Home Blog Pagina 919

Vrouwen 30+ voetbal bij VV Raamsdonk is een grote reünie

Je bent nooit te oud om opnieuw te beginnen met voetballen, zo bewijzen de speelsters van het nieuwe Vrouwen 30+ team van VV Raamsdonk. Het gros van dit elftal bestaat uit dames die vroeger jarenlang samenspeelden en elkaar na pakweg vijftien jaar wederom treffen op sportpark Den Uilendonck, waar ze oude tijden doen herleven.

Ze zijn niet meer zo fit als vroeger en ook in de derde helft doen de speelsters het tegenwoordig wat rustiger aan. Maar voetballen kunnen ze nog steeds, de dames van het nieuwe 30+ team van VV Raamsdonk. Op de eerste toernooiavond van het seizoen wonnen de vrouwen slechts één van de vier potjes, maar volgens Gitte Kievits (38) was dat een incident. “We hebben nog altijd een goed elftal, dat in deze competitie van vijf teams zeker kan meedoen om het kampioenschap. Helaas duurde de eerste speelavond voor mij slechts één minuut, toen raakte ik al geblesseerd. Het wordt tijd om wat aan mijn conditie te doen dus”, lacht de spits. “Gelukkig mogen we op maandagavond meetrainen met het dameselftal om wat ritme op te doen.”

Kampioenschap
Het gros van de speelsters speelde jarenlang met veel plezier in het vrouwenteam van VV Raamsdonk. Zo ook Kievits. “We gaven op zondagochtend in het veld vol gas en naderhand was het een groot feest in de kantine”, zo weet ze nog goed. “We hadden een gezellig en goed elftal. Voor elk doelpunt dat we maakten, kregen we geld van sponsors en dat motiveerde ons natuurlijk om zo goed mogelijk te spelen. We zijn ooit kampioen geworden en hadden toen een leuk bedrag bij elkaar gespaard voor een mooi feest”, vertelt de spits. “Het waren geweldige jaren.”

Andere prioriteiten
Naarmate de jaren verstreken, kregen de speelsters van VV Raamsdonk andere prioriteiten dan voetballen en feesten op zondag. Het team werd opgeheven, maar veel dames bleven contact houden. De voetbalsters zijn blij dat ze behalve elkaars vriendinnen ook weer teamgenoten zijn, nu ze meedoen aan de 30+ vrijdagavondcompetitie. Op een aantal vrijdagavonden in het jaar spelen teams op een half veld wedstrijdjes zeven tegen zeven van twintig minuten en naderhand blijven de meesten hangen voor een hapje en een drankje. “De speelavonden zijn op deze manier goed te combineren met een gezinsleven en bovendien kan iedereen steeds een paar weken herstellen van eventuele blessures”, grinnikt Kievits. “En dat is nodig ook. Ik ben zelf als 38-jarige een van de jonkies, de meeste speelsters zijn ouder dan veertig jaar.”

Eén grote reünie

Het vrouwenvoetbal bij VV Raamsdonk voelt als een grote reünie voor Kievits en haar teamgenotes. “De sfeer is direct weer heel goed, het voelt erg vertrouwd allemaal. Natuurlijk komen de oude verhalen regelmatig weer op tafel en dan vooral die over ons kampioensjaar.” Het idee voor een nieuwe sponsorpot voor elk gescoord doelpunt werd ook weer geopperd. Gaat die er komen? “Ik denk het niet”, zegt Kievits. “We hebben die motivatie niet nodig om voor de winst te gaan.”

klik hier voor meer artikelen over VV Raamsdonk

‘Status van kampioenskandidaat hebben we nu niet’

Het kan verkeren, weten inmiddels ook de voetballers van GOZ. In maart van dit jaar was de club uit Mijnsheerenland de trotse koploper in de vierde klasse. Titel en promotie bleven uit, want zoals bekend werd de competitie voortijdig beëindigd. In de nieuwe jaargang is de ploeg van trainer Pascal van den Hoek een ‘slow starter’.


MIJNSHEERENLAND – ,,We zitten in zwaar weer’’, reageert Van den Hoek op de vraag hoe hij terugkijkt op de openingsweken van het nieuwe voetbalseizoen. ,,Drie keer verloren in vier wedstrijden. Dan ben ik zelf niet gewend. Sommige mensen zeggen dat oude tijden herleven bij GOZ, maar dat zijn niet de tijden waar we naar terug verlangen.’’

Mentale tik
Helemaal als een verrassing komt de moeizame start niet voor de hoofdtrainer die begonnen is aan zijn vierde seizoen in dienst van de club. ,,Toen we in augustus begonnen aan de voorbereiding, merkte ik dat de spelers van alle voorbereidingen die ik hier heb meegemaakt het minst fit waren. Dat komt natuurlijk door de lange pauze die tussen de seizoenen zat, maar dat zomaar de stekker uit het vorige seizoen werd getrokken zorgde bij spelers ook wel voor een mentale tik. We stonden knetterhard bovenaan, maar moesten in het nieuwe seizoen helemaal opnieuw beginnen. Daar hadden sommige spelers wel moeite mee.’’

Van den Hoek, in het dagelijks leven als docent werkzaam in het MBO-onderwijs, had wat herstelwerkzaamheden te verrichten binnen zijn selectie. ,,We hebben veel met de spelers gepraat. We moesten het nog een keer opbrengen en dat kán ook. Maar je krijgt nu ook te maken met tegenstanders die tegen ons niets te verliezen hebben. Die vliegen er vol in en zien wel wat er te halen valt tegen de kampioenskandidaat. Alleen hebben we die status op dit moment niet.’’

Naïef
Toch zit Van den Hoek niet snel bij de pakken neer. Hij merkte al dat enkele spelers niet de gewenste vorm hadden, maar zag al verbetering. ,,Onze wedstrijd tegen Pernis was misschien wel de beste van het seizoen. We verloren wel, maar de spelers hebben laten zien dat ze het nog kunnen. Halverwege stonden we door een terechte strafschop op een 1-0 achterstand, maar het stond wel goed. Na de 1-1 was Pernis rijp voor de sloop en na een aanvallende wissel viel ook de 1-2. Alleen waren we daarna te naïef, door te blijven combineren. Uit twee counters in blessuretijd kregen we nog twee doelpunten om onze oren.’’

Van den Hoek complimenteerde na afloop zijn team om de getoonde inzet en het spel. ,,Natuurlijk heb ik wel duidelijk gemaakt dat die twee counters níet goed waren. Maar in die wedstrijd heb ik voor het eerst weer genoten van het spel. Misschien hebben we het ook wel nodig gehad om een paar keer flink op onze kont te krijgen. Kunnen we er weer vol voor gaan nu we dat hebben meegemaakt.’’

Klik hier voor meer informatie over GOZ
Klik hier voor meer artikelen over GOZ

Hoe blijf ik fit met Pieter Vogelaar van NBSVV

Pieter Vogelaar (30) Speelt al vanaf zijn zesde bij NBSVV de club uit Nieuw-Beijerland. Hij speelt al 13 jaar in de selectie van NBSVV als middenvelder.

Het seizoen is vroeg afgebroken en ook voor NBSVV is dat het geval geweest. “Enorm jammer maar het is niet anders. Bij amateurvoetbal hoort ook gezelligheid in volle kantines. Dat helpt niet bij het bestrijden van deze pandemie.”

Het seizoen van NBSVV is begonnen met 3 wedstrijden voordat het seizoen stop gezet werd. Uit die 3 wedstrijden heeft NBSVV 1 punt gepakt.

Om fit te blijven toen het seizoen nog bezig was deed Pieter Vogelaar ook aan hardlopen tijdens de winterstop en de zomerstop. Om nu fit te blijven in de corona heeft Pieter ook een paar tips. “Ik probeer zelf een aantal keer per week hard te lopen. Een klein rondje van 3 km om het leuk te houden en zodat je er niet tegenop gaat zien. Daarnaast af en toe wat krachttraining in huis voor mezelf.”

Wij vroegen aan Pieter Vogelaar wie hij het fitste vond uit het team. “Ik vind dat Patrick Lans altijd goed fit is, veteraan van het team maar kwam 2 jaar geleden als fitste speler binnen bij de club. Daarnaast ook Sjoerd Bestebreur. Topfit en tevens pijlsnel op de eerste meters.”

Als voorbeeld voetballer op het gebied van fit zijn en conditie op pijl houden noemt Pieter Vogelaar . “Robin van Persie. Is in tegenstelling tot een Sneijder wel topfit gebleven na zijn carrière. “

Pieter Vogelaar hoopt dat we in 2021 weer snel kunnen gaan voetballen. “Ik verwacht eigenlijk pas 2de kwartaal en dan zullen we wellicht een heel vol programma krijgen en lang door voetballen in de zomer.”

Klik hier voor meer artikelen over NBSVV

In gesprek met Sander de Heus van SHO

Slechts één nieuwe speler van buitenaf vermeldde het overschrijvingenoverzicht van SHO afgelopen zomer. Sander de Heus waagde de oversteek vanaf competitietegenstander Heinenoord naar de Kikkershoek. ,,Het bevalt prima, behalve natuurlijk de resultaten in de competitie’’, aldus De Heus.


OUD-BEIJERLAND – SHO gaat niet met de beste gevoelens de noodgedwongen coronapauze in. Daags voordat het kabinet een verbod uitvaardigde voor amateursporten, verloren de Oud-Beijerlanders met 6-0 van RVVH. Zonder wedstrijden is de aanblik van de eerste klasse voor SHO een pijnlijke, want de zwart-witte brigade staat puntloos onderaan. ,,Dat het tegen RVVH tegenviel, was nog zacht uitgedrukt’’, reageert De Heus. ,,Direct na rust kregen we nog goede kansen op de gelijkmaker, maar toen we nog twee tegendoelpunten kregen viel voor ons het doek. In plaats van dat we de schade beperkten, werd het uiteindelijk 6-0. Dat is vervelend om te zien en dan doet verliezen nog een beetje extra pijn. De week daarvoor verloren we pas in de slotfase van Nieuw-Lekkerland. Hadden we daar gewonnen, dan hadden we ook met veel meer vertrouwen richting RVVH gegaan. Maar dat was dus niet zo.’’ In de eerste competitieronde verloor SHO ook van Kloetinge.

De Heus filosofeert over de komende weken, wanneer het spelen van amateurvoetbalwedstrijden niet is toegestaan en trainen alleen in kleine groepjes van maximaal vier personen is geoorloofd. ,,Dan zijn we weer terug bij af. Zo was het eerder in juni ook’’, weet De Heus. ,,Dan is het alleen nog maar een kwestie van fit blijven. Je wedstrijdritme raak je op die manier weer helemaal kwijt. En ook het ritme in het dagelijks leven verdwijnt dan weer. Je bent toch gewend om een paar keer per week na je werk lekker te kunnen trainen. En op de zaterdagen ben ik het al een jaar of zeventien gewend om te voetballen. Dat mis je wel als het niet is toegestaan.’’

Vechten
Geen enkele voetballer staat te springen om een verplichte, tijdelijke competitiestop, maar met de reeks van drie opeenvolgende competitienederlagen in het achterhoofd zijn er ongetwijfeld veel clubs die er meer van balen dan SHO. ,,Het kan misschien ook wel gunstig zijn voor ons’’, beaamt De Heus. ,,We krijgen in ieder geval wat extra tijd om de koppen dezelfde kant op te krijgen. Als we dan weer mogen spelen, gaan we er vol voor om die eerste drie punten te pakken. Want na een prima voorbereiding en veel doelpunten in de bekerwedstrijden, is dat in de competitie nog niet gelukt. We wilden graag bovenin meedoen, maar moeten nu bij de hervatting van de competitie eerst maar eens zorgen dat we onderin wegkomen en op een plek in de middenmoot terechtkomen. We moeten vechten voor de punten.’’

Los van de resultaten heeft De Heus het goed naar zijn zin bij SHO. ,,Het is een leuke club en ook een gezellig team. Dat is belangrijk, want voetbal draait toch ook voor een groot deel om dat sociale gebeuren.’’

Klik hier voor meer informatie over SHO
Klik hier voor meer artikelen over SHO

Hoe blijf ik fit met Mars van Mourik van WNC

Vandaag lees je bij VoetbalJournaal een uitgebreid artikel over hoe je het beste fit blijft. Dit keer geen interview met een speler, maar met de verzorger/masseur van VV WNC en VV Teisterbanders! Mars van Mourik (67) heeft verschillende mooie rollen binnen het voetbal mogen vervullen, zelfs bij de KNVB. In dit artikel vertelt hij hier meer over.

HappyPoint_desinfectie

Mars heeft zelf bij SCZ in Zoelen gespeeld. Van zijn zesde tot zijn 33e heeft Mars in alle jeugdelftallen en het eerste en tweede elftal gespeeld. Na zijn tijd als speler heeft hij jeugdteams getraind en heeft hij diverse bestuursfuncties binnen de vereniging bekleed. Van 1989 tot en met 2019 heeft Mars zelfs verschillende werkzaamheden bij de KNVB gedaan. Na 30 jaar kreeg Van Mourik bij zijn afscheid de gouden KNVB-speld als onderscheiding voor al zijn werk. De afgelopen tien jaar is Mars, na zijn vervroegde pensioen en 40 dienstjaren in de chemische industrie, werkzaam bij de zondagclub VV Teisterbanders. Dit seizoen is hij bovendien bezig aan zijn achtste seizoen als verzorger/masseur bij VV WNC.

Mars vertelt ons eerst meer over de start van het huidige seizoen. “Dit seizoen hebben we met WNC een mooie reeks resultaten gehaald in de voorbereiding, waaronder de bekerwedstrijden en ook de eerste competitiewedstrijden wisten we allemaal in winst om te zetten. Vervelend was het dat door de Corona al ingeplande wedstrijden uitvielen tot de lockdown waar we op dit moment mee te maken hebben.”

Mars vertelde eerder al dat het voor WNC de ‘Coronastop’ erg ongunstig kwam. Hierom vroegen we hem wat zijn mening over de huidige maatregelen zijn. “Het is beter dat de keuze gemaakt is voor de huidige maatregelen. Er waren steeds meer wedstrijden die uitvielen en daardoor zou er een compleet scheef beeld van de verschillende competities zijn ontstaan. Het allerbelangrijkste is natuurlijk de gezondheid van ons allemaal.”

Samen met zijn collega en fysiotherapeut heeft Mars de opbouw naar de start van het seizoen nauwkeurig kunnen volgen. “Door de hoofdtrainer werd met zijn assistent wekelijks met de nieuwe spelersgroep een programma afgestemd en ook nauwkeurig gevolgd. Dit bestond voor een belangrijk gedeelte uit conditioneel werk als 3km, 5km en 7km lopen en daarnaast ook andere oefeningen zoals rompstabiliteiten e.d. Hierdoor hadden onze spelers al een voorsprong op spelers die in deze periode minder aan conditieopbouw hadden gedaan.”

Van Mourik heeft in zijn rol als verzorger/masseur natuurlijk een aandeel in het verzorgen van de fitheid van de spelers. Wij vroegen Mars wat hij de spelers meegeeft om in juist deze periode fit te blijven. “Gelukkig mogen we nu in kleine groepjes van 4 personen trainen als we daarbij de basisregels als 1,5 meter e.d. in acht nemen. We trainen dus op die aangepaste manier 2x per week en daarbij verwachten we van alle spelers, als ze geen corona-klachten hebben, dat ze zeker 1x aanwezig zijn, waardoor ze minimaal 1x een behoorlijke conditionele prikkel krijgen.”

Dit was nog niet alles. “Daarnaast krijgen spelers, die hier met goede redenen niet aan kunnen voldoen, oefeningen voor thuis of ze nemen zelf initiatieven door andere beweging/trainingsoefeningen te kiezen. Het allerbelangrijkste is dat we ervoor zorgen dat de conditie op een redelijk niveau blijft. Zodat we bij een eventuele voortzetting niet helemaal opnieuw moeten beginnen.”

In zulke processen kom je als team altijd wel een obstakel tegen, zo ook WNC. “Jammer genoeg is daarin tussentijds weer wat veranderd door de aangepaste maatregelen. Hierdoor hebben we moeten besluiten om deze manier van trainen te stoppen. Met maximaal 2 personen is het namelijk wel een hele lastige zaak geworden. Gelukkig kon er na 2 weken weer geschakeld worden naar oefeningen met 4 personen.”

Op het gebied van voeding is bij het advies van de club niks verandert. “Iedereen wordt geacht zijn gewicht in de gaten te houden. Dit kan eventueel ook worden gevolgd op de club wanneer we dat nodig vinden bijvoorbeeld d.m.v. het meten van een BMI.”

Tenslotte vragen we iedere editie wat er verwacht wordt voor het einde van de competitie. “De verwachting is toch dat de competitie wordt hervat in januari. In welke vorm dan ook en dan zullen de teams die het meest zijn doorgegaan met trainingen het beste presteren. Daarbij is ook het teamgevoel zeker belangrijk. Een andere maar dus zeker geen onbelangrijke reden om alle mogelijke contactmomenten, ook in deze vervelende tijd, in stand te houden.”

Klik hier voor meer artikelen over VV WNC
Klik hier voor meer informatie over VV WNC

 

 

Irene’58 heeft nu een 45+ team: ‘Natuurlijk kunnen we kampioen worden’

In navolging van veel clubs uit deze regio is ook Irene’58 dit seizoen gestart met een 45+ elftal. Binnen een mum van tijd trommelde de vereniging uit Den Hout zestien spelers op die samen de selectie vormen. Een aantal vrijdagen per seizoen komt het gezelschap bijeen voor een speelavond.

Ondanks dat de eerste wedstrijden best goed verliepen, twee keer winst, één gelijkspel en één nederlaag, besloten de mannen van Irene’58 45+ dat ze toch regelmatig willen trainen. “We spelen om de paar weken in toernooivorm, dus het kan geen kwaad om vaker bijeen te komen”, zegt Richard de Wit. “Bovendien is het ook erg gezellig om met elkaar op het veld te staan. Bijna iedereen kent elkaar al jarenlang, dus met de sfeer zit het sowieso goed”, zegt de inwoner van Den Hout, die gebombardeerd is tot coach van het nieuwe elftal.

Coach
Dat vindt hij overigens prima, want de 49-jarige De Wit is namelijk naar eigen zeggen geen beste voetballer. Hij speelde kort voor Madese Boys in zijn jeugd, maar bespeurt veel meer talent bij zijn zoons Stan en Niek, die beiden in de JO19-1 voetballen van Irene’58. “Ik volg de jongens al van kleins af aan, ben de vaste grensrechter en kom graag bij onze mooie vereniging, waar een gemoedelijke sfeer heerst. Door de jaren heen leerde ik natuurlijk iedereen kennen. Richard van Geest is de initiatiefnemer van het 45+ elftal. Hij trommelde al zijn oude ploegmakkers op voor dit team en zei tegen me: ‘Gij hoort er ook bij Richard.’ Zodoende ben ik een soort coach, al zal ik mijn voetbalschoenen ook elke keer meenemen naar de wedstrijden.”

Leuke sfeer
De Wit en zijn ploegmakkers zijn enthousiast over het format van de 45+ competitie. Los van de prima resultaten in de eerste speelronde was het vooral het sfeertje dat de mannen van Irene’58 goed beviel. “Op het veld wil iedereen winnen, maar niet ten koste van alles en zo hoort het”, zegt De Wit. “Het was ook leuk dat wij als Irene’58 behoorlijk wat supporters hadden meegenomen naar Made, waar de eerste duels werden gespeeld. Ik denk dat we zeker gaan meedoen om het kampioenschap, want we hebben een goed elftal. We kunnen van iedereen winnen. Of ik zelf veel zal spelen? Ik zie het wel, ik vind het ook niet erg om met de bidons en wonderspons langs de lijn te staan.”

De Wit vindt het erg gezellig om op zaterdagen op pad te gaan met de JO19-1 en ook op zondagmiddag gaat hij regelmatig naar het sportpark van Irene’58 als het eerste elftal een thuiswedstrijd speelt. “Mijn zoons doen af en toe mee met dat team en die zie ik natuurlijk graag voetballen. En ik vind de dorpse gezelligheid van Irene’58 heel gezellig. Het zegt wel iets dat ik als niet-voetballer toch bij het 45+ team hoor. Iedereen hoort er hier bij.”

Klik hier voor meer artikelen over Irene’58

In gesprek met Robert Bouman van Wilhemina’26

Wilhelmina’26 is thuis voor Robert Bouman. Vanaf zijn vijfde loopt hij al op sportpark De Ebbe rond en inmiddels is hij een ervaren kracht in het eerste elftal. De 27-jarige middenvelder vindt dat de tweedeklasser rijp is voor een stapje hogerop.

HappyPoint_desinfectie
Robert Bouman is een clubman pur sang. Nooit heeft hij gedacht aan een overstap, omdat hij het simpelweg veel te goed naar zijn zin heeft bij Wilhelmina’26. “Ik speel met sommige jongens al mijn hele leven. Je ziet ook dat spelers die van buitenaf komen lang bij Wilhelmina’26 blijven, omdat we een leuke combinatie hebben van voetballen op een aardig niveau en gezelligheid.” Dat hij op een paar honderd meter van het sportpark in Wijk en Aalburg woont, is ook niet verkeerd.

Toetje
Die goede sfeer brengt het eerste team van de club ver. Zo was Wilhelmina’26 vorig seizoen verwikkeld in een titelrace met Altena, toen het seizoen afgebroken werd. “Dat had ik niet verwacht. Ik dacht wel dat we mee zouden doen om de bovenste plekken, maar dit ging wel heel goed. Waar het door kwam? We spelen niet altijd het mooiste voetbal, maar zijn als team wel erg sterk. We hebben een ploeg die moeilijk te verslaan is, met een brede selectie.”

Het abrupte einde van het seizoen was dan ook een teleurstelling voor Bouman. “Tuurlijk zijn er belangrijkere dingen, maar als we puur naar het voetbal kijken, dan vond ik het hartstikke jammer. Er leek een mooi toetje in te zitten.”

Het voordeel is dat Wilhelmina’26 hongerig het nieuwe seizoen in gaat. “De selectie is weer wat breder geworden en iedereen is fit gebleven. Ik denk dat we mee gaan doen om promotie en wil in ieder geval een periodetitel pakken. We zijn de afgelopen jaren een stabiele tweedeklasser geworden, het is nu tijd voor de volgende stap.”

Box-to-box
Bouman zelf hoopt vooral dat hij zijn huidige rol nog lang kan invullen. “Ik ben een box-to-boxmiddenvelder. Ik help achterin om het dicht te houden, maar ga ook graag mee in de aanval. Ik ren de hele wedstrijd op en neer en dat vind ik heerlijk. Ik merk wel dat ik ouder word, heb er tegenwoordig een paar dagen last van als ik 90 minuten tot het gaatje ben gegaan.” Hij voelt zich niet geroepen om een coachende rol op zich te nemen. “Dat kunnen andere jongens beter, ik moet mijn zuurstof sparen om op en neer te rennen. Ik hoop daarnaast het goede voorbeeld te geven met mijn spel, door voorop te gaan in de strijd.”

De nacompetitie is dus sportief het doel voor Wilhelmina’26. “Maar ik zal vooral blij zijn als we het seizoen ‘gewoon’ af kunnen maken. Het is allemaal nog zo onzeker.”

Foto: Peter Verheijen Fotografie

Klik hier voor meer informatie over Wilhelmina’26
Klik hier voor meer artikelen over Wilhelmina’26

In gesprek met Piet Sluijs van SPV’81

“Ik heb een wereldbaan”, zegt Piet Sluijs, als hij op het veld van SPV’81 staat. “Ik ben altijd buiten. Kan lekker mijn gang gaan en zelf mijn eigen tijd indelen.”

cathay_internetbalk_v2

Feyenoord heeft Erwin Beltman, de kleine, maar oh zo gezellige Polsbroekse vereniging heeft de 77-jarige Sluijs als gras- en lijnenmeester. “Maaien doe ik dus niet”, zegt hij. “Dat doet een extern groenbedrijf, maar ik hou wel het veld in de gaten. Na de wedstrijd loop ik altijd een rondje. Leg wat polletjes goed, repareer hier en daar wat. Heerlijk vind ik dat. Ik ben dan helemaal alleen.”

Vraag hem niet naar de verwachtingen voor SPV’81 1 voor dit seizoen. Hij blijft het antwoord schuldig. “Ik heb helemaal niets met voetbal. De keren dat ik een wedstrijd helemaal heb gezien is op de vingers van één hand te tellen. Hooguit een wedstrijd op televisie. Het eerste? Dat zie ik nooit. Het doet me niks. Mijn hobby is fietsen. Ik heb een elektrische fiets en daar maak ik dagelijks lange tochten mee. Ik heb een dubbele accu. Zeker in de zomer fiets ik wel eens 120, 130 kilometer. Binnen een bereik van honderd kilometer vanuit Polsbroek heb ik alles gezien. Ik ga ’s morgens de deur uit, zeg mijn vrouw gedag en ga tussen de middag op een rustig plekje op een bankje mijn brood eten en koffie opdrinken. Een autoblad mee om wat door te lezen en ik heb een prima dag.”

Sluijs was, voordat hij met zijn pensioen ging, automonteur. Bij SPV’81 kwam hij per toeval terecht. “Via familie, maar dat is niet vreemd want iedereen in Polsbroek is familie. Mijn nichtje deed de inkoop van de bar. Ze stopte ermee en vroeg of dat misschien iets voor mij zou zijn. Ik heb dat een paar jaar gedaan en ook achter de bar gestaan. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt totdat dit voorbij kwam.”

Met dat ‘dit’ doelt Sluijs, die ook iedere donderdag tot de werkploeg van SPV’81 behoort (‘het is altijd heel gezellig’), op het lijnentrekken. “Ik heb het overgenomen van mijn neefje. Die had het van zijn vader en mijn broer overgenomen. Mijn neefje werkte overdag. In de zomer was dat geen probleem, maar in de winter wel. In het donker is het stuk lastiger om lijnen te trekken.”

Sluijs doet het alweer een groot aantal jaar. Hij is verantwoordelijk voor het hoofdveld en het trainingsveld. “Bij het trainingsveld moeten alleen de zij- en achterlijnen, met het hoofdveld ben ik altijd wel twee uur bezig. Het is een precies werkje. Je moet geconcentreerd zijn, want een lijn die niet recht loopt kan natuurlijk niet.”

Hij spreekt van een ‘soort eergevoel’. “Die lijn moet recht, liefst kaarsrecht”, zegt hij fanatiek. Daarvoor gebruikt hij een speciaal karretje. “Kijk”, zegt hij, terwijl hij wijst naar de voorkant. “Dat voorstukje gebruik ik als een soort kompas. Je moet af en toe heel licht bijsturen, op gevoel”, doceert hij.

Hij maakt nogal wat meters op het Polsbroekse veld, dat fantastisch is gelegen in de polder van de Krimpenerwaard. “Het is geen straf om hier te lopen”, meent Sluijs dan ook.

In de zomer heeft hij de handen vol aan het lijnentrekken. “Het gras groeit dan altijd sneller. Er wordt dan ook vaker gemaaid. Twee keer in de week. Dus ben je ook verplicht om één keer de lijnen te trekken. In de winter groeit het gras minder snel. Eén keer in de twee weken volstaat dan.”

 

klik hier voor meer artikelen over SPV’81.

In gesprek met Lennart Quack van Rozenburg

Hij was jarenlang dé spits van Rozenburg, tot hij tweeënhalf jaar geleden stopte. Dit seizoen maakt Lennart Quak, 32 jaar, zijn comeback bij de tweedeklasser. “Ik heb weinig te eisen.”

haco_sport[1]

Eigenlijk had hij het prestatievoetbal wel gezien. Marathons lopen werd zijn ‘ding’. Hij liep die van New York (‘in vier uur en negentien minuten’) en wilde onder de vier uur lopen in Rotterdam. Met de komst van het coronavirus raakte dat doel uit het zicht. “Ik ben erachter gekomen dat ik het voetbal op niveau mis. Spelen op een lager niveau is niet echt voor mij weggelegd. Je wordt steeds minder fit, logisch ook want je gaat veel minder doen. Ik miste vooral de beleving. Het toeleven naar een belangrijke wedstrijd, maar ook de kleedkamerhumor en de onderlinge band.”

Hij ging om de tafel met trainer Marc-Peter Nauta, die aangaf wel open te staan voor de terugkeer van de aanvaller. “Ik ben er een tijd uit geweest en dat kan niet ongestraft. Ik heb geen eisen gesteld. Eerst maar kijken of ik überhaupt nog fit raak en van betekenis kan zijn voor het elftal”, stelt hij nuchter vast.

Met heel wat hardloopkilometers in de benen hoefde Quak niet te werken aan zijn conditie. “Conditie is één, voetbalfit is twee”, reageert hij. “Een voetbalwedstrijd spelen is héél wat anders dan blind een stuk rennen over een geasfalteerde weg. Voordat je weer klaar bent om een wedstrijd te spelen, daar gaat een lange tijd overheen. Daarnaast moet je waken voor overbelasting. Ik ben niet meer gewend om twee keer in de week met een hoge intensiteit te trainen en meerdere wedstrijden te spelen. We hebben rustig aan gedaan. In de voorbereiding speelde ik nooit de hele wedstrijd. Het was een half uur of een helft.”

Daarom zat Quak bij aanvang van de competitie nog niet tegen een basisplaats aan. “Er waren al andere spitsen en in de tussentijd is Rozenburg ook een klasse hoger gaan spelen. Het tempo ligt in de tweede klasse nog hoger dan ik gewend was in de derde klasse. Ik zie het ook als een experiment om aan te haken bij het niveau. Aan een basisplaats denken is op dit moment niet reëel. Mogelijk ligt mijn rol in die van invaller. Ook prima, als ik op die manier het elftal kan helpen, heb ik daar vrede mee. Vroeger kon ik heel moeilijk doen als ik niet in de basis stond, nu kan ik dat veel beter relativeren. Dat zal de leeftijd wel zijn.”

Hij tempert sowieso de verwachtingen. Zijn terugkeer moet niet te groot gemaakt worden, vindt hij. “Ik was voorheen echt niet de spits die aan de lopende band scoorde. Gemiddeld maakte ik elf, twaalf doelpunten per seizoen. Soms iets meer, soms iets minder. Ik weet ook dat ik veel kansen onbenut liet.”

 

klik hier voor meer artikelen over Rozenburg

In gesprek met Henk Buijs van HZ’75

Al een aantal seizoenen neemt een speciaal team van HZ’75 met veel plezier deel aan de 45+ competitie van de KNVB. Op een aantal vrijdagavonden spelen de mannen uit Hooge Zwaluwe in toernooivorm een paar potjes per avond, om vervolgens de kantine in te duiken.

Henk Buijs is bezig aan zijn 46ste voetbaljaar in het shirt van HZ’75. De 55-jarige inwoner van Hooge Zwaluwe speelt op zondagochtend nog altijd zijn wedstrijdjes in het derde van de blauw-gelen en is daarnaast de oprichter van het 45+ team van de club. “In het derde speel ik waar ze een mannetje tekortkomen en meestal maar één speelhelft. Conditioneel gezien ben ik niet meer top, maar ik sta er wel elke zondag als het moet.”

Dertien spelers
In tegenstelling tot Henk hingen veel oud-teamgenoten van hem hun voetbalschoenen al tijden geleden spreekwoordelijk gezien aan de wilgen, maar gelukkig hebben behoorlijk wat mannen hun kicksen tegenwoordig weer tevoorschijn gehaald. In totaal vormen maar liefst dertien spelers het 45+ team van HZ’75. In toernooivorm spelen ze op een aantal vrijdagavonden op een half veld duels van een halfuur of twintig minuten, tegen regionale clubs als Oosterhout, VCW en Irene’58 . “Die dertien spelers heb je ook allemaal nodig, want op onze leeftijd zit een ongeluk in een klein hoekje”, zegt Buijs. “Tijdens de eerste speelronde raakte er een speler van Madese Boys zwaar geblesseerd, dat vond ik veel erger dan dat we alle vier de duels verloren.”

Ondanks de nederlagen zijn de mannen van HZ’75 behoorlijk fanatiek. Tackelen is verboden, net als lichamelijk contact, maar Buijs benadrukt dat het 45+ voetbal in andere opzichten niet te vergelijken is met walking football. “Je mag gelukkig wel hard rennen en hard schieten, want anders had ik het saai gevonden”, zegt Buijs. “We verloren de eerste wedstrijden omdat we niet getraind hadden, maar daar gaat verandering in komen. Als we iets beter op elkaar zijn ingespeeld, gaan we zeker punten pakken. Voorgaande jaren deden we het ook niet slecht. Iedereen kent elkaar al jaren en met de sfeer zit het sowieso goed in ons team.”

Nooit kampioen
Buijs begon als tienjarige met voetballen bij HZ’75. Hij speelde een aantal jaren in het eerste, had een rol in het bestuur en is dus op 55-jarige leeftijd speler van maar liefst twee teams. “HZ’75 is een gezellige vereniging. Iedereen kent elkaar en de sfeer is gemoedelijk”, zo omschrijft hij de trots van Hooge Zwaluwe.” Opvallend genoeg is Buijs in zijn 45 jaren als voetballer van de club nog geen enkele keer kampioen geworden. “Ik ben vaak tweede of derde geworden, maar een titel heb ik helaas nog nooit kunnen vieren.” De hoogste tijd dus om daar met het 45+ team verandering in te brengen, zou je zeggen. “Dat zou leuk zijn, maar we spelen voornamelijk voor ons plezier. Het belangrijkste is dat we het leuk hebben, onze prestaties komen op de tweede plaats.”

klik hier voor meer artikelen over HZ’75