrijven we dat onze hoogste jeugdteams allemaal in hetzelfde spelsysteem gaan spelen, zodat de overstap naar hogere elftallen niet heel groot is voor talentvolle spelers.”

Groen- Wit telt zo’n zeshonderd leden en kent een behoorlijke wachtlijst. “Elke week word ik wel benaderd door ouders die hun kinderen hier willen inschrijven. Helaas hebben we hier maar twee velden en qua bezetting van teams zitten we bomvol. Maar het is duidelijk dat Groen Wit populair is, een teken dat we op de goede weg zijn.”

Groen-Wit heeft een sterk multicultureel karakter en volgens Smits is dat de kracht van de club. “Op ons kleine sportpark gaan onze leden, die allemaal uit verschillende milieus komen heel goed met elkaar om. Iedereen is hier welkom, we vormen als Groen-Wit een mooi voorbeeld voor de maatschappij”, stelt Smits, wiens kinderen in de JO15-1 (Dylan) en JO11-1 (Keano) spelen.

SCOUTING
Tweemaal in de week traint Smits het team van Dylan, zaterdag kijkt hij de duels van zijn kinderen en andere teams van Groen-Wit en daarnaast besteedt hij veel aandacht aan de begeleiding van trainers, leiders en spelers. “Iedereen moet het goed naar zijn of haar zin hebben, dat is het belangrijkste. Als hoofd van de technische commissie focus ik me natuurlijk vooral op de selectieteams, maar dat betekent niet dat we de lagere elftallen over het hoofd zien. Via een intern scoutingssysteem houden we onze jeugdspelers goed in de gaten, zodat we de talentjes in de beste teams kunnen plaatsen. Momenteel bevat de selectie bijna alleen maar echte Groen-Witters en daar zijn we trots op.”

Wil je meer informatie over de club Groen-Wit? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda.

Tonie Snoeren voelt zich weer kind bij SAB

Na zes jaar niet te hebben gevoetbald, keerde Tonie Snoeren afgelopen zomer weer terug bij sv SAB. Hij wilde graag nog eens voetballen voor de ogen van zijn inmiddels 7-jarige zoontje Savi, maar werd de afgelopen maanden ook weer een gewaardeerde kracht op het middenveld van de Bredase vierdeklasser.

Jarenlang speelde Tonie Snoeren voor SAB. Hij groeide op bij die club en speelde er in het eerste. Tot hij in 2011 de kans kreeg eens te ruiken aan het hogere niveau, bij Unitas’30. Dat beviel hem echter niet. “Ik miste SAB al heel snel.” Hij vertrok na drie maanden uit Etten-Leur, om het seizoen in België af te maken. Daarna keerde hij weer terug op het sportpark Ruitersboslaan. “SAB was toen net met stevige cijfers gedegradeerd uit de derde klasse. We hebben vervolgens een heel zwaar jaar gehad, konden ons ternauwernood handhaven in de vierde klasse. Ik ben daarna helemaal gestopt.”

Savi
Niet per se omdat de middenvelder het niet meer naar zijn zin had, maar vooral door de geboorte van zijn zoontje Savi. Hij wilde graag meer tijd maken voor zijn kind. Zes jaar lang speelde Snoeren geen voetbalwedstrijd meer. In de eerste twee seizoenen ging hij nog weleens kijken bij SAB, de afgelopen vier jaar kwam hij nooit meer op het sportpark. Tot hij Joris van de Lande en Max Wigman tegenkwam. “Dat was afgelopen zomer. Ik was net 15 kilo afgevallen en gestopt met roken, voelde me dus echt fit. Zij zeiden: ‘Kom weer eens bij ons meedoen.’ Ik dacht: waarom niet. Daarnaast kon Savi mij zo nog eens zien voetballen. Ik ben weer gegaan en het voelde gelijk als thuiskomen.”

Snoeren merkte wel dat het weer even wennen was. “In de sportschool train je toch heel andere lichaamsdelen dan die je gebruikt op het voetbalveld. Ik had veel spierpijn in die eerste weken en merkte daarna dat ik toch nog niet zo fit was. We moesten in een van de eerste trainingen acht sprintjes van zestien naar zestien trekken. Ik dacht dat het wel lekker ging, maar toen ik naast me keek, bleek ik ergens achteraan te lopen.”

Liefde
Inmiddels groeit Snoeren weer naar zijn oude niveau toe. Hij merkte dat het kind in hem als 34-jarige wakker werd, toen hij het gras weer onder zijn voeten voelde. “Dat deed bij de eerste training toch meer met me dan ik had verwacht, dan merk je pas hoe diep de liefde voor het voetbal ziet.” Het eerste elftal is onherkenbaar geworden voor hem. “Ik speel nu met gasten die ik niet eens meer herkende, dat zijn echt mannen geworden.” Hij merkt dat de spelers bij SAB soms wat te lief zijn voor elkaar. “In mijn vorige periode ging het er regelmatig hard aan toe onderling en dat was dan na de wedstrijd klaar. Nu wordt er weinig gecoacht. Ik doe dat wel, maar moest mezelf eerst laten zien. Dat is wel gelukt en ik merk dat ze nu veel van me aannemen.”

Hij vindt dat SAB het beste voetbal van de vierde klasse C speelt, maar wel erg afhankelijk is van de doelpunten van Van de Lande. “We hebben echt moeite met wedstrijden tegen teams die met negen man op eigen helft staan.” Hij vindt dat SAB sowieso in de top drie moet eindigen en hoopt persoonlijk weer naar zijn oude niveau toe te groeien. Veel voetballers denken op hun 34ste wel langzamerhand aan een afscheid, maar Snoeren is pas net weer begonnen. “Als mijn lichaam het goed houdt, ga ik sowieso door.”

Wil je meer informatie over de club SAB? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda.

Erik van Rooij geniet van ambitie DIA

RKVV DIA heeft met Erik van Rooij (49) een ervaren én hoogopgeleide voetbaltrainer aan het roer staan. De Eindhovenaar verlengde zijn contract onlangs, aangezien hij het prima naar zijn zin heeft in Teteringen. Het niveau waarop Van Rooij werkt, is voor hem niet zo van belang. Als er maar een mooie uitdaging ligt.

Erik van Rooij voetbalde zelf in de jeugd van PSV en trainde verschillende jeugdteams van betaald voetbalclubs. Nu is hij bezig aan zijn eerste seizoen als hoofdtrainer van DIA. Hoe dat kan? “Het niveau zegt mij niet zo veel, heb van de vijfde tot en met de eerste klasse getraind. Ik vind het veel belangrijker wat een club uitstraalt, waar willen ze naartoe?

Ik ben een trainer die zich met de hele vereniging bezighoudt, begeleid ook trainers en kijk naar wedstrijden van bijvoorbeeld de JO12-1. Ook zie ik veel voetbal bij andere clubs, om te zien hoe ver wij staan ten opzichte van die verenigingen.”

DERTIG UUR
Het is wel duidelijk dat de 49-jarige trainer van de Teteringse vierdeklasser een voetbaldier is. “Het is mijn passie, ik steek twintig tot dertig uur in dit vak.” Hij stopte ook al vroeg als voetballer. Na PSV keerde hij terug naar de amateurs, om zich vanaf zijn 23ste volledig op het trainersvak te richten. “Ik doe liever één ding goed, dan twee half.” Inmiddels is hij al 35 jaar werkzaam als trainer. DIA deed eerder al een poging bij de Eindhovenaar, maar die had toen net bij MVC’19 getekend en moest het aanbod uit Teteringen dus afslaan. “Ik volg het voetbal heel breed en kende DIA daarom. Wat ik van de club wist, beviel me wel.” Toen hij vorige zomer na twee seizoenen bij MVC’19 vertrok en DIA ook zonder trainer kwam te zitten, was de optelsom snel gemaakt. “Binnen een paar dagen waren we rond.”

INVESTERING
Zo maakt de trainer nu regelmatig de reis van Eindhoven naar Teteringen. “DIA is bereid te investeren, wil naar een hoger niveau. Die instelling heb ik nodig. Ik ben in 35 jaar tijd zeventien keer gepromoveerd, maar dat lukt je nooit in je eentje. We willen met DIA ook graag promoveren, maar dat hoeft nog niet per se dit of volgend seizoen.” Het gaat namelijk om het proces, zo vertelt De Rooij. “De belastbaarheid van mijn spelers moet omhoog en ze moeten wennen aan mijn manier van trainen en spelen. Een promotie is mooi meegenomen, maar het gaat om de lange termijn.”

Van Rooij heeft niet voor niets zijn contract met een seizoen verlengd: hij heeft het naar zijn zin bij DIA. “Het is prettig werken met de spelers, trainers en technische commissie in Teteringen. Zij willen veel tijd en energie in de club steken en ik ook. Hopelijk betaalt zich dat in de toekomst uit.”

Wil je meer informatie over de club DIA? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda.

Marco Klippel helpt Stavenisse daar waar nodig is

STAVENISSE – Een stapje terug doen, dat was wat Marco Klippel (36) besloot eind vorig seizoen. Voetballen in het tweede elftal met leeftijdsgenoten. Na enkele wedstrijden dit seizoen moest hij toch noodgedwongen weer bij het eerste aan de bak.

“Ik vond het na twintig jaar wel welletjes en wilde gewoon minder verplichtingen, lekker onbevangen voetballen met leeftijdsgenoten. Maar doordat we niet overlopen van de beschikbare spelers en door omstandigheden er enkele wegvielen ben ik inderdaad teruggevraagd. Nu met het tweede is het al vijf keer afgelast en als het in het belang is van de club, dan doe ik dat natuurlijk. Ik help daar waar dat nodig is.”

En dat bleek dus toch in het eerste elftal van de zaterdag vierdeklasser. Daar kent de Thoolse club een lastig seizoen, waar de resultaten vooralsnog niet overlopen. Daar ziet Marco Klippel, die vooral als verdediger speelt, wel een duidelijke oorzaak voor. “We moeten meer als team voetballen en vooral scherper aan wedstrijden beginnen. We hebben al te vaak teveel doelpunten tegen gekregen in het begin en dan loop je direct achter de feiten aan.”

Hoewel er al meermaals werd verloren, ook tegen concurrenten als hekkensluiter Wolphaartsdijk, ziet de Klippel zeker nog mogelijkheden voor zijn club. “Wanneer we er met heel de ploeg honderd procent voor gaan, dan kunnen we zeker onze tegenstanders verslaan. Maar daar heeft het nog te vaak aan ontbroken. Want ik ben van mening dat we, zoals we al regelmatig hebben gedaan, in het linkerrijtje kunnen eindigen.”

In het tweede elftal scoorde hij als linkshalf al en hoopt daar nog wat wedstrijden mee te pikken. Dat betekent dat de afwezige spelers bij de hoofdmacht zijn teruggekeerd. “Tot die tijd zal ik de club helpen waar men dat nodig acht. De doelen die ik voor mezelf heb zijn simpel. Zo goed mogelijk presteren bij het eerste en een keertje kampioen worden of meedoen om de titel met het tweede. Maar het belangrijkste is, dat ik zo lang mogelijk wil blijven voetballen, al merk ik wel dat het herstel nu wel af en toe wat langer duurt…”

Meer informatie over Stavenisse? Klik hier.
Klik hier voor nog een artikel van bergen op zoom.

Arno Gabriëls neemt afscheid van Beek Vooruit

Het einde van een tijdperk in Prinsenbeek is in zicht: Arno Gabriëls neemt na zes seizoenen afscheid van Beek Vooruit. De 52-jarige oefenmeester is bezig aan zijn laatste jaar als trainer van de oranje-zwarten, die hij liet evolueren tot een middenmoter in de tweede klasse.

In zijn eerste seizoen al een periodetitel, een jaar later het kampioenschap: de start van Arno Gabriëls als hoofdtrainer van Beek Vooruit was geweldig. Na zes seizoenen stopt hij er komend jaar mee, het is zowel goed voor club als trainer om verder te kijken. “Voor mij is de mening van de spelersgroep altijd het allerbelangrijkste geweest: als zij niet meer achter me stonden, was ik allang weggeweest. Ik vond het na zes seizoenen zelf wel genoeg en ook de club vond dit het juiste moment om verder te kijken.” Gabriëls begrijpt zelf ook wel dat het bijzonder is in het amateurvoetbal, een trainer die zes jaar op dezelfde post zit. “Dat is een aparte gewaarwording, misschien wel een zeldzaamheid.” Inmiddels is Gabriëls zelfs in Prinsenbeek gaan wonen, de club en het dorp hebben een plekje in zijn hart veroverd. “Ik had eerder al een seizoen in het zaterdagteam van Beek Vooruit gevoetbald met wat vrienden, maar moest daarmee stoppen toen ik trainer van Klundert werd. Ik ben weer begonnen toen ik hier trainer werd. De club heeft een speciaal plekje gekregen.”

KAMPIOENSCHAP
De hoofdtrainer mag trots zijn op de ontwikkeling die Beek Vooruit onder zijn leiding heeft doorgemaakt. “Toen ik instapte, waren we net gepromoveerd naar de derde klasse. Joost en Loek Schalk kwamen erbij, later ook Jorn Sweres en Menno Baremans. Dat zijn mooie kwaliteitsinjecties geweest, die er mede voor hebben gezorgd dat wij naar dit niveau zijn gegroeid.” Het kampioenschap in zijn tweede seizoen noemt hij het hoogtepunt. “Vooral door de manier waarop: we stonden twee wedstrijden voor het einde nog op een achterstand van drie punten.” Hij verklaart de groei van het team ook door de onderlinge sfeer. “De spelers kennen elkaars kwaliteiten, weten waar de krachten van de ander liggen en gaan voor elkaar door het vuur. Ik heb daar zelf de juiste beleving en spelopvatting aan toe proberen te voegen, de manier waarop je een wedstrijd in gaat. Of je nu tegen een ploeg speelt die veel hoger aangeschreven staat of niet, je moet altijd uitgaan van je eigen kracht. Dan kun je de favoriet verslaan en heel ver komen.”

De trainer gaat zijn spelers stuk voor stuk missen, net als de organisatie rondom de selectie. “Alles was zo goed geregeld, waardoor ik me alleen maar op het voetbal hoefde te concentreren.” Hij heeft een warme band met iedere speler. “Ik sta tussen ze in als het kan, drink een biertje met ze als we gewonnen hebben, maar weet ook wanneer ik de harde beslissingen moet nemen. Daar heb ik een goede balans in kunnen vinden. Het is vooral heel belangrijk dat je open en eerlijk communiceert.”

TOEKOMST
Wat hij volgend seizoen gaat doen, weet Gabriëls op het moment van schrijven nog niet. “Ik ben het liefst hoofdtrainer van een eerste elftal. Het niveau is voor mij dan nog niet eens zo heel belangrijk, als er maar een prestatiedrang is.”

Beek Vooruit maakte een moeilijke eerste seizoenshelft door, Gabriëls houdt echter vertrouwen in een goede afl oop. “Het allerbelangrijkste is nu dat we niet degraderen, ik weet zeker dat ons dat gaat lukken als we alles uit de kast halen. We hebben kwaliteiten genoeg, maar het zit niet mee. Een bal op de buitenkant van de paal of eentje die via de paal in het doel rolt: dat kan net de overwinning opleveren.

We moeten eens een paar wedstrijden op rij winnen, dan krijgen we ook weer het vertrouwen terug. Alles ligt in deze competitie dichtbij elkaar.” Het is Beek Vooruit en Gabriëls gegund: een mooi einde van een sprookjeshuwelijk.

Foto: Nathalie Pompe

Wil je meer informatie over de club Beek Vooruit? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda.

Wagenmakers voelt zich sterk verbonden met Be Ready

Alfred Wagenmakers (48) is bezig aan zijn negende seizoen als elftalleider van Be Ready. Als hij niet op pad is met het eerste, kijkt hij graag naar zijn drie voetballende zoons. De clubman staat ook altijd klaar om te klussen bij de club uit Hank.

Be Ready beleefde vorig jaar een seizoen om nooit te vergeten. Na een krankzinnig competitieslot kroonde de club uit Hank zich tot kampioen van de vierde klasse C. In een duel met rechtstreekse concurrent RFC in de laatste competitiewedstrijd maakte RFC de achterstand van drie punten ongedaan.

Maar omdat Be Ready slechts met 1-0 verloor, promoveerden de zwart-gelen voor het eerst in veertig jaar naar de derde klasse. “Het kampioensfeest was geweldig, de ontlading was enorm”, zo blikt Alfred Wagenmakers terug op vorig seizoen. “We hebben heel lang in de vijfde klasse gespeeld en in de vierde klasse waren we lang een middenmoter. Deze opmars is de bekroning voor de professionalisering van Be Ready.”

NEGEN JAAR
Wagenmakers kan het weten. Hij loopt al veertig jaar rond bij de club uit Hank. Na een carrière als verdediger bij de vereniging, die hij eindigde bij het vijfde, werd hij bij dat team elftalleider. Dat smaakte naar meer. Later werd hij gevraagd om die rol te bekleden bij het eerste. Dat doet hij nu al negen jaar. “Dinsdag- en donderdagavond ben ik op de club en op zondag ben ik op pad met de groep. Ik geniet van het contact met al die jonge gasten en vind het leuk om de zaken goed te regelen voor de selectie. Qua kleding en ander materiaal mogen ze niets tekortkomen en bovendien ben ik de verbindende schakel tussen de groep en de hoofdtrainer.”

DRIE ZOONS
De zaterdag van Wagenmakers stond voorheen ook altijd in het teken van Be Ready. Maar nu zijn zoons Rick (21 jaar), Roy en Marc (beiden 18) inmiddels alle drie bij de senioren spelen, is de voetbalvader minder vaak op de eerste dag van het weekend bij de club. “Het is fijn dat we nu allemaal op zondag actief zijn”, zegt hij. “Rick en Marc spelen nu in het tweede en Roy in het vierde. Ze zijn nog jong en hebben potentie. Wie weet schoppen ze het snel tot basisspeler in het eerste, dat zou leuk zijn. Maar die plek moeten ze zelf afdwingen, ik kan daarin niks voor ze betekenen”, zegt hij grinnikend.

Wagenmakers is kraanmachinist van beroep en bijzonder handig. Bij Be Ready zijn ze dan ook erg blij dat ze altijd een beroep kunnen doen op de clubman, die klaarstaat als er iets moet gebeuren. “Momenteel zijn we druk bezig met de bouw van een nieuwe kleedkamers en een tribune naast het hoofdveld. Dankzij de inzet van veel vrijwilligers gaat het de goede kant op. Na de winterstop zit het werk erop.” Volgens Wagenmakers komt dat goed uit. “Vanaf die plek kunnen onze fans aanschouwen hoe we ons probleemloos handhaven in de derde klasse. We hebben een goede groep, dus ik heb er vertrouwen in.”

Wil je meer informatie over de club Be Ready? Klik hier.
Lees hier de krant van Altena

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.