Home Blog Pagina 19

Van AZ-jeugd naar WSC 1: Sem Duenk kijkt terug op zijn eerste volledige seizoen

WAALWIJK – Hij is pas negentien, maar speelde dit jaar vrijwel alles bij het eerste elftal van WSC. Sem Duenk brak halverwege vorig seizoen door als linksback en beleefde dit seizoen zijn eerste volledige jaar in de selectie. “In de eerste seizoenshelft speelden we echt supervoetbal. Veel goals, veel overwinningen – dan wil je gewoon elke week weer op dat veld staan.”

Duenk groeide op in Noord-Holland, waar hij de jeugd doorliep bij onder meer ODIN’59, AZ en Fortuna Wormerveer. “Bij AZ was ik geselecteerd voor hun jeugdopleiding, maar dan speel je niet voor AZ. Je traint wekelijks op het complex, maar je wedstrijden speel je gewoon bij je eigen amateurclub.” Een leerzame tijd, maar uiteindelijk koos hij ervoor terug te keren naar ODIN. “Ik kwam bij Fortuna in een team waar ik niemand kende. Dat was het voor mij niet. Ik had altijd met vrienden gevoetbald. Terug naar ODIN was een stap terug qua niveau, maar ik voelde me er fijner.”

Op zijn vijftiende verhuisde het gezin terug naar Brabant en stroomde Sem in bij de Onder-17 van WSC. “In het begin kende ik niemand, maar dat veranderde snel. De jongens van de voetbal zaten ook bij mij op school, dus dat hielp wel.” Een zware knieblessure in zijn eerste jaar hield hem lang aan de kant. “Na die revalidatie werd ik op linksback gezet. Omdat ik linksbenig ben en fysiek sterk, bleek dat best te passen. In het begin was het zoeken, maar ik pakte het snel op.”

Halverwege vorig seizoen kwam de oproep: de linksback van het eerste was geschorst, of Sem kon invallen. “Ik stond direct in de basis. Dat beviel goed, dus daarna mocht ik het seizoen afmaken.” Het tempo en de fysieke intensiteit waren even wennen. “Je gaat van jongens naar mannen. Daar leer je het snelst van.”

Voor dit seizoen had hij een duidelijk doel: basisspeler worden. “Zonder pieken en dalen, gewoon elke week betrouwbaar presteren.” Ook als team was het doel helder: promotie naar de tweede klasse. “Het liefst als kampioen, maar via de nacompetitie zou ook prima zijn.”

WSC speelt in een 4-4-2 met ruit, een systeem dat nieuw was voor Duenk. “Nooit in de jeugd mee gewerkt, maar het werkt goed. We hebben snelheid, techniek, en kunnen snel omschakelen. Dat ligt ons.”

De start was stroef, met twee gelijke spelen. Daarna volgde een sterke reeks met veel doelpunten en goed spel. Maar na de winterstop viel de ploeg terug. “We deden alles hetzelfde, maar de resultaten vielen tegen. Misschien gingen tegenstanders zich beter op ons instellen. Toch bleven we in ons spel geloven.”

Inmiddels zijn er nog twee wedstrijden te gaan. WSC staat tweede met één punt achterstand op de koploper. “We hebben het niet in eigen hand, maar wie weet. Als wij winnen en zij laten iets liggen, dan kan het alsnog.”

Zijn hoogtepunt? Persoonlijk was dat BLC-uit. “Alles lukte. Verdedigend sterk, aanvallend betrokken, acties gemaakt, precies zoals ik wil spelen.” Als team noemt hij DESK-thuis. “Derby, veel publiek, vuurwerk, 3-0 winnen. Dat zijn de mooiste dagen.”

Volgend jaar wil hij doorpakken. “Nog sterker worden, constanter presteren. En hopelijk promoveren. Dan speel je volgend jaar tweede klasse – dat is het doel.”

Klik op WSC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WSC voor meer informatie over de club.

Koen Kops (40) over jaren in HHC’09 1: ‘Wat je in de kleedkamer hebt, vind je nergens anders’

0

OUDHEUSDEN – Meer dan drie decennia geleden begon hij als vijfjarige jongen op het veld van HHC’09. Nu, ruim dertig jaar later, twijfelt Koen Kops of hij na dit seizoen afscheid moet nemen van het eerste elftal. “Misschien is het tijd om een stapje terug te doen. Maar eerlijk? Ik zou het  – en vooral de kleedkamer – enorm missen.”

De club zit in zijn bloed. Zijn vader was trainer bij de jeugd, zelf begon Koen op jonge leeftijd bij de F’jes. “Ik mocht als jochie van vijf jaar en negen maanden al meevoetballen. Alles draaide bij ons thuis om HHC’09. Mijn vader speelde in het eerste, was trainer van de A-, B- en C-jeugd… Het was logisch dat ik zou gaan voetballen.”

Als jeugdspeler doorliep Kops vrijwel alle elftallen van de club. Op zijn zestiende maakte hij zijn debuut in het eerste. “Ik kwam in een team met oudere gasten die me goed opvingen. Er was echt een vangnet.” In het eerste elftal speelde hij op bijna alle posities – van linksback tot centrale middenvelder. “Als opkomende back meters maken, vond ik heerlijk. Al ben ik rechtsbenig, ik stond vaak links. Dat ging prima.”

Kops maakte promoties en degradaties mee, speelde cruciale nacompetitiewedstrijden en zat ook in de zware jaren. “We hadden een periode waarin we moeite hadden om een volwaardig eerste elftal bij elkaar te krijgen. Rond corona hadden we zelfs twee jaar geen standaardteam. Zonde voor de club, maar toen hadden we gewoon te weinig jongens die twee keer per week wilden trainen.”

De herstart kwam met trainer Gilbert de Fijter en een nieuwe lichting uit de jeugd. “Ik kende Gilbert al van vroeger, toen ik als klein manneke met m’n vader naar het eerste keek. Hij heeft een goed gevoel voor mensen en weet spelers bij de groep te betrekken. We begonnen wedstrijdje voor wedstrijdje, en dat werkte.”

Nu, op zijn veertigste, twijfelt Kops over zijn toekomst als speler van het eerste. “De intentie is om bij het tweede te gaan spelen. Ze moeten het uiteindelijk zonder mij kunnen. Maar het is lastig, hoor. Die jonge gasten hebben een plekje in m’n hart, en ik weet hoe moeilijk ik nee kan zeggen als de trainer belt.”

Fysiek heeft hij het lang volgehouden. “Ik heb geluk gehad met blessures, al voel ik m’n achillespezen nu wel eens. Op maandag lach mijn collega’s me soms uit als ik door de school waar ik werk loop.”

Buiten het veld is Kops actief als jeugdtrainer van JO10, het team van zijn oudste zoon. “Dat past bij mijn werk in het onderwijs. Het is mooi om kinderen te zien groeien, te zien hoe ze met plezier leren voetballen. Het is hard werken, maar ook genieten.” Daarnaast is hij jeugdvoorzitter en betrokken bij commissiewerk binnen de club. “We proberen de club levendig te houden en nieuwe vrijwilligers te betrekken. Het moet niet stilvallen.”

Op de vraag waar hij het meest trots op is, hoeft hij niet lang na te denken. “Dat ik zó lang op dit niveau heb mogen voetballen bij mijn eigen club. En dat ik iets kan teruggeven – of dat nou op het veld is of daarbuiten.” Zijn boodschap aan jonge spelers? “Geniet van het spel en geef alles. Maar vooral: wat je in de kleedkamer hebt, dat vind je nergens anders. Dat is goud waard.”

Klik op HHC’09 voor het laatste artikel over de club.

Van Mersbergen leeft met GDC tussen hoop en vrees

Directe handhaving, nacompetitie of degradatie naar de vierde klasse. Alles is nog mogelijk voor derdeklasser GDC. En dus worden de laatste weken van de competitie, vooral ontzettend spannend, beseft ook Lucas van Mersbergen. “Eigenlijk moeten we nog minimaal twee keer winnen.”

Om nacompetitie, maar toch vooral directe degradatie te ontlopen, legt Van Mersbergen (21) uit. “Dat willen we natuurlijk voorkomen. Ik heb er alle vertrouwen in, dat ons dat gaat lukken!” En dat terwijl de resultaten dit seizoen, toch vooral wisselvallig waren, blijkt uit de statistieken. “Tegen sterke tegenstanders goed, maar dan tegen mindere tegenstanders hebben we het weer lastig.” Hoe dat komt? “Als we er allemaal zin in hebben en we zijn fel, hoeft de trainer ons niet op scherp te zetten. Alleen is soms de motivatie wat minder.”

Laatste kwartier

Volgens Van Mersbergen, had er dit seizoen dan ook meer ingezeten. “We zijn zeker goed genoeg voor de derde klasse, maar hebben het een aantal keer in de laatste minuten weggeven.” Mede door een stukje vermoeidheid, denkt de inwoner van Genderen. “Dat was eerst nóg meer een dingetje, nu gaat dat al beter. Toch krijgen we vooral veel goals tegen in het laatste kwartier.” En daarnaast, scoren ze bij GDC te weinig, vindt Van Mersbergen. “Vaak krijgen we genoeg kansen, maar maken we te weinig goals.” Misschien wel daarom, werd de jongeling in de winterstop doorgeschoven naar het eerste. Nadat hij een goede indruk had gemaakt bij het tweede. “Het tempo ligt hier natuurlijk een stuk hoger en tegenstanders zijn beter. Maar dat zijn mijn teamgenoten ook.” Het wennen, ging dan ook snel. “Vroeger speelde ik meestal linksbuiten, nu sta ik op het middenveld. En dat bevalt eigenlijk wel!” Al gaat ook scoren, hem voorlopig moeilijk af. “Volgens mij heb ik er nu eentje gemaakt.” Aan zijn kwaliteiten, kan het in ieder geval niet liggen. “Ik heb een vrije rol, dus het is leuk om dat op mijn eigen manier in te mogen vullen. Met veel energie, snelheid en dribbels.”

Geen motivatie

En dat terwijl Van Mersbergen op jonge leeftijd besloot te stoppen met voetballen. “Ik ben hier bij GDC begonnen, maar vond het op een gegeven moment niet meer leuk. Toen had ik geen motivatie meer.” Via een vriend, kwam hij na een jaartje vrijaf bij Dussense Boys terecht. “Daar heb ik mijn plezier weer teruggevonden!” Omdat ze in Dussen op zondag spelen, besloot Van Mersbergen vervolgens toch, om op zijn achttiende de stap terug naar Eethen te maken. “Dit is nu mijn derde seizoen weer bij GDC. Eerst bij het derde, toen het tweede en nu het eerste.” Een bijzondere route, lacht hij. “Er was toen ik terugkwam geen plek bij de JO19, daardoor ging ik naar het derde. In dat team zaten een aantal vrienden van mij, dus daar had ik vrede mee.” Ondanks een gezonde portie ambitie. “Ik wilde wel altijd graag zo hoog mogelijk voetballen.” Wat Van Mersbergen betreft, doet hij dat voorlopig bij GDC. “Het is echt een dorpsclub, iedereen kent elkaar en de sfeer is goed. Ik zit op mijn plek, dus hoef zeker niet weg.” Maar eerst, nog even die spannende laatste weken tot een goed einde brengen. “We moeten zorgen dat we erin blijven!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van GDC

Van Ingen stopt als voetballer: ‘Mijn werk is mijn toekomst’

Na jarenlang het shirt te hebben gedragen van Kozakken Boys, Lienden en TEC, streek Sven van Ingen afgelopen zomer neer bij tweedeklasser GRC 14. Bezig aan zijn laatste seizoen als voetballer, hoopt de 33-jarige centrale verdediger op een mooie afsluiting van zijn carrière. “Een plek in de top vijf, zou echt de kers op de taart zijn.”

En met een middenmoot die dicht op elkaar staat, is er in de laatste wedstrijden nog van alles mogelijk, vertelt Van Ingen. “Op basis van onze kwaliteiten, horen we op deze plek te staan. Maar als we op cruciale momenten, toch de punten hadden gepakt of een duel over de streep hadden getrokken, konden we nog hoger staan.” Iets wat de verdediger, dan ook graag voor elkaar had gekregen. “Je voetbalt uiteindelijk om te winnen.” Desondanks, overheerst bij de routinier toch vooral de tevredenheid. “Vorig seizoen slaagden ze er maar net in om degradatie te ontlopen en nu zijn we al veilig. Voor een club als GRC 14, is dat gewoon een goede prestatie.”

Tanden bijten

Precies ook wat ze in Giessen, op voorhand hadden gehoopt. “Ons doel was top zes en ver komen in de beker. Dat is allebei aardig gelukt.” En los daarvan. “Hebben we ook mooie wedstrijden gespeeld en goede dingen laten zien.” In zijn eerste jaar bij de club. Nadat de inwoner van Werkendam zeven seizoenen het shirt droeg van Kozakken Boys. “Het laatste halfjaar werd ik verhuurd aan Roda Boys/Bommelerwaard en werden we kampioen bij GRC 14. Maar toen had ik mijn keuze al gemaakt…” Om naar zijn huidige club te gaan, dus. “Vriendelijke mensen en dichtbij huis. Waardoor mijn vrienden, vrouw en kinderen ook konden komen kijken. Daarom heb ik er absoluut geen spijt van.” Al was het in het begin, best wel even wennen, is Van Ingen eerlijk. “Het is een lager niveau, maar ik wil altijd winnen. Dan moet je soms op je tanden bijten.” Ook in het veld. “Daar probeer ik altijd duidelijk te zijn en teamgenoten te coachen. Sommige jongens waren dat niet gewend. Dat maakte het wel eens lastig.” Toch kijkt de oud-jeugdspeler van FC Twente en De Graafschap met een goed gevoel terug op zijn tijd in het zwart met blauw. “Vaak heb ik tijdens wedstrijden even een momentje met onze trainer (Mark Kroese). Dat werkt goed.” Met al zijn ervaring, moet Van Ingen centraal achterin dan ook voor rust zorgen. “Ik geef tips en zorg dat iedereen staat. Daarnaast maak ik mezelf niet zo snel druk aan de bal.”

Tweestrijd

Maar ook buiten het veld, is hij nog altijd van waarde. “Eigenlijk ben ik een soort spiegel voor jongens die hogerop willen gaan spelen. Hoe zien ze dat? Met mijn ervaring, weet ik wat er dan wordt gevraagd. Ik heb een hekel aan meeknikken, dus dat zal ik nooit doen.” Toch zullen ze zijn adviezen, komend seizoen moeten gaan missen bij GRC 14. “Ik wil niet meer de verantwoordelijkheid voelen om wel of niet te komen trainen, dus ik heb besloten om er na dit jaar mee te gaan stoppen.” Mede door zijn twee eigen bedrijven en het hebben van twee jonge kinderen. “En om jezelf dan steeds in bochten te blijven wringen, om toch te kunnen trainen…” Iets wat Van Ingen zo nu en dan, nog wel eens lastig vond dit seizoen. “Ik zat een beetje in een tweestrijd met mezelf. Want eigenlijk hoor je er gewoon te zijn, maar mijn werk is ook mijn toekomst.” En iets waar hij veel voldoening en plezier uithaalt. “We gebruiken sport, door middel van personal training en coaching, als tool of levensstijl om mensen fitter te maken.” Een toekomst in de voetballerij, sluit Van Ingen dan ook niet uit. “Ik zou het mooi vinden om samen te werken met een club en op maandag met spelers bezig te zijn om ze fit te maken óf te houden. Vaak is het dan toch maar een beetje uitlopen.” Maar ook zelf voetballen, behoort nog tot de mogelijkheden. “Wie weet in een lager elftal bij Kozakken Boys. Ik ga mezelf in ieder geval inschrijven, zodat ik mee kan doen wanneer ik wil!”

Klik hier voor meer informatie over GRC 14
Klik hier voor meer informatie over GRC 14

FC de Westhoek investeert in opleiding eigen jeugdtrainers

BURGH-HAAMSTEDE – ‘Wie de jeugd heeft, die heeft de toekomst’. Dat is in het geval van FC de Westhoek zeker waar en de club investeert er dan ook volop in. Tot tevredenheid van jeugdvoorzitter Ronald Braam. Bij de zaterdag vijfdeklasser hoopt men daar op lang termijn voordeel mee te doen.

“Absoluut! We investeren graag in onze jeugdkader. We hebben zo’n twaalf teams in competitie en een groep van bijna veertig jeugdtrainers en -leiders waar we heel erg blij mee zijn. Daarom wilden we als club hen graag ook iets aanbieden om zichzelf beter te ontwikkelen in het trainen en begeleiden van jeugdspelers. We zijn in gesprek gegaan met de KNVB en daar kwamen een aantal opties naar voren die we ons jeugdkader nu aanbieden.”

Tijdens een aftrapbijeenkomst op de club in februari waren ruim vijfentwintig mannen en vrouwen aanwezig. “Dat was een fijne en leerzame avond en we hebben daar onze plannen kenbaar gemaakt en verteld dat we ons jeugdkader extra skills wilden aanbieden. Onder andere ook met een Rinus-avond, de online ‘assistent-trainer’ van de KNVB. Deze app vol oefenstof en andere tips werd de aanwezigen toen heel goed en gedetailleerd uitgelegd.”

En onlangs ging op 14 april jl. de cursus Jeugd Voetbal Coach (JVC) van start. Voor de cursus hebben zich een elftal aan jeugdtrainers van FC de Westhoek aangemeld om te volgen. “Het is een cursus van vier avonden en daarin krijgen de trainers een opleiding waarin training geven, coachen van wedstrijden en begeleiden van spelers centraal staan. De eerste van vier avonden werd als zeer interessant en leerzaam ervaren en we hopen aan het eind van dit traject elf gediplomeerde jeugdtrainers te hebben.”

Want een club zoals FC de Westhoek moet het vooral hebben van eigen jeugd als het gaat om doorstroming naar de senioren en het is volgens Braam essentieel om uiteindelijk zo lang mogelijk te kunnen overleven als vereniging. “Daarom hebben we besloten deze cursus aan te bieden. Het is een flinke kostenpost en gaan dat ook niet jaarlijks doen, maar als ik nu het enthousiasme zie bij alle deelnemers aan de avonden die we hebben aangeboden, dan ben ik er van overtuigd dat we er in de toekomst zeker ons voordeel mee kunnen doen.”

Braam speelde zelf lang bij de club en trainde in het verleden verschillende jeugdteams, ook dat van zijn eigen zoon. “Die is nu zeventien en speelt in het eerste. Dus mijn rol als jeugdtrainer heb ik toen verruild voor eentje in het jeugdbestuur en dat bevalt prima. We doen het qua jeugd niet onaardig en ook deze cursus is weer een nieuwe stap vooruit.”

Klik op FC De Westhoek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC De Westhoek voor meer informatie over de club.

Ramon de la Haye: ‘Voetbal is meer dan een panna maken’

Toen Ramon de la Haye in de zomer van 2023 terugkeerde bij Zwartewaal was hij een andere voetballer dan voorheen. “Ik heb vier jaar bij OHVV gevoetbald en onder trainer Mark van Os ben ik wel gegroeid. Niet alleen meer die frivole speler, met af en toe een schaartje, ik ben wel zakelijker geworden.”

De middenvelder van Zwartewaal is inmiddels 29 jaar en groeide op bij de club waar hij nu speelt. “Ik woon nu zelfs pal tegenover Zwartewaal. Als je in Zwartewaal woont, woon je nooit ver van de club vandaan natuurlijk, maar als ik uit het raam kijk, zie ik het complex voor me liggen. Dat heeft wel meegespeeld in de keuze om twee jaar geleden terug te keren.”

De La Haye voetbalt voor zijn plezier. “Ik heb wel de ambitie gehad om hogerop te komen hoor, daarom maakte ik op mijn 23ste ook een stap. Ik ging naar OHVV, maar kon ook naar OVV en Vierpolders bijvoorbeeld. Ook daar had ik gesprekken. Ik wilde wel kijken wat er in zat, en zag onder Mark bij OHVV ook kansen om mezelf te ontwikkelen. Dat heb ik absoluut gedaan in die periode.”

4 uurtjes slaap

Over die ontwikkelingen zo meer. Na vier jaar keerde De La Haye toch terug bij Zwartewaal. “Dat had meerdere redenen. Dichtbij huis, absoluut, en omdat een vriend, Bjorn Hoek, mij benaderde om terug te komen. En een belangrijke factor: de continudiensten die ik draai. Soms slaap ik, als ik de nacht heb gehad, 3 of 4 uurtjes, en dan speel je zaterdag een wedstrijd. Dat is echt belastend. En naarmate je ouder wordt, wordt het ook niet eenvoudiger.”

Alles bij elkaar besloot de sierlijke voetballer OHVV te verlaten. “En dat vond ik best lastig. Ik heb een ontzettend leuke tijd gehad in Oudenhoorn. We hebben vier jaar lang met een vaste groep gespeeld. Het deed wel pijn om te vertrekken. Maar ja, Zwartewaal is wel mijn cluppie.”

De La Haye laat niet voor niets de naam van Mark van Os een paar keer vallen. “Hij heeft mij veel aandacht gegeven bij OHVV. Voetballen is meer dan een panna maken. Dat frivole heeft hij er wel een beetje uitgehaald. Ik moest het koppelen aan rendement. Gewoon zakelijker worden. Ik heb daar heel veel aan gehad. Ik was fit en tactisch echt beter geworden.”

‘Het sloopt je wel’

Voetbal is nog steeds belangrijk voor De La Haye, maar staat niet meer op één. “Het is soms best lastig, geef ik toe, met die continudiensten. Kijk, ik ben er altijd, want het is een teamsport. Je doet het met elkaar. Maar een grotere selectie zou voor mij ideaal zijn. Ik moet nu best vaak afspraken maken met collega’s om te kunnen voetballen. Ik merk ook gewoon dat ik ouder word. Het sloopt je wel. Ik werk vanaf mijn 21ste in de continu.”

En toch denkt de 2 meter lange De La Haye niet aan stoppen met selectievoetbal. “Ik zeg het wel elk jaar, maar ik hoop nog zeker 2 a 3 jaar te voetballen. Je kunt er ook veel in kwijt. Gezellig met je vrienden voetballen, de derde helft in de kantine, ook belangrijk. Veel jongens ken ik al zo ontzettend lang, die chemie is geweldig. Dat houdt het ook leuk, ook als je verliest op zaterdag.”

De La Haye denkt wel dat hij meer uit zijn loopbaan had kunnen halen. “Mijn opa zei vroeger altijd: ‘Je kan lekker ballen, probeer het bij Spijkenisse of Nieuwenhoorn.’ Die clubs zagen het wel in mij zitten, weet ik. Maar ik was eigenwijs en ook een beetje verlegen. Ik wilde gewoon lekker met vrienden voetballen. En daar heb ik ook nooit spijt van gehad.”

Klik op vv Zwartewaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Zwartewaal voor meer informatie over de club.

Nooit te laat: Van Boxtel (28) laat zien dat geduld loont bij DESK

0

KAATSHEUVEL – Voor Bas van Boxtel (27) voelde het als een onverwachte beloning na jarenlange trouw aan DESK: dit seizoen maakte hij de overstap van het tweede elftal naar de basis van het vlaggenschip. “Ik had het eigenlijk al uit m’n hoofd gezet, maar toen kwam ineens mijn kans.”

Van Boxtel is een bekende naam binnen de club. Niet alleen vanwege zijn eigen staat van dienst, maar ook omdat DESK diep geworteld zit in zijn familie. “Allebei mijn opa’s hebben hier gespeeld, mijn vader, en zelfs mijn moeder. Ik ben letterlijk opgegroeid langs de lijn,” vertelt hij. “Elke zondag mee met opa en vader, toen DESK nog in de hoofdklasse speelde. De club is me echt met de paplepel ingegoten.”

Op vijfjarige leeftijd begon hij met voetballen, direct na de zwemles. Als jeugdspeler behoorde hij niet tot de allergrootste talenten. “Ik heb lang niet altijd in de hoogste teams gespeeld. Was vroeger wat forser en niet per se de snelste,” lacht hij. “Maar op een gegeven moment groeit dat eruit. Toen ik wat ouder werd, kwam ik in de A1 terecht.”

De overstap naar de senioren betekende voor Van Boxtel een plek in het tweede elftal, waar hij zich jarenlang ontwikkelde én als aanvoerder een vaste waarde werd. “Ik heb daar ontzettend veel geleerd. Van oudere gasten, maar later ook van jonge jongens. Eerst was ik de jongste, daarna ineens de oudste. Dat was wel mooi – dan word je automatisch meer de leider, ga je coachen, sleur je het team erdoorheen.”

Jarenlang was het tweede zijn thuisbasis, tot dit seizoen. “Ik kende Ronald Boudewijn al als trainer van de A1, dus we hadden altijd goed contact. Begin dit seizoen zei hij: als Mees van der Pennen er niet is, ben jij mijn eerste keus voor die plek in het centrum. Toen Mees geblesseerd raakte, kreeg ik mijn kans.” Die kans greep hij met beide handen. Inmiddels is Van Boxtel niet meer weg te denken uit de driemansdefensie van het eerste. “Ik ben sterk in duels, heb kopkracht en coach veel. Dat is ook nodig als je de middelste bent. Ronald helpt me veel met het systeem, dat was wel even wennen in het begin.”

Zijn vaste plek in het eerste voelt als de kroon op jarenlange inzet. Toch blijft Van Boxtel realistisch. “Ik ben nu 28, misschien voetbal ik nog één of twee jaar op dit niveau. Met een tweede kindje op komst gaat het wel lastig worden om twee keer in de week te blijven trainen. Ik heb aangegeven dat ik graag in de selectie wil blijven, maar misschien straks wat minder vaak train.”

DESK 1 staat op het moment van spreken derde, twee punten achter de koploper, met nog twee wedstrijden te gaan. “Het kampioenschap hebben we niet meer in eigen hand, maar als we twee keer winnen kunnen we alsnog een periodetitel pakken. Het seizoen is echt stuivertje wisselen geweest, bovenin kon iedereen van elkaar winnen.”

Hoe hij terugkijkt op dit seizoen? “Het voelt apart. Ik begon als aanvoerder van het tweede, nu speel ik alles in het eerste. Dat is iets om trots op te zijn. Natuurlijk hebben we punten laten liggen, zoals tegen RFC of Jan van Arkel, maar ik denk dat elke ploeg dat gevoel heeft.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van VV DESK

Kampioen Vlijmense Boys bouwt door richting 100-jarig jubileum

VLIJMEN –Het zijn bijzondere tijden voor Vlijmense Boys. Het eerste elftal kroonde zich onlangs tot kampioen van de vierde klasse en promoveert daarmee naar de derde klasse. Tegelijkertijd draaien op de achtergrond de voorbereidingen op volle toeren voor het honderdjarig jubileum, dat in juni 2026 gevierd wordt. “We willen iets achterlaten waar ook de volgende generatie trots op kan zijn,” zegt voorzitter Michel van Vugt (55), die inmiddels ruim vijf jaar aan het roer staat.

De titel kwam tot stand in stijl. De ploeg stond al weken bovenaan en stelde het kampioenschap veilig in een thuiswedstrijd voor een enthousiast publiek. “We hoopten op een mooie afsluiting, maar dat het ook echt lukt op het moment suprême is natuurlijk fantastisch. Een promotie in de aanloop naar je jubileumjaar – dat had je niet mooier kunnen plannen.”

Voor Vlijmense Boys is dit niet alleen een sportief succes, maar ook een symbolische stap vooruit. “We speelden ooit in de zondag derde klasse en keerden na de overstap naar zaterdag terug naar de vierde. Derde klasse voelt als het niveau waar we thuishoren. Niet te hoog, niet te laag, precies goed voor een dorpsclub met ambitie.”

Als geboren en getogen Vlijmenaar kent Michel van Vugt de club als geen ander. “Iedereen voetbalde bij Vlijmense Boys. Mijn vader, mijn oom, klasgenoten. De club zit in het dorp verweven.” Zelf was hij actief tot zijn dertigste, daarna verdween hij even uit beeld. Maar via bestuurswerk bij de fietsclub rolde hij opnieuw het verenigingsleven in. “Toen de vorige voorzitter onverwachts vertrok, vroegen ze of ik het tijdelijk wilde doen. Inmiddels zijn we jaren verder.”

Onder zijn voorzitterschap kreeg de organisatie een stevige basis. “Meer commissies, duidelijke processen, heldere taakverdelingen. Dat was echt nodig. De structuur is nu op orde.” Tegelijk blijft het aantrekken en behouden van leden een uitdaging. “We zitten in een oudere wijk. De jongste jeugd groeit gestaag, maar oudere jeugd en jonge senioren zijn lastig vast te houden. Dat vraagt geduld, visie en vasthoudendheid.”

Die toekomstvisie krijgt vorm in de aanloop naar het jubileumjaar. Op 10 juni 2026 bestaat de club 100 jaar. “Dat leeft enorm binnen de vereniging. We zijn met zo’n 30 à 40 mensen in werkgroepen bezig met de voorbereidingen. Elk groepje werkt zelfstandig aan een deel van het jubileum: van evenementen tot sponsoring en historie. Eind deze maand presenteren ze hun plannen.”

Ook de beoogde verbouwing van het sportpark maakt deel uit van die toekomstvisie. “De kleedkamers, kantine en andere voorzieningen zijn bijna 50 jaar oud. Samen met de tennisclub, de hockeyvereniging en de horecaondernemer op het terrein hebben we een plan gemaakt voor een compleet nieuw, open sportpark. Met ruimte voor wandelen, ontmoeting en verbinding. Niet alleen voor sporters, maar voor het hele dorp.”

De plannen zijn positief ontvangen door de gemeente. Nu is het wachten op goedkeuring en budget. “Wij staan klaar om door te pakken.”

Met een kampioenschap op zak, een jubileum in het vooruitzicht en een vernieuwingsplan op tafel, leeft Vlijmense Boys in een periode vol beweging. “Ik ben trots op wat we met elkaar bereikt hebben,” besluit Van Vugt. “En dit kampioenschap is de kers op de taart.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Vlijmense Boys.

Bij de dames van Woudrichem draait het om meer dan voetbal

Saamhorigheid, de derde helft en een gemoedelijke sfeer. Bij de dames van Woudrichem draait het om veel meer dan voetbal alleen. Desondanks proberen ze er op zaterdag, het maximale uit te halen, vertelt Marit Schaap. “We twijfelen of we een klasse hoger willen spelen.”

En die twijfel, is na een simpele uitleg goed te verklaren. “Vorig jaar zaten we bijna iedere wedstrijd moeilijk om genoeg meiden te hebben. Dit jaar gaat dat gelukkig beter, maar als we spelers missen, wordt het lastig.” Promotie naar de vierde klasse, is volgens Schaap (21) dan ook iets te hoog gegrepen. “Ik denk dat het uiteindelijk meespelen in de top van de vijfde klasse wordt.”

Aanwas

Met de club waar de inwoonster van Woudrichem, op een uitstapje naar Sleeuwijk na, al sinds haar vijfde speelt. “Tot drie jaar geleden, voetbalde ik altijd hier. Maar omdat we te weinig dames hadden, ben ik tussendoor twee seizoenen naar Sleeuwijk gegaan.” Inmiddels voor het tweede seizoen terug op het oude nest, zit Schaap weer helemaal op haar plek. “Onze groep is een mix van jonge meiden en wat speelsters met ervaring. Daardoor gaan we ook buiten de voetbal veel met elkaar om. Zoals teamuitjes of samen naar het eerste.” Ook Schaap zelf, behoort inmiddels tot de meer ervaren speelsters, lacht ze. “We hebben drie meiden van 25 en één van 35, daarna kom ik.” Het meidenvoetbal bij Woudrichem, kan dan ook wel wat aanwas gebruiken, vertelt de middenvelder. “Op dit moment hebben we alleen een MO15, Vrouwen 30+ en een Vrouwen 1. Dat is natuurlijk niet heel veel.” Desondanks, is alles wel goed geregeld. “We hebben net, dankzij een sponsor, nieuwe shirts én trainingspakken gekregen. En we hebben een trainer!”

Familievereniging

Anders had Schaap de trainingen overigens ook gewoon zelf kunnen doen, zo blijkt. “Een aantal jaar geleden heb ik de MO11 en MO13 van Woudrichem training gegeven. Met die meiden, speel ik nu samen!” Hoe dat is? “Hartstikke leuk en gezellig. Dat klikt ontzettend goed.” Ook op het veld. “We draaiden een heel goede voorbereiding, maar begonnen vervolgens niet goed aan de competitie. Daarna ging het weer wat beter, tot we last kregen van blessures.” Na de winterstop, loopt het een stuk beter bij de vijfdeklasser. Met Schaap centraal achterin óf als middenvelder. “Ik sta het liefste op het middenveld, zodat ik veel de bal krijg en het spel kan verdelen.” Zolang het maar in het shirt van Woudrichem is. “Door de saamhorigheid, de feesten en alle bekenden die er rondlopen, hangt er altijd een gemoedelijke sfeer. Ook tijdens de derde helft. Daarom ga ik hier nooit meer weg.” En heel gek, is dat in haar geval ook niet. “Mijn neefje, vader, stiefbroer en opa, komen ook al jarenlang bij de club. Wat dat betreft is het echt een familievereniging!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Woudrichem.

Verwoerdt is trots op Almkerk: ‘Dat is heel bijzonder’

Eerst als toeschouwer, daarna als voetballer en inmiddels vooral als vrijwilliger. Arie Verwoerdt komt al bijna heel zijn leven bij Almkerk. En dat terwijl de naamgever van het jaarlijkse mixtoernooi, pas op zijn twintigste zelf begon met voetballen. “Voetbal trok me eerst eigenlijk niet zoveel.”

Tot hij samen met zijn broer, op een gegeven moment wel wat beweging kon gebruiken. “Met voetballen ben je veel meer gericht bezig, in plaats van dat je door de polder moet gaan lopen.” Uiteindelijk, hield Verwoerdt (71) het dan ook een flinke tijd vol. “Ik heb tot mijn 60ste in het zesde gevoetbald en tegelijkertijd, ben ik ruim 30 jaar leider van het team geweest.” In het veld, speelde hij voornamelijk als voorstopper. “Maar wel alleen in de lagere elftallen, hoor.”

Positief bezig

Zijn talenten, lagen meer buiten het veld, zo blijkt. “Ik ben al 45 jaar lang betrokken bij het clubblad, fluit nog wekelijks wedstrijden van de senioren of de dames en doe nu tijdelijk het kantinebeheer.” Al is tijdelijk, inmiddels vier jaar geworden. “Daarnaast ben ik ook al 35 jaar bestuurslid, als wedstrijdsecretaris en scheidsrechterscoördinator.” Maar veel moeite, vindt Verwoerdt dat allemaal niet. “Dan blijf je toch nog een beetje actief en je bent op een positieve manier voor anderen bezig. Voetbal komt wat dat betreft op de tweede plaats.” Toch is ook de inwoner van Almkerk, trots op het 80-jarig jubileum van de club. “Er staat een goede organisatie en er wordt veel georganiseerd. Dat is toch wel de kracht van de club.” Helemaal nu de krachten van de jeugdteams en de vrouwen gebundeld zijn met Altena. “Anders heb je bij de jeugd net niet genoeg spelers óf kun je niet selecteren. De samenwerking is goed voor hun ontwikkeling.” Al ziet Verwoerdt wel een verschil in discipline, vooral bij de lagere seniorenteams. “Ze zeggen steeds makkelijker af. Voorheen, toen ik zelf nog voetbalde, had je dat niet.” Maar tijden veranderen. “Veel elftallen zijn vriendenteams. Toch loopt dat terug. Dat merk je in de kantine, mensen blijven steeds minder lang hangen.” Als het kan, probeert Verwoerdt dat wel te doen. “Wedstrijden van het eerste zie ik zelf maar af en toe, vaak moet ik dan fluiten of komt het lastig uit.”

Zelf gebouwd

Zijn liefde voor de club, is er desondanks niet minder op. Misschien wel mede, door de band met zijn drie broers. “We speelden een tijdje met vier broers in één elftal. Het zesde was een soort vereniging, in een vereniging. Die ook naast de voetbal veel organiseerde.” Met oktober 2018 als absoluut hoogtepunt. “Toen kregen we, Adriaan, Kees en ik een koninklijke onderscheiding. Omdat we veel deden en doen voor de club.” Een half jaar later, overleed Adriaan. “Hij heeft helaas niet lang van zijn lintje kunnen genieten.” Maar gelukkig, zijn de herinneringen nog altijd levendig, vertelt Verwoerdt. “We hebben met het zesde, een ontzettend mooie tijd gehad. Met voetbaluitjes naar Londen of Duitsland.” Om daarnaast, nog tijd en ruimte te vinden om het jaarlijkse mixtoernooi te organiseren. “Van oudsher, zo rond het begin van de jaren 70, deden we het eerst altijd met onze eigen teams. Tot dat op een gegeven moment terugliep. Sinds 2017, is het een open toernooi geworden.” Met verschillende sportverenigingen. “Niet alleen voetbalclubs, maar ook andere sporten. De eerste keer hadden we 23 teams, nu staat de teller al op 28. Binnen een week, zaten we vol.” Het Arie Verwoerdt Mixtoernooi, is dan ook populairder dan ooit. “Vier jaar geleden, heeft het toernooi mijn naam gekregen. Dat is toch wel heel bijzonder.” Op 5 juli, is het dit jaar opnieuw zo ver. “We spelen zeven tegen zeven en bij ieder team, moeten verplicht drie dames meedoen. Als die scoren, telt het doelpunt dubbel.” Dit keer, ter ere van het 80-jarig jubileum van de club. “Dat is natuurlijk wel iets om trots op te zijn.” Net als op zijn oorkonde van de KNVB, die hij kreeg in oktober 2021. “Als lid van verdienste. Dat is één van de hoogste onderscheidingen die de KNVB uitreikt.” Hoe ziet Verwoerdt de toekomst van Almkerk voor zich? “Mogelijk fuseren met Altena. Bij de jeugd en de vrouwen werken we al samen, dus we zijn het inmiddels gewend.” Een verhuizing, ziet hij echter niet zitten. “We hebben een schitterend complex. Bijna alles wat hier gebouwd is, hebben we zelf gedaan.” Typerend voor de historie. “We voetballen sinds 1987 op dit sportpark. Die zelfwerkzaamheid, hoort wel bij het Almkerk van vroeger.” Zoals ook Verwoerdt zelf, woont in het huis waar hij ooit is geboren. “Toen mijn ouders gingen verhuizen, heb ik 40 jaar geleden ons ouderlijk huis gekocht!”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Almkerk.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.