Home Blog Pagina 1443

Van Kooten krijgt er geen genoeg van bij SSW.

In de jaren negentig was hij al eindverantwoordelijke aan de Zeehavenlaan. In de afgelopen jaren fungeerde hij meermaals als interim-trainer. En ook nu staat Pieterman van Kooten aan het roer bij SSW in Dordrecht. ,,Een soort Heintje Davids ben ik‘’, vertelt Van Kooten.

DORDRECHT – Eind oktober kreeg Pieterman van Kooten de vraag voorgelegd. Wilde hij nog een keertje het roer overnemen bij SSW? ,,Trainers die tijdens het seizoen weggaan, doen dat altijd per direct. Ze zullen niet zeggen: over een maand stop ik. Als club moet je dan dus in korte tijd een opvolger vinden. Zo kwam men dus bij mij uit. Het is een klein clubje, dat laat je niet vallen. Ik ben ook echt een jongen van de club’’, legt Van Kooten uit. ,,Wel heb ik gelijk Dennis van der Gijp gevraagd om mij te helpen. Die liet twee jaar geleden eens weten nog eens met mij te willen samenwerken en dat heb ik altijd onthouden. En ook oud-speler Rayson Mongen is erbij. We doen het dus met z’n drieën.’’

Die ondersteuning is nodig ook, want anders zou Van Kooten zijn bed haast wel in de kantine van SSW kunnen parkeren. Behalve interim-trainer is hij namelijk ook nog altijd trainer van de JO19-1, het hoogste jeugdteam van de club. ,,Ik was op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag op de club voor trainingen. Op zaterdag de hele dag op pad met de jeugd en op zondag het eerste elftal’’, vertelt Van Kooten. Dat werd door het thuisfront niet gewaardeerd. ,,Mijn vrouw vroeg waar ik helemaal mee bezig was. Nu is het anders geregeld. Op dinsdag train ik eerst de jeugd, daarna sluit ik aan bij het eerste elftal waar Dennis en Rayson dan al mee zijn begonnen. Op woensdag doe ik de JO19 en op vrijdag het eerste elftal.’’

De combinatie van het vlaggenschip en het hoogste jeugdelftal biedt overigens ook voordelen, betoogt Van Kooten. ,,We hebben een smalle selectie en doen daarom regelmatig een beroep op spelers uit de JO19. Dan is het een voordeel dat ik weet wat daar rondloopt. En omdat ik op zaterdag bij de wedstrijden ben, kan ik spelers vragen of zij op zondag mee willen. Steeds andere spelers. Dan merk je ook snel genoeg wie er om staan te springen en wie liever op zondag thuisblijft om te gamen. Want ja, dat is bij de jeugd ook belangrijk. Soms zelfs belangrijker dan een training.’’

Drietal ook volgend seizoen actief
Pieterman van Kooten, Dennis van der Gijp en Rayson Mongen zijn ook volgend seizoen actief bij het eerste elftal van SSW. ,,Instappen is prima, maar dan moet je het maar zien op te pakken. Niets is zo leuk als een seizoen beginnen met een groep. Dan kun je zelf de afspraken maken en hoef je niet meer te proberen om de klok terug te draaien. We hebben er met z’n drieën veel plezier in, dus hebben we afgesproken dat we ook volgend seizoen wel voor de groep willen staan’’, legt Van Kooten uit.

 

Van Kooten krijgt er geen genoeg van bij SSW.

In de jaren negentig was hij al eindverantwoordelijke aan de Zeehavenlaan. In de afgelopen jaren fungeerde hij meermaals als interim-trainer. En ook nu staat Pieterman van Kooten aan het roer bij SSW in Dordrecht. ,,Een soort Heintje Davids ben ik‘’, vertelt Van Kooten.

DORDRECHT – Eind oktober kreeg Pieterman van Kooten de vraag voorgelegd. Wilde hij nog een keertje het roer overnemen bij SSW? ,,Trainers die tijdens het seizoen weggaan, doen dat altijd per direct. Ze zullen niet zeggen: over een maand stop ik. Als club moet je dan dus in korte tijd een opvolger vinden. Zo kwam men dus bij mij uit. Het is een klein clubje, dat laat je niet vallen. Ik ben ook echt een jongen van de club’’, legt Van Kooten uit. ,,Wel heb ik gelijk Dennis van der Gijp gevraagd om mij te helpen. Die liet twee jaar geleden eens weten nog eens met mij te willen samenwerken en dat heb ik altijd onthouden. En ook oud-speler Rayson Mongen is erbij. We doen het dus met z’n drieën.’’

Die ondersteuning is nodig ook, want anders zou Van Kooten zijn bed haast wel in de kantine van SSW kunnen parkeren. Behalve interim-trainer is hij namelijk ook nog altijd trainer van de JO19-1, het hoogste jeugdteam van de club. ,,Ik was op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag op de club voor trainingen. Op zaterdag de hele dag op pad met de jeugd en op zondag het eerste elftal’’, vertelt Van Kooten. Dat werd door het thuisfront niet gewaardeerd. ,,Mijn vrouw vroeg waar ik helemaal mee bezig was. Nu is het anders geregeld. Op dinsdag train ik eerst de jeugd, daarna sluit ik aan bij het eerste elftal waar Dennis en Rayson dan al mee zijn begonnen. Op woensdag doe ik de JO19 en op vrijdag het eerste elftal.’’

De combinatie van het vlaggenschip en het hoogste jeugdelftal biedt overigens ook voordelen, betoogt Van Kooten. ,,We hebben een smalle selectie en doen daarom regelmatig een beroep op spelers uit de JO19. Dan is het een voordeel dat ik weet wat daar rondloopt. En omdat ik op zaterdag bij de wedstrijden ben, kan ik spelers vragen of zij op zondag mee willen. Steeds andere spelers. Dan merk je ook snel genoeg wie er om staan te springen en wie liever op zondag thuisblijft om te gamen. Want ja, dat is bij de jeugd ook belangrijk. Soms zelfs belangrijker dan een training.’’

Drietal ook volgend seizoen actief
Pieterman van Kooten, Dennis van der Gijp en Rayson Mongen zijn ook volgend seizoen actief bij het eerste elftal van SSW. ,,Instappen is prima, maar dan moet je het maar zien op te pakken. Niets is zo leuk als een seizoen beginnen met een groep. Dan kun je zelf de afspraken maken en hoef je niet meer te proberen om de klok terug te draaien. We hebben er met z’n drieën veel plezier in, dus hebben we afgesproken dat we ook volgend seizoen wel voor de groep willen staan’’, legt Van Kooten uit.

 

Bij Willem Bosschaart van MVV’27 gaat het om de baas zijn over de bal.

Wie Willem Bosschaart tegen het lijf loopt, verbaast zich over het feit dat de inwoner van Maassluis de pensioengerechtigde leeftijd – hij is 66 jaar – al heeft gepasseerd. Hij is zo fit als een hoentje. “De jeugd houdt me jong”, denkt Bosschaart, die bij MVV’27 sinds drie jaar hoofd jeugdopleiding is.

“Ik ben officieel vijftien uur in de week in dienst bij de club, maar ik loop hier vaak meer dan 25 uur.” Bosschaart ademt voetbal. Opgegroeid in Rotterdam als speler van het roemruchte Zwart-Wit’28 (‘ik was net niet goed genoeg voor het eerste elftal’) kwam hij in de zeventiger jaren bij MVV terecht. “Ik ging wonen in Maassluis. Ik ben eerst bij Excelsior, MSV’71 en VDL gaan kijken. Ik had daar niet het gevoel wat ik wel meteen bij MVV had. Het voelde hier meteen vertrouwd. Inmiddels loop ik hier al bijna veertig jaar.”

Hij voetbalde drie jaar in de selectie, totdat een rugblessure hem dwong het rustiger aan te gaan doen. Toen al was hij jeugdtrainer. “Ik weet nog goed, na twee jaar werd gevraagd door de club of ik mee wilde lopen met een elftalletje, de E4. We haalden één punt, nul doelpunten voor, een heleboel tegen. Maar het was een topjaar. Ik was verkocht.”

“Ik heb de afgelopen 25 jaar allerlei teams getraind. B1, C1, D1. Noem ze maar op. Ik ken iedereen.” Want zo groot is de jeugdafdeling van MVV ook weer niet. “We hebben de laatste jaren helaas te maken met een terugloop. Maasland is aan het vergrijzen. Vroeger had je bij de E of D soms acht teams, nu is dat nog maar de helft. Dat zie je ook terug in de kwaliteit. Het niveauverschil binnen een team is soms groot.”

“Ik ben er voor alle teams”, zegt Bosschaart. “Dus niet alleen voor de selectieteams, ook voor de E4 en D3. Ik ben het klankbord voor de trainers en hou de grote lijnen in de gaten. Ik schrijf de trainers geen training voor, ik geef wel tips en probeer handvatten aan te reiken. We beleggen regelmatig trainingen waar we zelf als trainers van alles voordoen aan elkaar en uitproberen. Zo leren we van elkaar. Acht tot tien keer per jaar geef ik zelf techniektraining. Ik vind dat tot en met de D alles met de bal gedaan moet worden. Looptraining kan best, maar wel met een bal.”

“De balbehandeling is zo belangrijk. Wie de baas is over de bal, heeft al een voorsprong.” Hij ziet op een zaterdag veel jeugdwedstrijden. “In de middag kijk ik naar het eerste, waar veel eigen opgeleide spelers spelen, of naar de A1. Dat team is gepromoveerd naar de hoofdklasse.”

 

 

Ingmar Quist moet MZC’11 weer omhoog helpen.

©Foto: Kees Bin

MZC’11 werd twee seizoenen geleden nog met speels gemak kampioen van de tweede klasse van het zaterdagvoetbal en promoveerde vol goede verwachtingen naar de eerste klasse. Het avontuur resulteerde echter in een rechtstreekse degradatie.

Volgens sterkhouder Ingmar Quist had de degradatie vooral te maken met de zwakke start. “De eerste overwinning bleef  te lang uit. Dit kwam het vertrouwen en ook ons spel niet ten goede.” Uiteindelijk degradeerde de ploeg uit Zierikzee, na een kleine opleving na de winterstop, als hekkensluiter uit de eerste klasse.

Aanvaller Quist was dan ook realistisch. “Er waren wedstrijden bij dat we meer verdienden, maar we misten net dat beetje geluk.  Daarnaast kregen we te maken met een paar langdurige blessuregevallen. Uiteindelijk kun je niks anders concluderen dan dat we te weinig hebben gebracht in de eerste klasse, en dat de selectie kwalitatief niet goed genoeg was.”

Komend seizoen wordt MZC’11 door velen als één van de titelkandidaten bestempeld. Quist tempert de verwachtingen enigszins. “Met de spelers die zijn vertrokken hebben we behoorlijk wat aan ervaring ingeleverd.  Het elftal is voornamelijk aangevuld met spelers uit de eigen jeugd. We starten dit seizoen dus met een relatief jonge groep en dan is het lastig in te schatten waar we staan. Ik denk dat de top vijf een reële doelstelling is.”

Zelf is de 29-jarige aanvaller geblesseerd aan zijn rug en zal dus voorlopig afwezig zijn. “Het is dezelfde blessure als in mijn periode bij Kloetinge. Ik ben nu dus vooral bezig om weer fit te worden en hopelijk ook te blijven.“

Op termijn wil het bolwerk uit Schouwen-Duiveland wel weer terug naar de eerste klasse. “Ik meen dat de vereniging ondertussen zevenhonderd leden telt. Dat is een behoorlijk aantal en daarmee is het de grootste vereniging van Schouwen-Duiveland. Spelen in de eerste klasse moet haalbaar zijn gezien het aantal jeugdleden en het niveau waarop de jeugd speelt. Ook het tweede elftal heeft zich de laatste jaren goed ontwikkeld en speelt dit seizoen voor het eerst in de reserve hoofdklasse. Dat zijn allemaal positieve ontwikkelingen waardoor er nog steeds groei mogelijk is.”

 

 

CvdW: v.v. NVS – Niek van Gurp

Deze week is NVS de club van de week en wij spraken met Niek van Gurp over de club, het slot van de competitie en zijn verwachting voor de komende uitwedstrijd tegen Aardenburg. De 21-jarige middenvelder speelt sinds zijn 18e in de selectie en heeft het erg naar zijn zin bij de dorpsclub. ‘’Iedereen kent elkaar en gaat leuk met elkaar om, dat vind ik zo mooi aan de club.’’

Niek is sinds zijn zevende lid bij NVS. De middenvelder woont in het dorp en daarom was de keuze voor deze club heel makkelijk. Van Gurp: ‘’Mijn vader is hier al heel lang lid en heeft er ook gespeeld. Daarbij is hij leider geweest bij verschillende teams. Op een gegeven moment is mijn broer, die vijf jaar ouder is, gaan voetballen en ging ik altijd mee om te kijken. Toen ik oud genoeg was ben ik ook maar gaan voetballen. Later heb ik ook nog met mijn broer in het eerste gespeeld, dat is mooi natuurlijk.’’

Van Gurp heeft de hele jeugd doorlopen bij de club uit Nieuw-Vossemeer en maakte op 18-jarige leeftijd zijn debuut voor het eerste. ‘’Tijdens mijn laatste jaar in de jeugd deed ik al vaak mee met verschillende seniorenteams. Nu speel ik drie jaar bij de selectie en heb ik het erg naar mijn zin. Ik zie mezelf ook niet bij een andere club spelen. Ik vind het mooi dat je bij clubs als NVS door kan stromen vanuit de jeugd en daar met generatiegenoten in de selectie kan spelen. Daarnaast kent iedereen elkaar op de club en gaat iedereen leuk met elkaar om.’’

NVS staat momenteel tweede in de competitie, heeft de eerste periodetitel gewonnen en maakt nog kans op de titel. Met een wedstrijd minder staat de club vier punten achter op Vogelwaarde. Van Gurp heeft vertrouwen in een goede afloop van de competitie. ‘’Het gaat lastig worden maar het is mogelijk. Wij zijn de enige club met kunstgras in de competitie. Hierop kunnen we prima uit de voeten en ons spel spelen. In wedstrijden op normaal gras is dat lastiger. Voetballend zijn wij beter als de Zeeuwse ploegen, maar wij moeten nog best veel uitwedstrijden. Als wij ook bij de uitwedstrijden op gewoon gras het voetbal erin kunnen krijgen kunnen we echt mee gaan doen om de titel.’’

Komende zondag staat een van die belangrijke uitwedstrijden te wachten, als NVS op bezoek gaat bij nummer vijf Aardenburg. Van Gurp verwacht een lastige wedstrijd maar uiteindelijk wel een overwinning. ’’Wedstrijden in Zeeuws-Vlaanderen zijn altijd lastig, maar hopelijk zitten we na afgelopen zondag weer in de juiste flow. Ik hoop op een mooie 1-2 overwinning zodat we mee blijven doen om het kampioenschap.’’

CvdW: v.v. NVS - Introductie

Jeugdvoorzitterschap v.v. Rhoon is voortaan duobaan

Foto: links Hans Schepers, rechts Frans van Breda

Bij v.v. Rhoon is het jeugdvoorzitterschap met ingang van het nieuwe seizoen een duobaan. Hans Schepers en Frans van Breda gaan samen de kar trekken. “Ik wilde het eigenlijk niet alleen doen”, zegt Schepers.

“Ik ben al eerder jeugdvoorzitter geweest, maar gestopt vanwege privéomstandigheden. Frans en ik vormen denk ik een goed koppel. Ik ben van het praten en de schouderklopjes, Frans is organisatorisch sterk en kan het grote geheel goed overzien.”

Dat ze allebei nu instappen, heeft, buiten de clubliefde, te maken met het feit dat ze vinden dat de jeugdafdeling structuur ontbeert. “Veel gaat goed hoor”, haast Schepers zich te zeggen. “Maar een beetje meer structuur zou geen kwaad kunnen.”

Van Breda: “Het heeft nu veel weg van hapsnap-beleid.” Schepers: “Dat klopt wel, ja. Als er iets moet gebeuren, gebeurt het, maar er zit geen plan achter. Eigenlijk doen we nog hetzelfde als toen we nog 150, 200 jeugdleden hadden, maar inmiddels zijn we meer dan verdubbeld. We hebben bijna vijfhonderd jeugdleden.

”Dat boerenclubje moeten we blijven qua gezelligheid, maar in de organisatie mag het ook wat professioneler worden. Ik kijk er door mijn managementervaring met andere ogen naar”, zegt Van Breda. “Hans is een peoplemanager, ik ben van de rechtlijnige oplossingen in de complete breedte. We vullen elkaar goed aan.”

“Prestatief doen we het met jeugd best aardig hoor”, vertelt Schepers. “In vrijwel alle leeftijdscategorieën spelen onze hoogste teams in de eerste klasse. Daar zit het probleem ook niet. Het gaat meer om hoe je je aandacht verdeelt tussen prestatie- en breedtesportvoetbal. Ik heb in het verleden vaak genoeg gezien dat een moeder een zak met ballen in handen kreeg gedrukt en dat ze het maar moest uitzoeken met de kinderen. Gelukkig is dat nu beter geregeld, worden er a4’tjes met trainingsvormen uitgedeeld, maar  het zou goed zijn als daar een structurele lijn inkomt.”

Van Breda: “Ik heb zelf twee zoons, waarvan er één speelt in een selectieteam en één in een niet-selectieteam. Het verschil wat daar voor wordt gedaan is te groot. Natuurlijk, er moet verschil zijn, maar ieder kind heeft wel aandacht nodig. Het is nu hét moment om alles goed te structuren. We krijgen body als jeugdtak.”

Schepers: “We willen beginnen om eerst de taken goed te beschrijven. Dan wordt het ook eenvoudiger om ouders voor functies te benaderen. Beter zestien taken bij twaalf personen, dan zestien bij drie. We willen dat dus in kleine potjes opdelen.”

 

“De uitdaging is om van al deze ongeslepen diamantjes één team te maken bij VV Vrederust.”

HALSTEREN – Zelf was hij als voetballer een veelscorende aanvaller. Na een aantal jaren ‘in de schaduw’ te hebben meegelopen als assistent-trainer, staat hij nu voor het eerst op eigen benen. Eric van de Watering zag bij VV Vrederust de uitdaging waar hij als trainer naar op zoek was.

“Ik ben vier jaar als assistent werkzaam geweest bij MOC’17 in Bergen op Zoom. Regelmatig kreeg ik wel eens de vraag of ik niet als hoofdtrainer aan de slag wilde. Maar het was toen niet het juiste moment of ik vond het niet de geschikte uitdaging. Toen VV Vrederust aanklopte, vond ik het na vier seizoenen assistent-trainer wél het moment om de stap te zetten. Doordat ik erg gemotiveerd en resultaatgericht wil werken, brengt het wel met zich mee dat men bij de club waar ik zou beginnen het maximale eruit moet willen halen wat erin zit. En dat geldt evenzoveel voor de spelersgroep waarmee ik moet werken. Ook zij moeten deze ambitie hebben. En bij Vrederust heb ik het gevoel dat iedereen diezelfde ambitie heeft.”

Uitlaatklep
Van de Watering heeft qua werk, een huwelijk én een verhuizing een druk jaar achter de rug gehad. Qua werk is hij in Antwerpen druk bezig met het opstarten van een nieuwe TBS-inrichting waarbinnen hij werkzaam is op de afdeling Sport. “Als ontspanning ben ik trainer/coach van Vrederust. Echt veel extra vrije tijd heb ik momenteel niet, maar het voetbal is een prima uitlaatklep om te kunnen ontspannen.”

De keuze voor Vrederust was voor de debuterend hoofdtrainer, in het bezit van een UEFA-C-diploma, in zijn ogen een hele bewuste én een hele logische. “Als je over een uitdaging praat met betrekking tot het professionaliseren van een vereniging dan denk ik dat Vrederust een redelijke uitdaging is. Wat echter de echte uitdaging is dat er bijna een geheel nieuw elftal is ontstaan met de veel nieuwe jongens van buitenaf die zich op het laatste moment hebben aangemeld bij Vrederust.”

”Het gaat hier om veel jonge jongens die gewoon willen voetballen. Het zijn stuk voor stuk ongeslepen diamantjes. Nu is het aan mij om daar een elftal van te maken wat stabiel, attractief maar zeker resultaatgericht voetbal gaat spelen en dat alles heeft mij doen beslissen om trainer te worden van VV Vrederust.”

Proces
Samen met zijn assistent Stefan van den Boom wil Van de Watering zich richten om bij Vrederust de gestelde doelen te gaan realiseren. Hij heeft getekend voor één seizoen, maar gezien het proces zal het daar wellicht niet bij blijven.  “Zoals je hebt kunnen lezen is er nog veel werk aan de winkel met betrekking tot het vormen van een elftal, het zijn veelal jongens die aardig kunnen voetballen maar die tactisch nog veel kunnen leren zowel individueel als in teamverband. Als we van elf kleine ruwe ongeslepen diamantjes één grote geslepen diamant kunnen maken, dan denk ik dat dit in een seizoen niet mogelijk is. Maar waar een wil is……….”

 

 

SV Hillegom neemt prestatievoetbal onder de loep

Op 9 december was het vijf jaar geleden dat SV Concordia en VV Hillegom samensmolten tot SV Hillegom. Met ruim veertienhonderd leden en een fraai nieuw complex staat de fusieclub nadrukkelijk op de kaart. Voor het nieuwe vijfjarenplan is het de vraag welke kant het op moet met de ‘inrichting’ van het prestatievoetbal.

Binnenkort houdt de club een buitengewone ledenvergadering waarbij het nieuwe beleidsplan (tot 2022) wordt besproken. “We hebben bij de start van de club gekozen om niet te betalen”, zegt voorzitter Han van den Hof. “Dat hebben we destijds weloverwogen gedaan. Het merendeel van de leden was de mening toegedaan dat we een club moesten zijn met behoud van een dorpse identiteit en daar paste geen spelersvergoedingen bij. Maar inmiddels zijn we vijf jaar verder en de club en de wereld om ons heen hebben zich ontwikkeld. Het is daarom goed om het huidige beleid tegen het licht te houden.”

Daarvoor heeft het bestuur van de club een beleidscommissie in het leven geroepen. Deze commissie heeft de opdracht met ‘onafhankelijke’ ogen te kijken naar wat de wensen van de leden en de mogelijkheden van de club in de toekomst zijn. “De commissie heeft van ons één simpele boodschap meegekregen: ga peilen wat er onder leden leeft. Daar kunnen dus twee dingen uitkomen. Of we vervolgen het huidige beleid of we brengen wat aanpassingen aan.”

Hillegom koos bij de start van de club in 2012 bewust om een stabiele tweedeklasser te zijn. “Met eigen spelers die stuk voor stuk zonder uitzondering contributie betalen. In ons eerste seizoen handhaafden we ons keurig, maar het seizoen daarop degradeerden we naar de derde klasse. Soms zie je dat het goed is om eerst een stap terug te doen om er later twee te kunnen zetten. In het derde seizoen werden we met een straatlengte voorsprong kampioen en het seizoen daarna stootten we via de nacompetitie meteen door naar de eerste klasse. Fantastisch natuurlijk, maar we merkten ook dat onze spelers op dat niveau zich in de kijker speelden en aantrekkelijk werden voor clubs die betalen.”

Afgelopen zomer stopte doelman Daan Ruigrok en vertrokken aanvaller Nick van Staveren (naar Noordwijk), Jeroen Dedel (SJC) en Maurice van der Neut (Noordwijk). “Vier sterkhouders”, weet Van den Hof. “Voor Daan Ruigrok kwam Rahim Gök van Legmeervogels, de andere posities hebben we ingevuld met jongens uit de eigen club. Daar is natuurlijk niks mis mee, maar Nick van Staveren en Jeroen Dedel waren samen goed voor 36, 37 goals. Dat vang je niet even op, dus we wisten dat we een moeilijk jaar zouden krijgen.”

De stand op de ranglijst in de eerste klasse bevestigt dat ook. De ploeg van trainer Arend Jan Kranenburg bivakkeert in de onderste regionen. “Onze situatie maakt de huidige discussie alleen maar actueler”, meent Van den Hof. “Als de beleidscommissie haar werk heeft gedaan, gaan wij als bestuur een mening vormen.”

Hij kan zich voorstellen dat er een aanpassing komt in het beleid. “Maar we gaan ons niet spiegelen aan een FC Lisse, Quick Boys of Katwijk. Dat zijn veredelde profclubs die werken met arbeidscontracten. Dat willen we pertinent niet. Als we overgaan tot spelersbetalingen zal dat zijn in de vorm van een vergoedingsysteem op basis van prestatie, puntengeld dus. En ik kan me ook voorstellen dat we niet willen dat we een doorgangshuis worden voor voetballers die voor twintig of dertig euro meer weer vertrekken. Er moet dus een limiet komen aan spelers van buitenaf.”

Zo’n besluit heeft volgens Van den Hof een grote impact op de club. “Het moet ook wel te realiseren zijn met sponsors. Er moet geld op tafel komen. Voor ons als bestuur geldt dat welke beslissing er ook door de leden genomen wordt, het een breed gedragen besluit moet zijn.”

 

Paulo Lopulalan over het nieuwe complex en de nieuwe aanwinsten van Leerdam Sport ’55.

Leerdam Sport ’55 speelt momenteel haar wedstrijden nog op Sportpark Leerdam Sport, maar dit zal vanaf het seizoen 2019/2020 niet meer het geval zijn. Er wordt vanaf komende zomer namelijk gewerkt aan een nieuw complex voor de club uit Leerdam. Het VoetbalJournaal is in gesprek gegaan met Paulo Lopulalan, Hoofd Technische Zaken bij Leerdam Sport ’55, over o.a. het nieuwe complex, het huidige seizoen en de nieuwe aanwinsten voor komend seizoen.

Paulo Lopulalan: ‘’De gemeente koopt de huidige grond over om het bestemmingsplan betreft huizenbouw te kunnen uitvoeren. Leerdam Sport ligt hiervoor eigenlijk deels in de weg en zodoende heeft de gemeente ons uitgekocht. Totdat wij gaan verhuizen naar de nieuwe accommodatie, is de grond nog eigendom van Leerdam Sport.’’

Bouw nieuw complex
Komende zomer zal de bouw van het nieuwe complex gaan beginnen. Tevens is er de mogelijkheid om eerder aan de bouw te beginnen, doordat de hockeyclub -die momenteel op de locatie zit- eerder dan gedacht verhuist naar het sportpark van LRC. ‘’Als alles volgens planning verloopt, dan kunnen wij vanaf het seizoen 2019/2020 verhuizen en onze wedstrijden gaan afwerken op het nieuwe sportpark.’’ gaf Lopulalan aan.

Huidig en komend seizoen
Op sportief gebied gaat het dit seizoen minder met Leerdam Sport ’55.  Lopulalan gaf aan dat hoewel op papier alles nog mogelijk is, dat als men realistisch naar de situatie kijkt dat het nagenoeg onmogelijk is om degradatie naar de 4e klasse te voorkomen. ‘’Wij liggen al een straatlengte achter op de concurrentie en ook ik zie handhaving niet meer gebeuren. Onze ambitie is dan ook zo snel mogelijk (terug) te promoveren naar de 3e klasse en het is niet van belang of dit gebeurt via een kampioenschap of via de nacompetitie.’’

Het is dan ook niet gek dat de club al de nodige versterkingen heeft gehaald voor komend seizoen. De nieuwe aanwinsten zijn eigenlijk allemaal bekenden van de club. De huidige assistent-trainer Yoni Sahertian wordt volgend jaar de hoofdtrainer en neemt het over van Gerrie Schaap. De nieuwe aanwinsten voor de spelersgroep hebben bijna allemaal een verleden bij Leerdam Sport ’55 en de club nog steeds een warm hart toe dragen.

Lopulalan: ‘’Van de nieuwe aanwinsten komen er drie spelers van buiten Leerdam, waarvan er één speler op het moment nog bij FC Engelen, in de buurt van ‘s-Hertogenbosch, speelt. Deze speler is een neefje van onze huidige keeper en zodoende zijn wij met hem in contact gekomen. Daarnaast komen er twee jongens uit Culemborg, maar die zijn al bekend bij de club. De overige aanwinsten zijn allemaal afkomstig uit Leerdam.’’

Visie en uitvoering gaan hand in hand
Op deze wijze gaan de visie van Leerdam Sport ’55 en de uitvoering hand in hand, aangezien het bestuur ernaar streeft om de club het ‘Leerdamse’ gezicht en karakter terug te geven. ‘’Vandaar dat er spelers die afkomstig zijn uit Leerdam en/ of een verleden hebben in Leerdam worden benaderd om terug te komen naar de club. Wij streven er als club naar om een selectie op te bouwen, waarin 85% van de spelers afkomstig is uit Leerdam. De achterliggende gedachte achter deze visie is het vergroten van de binding tussen de selectie en de rest van de club.’’

 

Keeper Davey van Pelt wil omhoog met IFC

Na drie seizoenen in de hoofdmacht van Dubbeldam (zondag) verruimde Davey van Pelt dit seizoen zijn blik. De jonge goalie, hij is nog altijd pas twintig jaar, stapte over naar IFC. Hij werd direct eerste keus in de zondaghoofdmacht en voelt zich beter worden.

H-I-AMBACHT – Dat Davey van Pelt weinig moeite had om zich bij hoofdklasser IFC aan te passen aan het hogere voetbalniveau, wekt op zich geen verbazing. Op jonge leeftijd speelde hij zich al in de kijker bij Feyenoord en na een jaar in de jeugdopleiding ‘op Zuid’ verkaste hij naar Rotterdam-West om zich verder te laten bijspijkeren in de voetbalschool van Sparta Rotterdam. ”Daar deed ik wel ervaring op die nu ook bij IFC weer om de hoek komt kijken’’, aldus Van Pelt.

”Na drie seizoenen bij Dubbeldam merkte ik bij IFC wel heel snel dat keepen in de hoofdklasse echt anders is. Een groot verschil is dat elke kans een schot op doel oplevert, dus echt tussen de palen. Aanvallers zijn zó doelgericht’’, schetst Van Pelt. Nadat hij in de voorbereiding de concurrentiestrijd naar zijn hand zette, was hij in competitieverband echter snel gewend. ”Eén of twee duels was het wennen. Nu houd ik mij goed staande in de hoofdklasse’’, aldus Van Pelt. De overstap had volgens de doelman ‘niet beter kunnen uitpakken.’

”Na drie seizoenen bij Dubbeldam voelde ik dat ik toe was aan een volgende stap. Vorig seizoen, mijn laatste bij die club, merkte ik dat alles een beetje minder werd. Uiteindelijk volgde ook degradatie en ik zag het niet zitten om in de derde klasse van het zondagvoetbal aan de slag te gaan’’, aldus Van Pelt, wiens ambitie het juist is om omhoog te kijken tijdens zijn voetballoopbaan. Zoals elke voetballer die ooit enige jaren in de jeugdopleiding van een betaald voetbalclub doorbracht, droomde ook hij via de achterdeur een tweede kans als voetbalprof te krijgen. ,,Natuurlijk was dat een droom.’’

Of dat er ooit nog van gaat komen, durft Van Pelt nu niet meer te zeggen. Voorlopig is hij vooral blij met zijn keuze voor IFC. ”Wie had dat gedacht. Ik in de jeugd in elk geval niet’’, wijst hij lachend op de rivaliteit die hij in zijn jonge jaren voelde jegens de roodzwarten uit Hendrik-Ido-Ambacht. Van die gevoelens is nu geen enkele sprake meer.

”Toen ik besloot om bij Dubbeldam te vertrekken en verder te kijken, kwam IFC al snel op mijn pad. Dat voelde goed en ik had dan ook al snel geen behoefte meer om verder om mij heen te kijken. Het was voor mij snel duidelijk dat ik naar deze club wilde. Ik heb het hartstikke naar mijn zin. Er staat een fantastische groep, met veel ervaren spelers die mij ontzettend goed helpen. Voorlopig hoef ik hier zeker niet weg.”

”Ja, ik wil nog steeds omhoog, maar misschien kan ik die ambitie ook wel waarmaken met IFC. De selectie bestaat voor een groot deel uit spelers die hier al jaren zijn en die stabiel meedraaien in de hoofdklasse. Waarom zou je dan niet een keer de stap naar de derde divisie kunnen maken?’’

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.