Home Blog Pagina 261

‘De lachende gezichten bij die meiden geeft altijd weer extra voldoening’

0

Toen haar dochter ging voetballen en er vrijwilligsters nodig waren om het meidenteam te gaan begeleiden pakte Denise de Rooij de spreekwoordelijke handschoen op. Ze begon bij de MO11 van de SJO Serooskerke/Veere, wat inmiddels is doorgestroomd als MO13.

“In het begin was het aanpoten voor de meiden toen ze als MO11 waren ingedeeld bij MO13 teams. Ze kregen wekelijks te maken met flinke nederlagen, maar ondanks dat bleef de sfeer altijd geweldig. Altijd was er plezier en altijd lachende gezichten. Gelukkig werden ze in de tweede seizoenshelft ingedeeld bij de MO11-competitie en werden ze zelfs kampioen! Ze stralen het plezier zowel tijdens de trainingen als wedstrijden ook echt uit en dat is mooi om te zien.”

De Rooij is er destijds bij gebrek aan vrijwilligers ingestapt met een andere voetbalmoeder. “We wilden gewoon dat ze ook begeleiders hadden en de trainingen hebben we uiteindelijk overgelaten aan iemand die ook échte voetbalkennis heeft, want dat heb ik zeer zeker niet. Al kan ik wel zien dat ze op heel veel vlakken vooruitgang hebben geboekt en nog steeds beter worden. Dus dat is leuk en geeft ook veel voldoening.”

Dat er in en rondom het elftal een positieve sfeer hangt, dat is ook zichtbaar in het steeds groeiende aantal meiden dat zich komt aansluiten of komt meetrainen. “Dat zegt ook wel veel inderdaad. Regelmatig zien we dat er een of meerdere vriendinnetjes kennis komen maken en bij de groep blijven. Op dit moment hebben we zo’n vijftien tot zestien meiden die trainen en voetballen, dus dat is ook een heel leuke ontwikkeling. We begonnen het seizoen als negental in competitie, maar omdat het zo blijft doorgroeien is het inmiddels een 11 tegen 11 dat de competitie in kan.”

Op dit moment vervult Denise puur de rol van leidster en worden op dinsdag en donderdag de trainingen door vier andere dames voor hun rekening genomen. “Kim en Demi op de dinsdag en Angeline doet met Manon op donderdag de trainingen. Die hebben zelf gevoetbald en dat zie je terug in de oefenstof en in de ontwikkeling van de meiden.”

Zelf voetbalde ze in een heel ver verleden overigens ook. “Als was dat een heel korte ‘carrière’ op het voetbalveld haha. Nee hoor, de rol als leidster vind ik prima zo. Ik regel de randzaken en zorg dat alles rondom is geregeld. Laat anderen het voetballende deel maar doen. Als ik zie hoe de meiden allemaal rondlopen met een lach van oor tot oor, dan is ons doel elke week weer bereikt.”

Klik op V.V. Serooskerke voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Serooskerke voor meer informatie over de club.

Umut Takac gelooft in toekomst Dilettant

Na een sportief zeer teleurstellend jaar waarin de club degradeerde naar de vierde klasse, wil Dilettant dit seizoen het fundament leggen voor een nieuwe succesperiode. Dat doet de club uit Krimpen aan de Lek met Umut Takac aan het roer.

Dilettant koos daarmee voor een jonge trainer (34) met relatief weinig ervaring. De docent economie op een vo-school maakte pas afgelopen seizoen zijn debuut als hoofdtrainer, maar dat deed hij wel in de tweede klasse, bij Alblasserdam. “Ik ben die club enorm dankbaar voor de kans die ik heb gekregen”, zegt Takac. “Niet elke club durft het aan om iemand voor de groep te zetten die tot dat moment nergens hoofdtrainer is geweest.” Takac trainde daarvoor de jeugd van Alblasserdam en was bovendien jarenlang zelf speler van de hoofdmacht. “Ik heb als speler afscheid genomen op mijn hoogtepunt”, zegt hij daarover. “Van de ene op de andere dag was ik hoofdtrainer. Dat was ook wel een bewuste keuze van de club. Na onze promotie uit de derde klasse zijn tien spelers vertrokken. Door mijn netwerk is er een groep nieuwe spelers gekomen.”

Takac bleek van dat mengelmoesje snel een eenheid te kunnen maken. “Na de eerste competitiehelft stonden we verrassend derde. De selectie was echter erg krap en toen we te maken kregen met blessures en schorsingen was het een hele opgave om elf spelers op te stellen. We zijn uiteindelijk net gedegradeerd.”

Takac had op dat moment al besloten zijn contract niet te verlengen vanwege beleidsveranderingen bij Alblasserdam. Toen Dilettant zich meldde had hij wel oren naar de plannen van de Krimpense club. “Dilettant is ambitieus en wil oude tijden laten herleven. Er zijn veel jonge talentvolle spelers, maar in het vorig seizoen was het evenwicht wat zoek. Vandaar dat we gericht hebben gekeken naar spelers die een versterking en mooie aanvulling konden zijn voor de ploeg. Daarbij wilden we vooral een goede as met ervaren spelers. Collin den Otter is teruggekeerd van DCV, ook andere oud-spelers zijn weer aangesloten. Daarnaast hebben we kunnen putten uit mijn eigen netwerk. Om het team nog beter te laten ontwikkelen was die versterking van buitenaf noodzakelijk. Ik verwacht echter dat dat in de toekomst minder hoeft. Uiteindelijk is het van de club ook het doel om met negentig procent eigen jongens te spelen.”

Takac weet zich op het sportpark aan de Tiendweg geruggesteund door zijn broer Onur. “Ik had mijn assistent bij Albasserdam gevraagd om mee te gaan naar Dilettant. Hij maakte echter een andere keuze. Toen is Onur in beeld gekomen. Hij heeft zelf weinig ervaring als trainer, maar heeft altijd wel op een redelijk niveau gespeeld. We kunnen goed sparren met elkaar. In het begin was het voor hem wennen in zijn rol, maar je ziet hem met de week groeien.”

Het doel van Takac en Dilettant is de derde klasse. “Uiteraard willen we zo hoog mogelijk eindigen, maar het doel is vooral om een goede voetbalbasis neer te leggen waarmee de club jaren vooruit kan.” Daarom heeft Takac gebroken met het twee spitsen-systeem, “De huisstijl van Dilettant moet drie aanvallers zijn. De club moet daar de komende jaren aan vasthouden.”

Klik op Dilettant voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Dilettant voor meer informatie over de club.

Marinello Titaley gaat door bij VC Vlissingen zolang het nodig is

0

In de B-jeugd was hij als eens actief bij VC Vlissingen en ook speelde hij voor FC Dauwendaele, RCS en Jong Ambon. De laatste elf seizoenen is Marinello Titaley (39) voetballer van VC Vlissingen waar hij altijd in het eerste zaterdagelftal speelde. Dat blijft hij doen zolang de trainer hem opstelt en zijn teamgenoten hem nodig hebben.

“Zo sta ik er in elk geval wel in. De laatste elf jaar ben ik altijd uitgekomen voor het zaterdagelftal en toen de club volledig van zondag naar zaterdag overstapte ben ik altijd in de ploeg gebleven. Ik ben met mijn negenendertig jaar de oudste van de selectie en kijk dan ook elk seizoen opnieuw of ik het niveau nog aankan, of ik het vooral ook nog leuk vind en of mijn teamgenoten en de staf op mijn inbreng blijven rekenen. Tot nu toe worden elke keer alle vragen die ik me stel nog met ‘ja’ beantwoord dus speel ik lekker door.”

Dit seizoen is voor VC Vlissingen in de derde klasse zaterdag nog niet de gewenste start op de mat gelegd, maar daarvoor heeft de verdediger een verzachtende verklaring. “We hebben nog geen enkele keer met de sterkste elf op het veld gestaan en dan weet je dat je het in deze sterke derde klasse gewoon elke week lastig zal krijgen. Dat is ook gebleken en daar moeten we met z’n allen snel verandering proberen te brengen.”

Titaley woont in Middelburg, maar reist nog altijd met veel plezier af naar Vlissingen om er te trainen en wedstrijden te spelen voor het team van trainer Thomas Ragut. “Meestal speel ik verdediger, terwijl ik in de jeugd meestal als aanvaller voetbalde. Met die kennis doe ik nu wel mijn voordeel, want ik weet wel een beetje hoe een aanvaller denkt en dat probeer ik mee te nemen tijdens de wedstrijden.”

En ondanks dat de start tegenvallend genoemd mag worden, vooral dus volgens de ervaren verdediger door de vele blessuregevallen, heeft hij er zelf nog altijd enorm veel plezier in. “Ik vind het nog altijd leuk om twee keer per week te trainen en heb ondanks mijn leeftijd nog elke week zenuwen voor de wedstrijd. Dat klinkt misschien gek, maar dat heb ik altijd al gehad. Ik denk misschien dat het moment dat die zenuwen er niet meer zouden zijn, dat voor mij een signaal zou betekenen dat de drive om te presteren wellicht minder zou zijn. Maar vooralsnog is dat dus totaal nog niet het geval.”

Gezien de start van de competitie zal Titaley met Vlissingen elke week vol aan de bak moeten, zeker ook omdat er dit seizoen opnieuw een versterkte degradatieregeling geldt. “We hebben zeker veel kwaliteit in de selectie maar dan moeten we wel zoveel mogelijk compleet staan. Er zijn een hele hoop heel sterke tegenstanders in de derde klasse en het wordt nog flink werken om in de veilige zone te raken. Toch ben ik er van overtuigd dat we dat moeten redden. Het is bovendien ook heel leuk dat er weer een paar extra derby’s zijn bijgekomen. Die zijn leuk om te spelen en brengt altijd weer nieuwe druk en toch ook publieke belangstelling met zich mee. Hopelijk keren er snel wat jongens terug, want dat we iedereen nodig hebben dit seizoen om de broodnodige punten te kunnen pakken, dat is voor mij wel heel erg duidelijk geworden.”

Klik op VC Vlissingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VC Vlissingen voor meer informatie over de club.

René van Sprang is op zijn plek bij Stolwijk 2

“Leuke groep, goede sfeer en we zetten stappen.” De eerste maanden als trainer van Stolwijk 2 zijn René van Sprang meer dan goed bevallen. En ambitieus: “We werken toe in de richting van het kampioenschap.”

“Het is druk”, zegt Van Sprang over zijn werk als uitvoerder van de firma Bos uit Moordrecht, dat in de water- en wegenbouw doet. “De laatste maanden voor de winter moet er veel klaar. Dat is altijd zo.”

Bouwen doet Van Sprang ook aan het tweede elftal van Stolwijk. Sinds dit seizoen zwaait hij de scepter. “Ik ben heel lang trainer geweest bij CVC Reeuwijk, waar hij ook een tijd heb gespeeld totdat ik aan mijn knie geblesseerd ben geraakt”, vertelt hij. “Ik heb bij CVC de onder 13, 15, 17 en 19 gedaan. De laatste twee seizoenen was ik de trainer van het tweede elftal. In die rol kende ik Stolwijk 2 ook. Toen we bij elkaar in de competitie zaten had ik wekelijks contact met Peter Klip, die trainer was van Stolwijk 2 en helaas overleden is.”

Met Stolwijk was hij in eerste instantie in gesprek over trainerschap van de onder 15, dat in de hoofdklasse speelt. “De club vond het uiteindelijk belangrijker dat het tweede elftal een goede trainer kreeg. Eentje ook die de groep weer kon motiveren.”

“Ik heb het altijd leuk gevonden om met een jonge groep te werken. Het opleiden van spelers, dat trekt me. Wat dat betreft past dit tweede elftal helemaal in mijn straatje. We hebben vijf spelers vanuit de JO19 erbij gekregen, er zijn wat jongens teruggekomen, maar er zijn ook spelers doorgeschoven naar het eerste elftal, die zich daar uitstekend manifesteren.”

Van Sprang weet uit ervaring dat een tweede elftal vaak het lelijke eendje is van de club. “Ik durf gerust te zeggen dat het het moeilijkste elftal is. Als trainer heb je te maken met spelers die afvallen bij het eerste of terugkomen van blessures. En dat in combinatie met een eigen vaste groep, dat vergt wel een zeker mate van goed managen. Duidelijkheid is daarom erg belangrijk. Als spelers niet spelen, vertel ik ze meteen de reden waarom ze dat niet doen.”

Over de competitiestart met zeven punten uit de eerste drie wedstrijden had Van Sprang geen klagen. “Vorig seizoen was er wat chagrijn, naar ik heb begrepen, maar de sfeer dit seizoen is prima. Jongens vinden het weer leuk om voor het tweede te spelen, maar ook om bij het eerste in te vallen. Hoofdtrainer Marco Lange en ik behandelen de spelers van het eerste en tweede ook als één groep. Op donderdag trainen twee spelers van de JO19 roulerend met ons mee. Dat doen we bewust om die jongens te laten wennen aan ons team en aan het seniorenvoetbal, waardoor de doorstroming straks makkelijker wordt.”

Qua speelwijze voerde Van Sprang (51) een belangrijke wijziging door. “We bouwen van achteruit op. In het verleden koos Stolwijk in het algemeen voor de lange bal. Door op te bouwen hou je meer controle over de wedstrijd.”

Van Sprang hoopt dat beter voetbal ook leidt tot betere prestaties en een hoge klassering in de reserve vierde klasse. “Ik ben ambitieus. Ik wil graag meedoen om het kampioenschap, maar daarvoor moeten we eerst nog wel goede tegenstanders het hoofd bieden.”

Klik op vv Stolwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Stolwijk voor meer informatie over de club.

De Noormannen voor Michael Richard eerste klus als hoofdtrainer

In de persoon van Michael Richard staat er een nieuw gezicht voor de spelersgroep van De Noormannen. Hij is de opvolger van Lennard Kerkhove, die na acht seizoenen is gestopt bij de vierdeklasser uit Westkapelle. Het is voor de in Vlissingen woonachtige Richard de eerste klus als hoofdtrainer.

“Het is wennen, maar het is wel een mooie uitdaging. Ik was hiervoor vier seizoenen trainer van het tweede elftal bij SV Walcheren. En nu je eindverantwoordelijke bent, heb je ook veel meer eigen zeggenschap en krijg je te maken met een andere dynamiek. Dat ervaar ik overigens wel als enorm prettig, want ik wilde graag ontdekken hoe ik daar mee zou omgaan. Als je trainer bij een tweede elftal bent, dan ben je ook altijd afhankelijk. Je beste spelers afgeven aan het eerste elftal, spelers terugkrijgen die je moet inpassen, soms schakelen met een jeugdteams als je spelers nodig hebt. Dat soort zaken zijn nu anders en dat voelt wel prettig.”

Als speler was hij actief bij onder meer Yerseke en Zeeland Sport. Knieblessures noopten hem om vroegtijdig te stoppen en zodoende werd hij assistent-trainer bij Zeeland Sport. “Daarna ben ik bij onder meer Vlissingen en Walcheren jeugdtrainer geweest. Toen was het de bedoeling om de JO7 te gaan trainen, maar na het vertrek van de trainer bij het tweede ben ik daar aan de slag gegaan. Nadat ik eerder al bij Uefa-C had gehaald, heb ik in 2021 tijdens de coronaperiode ook mijn diploma Uefa-B gehaald. Het geeft wel aan dat ik een bepaalde ambitie heb als trainer, al moet je de kans krijgen van een club om te beginnen als hoofdtrainer. Dus ik ben erg blij met De Noormannen dat ik daar de kans krijg om mijn voetbalvisie en speelwijze over te brengen.”

De gesprekken waren van beide kanten erg prettig en zo voelt het voor de Vlissinger nog altijd nu hij een paar maanden aan het roer staat bij de ploeg die vorig seizoen na een aantal jaren degradeerde uit de derde klasse. “Het is een kleine, maar wel heel hechte vereniging. Natuurlijk wel in alles kleiner ik bij SV Walcheren gewend was. Hier heb je dus geen hoogste jeugdteams waar je eventueel ook nog talentvolle gasten kunt halen om in te passen. De kloof tussen de senioren en de oudste jeugd is groot, daarbij ook dat veel oudere jeugd al is doorgeschoven. Zo is onze tweede keeper pas zestien, terwijl ook de eerste keeper pas negentien jaar is. Maar het is vooral leuk om te zien hoe leergierig en enthousiast iedereen is om te proberen met De Noormannen weer de weg omhoog in te slaan.”

Toen bekend werd dat hij hoofdtrainer zou worden heeft Richard veel wedstrijden van De Noormannen bekeken en zag dus ook dat hij uiteindelijk niet bij een derde- maar bij een vierdeklasser aan de slag zou gaan. “Het belangrijkste was om mijn voetbalidee over te brengen op de groep. We hebben wat zaken aangepast en sommige spelers op andere posities gezet. In de voorbereiding hebben we het goed gedaan. Prima getraind en heel goede wedstrijden gespeeld. En dan begint de competitie en loopt het vooralsnog niet… Hoe dat kan? Ik ben er nog niet achter. Is het toch de druk van het moéten, of is het vorm? Daar moeten we achter zien te komen. Want ik denk zeker dat er voldoende kwaliteit is om met deze groep in de linkerrij mee te doen. Ik ben overtuigd dat dit ook lukt en dat is ook zeker onze doelstelling. Maar eerst en vooral de veilige plaatsen zien te bereiken. Dat heeft nu de eerste prioriteit.”

Klik op De Noormannen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op De Noormannen voor meer informatie over de club.

‘Spelers vergeten nooit welk gevoel je ze geeft’

Na anderhalf jaar bij het tweede van Sprundel, wilde Mark Monden graag eens ergens anders in de keuken kijken. Het werd, na een aantal goede gesprekken, de keuken van het naar de vijfde klasse gedegradeerde Achtmaal. En niet als trainer van het tweede, maar bij het eerste. “Het is opletten dat je niet vervelend gaat worden.”

Want hoewel Monden (40) een fantastische tijd heeft gehad bij het tweede van Sprundel, was de gedreven trainer toe aan iets nieuws. “Ik heb een enorme winnaarsmentaliteit en ben bloedfanatiek. Als ik nog een jaar door was gegaan, kon het misschien té worden. Daar was ik bang voor. Dat wilde ik niet, zeker niet op mijn eigen dorp.” Gelukkig liep hij op dat moment voormalig Achtmaal-trainer John van Aert tegen het lijf. “Of ik open zou staan voor een gesprek bij Achtmaal, vroeg hij. Op dat moment had ik nog geen papieren, maar het kriebelde wel meteen…”

Unaniem

En dus besloot Monden te solliciteren. Niet veel later kwam hij op gesprek. “Zaten daar negen man! Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Spelers, mensen van het bestuur. Dat gaf meteen aan hoe belangrijk ze een trainer vonden.” De inwoner van Sprundel, die zeven jaar geleden zelf stopte met voetballen, viel met zijn neus in de boter. “De sportieve ambitie sprak mij direct aan.” Sterker nog. “Na het eerste gesprek, was ik er eigenlijk wel gelijk uit. Ik had een presentatie gemaakt, met mijn idee over voetbal. Later hoorde ik dat iedereen unaniem was. Het klikte gewoon.” Heerst dat goede gevoel bij Monden maanden later nog steeds? “Achtmaal is een mooie dorpsclub, een beetje net als Sprundel. No-nonsense. Dat past gewoon bij mij. Jongens die graag komen om te voetballen.” Dat terwijl de vereniging zelf, voor hem op voorhand niet al te bekend was. “Ik had er niet vaak tegen gespeeld, slechts een paar spelers kende ik. Maar dat is ook het mooie van deze club. Dat ze een jonge trainer de kans durven te geven.” Wat voor trainer halen ze met hem binnen? “Duidelijk en eerlijk, geen vraagtekens. Dat vinden spelers prettig. Iemand die realistisch probeert te voetballen.” Wat dat is bij Achtmaal, wil Monden nog niet zeggen. “Dat is een verrassing! Het systeem zit in mijn hoofd, maar is ook afhankelijk van de kwaliteit van een tegenstander. Al kijken we voornamelijk naar onszelf.” Heel veel anders dan een tweede elftal, is het trainen van een vlaggenschip volgens de oefenmeester in ieder geval niet. “Je bent nu misschien nog meer bezig met tactiek, maar ook bij Sprundel gingen die jongens er allemaal volle bak voor. Dat is een compliment. We willen samen echt iets neerzetten, een voetballeven is maar kort.”

Tactische sessies

En dus moet je er vooral ook van genieten. Maar wat mogen we dit seizoen van Achtmaal verwachten? “Dat is aan de jongens. Ik heb er natuurlijk wel een idee over, toch mogen ze als groep samen een doelstelling bepalen én uitspreken. Op die manier worden ze er medeverantwoordelijk voor.” Die opvatting past bij hem als trainer, vertelt Monden. “Toen ik begon als trainer, had ik niet meteen de ambitie om een eerste elftal te halen. Of om iets buiten Sprundel te gaan doen. Maar na twee weken bij het tweede daar, dacht ik wel: dit is iets voor mij! De gedrevenheid, er continu mee bezig zijn.” De trainer, die in het bezit is van zijn UEFA C, weet wel waarom. “Het mooiste blijft voor mij het omgaan met die jongens. Je hebt te maken met pakweg twintig zielen, die in geen geval hetzelfde zijn, toch hebben ze allemaal één belang. Ondanks verschillende meningen, mentaliteit of persoonlijkheid.” En dat alles, valt of staat volgens hem met maar één ding: “Spelers vergeten misschien wat je gisteren ook alweer hebt gezegd, maar nooit welk gevoel je ze geeft.” Al moet er natuurlijk ook vooral goed getraind worden. “We doen veel tactische sessies. Hoe bouwen we op, hoe zetten we druk? Dan neem ik die jongens mee in een presentatie. Ze noemen me nu al laptoptrainer ben ik bang, haha!” Dat alles, het liefste op basis van beelden. “Op die manier leer je van fouten. Het zou fantastisch zijn als we onze wedstrijden kunnen filmen met een eigen videosysteem.” Behoorlijk ambitieus, maar Monden blijft tegelijkertijd met beide benen op de grond. “Ik ben een beginnende trainer, dus zal zelf ook genoeg fouten maken.” Aan fanatisme, in ieder geval geen gebrek. “Schijf, Wernhout en Zundert, zijn wat dat betreft voorbeelden voor ons. Die spelen nu derde klasse. Daar kijk ik best met gezonde jaloezie naar. Nu willen wij ook Achtmaal op de kaart zetten. Dat moet de ambitie zijn!”

Klik op VV Achtmaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Achtmaal voor meer informatie over de club.

Tussenjaar voor vrouwen Bergambacht

De vrouwentak van Bergambacht komen dit seizoen voor het eerst niet uit in de reguliere elf-tegen-elf competitie. Een alternatief is gevonden in 7 tegen 7, maar dat is wel tijdelijk. “Het is een tussenjaar”, benadrukt trainer Kelvin Potuijt.

Na jaren actief te zijn geweest in de reguliere competitie moest Bergambacht afgelopen zomer een impopulair besluit nemen: met nog twaalf speelsters over van het team van vorig seizoen was het ondoenlijk om een heel seizoen af te werken.

“Het was even slikken voor iedereen”, zegt Potuijt. Waar voorheen terugtrekken van een elftal het einde van het vrouwenvoetbal betekende, was er voor Bergambacht echter een alternatief: de 7 tegen 7-competitie. “De KNVB zet zich de afgelopen jaren erg in competities op te zetten om iedereen te laten voetballen. Daar verdient de bond een compliment voor. In ons geval betekende het dat we konden aanschuiven bij de 7 tegen 7-competitie 18-plus, dat gespeeld wordt volgens een echte competitievorm met negen teams met een uit- en thuiswedstrijd. We hebben bewust voor deze vorm gekozen omdat deze een stuk serieuzer is dan de 7 tegen 7-competitie in toernooivorm.”

Belangrijk voor Bergambacht is dat de club zijn speelsters aan het voetballen houdt. “Als dit alternatief er niet was geweest, hadden we alle vrouwen zeker kwijt geraakt. Dat zou voor de vereniging een enorme aderlating zijn, omdat de vrouwen inmiddels een belangrijk onderdeel uitmaken. Ze zorgen voor gezelligheid en zijn actief als vrijwilliger”, vervolgt Potuijt.

Inmiddels zegt de trainer dat hij en zijn speelsters van een nood een deugd hebben gemaakt. “Het was zeker in het begin even wennen. We trainen op dinsdag en op vrijdag spelen we om de week een wedstrijd. Het voetbal is met 7 tegen 7 heel anders dan 11 tegen 11. Ook als trainer moet je creatief zijn. We begonnen het seizoen met een kerstboomtactiek, met drie verdedigers, twee middenvelders en een aanvaller. Inmiddels hebben we het juiste systeem gevonden: 3-1-2.”

“Het veld is kleiner en daardoor is het spel ook anders”, weet Potuijt. “Maar dat is zeker geen nadeel. Met elf tegen elf zag je nog wel eens dat er een lange peer naar voren werd gegeven, bij zeven tegen zeven word je verplicht om te voetballen.”

Een ander voordeel is dat Potuijt op vrijdagavond fitte speelsters heeft. “Die meiden gingen vrijdag nog wel eens stappen, maar dat maakt nu niet meer uit, haha.”

Hoewel Bergambacht het experiment inmiddels omarmd heeft, is het volgens Potuijt niet de bedoeling dat de vrouwen voor langere tijd in de zeven-tegen-zeven competitie gaan uitkomen. “We willen graag op zaterdag voetballen, tussen de andere teams. We hebben nu wel een groepje supporters die speciaal voor de meiden op vrijdag komen, maar dat is toch anders. We zien het echt als een tussenjaar.”

Dat kan Bergambacht doen omdat er versterking op komst is van het MO20-team. “We hebben bewust voor dat team gekozen. Drie speelsters van vrouwen 1 konden qua leeftijd nog meespelen en maken ook deel uit van dat team. Het is ook een team met potentie. We hadden ze in eerste instantie ingeschreven voor de tweede klasse, maar ze hebben in de eerste fase alle wedstrijden gewonnen. Daardoor spelen ze nu in de eerste klasse. Dat team moet volgend seizoen met de speelsters van zeven tegen zeven het nieuwe vrouwenteam gaan vormen.”

Klik op v.v. Bergambacht voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. Bergambacht voor meer informatie over de club.

Dig Besuijen doet na veertien seizoenen een stap terug bij VCK

0

Al een kwart eeuw loopt Dig Besuijen (30) rond op het sportpark van VCK uit Koudekerke. Op zijn zeventiende debuteerde hij er in de hoofdmacht, maar deze zomer deed hij weloverwogen een stap terug naar het tweede elftal. ‘Het is na veertien seizoenen welletjes geweest en tijd voor de jonge garde om het stokje over te nemen.’

Toch heeft de verdediger de beslissingen niet lichtzinnig genomen, maar er goed en bewust over nagedacht. In de voorbereiding deed hij nog mee bij het team dat onder de nieuwe trainer Kees Westerweele uitkomt in de derde klasse, nadat het uit de tweede klasse degradeerde. Besuijen besloot voor aanvang van de competitie zijn beslissing kenbaar te maken. “Dat had te maken met een aantal verschillende factoren. De belangrijkste was wel mijn werk als hovenier. Ik heb een eigen bedrijf en dat is flink fysiek aanpoten. Dat combineren met het voetballen in een eerste elftal was pittig. Dat heb ik een aantal jaren gedaan, ook toen ik een paar flinke blessures had opgelopen. Dat wilde ik niet langer en was een voorname reden om het voetballen op een lager pitje te zetten. Het zijn mijn klanten die mijn boterhammen betalen en natuurlijk niet VCK.”

Een andere reden was ook, dat de ervaren kracht het plezier op de zaterdag steeds een beetje meer begon te verliezen. “Ik heb altijd vooral genoten van het groepsgebeuren en alle zaken er omheen. Niet zozeer het spelen van de wedstrijden. Waar andere juist daarvoor het voetbal zo leuk vinden, daar haalde ik mijn voldoening en plezier uit andere aspecten. Het groepsgebeuren vind ik een heel mooi proces en zorgt bij mij voor de broodnodige ontspanning. Maar dat aspect kan ik ook vinden op een lager niveau bij het tweede elftal in mijn ogen. Bovendien hebben ze bij het eerste een heel mooie, jonge én gretige spelersgroep nu, dus is het aan hem om het nu over te pakken op het veld.”

Als voetballer had Besuijen overigens wel bepaalde doelstellingen die hij heel graag wilde behalen bij VCK. Het aanvoerderschap, promoveren en kampioen worden stonden op zijn ‘voetbalbucketlist’. “En die drie zaken heb ik allemaal weten te realiseren. Van mijn twintigste tot mijn vijfentwintigste was ik aanvoerder bij het eerste elftal, dus daar kon al vrij vroeg een vinkje achter. Promotie maakte ik als eens mee bij het eerste en in 2022 werden we dus kampioen. De tweede klasse een keer als speler meemaken was mooi. Alleen een degradatie had ik nog niet meegemaakt, al is dat nou niet direct een prestatie om op je bucketlist te zetten haha… Jammer dat die uiteindelijk ook in de rugzak vol voetbalervaringen erbij is gekomen.”

Dat hij in de voorbereiding nog meedeed bij het eerste elftal had voor Besuijen overigens ook een duidelijke reden. “Bij het tweede was toen nog geen trainer en ik wilde ook niet van fanatiek twee keer trainen bij het eerste na veertien jaar ineens terugvallen naar een team wat met een klein groepje zonder trainer wat zou aanklooien. Een paar jongens hebben dat stukje opgepakt en de zaken zijn nu ook bij het tweede goed geregeld. Dus toen dat bekend werd heb ik direct gezegd een stap terug te doen. Een aantal jongens waarmee ik altijd in de jeugd en in het eerste heb gespeeld, die voetballen nu ook in het tweede. Dus daar haal ik dan ook weer plezier en voldoening uit. Bovendien komen er vanuit de JO19 wat jonge gasten ook bij het tweede door. Het is de bedoeling om daar met onze ervaring een bijdrage aan te leveren en hen op termijn klaar te stomen voor de stap naar het eerste elftal. Om dan op die manier daar mijn bijdrage aan te kunnen leveren, dat is wel een mooie nieuwe voetbaldoelstelling.”

Klik op VCK Koudekerke voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VCK Koudekerke voor meer informatie over de club.

Raymond van der Kort voorziet Bergambacht van nieuw elan

De resultaten van de eerste maanden van de competitie zijn bemoedigend, maar voor de nieuwe Bergambacht-trainer Raymond van der Kort geen reden om zijn ploeg uit te roepen tot kampioenskandidaat. “De tijd dat je in de vierde klasse tegenstanders oprolde, is voorbij.”

Het huwelijk tussen Bergambacht en Van der Kort kwam afgelopen seizoen enigszins per toeval tot stand. Bergambacht leek met Jerry de Groot als trainer dit lopende seizoen in te gaan, de oefenmester uit Vleuten zou verbonden zijn aan tweedeklasser Benschop.

De Groot zag bij nader inzien toch af van een extra seizoen aan de Bergambachtse Sportlaan en ook voor Van der Kort eindigde het aangegane avontuur sneller dan verwacht. In april besloten club en trainer de samenwerking te verbreken. “Ik had me eigenlijk al verzoend op een jaar niks doen”, zegt Van der Kort (43). “In mei zijn alle clubs voorzien van een trainer. Ik had niet verwacht dat er nog een vereniging zou komen.”

Van der Kort geeft toe dat hij aanvankelijk niet wild-enthousiast was toen Bergambacht belde. “Je kijkt als trainer toch ook naar het niveau. Benschop was tweedeklasser, Bergambacht was net gedegradeerd naar de vierde klasse. Ik ben desondanks toch het gesprek aangegaan. Als je het verhaal van een club niet aanhoort, weet je ook niet hoe de vlag erbij hangt.”

De voormalig trainer van Schoonhoven kwam enthousiast terug van zijn eerste gesprek. “De klik was er, maar ook belangrijk de manier waarop de club naar de toekomst keek en hoe men tegen voetbal aankeek. Dat werd later bevestigd in een gesprek dat ik met de spelers had. Daarin gaven de spelers aan dat ze graag progressie wilden maken op voetbalgebied. Ze hebben mij overtuigd dat Bergambacht de juiste club voor mij was, ondanks dat het geen tweede of derde klasse is.”

Het enthousiasme van toen is er nog steeds bij Van der Kort, die bij Schoonhoven een naam opbouwde als trainer die stond voor verzorgd voetbal. “We hebben een hele gretig en jonge groep met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar. De jongens staan open om dingen te leren. Ik krijg van de club ook de vrijheid om mijn visie over te brengen. Ik ben een trainer die jong talent een kans geeft. Leeftijd is voor mij niet belangrijk. Goed genoeg is oud genoeg. Inmiddels spelen er jongens in de basis die vorig seizoen in het tweede of bij de A-jeugd speelden.”

Van der Kort moet bij Bergambacht vooral een aanvallende puzzel oplossen. De club raakte afgelopen zomer zijn twee topscorers kwijt. “Dat Pieter Meijer naar Schoonhoven vertrok, daar baalden we wel van”, reageert Van der Kort. “We zijn in één klap tweederde van onze doelpunten kwijtgeraakt. Directe vervangers hadden we niet, we hebben de oplossing gezocht in een andere speelwijze voorin. Robin van Eijk of Twan Schmidt, die vorig seizoen nog aan de buitenkant speelde, staan nu in de spits. We spelen met veel dynamiek, met veel wisselende posities.”

In een krantenartikel kort na zijn aanstelling bij Schoonhoven werd Van der Kort tikie-taka-trainer genoemd. “Dat is een beetje zijn eigen leven gaan leiden. Hoewel het alweer zeven jaar geleden is werd dat bij de eerste training ook meteen door de spelers van Bergambacht aangehaald. Dat is destijds veel te zwaar aangezet. Ik ben wel een trainer die hecht aan  goed positiespel en een mannetje meer creëren op het veld. Maar voor mij zijn de spelers leidend. De kwaliteiten van de spelers bepalen hoe we spelen, niet andersom.”

Klik op v.v. Bergambacht voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. Bergambacht voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.