Home Blog Pagina 1088

Danny Kanselaar houdt oren en ogen open bij Abbenbroek

0

Hij bekleedt in het bestuur van Abbenbroek misschien wel de belangrijkste functie die er bij de dorpsclub is. Danny Kanselaar (32) is bestuurslid technische zaken en probeert de selectie op peil te houden. Daarbij maakt hij maximaal gebruik van zijn netwerk. “Dat moet wel, want als Abbenbroek zijn we allesbehalve zelfvoorzienend.”

De club heeft nog maar twee jeugdelftallen. “Doorstroming naar de senioren is er dus bijna niet”, weet Kanselaar, die als hr-manager zijn brood verdient. “We zijn aangewezen op spelers van buitenaf. Dat betekent dat we met zijn allen onze oren en ogen open houden. Horen we dat iemand het niet naar zin heeft elders en daar in een tweede elftal speelt, dan proberen we contact te leggen. Niet dat we iedereen zomaar bellen. Het moet wel een speler zijn waarvan wij overtuigd zijn dat die bij Abbenbroek past.”

Dat wist hij ruim zes jaar geleden zelf ook niet toen hij van Simonshaven naar ‘Albanello’, zoals het sportpark door Abbenbroek-spelers en -supporters liefkozend wordt genoemd, verhuisde. “Mijn neefje Jordi de Looze, die in het eerste van Abbenbroek speelt, heeft jarenlang lopen zeuren of ik niet naar Abbenbroek kwam. Om van dat gezeur af te zijn heb ik maar ja gezegd.”

Veel plezier in sportief opzicht beleefde hij niet aan zijn vier jaar in Abbenbroek. “Ik ging van de ene na de andere blessure. Ik moest het hebben van mijn explosiviteit. Ik was razendsnel, maar liep daarbij wel steeds hamstringblessures op. Ik speelde nooit eens vier, vijf wedstrijden blessurevrij achter elkaar. Daar werd ik zo moedeloos van dat ik ben gestopt.”

Hij haast zich erbij te zeggen dat hij niet de ‘Messi van Abbenbroek’ was. “Ik was snel en kon redelijk afmaken, maar dat was ook mijn hele repertoire.”

Realistisch is hij ook over de mogelijkheden en reikwijdte van Abbenbroek als club. Om te overleven moet de dorpsclub creatief en inventief zijn. Die kwaliteiten waren ook afgelopen zomer hard nodig toen de eerste twee keepers de club verlieten. “We zaten best even met de handen in het haar. Dat ga je rondkijken en via via kwamen op het spoor van jongens die mogelijk wat voor ons konden zijn. Uiteindelijk hebben we twee nieuwe keepers gevonden.”

Hij maakt onderdeel uit van een nieuw bestuur. “Het vorige bestuur heeft prima werk verricht, maar het is voor iedere club goed dat er na verloop van tijd weer een jongere generatie komt. Die pakt het even wat anders aan.”

Dat nieuwe elan is niet tastbaar, maar ook zichtbaar. Wie de kantine binnenstapt, begeeft zich in een opgeknapte ruimte. “Het was allemaal wat verouderd. Een likje verf was hard nodig”, aldus Kanselaar. “Uitstraling is heel belangrijk, zeker voor een club als de onze die het van spelers van buitenaf moet hebben.”

Wil je meer informatie over de club Abbenbroek? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Bert van der Lijn nieuwe trainer Nieuwenhoorn 2

0

Nadat eerder bekend werd dat Nieuwenhoorn en Dave de Jong aan het einde van het seizoen uit elkaar gaan, moest de VTC van Nieuwenhoorn een nieuwe trainer vinden voor het tweede elftal. Het tweede elftal van de Rijksstraatweg-bewoners, wordt gezien als de kweekvijver voor het eerste elftal en in de visie om zoveel mogelijk met “eigen jongens” in het eerste elftal te spelen, is het team van groot belang. Daarom is er gezocht naar een trainer met veel oog voor jeugd, ervaring als trainer, die de rust kan bewaren en bij al de clubs waar Bert van der Lijn heeft gewerkt zeer betrokken is geweest bij die clubs.

Met al deze gegevens en een blik binnen de eigen gelederen, viel de keuze eigenlijk al vrij snel op de man die dit jaar Jong Nieuwenhoorn (het derde elftal) onder zijn vleugels heeft, Bert van der Lijn. Met het jonge elftal, waarvan de spelers bestaan uit junioren en eerstejaars senioren, boekt de ervaren trainer elke week weer meer progressie, zowel als team als de spelers individueel. De Voetbal Technische Commissie hoopt met de keuze voor Bert dat hij deze lijn komend jaar voortzet bij het tweede elftal, waardoor er in de nabije toekomst alleen maar meer jongens uit de eigen jeugd de aansluiting weten te vinden bij het eerste elftal.

Dat Bert veel ervaring heeft, blijkt al wel als we naar zijn CV kijken. In het verleden is hij trainer geweest van Abbenbroek, Excelsior Pernis, SV Simonshaven, OSV Oud-Beijerland, Stellendam, SC Botlek en FC Vlotbrug. Sinds een aantal jaar is Bert van der Lijn nauw betrokken bij Nieuwenhoorn als trainer van de JO19 (toen nog A-junioren), zitting in de Voetbal Technische Commissie en dus als trainer van Jong Nieuwenhoorn. Echter was Bert al jaren daarvoor, toen nog zondag, als voetballiefhebber langs te lijn vinden bij het eerste elftal.

Met de aanstelling van Bert van der Lijn als opvolger van Dave de Jong, komt de positie van trainer van Jong Nieuwenhoorn wel weer vrij. Deze positie zal door VTC zo snel, maar vooral zo goed mogelijk ingevuld worden. Binnenkort ongetwijfeld meer hierover.

Meer informatie over VV Nieuwenhoorn? Klik hier
Klik hier voor een ander artikel over VV Nieuwenhoorn.

Savienna Disser vliegt veld op voor Hellevoetsluis

0

“Soms vechten ze om een plekje op de behandeltafel”, zegt Savienna Disser over de selectie van Hellevoetsluis. Waar jaren geleden nog vreemd tegen werd aangekeken is tegenwoordig een stuk normaler geworden: een vrouwelijke verzorger en fysiotherapeut.

“Bij Hellevoetsluis hebben ze er nooit een punt van gemaakt”, vervolgt de 25-jarige Hellevoetse. “Ik doe mijn werk, in de behandelruimte, maar ook als verzorger op het veld.” Op de vraag of ze met haar verschijning wel eens reacties oproept, moet ze lachen. “Toevallig onlangs nog toen we in en tegen Oostkapelle speelden. Daar stond een grote groep te brullen en te schreeuwen. En iedere keer dat ik het veld in kwam voor een blessurebehandeling gingen ze joelen. Zelf heb dat niet gehoord, want als ik mijn werk doe sluit ik mij helemaal af van andere dingen. De jongens vertelden dat na afloop.”

“Ach”, zegt Disser. “Je moet wel tegen een stootje kunnen. Anders moet je er niet aan beginnen. Het is mannenwereld, maar uiteindelijk gaat erom dat ik de spelers zo goed mogelijk behandel.” Hellevoetsluis is voor Disser haar tweede club. Ze was eerder actief bij Rockanje. “Daar waren ze al gewend aan vrouw, want ik volgde Marjolein van Baaren op. Ik studeerde toen nog fysiotherapie. Hans de Heer, die toen trainer was van Rockanje, heeft me dit jaar in contact gebracht met Hellevoetsluis.” Trainer Edwin de Koning was aanvankelijk minder enthousiast. “Die was sceptisch. Hij twijfelde niet aan mijn kunnen, wel aan de aanwezigheid van een vrouw in de kleedkamer en wat dat zou doen met zijn spelersgroep. Volgens mij was hij heel snel om toen hij zag dat alles precies hetzelfde gaat als voorheen onder mijn voorganger.” Voor Disser betekent de stap van Rockanje naar Hellevoetsluis ook een stapje hoger. Hellevoetsluis speelt immers in de tweede klasse. “Ik ben enorm geïnteresseerd in sportfysiotherapie en ook van plan om over een tijdje een extra opleiding ervoor te volgen. Ik werk nu drie dagen bij fysio Hellevoet, op dinsdag- en donderdagavond ben ik van zeven tot tien uur ’s avonds bij de club en zaterdag zit ik bij iedere thuis- en uitwedstrijd op de bank. Ik kom in actie als er een speler op de grond ligt en behandeling nodig heeft. Dan vlieg ik ernaar toe.”

Ze moet regelmatig spelers oplappen. “Ik zie veel hamstringblessures en problemen met knie- en enkelgewricht. De jongens klagen over de velden, maar ik durf niet te zeggen dat dát echt van invloed is.” Ze geeft ook advies aan de spelers. “Preventie is een belangrijk onderdeel. Niet iedere speler is zuinig op zijn lichaam. In de voorbereiding heb ik ook core stability oefeningen gedaan. Dat is gericht op het versterken van de romp. Je traint rug-, buik- en bilspieren.” Over een paar weken is ze ook van de partij tijdens het trainingskamp dat Hellevoetsluis traditioneel aan de vooravond van de tweede competitiehelft belegt. “In Nederland. Ook dat overleven we wel”, zegt ze met gevoel voor humor. “Met Rockanje zijn we in de winterstop naar Albufeira geweest. Dat was wel lekker werken in het zonnetje.”

Wil je meer informatie over de club VV Hellevoetsluis? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Carlo den Reijer heeft een zwak voor DHV

Carlo den Reijer heeft het geweldig naar zijn zin bij DHV. 25 jaar geleden kwam hij binnen bij de club, waarna hij een kleine tien jaar in het eerste elftal voetbalde. Na een flinke blessure werd hij vrijwilliger, met clubscheidsrechter als zijn huidige taak.

Eerlijk is eerlijk, zelf was Carlo den Reijer (50) een vervelende speler voor de arbitrage. “Als het niet netjes moest, dan maar niet netjes. Ik was een redelijk harde verdediger, die ook nog eens altijd in de clinch lag met de scheidsrechter. Als de wedstrijd begon, begon ik met zeuren en als de wedstrijd stopte, was ik klaar met zeuren. Nu ik zelf scheidsrechter ben, denk ik daar nog weleens aan terug. Ik had niet zo moeten zeuren, om het zachtjes uit te drukken.” Hij kan zich goed inleven in klagende spelers. “Maar op een gegeven moment moet het ophouden.”

LANGEWEG
Hij kwam een kwart eeuw geleden bij DHV. “Ik voetbalde jarenlang bij VOV in Langeweg, maar mijn vrouw komt uit Zevenbergschen Hoek. Ik wilde een beetje integreren en ben daarom lid geworden van de vereniging.” Hij had het gelijk naar zijn zin. “En dat is nog steeds zo, ik heb echt een zwak gekregen voor DHV. Ik ben begonnen als verdediger, maar moest stoppen na een zware enkeloperatie in 2004. Dat was wel jammer, ik voetbalde graag.” Den Reijer wist dan ook meteen dat hij in een andere rol door wilde gaan binnen de voetbalclub. “Ik ben toen scheidsrechter geworden, daar kon ik mijn ei ook in kwijt. En het gaat me goed af. Ik heb nog voor de KNVB gefl oten, ben later clubscheidsrechter geworden. Ik ben ook nog een paar keer bij Zwaluwe ingevallen als arbiter, om hen te helpen.” Het trainersvak had de 50-jarige leidsman ook wel wat geleken. “Alleen vormde mijn onregelmatige werk daarvoor een te groot obstakel.”

OP DE RIT
Den Reijer is ook interim-voorzitter, leider van het derde, jeugdtrainer en bestuurslid sponsorzaken geweest bij Den Hoek Vooruit. “Ze hebben me ooit eens gevraagd voor een taak en toen ben ik ermee begonnen. Als niemand iets doet voor de club, komt er nooit iets van. Zeker in een dorp zijn vrijwilligers heel belangrijk.” Hij ziet dat het goed gaat met de voetbalclub. “Het eerste is niet helemaal je van het, maar verder vind ik het prima gaan met DHV. Alles staat op de rit, het kan altijd beter, maar de vrijwilligers doen hun stinkende best. En het gaat ze goed af.”

Wil je meer informatie over de club DHV? Klik hier.
Lees hier de krant van Oosterhout.

Jorik Mijnhijmer: ‘Baronie kan nog beter’

Baronie begint vol vertrouwen aan de tweede seizoenshelft. De Bredase hoofdklasser nestelde zich dankzij een goede reeks in de laatste maanden voor de winterstop in de top vier. Alles is nog mogelijk voor de ploeg, ziet ook aanvaller Jorik Mijnhijmer.

De 30-jarige Jorik Mijnhijmer is een van de belangrijkste wapens van Baronie. Niet alleen met zijn schot en spelinzicht, maar ook dankzij zijn ervaring in de voetballerij. “Ik ben niet verrast door onze prestaties. Ik ken de kwaliteiten van deze groep, we staan op een positie die bij ons past.” Sterker nog, Mijnhijmer ziet genoeg ruimte voor verbetering. “In het eerste deel van dit seizoen hebben wij nogal wat punten laten liggen, omdat we onze kansen niet verzilverden. Dat moet en kan beter.”

Vorig jaar kende Baronie ook een uitmuntende eerste seizoenshelft, de ploeg stond zelfs lang bovenaan in de zondag hoofdklasse B. Uiteindelijk hadden de Bredanaars echter niks aan het einde van het seizoen, Mijnhijmer hoopt nu wel op een seizoenstoetje. “Ik verwacht dat we onze prestaties in de tweede seizoenshelft doortrekken. Als we de wisselvalligheid uit onze jonge groep kunnen halen, moeten we een serieuze rol kunnen spelen in de strijd om de bovenste plekken. Hopelijk hebben we nu wél iets in handen aan het einde van dit seizoen.”

Over zijn eigen spel is Mijnhijmer tevreden. “Mijn seizoen verloopt redelijk. Ik speel altijd, heb belangrijke goals gemaakt en de groep kunnen helpen met wat assists. Het kan altijd beter, maar ik ben niet ontevreden.”

Foto: Marcel Mol

Meer informatie over Baronie? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over Baronie.

Marijnissen geniet nog iedere wedstrijd bij Madese Boys

Madese Boys heeft inmiddels genoten van ruim 250 wedstrijden Dennis Marijnissen (29). De middenvelder werd afgelopen oktober in het zonnetje gezet. Hij is zowel op als naast het veld goud waard.

Dennis Marijnissen beleefde afgelopen oktober al zijn jubileum in Made. 250 wedstrijden met Madese Boys 1, een prestatie op zich. Maar Marijnissen is met zijn doelpunten en assists ook echt van grote waarde geweest voor het team. Over wat zijn mooiste herinnering is aan het spelen in het eerste, hoeft de middenvelder niet lang na te denken. “Onze kampioenswedstrijd bij RKTVV in 2011. Dat was de één na laatste wedstrijd die mijn moeder van me heeft gezien. Zij was heel ziek en is inmiddels overleden. Ik scoorde in die wedstrijd en heb mijn doelpunt en het kampioenschap met haar kunnen vieren.”

KOUD DEBUUT
Een mooie herinnering in een zo mooie carrière. Marijnissen heeft al zijn wedstrijden nog helder op het netvlies staan, zo ook zijn debuut. “Thuis tegen Dubbeldam. Echt zo’n saaie 0-0-wedstrijd, op een koude, herfstachtige zondag. Ik mocht invallen, de trainer die ik in de jeugd altijd heb gehad, was toen toevallig voor één wedstrijd coach van het eerste en bracht mij erin.”

Marijnissen is echt een jongen van de club. Hij is lang hoofdtrainer van de JO13-1 geweest en geniet ook buiten het veld enorm van de sfeer bij Madese Boys. “Je merkt hier dat het voetbal sterker leeft dan bij andere clubs.”

Ook zijn vader speelde 250 wedstrijden voor Madese Boys, kwam uiteindelijk zelfs tot rond de 300. “Of ik dat ga halen, weet ik niet. Zolang mijn lichaam wil, ga ik door. Maar je weet nooit hoe het loopt, ik heb meerdere blessures achter de rug.” Madese Boys was vorig jaar dichtbij het kampioenschap, maar greep net naast de titel en promotie. Ook dit seizoen draaien de boys weer mee in het linkerrijtje van de tweede klasse E. De eerste klasse bereiken met de rood-witten is een mooi volgend doel voor Marijnissen.

JUBILEUM
Zijn jubileumwedstrijd van half oktober tegen Uno Animo, waarin Marijnissen voor het eerste doelpunt tekende, is ook een mooie herinnering. “Je merkt op dat soort momenten wat andere typerend vinden voor jou, mijn vader reikte de bloemen en het cadeautje uit en mijn familie stond langs de kant. Het was een leuke dag.”

Wil je meer informatie over de club Madese Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van Oosterhout.

Foto: Dennis Bjorn

FC Lisse trekt portemonnee open

Leden, sponsors en andere betrokkenen hebben massaal de portemonnee getrokken voor de operatie nieuwbouw bij FC Lisse. Het obligatieplan van de club leverde 350.000 euro op. Daarmee heeft FC Lisse voldaan aan een belangrijk voorwaarde die door de gemeente was gesteld: een forse eigen bijdrage.

De gemeenteraad gaf eerder in de jaar groen licht voor een nieuw Ter Specke. Dat was alleen financieel haalbaar als ook de club zelf een stevig duit in het zakje zou doen. Chris van der Salm, bestuurslid nieuwbouw bij FC Lisse, is blij dat er massaal is ingeschreven op het obligatieplan. “Het geeft aan dat de betrokkenheid van leden, familie en sponsors groot is. Iedereen ziet in dat de nieuwbouw er moet komen.”

Het bedrag van 350.000 euro staat nog niet op de bankrekening van de club. “Het zijn toezeggingen, pas later zal het geld worden geïnd”, benadrukt Van der Salm. “Het geld hoeft ook nog niet op de rekening te staan, dat is pas nodig als we echt gaan bouwen.”

In dat proces worden volgens Van der Salm grote stappen gezet. “We zijn hard bezig om met een ontwerpteam, waarin alle specialisten zitten, om tot een definitief ontwerp te komen. Dat dient als basis voor de aanbesteding. Die procedure moet begin van volgend jaar van start gaat. We gaan daarin op zoek naar een aannemer voor de bouw en één voor de installaties. De hele aanbestedingsprocedure neemt enige maanden in beslag en in het voorjaar zal de aannemer geselecteerd worden.”

Ondertussen loopt er ook een andere actie bij FC Lisse: de steenactie. Leden kunnen voor een bedrag van 250 euro een steen met hun naam kopen om zo ‘hun steentje bij te dragen aan de nieuwbouw’. De steen krijgt een plekje in een muur van het nieuwe complex. FC Lisse wil 350 stenen verkopen. “Het geld gaat gebruikt worden voor de inrichting van het nieuwe clubgebouw”, geeft Van der Salm aan.

Volgens hem is het nog altijd de planning dat medio 2020 met de eerste fase van de nieuwbouw wordt begonnen. Eerst is de bouw van de nieuwe Ter Specke hal aan de beurt. Daarna wordt de huidige sporthal gesloopt, waarna de nieuwbouw van de accommodatie kan starten. Tot slot zat het huidige clubgebouw worden gesloopt. Bij FC Lisse leefde aanvankelijk de wens voor een nieuwe hoofdtribune. Dat bleek echter financieel, maar ook vanwege praktische redenen niet haalbaar. “Dat had ook met de windrichting te maken. Bij wind zou de regen pal in de tribune staan. Een doel van een overdekte tribune is om toeschouwers te beschermen voor wind en regen.”

FC Lisse heeft nu een andere oplossing gevonden. De huidige tribune aan de overkant van het hoofdcomplex krijgt een opknapbeurt.

Dankzij een sponsor worden vierhonderd nieuwe stoeltjes aangeschaft en gemonteerd door het eigen klusteam van de club. Van der Salm: “Deze oplossing kost ons als club vrijwel niets, dankzij onze sponsor Unieparken en de werkploeg van Cor Overweel.”

Wil je nog meer informatie over de club FC Lisse? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Het voetbal op z’n Noordwijks wordt heilig verklaard

Volop spelplezier en vertier bezorgen. Dat is voor Noordwijk het grootste doel in de jeugdafdeling. Daarmee past een heldere visie over ontwikkeling, trainers én speelwijze. “We willen het voetbal op z’n Noordwijks spelen”, aldus jeugdvoorzitter Rob Hogenhuis.

“We weten waar we vandaan komen en weten ook waar we heen willen”, vervolgt de 61-jarige Hogenhuis, die voordat hij drie jaar geleden de leiding kreeg over de jeugdtak zes jaar vice-voorzitter was.

Veertig trainers en vele leiders houden met elkaar wekelijks 450 kinderen, jongens en meisjes, bezig. “Dat doen we vanuit de gedachten dat iedereen gelijke kansen heeft om zich te ontwikkelen. Aan spelers afschrijven doen we niet. Bij Noordwijk is er plaats voor het grote talent, maar ook voor de liefhebber die het gewoon leuk vindt om tegen een bal te trappen.”

Waar veel clubs de afgelopen jaren kozen om het selectievoetbal in te richten met betaalde trainers maakte Noordwijk de omslag naar de andere kant toe. Er werd een streep gezet door hoge trainersuitgaven.

“We zijn teruggegaan naar vrijwilligersvergoedingen. Dat is een bewuste keuze. Aan de ene kant had dat te maken met de fi nanciën. Het bestuur heeft op een gegeven moment gekozen voor een afdelingsgebonden budget. Alles komt niet op een grote hoop, maar iedere afdeling krijgt een bedrag en daar moet het voor worden gedaan. Daar ben ik zelf altijd een groot voorstander van geweest. Het is een heel transparant systeem.

Het laat zien wat iets kost. Het kan niet zo zijn dat we als jeugd onbeperkt investeringen kunnen doen. Gevolg van de verdeling van de gelden was dat we moesten bezuinigen op de trainersuitgaven. Prima, omdat wij vinden dat geld geen drijfveer moet zijn, maar juist het plezier om bij ons trainer te zijn.”

“We kunnen zelf overigens met acties ons budget vergroten. Vandaar dat we nu elk jaar op de slotdag een jaarlijkse veiling organiseren waarvan de opbrengst naar de afdeling gaat. Honderd en één artikelen worden dan verkocht.”

Voor een duidelijke weg heeft Noordwijk ook op voetbalinhoudelijk gebied gekozen. Het feit dat er geen grote bedragen worden betaald aan trainers ontslaat het jeugdbestuur volgens Hogenhuis niet van de plicht om op zoek te gaan naar de beste trainers. “Dat kost soms wat meer moeite, maar ze zijn er. Zeker in een club met een rijk verleden als Noordwijk. We hebben zoveel spelers die vroeger op een hoog niveau hebben gespeeld en van wie de kinderen op een gegeven moment gaan voetballen. Die warm maken is één, met de kennis die ze binnenbrengen zorg je er ook voor dat het niveau hoger wordt. De trainers die minder ervaring hebben als voetballer steken daar het nodige van op.”

Het wemelt volgens Hogenhuis in de jeugdopleiding van de bekende namen. “Bram Marbus traint de JO14 en Leonard van Utrecht is onze hoofd jeugdopleiding.”

Zeker niet onbelangrijk is de manier waarop Noordwijk wil voetballen. Die speelwijze vormt de rode draad in de trainingsaanpak. “Noordwijk heeft altijd bekend gestaan om zijn voetbal met lef. De Amerikanen hebben er een mooi woord voor: guts. Avontuurlijk en aanvallend voetbal. 4-3-3 ja. Een beetje Ajax.”

“We doen het op onze eigen manier: lekker eigenwijs. Scouten doen we niet. We zijn Noordwijk en willen ook zo voetballen.”

Wil je meer informatie over de club Noordwijk? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

In gesprek met Dennis Jaspers van Rood-Wit

Dennis Jaspers (23) (juichend rechts) is na voetballer bij Rood-Wit 1 ook helpende hand bij gehandicaptenzorg. De verdedigende middenvelder zit sinds zijn zestiende bij de selectie, waarna hij op zijn zeventiende daadwerkelijk doorschoof naar het eerste. Iets waar hij zeer trots op is.

Vroeger mocht Jaspers bij Willem II en NAC een stage traject meelopen, dit liep uiteindelijk uit op niets. “Ik vertrok naar RBC, in de periode dat het nog een profclub was. Ik stroomde door vanaf Rood-Wit JO9 naar de JO11 van RBC. Ik moest trainen in Bergen op Zoom, waardoor de club wilde dat ik daar ook op school kwam. Deze school hielp je, als je op weg was naar een professionele carrière. Uiteindelijk hield ik het voor gezien, omdat ik het ‘normale’ leven mistte. Het was toevallig ook het moment dat RBC uit elkaar viel.”

In het begin was hij bang dat de combinatie met zorg en topsport niet samenging. “Ik heb zelf altijd op hoog niveau gevoetbald en dacht dat het lastig zou worden met de onregelmatige diensten. In het begin zat ik er dan echt ook een beetje mee, omdat ik niet wist of ik het gemakkelijk kon combineren met trainen en andere zaken. Tot aan heden toe is het nog niet lastig voor me geweest.”

Zijn vader Michel heeft hem aan het voetballen gezet en heeft hem veel advies meegegeven. Dit doet hij nog steeds, aangezien hij assistent is van Rood-Wit 1. “Ik denk dat iedereen die voetbalt, wel is gaan voetballen door zijn vader. Mijn vader is redelijk bekend in de voetbal, zo heeft hij ook bij NAC gevoetbald. Bij de amateurs is hij uitgekomen voor Rood-Wit, Halsteren en VES’35. Ik heb veel stukken van hem in de krant gezien als kind zijnde en heb zelf ook in de krant gestaan, dit omdat mijn vader toentertijd vader was geworden van een jongen. Vanaf dat ik kon lopen ben ik al bezig met de bal.”

De nummer zes van het team. “In het begin van het seizoen kende we een hele moeilijke start, wel heb ik alle vertrouwen dat goed komt in de tweede helft van het seizoen. Vergeleken met vorig seizoen hebben we veel nieuwe spelers en hebben we een nieuwe trainer gekregen, die erg goed bij de groep past. Het is een heel jong team met een aardige potentie voor de toekomst. ”

Een dieptepunt in de carrière van Dennis was een overreding met een auto, hij was toen pas vijftien jaar oud. “Het gebeurde vlak voor mijn deur. Ik werd omvergereden door een auto, waarbij mijn arm zeer ernstig beschadigd was. Het duurde heel lang om te revalideren, wat voor mij lastig was om te accepteren. Ik heb ook aardig wat geluk gehad, omdat ik na het revalideren gelukkig weer was begonnen met voetballen. Het was een hele opluchting.”

Dennis vindt het jammer, dat er minder aandacht in het dorp voor de club is. “Rood-Wit staat wel echt ergens voor, al zeg ik het zelf. Toen we nog tweede en derde klasse voetbalde merkte je dat de mensen de ‘derby’s’ daadwerkelijk interessant vonden. We deden dan ook altijd mee om de titel en het stond altijd aardig vol langs de zijlijn. Ik merk dat het minder is de laatste tijd. In de eerste klasse spelen we tegen clubs buiten deze regio en draaien we minder goed. Het is zonde, omdat het echt leefde in het dorp en nu iets minder.”

De kampioenswedstrijd van de tweede naar de eerste klasse is voor hem een dubbelgevoel geweest. “Het was het zenuwslopendste moment in me gehele leven, met betrekking tot voetbal. Ik was helaas tijdens dit duel geschorst, waardoor ik machteloos aan de kant stond. Je kan niks doen, wat je wel wilt maar dat kan dan weer niet. Zo heb je het hele jaar alles gegeven en sta je er in zo’n duel naast. Het was echt zuur. Gelukkig pakte wij wel het kampioenschap wat de pijn verzachte. Daarna was het een groot feest op de club, dat was echt wel heel mooi om mee te maken.”

Wil je meer informatie over de club Rood-Wit? Klik hier.

Marley Dors gaat bij Hellevoetsluis door muren

0

Zijn staat van dienst bij Hellevoetsluis is nog maar kort, des te opvallender is het dat Marley Dors zich in een paar maanden tijd heeft ontwikkeld tot een belangrijk speler in de ploeg van trainer Edwin de Koning. “Ze kunnen me ’s nachts bellen voor een wedstrijd.”

‘Knak’. De 18-jarige inwoner van Hellevoetsluis doet het moment na waarin hij geblesseerd raakte. In de wedstrijd tegen Bruse Boys in Bruinisse verrekte Dors zijn enkelbanden. “Het veld was nat en ik gleed uit toen ik de bal wilde halen. Daardoor kwam ik in botsing met de keeper, die op zijn beurt met zijn hele gewicht op mijn enkel terecht kwam. Ik voelde meteen dat het foute boel was en dat ik niet verder kon spelen.”

In zijn gretigheid om terug te keren op het veld begon hij daarna te vroeg. “Ik speelde in een oefenwedstrijd de laatste tien minuten en toen kreeg ik de volgende morgen weer flink last van mijn enkel.”

Het ongeduld van de aanvaller past bij de wijze waarop hij zich dit seizoen bij Hellevoetsluis heeft gemanifesteerd. Als bulldozer gaat hij in de spits door muren heen, voor de duvel niet bang. “Ik heb mijn lichaam wel mee”, zegt hij. “Ik ben groot, één meter negentig, en ben daardoor moeilijk van de bal af te zetten.”

Toch is Dors, die qua leeftijd bij de junioren zou mogen spelen, geen typische targetman. Hij zoekt graag de combinatie. “Ik heb de bal graag in mijn voeten. Dan kan ik een actie maken of de bal doorspelen. Als het niet anders kan ben ik er ook voor de hoge bal, maar liever niet.”

Hij is ‘hartstikke trots’ op zijn ontwikkeling en basisplaats bij Hellevoetsluis. “Eef van Splunder, de spitsentrainer van de A1, heeft mij aanbevolen. Ik kreeg de kans en heb ik die meteen gepakt. Ik ben goed opgevangen door de ploeg. Zeker in het begin was het fijn om steun te krijgen. Ik leer nog iedere wedstrijd.”

Hij was al trefzeker in de competitie en in de beker. Hij slaat zich daarvoor niet op de borst. “Als spits sta je ervoor. De ballen moeten erin.”

Nóg belangrijker is volgens hem de teamprestatie. Die is nog niet om over naar huis te schrijven, want Hellevoetsluis, de afgelopen jaren telkens een vaste klant in de top van de tweede klasse, staat akelig dicht bij de degradatiestreep. “We kunnen veel beter, maar vooralsnog is die lage klassering wel de realiteit. We zullen er ons met elkaar uit moeten vechten.”

Wil je meer informatie over de club Hellevoetsluis? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.