Home Blog Pagina 795

Nieuwe sporthal zet BSC Roosendaal ‘in the picture’

Meer leden, stijgende inkomsten en groeiende interesse van sponsoren. Dat is ongeveer het idee achter het plan van BSC dat al in 2018 voor het eerst het levenslicht zag: Een multifunctionele sporthal op Vierhoeven. En voor voetbalclub BSC Roosendaal betekent dat nieuwe mogelijkheden.

Voor de oorsprong moeten we dus een aantal jaar terug in de tijd. ‘Indoor soccer’ verdween uit Roosendaal, tot teleurstelling van voorzitter Ad van Tilburg. En dus moest er iets gebeuren. “Dat was het oorspronkelijke idee, maar al snel dachten we: waarom breiden we dat niet verder uit en steken we als Vierhoeven alle koppen bij elkaar?” Zo geschiedde. “Een sporthal die er voor iedereen is. Waar ook stichtingen en scholen gebruik van kunnen maken, zodat we vanuit het idee van sport, iets kunnen bereiken.”

Uniek

De eerste opzet van het plan ligt er, dat zal de komende maanden uitgewerkt moeten worden. “In samenwerking met partijen die concreet willen aansluiten.” Toch kan Van Tilburg alvast een beeld schetsen van de mogelijkheden. “Het idee is om drie ‘indoor soccercourts’ te realiseren, maar die moeten ook te gebruiken zijn voor bijvoorbeeld de korfbal, tafeltennis of de hockey. Daarnaast komt er een zaal voor de breedtesport of om gymlessen te geven.” Dat er drie jaar na het ontstaan, nu verder wordt gewerkt, heeft een logische verklaring. “We hebben ons als club eerst geconcentreerd op de aanleg van het kunstgrasveld, nu kan de volle focus hierop.” Want natuurlijk moet de nieuwe sporthal ook BSC een boost geven. “Als voetbalvereniging kan je op die manier iets unieks aanbieden. Een zaalvoetbalcompetitie opzetten, mensen hebben iets om uit te kiezen. En hoe mooi is het, als dat allemaal op één locatie is?” Een extra stimulans voor Vierhoeven, alle verenigingen, maar ook de jeugd van zijn voetbalclub. “Het is goed voor de algehele ontwikkeling van kinderen, als ze ook andere sporten kunnen doen. Daar leren ze dingen van, die je bij voetbal ook kunt gebruiken. Dat is goed voor onze jeugdopleiding.”

Behoefte

Maar ook het organiseren van activiteiten en het betrekken van de buurt, hoort bij de plannen. “Als het slecht weer is, kan de markt binnen worden gehouden. Zo heeft het ook een sociale functie, Langdonk verdient dat, dat is goed voor de jongeren.” Een plek om samen te komen dus, Van Tilburg hoopt voor de zomer een concreet plan te hebben. “Als we het kunnen realiseren in 2022, zou dat heel mooi zijn. Dat moet haalbaar zijn.” Alle verenigingen op Vierhoeven komen daardoor volgens hem weer ‘in the picture’. “Het zorgt voor een extra toestroom van leden, dus meer traffic en ook meer bezoek aan de kantines en het sportpark. Dat is interessant voor sponsoren.” Voor de voorzitter een win-winsituatie. “Verenigingen, stichtingen en wijken hebben hier profijt van.” En daarnaast is het voorzien in de behoefte. “Mensen willen graag binnensporten, helemaal in de avonduren. Op dat punt is er weinig aanbod, dus het is noodzakelijk dat we dat gaan uitbreiden. Het zet ook de stad Roosendaal op de kaart, als wij die faciliteiten hier hebben.” Een project met maatschappelijke impact dus, Van Tilburg ziet de toekomst sowieso positief tegemoet. “Ondanks de moeilijke tijd, zijn we met mooie samenwerkingen bezig. Dat voelt goed en gaat goed!”

Klik hier voor meer informatie over BSC

Klik hier voor meer artikelen over BSC

Danny en Michael Slingerland willen met IFC op zaterdag snel stappen maken

IFC is gestopt met prestatief voetbal op zondag. Alle pijlen worden gericht op het zaterdagvoetbal. De broers Danny en Michael Slingerland behoren tot de echte Ambachters die de kar moeten gaan trekken.

Voor Danny Slingerland is het de tweede keer dat voorzitter Cees Bijl hem vroeg mee te helpen bij zijn plan om IFC in een nieuwe richting te duwen. ,,Ik was destijds negentien toen hij mij vroeg van ASWH naar IFC te komen, want hij wilde met IFC op zondag een paar stappen omhoog maken. Samen met onder meer Rory van der Weijden ben ik daarin gestapt.” De successen kwamen. IFC werd met Jack van den Berg als trainer hoofdklasser, tot het bestuur van IFC er onlangs de stekker uittrok. De club wil geen energie meer in de tijdrovende zondag-hoofdklasse stoppen en mikt op het veel meer regionale voetbal op zaterdag. En opnieuw kwam Bijl bij Danny Slingerland uit.

Weinigen weten dat Danny Slingerland op zeer jonge leeftijd bij IFC is begonnen met voetballen. ,,Dat duurde hooguit een half jaar, want op mijn vijfde ben ik met vriendjes naar ASWH overgestapt.’’ Op zijn zeventiende liet Jack van den Berg hem in het eerste elftal debuteren. ,,Ik kwam in een droomteam terecht met onder anderen Sjoerd van der Waal, Arjan Human en Alexander de Jong. Wij werden kampioen en wonnen de beker. Twee jaar later viel ik buiten de boot. ASWH versleet in één seizoen drie trainers en ik koos voor IFC. Ik heb in mijn leven op maar één sportpark afwisselend bij IFC en ASWH gevoetbald. Best bijzonder.”

Temperament
Zijn drie jaar jongere broer Michael heeft al heel wat meer sportparken gezien. Hij begon bij ASWH, maar vertrok als negentienjarige naar IFC. ,,Het zondagvoetbal lag mij toen niet. Als jong ventje wil je op zaterdag wel eens gaan stappen. Dan wordt het lastig op zondag.” Hij stapte vervolgens over naar Groote Lindt, om daarna toch weer terug te keren naar IFC. Via Strijen keerde hij terug naar Groote Lindt. Vervolgens klopte Drechtstreek bij hem aan. ,,Daar ging ik eigenlijk speciaal voor trainer Miguel Muñoz naartoe. Met hem heb ik door zijn temperament een speciale band en werd ik met 26 doelpunten clubtopscorer.’’

Slingerland had een kort uitstapje naar SC Feyenoord, om door privéomstandigheden binnen twee maanden terug naar ‘De Lindt’ te gaan. Op Bakestein kwam hij in totaal op 105 doelpunten. Straks volgt voor de derde keer de stap naar IFC, waar hij ook voor de derde keer zijn oudere broer treft.

Vormgever
Danny Slingerland (34) kennen we vooral als de vormgever op de ‘nummer tien positie’. Een speler ook met veel scorend vermogen, maar die ook de verdedigende taken oppakt. Hij schiet jaarlijks tien vrije trappen en strafschoppen binnen. ,,Drie jaar geleden, in het seizoen dat wij naar de hoofdklasse promoveerden, stond de teller in totaal op twintig doelpunten. Ik kom net een paar goals tekort om in de hoofdklasse op honderd treffers te komen.”

Michael Slingerland, bijna 32 jaar, is een echte targetman. Hij heeft als spits een neusje voor doelpunten. ,,Ik ben kopsterk en moet het hebben van de goede steekpass om zo voor de goal te komen. Bij Groote Lindt kwam ik op 20 tot 25 treffers per seizoen.”

Toen bij Danny Slingerland dit seizoen de twijfel kwam om op deze wijze door te gaan, ontstond bij IFC het plan om naar de zaterdag te gaan. ,,Ik was bereid om daarin mee te gaan maar ik wilde het niet alleen doen. Mijn maatje Nico Ramos gaat mee en ik kon Michael ook over de streep trekken. Ik had ook graag Perrry van Eijken en Yoeri Rombouts erbij willen betrekken. Dat is niet gelukt, maar er komen wel een stuk of acht oud IFC’ers terug. Doelstelling is om samen met trainer Ron Timmers snel vanuit de vierde naar de tweede klasse te gaan. Ik heb er heel veel zin in samen met Mike dit traject in te gaan.” Op 15 juni begint Timmers met zijn nieuwe groep aan de voorbereiding.

Veel ‘terugkeerders’ op Schildman
Niet alleen Michael Slingerland viert het komend seizoen zijn rentree op sportpark Schildman. In de nieuwe zaterdagselectie van IFC, die de voor komend seizoen aangestelde trainer Ron Timmers tot zijn beschikking krijgt, zijn veel ‘terugkeerders’ te vinden. Evenals Michal Slingerland vertrekt Tom van Oorschot bij Groote Lindt om weer op Ambachtse bodem te gaan spelen. Jeroen en Nick de Veij en Tim Willemstijn verlaten Pelikaan om zich weer in het rood-zwarte tricot van IFC te hijsen. Naast Achraf el Hajouti beëindigt ook Jip Kegge zijn avontuur bij de amateurs van Sparta. Voor Kegge duurde dat avontuur twee seizoenen. Siem Geluk maakt de overstap van Rijsoord naar IFC, terwijl Ufuk Akkanoglu van het eveneens in de vierde klasse uitkomende ZBC’97 overstapt. Nico Ramos was afgelopen seizoen nog met het eerste zondagteam in de hoofdklasse actief en volgt het voorbeeld van Danny Slingerland door de Schildmanclub op zaterdag trouw te blijven.

Klik hier voor meer artikelen over IFC.
Klik hier voor meer informatie over IFC.

Regiocup zorgt toch nog voor blije gezichten bij jeugdspelers VVGZ

Er was eigenlijk al (bijna) geen rekening mee gehouden, maar de versoepelingen in mei zorgden ervoor dat het er toch nog van kwam: begin juni kon alsnog een begin gemaakt worden met de Regiocup voor de jeugd. Daar was ook bij VVGZ hartstochtelijk naartoe geleefd.


De jeugdspelers van VVGZ in de diverse leeftijdscategorieën waren er al helemaal op voorbereid. De Zwijndrechtse vereniging had immers al tijdens de VVGZ Jumbo-Maasstede Mixcup een wedstrijdcyclus georganiseerd, waar de jeugdleden vanaf JO8 tot en met JO15 op verschillende zaterdagen in Europese competities (Premier League, La Liga, Bundesliga en Eredivisie) het tegen elkaar hadden opgenomen. Dankzij de inzet van coördinatoren, scheidsrechters, organisatie, trainers en de positieve bijdrage van alle spelers was het over verschillende zaterdagen uitgesmeerde evenement een groot succes.

Onderlinge partijen waren sinds het abrupte einde van de competities begin oktober, meteen ook het definitieve slot van het seizoen, een mooi tijdverdrijf voor de jeugdspelers. De plannen voor de start van een Regiocup, ook bij de senioren, lagen weliswaar klaar maar de doorgang vond uiteindelijk niet plaats.

Protocol
De dalende trend in de coronabesmettingscijfers in mei zorgden er echter voor dat de scenario’s alsnog uit de kast konden. De versoepelingen maakten het immers mogelijk dat er toch in regionaal verband, tegen andere clubs, gespeeld kon worden. Op 5 juni konden landelijk gezien 33.000 jeugdteams eindelijk weer in wedstrijdverband het veld op.

Bij VVGZ was in de aanloop naar die start al een duidelijk protocol afgekondigd. Ouders mochten het complex niet betreden. Hun spelende kinderen moesten worden afgezet en na de wedstrijd opgehaald als zij niet op eigen gelegenheid naar het Noordpark konden komen. Daarbij was het ook niet toegestaan om op de parkeerplaats naar de wedstrijd(en) te blijven kijken. Hoewel de versoepelingen veel mogelijk maakten, bleef de kantine van VVGZ gesloten. Net als de kleedkamers, aangezien daar de anderhalve meter afstand niet kon worden gegarandeerd. Clubs die te gast waren, moesten zich melden en laten registreren onder begeleiding van maximaal vijf begeleiders. Consumpties waren niet verkrijgbaar (ook niet op het terras), spelers mochten hun eigen drinken in een bidon of beker meenemen. Om alles in goede banen te leiden, deed het bestuur van VVGZ een beroep op een legertje vrijwilligers dat de gang van zaken rond de wedstrijden (hulp op de parkeerplaats, opvang van de gastteams et cetera) in goede banen zou leiden. Maar vooral heerste weer het speelplezier. VVGZ JO12 mocht op 5 juni in alle vroegte het spits afbijten, thuis tegen gemeentegenoot Heerjansdam. Teams van Emma, IFC en ASWH waren te gast en voor verschillende jeugdteams stonden trips naar Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland gepland. Het was alsof in juni alsnog de competitie nieuw leven in werd geblazen.

Klik hier voor meer artikelen over VVGZ.
Klik hier voor meer informatie over VGGZ.

Werkploeg vv Bergambacht trots op nieuwe overkapping

Kees Zeltenrijch, voorman van de werkploeg van voetbalvereniging Bergambacht is trots op het nieuwste project dat gerealiseerd is: de overkapping tussen de kantine en kleedkamers. Erelid Dieks Potuyt en voorzitter René ter Braak zijn trots op de handige mannen. “Wat hun ogen zien, maken ze. We koesteren ze.”

De ogen van Zeltenrijch, 75 jaar jong en nog zo fit als een hoentje, beginnen te glinsteren als hij een blik werpt op de nieuwe overkapping. “Vanaf de Provinciale weg is het helemaal een mooi gezicht”, zegt hij. “Het is één geheel. Strak, alles aan elkaar gebouwd. Je zou er bijna elke keer een omweg voor nemen. Ik vind het prachtig.”

De ‘loze’ ruimte tussen kantine en kleedkamers was al een tijdje een doorn in het oog van voorzitter René ter Braak en het bestuur. “We hebben de laatste tien jaar heel veel gedaan aan ons complex. Acht jaar geleden is het nieuwe kleedkamergebouw neergezet, we hebben dit gebouw opgeknapt een jaar of vier geleden is de overkapping biij de kantine gekomen. Dat gaatje tussen kleedkamers en kantine zat mij niet lekker.”

Ter Braak bewandelde de ‘officiële’ weg. Hij benaderde Kees Zeltenrijch, de aanvoerder van de veertienkoppige werkploeg van de club. “Ik heb aangegeven wat we wilden en wat voor bedrag we er voor in gedachten hadden. Kees is gaan rekenen en doen. Bij Kees weet je, die gaat kijken of het een stuk goedkoper kan. Dat was hier ook het geval.” Zeltenrijch: “Je moet zuinig zijn op het geld van de club.”

Het plan was er, een budget voor het materiaal ook. Zeltenrijch ‘leverde’ de mannen. Allemaal even handig. “We hebben een prachtig team met een divers gezelschap. We hebben timmermannen, schilders, ijzerzetters. Die kun je wel op een klusje sturen.”

https://www.restaurantca

Er was geen haast bij. “Van oktober tot januari hebben we er elke dinsdag aan gewerkt.”

Het resultaat mag er zijn: als er straks weer gevoetbald mag worden, hebben toeschouwers een droge plek. “Een stukje comfort naar onze leden”, zegt Ter Braak. “We hebben enorm geluk met zo’n groep mannen. Ze kosten bijna niks, alleen een bakkie koffie en aan het begin van de middag een broodje frikandel. Wij blij, hun vrouwen ook blij”, grapt de vertrekkend voorzitter.

“Het is belangrijk dat er een animator is. Dat is Kees. Hij zorgt voor materiaal en spullen en houdt de boel aan het werk.”

“We doen het met zijn tweeën”, zegt de op en top-Bergambachtman. “Bauke Glastra is van het groen, ik van alles wat hard is, zeg maar. Bauke is een gouden vent. Hij heeft gewerkt als hovenier. Een lot uit de loterij. Als er op zaterdag bladeren van de boom op het veld liggen, komt hij nog snel even met de blazer om ze weg te blazen.”

Voor meer informatie over vv Bergambacht, klik hier.
Meer artikelen lezen over vv Bergambacht, klik hier.

 

 

 

 

 

Jolande Laban hoopt vooral dat vv Vosmeer overeind blijft

Ze is al jarenlang een meer dan fanatiek vrijwilligster bij vv Vosmeer in veel verschillende rollen. Van trainster tot bestuurslid en van begeleidster tot helpen in de kantine. Maar de afgelopen jaren ziet Jolande Laban de situatie bij club uit Oud-Vosmeer veranderen en zit op sportief vlak met name de seniorentak in moeilijke fase. “Ik hoop maar één ding en dat is dat de club blijft bestaan.”

Van de E-pupillen tot de huidige JO19, ze was er als trainster, coach of leidster allemaal bij betrokken, net zoals ze ook al vele jaren actief is binnen het jeugdbestuur. “En sinds 2019 begon ik in het hoofdbestuur en eind 2020 ben ik penningmeester geworden. Dus toen heb ik besloten dat ik niet om te stoppen als leidster, want dan zou het allemaal wat té gortig worden qua tijdsinvestering. Met alle dingen die ik nu doe voor de club ben ik toch ook wel wekelijks een flink aantal uren kwijt, maar ik geniet er enorm van om iets voor de vereniging te kunnen betekenen.”

En voor wie denkt dat Jolande verder niks om handen heeft, die heeft het danig mis, want haar man is eigenaar van Schildersbedrijf Laban, dat bovendien al sinds een flink aantal jaren de shirtsponsor is van het eerste elftal. “Verder werk ik nog vier dagen per week als HR-adviseur én ben ik gewoon een fanatieke voetbalmoeder die haar twee zoons volgt die beiden in de JO16 spelen. De oudste kon ook doorschuiven met de rest van de JO19 richting de senioren, maar wilde liever nog een seizoen met dispensatie in de jeugd actief blijven. Dus komend seizoen spelen ze samen in één team, dus dat scheelt weer een paar uur voor me haha.”

Waar het binnen de jeugdelftallen van vv Vosmeer wel behoorlijk draait en op de rit staat, daar is de seniorenafdeling en met name het eerste elftal toch een puntje van ‘zorg’ voor ieder die Vosmeer een warm hart toedraagt. Eerst werd er de overstap gemaakt van het zondag- naar het zaterdagvoetbal om te voorkomen dat er spelers zouden afhaken. Dat bleek echter ook lastig om in de vierde klasse zaterdag een goed en representatief team in competitie te houden, zodat noodgedwongen het besluit werd gemaakt om met het eerste elftal in de reserveklasse te gaan spelen. “Dat was echt noodzaak. En we hopen dat de jonge spelers die er nu spelen én die doorschuiven vanuit de jeugd naar de senioren op termijn weer de stap maken naar het standaardvoetbal. Maar dat zal nog wel een paar seizoenen duren denk ik.”

Toch heeft ze maar één grote wens voor de toekomst: het voortbestaan van de dorpsclub. “Sowieso! Ik hoop alleen maar, dat het goede werk dat in de jeugd wordt geleverd op termijn weer gaat zorgen voor doorstroming omhoog. En dat vooral de club overeind blijft. Want we bestaan dit jaar ook nog eens 75 jaar, maar het écht vieren doen en kunnen we helaas niet. We zijn met een groep mensen aan het kijken om dit tijdens Hemelvaart 2022 te gaan doen met een driedaags feest. Want het mag zéker niet onopgemerkt blijven. Het is toch een mijlpaal en ik hoop dat er in de toekomst nog zullen volgen.”

Klik hier voor meer informatie over vv Vosmeer

Klik hier voor meer artikelen over vv Vosmeer

VV Steenbergen geeft complex nieuwe impuls voor de toekomst

Het is voor passanten niet of nauwelijks te zien, maar toch gebeurt er met de blik op de toekomst van alles op het sportcomplex van VV Steenbergen. Bij de vierdeklasser zijn momenteel de nieuwbouwwerkzaamheden van acht nieuwe kleedkamers in volle gang.

“Er is de afgelopen tijd hard gewerkt aan de fundering van de nieuwe kleedaccommodaties, dus we liggen wat dat betreft prima op schema. Er worden acht nieuwe kleedkamers gebouwd die in principe in augustus 2021 gereed zouden moeten zijn. Dus dat is vlak voor het nieuwe seizoen, hopelijk kunnen we ze dan ook weer gelijk volop in gebruik nemen”, zegt penningmeester Jasper van Tilburg.

De plannen voor de nieuwbouw bij VV Steenbergen waren er al langer en deze coronaperiode zonder een veelvuldigheid aan activiteiten was prima gelegenheid om zonder veel ‘overlast’ voor de leden de bouwwerkzaamheden te kunnen uitvoeren. “Het enige vervelende is natuurlijk dat we de afgelopen maanden niet of nauwelijks extra inkomsten hebben gehad omdat er weinig te doen was hier. En anderzijds moeten we nu geen mobiele kleedkamers huren, omdat de oude inmiddels gesloopt zijn. Maar dat hadden we overigens graag gedaan hoor, want dat had betekend dat er gewoon kon worden gevoetbald door iedereen.”

Half maart ging het linker gebouw met oude kleedlokalen tegen de vlakte en sindsdien is er door verschillende lokale bedrijven al het nodige werk verzet. De rechter blok blijft staan en die lokale krijgen een nieuwe bestemming. “Toen we met de gemeente eind vorig jaar overeenstemming hadden bereikt, hebben we in Bouwbedrijf Verkaart uit Nieuw-Vossemeer en Madri installatiewerken uit Steenbergen twee lokale partijen gevonden om de grote werkzaamheden uit te voeren. Verder nog wat kleinere partners, terwijl ook onze onderhoudsploeg daar waar het kan de handen uit de mouwen steken. Daar zijn we als club ook enorm blij mee.”

Inmiddels is de bekisting van de rand van het kleedkamergebouw aangebracht, waar de buitenmuur en dakconstructie op komt te ruste is eind april de buitenriolering aangelegd, de fundering gestort en de vloer aangevuld. Daarna volgt de riolering en de rest van de constructie, zodat de club er de komende jaren er toekomstbestendig bijstaat. “We gebruiken energiezuinige materialen zoals zonnepanelen en sensoren. De vorige kleedlokalen waren volledig gedateerd. Dus was het pure noodzaak.”

Nadat eerder al een prachtig kunstgrasveld werd gerealiseerd, verlichting op de bijvelden én de tribune werd aangepakt is deze nieuwbouw de volgende fase. “Daarna zullen er nog wel wat kleinere zaken worden vernieuwd, maar voorlopig zijn de grootste punten dan wel gerealiseerd en kunnen we onze leden de faciliteiten bieden die passen bij de huidige tijd en daar zijn we als club trots op.”

Klik hier voor meer informatie over VV Steenbergen

Klik hier voor meer artikelen over VV Steenbergen

Dirk Both en Marcel Butter over kantine FC Perkouw: nieuwe look, oude warmte

Vrijwilligers van FC Perkouw zaten de afgelopen maanden niet stil. De kantine van het clubgebouw, die stamt uit 1986, kreeg een facelift. Het resultaat: een nieuwe look met de oude ‘warmte’ van de ‘vorige’ kantine.


In de kantine staat nog een werksteiger en hier daar ligt werkmateriaal op de grond. “We zijn bezig met de laatste dingetjes”, zegt Marcel Butter, projectleider van de verbouwing. “Daar, in de hoek, komt nog een grote, lange tafel met krukken. Er stond eerst een tafeltennistafel. Ja, dat was jaren hip.”

Bestuurslid Dirk Both is helemaal op zijn gemak in de nieuwe kantine. “Het werd tijd”, zegt hij over de verbouwing. “Het was allemaal, hoe zeg je dat mooi, een beetje oubollig geworden.” Butter, die moet lachen, vult de Perkouw-man van het eerste uur aan. “Zeg maar gerust dat het niet meer van deze tijd was.”

Voor Both (69) heeft het clubgebouw een grotere betekenis. Dat is niet zo verwonderlijk, want toen de club uit Berkenkoude aan de bouw begon was hij erbij en timmerde hard mee. “Bij het demonteren – slopen vind ik zo’n naar woord – kwam ik zaken tegen die ik bijna vijftig jaar geleden ook in mijn handen heb gehad.”

Butter moet weer grinniken. “Twee spijkers eruit en vier nieuwe erin. Andersom dus.” Both: “We waren in die tijd niet zuinig met de spijkers. We gingen voor degelijkheid.”

De club hikte al een tijdje aan tegen een verbouwing. “Er moest wat gebeuren. En eigenlijk hebben de toiletten als een soort vliegwiel gefungeerd. We kregen klachten van onze schoonmakers. En als je eenmaal ergens aan begint, dat weet je ook, komt er vanzelf meer bij.”

Both zorgde bij het bestuur dat er een budget kwam, Butter zorgde voor een programma van eisen, een plan van aanpak en de uitvoering. “We hebben vooral gekeken: wat is praktisch. Voor mij was altijd een doorn in het oog dat we vanuit de bar en keuken niet binnendoor naar het koelgedeelte en opslagruimte konden. Vrijwilligers moesten altijd via buiten sjouwen met drank. Dat vind ik niet kunnen. Vandaar dat we een gangetje hebben gemaakt tussen keuken en koelgedeelte. De toiletten zijn daardoor opgeschoven.”

https://www.restaurantca
Dat was het grove werk, het binnenwerk leverde meer discussie op. “We hebben de muren geverfd”, wijst Butter (49) naar de gele en donderbruine wanden. “De muren waren altijd licht. Heb ik mij er voorheen aan gestoord? Nee. Is dit mooier, ja. We hebben ook de luifel boven de bar weggehaald. Daardoor is het veel ruimtelijker.”

En dan het interieur. “Er waren mensen die bang waren dat een nieuwe look de oude sfeer zou aantasten”, vervolgt Butter. “Dus dat hebben we zorgvuldig aangepakt.”

Dat komt in alles terug in de tafels, die ‘uniek’ zijn. Het blad en het frame zijn speciaal ontworpen. Om het helemaal uniek te maken is elke tafel voorzien van een Perkouwse voetbalgezegde. Both en Butter gieren het uit. Butter: “Ik heb in de groepsapp gevraagd om typische slogans. Nou, binnen een half uur hadden we er vijfentwintig.” Slogans als ‘lappen dat tientje’, ‘waar blijven die hapjes’ en ‘we winnen sowieso de derde helft’ sieren de plaatjes die aan de zijkant van de tafel zijn gemonteerd.

Both is trots op het resultaat van de verbouwing. “De oude warmte is gebleven.”

Voor meer informatie over FC Perkouw, klik hier.
Meer artikelen lezen over FC Perkouw, klik hier.

 

Materiaalmannen Michel Nys en André Boll zijn onmisbaar voor ASWH

Ze zijn de stille krachten in de periferie van het eerste elftal van ASWH tijdens de doordeweekse trainingen én op wedstrijddagen. Michel Nys en André Boll zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verzorgen van het materiaal bij de Ambachtse tweededivisionist en vormen een geoliede machine, die na twee gebroken seizoenen weer op volle toeren wil draaien.


De hervatting van de training op de eerste dag van juni voelde voor Michel Nys en André Boll als een verlossing. ,,Hoewel ik de afgelopen tijd ook bijna dagelijks op de club was om klusjes uit te voeren, ben ik blij dat we de draad met de selectie weer kunnen oppakken. In de hoop dat we straks, als de voorbereiding echt gaat starten, ook weer wedstrijden kunnen spelen.’’

Boll (51) werd in 2019 aan de begeleidingsstaf van ASWH toegevoegd als materiaalman nadat toenmalig hoofdtrainer Cesco Agterberg hem gevraagd had. ,,Cesco had gehoord dat ik wilde stoppen als assistent van trainer Ed Ridderhof bij het tweede en wilde niet dat ik verloren zou gaan voor de selectie. Samen met ‘Mikki’ ben ik toen de materialen bij het eerste gaan verzorgen.’’

Samenwerking
Met Mikki bedoelt hij zijn metgezel Michel Nys, die in 2008 al de taak van materiaalman op zich nam bij ASWH’s hoofdmacht. ,,Ik ga mijn veertiende seizoen straks in’’, rekent de Ambachter voor. ,,Willem Leushuis was toen de hoofdtrainer, Theo Smit stond hem bij. Volgens mij is de functie van materiaalman toen gecreëerd, want tot dat moment nam leider Sjacco van ’t Leven de taken op zich. Nee, in tegenstelling tot de spelers wordt er met mij niet jaarlijks over een verlenging van mijn taak onderhandeld. De vraag of ik doorga krijg ik meestal in het voorbijgaan gesteld en ik vind het nog steeds hartstikke leuk om te doen. En de samenwerking met André verloopt soepel.’’ Een opmerking die met instemming wordt begroet door het andere deel van de materiaalmannensectie. ,,Ik heb Michel als het ware geboren zien worden en zien opgroeien’’, lacht André Boll. ,,Onze taken zijn prima naast elkaar uit te voeren.’’

De rolverdeling tussen het tweetal is duidelijk: Nys houdt zich bezig met de kleding, Boll met de andere materialen. ,,Trainer Rogier Veenstra laat mij voor de training weten wat hij die avond aan materialen nodig heeft en dan zorg ik dat het allemaal klaarstaat’’, geeft André Boll aan. ,,Ik zorg dat de ballen opgepompt zijn en in voldoende mate aanwezig zijn en andere zaken die voor de training nodig zijn.’’ Nys zorgt ervoor dat de spelers er tiptop bijlopen: ,,Meestal hang ik de kleding ook klaar. En na afloop neem ik de kleding mee en lever die af bij onze wasvrouw, die zorgt dat alles weer keurig schoon is voor de volgende keer.’’

IFC
Nys en Boll zijn twee clubmensen pur sang geworden, met een groot zwart-wit hart. Bij laatstgenoemde is echter nog sprake van een rood-zwart randje. ,,Ik heb zelf bij buurman IFC gevoetbald, kortstondig in het eerste team’’, geeft hij inzicht in zijn voetbalverleden. ,,Toen één van mijn zoons bij ASWH ging voetballen, werd ik door Wim Berends aangeklampt of ik geen trainer wilde worden. Ik ben destijds bij F5 begonnen en ben daarna in de leeftijdscategorieën mee omhoog gegaan. Vervolgens ben ik in de jeugd gestopt en ben ik met Ed Ridderhof gaan samenwerken bij het tweede.’’

Voor Michel Nys was ASWH ook de club waar hij op het veld actief was. ,,Maar ik was nooit een groot talent’’, bekent hij ruiterlijk. Hij koppelt zijn functie als materiaalman ook aan een deel van de public relations. De wedstrijden van ASWH’s vlaggenschip volgt hij steevast met de mobiele telefoon in hand om de wetenswaardigheden direct aan Twitter toe te vertrouwen. ,,Dat is door de jaren zo gegroeid. Eerst waren andere mensen daarvoor verantwoordelijk, maar het is bij mij beland en het valt goed te combineren. Daarnaast maak ik ook de voorbeschouwingen en de verslagen, dus dat ligt in elkaars verlengde. De club is nu officieel op zoek naar mensen die de pr voor hun rekening willen nemen, maar het twitteren blijf ik vooralsnog wel doen.’’

Promotie
De lange periode bij het eerste team leverde mooie momenten op. ,,Ajax-uit in de KNVB-beker was een mooie ervaring, maar de meest memorabele herinnering is de promotie naar de derde divisie geweest met de wedstrijd tegen Noordwijk’’, haalt Nys aan. ,,Die wedstrijd heb ik als supporter gezien’’, vult Boll aan. ,,Ik viel met mijn neus in de boter, in 2019. Kort nadat ik materiaalman ben geworden, promoveerden we naar de tweede divisie. Mooi om mee te maken.’’

Inmiddels liggen twee onafgemaakte seizoenen door de coronacrisis achter ons. Met de versoepelingen wordt steeds meer mogelijk en lonkt straks een nieuw seizoen onder ‘normale’ omstandigheden. ,,Ook in coronatijd ben ik dagelijks op sportpark Schildman te vinden geweest om klusjes uit te voeren. Voor mij is ASWH een belangrijk deel van mijn leven geworden. Maar het wordt tijd dat we weer wedstrijden gaan spelen. Daar kijk ik naar uit.’’’

En dat betekent dan ook weer grotere alertheid of alle materialen intact blijven. ,,Er wil nog wel eens een bal kwijtraken tijdens het seizoen’’, erkent Michel Nys. ,,Als ik een bal over het hek zie gaan, dan sta ik al in de startblokken en ga ik er meteen achteraan’’, valt André Boll hem bij. Michel Nys: ,,Het mooie was dat we een keer een bal bij FC Lisse zijn kwijtgeraakt en dat we vervolgens gebeld werden met de mededeling dat de bal vanuit Lisse terugbezorgd zou worden. Dat vond ik een mooi gebaar.’’

Klik hier voor meer artikelen over ASWH.
Klik hier voor meer informatie over ASWH.

Hoofdtrainer Remco Versteeg van Everstein heeft zin in nieuwe seizoen

Hoofdtrainer zijn in tijden van corona maakt je creatief, stelt Remko Versteeg. Als eindverantwoordelijke bij SC Everstein leerde hij te leven bij de dag. ,,Ik heb al 26 keer een planning gemaakt voor de komende weken, nadat ik die de vorige 25 keer moest aanpassen’’, vertelt Versteeg.


Op papier, zo merkt Versteeg zelf op, is hij bezig aan zijn tweede seizoen in dienst van Everstein. ,,Maar in die twee jaar kwam ik vanwege het coronavirus nog niet aan het aantal wedstrijden dat je normaal in één seizoen afwerkt’’, vertelt de oefenmeester die rond de jaarwisseling met de club een derde seizoen overeen kwam.

Dat derde seizoen is de, nu nog wat verre, stip op de horizon voor Versteeg. ,,Op kortere termijn mis je die stip. Met alle beperkingen die er waren hebben we al die tijd doorgetraind, in groepjes van twee en vier personen. Daarna trainden de spelers tot en met 26 jaar samen en speelden we af en toe onderlinge wedstrijden met daarbij ook de spelers van JO19. Op die manier probeerde je wat te bieden, maar het is niet zo leuk als echte wedstrijden.’’

Dorpsclub
Houtenaar Versteeg merkt vooral dat het sociale aspect wordt gemist. ,,Everstein is een dorpsclub voor vier dorpskernen. Hier komen de mensen op zaterdagmiddag samen in het clubhuis. Dat missen de mensen nu’’, aldus Versteeg. ,,Dat geldt voor de spelers ook. Om daar toch iets aan te doen, hebben we bijvoorbeeld een online quiz gehouden en, toen dat weer mocht, zijn we gaan voetgolfen.’’


De trainer en zijn selectie hunkeren naar een volgende versoepeling van de coronamaatregelen voor de sporters, stelt Versteeg. ,,Al is het maar dat je weer met de complete groep mag trainen. Wedstrijden tegen clubs uit de buurt zou helemaal mooi zijn. Zonder perspectief duurt het allemaal wel erg lang.’’

Zoals gerefereerd, geldt vooralsnog het volgende seizoen als richtpunt. ,,Daar hoop ik wel op, maar ik ben er nog niet honderd procent zeker van’’, houdt Versteeg een slag om de arm. ,,Toch hebben we wel een gewone voorbereiding opgezet, waarbij we gewoon zijn uitgegaan van een start van de bekercompetitie op 4 september. De maand juli houden we vrij en als dat is toegestaan, bereiden we ons vanaf 1 augustus voor op het nieuwe seizoen zoals we dat altijd gewend waren.’’

Vijf wissels
Voor dat nieuwe seizoen heeft Versteeg overigens nog wel een wens: ,,Voor de gezondheid van de spelers zou het goed zijn om vijf wissels per elftal toe te staan, zoals eerder dit seizoen het geval was in de bekerwedstrijden. Iedereen heeft straks bijna een jaar geen wedstrijden gespeeld. Normaal gesproken is het voor een individu al lastig om weer op niveau te komen, maar nu geldt dat eigenlijk voor de complete selectie. Dat is goed te merken tijdens de onderlinge wedstrijden, waarbij je ziet dat de onder 19 wel het hele seizoen heeft kunnen trainen. Het is straks belangrijk dat we in die opbouw voorzichtig zijn en daarom zou het goed zijn als de KNVB de wisselmogelijkheden tijdens alle wedstrijden uitbreidt.’’ Inmiddels heeft de KNVB bevestigt dat in het nieuwe seizoen vijf wissels per elftal toegestaan is.

Klik hier voor meer artikelen over SC Everstein.
Klik hier voor meer informatie over SC Everstein.

André de Jong geniet van het plezier bij ukkenvoetbal vv Lekkerkerk

Bal aannemen, schieten op doel. Dat zit er volgens André de Jong al aardig in bij zijn ‘pupillen’. De 49-jarige inwoner van Lekkerkerk vormt samen met andere enthousiaste trainers de trainersstaf van het ‘ukkenvoetbal’ van vv Lekkerkerk. Het is een belangrijke voedingsbodem voor de opleiding van de club.

Vijf en zes jaar zijn de meeste spelertjes. Soms zelfs vier jaar. “De grens ligt bij het echt meedoen aan de training. We zijn geen oppassers. Het is niet de bedoeling dat we de uur lang achter een spelertje aanhollen”, zegt De Jong.

Niet dat er een streng regime heerst op het trainingsveld als de Lekkerkerkse ukkies zich voor een sessie melden. “Oh helemaal niet. Uiteraard proberen we ze wat basisvaardigheden bij te brengen, maar het draait allemaal om plezier. Als die kinderen het naar de zin hebben, hebben de trainers dat ook.”

De Jong, die een import-Lekkerkerker is (‘In Gouda konden we geen huis vinden’), kwam een jaar of zes geleden in aanraking met het ukkenvoetbal. “De club had mij al diverse keren gevraagd of ik interesse had iets te willen doen. Na onze verhuizing naar Lekkerkerk ging ik regelmatig naar het eerste elftal kijken en op een gegeven moment raak je aan de praat. Ik heb de boot aanvankelijk afgehouden. Als ik zelf kinderen, kan je mij wel weer vragen, heb ik gezegd. Zoiets vergeten ze niet.”

https://www.restaurantca
Hij werd eerst de rechterhand van Jopie den Besten, die al jaren het vaste gezicht was van de Lekkerkerkse mini’s. “Jopie stopte na een jaar en toen heb ik het overgenomen. We zijn altijd met een paar trainers. Daardoor kunnen we onze aandacht goed verdelen. Voor een optimale begeleiding werkt dat ook het beste.”

Zijn zoon, dertien jaar, helpt ook mee. “Hij doet vaak oefeningen voor. Hij is daar handiger in dan ik. Ik heb nog niet zo lang geleden een nieuwe knie gehad. Boven en onder was-ie helemaal kapot. Een erfenis uit mijn jeugd. Als veertienjarige ben ik ooit over een hek gesprongen en verkeerd terechtgekomen.”

Zelf voetballen was daardoor lastig. “Wat ik aan plezier gemist heb, ben ik nu aan het inhalen.”

“Die kids hebben plezier, maar ik ook, hoor. Ik geniet. We trainen op woensdagmiddag een uur en op zaterdag doen we normaal gesproken mee aan de Ukken League van Spirit. De laatste jaren hadden we steeds een team of drie. Spirit is natuurlijk veel groter en heeft een grotere vijver om in te vissen, maar we doen het de laatste jaren zeer redelijk. We maken progressie. Ik wijt dat toch aan onze training.”

Met corona is even geen deelname aan de Spirit League. “We spelen onderlinge wedstrijdjes en mixen ook wel eens met de JO8. We kijken goed naar het niveau. Sommige spelertjes zijn verder in hun ontwikkeling en die probeer je dan een extra prikkel te geven. Maar alles gaat op de natuurlijke manier. En plezier blijft bovenaan staan.”

Voor meer informatie over vv Lekkerkerk, klik hier.
Meer artikelen lezen over vv Lekkerkerk, klik hier.