Home Blog Pagina 617

Caribisch avontuur voor Otmar van Deventer van HVC’10

Hoekenees Otmar van Deventer vertrok begin 2022 met zijn gezin naar Aruba. Zo komt, in ieder geval voorlopig, een einde aan een lange periode van Otmar in het blauwzwart. Hij speelde eerder in de jeugd bij VV Hoek van Holland en keerde in 2009, na omzwervingen langs onder meer ADO Den Haag, Westlandia en de ‘s-Gravenzandse SV, in 2009 terug in Hoek van Holland. Een jaar voor de fusie tussen Hoekse Boys en VV Hoek van Holland ging Otmar samen met vrienden in het eerste elftal spelen. Het bracht hem naar eigen zeggen zijn mooiste ervaringen als voetballer.

ZWSports_251098

Hoek van Holland – Jarenlang heb ik iedere zaterdag naar een wedstrijd toegeleefd. Vanwege corona kon ik er de afgelopen tijd al een beetje aan wennen, leven zonder voetbal. Ik ga HVC’10 zeker missen, ik voel me sterk verbonden aan de vereniging, de mensen die er spelen en al die vrijwilligers. Ik vind het best vervelend dat ik er halverwege het seizoen als trainer van het tweede elftal moest stoppen. Het voelt ook een beetje alsof ik de jongens van het tweede in de steek laat. Maar aan de andere kant: dit is een kans die maar één keer in mijn leven voorbijkomt. Ik ben gaan werken als GZ-psycholoog bij een polikliniek GGZ Kind en Jeugd op Aruba. Daar help ik kinderen om te herstellen van mentale problemen. Hij raakte getriggerd door verhalen van collega’s die eerder al naar Aruba zijn gegaan. ,,Tot nu toe bevalt het goed. Ik heb elke dag de mogelijkheid om na mijn werk te genieten van zon, zee en strand. De intentie is om twee tot vier jaar op Aruba te blijven. Voor een langere periode kan ik mijn familie en vrienden niet missen. Het is voor mij, mijn vrouw en zoontje een mooie levenservaring waar we elke dag zo veel mogelijk van proberen te genieten.’’

 

,,Als kleine jongen ben ik begonnen bij VV Hoek van Holland. Daar ben ik gescout door ADO Den Haag voor de jeugdopleiding. Daarna heb ik nog gevoetbald in de jeugd bij s-Gravenzandse SV, DHC en Westlandia. Toen ben ik een jaar gestopt en daarna ben ik met vrienden gaan voetballen bij VV Monster. Vervolgens naar s-Gravenzandse SV en HVC’10. Ik heb een mooie, waardevolle tijd voetbalcarrière gehad, waarin ik met veel verschillende mensen in aanraking ben gekomen. Ik heb veel geleerd, nog wel het meeste op sociaal gebied. Vrienden die ik heb overgehouden aan het voetbal koester ik het meest. Achteraf gezien had ik, vooral in de jeugd, er meer van willen genieten. Dat ben ik later bij HVC’10 pas gaan leren, om op en rond het veld bewust te genieten van het spelletje en alles eromheen. Mijn jeugd speelde zich voornamelijk af bij ADO Den Haag, Ondanks dat veel was ingericht op presteren en te weinig op plezier, heeft deze periode een behoorlijke invloed gehad op wie ik nu ben. Hoogtepunten heb ik bij HVC’10 beleefd. Dat startte toen we met een aantal vrienden in het laatste jaar van Hoekse Boys kampioen werden van de vierde klasse. Daarna volgde direct het kampioenschap in de derde klasse waarop we jarenlang in de tweede klasse hebben gespeeld. Het absolute hoogtepunt was de promotie via de nacompetitie naar de eerste klasse. Hier hadden we jarenlang vanaf de vierde klasse naar toe gewerkt. Een dieptepunt voor mij was dat we maar één seizoen in de eerste klasse hebben gevoetbald. Ik krijg hier nog steeds een naar gevoel van als ik eraan denk. Met het team wat we hadden, was dat niet nodig geweest. Gedurende mijn voetballeven heb ik vaak last gehad van blessures aan mijn lies. Hierdoor heb ik veel minder wedstrijden kunnen spelen dan ik had gewild en denk ik met pijn in mijn hart terug aan het moment dat ik op mijn 30e moest stoppen. Ik had ontzettend graag nu nog in de selectie gespeeld, dat doet eigenlijk nog steeds pijn. In 2018 ben ik trainer geworden van het tweede elftal. Ik was al een aantal jaar als jeugdtrainer actief en ben met veel enthousiasme aan de slag gegaan met John Kraan. Mijn passie voor en gedachten over het spelletje kon ik mooi kwijt. Het was leuk en leerzaam om in een andere rol het voetbal te beleven en jonge spelers te begeleiden in hun ontwikkeling. Eerlijk gezegd is door de corona het plezier hierin wel verminderd de afgelopen twee seizoenen. Met veel plezier trapte ik nog een balletje met het vijfde mee. Gelukkig kon dat fysiek gezien weer vanaf mijn 32e. Ik woon  pas een paar maanden op Aruba en heb meegetraind met het team van de broer van Steve Escalona (oud-speler HVC’10). Dat is een team met name met jongens rond de 40. Ik werd al snel tot ‘Jaap Stam’ gebombardeerd. Waarschijnlijk kan ik bij dit team aansluiten in het spelen van wedstrijden. Dat zou ik hartstikke leuk vinden, want voetbal is en blijft mijn grootste hobby. En een mooie manier om contact te leggen met de mensen hier op het eiland.’’

Klik op HVC’10 voor het laatste artikel van de club.

 

 

 

Doelman Maarten van der Want droomt van Serie A

Westlander Van der Want doorliep de jeugdopleiding van ADO Den Haag, maar is inmiddels alweer acht jaar in Italië actief. Dit seizoen verdedigt Maarten van der Want opnieuw het doel van Olbia Calcio uitkomend in de Serie C. “Ik hoop uiteindelijk in de Serie A te komen en internationaal te worden voor Zuid-Afrika.

ZWSports_251098

Honselersdijk – ,,Al vanaf toen ik klein was, was ik eigenlijk altijd degene die op doel stond. Dat begon al met voetballen in de achtertuin met mijn vrienden tot voetballen bij Honselersdijk in mijn vrije tijd. Vervolgens ben ik niet meer uit het doel gegaan. Als doelman noemt hij zichzelf een technische keeper. Ik ben een allrounder. Ik kan van alles wel goed, maar ik heb geen punt waarvan ik zeg dat het mijn specialiteit is.” De 27-jarige sluitpost uit Honselersdijk is inmiddels alweer acht seizoenen actief in Italië. Hij begon er bij Virtus Entella, maar stapte na één seizoen over na Olbia Calcio. Olbia is de vierde stad van Sardinië. In hun stadion kunnen bijna vierduizend toeschouwers plaatsnemen.

Olbia werkt sinds 2016 intensief samen met Cagliari, waardoor diverse jonge talenten uit de Sardijnse hoofdstad in het noorden van het eiland worden gestald. ,,We hopen ons dit seizoen snel veilig te spelen. Het niveau van de Serie C is te vergelijken met de Keuken Kampioen Divisie. Maar het gaat hier wel om winnen, de manier waarop maakt niet uit en dan het liefst zonder tegendoelpunten. Een aantal clubs heeft ook mooie stadions, dan denk ik aan Mondena, AC Reggiana en Siena. Maar net zoals voor heel Italië geldt, tachtig procent is oud.” De uitduels vormen voor Olbia Calcio telkens vliegreizen. “Vaak vliegen we één en soms twee dagen voor de wedstrijd al naar de tegenstander. Ik vind vliegen geen probleem, ik ben het inmiddels gewend. Het is beter dan zes uur in de bus zitten.’’ In 2014 maakte Van der Want op negentienjarige leeftijd de stap van ADO Den Haag naar Italië. Ook stond hij tussen de palen bij Westlandia en SV Honselersdijk. Eerst ging hij naar Virtus Entella, een club uit de Serie B. ,,In mijn voorlaatste jaar bij ADO werd ik gebeld door een tussenpersoon met de vraag of ik interesse had om naar Italië te gaan. Daar had ik wel oren naar. Na een jaar stapte de sluitpost over naar Olbia. “Dat betekende niet alleen een nieuwe uitdaging, ik zag daar ook meer kans op speeltijd. Sardinië is misschien wel een van de mooiste plekken van Europa. Daar voetballen leek me geweldig.’’ Daar heeft hij nog geen moment spijt van gekregen. ,,Olbia is een heel warme club, waar ik me thuis voel. Een club met ambitie en een club die wat uit wil stralen. Alles is ook uitstekend georganiseerd. De trainingen zijn van een hoog niveau en trainers krijgen bij ons een kans om zich te ontwikkelen. Mooi voorbeeld is Sabino Oliva, vorig jaar werkte hij samen met Marco Savorani bij AS Roma, Savorani is op dit moment de keeperstrainer van Tottenham Hotspurs. We zijn de tweede club in onze regio na Cagliari wat in de serie A speelt. Omdat Olbia op het eiland Sardinië ligt wordt het eigenlijk overal op het eiland gevolgd.’’

Van der Want voelt zich op zijn plaats. Ik heb het geweldig naar mijn zin hier. Het gevoel dat ik hier heb zal ik niet snel op een andere plek tegenkomen. Uiteraard, het leven is een heel stuk anders dan in Nederland, er wordt veel meer buiten geleefd. Je gaat een stuk vaker uiteten, maar daar zijn de prijzen ook wel een beetje voor gemaakt. De club heeft een plek in mijn hart gekregen. Ik ben niet alleen speler van de club, maar ook supporter.’’ Hij spreekt vloeiend Italiaans. Hij heeft ook een Italiaanse vriendin. Samen hebben ze drie kinderen. ,,Op dit moment het ik het hartstikke naar mijn zin hier, maar uiteraard wil ik zo hoog mogelijk te komen voetballen, je moet altijd blijven dromen. Als je echt over grote dromen praat is het toch wel internationale worden, maar dat zal er via Nederland hoogstwaarschijnlijk niet in zitten. Misschien gaat het lukken via Zuid-Afrika. Is namelijk het geboorteland van mijn vader. Uitkomen in de Serie A is ook een droom voor elke keeper. En ik zou ook nog wel een keer in Nederland willen voetballen. Maar zou het ook zeker ook niet erg vinden om hier nog tien jaar te zitten. Natuurlijk mis ik mijn familie uit Nederland. Gelukkig heb ik heel veel contact met ze. Mijn beide ouders wonen in Naaldwijk, mijn oom Piet van Dreumel woont in Honselersdijk en mijn vrienden zijn een beetje verspreid over het Westland. Elke zomer kom ik terug om mijn vakantie door te brengen in het Westland. Het is en blijft mijn thuis.’’

René van Delft Technisch Coördinator Junioren SC Monster gaat met pensioen

Oud-prof René van Delft heeft het bestuur van SC Monster laten weten aan het einde van dit seizoen te stoppen. Mijn hele leven lang ben ik dag en nacht met voetbal bezig geweest, nu is het tijd dat de jonge garde het gaat overnemen. Ik ben echt super trots welke stappen we bij Monster hebben gemaakt. Hoofd Jeugdopleidingen Mike Groenewegen is een kind van de club die de ingezette weg een vervolg gaat geven en nog jaren mee kan.

ZWSports_251098

Monster – René van Delft (61) had voor een voetballoopbaan als prof er in zijn jeugd alles voor gelaten. Hij wilde immers slagen als broodvoetballer, hetgeen hem ook gelukt is. Zijn droom is uitgekomen om van jeugdspeler bij Celeritas uiteindelijk prof te worden. Na zijn jeugdperiode bij ADO kon de balvaardige middenvelder ook een contract tekenen bij Feyenoord in Rotterdam. ,,Dat werd, hoe kan het ook anders, de club die mij de gelegenheid bood op de hoogste landelijke jeugdplatforms te voetballen, FC Den Haag. Ik startte in het tweede elftal. Na twee jaar sloot ik aan bij het eerste elftal. Ik kwam als jonge 19-jarige speler bij het eerste elftal en was in totaal zes jaar als contractspeler verbonden aan FC Den Haag. Twee jaar eredivisie en vier jaar eerste divisie.”

Waar René van Delft in zijn jeugdperiode bijna nooit te maken kreeg met ernstige blessures en degradaties, in zijn profcarrière hebben zwaarwegende kwetsuren, alsook degradaties wel voor dieptepunten gezorgd en een echte doorbraak in de weg gestaan. ,,In mijn eerste contractjaar bij FC Den Haag werd ik geconfronteerd met de ziekte van Pfeiffer. Toen ik weer fit was kreeg ik last van mijn knie. Tijdens de operatie bleek dat ik losse stukjes kraakbeen had, die toen verwijderd moesten worden. Dat kostte veel hersteltijd. Toch wist ik mij weer bij het eerste elftal te spelen. Dat jaar werd het eredivisieschap nog veiliggesteld. Het jaar daarop, in het seizoen 1980/1981, was mijn grootste anticlimax, met degradatie naar de eerste divisie tot gevolg. Na de ziekte van Pfeiffer en de operatie aan kraakbeenletsel in mijn knie, heb ik nooit meer mijn beste niveau gehaald. Fysiek en ook wel mentaal kwam ik tekort voor de top. Na mijn proftijd heb ik op het hoogste amateurniveau gespeeld bij DHC en RVC. Hierna ben ik op amateurniveau gaan afbouwen bij vv Monster, waar ik tegelijkertijd gestart ben met mijn trainerscarrière. Ik was naast eerste elftalspeler ook trainer van het derde en vierde elftal. In deze tijd heb ik de basis gelegd voor het trainerschap. Ook het vooral plezier hebben in het voetballen, hoe gek het ook klinkt, na mijn profperiode bij de clubs vv Monster, RVC en DHC waren hoogtepunten in mijn seniorentijd”.

Op de vraag wat de drijfveer was na een actieve voetbalcarrière zich op het trainersvak te gaan toeleggen, antwoordde René van Delft: ,,Ik vond het training geven bij de B-selectie van vv Monster zo leuk, dat ik mijzelf hierin verder wilde ontwikkelen. Op een gegeven moment werd ik door Mark Wotte gebeld, destijds Hoofdopleiding bij ADO Den Haag. Hij vroeg of ik als oud-speler iets voor de jeugdopleiding van ADO kon betekenen en wat wilde doen. Zo ben ik gestart als jeugdtrainer. In totaal ben ik 17 jaar werkzaam geweest in de jeugdopleiding van ADO Den Haag.” Het doel van training geven bij een BVO en bij een amateurclub is in de ogen van René van Delft verschillend en anders. ,,Bij ADO Den Haag proberen alle spelers, met hulp van de trainers zich zodanig te ontwikkelen dat hun ambitie, betaald voetbal halen, bereikt wordt. Zij zetten hier bijna alles voor opzij. Het is enkel school en voetbal waarvoor zij dagelijks leven. Bij SC Monster is het doel spelers te laten doorstromen naar het eerste elftal. Spelers van Monster spelen als hobby bij onze amateurclub en handelen, ieder op hun eigen manier en vermogen, daar ook naar. In 2018 ben ik begonnen als technisch Coördinator Junioren. Ik heb een voetbalvisie en die ben ik samen met andere mensen binnen Monster gaan uitrollen. Denk daarbij aan een uniforme wijze van trainen, spelen en selecteren. Ook ben ik hulp gaan bieden aan de begeleiding en opleiding van trainers binnen de recreatieteams. Ik ben er super trost op welke stappen we binnen de club hebben gezet. Alles is echt tot in de puntjes geregeld en we hebben sinds kort een videoanalyse. De jeugd heeft de laatste jaren stappen gemaakt en speelt op een hoog niveau. De volgende stap is drie keer per week trainen. Ondanks dat we twee jaar te maken hebben gehad met corona heb ik een mooie tijd gehad in het Westland. Hoofd Jeugdopleidingen Mike Groenewegen is een echte vakman die de lijnen nu gaat uitzetten.’’

Klik op SC Monster voor het laatste artikel over de club.

Volgens Jordy Luiten is alleen veldtraining niet genoeg

Jordy Luiten is een personal trainer die van zijn passie zijn werk maakt. Na zeven jaar in het vak te werken, een hoop cursussen en nog één jaar fysiotherapie te hebben gestudeerd, weet hij dat alleen voetbaltraining niet genoeg is.

“Ik ben nu al zeven jaar actief binnen de fitnesswereld, waar ik al veel mensen heb zien komen en gaan. In mijn jaren als fitnessinstructeur merkte ik dat er meer te behalen was dan kleine correcties, daarom ben ik personal trainer geworden”, vertelt hij. Hij haalt veel voldoening uit zijn werk en doet dit naast zijn fulltime studie: “Momenteel werk ik maandag tot en met donderdag, ook de zondag organiseer ik nog een bootcamp. Daarbuiten studeer ik Sport Communicatie op Fontys Hogeschool Tilburg.”  Zijn werk beschouwt hij als veelzijdig, maar het kent ook gebreken. “Helaas kan je als trainer maar tot in bepaalde mate coachen. In de zaal ben ik erbij, kan ik begeleiden, corrigeren en tips en tricks delen met klanten, maar zodra iemand thuis is, zijn het enkel adviezen. Het is maar de vraag wat de ontvanger er dan mee doet”, aldus Luiten.

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Opvallend

Wel is het de laatste tijd goed zichtbaar dat er veel blessures zijn volgens de trainer. “Helaas is iedereen genoodzaakt geweest thuis te zitten. Voor veel mensen heeft dit geresulteerd in verlaagde dagelijkse activiteit, waardoor het fysieke belastingniveau verlaagd is. Nu iedereen weer zijn/haar oude leven kan hervatten, zie je dat instappen op het laatst gekende niveau vaak te veel is, dat zorgt voor veel klachten en kwalen”, vertelt hij. Daarom benadrukt hij: “Het is belangrijk om daar rekening mee te houden, weten waar je geëindigd bent kan je helpen met het opnieuw opstellen van je basisniveau, zodat je het weer kan oppakken. Toch is het overleggen met een trainer wel aan te raden.”

Trainen en voetbal

Je ziet het in het profvoetbal, maar nog niet altijd in het amateurvoetbal. Spelers zijn naast hun activiteit op het veld ook bezig in en buiten de sportschool. Toch vindt Jordy niet per definitie de sportschool de enige oplossing: “De sportschool is fijn, het biedt een grote variatie aan sportmogelijkheden. Toch is het belangrijk dat je sporten combineert met anderen. Denk hierbij aan zo nu en dan het zwembad in gaan en baantjes trekken of een andere sport spelen zoals rugby of atletiek. De bewegingscomponenten van andere sporten zullen je helpen om niet alleen de belastbaarheid te vergroten, maar ook je lichaam te conditioneren met nieuwe bewegingstechnieken, die weer toe te passen in jouw spel op het veld”, vertelt Luiten.

Dominos_voorjaar2021

Preventief

Volgens de trainer is het niet helemaal haalbaar om honderdprocent blessures te vermijden. “Een ongeluk zit in een klein hoekje, dus je kan jezelf niet altijd behoeden op lichamelijk letsel. Toch kan je wel rekening houden met, denk hierbij aan een goede warming-up voor het sporten. Je kan het ook wat makkelijker maken door klachten voor jezelf een cijfer te geven op een schaal van één tot tien. Zo weet je dat wanneer je boven een zeven scoort er misschien naar gekeken moet worden door een professional. Ook kan je door verschillende trainingen ervoor zorgen dat je belastbaarheid vergroot en dat je daardoor minder kans loopt op lichamelijk letsel tijdens activiteit”, vertelt hij. Al met al, genoeg om over na te denken. Helemaal met zijn uitspraak: “Als je het geld overhebt voor je auto om deze in onderhoud te zetten, waarom dan niet voor je lichaam? Uiteindelijk is dat de wagen waar je de rest van je leven mee moet doen, een auto kan je vervangen.”

Klik voor een recent artikel over een personal trainer

Volgens Jordy Luiten is alleen veldtraining niet genoeg

Jordy Luiten is een personal trainer die van zijn passie zijn werk maakt. Na zeven jaar in het vak te werken, een hoop cursussen en nog één jaar fysiotherapie te hebben gestudeerd, weet hij dat alleen voetbaltraining niet genoeg is.

“Ik ben nu al zeven jaar actief binnen de fitnesswereld, waar ik al veel mensen heb zien komen en gaan. In mijn jaren als fitnessinstructeur merkte ik dat er meer te behalen was dan kleine correcties, daarom ben ik personal trainer geworden”, vertelt hij. Hij haalt veel voldoening uit zijn werk en doet dit naast zijn fulltime studie: “Momenteel werk ik maandag tot en met donderdag, ook de zondag organiseer ik nog een bootcamp. Daarbuiten studeer ik Sport Communicatie op Fontys Hogeschool Tilburg.”  Zijn werk beschouwt hij als veelzijdig, maar het kent ook gebreken. “Helaas kan je als trainer maar tot in bepaalde mate coachen. In de zaal ben ik erbij, kan ik begeleiden, corrigeren en tips en tricks delen met klanten, maar zodra iemand thuis is, zijn het enkel adviezen. Het is maar de vraag wat de ontvanger er dan mee doet”, aldus Luiten.

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Opvallend

Wel is het de laatste tijd goed zichtbaar dat er veel blessures zijn volgens de trainer. “Helaas is iedereen genoodzaakt geweest thuis te zitten. Voor veel mensen heeft dit geresulteerd in verlaagde dagelijkse activiteit, waardoor het fysieke belastingniveau verlaagd is. Nu iedereen weer zijn/haar oude leven kan hervatten, zie je dat instappen op het laatst gekende niveau vaak te veel is, dat zorgt voor veel klachten en kwalen”, vertelt hij. Daarom benadrukt hij: “Het is belangrijk om daar rekening mee te houden, weten waar je geëindigd bent kan je helpen met het opnieuw opstellen van je basisniveau, zodat je het weer kan oppakken. Toch is het overleggen met een trainer wel aan te raden.”

Trainen en voetbal

Je ziet het in het profvoetbal, maar nog niet altijd in het amateurvoetbal. Spelers zijn naast hun activiteit op het veld ook bezig in en buiten de sportschool. Toch vindt Jordy niet per definitie de sportschool de enige oplossing: “De sportschool is fijn, het biedt een grote variatie aan sportmogelijkheden. Toch is het belangrijk dat je sporten combineert met anderen. Denk hierbij aan zo nu en dan het zwembad in gaan en baantjes trekken of een andere sport spelen zoals rugby of atletiek. De bewegingscomponenten van andere sporten zullen je helpen om niet alleen de belastbaarheid te vergroten, maar ook je lichaam te conditioneren met nieuwe bewegingstechnieken, die weer toe te passen in jouw spel op het veld”, vertelt Luiten.

Dominos_voorjaar2021

Preventief

Volgens de trainer is het niet helemaal haalbaar om honderdprocent blessures te vermijden. “Een ongeluk zit in een klein hoekje, dus je kan jezelf niet altijd behoeden op lichamelijk letsel. Toch kan je wel rekening houden met, denk hierbij aan een goede warming-up voor het sporten. Je kan het ook wat makkelijker maken door klachten voor jezelf een cijfer te geven op een schaal van één tot tien. Zo weet je dat wanneer je boven een zeven scoort er misschien naar gekeken moet worden door een professional. Ook kan je door verschillende trainingen ervoor zorgen dat je belastbaarheid vergroot en dat je daardoor minder kans loopt op lichamelijk letsel tijdens activiteit”, vertelt hij. Al met al, genoeg om over na te denken. Helemaal met zijn uitspraak: “Als je het geld overhebt voor je auto om deze in onderhoud te zetten, waarom dan niet voor je lichaam? Uiteindelijk is dat de wagen waar je de rest van je leven mee moet doen, een auto kan je vervangen.”

Klik voor een recent artikel over een personal trainer

Richard Hoogkamer voelt zich een soort vaderfiguur bij PCP

Zijn ploeg bij elkaar houden, een soort vaderfiguur en maatschappelijk werker. Als je het zo hoort, is het zijn van trainer bij PCP een zware taak. Maar voor Richard Hoogkamer is het juist het mooiste wat er is, ook na drie lastige seizoenen. “Het is misschien anders dan ik gewend ben, maar ik houd wel van een beetje moeilijke jongens.”

kootstra_new

Januari 2020, halverwege het seizoen, nam de 49-jarige Hoogkamer het stokje over. En tot op de dag van vandaag, heeft de oud-techniektrainer van NAC daar allesbehalve spijt van. “Tuurlijk is het wennen, zeker als je ambitie hebt of een aantal jaar in het profvoetbal hebt gelopen, maar hier kan alles. Het is zo’n gezellige club.” Toch is het bij de vierdeklasser, waar hij in het verleden ook actief was als speler, net een beetje anders werken. “Soms moet je er genoegen mee nemen dat er minder man zijn op de training. Je bent meer dan trainer alleen, dat is wel even een omschakeling.”

Familie

Want ook maatschappelijk moet Hoogkamer zo nu en dan het nodige oplossen, toch ziet hij PCP groeien. “We hebben nu al 500 leden en er is echt een plan, dat maakt het een leuk clubje.” Inmiddels is de oefenmeester gestopt als jeugdtrainer bij WDS’19 en de ‘academy’ waar hij toentertijd was ingestapt. “Dat was in combinatie met mijn eigen bedrijf niet meer te doen.” Zijn huidige club is dat duidelijk wel. “Als je niet van PCP bent, sta je af en toe echt te kijken. Wat gebeurt hier? Ik ben gewoon één van de familie.” En ondanks dat Hoogkamer zijn mooiste jaren als voetballer bij Baronie beleefde, voelt dit toch als zijn thuis. “De slag mensen. Doodnormale gasten, buitenlandse jongens, daar ben ik zelf ook mee opgegroeid. Ik ben ook van de straat. Ze zijn recht door zee, daar houd ik van.” Een voordeel, ook als trainer zijnde. “Eigenlijk weet ik alles van die jongens, dus ze kunnen mij niet voor de gek houden. Ze weten dat ze eerlijk moeten zijn.” En zoals gezegd, is dat meer dan een positiespelletje spelen. “Je bent een soort vaderfiguur. Ik kan zelf nog aardig meevoetballen, daar dwing je ook respect mee af.” Hoogkamer ziet dat PCP wat betreft jeugd, senioren, vrijwilligers en de aanleg van een nieuw kunstgrasveld in de lift zit. Op het veld mogen de prestaties nog wel wat beter, vindt hij. “De start was niet goed, mede door blessures en jongens die zijn gestopt. Toen heb ik er een paar jongens bij geregeld, nu zitten we in een flow en gaan we voor promotie.”

Mensenmens

Om dat voor elkaar te krijgen, moeten er nog een paar plaatsen worden gewonnen. “De eerste vier moet gewoon kunnen. We staan nu met 25 man op het veld, dat ziet er positief uit.” Anders kan Hoogkamer terugvallen op het tweede elftal, daar weet de oud-zaalvoetballer wel raad mee. “Ik ben absoluut geen theorie-trainer, veel meer een mensenmens.” En dat is nodig, want aan verliezen heeft hij ook na al die jaren nog steeds een ongelooflijke hekel. “Dan ben ik heel de zondag chagrijnig. Dat fanatisme is denk ik ook wel mijn sterke punt.” Of hij volgend seizoen ook weer in Breda voor de groep staat weet Hoogkamer nog niet, sowieso vindt de trainer dat lastig te voorspelen. “Zeg nooit nooit, maar sowieso wil ik niet meer bij een andere zondagclub werken, enkel bij PCP.” En hoewel de club volgens hem nog altijd een beetje wordt gezien als ‘het zwarte schaap’. “Dat beeld klopt niet.” Denkt hij dat promotie naar de derde klasse zomaar eens voor een boost kan zorgen. “Voorlopig zijn de faciliteiten daar nog niet goed genoeg voor, maar misschien dat de gemeente dan ook een beetje meer zou willen helpen.” En dat niet alleen. “Als we promoveren, heb ik beloofd dat ik doorga als trainer.” Tot slot moet Hoogkamer nog één ding van het hart. “Deze club is echt gebouwd op vrijwilligers die PCP in hun hart hebben, daar ben ik trots op!”

Klik hier voor het meest recente artikel van PCP Breda.

Marcel van Ekelenburg, flamboyante arbiter met eigen koers bij Quintus

Hij is de kleurrijkste scheidsrechter op de regionale voetbalvelden. En daar is niet iedereen altijd even blij mee. Marcel van Ekelenburg heeft bij de KNVB een ‘dienstverband’ van 27 jaar bereikt, alleen wacht hij al twee jaar op een bosje bloemen vanuit Zeist. Voor de geboren Rijswijker een periode met de nodige pieken en dalen, waarbij hij door velen als clown wordt bestempeld. ,,Ik ben geen clown, ik ben een mensenmens.”

ZWSports_251098

Kwintsheul – Eén ding moet Marcel van Ekelenburg (59) echter gelijk van het hart: Ze zeggen wel eens dat scheidsrechters zijn gaan fluiten omdat ze thuis niks te vertellen hebben, maar dat is bij mij absoluut niet het geval. Mijn vrouw is mijn beste vriend en geeft mij veel advies. Als kleine jongen heb ik op meerder sporten gezeten. Turnen was ik vrij goed in heb ik tot mijn 30ste gedaan. Ik was geen grote voetballer. Jaren heb ik met veel plezier gevoetbald bij Quintus en KMD. Uit een corner maakte ik eens een omhaal in de kruising. Ik maakte de raarste doelpunten. Ik heb zelfs een keer vanaf de middenlijn, met de wind mee, een omhaal onder de lat gemaakt. Marcel is bij toeval scheidsrechter geworden. Toen hij een jaar of 30 was, voetbalde hij bij KMD. Omdat er op een dag geen scheidsrechter was, liet hij zich ompraten en floot een potje dat anders niet door zou zijn gegaan. Van het een kwam het ander. Hij begon het leiden van een wedstrijd leuk te vinden, vooral door de positieve reacties die hij kreeg. We zijn nu 27 jaar verder en na een lange aanlooptijd in de onderste regionen, bereikte hij een paar jaar geleden zelf groep 1. ,,In groep 1 kwam ik erachter dat je er veel voor moest doen. Mijn conditie was niet goed, maar ik slaagde wel. Ik zakte op de theorie, maar ik mocht wel een jaar hoofdklasse en eerste klasse fluiten. Ik floot in groep 1 eens de wedstrijd Alphense Boys tegen CVV Zwervers. Het enige duel dat ondanks zware regenval doorging. Toen heb ik een duikbril opgezet. Iedereen vond het geweldig, alleen de KNVB niet, aldus Van Ekelenburg. ,,Trainers vinden mij zelfs een clown. Maar ik ben geen clown, ik ben een mensenmens. Ik ben overal dezelfde Marcel. Op het voetbalveld, op mijn werk, thuis. Er is geen andere Marcel. Ik ben druk en aanwezig, dat weet ik. Maar ik heb mijn hart op de goede plek. Ik fluit elke wedstrijd op wat voor niveau ook op mijn eigen manier. Tegen een rapporteur die ooit bij hem langs de lijn stond en vond dat hij te weinig gele kaarten had getrokken, antwoordde hij: ‘Ik maak zelf wel uit wat ik doe tijdens een wedstrijd. Ik heb toen echt een leuk jaar gehad in groep 1. Ik fluit met mijn hart, bij de KNVB zien het liever anders en moest ik verder in groep 2. De laatste jaren zit ik zelf in groep 3 en dat valt niet altijd even mee”. Marcel is zeker geen scheidsrechter van dertien in een dozijn. Aan warmlopen doe hij niet. Kletsen kan hij als de beste, ook tijdens een wedstrijd. Hij lult de oren van je kop. Alles passeert dan de revue: de stapavonden met zijn vrouw, de Toyota Supra waarmee hij naar de voetbalvelden toert; zijn hele hebben en houden legt hij op tafel. De spelers vinden dat juist superleuk en dat zorgt ervoor dat ik ook een leuke middag heb. Dat is ook de reden dat ik voorlopig nog even doorga. Het leven van een scheidsrechters niet altijd even leuk. Een aantal jaar geleden heb ik een knal in mijn gezicht gehad. Het ergste is dat die voetballer wegrende, de lafaard. Misschien maar beter ook, want ik rende er achteraan maar ik kon hem niet pakken. Ik hoop dat voetballers eens in de spiegel zouden willen kijken als ze op het veld staan. Het voetbal is nu een afspiegeling van de maatschappij geworden en dat is niet altijd even leuk. Als je naar Van Ekelenburg kijkt, dan valt één ding direct op: zijn vele tatoeages. Ongebruikelijk voor een scheidsrechter, maar er zit een verhaal achter. ,,Ik verloor op 21-jarige leeftijd mijn oudere broer door een auto-ongeluk. Onderweg naar het vliegveld in Saoedi-Arabië. Door zijn tattoo werd mijn broer na het auto-ongeluk herkend. Ik heb toen direct een tattoo, een draak, laten zetten. Inmiddels zit ik redelijk vol. Mijn ambities zijn zo hoog mogelijk blijven fluiten op mijn manier en dan het liefst weer op korte termijn in groep twee.’’ Als Van Ekelenburg de fluit hanteert, gebeurt er 90 minuten lang iets bijzonders. Een geweldige gozer is hij. En een prima scheidsrechter, alleen denk de KNVB daar soms anders over.

Klik op Quintus voor het laatste artikel van de club.

Van den Bos moest noodgedwongen met voetballen stoppen bij HVC’10

Hoekenees Jeffrey van den Bos (34) besloot eind 2021 met onmiddellijke omgang te stoppen met het voetballen bij zijn geliefde club HVC’10. “Thuis op de bank kreeg ik net als twee jaar geleden een geleidheids aanval. Dit heeft te maken met een soort kortsluiting in je hoofd. Ik was centrale verdediger en moest daardoor veel koppen. Ik heb een jong gezin en heb er toen voor gekozen geen risico meer te nemen en vervroegd mijn carrière te beeingd.”

ZWSports_251098

Hoek van Holland: Als kleine jongen ben ik als zes jarige begonnen bij de Hoekse Boys. Op mijn 15e speelde ik al in het tweede elftal en in mijn eerste seizoen werden we kampioen. Als afsluiting van het seizoen speelde ik voor de Flynth Westland cup samen met mijn vader mister Hoekse Boys, John van den Bos. 750 wedstrijden heeft mijn vader gevoetbald voor de Boys. Als A-junior ben ik gaan voetballen bij SVV uit Schiedam. Het was supergaaf om dat samen met Leroy Smits en Remco Koorneef, ook twee echte Hoekse jongens, te mogen beleven. Ik heb twee mooie jaren gehad met voetballen tegen clubs als NAC, FC Utrecht en Sparta. Daarna heb ik zeven jaar gevoetbald bij ‘s-Gravenzande SV en na de fusie voor FC ‘s-Gravenzande. ,,Dat waren supermooie jaren, waarin we zelfs promoveerden naar de hoofdklasse. Mooi was ook dat de club mij, ondanks dat ik al had aangeven terug te keren naar HVC’10, nog minuten heeft laten maken in de oefenwedstrijd tegen Premier League-club Swansea City.

Daarna heb ik jaren gevoetbald met veel plezier in de Hoek bij mijn club HVC’10. Voetbal speelde namelijk een belangrijke rol in mijn leven. Van kleins af aan zat ik al op voetbal en heb hierdoor ook veel vrienden leren kennen op het voetbalveld. Met veel vrienden heb ik jaren samen gevoetbald. De trainingen en wedstrijden waren één groot feest. Zonder iemand te kort te doen, vind ik dat de promotie naar de eerste klasse met HVC’10 een echt geweldige ervaring was. Wij hebben toen een unieke prestatie neergezet in de Hoekse voetbalhistorie en dit met een team vol vrienden die voor elkaar door het vuur gingen. Eén ding is zeker: Het “Guiness Book of records” van drie scorende broers in één voetbalwedstrijd zal niet meer door HVC’10 geëvenaard of verbroken worden. Dat gebeurde in de wedstrijd Soccer Boys -HVC’10 (0-5) op 17 september 2016. ,,Ik heb samen met mijn twee broers in het eerste elftal van HVC’10 mogen spelen. Dat pakt niemand ons meer af.”

Ik heb mogen trainen onder goede trainers. Robin Knoester, Frans Dane en Paul van de Zwaan waren in mijn ogen echte vakmensen. Maar wanneer is een trainer goed en wanneer is die minder goed? Het gaat om het gevoel wat je hebt bij een trainer. In dat opzicht heb ik bij bijna elke trainer wel een goed gevoel gehad. Op dit moment ben ik trainer van mijn zoontje. Mijn andere zoontje voetbal bij de kabouters. Ik vind het fantastisch om met kinderen aan de slag te gaan en hen iets bij te leren. Het is leuk om te zien dat dingen snel opgepakt worden en dat heel veel spelers gedreven zijn. Daarnaast lijkt het mij leuk om via een andere weg mijn steentje bij te dragen binnen de club, op wat voor vlak dit is zal de toekomst moeten uitwijzen. HVC’10 is een gemoedelijke club met een prachtig nieuw complex. Alleen voor het complex al zou ik een wedstrijdje komen bezoeken. Daarnaast is het een vereniging die bezig is om zijn jeugdopleiding naar een hoger plan te tillen. Dit wordt onder andere gedaan door verschillende eerste elftalspelers die proberen hun ervaringen te delen. Binnen HVC’10 word je gewaardeerd zoals je bent en dat is het belangrijkste wat er is. Bij bijvoorbeeld een slechte wedstrijd ben je nog steeds dezelfde persoon als voor die wedstrijd, je wordt niet anders aangekeken. Daarom is dit de ideale familieclub, een club die heel veel warmte en plezier uitstraalt. Eerst wil ik graag weer honderd procent fit worden. Wij hebben dit jaar het huis van mijn moeder gekocht en dat heeft veel tijd gekost. Mijn vrouw en ik hebben drie jonge kinderen dus we hebben het lekker druk. Elke thuiswedstrijd zit ik nu met mijn zoontje op de tribune en kom ik mijn opa, die terreinknecht is, vaak tegen. Natuurlijk mis ik de wedstrijdspanning en de derde helft. Ik was geen trainingsbeest en vind het nu lekker om er thuis te zijn voor mijn gezin. En misschien trek ik ooit mijn voetbalschoenen wel weer aan om lekker met vrienden een balletje te trappen.

Klik op HVC’10 voor het laatste artikel van de club.

Westlandia-icoon Marko van der Knaap wil stappen maken

Marko van der Knaap was jarenlang de rots in de branding van de verdediging van Westlandia. De jaren leken geen vat op hem te hebben. Z’n wieg stond in Kwintsheul en ging voetballen met vrienden bij Quintus. Een mooi moment was het om gevraagd te worden door profclub SVV uit Schiedam. Toen SVV-failliet ging moest hij op zoek naar een nieuwe vereniging. Hij meldde zich aan bij Westlandia. Na de successen bij Westlandia kwam er al snel belangstelling vanuit het betaalde voetbal. De keuze viel uiteindelijk op FC Utrecht en twee jaar later FC Omniworld.

Naaldwijk – Van der Knaap (43) die vanaf het moment dat hij als kind kon lopen achter een voetbal aan ging, leerde voetballen in de voortuin van zijn ouders. Als kleine jongen is hij begonnen met voetballen bij Quintus. Al vrij snel kon hij de stap maken naar profclub SVV uit Schiedam. Marko denkt met genoegen terug aan opa Van Uffelen, die hem heel vaak naar de training bij SVV bracht.

“SVV ging echter failliet en omdat wij ondertussen naar Naaldwijk waren verhuisd sloot ik mij aan bij Westlandia. Na de successen bij Westlandia kwam er al snel belangstelling vanuit het betaalde voetbal. Bij ADO Den Haag deed ik een week stage. Het was winter, er lag overal sneeuw en ijs. We liepen alleen maar rondjes in het Zuiderpark. Op basis daarvan werd mij een aanbod gedaan, in mijn ogen was die ? het aanbod bedoel je? niet goed. Tijdens een oefenwedstrijd met ADO zat Mark Wotte trainer van FC Utrecht op de tribune. Die belde niet veel later. FC Utrecht bod mij een contract van twee jaar. Ik heb daar vervolgens met veel plezier gespeeld. Onder meer met Dirk Kuyt, John de Jong, Mitchell van der Gaag en Alfons Groenendijk.’’

Na twee jaar verkaste hij naar FC Omniworld. De ploeg uit Almere kwam met een ambitieus plan naar het betaald voetbal toe. ,,Dat sprak me aan. Ik kwam snel in de basis en werd zelfs aanvoerder. Sportief was het niet best, maar de sfeer was top. In 2004 ben ik gestopt met betaald voetbal. Ik had al een baan bij Handelskwekerij Gebr. Grootscholten uit Kwintsheul. Zij kweken alle soorten perkgoed op. Ik wilde weer lekker op het fietsje naar de club. Ik ben daarna niet meer bij Westlandia weggegaan. Ik weet dat Excelsior Maassluis nog wel eens interesse toonde, een mooie club om voor te spelen, maar niet mooier dan Westlandia. Ook uit de bollenstreek werd weleens geïnformeerd. Maar dan werd het alweer snel een uur enkele reis om te gaan trainen. Ik ben altijd meer liefhebber dan broodvoetballer geweest. In de jaren die volgden heeft Westlandia zich ontwikkeld tot een stabiele Derde Divisionist. Daar zag het bij mijn niet direct naar uit, maar langzamerhand werd de vereniging professioneler.

ZWSports_251098Momenten om echt nooit te vergeten zijn de kampioenschappen of degradatie. Wat diep indruk maakte op Van der Knaap was het overlijden nadat we net de eerste periode hadden gepakt, het overlijden van Nees Pellikaan en enkele maanden later Chris Zuur. In 2020 kwam Jim Mulder (17) bij een aanrijding om het leven en zijn afscheid bij Westlandia was indrukwekkend’’.

Twee jaar geleden besloot aanvoerder Marko van der Knaap dat het na 21 seizoenen en 701 wedstrijden mooi was geweest. Gelijk ging hij aan de slag als technisch manager. Waarom? ,,Bij veel clubs op ons niveau was al een technisch manager, directeur of commissie actief. Er waren bij ons twee technische commissies actief, een voor de zaterdag en een voor de zondag. Dat moest naar één club met één technische commissie. Het ging ook allemaal op basis van vrijwilligheid. En dat hield meteen in dat er vanuit de club ook weinig te eisen viel. Maar naar mijn idee moesten wij gewoon wat meer gaan professionaliseren. Ik had daar wat ideeën bij. We zijn de nodige zaken op papier gaan zetten, een taakomschrijving. Kortweg ben ik mij gaan bezighouden met selectiesamenstelling, een staf erbij zetten en vooral luisteren naar de geluiden vanuit de club, de spelersgroep en de staf. Het is best een breed terrein waar ik mij op begeef. De lijntjes binnen de club zijn ook kort, ik heb een nauw contact met de mensen binnen de TC, businessclub en bestuur. We doen het hier ook met zijn allen. We willen altijd stapjes vooruitzetten, op alle fronten. Zo vind ik ook dat we de stap naar de Tweede Divisie moeten gaan zetten. Of in ieder geval die ambitie hebben. En dan het liefst met zoveel mogelijk eigen jongens en dat valt niet altijd even mee. Talenten krijgen bij ons de kans zich te ontwikkelen. Jongens van buitenaf moeten echt een meerwaarde hebben en passen bij de club. Voorlopig blijven we op zondag voetballen. Een weekend competitie juich ik zeker toe.’’

Klik hier voor het meest recente artikel van VV Westlandia.

Bij VV Naaldwijk sponsor je als bedrijf niet alleen de selectieteams, maar de hele vereniging

Het kost een paar centen, een voetbalclub met zevenhonderd leden draaiende te houden. Oud-voetballer Arjen de Haan betaalt al veertig jaar trouw zijn contributie. Minstens zo belangrijk is z’n bijbaan. Als coördinator van de sponsorcommissie speelt hij een belangrijke rol bij het binnenhalen van sponsors. Dat zijn er inmiddels meer dan 150.
ZWSports_251098
Naaldwijk – Arjen de Haan (49) is al meer dan veertig jaar lid van VV Naaldwijk. Zijn hele leven lang speelde hij op De Hoge Bomen. Jarenlang was hij een vaste waarde in het eerste. Ik moest het altijd hebben van het harde werken en mijn inzicht. Een knieoperatie kost Arjen een jaar in het eerste elftal. Als hij weer terugkeert, is hij laatste man voor een jaar of vier. Na nog een afbouwperiode in het tweede, als aanvoerder van een elftal met veel jong talent, stopt hij op z’n 38ste met selectievoetbal. Nog wekelijks speelt hij zijn wedstrijdjes in het zesde elftal van de club. ,,En dat is, ondanks dat we allemaal een jaartje ouder worden, nog elke week superleuk om te doen. Wij als oud-spelers van het eerste zijn nog altijd elkaars beste vrienden en doen veel leuke dingen samen.

Dat is allemaal dankzij VV Naaldwijk ontstaan. We doen ook veel voor de club. De één geeft training, is leider, staat achter de bar of zit in een commissie. Zelf zit ik sinds 2017 in de sponsorcommissie. Daar rolde ik toen langzaam in. Ik organiseerde een sponsoravond met als gastspreker Johan Derksen. Na deze avond heb ik na gesprekken met voorzitter Aris van Daalen toegezegd de sponsorcommissie te gaan trekken. Daarvoor zat ik ruim tien jaar in de technische commissie. Om dat goed te doen moet je dan langs de kant staan bij de selectie. Maar omdat ik zelf nog graag wilde voetballen was dat geen goede combinatie meer.

Nu ongeveer vijf jaar later staat de sponsorcommissie als een huis. Maar ik doe het zeker niet alleen. Ons team bestaat uit ongeveer 12 personen en iedereen heeft zijn eigen taak. En dan hebben we ook nog een mooi clubje van mensen die helpen met vlaggen en borden ophangen en schoonhouden. Ook VV Naaldwijk kan niet zonder sponsors. De laatste vier jaar zijn we gegroeid van 100 naar 150 sponsors. En dat is natuurlijk een supermooie ontwikkeling. In het amateurvoetbal gaat veel sponsorgeld naar de selectievoetbal van de club. Wij spelen dit seizoen derde klasse en daar zijn zelfs al clubs die betalen.

Het is trouwens een superleuke klasse en wordt ook wel de fietspoule genoemd. De vele derby’s die op het programma staan zorgen voor een goede kantineomzet. We doen het goed en willen graag een stap maken naar de tweede klasse en ja, daar wordt nog meer betaald. Bij Naaldwijk werken we niet met punten geld of maandelijks betalen. We spelen dan liever met eigen jongens en jongens van buitenaf die als liefhebber op een leuk niveau willen spelen in de derde klasse dan dat we een duiventil worden op een hoger niveau.

Wij zijn een echte familievereniging en we behandelen iedereen gelijk. Niet iedereen gaat de selectie halen en dat is ook helemaal niet erg. Iedereen is welkom bij ons en krijgt een mooi clubtenue, goede trainingen en goede ballen. Bij VV Naaldwijk ontstaan vriendschappen voor het leven weet ik uit eigen ervaring. We dragen bij aan het tegengaan van eenzaamheid door saamhorigheid op de club, ook als je niet meer actief speelt. Dat alles zorgt ervoor dat een sponsor gelooft in ons verhaal. Persoonlijke contacten zijn niet de enige manier om sponsors bij VV Naaldwijk te betrekken. We proberen aan elke sponsor, groot of klein, aandacht te besteden. We vinden het namelijk belangrijk dat de sponsors voelen dat we blij met ze zijn.

Veel sponsors zijn zelf lid of hebben kinderen die lid zijn. Jaren terug werden sponsorcontracten stilzwijgend verlengd. Nu gaan we met ze in gesprek en hopen dan natuurlijk dat ze graag door willen gaan. Zo niet dan respecteren we dit. en is dat jammer, maar geven we elkaar een hand en bedanken we sponsors voor de steun in de jaren dat ze betrokken waren. Wat mij super trots maakt is dat als ik vanuit ‘s-Gravenzande naar Naaldwijk rij de rotonde pak en dat het hele hek dan vol hangt met sponsors. We hebben nu de plannen om alle hoeken van het hoofdveld dicht te maken met sponsordoeken. En dat is voor de uitstraling ook mooi.

6 september bestaan we 100 jaar en dat gaat een superfeest worden. Ik hoop en wens dat de club over 50 jaar nog bestaat. Tussen 2010 en 2015 was er sprake van dat er een fusie zou komen met Westlandia, maar toen dit niet doorging is er een grote groep mensen opgestaan binnen de vereniging en nu is vv Naaldwijk weer een groeiende en financieel gezonde club met meer dan 700 leden.’’

Klik op VV Naaldwijk voor het laatste artikel over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.