Home Blog Pagina 1093

In gesprek met Sjef Leenearts van RSV

Sjef Leenearts (38) – rechts boven – is leider van het team van zijn twee dochters bij RSV in Rucphen. Hij heeft de MO11-2 onder zijn hoede, maar doet dat niet alleen. Sjef zijn zoon speelt ook bij RSV, dit doet hij in de JO7.

Zelf heeft Sjef altijd gevoetbald bij Alliance in Roosendaal. “Ik had hier tot mijn achttiende ongeveer gevoetbald, maar toen ik moest doorschuiven naar de senioren brak ik helaas mijn enkel. Het was dat ik toen ook voor mijn eigen begon en daarnaast ook niet heel erg veel tijd had om daarnaast nog eens te voetballen.” Hij is zo zelf een interieur bouwbedrijf begonnen. “Ik verzorg voornamelijk keukens, kasten en tafels. Dit doe ik bij particuliere tot aan horecabedrijven en voetbalkantines.”

Sjef zijn oudste dochter begon vorig jaar met voetballen. “Ik stond toen al een beetje aan de zijlijn te coachen, daar is het dus een beetje begonnen. Het team schoof door en een vriend van mij was trainer van dat elftal. Hij besloot om te stoppen met zijn taak, waardoor ik het stokje over ben gaan nemen. We doen dit nu met z’n drieën. Er zit ook nog een vrouw bij wat voor die meiden handig is voor in de kleedkamer.”

Het is volgens Sjef leuk om zo bezig te zijn. “Het is leuk dat ik via deze manier toch weer betrokken ben geraakt bij het voetbal en dat maakt het alleen maar extra leuk dat je eigen dochters daar staan. Ik ben er dan ook zeer trots op.”

Onderling hebben de kinderen het ook hartstikke leuk. “Buiten het voetbal doen we ook hier en daar wat activiteiten. Je merkt ook aan de meiden dat ze dat hartstikke leuk vinden. Dat doet ons als ouders zijnde ook goed.”

Het is soms even puzzelen, maar als het kan verdeelt Sjef de tijd over zijn kinderen. “Mijn zoontje voetbalt natuurlijk ook. Vaak is het zo dat mijn vrouw mee op pad is met mijn zoontje en ik met de meiden. Als we allebei thuis moeten voetballen komen mijn kinderen dan ook bij elkaar kijken. We gaan dan eerder naar de club of we blijven iets langer.”

Naast het leiden van het team tennist Sjef in zijn vrije tijd. “Ik stond op het punt om in een kelderklasse team aan te sluiten, waar mijn vrouw mij voor was. Ze vroeg of ik mee wilde tennissen, wat mij ook erg leuk leek. Bovendien kunnen we dat ook samendoen, dat vond ik eigenlijk ook wel belangrijk.”

Een paar weken voor de winterstop was het moment dat de kinderen niet zo snel meer zullen vergeten. Het was de eerste wedstrijd die ze wonnen. Vaak verloren ze en soms met dubbele cijfers. Maar het zijn kinderen en het gaat erom dat ze plezier in het spelletje hebben. De kinderen waren zo blij, dat doet mij als leider ook goed.”

Er zit volgens Sjef dan ook wel echt een stijgende lijn in. “Steeds merk je dat ze meer en meer willen winnen, zo verliezen ze steeds maar met één doelpunt verschil. De stijgende lijn is wel degelijk zichtbaar in mijn ogen. Het niveau is dan ook snel omhooggegaan.”

Meer informatie over RSV ? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over RSV.

Le Feber en Van de Velde voelen zich thuis bij UVV’40

Jarenlang pendelden Dennis le Feber (26) en Nick van de Velde (23) drie keer in de week op en neer tussen hun woonplaats Breda en hun Zeeuwse cluppie FC Axel. Daar hadden ze genoeg van en dus ging het Zeeuwse duo op zoek naar een team in de buurt. Na een rondgang langs de velden kwamen ze uit bij UVV’40. Daar hebben de twee het prima naar hun zin.

Zoals zoveel Zeeuwen zijn Dennis le Feber en Nick van de Velde een aantal jaren geleden neergestreken in Breda. De uitspraak ‘uit het oog, uit het hart’ had geen betrekking op het tweetal, want de voetballers reisden trouw driemaal in de week naar Zeeuws-Vlaanderen. Daar speelden ze in het eerste team van FC Axel, dat al jarenlang uitkomt in de tweede klasse zaterdag. “Het is de club uit ons dorp en we konden de vereniging en het team moeilijk loslaten”, zegt Van de Velde. “Onze jeugdvrienden spelen er en je kent er sowieso iedereen. Maar we werden het reizen steeds meer beu. Een retourtje Breda-Axel kost je namelijk ruim twee uur. Bovendien werden de prestaties van FC Axel ook steeds minder. Afgelopen zomer was er ook eens een leegloop in het team en toen hebben we besloten om te vertrekken. We wilden in de buurt van Breda gaan voetballen.”

DERDE ZEEUW
Het was Marthijn van Ham die iemand kende bij UVV’40. Van Ham was de derde Zeeuwse ‘Bredanaar’ die net als Le Feber en Van de Velde besloot te vertrekken bij FC Axel. Hij regelde een proeftraining voor hem en zijn maatjes bij de club uit Ulvenhout. Het trio kreeg groen licht om aan te sluiten bij de selectie van de derdeklasser, maar voor aanvaller Van Ham was die pret maar van korte duur. Hij scheurde in de voorbereiding zijn kruisband af en stond dus direct buitenspel.

FYSIEK VOETBAL
Gelukkig gaat het aanvaller Le Feber en verdediger Van de Velde beter af in het team van Johan Gabriëls, al moesten ze wel wennen. “Het voetbal is veel fysieker dan in Zeeland. Elke ploeg gooit vol de beuk erin, maar dat ligt mij wel”, zegt Le Feber, die door werkverplichtingen en blessures in de eerste seizoenshelft niet elke wedstrijd speelde. Van de Velde stond vaker in de basis. “De overstap vond ik best spannend. Het is toch afwachten of je past in het team en bij de club”, zegt de verdediger. “Maar de nervositeit was al snel voorbij. Voetballend doen Dennis en ik niet onder voor de rest en de sfeer op de club vinden wij allebei uitstekend. We zijn goed opgevangen.” UVV’40 eindige vorig jaar als zevende. Dit seizoen bivakkeerde het team Gabriëls in de eerste seizoenshelft in de degradatiezone, tot frustratie van Le Feber. “We voetballen goed, maar we scoren helaas erg weinig. Ik als aanvaller hoop daar snel verandering in te brengen.” Zijn maatje Van de Velde stelt dat het spoedig beter zal gaan met UVV’40. “Na de winterstop gaan we klimmen op de ranglijst, daar ben ik van overtuigd.”

Wil je meer informatie over de club UVV’40? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda.

Opleiding Curio Sport en Bewegen groeit en ontwikkelt

Een gerenoveerd schoolgebouw, goedgevulde leerjaren en een Talentencentrum dat naast de deur wordt gebouwd: het gaat goed met de mbo-opleiding sport en bewegen van onderwijsinstelling Curio. Het team heeft een volwaardige opleiding op poten gezet.

De in Breda gevestigde opleiding Curio sport en bewegen, het voormalige Vitalis college Sport & Bewegen, biedt de volledige niveau 2, 3 en 4 opleiding aan. Het kent daarin acht verschillende afstudeerprofielen, maar ook verschillende keuzedelen: keuzedelen waarmee studenten zich kunnen verdiepen in hun afstudeerprofiel, denk hierbij aan conditie- en hersteltrainer voor het profi el trainer/coach verenigingssporten, maar ook keuzedelen waarin ze zich verbreden.

Dat zijn bijvoorbeeld sneeuwsporten, persluchtduiken en voetbal. In het keuzedeel voetbal volgen de studenten de KNVB-cursus Pupillen- en Juniorentrainer.

De mbo-school vindt het belangrijk om een goede aansluiting te houden met het werkveld. Daarom worden ieder jaar gastsprekers uitgenodigd en bedrijven en sportverenigingen bezocht. Zo was een delegatie van de opleiding onlangs nog op de KNVB Campus in Zeist.

De studenten krijgen in het schooljaar de ruimte voor stages. De docenten gaan vier keer per jaar op bezoek bij de stageplaatsen, om zo goed contact te onderhouden met het werkveld en om een vinger aan de pols te houden bij de ontwikkeling van de student. Er is een goede samenwerking met het Sportleerbedrijf Breda. Zij “matchen” de studenten aan passende stageplaatsen. Aangezien dat Sportleerbedrijf in het schoolgebouw zit, kunnen de studenten er zo binnenlopen.

Over dat gebouw gesproken: het is compleet gerenoveerd, met spiksplinternieuwe sportruimtes en sportafbeeldingen op de muren. Het gebouw ademt sport. Als het Talentencentrum, dat naast de deur aan de Terheijdenseweg wordt gebouwd, af is, gaat de opleiding daar ook intensief gebruik van maken. De student zal uiteindelijk afstuderen als sportprofessional en gaan bijdragen aan een meer vitale samenleving. “We willen directe invloed hebben op de bewegingsactiviteiten van jong tot oud, op alle niveaus”, vertelt teamvoorzitter Mark Bruurs.

Wil je meer informatie over Curio Sport en Bewegen? Klik hier.
Lees hier de krant van Breda

 

Hoofdtrainer Rijppaert blijft Bavel volgend seizoen trouw

Ook in het seizoen 2020-2021 zal hoofdtrainer Coen Rijppaert de scepter zwaaien bij v.v. Bavel. Het contract van de oefenmeester wordt met één jaar verlengd. De club én trainer zijn zeer tevreden over de samenwerking, vandaar dat is overgegaan tot verlenging van het contract.

Hoofdtainer Rijppaert is in zijn nopjes met feit dat hij langer aan de dorpsclub verbonden blijft. “Ik heb het hier echt naar mijn zin. Het is een bloeiende vereniging. De samenwerking ervaar ik als prettig en ik denk dat ik bovendien een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de club.”

V.V. Bavel staat momenteel eerste in de derde klasse B. De ‘winterkampioen’ heeft twee punten voorsprong op runner-up Gilze. Op 19 januari hervat het vlaggenschip het seizoen met een uitwedstrijd voor de beker tegen Real Lunet uit Vught. Een week later komt RCD op bezoek in Bavel. Bij een overwinning op de club uit Dordrecht is de koploper zeker van het behalen van de eerste periode.

Meer informatie over V.V. Bavel? Klik hier.
Klik hier voor nog een artikel over V.V. Bavel.

Rijnsburgse Boys krijgt seniorenhome en ABBA-avond

Rijnsburgse Boys gaat dit jaar zijn jeugdhonk vertimmeren. De ruimte krijgt een nieuwe bestemming: oudere supporters kunnen er na de wedstrijd van het eerste elftal straks rustig napraten.

De tekeningen heeft hij al gemaakt. Karly van Duivenvoorde, die in het bestuur van de Uien alles wat met de kantine heeft te maken onder zijn hoede heeft, is al druk bezig met in de inrichting. “Er komt een bar in”, zegt hij. “En tafels. We gaan het leuk aankleden. De ruimte is nu koud en kil.”

Het ‘hok’, van nog geen vijftig vierkante meter, was ooit bedoeld om de jeugd vertier te bieden. De jeugd was overal bij Rijnsburgse Boys te vinden – kantine, buiten – maar echter niet in het jeugdhonk. “Het lag eigenlijk niets te doen. Toen oudere supporters bij de ledenvergadering met het idee kwamen, hadden we gelijk zoiets van ‘dat is wel goed’. Ze hadden ook wel gelijk. Na de wedstrijd van het eerste gaat de muziek elke keer een standje hoger en nog een standje hoger. Het is reuze gezellig, zeker als we gewonnen hebben, maar de oudere garde klaagde dat zij zich niet meer verstaanbaar kon maken. Daar zat iets in. Vandaar dat we meteen met het idee aan de slag zijn gegaan.”

Volgens Van Duivenvoorde telt de supportersschare de nodige fans van boven de zestig jaar. “Een groep van vijftig, zestig man blijft altijd wel hangen.”

Voor de financiering klopte de club aan bij het wensenfonds van de Rabobank. “De leden daarvan vonden het een mooi plan. We hebben het maximale bedrag gekregen.” Met die vijfduizend euro kan de ruimte – Van Duivenvoorde schat zes bij zeveneneenhalve meter – opnieuw inrichten. “We halen het net wel of net niet binnen dat budget, maar anders zullen we als club iets moeten bijpassen.” Er komt een geluiddempend gordijn tussen kantine en seniorenhome. Van Duivenvoorde: “Er zal nog steeds muziek doorklinken, maar op de achtergrond.”

Op 15 februari staat alles bij Rijnsburgse Boys in het teken van muziek. Die avond wordt ‘Rijnsburgse Boys zingt ABBA’ gehouden. “Het is de opvolger van ‘Rijnsburgse Boys zingt Hazes’, dat we vorig jaar hebben georganiseerd”, vertelt Van Duivenvoorde. “Dat was een geweldig succes. Achttien leden van de club hebben nummers gezongen van André Hazes. Het dak ging eraf.”

Nu is het dus de beurt aan meezingers van ABBA. “We hebben negen optredens”, verklapt Van Duivenvoorde. “Sommige leden playbacken, sommige zingen zelfs live. Het wordt een happening met kostuums enzo.” Van Duivenvoorde heeft zelfs vier spelers van de hoofdmacht zo ver gekregen om in de huid van de Zweedse popgroep te kruipen. “Wie? Dat is een verrassing.”

Dat de club warm loopt voor de avond blijkt uit de kaartverkoop. “Alle kaarten zijn uitverkocht.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Gastheren strak in pak zijn visitekaartje van Rijnsburgse Boys

“Ook dit hoort erbij”, zegt Chris Hogewoning, terwijl hij er het woordje ‘helaas’ aan toevoegt. Tijdens een pupillenwedstrijd op sportpark Middelmors wordt een supporter onwel. De hulp van de ambulancedienst is nodig.

Na het bellen van het noodnummer wordt in no-time de weg naar het voorterrein vrijgemaakt. Een paar minuten later al bereikt de ambulance het sportpark.

Hogewoning en zijn team lopen strak in pak. Clubcolbert en overhemd behoren tot de standaarduitrusting. Dat was een voorwaarde van Hogewoning toen hij voorstelde om de ontvangst van Rijnsburgse Boys op te waarderen. “Ik vind wel dat iedereen er netjes bij moet lopen. Je bent het visitekaartje van de club.” Hogewoning behoort tot de harde kern van vrijwilligers. Zwart en geel zijn zijn favoriete kleuren. Hij bekleedde bij de Uien tal van vrijwilligersfuncties. Hij was zelfs leider van het eerste elftal. “Ook toen mijn zoon erin speelde.”

Als hij buiten een rondje loopt langs de velden, moet hij gniffelen. “Eigenlijk kan dat niet, elftalleider zijn bij het team waar je zoon ook speelt. Natuurlijk behandel je hem anders. Het is en blijft je zoon.”

De opa van een stuk of wat kleinkinderen (‘het is een baan erbij’) leidt bij Rijnsburgse het team van gastheren. Met elf zijn ze. “Vroeger zat hier iemand van het secretariaat en dat was het. Dat vond ik een beetje schamel, zeker voor een club met de uitstraling van Rijnsburgse Boys.” Hij zag bij de buren van Katwijk en Quick Boys hoe het wel kon. “Daar ontvingen ze gasten heel netjes. Ik heb een plannetje gemaakt en met dat voorstel ben ik naar het bestuur gelopen. Dat gaf groen licht: voer maar uit.”

“Ik heb mensen benaderd van wie ik wist dat ze een echt Rijnsburgse Boys-hart hebben. Geen mail of sms, maar gewoon een persoonlijke gesprek. Mijn ervaring is dat mensen eerder ja dan nee zeggen.”

“We werken met toerbeurten. We hebben ’s ochtends twee man lopen en ’s middags ook. Ik ben er meestal de hele dag. Vanmorgen was er al om half acht. Aangezien het eerste vanmiddag thuis speelt en ik ook in de businessclub rond loop, verwacht ik niet voor half zeven thuis te zijn.”

“Ik maak altijd een schema. In de app kunnen mensen aangeven wanneer ze wel of niet kunnen.” De gastheren vormen samen het ontvangstcomité van tegenstanders en scheidsrechters. “We bieden een koppie koffie aan en maken een praatje. Het voelt toch anders dan dat je een sleutel van de kleedkamerdeur in de handen krijgt gedrukt en gevraagd wordt voor een borg.”

Als het nodig is, helpen de gastheren met de afhandeling van de wedstrijden. Hogewoning: “Tegenwoordig is alles digitaal. Een kind kan de was doen, maar we controleren altijd wel of de scheidsrechter de wedstrijd heeft weggestuurd.” Met elkaar hebben ze het altijd gezellig. “Een beetje dollen hoort daar natuurlijk ook bij. En mopperen doen we soms ook hoor.”

“We kijken ook regelmatig in de keuken van andere clubs. Onlangs waren we bij Spakenburg om te zien hoe zij dat doen.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Groot deel selectiespelers verlengen voor seizoen 2020/2021 bij VV Nieuwenhoorn

0

In de reeds gevoerde gesprekken spreken de meeste spelers hun vertrouwen in de club uit, genieten ze van de resultaten en de sfeer onderling bij VV Nieuwenhoorn.

Dit betekent concreet dat ook het volgende seizoen Jeffrey Burger, Tom Sleeuwenhoek, Gregory Paula, Merijn Wolters, Danique Wolters, Dimitri Gomes Almeida en Christiaan Dabaghian weer de zwart witte kleuren van Nieuwenhoorn gaan verdedigen.

Nog niet alle gesprekken zijn afgerond, maar op korte termijn zal Nieuwenhoorn melden welke huidige selectiespelers nog meer zullen blijven en welke spelers elders hun geluk gaan beproeven.

Meer informatie over VV Nieuwenhoorn vindt u hier.
Of lees hier het vorige artikel over VV Nieuwenhoorn.

Elenbaas heeft er al meer dan 250 wedstrijden opzitten bij ODIO

OSSENDRECHT – Hij debuteerde op zijn zeventiende en is sindsdien al twaalf seizoenen lang aanvalsleider bij v.v. ODIO uit Ossendrecht. Onlangs bereikte Mitchell Elenbaas opnieuw een mijlpaal met zijn 250e officiële duel voor de zondagvierdeklasser.

En zoals het een goed aanvaller betaamt, volgde direct natuurlijk ook het volgende getal: 174. “In die tweehonderdvijftig duels heb ik tot nu toe honderdvierenzeventig goals gemaakt. Want ja, ik ben wel een spits van de cijfer inderdaad. Dus dat heb ik allemaal keurig bijgehouden.”

Elenbaas is inmiddels negenentwintig, maar het scoren dus nog zeker niet verleerd. Voor de ploeg uit Ossendrecht is hij voorin een aanspeelpunt en tegelijk ook afmaker. “Dankzij mijn fysiek fungeer ik binnen onze speelwijze als aanspeelpunt, ga vol de kopduels aan en pik voor de goal mijn doelpuntjes mee. Alleen ben ik niet meer zo snel dan ik vroeger was. Toch belemmert het me niet om belangrijk te zijn voor het team en dat is het belangrijkste.”

En belangrijk is hij de afgelopen seizoen, en ook dit seizoen zeer zeker al geweest. Al is hij over zijn bijdrage qua doelpunten nog niet tevreden. “Als spits zijnde wil je vooral goals maken.”

Met drie doelpunten dit jaar kan ik daar onmogelijk tevreden over zijn. Hoewel mijn rol anders is in het elftal en ik dit jaar vooral ballen afgeef op mijn broertje, die op de vleugel speelt. Toch had ik graag zelf nog meer goals gemaakt.”

Hij hoopt dit seizoen misschien een gooi te doen naar een promotie met zijn ploeg, maar dan moeten ze nog wel constanter worden qua prestaties en de kansen die men krijgt verzilveren. Daarnaast heeft het te maken met fl inke concurrentie voor de bovenste plekken. “We schoten tegen Vivoo uit de startblokken met een 10-1 overwinning. De wedstrijd tegen Wernhout verloren we terecht en tegen METO krijgen we een domme rode kaart na twintig minuten. Ik denk dat je die wedstrijd anders ook gewoon wint.”

Maar ook tegen Nieuw Borgvliet ging ODIO met 0-5 kansloos ten onder. De bovenste zeven teams ontlopen elkaar weinig. En dankzij de goede start is men al verzekerd van een extraatje. “ODIO is een echte vierdeklasser. Van de twaalf seizoenen dat ik in het eerste speel, zijn er tien in vierde klasse. Dat is ons niveau en hier voelen we ons thuis met de vele derby’s.

”We willen graag bij de top-vier eindigen. Een periode hebben we inmiddels al dus spelen we al nacompetitie. Aan een titel denken we nu helemaal niet. Nog eens een nieuwe titel behalen, zou mijn carrière wel afmaken. Ik ben ooit kampioen geworden in vijfde klasse, dat was fantastisch. Als we in de vierde klasse dat kunststukje nog eens kunnen herhalen, dan ben ik tevreden.”

Wil je meer informatie over de club ODIO? Klik hier.
Lees hier de krant van Bergen op Zoom.

Michel van Noort nieuwe hoofdtrainer FC Binnenmaas

0

Deze week start Michel van Noort als trainer van het eerste elftal om de tweede seizoenshelft bij de club af te maken.

In het verleden heeft hij als hoofdtrainer gewerkt bij Dilettant, Spirit en DCV. Het bestuur van de club moest i.v.m. de in december opgezegde samenwerking met de vorige trainer snel schakelen. Spelers, staf en bestuur laten weten zeer content te zijn met deze oplossing. Van Noort staat deze week al op het veld voor de groep en sluit ook voor een deel aan bij het dit weekend geplande trainingskamp van de selectie.

Meer informatie over FC Binnenmaas vindt u hier.
Of lees hier een ander artikel over FC Binnenmaas.

Schipperijn voelt zich op zijn plek bij WVV’67

WOENSDRECHT – Hij verhuisde ooit vanuit Vlissingen naar Woensdrecht omdat Roland Schipperijn ging werken op de vliegbasis. Nadat zoon Robin lid werd bij de plaatselijke voetbalclub kon het niet anders dan dat hij als voetballiefhebber bij WVV’67 betrokken zou raken.

En dat betrokken raken is nog zachtjes uitgedrukt. Inmiddels is Schipperijn niet meer weg te denken bij de zondagvierdeklasser en voelt hij er zich enorm op zijn plek. “Ik ben ooit meegegaan toen Robin in de jeugd begon. Daar zag ik de inmiddels overleden Frank Wezenbeek in zijn eentje de jeugdspelers trainen en begeleiden. Ik bood aan om hem te helpen en sindsdien ben ik niet meer weggegaan bij de club, waarbij naast de taken bij het eerste ook nog wekelijks zelf voetbal in het derde elftal.”

Vanaf dat moment was Roland meer dan regelmatig op Sportpark De Fortuin te vinden. Hij ging vanaf de jeugd steeds mee met de elftallen waarin zoon Robin speelde en dan was het ook logisch dat hij bij het eerste elftal betrokken raakte. Daar is momenteel zijn zoon al enkele jaren aanvoerder en vervult Schipperijn senior de rol van verzorger, begeleider en assistent.

“De eerste prioriteit is die van verzorger en leider, maar als de keeperstrainer er niet is dan help ik Gerard Lazarom tijdens trainingsavonden. Dat is gewoon ook leuk om te doen. Ik bemoei me overigens ook totaal niet met opstellingen of andere zaken ten aanzien van mijn zoon. Natuurlijk ben ik trots als ik hem zie spelen en hem als aanvoerder over het veld zie lopen. Dat is logisch toch ook als voetbalvader denk ik. Hij is een belangrijke speler binnen het elftal en ik geniet op een stille, bescheiden manier van zijn prestaties. Maar ook van de prestaties van de rest van het team overigens hoor.”

Al presteert het elftal in de vierde klasse B niet zoals men wellicht vooraf had gehoopt. De wisselvalligheid van de jonge spelersgroep is daar volgens Schipperijn debet aan. “Bepalende spelers zijn door langdurige blessures afwezig geweest en dat zie je terug in de resultaten. Bovendien is de Brabantse vierde klasse ook een stuk technischer en tactischer dan de Zeeuwse competities waarin we de laatste seizoenen speelden. We missen daarin een stukje kwaliteit. Dat is geen verwijt maar een constatering. De jonge jongens maken progressie maar dat gaat met vallen en opstaan helaas.” De selectie is ook krap, waardoor bij blessures zowat iedereen verzekerd is van een basisplaats. “En dan zie je dat spelers gemakzuchtiger worden omdat ze toch wel spelen. Maar in deze klasse wordt dat dan genadeloos afgestraft door tegenstanders. En ze zullen zich moeten realiseren dat ze wekelijks toch volledig gemotiveerd moeten zijn om verdere stappen te zetten en om met WVV’67 uiteindelijk een stabiele vierdeklasser te worden.”

Schipperijn zelf zal hoe dan ook wel bij de club betrokken blijven, want alleen als zoon Robin de stap hogerop zou maken, zou hij wellicht overwegen om het volgen van zijn sportieve prestaties te verkiezen boven WVV. “Maar Robin zit hier prima. Hij coördineert een beetje de jeugdafdeling, is aanvoerder, voetbalt met al zijn vrienden samen en woont in de buurt. Dus ik verwacht niet dat hij nog die stap maakt, al weet je het nooit. Wat mij betreft blijft hij lekker hier, want WVV’67 is inmiddels wel een belangrijk stukje van ons leven geworden en dat mag nog wel jarenlang zo blijven.”

Wil je meer informatie over de club WVV’67? Klik hier.
Lees hier de krant van Bergen op Zoom.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.