In gesprek met Marvin Blom van VV Raamsdonk
Op jonge leeftijd kwam Marvin Blom in het eerste van vv Raamsdonk terecht. Buiten een uitstapje van een jaar bij Altena was de aanvaller altijd actief bij de dorpsclub. En voorlopig blijft hij dat nog ook nog wel even. Daar waar het draait om teamprestaties, op én naast het veld.

RAAMSDONK – Blom scoorde jarenlang aan de lopende band voor Raamsdonk, dat er interesse was van andere clubs is dan ook niet gek. Toch kwam het vaak niet tot een overstap. Tot hij naar Altena trok. Hij vierde met die ploeg het kampioenschap in de derde klasse, al was dat geen absoluut hoogtepunt. “Ik raakte halverwege het seizoen geblesseerd, scheurde mijn hamstring. Daar is de keuze reuze. Er staat iemand anders op het moment dat je geblesseerd raakt, doet hij het goed heb je pech. Ik had pech.”
Hij keerde terug naar Raamsdonk, waar hij vervolgens meteen zijn mooiste jaar als voetballer meemaakte. Blom vertrok met een degradatie, Raamsdonk eindigde zonder hem zevende in de vijfde klasse. Teruggekeerd volgde meteen promotie via de nacompetitie, nadat er in het seizoen een periodetitel was gepakt. “Dat was een echte teamprestatie. Als ik terugdenk is dat van alle jaren dat ik hier speel het mooiste jaar geweest”, zegt hij op de tribune van sportpark Den Uilendonck.
Alles goed geregeld
Gewoon weer bij Raamsdonk dus, de club die hij nu ook niet meer gaat verlaten. Het voelt daar als thuis, dat is het eigenlijk al sinds hij als jeugdspeler van Good Luck de overstap maakte. “Het is een echte dorpsclub, maar wel eentje waar alles goed geregeld is. Bestuurlijk hebben ze het goed op orde, het is rustig binnen de club”, zegt Blom, die als hij praat over het eerste elftal regelmatig wijst op teamprestaties. “Dat is de kracht van Raamsdonk. Het zou hier ook niet werken als iemand alleen voor zijn eigen ‘hachie’ zou gaan. We moeten een team zijn op het veld. En, ook belangrijk, ook buiten het veld. We gaan vaak met de hele groep naar de kantine, ook al is die nu al lang dicht.”
Met dat team heeft hij twee gekke seizoenen achter de rug, onder leiding van trainer Louis Roovers. Het eerste jaar ging goed, Raamsdonk deed tot het stopzetten van de competitie mee om de bovenste vijf plekken. Dit seizoen, hoe kort ook, ging door blessureleed wat minder. Waar Raamsdonk nu staat? “Dat is moeilijk te zeggen. Dat eerste jaar onder Louis moet de referentie zijn. Ook dat was een teamprestatie. We gingen voor elkaar door het vuur, keihard werken en een trainer die er heel goed in is mensen enthousiast te maken. Als de resultaten dan elke keer net goed vallen, krijg je een boost. Al de mensen die we toen hadden, hebben we nu ook bijna allemaal beschikbaar. In het linkerrijtje spelen, dat zouden we graag willen.”

Dromen
De trotse aanvoerder twijfelde mede door blessures al wel eens over de toekomst, stoppen was een optie. Maar voorlopig gaat hij door. Wat hij dan graag nog mee zou maken met Raamsdonk? “Dan is het wel dromen hoor, maar dan zou ik graag nog een periode winnen. Dan moet alles op z’n plek vallen. Iedereen moet fit zijn en we mogen niet teveel kaarten pakken. Want bij schorsingen en blessures zijn we heel kwetsbaar, de vijver van spelers om uit te vissen is niet groot. Als er een stuk of vier spelers wegvallen kan dat zomaar vijf of zes plekken verschil maken op de ranglijst.”
Klik hier voor meer artikelen over VV Raamsdonk.
Meer informatie over VV Raamsdonk? Klik hier.
Stephan van Gurp over de positieve wind bij SV Terheijden
Stephan van Gurp is sinds half december de nieuwe voorzitter van SV Terheijden. Met hem kwam er een volledig nieuw bestuur. Er waait wat dat betreft een frisse wind door de club en dat straalt af op alle leden. De club leeft, zelfs nu het door corona al lange tijd stil is op Sportpark Ruitersvaart.

TERHEIJDEN – “We zijn gestart met een heel nieuw bestuur”, zegt Van Gurp. Hij is zelf de opvolger van Jan Tempelaars. “Hij is jarenlang verdienstelijk voorzitter geweest, maar altijd in een kleiner comité. Wij zijn op 14 december gestart in een bredere samenstelling. Met negen mensen draaien we de club. Dat maakt dat veel leden zich vertegenwoordigd voelen in de club en er komt veel energie los.”
Zelfs van buitenaf zie je dat de club leeft. Van Gurp kan dat alleen maar beamen. “Ja. En dat is echt supertof om te zien.” Het is niet dat het slecht ging onder het vorige bestuur, zeker niet. Het ging eigenlijk heel goed. Er is een keurige overdracht geweest en er zijn geen lijken uit de kast gekomen, wat je nog wel eens hoort. Dat is super.”
Positieve energie
“Als je kijkt naar het ledenaantal, zit dat al enkele jaren stabiel rond de 500. Dat is super. De laatste jaren zien we zelfs dat we groeiende zijn in de jeugd. Dat is heel gaaf. Daarnaast gaan we starten met Walking Football en bieden we een plek aan FC Mini, dat is voor kinderen van twee tot vijf. Als vereniging kunnen we straks zeggen dat we iedereen in het dorp, van twee tot honderd, kunnen laten sporten”, zegt Van Gurp, die daarbij ook wijst naar het feit dat er een G-team is. “We zijn wat dat betreft ook met gave dingen bezig, dat zorgt voor positieve energie.”
De club heeft de periode met weinig voetbal aangegrepen om het sportpark op te knappen. Door veel vrijwilligers en wat trouwe sponsors starten we op het moment dat de coronacrisis voorbij is in een volledig opgefriste kantine, met een nieuwe keuken”, legt Van Gurp uit. Terwijl ook het startsein gegeven is om te beginnen met de bouw van nieuwe kleedkamers. “Het ziet er allemaal positief uit, het is superrooskleurig.”

Balans
De positieve energie buiten de lijnen hoopt de dertigjarige voorzitter uiteindelijk ook binnen de lijnen te zien. Het niveau van het selectie-elftal is daarbij van belang. “Ons eerste elftal is belangrijk, bij de mannen en de vrouwen. Heel belangrijk, maar het moet niet ten koste gaan van andere leden. Wij zijn samen de vereniging. Alles moet in perspectief gezien worden, het moet in balans zijn met de overige leden. Ieder lid is evenveel waard”, aldus Van Gurp, die de afgelopen twaalf jaar in de selectie actief was en nu in het vijfde elftal gaat spelen.
Van Gurp kijkt er naar uit om op het sportpark te zijn in zijn rol als voorzitter, terwijl er volop bedrijvigheid is. “Dat zal wel even wennen zijn, want dat is dan voor het eerst in mijn rol als voorzitter. Maar liever vandaag dan morgen. We snakken allemaal naar sociaal contact, het praatje en het voetbal. Echt, liever vandaag dan morgen.”
Klik hier voor meer artikelen over SV Terheijden.
Meer weten over Sv Terheijden? Klik hier.
In gesprek met RFC-trainer Paul van der Donk
Met ruime ervaring als hoofdtrainer van tweede elftallen als die van Roda Boys en Almkerk, probeert Paul van der Donk nu zijn kennis over te dragen als hoofdtrainer van het vlaggenschip van RFC. Hij vertelt over de club, zijn tijd bij de club en zijn toekomst.
Paul van der Donk is sinds het seizoen ‘20-’21 trainer van de hoofdmacht van RFC. Hij begon zijn trainerscarrière als assistent-trainer bij het tweede van Achilles Veen, dat jaar haalde hij ook meteen zijn UEFA C. Na Achilles Veen kwam Roda Boys op het pad bij Van der Donk, met deze ploeg is hij van reserve eerste klasse gepromoveerd naar reserve hoofdklasse. Hier heeft hij zich één jaar weten te handhaven, na dit jaar bleek dit toch te hoog gegrepen en degradeerde hij met dit elftal. Toen besloot Van der Donk een nieuwe weg in te slaan, wederom als hoofdtrainer, maar nu van het tweede van Almkerk. Ook met deze ploeg wist de trainer van reserve eerste klasse naar reserve hoofdklasse te promoveren. Na één seizoen behoud reserve hoofdklasse met Almkerk is hij naar RFC vertrokken waar hij, ondanks corona, na de zomer aan zijn tweede seizoen begint.
Van der Donk vertelt over hoe hij bij RFC is gekomen. “Eigenlijk middels een advertentie. RFC zocht een hoofdtrainer en ja, als trainer van tweede elftallen kom je niet heel makkelijk binnen. Veel zien we dat oud betaald voetballers wat makkelijker binnenlopen omdat dan het idee geschetst wordt dat het ook goede trainers zijn.” Deze advertentie gaf trainer Van der Donk dus opening om een uitdaging aan te gaan bij een hoofdmacht, hij vertelt verder. “Eigenlijk heb ik altijd gezegd dat ik graag in de derde- of tweede klasse wilde instromen omdat ik UEFA B heb. Alleen daar kom je bijna niet binnen, dan moet je dus eigenlijk onderaan beginnen, in de 4e klasse. Dit terwijl het 4e klasse van het eerste elftal eigenlijk lager ligt dan reserve hoofdklasse bij tweede elftallen.”
Wanneer je als trainer ergens aan de slag gaat is het niet altijd vanzelfsprekend dat je een warme band met die club hebt. Van der Donk noemt zichzelf een clubmens en heeft hier een duidelijk kijk op, hij vertelt: “Je band met de club, daar moet je altijd zelf aan werken. Ik ben wel een clubmens. Ik had geen band met de club maar je reageert op een vacature en dan vind ik wel dat je als trainer ervoor moet zorgen dat je bij die club past. Dan ga je een gesprek aan met de club, en dan is je gevoel daar wel of niet goed bij. Dat was bij RFC goed, omdat het een warme club is. Ik vind dan dat je vanaf dag één jezelf als trainer passend moet maken binnen de club.” Als trainer wordt er dan vaak van je geacht dat je rekening houdt met veel belangen binnen de vereniging, dit erkent ook Van der Donk. “Je hebt te maken met parttime personeel, je hebt te maken met ouders van jeugdspelers, je hebt te maken met trainers van tweede elftallen en/of andere (jeugd)elftallen. Met jonge spelers, met oudere spelers, het bestuur, de technische commissie en dus eigenlijk iedereen die binnen de club werkzaam is. Al die belangen moet je tegen elkaar afwegen en daar moet je een bepaalde mix in vinden zodat iedereen binnen de club je graag ziet. En dat je dan toch ook nog rechtlijnig kunt zijn binnen de club als trainer. Dat maakt je denk ik een clubmens. Dat maakt je passend binnen een club. Het gaat niet van de ene op de andere dag, er is wat tijd voor nodig, maar goed het gaat me best aardig af denk ik.”
Wanneer Van der Donk gevraagd werd wat zijn blik op het huidige seizoen is, zei hij het volgende: “We waren goed gestart qua resultaten maar het voetbal kon een stuk beter. We waren pas net onderweg. Vaak verander je in een maand niet zoveel dat het in één keer perfect is. Ik ben bij RFC gekomen en ik heb vanaf onderaan moeten beginnen met deze ploeg. Dit zeggend zonder anderen tekort te doen. Maar mijn manier van voetballen, daar ben je gewoon 3/4/5 maanden mee bezig alvorens dat zijn vruchten goed afwerpt. De club had het idee: ‘We hebben de bal, en we gaan naar voren’. Dan begin je bij de opbouw en een stukje verdedigen. Je maakt kleine stapjes en we waren onderweg, daar zat al een lijn in. Vervolgens sta je na 4 wedstrijden met 9 punten, dat is een goed resultaat, echter geeft het geen garantie op het lopende seizoen.” Na enkele duels zag trainer Van der Donk wel het één en andere. Zo kreeg hij al een idee van de capaciteiten van dit team met oog op lopende seizoen. “Ik denk we de mogelijkheid hadden om bij de eerste 3/4 te komen. Dit omdat er gewoon paar goede ploegen bij zitten in het zaterdag amateurvoetbal. Dat komt door de verschuiving van zondag naar zaterdag natuurlijk.”
Van der Donk heeft duidelijke ideeën over wat hij wil bereiken met de club, zo wil hij graag promoveren met dit team. “Ik wil naar de derde klasse en het daar gaan maken. Alleen daar heb je dan ook het materiaal voor nodig. Ik denk dat het materiaal, zeker met de toekomst van de jeugd, dat het er zit. Of dat promoveren in het eerste jaar zal gebeuren, dat weet ik niet. We moeten hopen op een klein prijsje en dat we kunnen stunten. Echter ik zie ons niet als titelkandidaat.”
Persoonlijke ambities binnen het trainersvak heeft de coach ook, zo vindt hij dat iedere trainer het doel moet hebben zich te ontwikkelen. Wat dit betekent? “Dit betekent vlieguren maken. Dit is mijn derde of eigenlijk vierde club waar ik als trainer actief ben. Nu voor het eerst op eerste elftal niveau. Daar wil ik me ook in ontwikkelen, als hoofdtrainer zijnde, dat is het belangrijkste voor mij. Zodat ik toch een keer doorstroom naar de derde, tweede of mogelijk eerste klasse.” Ook wat diploma’s betreft heeft de trainer duidelijk doelen. “Ik wil ook ooit mijn UEFA A halen. Daarvoor moet je twee jaar ervaring hebben op UEFA B niveau, daar geldt reserve hoofdklasse niet voor, je moet echt tweede of derde klasse getraind hebben met een eerste elftal. Wederom dus vlieguren maken, dit zodat ik toch die ervaring heb om door te kunnen stromen naar een hoger niveau. Dat is eigenlijk mijn ambitie.”
Afsluitend kreeg Van der Donk nog de vraag of hij lovend was over een persoon binnen de organisatie, hier had hij een mooi antwoord op. “Dat is lastig om aan te geven omdat ik niemand iets tekort wil doen. Want eigenlijk is de hele structuur goed, en is het een warme vereniging. Er wordt veel besproken binnen de vereniging, allemaal goede manieren. Natuurlijk heb ik een hele fijne leider, een fijne materiaalman, een fijne assistent-trainer, een fijne voorzitter, ook de technische commissie zit goed in elkaar. Om dus iemand noemen die ik op de voorgrond kan zetten, dan doe ik anderen tekort.”
Foto: © Sluipschuttermedia
Klik hier voor meer artikelen over RFC.
Meer weten over RFC? Klik hier.
De aftrap met Stan Groenewegen van VV Maasdijk
Stan Groenewegen is 28 jaar en voetbalt bij VV Maasdijk. Op zeven jarige leeftijd is hij bij RKVV Westlandia begonnen in de F8. Vervolgens is hij naar de selectie gegaan en heeft hier vanaf de F1 tot de B1 gespeeld. Op 17-jarige leeftijd is de centrale verdediger naar VV Maasdijk vertrokken waar hij sinds zijn 19e in de hoofdmacht speelt.
Groenewegen woont ik Rotterdam naast de Kralingse Plas. Een prachtige plek om hard te lopen, maar ook om een balletje te trappen. ‘’Toen de maatregelen het toelieten, speelden we op zaterdag een wedstrijdje twee tegen twee of drie tegen drie. Ook liep ik doordeweeks twee keer hard.’’ Krachttraining thuis heeft hij ook een aantal weken gedaan maar haalde daar niet genoeg voldoening uit.
De selectie van VV Maasdijk heeft een kwaliteitsinjectie gekregen met twee nieuwe aanwinsten, namelijk: Nick van Vliet (Westlandia) en Robin van der Ende (Excelsior Maassluis). ‘’Twee ervaren voetballers die goed bij de cultuur van de club passen.’’ Kevin van den Berg zal de enige speler zijn die de club uitzwaait waardoor bijna heel de selectie intact blijft. Het team zal er komend seizoen kwalitatief dus absoluut op vooruit gaan.
Toen we de centrale verdediger vroegen wat hij dit seizoen hoopt te bereiken met zijn team was zijn reactie: ‘’Daar kan ik een heel verhaal over ophangen, maar we willen promoveren. Of dat direct is of via nacompetitie doet er niet toe. We willen terug naar de derde klasse, waar we thuishoren!’’
Op persoonlijk vlak hoopt Groenewegen allereerst dat de competitie weer van start gaat en dat hij deze ‘gewoon’ kan uitspelen. Hij wil zoveel mogelijk wedstrijden spelen en fit blijven. Na twee gekke seizoenen achter de rug te hebben durft hij geen voorspelling te doen over het aankomend seizoen. ‘’Laten we hopen dat we gewoon onze wedstrijdjes mogen spelen, de kantine en het terras weer geopend kunnen worden en we zo hoog mogelijk op de ranglijst kunnen eindigen.’’
Voor meer artikelen over VV Maasdijk klik hier.
Voor meer informatie over VV Maasdijk klik hier.
Penningmeester Arvid de Bie beoogd preses bij SSS
Binnen SSS geldt Arvid de Bie als een duizendpoot. Maar ondanks al zijn rollen bij de voetbalclub uit Klaaswaal, heeft hij een vrij beknopte beschrijving van het huidige coronaseizoen: ,,Niet spannend. Het is vreselijk saai geweest.’’

KLAASWAAL – Op voetbalgebied was er natuurlijk weinig te beleven de afgelopen maanden. Er waren natuurlijk trainingen voor de jeugd en sinds kort ook weer voor senioren onder de 27 jaar. ,,Met de nodige aanpassingen is er op die manier toch nog de nodige activiteit op het complex’’, vertelt De Bie, die binnen het bestuur de penningmeester van SSS is. ,,Maar uiteindelijk mist iedereen toch het spelen van wedstrijden, de gezelligheid en de drukte op zaterdagmiddag rond het eerste elftal.’’
De Bie merkt op dat het voor bestuursleden van een voetbalclub in coronatijd ook rustig is. En hoewel je misschien anders zou verwachten, geldt dat ook voor de penningmeester. ,,Het is allemaal niet zo spannend. Je hebt simpelweg minder te doen. Je mist inkomsten zoals die uit de kantine en dat scheelt natuurlijk ook werk’’, aldus De Bie. Naast penningmeester is de voetbalvader ook actief als jeugdtrainer, als lid van de sponsorcommissie en voorzitter van de stichting rond SSS.
Complex
SSS is ondanks de slechts beperkt geopende toegangspoorten van het complex niet in de problemen gekomen. De Bie: ,,We zijn heel erg blij met de huurstop van de gemeente, waardoor de vaste lasten daalden. Daarnaast probeer je natuurlijk aanspraak te maken op alle steunmaatregelen die beschikbaar zijn. Als je daar een beetje in zit, lepel je de informatie daarover zo op. We zijn ook heel erg blij dat we geen sponsoren hebben zien afhaken en er zijn ook geen leden gestopt. Via mijn werk in Rotterdam ken ik verhalen van clubs uit die stad waar het er heel anders aan toe gaat. Bij ons is er in de jeugd zelfs sprake geweest van groei.’’

Die groei hoopt de dorpsclub misschien wel vast te houden als er over niet al te lange tijd gestart wordt met woningbouw in Klaaswaal. Lang was onduidelijk waar de toekomst van SSS lag met het oog op die nieuwbouw, maar inmiddels weet het bestuur dat de komende tien jaar geen sprake zal zijn van een verhuizing. Reden om het complex de komende tijd onder handen te nemen. ,,De afgelopen acht jaar is daar weinig aan gedaan, omdat er eerst vier jaar werd gesproken over een verhuizing en het daarna een jaar of vier stil is gebleven. Nu we begrijpen dat we de komende tien jaar op deze plek zullen blijven, is het tijd om weer te gaan investeren.’’
Daar zal het onderkomen volgens De Bie zeker van opknappen. ,,Als de kantine vol staat, zie je niet dat het hier en daar bruin begint te worden. En na een paar biertjes valt het ook niet op dat de wc verouderd is. Maar nu is de kantine al een tijdje leeg en dan zie je wel dat er hier en daar iets moet gebeuren.’’
Klik hier voor meer artikelen over SSS.
Meer weten over SSS? Klik hier.
In gesprek met Sander Kraaijeveld van V.V. Rozenburg
Sander Kraaijeveld woont in het mooie dorpje Rozenburg. Vanaf kleins af aan speelt hij al bij zijn plaatselijke dorpsclub. Naast het voetballen is hij nog bezig met zijn studie Technische Bestuurskunde aan de TU Delft en vindt hij het geweldig om naar mooie plekken te reizen. We praten met hem over hoe hij zijn voetbalcarrière heeft doorlopen, het huidige seizoen, zijn persoonlijke doelen en de toekomst.
![haco_sport[1]](https://voetbaljournaal.com/wp-content/uploads/2020/05/haco_sport1-800x107.png)
We vragen Sander hoe hij zijn voetbalcarrière heeft doorlopen. “Ik begon op mijn vijfde bij de pupillen van V.V. Rozenburg. Hierna heb ik alle selectie elftallen doorlopen. Toen ik eerstejaars D was mocht ik al vervroegd doorstromen naar de C’tjes. Toen ik in mijn laatste jaar van de B1 zat, mocht ik na de winterstop aansluiten bij het eerste elftal. De eerste dag dat ik mocht aansluiten, mocht ik gelijk mijn debuut tegen sv DRL maken. Ik mocht na 45 minuten het veld al in, terwijl de meeste spelers mijn naam nog niet wisten. Dit was een mooi moment waar je als jonge jongen naar uitkijkt. Sindsdien maak ik onderdeel uit van het eerste elftal, waar ik met veel plezier speel.”
“Het huidige seizoen is een weggegooid seizoen”, vertelt Kraaijeveld. “Er zijn maar twee competitiewedstrijden gespeeld dit seizoen en uiteindelijk zijn het wel de wedstrijden waar je naartoe traint. Het is jammer voor mijn ontwikkeling, omdat ik op deze leeftijd nog veel kan leren van het spelen van wedstrijden.” Gelukkig kent Sander ook een mooi moment in zijn carrière. “In mijn carrière is toch wel het seizoen 2018-2019 een mooi jaar geweest. In dit seizoen behaalden we, na een mooi seizoen gedraaid te hebben, de nacompetitie door een periodetitel. De finale heb ik mogen spelen en uiteindelijk wonnen we deze in blessuretijd van V.V. Zuidland. Hierdoor promoveerden we naar de tweede klasse.”
De 20-jarige verdediger hoopt dit seizoen fysiek nog wat sterker te worden. Zo traint hij voor een sterker bovenlichaam. “Daar ben ik momenteel hard voor aan het trainen. Ook is mijn doel is om met V.V. Rozenburg nog een keer in de eerste klasse te voetballen. Binnen de club zijn alle vrijwilligers een groot belang voor de vereniging”, vertelt Sander. “Ook vind ik dat we een gezellig en gedreven team hebben, zowel op als buiten het veld, met een goede trainer.”
Voetbal is voor de verdediger belangrijk, omdat hij dan lekker kan ontspannen. “Ook van het winnen van wedstrijden en het spelletje kan ik erg genieten. Maar vooral niet te vergeten is het sociale aspect van het voetbal, wat ik ook erg belangrijk vind, zoals het drinken van een biertje na de wedstrijd.”
Het einde van dit seizoen nadert. “Laten we hopen dat we volgend seizoen weer wedstrijden mogen spelen. Ik hoop dat we er met de groep weer een leuk en mooi seizoen van kunnen gaan maken waarin we bovenin mee kunnen gaan doen. Misschien dat ik voor mijn studie wel een deel van volgend seizoen moet gaan missen, omdat ik dan voor vijf maanden in Finland ga studeren als Covid-19 het toelaat”.
Voor meer artikelen over VV Rozenburg klik hier.
Voor meer informatie over VV Rozenburg klik hier.
Henk Dirven ziet nog geen moment voor afscheid van SSS
Na twee ‘coronaseizoenen’ gaat de tweede ambtstermijn van Henk Dirven bij SSS komende zomer het derde jaar in. ,,Want zo stoppen zou raar zijn’’, vertelt de oefenmeester. ,,Eigenlijk is dit voor iedereen een verplichte sabbatical geweest.’’

KLAASWAAL – Henk Dirven keerde in de zomer van 2019 terug bij SSS. Het eerste seizoen onder zijn leiding eindigde in maart abrupt als gevolg van het coronavirus. In het huidige seizoen speelde SSS slechts een handvol wedstrijden onder zijn leiding. ,,En dus voelt dit een beetje als een overgeslagen seizoen’’, aldus Dirven. ,,Eigenlijk is er niets terecht gekomen van de plannen die we eind vorig seizoen hadden om door te pakken. We hebben niet de kans gehad om daar iets mee te doen.’’
Toen Dirven met de club uit Klaaswaal in gesprek ging over de toekomst, was het voor de oefenmeester dan ook een logische keuze om door te gaan. ,,De afgelopen twee seizoenen hebben we niet kunnen afmaken en zo voelt het ook voor de samenwerking. Nu stoppen, zou voelen alsof je iets niet hebt afgemaakt. Het zou ook raar zijn om op deze manier bij een club te vertrekken of zelfs je trainersloopbaan te beëindigen. Eigenlijk is dit voor iedereen een verplichte sabbatical geweest.’’
Balans
Dirven kijkt positief vooruit naar zijn vierde seizoen (hij werkte eerder al een seizoen bij SSS) in dienst van de club. ,,Ik heb het gevoel dat we straks weer aan een competitie kunnen beginnen die we ook kunnen afmaken’’, aldus Dirven. ,,En het voordeel is dat we ruim van tevoren al de stappen kunnen zetten die nodig zijn om goed aan een seizoen te beginnen.’’
Hoewel het nieuwe seizoen als stip op de horizon geldt, merkt Dirven toch dat het nog aan perspectief ontbreekt als het gaat om de trainingen. ,,Dat je op dit moment geen wedstrijden speelt, heeft invloed op de opkomst, de inzet en de benadering van trainingen. Je ziet dat er verschillen bestaan tussen de spelers. Sommigen geven alles, anderen willen ook wel, maar maken zich er zonder wedstrijden iets makkelijker vanaf en een deel vindt het moeilijk om zich op te laden’’, schetst Dirven. ,,Als trainer moet je daarom zoeken naar een balans, om alle spelers tevreden te houden.’’
Samen met de overige leden van de technische staf werkte Dirven daarom een plan uit voor deze wedstrijdloze periode. ,,Alleen maar partijtjes spelen, daar gaat de lol ook snel vanaf. Daarom hebben we gekozen voor een opbouw richting meer gerichte trainingen. Inmiddels zijn we in de fase aanbeland waarin de trainingen steeds meer aansluiten op die in een regulier seizoen’’, vertelt Dirven. De mogelijkheid om nog voor de zomerstop wat wedstrijden te spelen in een regionale competitie, sluit daar wat hem betreft mooi bij aan. ,,Op papier is dat allemaal geregeld en het is een vooruitzicht dat je eigenlijk nodig hebt. Hopelijk maken versoepelingen van de coronamaatregelen dat straks mogelijk.’’
Klik hier voor meer artikelen over SSS.
Meer weten over SSS? Klik hier.
Fatih Kaya hoopt op mooi jaar bij OVV ‘67
Zijn eerste jaar als hoofdtrainer is er één om snel te vergeten. Een paar wedstrijden, meer was het niet. Op trainingen probeerde hij het plezier in de groep te houden, maar nu kijkt Fatih Kaya vooral uit naar volgend seizoen. De ambitieuze trainer hoopt zelf stappen te maken en iets leuks neer te zetten met OVV ‘67.

OOSTEIND – Een vreemd jaar, zeg dat wel. Heel vervelend, ik heb er geen andere woorden voor”, zegt de 39-jarige oefenmeester eerlijk. “Ik had het me heel anders voorgesteld. Toen de wedstrijden werden stilgelegd heb ik geprobeerd ze gemotiveerd te houden. Trainen mocht ook niet meer. Toen we in groepjes mochten trainen ging ik dingen verzinnen om het leuk te houden. Maar al snel was de lol er wel vanaf.”
De focus van Kaya ligt inmiddels op volgend seizoen, in de hoop dat er dan weer een gewoon voetbaljaar is. Qua trainen zijn er steeds meer mogelijkheden en is er meer toegestaan, maar dat is niet meer voor dit seizoen. “Ik ben begonnen met de voorbereiding naar volgend seizoen toe. Ik ben in gesprek met spelers: wie blijft er, wie stopt en wie gaat weg? Ik verwacht dat de groep grotendeels intact blijft”, zegt de oud-voetballer hoopvol.
Op basis van de huidige spelersgroep is Kaya optimistisch over komend seizoen. “Dit seizoen was het de doelstelling om minimaal een periode te pakken. Ik denk zeker dat het haalbaar was. Voor volgend seizoen is het belangrijk dat de sterkhouders blijven. Er komen zoals het er nu naar uitziet vier spelers over vanuit de jeugd, daar zit potentie in. De doelstelling blijft staan. Als de groep intact blijft, moeten we spelen voor minimaal een periode. En op de lange termijn zit er dan misschien promotie naar de vierde klasse in.”
Kaya spreekt zijn ambities uit, bij de club waar hij zijn actieve voetballoopbaan afsloot. “Door een vriend kwam hij bij OVV ’67 terecht. “Het laatste jaar dat ik heb gevoetbald, was hier.” Het zorgt voor een fijne start van zijn trainersloopbaan. “Ja, je kent al wat mensen. Dat speelt mee. Voor de rest is het als trainer heel anders dan als speler, dan moet je wel even schakelen natuurlijk. Nu ben ik de eindverantwoordelijke”, zegt Kaya, die eerder ook al assistent was bij de club uit Oosteind. “Met een aantal spelers heb ik nog samengespeeld, dat was wel even wennen. Maar die gewenningsperiode is inmiddels wel voorbij.”

Als trainer staat Kaya tussen de groep. “Maar als het nodig is, sta ik er ook boven. Zo creëer je een goede band. Maar je kunt nooit iedereen tevreden houden. Het is belangrijk consequent te zijn, in het naleven van de regels en de afspraken die we als groep gemaakt hebben. Als je dat niet doet, kom je als trainer niet geloofwaardig over.” In zijn actieve periode had hij flink wat verschillende trainers, het is niet dat er één hem gevormd heeft als toekomstig trainer. “Van iedereen pak je wel iets mee. Maar op een gegeven moment krijg je een eigen visie, een eigen manier van voetballen, het benaderen van spelers en een groep. Het is toch per trainer verschillend.”
Zelf hoopt hij als trainer een volgende stap te zetten door aankomend seizoen de UEFA B-cursus te doen. “Als trainer ga je altijd voor het hoogst haalbare. Het lijkt mij leuk om in de tweede of derde klasse actief te zijn. Maar een lager niveau is ook niet erg. Met een groep werken, als trainer zorgen dat de sfeer goed is, er plezier is en jongens wat leren. Dat je jonge jongens daadwerkelijk beter ziet worden, dat is mooi. Dat je je steentje bij kunt dragen, daar doe je het voor.”
Klik hier voor meer artikelen over OVV’67.
Meer weten over OVV’67? Klik hier.
