Home Blog Pagina 20

Voetbal, fashion en verbinding: het leven van Jesse van Burg

Kampioen worden én een eigen kledingmerk starten: voor Jesse van Burg (23) was het afgelopen jaar er een vol hoogtepunten. De voetballer van OHVV uit Oudenhoorn combineert zijn liefde voor sport met zijn passie voor mode. “De connectie tussen mensen, dát is het meest waardevolle in het leven,” zegt hij. “En kleding kan die verbinding versterken.”

 

Na jaren bij Nieuwenhoorn besloot Van Burg begin vorig seizoen de overstap te maken naar OHVV. Een lastige keuze, want bij zijn oude club speelde hij al sinds zijn vijfde. “Ik twijfelde echt of ik moest vertrekken,” vertelt hij. “Ik kende daar iedereen, ik ben er opgegroeid. Maar ik voelde dat ik een nieuwe uitdaging nodig had omdat het team waarin ik speelde uit elkaar viel.”

 

Bij OHVV vond de aanvaller die uitdaging, en met succes. In zijn eerste seizoen kroonde de ploeg zich tot kampioen in de vijfde klasse. “Toen ik kwam, zei ik tegen trainer Peter Marcel Nauta: ik kom om kampioen te worden. Dat is een gewaagde uitspraak, maar ik meende het. En als het dan ook echt lukt, met een leuke groep gasten, dan is dat geweldig.”

 

Wéér meedoen

Van Burg straalt als hij terugdenkt aan dat seizoen. “Het was een droomjaar. Alles viel op zijn plek. Na zo’n jaar weet ik dat het de juiste stap was. Dit had niemand durven dromen.”

Toch wil hij niet te lang blijven hangen in dat succes. “We willen weer meedoen om de titel, ook een klasse hoger,” zegt hij vastberaden. “Zo sta ik in het leven: altijd gaan voor het hoogst haalbare. Deze groep heeft echt kwaliteit, ik geloof er wel in.”

 

Die mentaliteit, van altijd vooruitkijken, nooit tevreden zijn, tekent hem ook buiten het veld. Want naast voetballer is Van Burg sinds kort ook ondernemer.

 

Begin dit jaar lanceerde hij zijn eigen kledingmerk: From Strangers to Lovers. Een merk met een duidelijke boodschap. “Met mijn kleding wil ik mensen verbinden,” legt hij uit. “Alles draait om liefde en connectie. Als je kijkt naar mensen van mijn leeftijd, zie je hoe belangrijk kleding voor ze is. Het is een manier om jezelf uit te drukken, om te laten zien wie je bent. Fashion verbindt mensen echt met elkaar. Ik verkoop niet alleen kleding, ik verkoop een verhaal.”

 

Liefde

Het merk werkt met verschillende pijlers, allemaal rond het thema liefde. “Dat is oprecht wat mij drijft. Een connectie hebben met iemand, dat is zo waardevol. Misschien mis ik dat tegenwoordig wel in de maatschappij. Mensen vervreemden van elkaar. Ik denk dat je liefde kunt uitdrukken met kleding.”

 

Zijn teamgenoten bij OHVV steunen hem. “Sommige jongens dragen mijn kleding ook,” zegt hij trots. “Voor een wedstrijd mag het niet, dan moeten we in de cluboutfit, maar na afloop zie ik ze er wel eens in rondlopen. Dat is toch mooi?”

 

Altijd met fashion bezig

Een achtergrond in fashion heeft Van Burg niet. “Maar ik ben er wel altijd mee bezig geweest,” zegt hij. “Ik ontwerp alle kleding zelf en in een atelier in Groningen wordt het geproduceerd. Het is bijzonder om je ideeën werkelijkheid te zien worden. Soms vergeet ik dat even, omdat ik alweer met het volgende bezig ben. Ik moet vaker stilstaan bij wat ik al bereikt heb.”

 

Hij bracht inmiddels twee collecties uit, en werkt aan een derde. “Het belangrijkste is dat ik mijn creativiteit kwijt kan. Het geeft me voldoening als iets wat in mijn hoofd zit echt tot leven komt.”

 

Het ondernemerschap zit in de familie. “Mijn vader is ondernemer, mijn opa was dat ook. Ik werk nu ook in het bedrijf van mijn vader. Hartstikke leuk, maar of ik het ooit overneem weet ik niet. De fashionwereld spreekt me enorm aan. Daar wil ik mee verder.”

Klik op OHVV voor de laatste artikelen over de club.
Klik op OHVV voor meer informatie over de club.

‘Een voetbalclub is zoveel meer dan alleen het eerste elftal’

Marco van Toledo is drie jaar voorzitter van OVV. “Ik vind het echt leuk om een steentje bij te dragen. Soms krijg je er energie van, soms kost het energie. Leden zien niet altijd wat ervoor nodig is om alles gestroomlijnd te laten lopen. En dan piept en kraakt het weleens.”

Het is geen geklaag van de 55-jarige voorzitter van de Oostvoornse voetbalvereniging, want bovenal is hij juist trots op wat er staat bij OVV. “En dat gaat natuurlijk verder dan alleen het eerste elftal. Natuurlijk komt het vlaggenschip in de publiciteit, zo werkt dat en dat mag ook, maar een voetbalclub is veel meer dan alleen dat. En daar ligt ook vaak de uitdaging. De begeleiding rondom een eerste team is niet het probleem, maar de posities invullen op andere plekken is net zo belangrijk.”

Nieuwe tribune

OVV bloeit als nooit tevoren. Met een prachtig nieuw clubgebouw, dat twee jaar terug in gebruik werd genomen, en de komst van een tribune rondom het hoofdveld, heeft de vereniging in de afgelopen jaren weer stappen gezet. “Joh, we zitten hier zo mooi. We hebben een prachtige accommodatie. Met het clubgebouw zijn we superblij, daar kunnen we bij wijze van spreken weer 40 jaar mee vooruit. Het is echt een mooi visitekaartje. Net als de tribune die begin komend jaar langs het hoofdveld komt te staan.”

Maar renovaties of uitbreidingen gebeuren niet vanzelf. En dat alle teams op zaterdag kunnen voetballen op een mooi complex ook niet. “Daar komt veel bij kijken”, legt Van Toledo uit. “Het begint al met de ochtendploeg die ervoor zorgt dat alles netjes is en schoon. Vrijwilligers die elke week aan de slag gaan. Mensen die ervoor zorgen dat de velden bespeelbaar zijn, of weer mensen die sponsors vinden voor de club. Dat doen we met het hele bestuur en onze vrijwilligers. Het komt niet aanwaaien.”

Ontwikkelingen

Van Toledo vertelt over nieuwe ontwikkelingen binnen de club. “We vervullen ook een maatschappelijke rol en zijn bezig om buitenschoolse opvang naar OVV te halen. Dat er gebruikgemaakt kan worden van de accommodatie. Het is natuurlijk zo dat een voetbalcomplex vaker niet gebruikt wordt dan wel, en eigenlijk is dat zonde. We proberen op deze manier meer bedrijvigheid te krijgen op het complex. Dat vraagt wel aandacht. Een club in goede banen leiden is veelomvattend en vaak doe je het met een select groepje. Een beperkt aantal mensen trekt de kar en dat kan anders.”

De urgentie van extra handen wordt volgens Van Toledo pas duidelijk als er mensen wegvallen. “Leden denken soms wel: lekker twee keer per week trainen, de kantine is open en gezellig, ik heb een warme douche, er zijn ballen. Alles loopt toch? Maar dat gebeurt niet zomaar. Als er een sleutelfiguur stopt, en dat maken we soms mee, wordt dat duidelijk. En gelukkig willen mensen dan vaak wel iets betekenen. Maar eerst moet het probleem duidelijk worden!”

Als voorbeeld noemt Van Toledo het stoppen van Marceline van den Berg als bestuurslid van de activiteitencommissie. “Zij heeft dat jarenlang fantastisch gedaan. Toen ze stopte kwamen er toch ouders om het op te pakken. Dus uiteindelijk komt het dan op z’n pootjes terecht, maar vanzelf gaat het niet. Je moet er wel echt mee bezig zijn, mensen persoonlijk benaderen.”

Van Toledo loopt al vanaf z’n zesde rond bij OVV. “Ik steek veel tijd in de club. Dat kan wel een volledige werkweek zijn, maar dat is natuurlijk te gek. Je moet het met elkaar doen. Wat ik mooi vind is dat het eerste team bestaat uit jongens van de club of uit de omgeving. Dat is jaren anders geweest. Toen kwamen er veel spelers van buitenaf. Dat blokkeerde de doorstroom van eigen jeugd. Die tijd ligt gelukkig achter ons. We willen het doen met eigen spelers. Dat lukt. En wat vooral belangrijk is: de club leeft en bruist. De kantine zit vol. Neem een donderdagavond, een trainingsdag, dan zit de kantine vol met teams na de training. Dat is wat je wil!”

Klik op OVV voor de laatste artikelen over de club.
Klik op OVV voor meer informatie over de club.

Voor aanvoerder Jorn Lindenberg en Yerseke telt alleen overleven

YERSEKE – Voor het tweede seizoen op rij zag v.v. Yerseke in de zomerperiode een aantal sterkhouders vertrekken naar andere clubs of stoppen. Daarnaast kreeg ook het tweede te maken met vertrekkende spelers. Het is volgens aanvoerder Jorn Lindenberg dan ook niet vreemd dat de ploeg zich in de onderste regionen van de tweede klasse bevindt.

“Dat is inherent aan het gegeven dat je een aantal seizoenen al kwaliteit hebt ingeleverd. Als je dat dan moet opvangen met spelers uit de jeugd en het tweede dan wordt het een lastig verhaal om op het niveau van tweede klasse actief te blijven. We zullen er tot de laatste snik alles aan blijven doen. Voor ons telt maar één ding en dat is overleven. Maar het allerbelangrijkste daarnaast is dat we vooral bij elkaar moeten blijven. Als ploeg een eenheid blijven vormen, op en naast het veld. Als we elke week het maximale geven dan kunnen we ons aan het eind van de rit, ongeacht het resultaat, nooit iets verwijten.”

Het is volgens Lindenberg (30) een nieuwe realiteit die op Sportpark Cleyn Moerken nu de boventoon voert. In het verleden speelde de ploeg onder trainers Alexander van Keulen en Marco Groeneveld altijd een rol van betekenis. “Dat is vooralsnog verleden tijd. Zo realistisch moeten we wel zijn. En daar kan Marvin Paauwe als nieuwe trainer weinig aan veranderen. Hij moet werken met de mensen die nu beschikbaar zijn en proberen om daarmee zo goed mogelijk voor de dag te komen. Tot op heden blijkt dat voor ons nog een te lastige opgave in de competitie.”

Lindenberg zelf is al sinds de F’jes actief bij Yerseke en de afgelopen vier seizoenen draagt hij de aanvoerdersband. Voor de centrale verdediger geen must, maar toch geeft het een bijzonder gevoel. “Natuurlijk doet het me wel iets dat ik de aanvoerder mag zijn van de club waar ik al mijn hele leven actief ben. Ik probeer altijd een aanjager te zijn en met ‘Yese Por’, een soort hardwerkende onverzettelijkheid inzet en strijd te tonen. De beste voetballer ben ik zeker niet, maar met hard werken laat ik al jarenlang zien dat je ook op dit niveau jezelf prima kunt handhaven. Daarin probeer ik wekelijks een voorbeeld te zijn sinds ik op mijn zeventiende debuteerde. Ik ben toen in de ploeg gekomen en er nooit meer uit geweest.”

De tweede klasse was volgens Lindenberg altijd een leuke klasse en dat ziet hij nog altijd zo, zeker nu er zoveel Zeeuwse clubs in actief zijn.

“Maar we wisten vooraf wel dat het een enorm lastig seizoen zou gaan worden. Zoveel jongens die vertrokken zijn dat is voor een dorpsclub, zeker als je de hand op de portemonnee houdt, niet simpel om op te vangen. Het siert ook wel dat we proberen om het met eigen jongens te realiseren. Ik vind het in elk geval nog altijd prachtig dat ik met een vijftal jongens waar ik al mijn hele leven samenspeel ook nu alweer jarenlang in het eerste elftal kan voetballen. Wekelijks vormen we de ervaren kern nu en proberen we alles te geven voor de club. Dat is altijd wel een kenmerk geweest voor Yerseke, maar zeker in tijden dat het lastig is moeten we het daar misschien nóg meer van hebben. Inzet en strijd, elke week opnieuw tot het eind van het seizoen. En wat het dan oplevert zal de tijd leren.”

Klik op vv Yerseke voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Yerseke voor meer informatie over de club.

Voor Jelmer Appelo telt vooral het plezier bij Apollo’69

’S-GRAVENPOLDER – Vijf seizoenen maakt hij ondertussen al onderdeel uit van de senioren bij Apollo’69. Vorig seizoen werd Jelmer Appelo als basisspeler kampioen en promoveerde hij met zijn club naar de vierde klasse. Een niveau hoger ziet hij het voetbal puur als hobby nu zijn focus meer op zijn werk is komen te liggen.

 

“Vorig seizoen heb ik alles gespeeld en dat was een fantastische ervaring om uiteindelijk een kampioenschap te kunnen vieren met z’n allen. Maar voor mij is er meer in de wereld dan het voetbalspelletje. Ik heb een heel drukke baan als uitvoerder in de baggerindustrie. Ik ben daarvoor vaak van huis en doordeweeks zit ik ergens in het land ‘in de kost’. Trainen is dan voor mij daardoor niet mogelijk en dan is het vrij logisch dat de trainer dan andere spelers de voorkeur geeft.”

 

De sfeer is bij Apollo’69 volgens Appelo dusdanig dat het eerste én tweede elftal eigenlijk één grote vriendengroep is. “Misschien is dat uniek, dat weet ik niet. Maar ik vind het één van de mooie dingen aan onze club. De saamhorigheid en het kameraadschap is echt waarvan ik kan genieten. En voor mij maakt het echt totaal niks uit waar ik in het weekend mijn wedstrijden voetbal en minuten maak. Als de hoofdtrainer me nodig heeft dan zal ik mijn uiterste best doen in het eerste maar ik voetbal net zo lief in het tweede. Puur voor het spelplezier en dat is toch een andere beleving die ik nu heb ten opzichte van mijn doel vroeger.”

Wanneer hij meespeelt bij het eerste dan is dat vaak als controlerende middenvelder. Een andere rol dan hij doorgaans bij het tweede vervult. “Daar speel ik meestal centraal achterin. Voor mij maakt het weinig uit, al voel ik me van nature meer middenvelder dan verdediger. Ik moet het hebben van mijn loopvermogen, ballen veroveren en dan snel inleveren bij iemand in een blauwwit shirt. Ik weet prima wat ik wel en niet beheers en doe over het algemeen geen moeilijke dingen in het veld. Die laat ik graag aan anderen over.”

Het eerst van Apollo’69 heeft volgens Appelo vooral de focus op handhaving. “Dat is het doel, liefst zonder nacompetitie. Dan moeten we vol aan de bak maar er zit voldoende potentie in de selectie dus het zal spannend worden. Bij het tweede gaan we voor de top-zes. Als dat lukt dan zou dat prachtig zijn. Maar het allerbelangrijkste voor mij is het plezier voor, tijdens en vooral ook na de wedstrijden. Want die derde helft, die is voor mij misschien nu wel de belangrijkste…”

Klik op Apollo ’69 voor meer informatie over de club.
Klik op Apollo ’69 voor meer artikelen van de club.

Ad Reijtenbagh: ‘Het is niet beter of slechter, het is anders’

Elke zaterdag staat Ad Reijtenbagh weer met plezier op het veld. Na jaren langs de lijn bij clubs als Hellevoetsluis, Rockanje en Simonshaven is de ervaren trainer dit seizoen neergestreken bij zijn dorpsclub Vierpolders. Een logische stap, vindt hij zelf. “Het voelt goed om in mijn eigen dorp te werken. En eerlijk gezegd: ik vind het vrijwel overal leuk. Bij elke club werk je weer anders, en dat maakt dit vak zo mooi.”

 

Wie de loopbaan van Reijtenbagh bekijkt, ziet – op Stellendam na – vertrouwde namen van het eiland Voorne-Putten: Simonshaven, SC Botlek, Hekelingen, Hellevoetsluis, Rockanje en nu dus Vierpolders. Een mooi rijtje. “Verder weg was voor mij nooit een optie,” legt hij uit. “Ik heb een drukke baan en maak lange dagen. Dan ga ik niet drie kwartier in de auto zitten om te trainen. Dichtbij huis werken past gewoon het best bij mijn leven en mijn gezin.”

 

Dat zijn huidige club letterlijk om de hoek ligt, heeft zo zijn voordelen, maar ook zijn valkuilen. “Het is verleidelijk om wat langer te blijven hangen na de training,” zegt hij. “Voor je het weet is het laat en moet je de volgende ochtend weer vroeg op. Maar ach, dat hoort erbij. Bij Rockanje deed ik dat ook. Het is juist dat gezellige verenigingsleven dat me energie geeft. Dat clubgevoel, de mensen die je kent, daar doe ik het voor.”

 

Ritme van de week

Die energie is precies wat hem al jarenlang op de been houdt in het amateurvoetbal. “De trainingsdagen en de zaterdag zijn de ijkpunten in mijn week,” vertelt hij. “Daaromheen werk ik eigenlijk. Voetbal is voor mij de mooiste bijzaak van het leven. Het houdt me scherp en brengt mensen samen. Je bouwt er vriendschappen mee op.”

 

Zelf speelde hij vroeger bij Simonshaven. “Een bijzondere voetballer was ik niet,” zegt hij nuchter. “Maar wel bloedfanatiek. En dat fanatieke zit er als trainer nog steeds in. Ik wil altijd winnen, of het nou om de competitie gaat of een partijtje op de training.”

 

Wel veranderd

Toch is Reijtenbagh in de loop der jaren veranderd. “Ik hoop eigenlijk dat ik veranderd ben,” zegt hij met een glimlach. “In mijn beginjaren zat ik overal bovenop. Ik was bloedfanatiek. Nu laat ik meer los, geef ik meer ruimte. Maar als het niet goed gaat, kan ik nog steeds boos worden hoor. Alleen, het duurt wat langer voordat het zover is. Dat heeft toch ook met leeftijd te maken, denk ik.”

 

De trainer zag het amateurvoetbal door de jaren heen flink veranderen. “Vroeger had je meer ervaren selecties,” legt hij uit. “Jongens van 28, 30 jaar, die de kar trokken en in het veld zelf veel oplosten. Tegenwoordig stoppen spelers eerder en heb je meer jonge teams. Die jongens kijken sneller naar de kant: ‘Trainer, wat nu?’”

 

Volgens Reijtenbagh vraagt dat een andere aanpak. “Je moet meer uitleggen, meer begeleiden. Het is niet beter of slechter, gewoon anders. Het maakt het werk op een andere manier uitdagend. Je steekt er andere energie in en moet duidelijker zijn in wat je verwacht.”

 

Verstappen

Hij maakt een vergelijking met Formule 1-coureur Max Verstappen. “Verstappen is zó goed dat hij tijdens de race nog tijd heeft om na te denken over tactiek. Sommige voetballers kunnen dat ook, maar het worden er minder. Wie in het veld coacht, vergeet soms zelf te voetballen. En doordat teams jonger zijn, missen ze de ervaring om dat vanzelf te leren.”

Met Vierpolders hoopt Reijtenbagh dit seizoen in de vierde klasse te blijven. Een helse klus, want de selectie is op veel plaatsen gewijzigd. “We moesten dit seizoen helemaal opnieuw beginnen. Het wordt een hele opgave, maar we gaat het zeker proberen.”

Klik op VV Vierpolders voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Vierpolders voor meer informatie over de club.

Hubert van de Hemel pakt titel in eerste half jaar met Kloetinge O23

KLOETINGE – Acht gewonnen competitiewedstrijden en daarna nog drie in de play-offs. Elf keer winst leverde Kloetinge O23 de dikverdiende kampioenstitel op in de Eerste Divisie. Voor trainer Hubert van de Hemel, pas sinds deze zomer aan het roer bij de Kloetingse talentengroep, een prachtige bekroning.

“Dat kan je zeker wel stellen. We zijn half juli aan dit avontuur begonnen en sindsdien hebben we hier naartoe gewerkt. Het is geweldig werken met deze groep. Stuk voor stuk grote talenten met een ongekende drive om beter te worden en zich als voetballer te willen ontwikkelen. Alles gaat op trainingen tegen honderd procent, niemand verzaakt en niemand skipt ‘zomaar’ een training. Dan kan je als trainer alleen maar genieten en enorm trots zijn op wat ze dit half jaar hebben laten zien.”

De Terneuzenaar trainde voordat hij bij Kloetinge aan de slag ging louter seniorenploegen zoals Terneuzense Boys en v.v. Terneuzen. Maar de stap naar de Bevelandse vereniging om daar met de grootste talenten te gaan werken was een volledig nieuwe uitdaging. “Het is wel een andere dynamiek. Bovendien is het vooral de bedoeling om spelers op te leiden, te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat ze als dat nodig is direct beschikbaar zijn voor het eerste elftal. Dus we spelen volgens dezelfde speelstijl en hanteren dezelfde werkwijze. Dat is nieuw maar wel heel erg leuk.”

Met elf overwinningen viel er op de titel helemaal niets af te dingen. Ook na de winterstop komt de ploeg weer uit op hetzelfde divisieniveau maar wel met enkele andere tegenstanders. “Dat is bijzonder want we hebben nu bijvoorbeeld al drie keer tegen Feijenoord gespeeld en zo hebben we straks weer een reeks wedstrijden tegen sterke maar voor ons bekende teams. Uiteindelijk spelen we wel achtentwintig wedstrijden dus dat is voor die jonge gasten best een flinke belasting.”

In de voorbereiding oefende de ploeg al regelmatig tegen tweede- en derdeklassers en daarvan werd met grote regelmaat gewonnen. “Dat zegt veel over het niveau wat deze spelers hebben. Een handvol traint ook al geregeld met de eerste selectie mee. En natuurlijk zal niet iedereen het eerste elftal halen, al denk ik zeker dat er in de toekomst een aantal in het eerste te bewonderen gaan zijn.”

Wat er na dit seizoen gaat gebeuren weet Van de Hemel nog niet. “Ik heb het enorm naar mijn zin en haal veel plezier uit het werken met deze spelersgroep. Er is nooit gezeur, geen gezeik want ze willen maar één ding: beter worden. Prachtig vind ik dat en dat geeft voor een trainer heel veel positieve energie. Dus als het aan mij ligt ga ik daar zeker mee door.”

Klik op VV Kloetinge voor meer artikelen over de club.
Klik op VV Kloetinge voor meer informatie over de club.

‘Het is de uitdaging om ook in deze situatie wedstrijden te blijven winnen’

HEINKENSZAND – Na het kampioenschap in 2024 beleefde Luctor Heinkenszand afgelopen seizoen een prima jaar in de derde klasse. Met een vijfde plek en het bereiken van de nacompetitie kon trainer Erwin van der Woerdt meer dan tevreden zijn. Dit seizoen loopt het nog niet zoals gehoopt, maar daarvoor zijn voldoende oorzaken te benoemen.

“De belangrijkste is dat we een aantal langdurige blessuregevallen in onze selectie hebben. En dan ook nog van bepalende spelers. Jongens die essentieel zijn binnen onze speelwijze en dan wordt het soms puzzelen als trainer om de poppetjes zoveel mogelijk op de juiste plekken neer te zetten. Een of twee blessures is nog wel op te vangen, maar zodra dat er een stuk meer zijn dan krijg je het lastig. Als je het dan goed beschouwt dan doen we het tot nu toe nog helemaal niet zo beroerd.”

Een andere kanttekening die moet worden geplaatst volgend de Brabantse oefenmeester is de kracht van de 2e Klasse E. “Alleen DVV’09 steek er qua puntenaantal bovenuit, maar als je de ploegen daaronder ziet… Die kunnen wekelijks van elkaar winnen of verliezen. Win je een paar keer doe je mee om de prijzen, verlies je enkele wedstrijden dan vind je jezelf terug in de gevarenzone. Het is voor ons vooral zaak om bij die laatste weg te blijven. Daar hebben we normaliter ook echt een selectie voor. Maar tegen kruisbandblessures en fikse enkelkwetsuren valt weinig te doen. Daar moeten we me dealen en proberen om met de beschikbare jongens wedstrijden te blijven winnen zónder te veel concessies te doen aan ons strijdplan en speelwijze. Voor mij is dát nu de grootste uitdaging als trainer.”

Hoewel vooraf het doel werd gesteld om mee te doen voor een eventuele periodetitel, is dat nu gezien de omstandigheden wel enigszins bijgesteld. “We willen sowieso de linkerrij halen en dat is ook haalbaar. We trainen overigens nu wel anders. Spelers zijn altijd gewend om hier elke training als de brandweer te gaan, maar nu moet ik ervoor waken dat we iedereen fit en beschikbaar houden. Dus soms zijn de trainingen wat korter of minder intensief. Tijdens wedstrijden moet ik ook kritischer kijken naar belasting en tactisch af en toe zaken aanpassen. Maar ondanks dat pakken de gasten die nu meedoen het geweldig op. Jonge jongens ontwikkelen zich steeds beter en spelers uit het tweede team haken aan. Dat is voor mij ook een bevestiging dat het hier qua potentie bij Luctor zeker goed zit.”

Talenten uit de JO19, die na een promotie ook op divisieniveau spelen, krijgen nu geregeld speelkansen en trainen al structureel mee. “Dat is een goede ontwikkeling voor de club en biedt perspectief voor de toekomst. We willen uiteindelijk het niveauverschil tussen het eerste, tweede en de JO19 zo klein mogelijk maken. Het is ook buiten het veld een mooie hechte groep, dus voor een trainer is dat heerlijk werken. Er zijn geen eilandjes en iedereen heeft het beste voor mij de club. Dat zegt me heel veel over hoe het hier allemaal geregeld is en de motivatie bij iedereen.”

Van der Woerdt is nog met de club in gesprek over de verlenging van zijn dienstverband. Momenteel is hij bezig aan zijn derde seizoen en de club wil daar graag nog een seizoen aan vastplakken. “Het bevalt me uitstekend hier, ik voel vertrouwen en kan heerlijk werken met een geweldige spelersgroep. Je weet nooit wat de toekomst brengt, maar in principe liggen hier nog volop kansen en mooie uitdagingen om verder te groeien met z’n allen.”

Klik op Luctor Heinkenszand voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Luctor Heinkenszand voor meer informatie over de club.

Toekomst bij SC Waarde biedt John Tahapary te weinig perspectief

WAARDE – Hoewel hij het als trainer goed naar zijn zin heeft bij de club ziet John Tahapary na twee seizoenen niet voldoende perspectief om zijn dienstverband bij de club met nog een seizoen te gaan verlengen. De sportieve mogelijkheden om bepaalde na te streven blijken simpelweg onvoldoende aanwezig.

“Dat is jammer maar voor mij wel dusdanig belangrijk dat heb besloten dat het na dit seizoen tijd is voor een andere trainer om hier bij de club voor de groep te gaan staan. Vorig jaar hebben we op één punt nacompetitie gemist. Maar op dit moment ziet de wereld er sportief gezien een heel stuk anders uit. Er zijn een aantal bepalende spelers gestopt en we hebben te maken met een hele hoop blessures. Dat is erg vervelend want daardoor is de spoeling enorm dus qua keuzes en moeten zelfs jongens uit het tweede elftal wekelijks aan de bak.”

Een logisch gevolg van de sportieve problemen is dat Tahapary en zijn manschappen te weinig punten halen. “Een paar blessures kan je wel opvangen, maar als je én basiskrachten verliest aan andere clubs of omdat ze stoppen en je dán een reeks blessures in je selectie krijgt dan wordt het lastig. Het is geen verwijt maar een constatering. Onze doelen hebben we wel als groep bijgesteld. Wanneer we nu in de middenmoot eindigen dan is dat prima. We zullen het moeten doen met de riemen die beschikbaar zijn maar het roeit nu wel even een stuk lastiger dan we gewend waren.”

Daarbij moet worden opgeteld dat ook de tegenstanders in deze competitie van een hoger kaliber zijn dan in de klasse waarin Waarde vorig seizoen bovenin meedraaide. “Wanneer we met een complete en fitte ploeg zouden staan zouden we ons aardig kunnen meten, maar nu is dat niet zo. Tegen Brouwershaven bijvoorbeeld misten we een half elftal en komen we in de slotfase conditioneel tekort en verliezen we met 1-0. Dat zijn dure punten die we normaal gezien wel zouden pakken denk ik.”

Voor de inwoner van Goes is dat als fanatiek trainer en voetbaldier enorm lastig. “Ik ben een liefhebber en wil altijd ergens naartoe kunnen werken. Dat is de manier hoe ik al ruim dertig jaar actief ben als trainer. Nu is dat een stuk minder en draait het er vooral om dat we iedereen die er nog wél is vooral heel willen houden. Dat is een andere manier van trainen en beleving. Daar leg ik me bij neer want het heeft geen zin daarover moeilijk te doen. Gericht trainen op fouten in wedstrijden en dingen verbeteren dat is nu iets wat ik voorlopig moet vergeten. Als je maar zeven of acht jongens beschikbaar hebt om te trainen dan is dat verre van ideaal natuurlijk. Al doet iedereen die er is zijn stinkende best en dat vind ik dan ook weer mooi.”

Bij de club wil men voor nu en in de toekomst vooral investeren in het op peil houden van de jeugdafdeling. Om daar op termijn weer uit te kunnen oogsten. “Dat is vanuit maatschappelijk oogpunt een prachtige visie. Maar op korte termijn kan ik daar als trainer geen vruchten van plukken. Als straks bij het eerste wat jongens terugkeren dan ben ik overtuigd dat we zeker nog wel wat plekken zullen stijgen. Maar hoe dat volgend seizoen dan eruit zal zien weet ik niet. Ik heb bij heel wat mooie clubs gewerkt op verschillende niveaus en wie weet komt er straks weer wat leuks op mijn pad. Maar dat is nog niet aan de orde en  probeer ik mijn periode hier bij SC Waarde zo goed mogelijk af te sluiten.”

Klik op Waarde voor meer artikelen over de club.
Klik op Waarde voor meer informatie over de club.

Bennie Blokland: ‘Ik heb wel een traantje gelaten na de promotie’

Bennie Blokland moest een klein traantje laten toen SC Botlek vorig seizoen promoveerde naar de derde klasse. “Deze club is altijd in mijn leven geweest,” zegt de 24-jarige aanvoerder. “Als je dit dan meemaakt, en ook nog als aanvoerder, dan is dat heel bijzonder.”

Voor Blokland was de promotie meer dan een sportieve prestatie. “Ik loop hier al m’n hele leven rond,” vertelt hij. “Toen we die finale van de nacompetitie wonnen, was dat zó mooi. Je weet dat het maar amateurniveau is, maar het betekent echt wat. Ik moest even slikken, hoor. Ik heb wel een traantje gelaten.”

Vroege doorbraak

Blokland was er al vroeg bij in het eerste elftal van de club uit Spijkenisse. Op zijn vijftiende maakte hij zijn debuut in het eerste elftal. “Dat jaar deed ik vooral wat mee als wissel, een beetje proeven aan het niveau,” herinnert hij zich. “Maar het seizoen daarna stond ik eigenlijk vast in de basis. Toen was ik net zestien. Het is allemaal heel snel gegaan.”

Op zijn twintigste kreeg hij de aanvoerdersband om zijn arm, een rol die hij nog altijd met trots vervult. “Of die band bij me past? Tja, dat vind ik lastig om over mezelf te zeggen. Maar ik probeer wel jongens beter te laten voetballen door mijn aanwezigheid. In het veld coach ik veel, maar ook op de trainingen probeer ik jonge gasten een handje te helpen. Ze moeten leren hoe seniorenvoetbal werkt.”

Van jonkie tot leider

Toen Blokland zelf zijn eerste stappen in het eerste elftal zette, kwam hij in een ervaren ploeg terecht. “Dat was toen een team met veel oudere jongens, gasten van 28, 29 jaar. Mick Loendersloot nam me echt onder zijn hoede. Hij nam me op sleeptouw, gaf me tips over keuzes in het veld.”

Nu is de situatie omgekeerd. “We hebben nu juist een hele jonge groep,” legt hij uit. “Veel jongens zijn rond de 21, sommigen net doorgestroomd vanuit de jeugd of het tweede. Ik probeer ze een beetje te begeleiden. Ze willen graag laten zien wat ze kunnen, maar soms zijn ze zenuwachtig. Dan zeg ik altijd: simpel voetballen, dat is het belangrijkste.”

Leren van anderen

Hoewel hij al jaren een vaste waarde is, blijft Blokland zichzelf ontwikkelen. “Van iemand als Joey Kleijn leer ik nog steeds veel. Hij is ouder en heeft veel ervaring. Hij leert me anders naar wedstrijden te kijken, slimmer te denken in bepaalde situaties. Dat soort dingen vind ik waardevol. Maar ook van Michael Birnie steek ik echt veel op.”

Het afgelopen seizoen was er één met pieken en dalen. Botlek miste op de laatste speeldag het kampioenschap, maar herpakte zich in de nacompetitie. “We moesten winnen, maar verloren, terwijl Meeuwenplaat wel won in de competitie. Daardoor ging het kampioenschap aan onze neus voorbij. In de nacompetitie hebben we het gelukkig goedgemaakt.”

Een jongen van de club

Dat Blokland een echte clubman is, blijkt uit alles. Zijn vader is inmiddels als technisch coördinator actief bij Spijkenisse, maar ook hij heeft een lange geschiedenis bij Botlek. “Mijn vader en broers liepen hier altijd rond, net als mijn vrienden. Ik voetbalde tot de C’tjes bij Spijkenisse, maar eigenlijk was ik elk weekend bij Botlek. Het voelde altijd als thuis.”

Een vertrek uit Spijkenisse is dan ook nooit concreet geworden. “Er is wel eens interesse geweest, van Kethel Spaland bijvoorbeeld, maar toen was mijn gevoel voor Botlek te groot. Misschien dat ik ooit een stap maak, gewoon om eens in een andere keuken te kijken. Niet per se een hoger niveau, maar iets nieuws. Anders krijg ik later misschien spijt.”

Hart en ziel

Blokland draagt het shirt van SC Botlek met trots. “Je merkt bij een promotie hoe veel het de mensen hier doet. Er staan zóveel mensen langs de lijn, echt met een warm hart voor de club. Oude bekenden, vrijwilligers, jonge gasten. Botlek mag in zijn handjes knijpen met de mensen die hier rondlopen.”

Klik op SC Botlek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Botlek voor meer informatie over de club.

‘Naar Londen vliegen om te voetballen is heel bijzonder’

Connor Adriaanse beleefde in november een bijzonder avontuur. Met het Nederlands Militair Elftal deed de 22-jarige voetballer van Spijkenisse mee aan een internationaal militair voetbaltoernooi in Engeland. “Een enorme belevenis”, zegt hij. “Dat je naar Londen vliegt om te gaan voetballen, vond ik al bijzonder.”

Adriaanse werkt sinds een paar jaar bij Defensie en daarmee kwam voor de speler van Spijkenisse 2 een droom uit. “Dat wilde ik mijn hele leven al. Bij Spijkenisse zat ik best wel dicht tegen het eerste team aan, maar ik ben mijn droom achterna gegaan. Familie van mij zit ook bij Defensie en ik denk dat het vuurtje daardoor wel een beetje is aangewakkerd. Ik hoorde altijd de mooiste verhalen.”

Adriaanse is relatief nieuw bij het Nederlands Militair Elftal. “Je kunt je ervoor opgeven als je bij Defensie werkt en als je goed genoeg bevonden wordt, zit je bij de selectie. Je moet jezelf dus echt wel bewijzen als voetballer. Ik was voor dit toernooi in Slough, aan de rand van Londen, een keer mee geweest naar een oefenduel in Ierland en ik speelde nog een wedstrijd in Nederland, maar dit was het eerste grote toernooi.”

‘Ben je een profvoetballer?’

Het werd een ervaring voor Adriaanse die hij nooit meer vergeet. “Dat je met een groep voetballers naar het buitenland reist, vind ik al speciaal. En dat je in een trainingspak loopt van het Nederlands team. Mensen op de luchthaven vroegen ook of ik een profvoetballer was. Dan legde ik uit dat we van het militair elftal waren. Vrienden en familie waren ook trots dat ik meedeed aan dit toernooi. En ikzelf eigenlijk ook wel.”

Nederland speelde tegen Frankrijk en Engeland. “In een klein stadionnetje in Slough, van Slough Town FC. We verloren wel twee keer, met 3-1 en 2-1, maar het was ontzettend gezellig met de jongens van het team. En het waren goede leermomenten. Het niveau ligt echt wel hoog. We speelden tegen Frankrijk ook tegen jongens die in de Ligue 1 gespeeld hebben. Het zijn allemaal goede, slimme voetballers.”

Adriaanse stond bij het Nederlands Militair Elftal als ‘6’ geposteerd. “Maar bij Spijkenisse sta ik ook vaak centraal. Mijn voorkeur heeft wel die centrale positie achterin, maar ik kan op meerdere posities uit de voeten. Ik wil ook graag bij het Nederlands Militair Elftal blijven. In 2027 kunnen we een toernooi gaan spelen in de Verenigde Staten, als we ons daarvoor kwalificeren. Gebeurt dat, dan gaan we ook vaker samenspelen. Dat zijn avonturen waar ik ontzettend graag bij ben. Engeland was een ervaring, maar Amerika lijkt me helemaal geweldig!”

Broederschap

Adriaanse heeft een drukke baan bij Defensie, bij de Luchtmacht, is ook veel in het buitenland en traint daardoor doordeweeks nooit bij Spijkenisse. “Dat kan niet. Ik voetbal echt alleen op zaterdag. Wat ik echt mooi vind, is dat ik twee vriendengroepen heb. Mijn vrienden in Spijkenisse, maar ook bij Defensie. Het is echt een broederschap samen, je trekt zoveel met elkaar op.”

Aan stoppen bij Spijkenisse, waar Adriaanse in het tweede speelt, heeft hij nooit gedacht. “Ik loop al heel mijn leven rond bij deze club. Ik speelde in de jeugd ook in de Academy tegen BVO’s. Dat zijn bijzondere ervaringen. Echt de serieuze kant van het voetballen. Maar mijn droom was Defensie, dus speel ik nu lekker in het tweede team met vrienden. Ook daar geniet ik van. Ik woon om de hoek van het complex, het is nog geen twee minuten fietsen. Spijkenisse is gewoon mijn club! En bij Defensie sport ik ook echt veel, op hoog niveau. Het is echt topsport. Mooi dat ik mijn droombaan kan combineren met voetballen in het Militair Elftal.”

Klik hier voor meer artikelen van VV Spijkenisse.
Klik hier voor meer informatie over VV Spijkenisse.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.