Home Blog Pagina 1426

CvdW: v.v. NVS – Ferry van Geel

Deze editie is v.v. NVS de Club van de Week en wij spraken met Ferry van Geel over de club, zijn functie als bestuurslid en zijn verwachting voor de komende uitwedstrijd tegen Aardenburg. Ferry van Geel (31) is al betrokken bij de club uit Nieuw-Vossemeer sinds dat hij vijf jaar oud was en is nog steeds actief als speler.

Toen Ferry van Geel nog een kind was, kwam hij bijna iedere dag bij NVS. In zijn carriere als speler heeft hij alle jeugdteams doorlopen en speelde hij op zijn 15e al in het eerste elftal van NVS. De afgelopen jaren is Van Geel actief in het tweede elftal van de club. Dat Van Geel is doorgeschoven naar het tweede elftal, ligt volgens hem voornamelijk aan het fysieke ongemak dat hij heeft ondervonden (met name blessures).

Dit seizoen is Ferry van Geel bezig aan zijn vierde jaar als bestuurslid Materiële Zaken. Hij verzorgt het materiaal voor de elftallen en leden. Van Geel gaf aan dat zijn vader een grote rol speelde in zijn beslissing om een bestuursfunctie op zich te nemen.

‘’Mijn vader deed van alles en vervulde veel taken binnen het bestuur. Hij was een echte NVS-man. Een van zijn taken was het verzorgen van de materialen, wat nu mijn taak is. Mijn vader is overleden in 2003, toen ik nog best jong was. Zo’n vier jaar geleden kwamen er een paar vacatures vrij in het bestuur en dacht ik bij mijzelf: Ja, ik wil iets binnen het bestuur gaan doen. Zodoende ben ik eigenlijk in het bestuur gerold.’’

De kracht van v.v. NVS
Wat de club zo mooi maakt, in de ogen van Ferry van Geel, zijn het dorpse karakter en de vele vrijwilligers. De binding vanuit het dorp met de club is ontzettend groot. ‘’Zelf woon ik niet meer in Nieuw-Vossemeer, maar in Halsteren. Ik ga natuurlijk nog een paar keer per week en ik zal zelf nooit ergens anders willen voetballen.’’  Van Geel gaf aan dat er meerdere mensen zijn die niet meer in Nieuw-Vossemeer wonen, maar toch nog steeds bij NVS spelen. ‘’Dat is iets wat mij echt opvalt binnen de club.’’

Verwachting komende wedstrijd
Ferry van Geel is iedere wedstrijd nog langs de lijn te vinden bij het eerste elftal. ‘’De binding met het eerste elftal heb ik altijd gehouden. Af en toe zou ik het iets meer los moeten laten, maar dat kan ik niet’’, grapte hij vervolgens. ‘’Afgelopen weekend speelde het eerste uit bij Vogelwaarde, toen ben ik ook gaan kijken.’’

Voor v.v. NVS 1 is het spelen op natuurgras momenteel een uitdaging, meent Van Geel. ‘’Wij beschikken zelf namelijk over een kunstgras, waar het eerste elftal zowel op traint als de thuiswedstrijden op speelt. Ik hoop dat de spelers er zelf geloof hebben in het feit dat zij nog kunnen promoveren. Daarnaast is het zelfs nog steeds mogelijk om kampioen te worden. Als ze er als team naar Aardenburg toe gaan en bereid zijn te werken voor elkaar, dan ben ik ervan overtuigd dat NVS zal winnen.’’

Ferry van Geel voorspelt een 2-1 overwinning voor de club uit Nieuw-Vossemeer.

Daarnaast hoopt Ferry van Geel dat het eerste elftal kampioen wordt om zo de huidige trainer een mooi afscheid te geven. De huidige trainer stopt na dit seizoen namelijk bij NVS. ‘’Dat zal een mooi afscheid zijn, aangezien hij een echte clubman is.’’

CvdW: v.v. NVS - Ferry van Geel

 

Elvis Versluis wil swingen op links bij v.v. Oude Maas

Hij streek deze zomer neer bij v.v. Oude Maas. Elvis Versluis (28) speelde betaald voetbal, topklasse, maar vindt het nog te vroeg om echt af te bouwen. Hij wil met Oude Maas een goed seizoen draaien in de eerste klasse. “En plezier hebben.”

“Ik heb een paar jaar geleden met Amstelwijck tegen v.v. Oude Maas gespeeld. De club kende me nog van die twee wedstrijden. Ik moet ook eerlijk zeggen dat er verder niet heel veel andere clubs hebben gebeld”, is Versluis eerlijk. Hij droeg het shirt van Excelsior, FC Dordrecht, FC Den Bosch, ASWH, Capelle, Amstelwijck en RVVH. “Met Capelle wilde ik graag de topklasse halen. Dat is gelukt. Nu wil ik op een goed niveau bij Oude Maas spelen.”

Tijdens het Albrandswaardtoernooi gaf hij zijn visitekaartje af. Vooral in de eerste helft van de finale tegen Poortugaal was de linkspoot nadrukkelijk aanwezig. Hij bereidde de 1-1 voor en schoot zelf op prachtige wijze de 2-1 binnen. “Ik moet tijdens de voorbereiding altijd even wennen”, zegt Versluis. “In de tweede helft kwam ik wat minder aan de bal. Dat kwam ook doordat we door een rode kaart snel met een man minder speelden.”

Hij beseft dat hij is terechtgekomen bij een ploeg die met bescheiden middelen het vege lijf moet redden in de eerste klasse. “Dat is helemaal niet erg hoor. Wij zijn in deze sterke eerste klasse in ieder geval geen favoriet. Daar zullen we ons naar moeten gedragen. Waar het kan aanvallend voetbal spelen en de tegenstander onze wil opleggen, en waar het niet kan – tegen teams die voetballend beter zijn – aanpassen. Ik kan zelf op de hele linkerkant uit de voeten. Bij 4-3-3 als linksbuiten, bij een twee spitsensysteem als linkermiddenvelder of, als het moet als linksback.”

 

‘We willen Robert Mars herdenken en de kinderen een leuke dag bezorgen bij v.v. Beesd’

Op www.robertmarstoernooi.nl staat er een klok die aftelt tot 2 juni 2018: dan vindt de zevende editie plaats van het Robert Mars toernooi. Dit is het jaarlijkse toernooi dat erg veel geld oplevert voor KiKa. Wel veertig tot vijfenveertig jeugdteams komen op die dag naar v.v. Beesd toe.

Op 11 april 2011 verloor Robert Mars de strijd tegen kanker. De geliefde speler van v.v. Beesd werd slechts tien jaar oud. “Het was een fantastisch mannetje, een echte vechter. Hij was altijd vrolijk en zeer positief, ondanks zijn ziekte. Hij had de wens om beroemd te worden als hij eenmaal volwassen was”, vertelt Roy Kroeze.

Oud werd Robert Mars helaas niet, maar een grote groep vrijwilligers zorgt er al jaren voor dat zijn naam absoluut niet vergeten wordt in Beesd en omgeving. Dat komt dus voornamelijk door het naar hem vernoemde jeugdtoernooi dat jaarlijks wordt gehouden op sportpark Molenzicht.

“Robert mag niet vergeten worden en het doel is natuurlijk ook om jeugdteams, bestaande uit jongens met dezelfde leeftijd die Robert had, een leuke dag te bezorgen”, legt Kroeze uit. Hij is onderdeel van een zevental dat zich bemoeit met de organisatie van de dag. Kroeze benadrukt de achterliggende gedachte van het toernooi. “Gedurende het hele jaar zamelen we geld in voor KiKa en ook tijdens het toernooi worden er spullen verkocht waarvan de opbrengst naar dat doel gaat.

Op deze manier dragen wij een steentje bij aan onderzoek naar en de behandeling van kinderkanker. Daarnaast hebben we ontzettend veel sponsoren die we dankbaar zijn.” Kroeze is erg fanatiek in zijn vrijwilligerswerk, dat is duidelijk. Hij weet exact het totaalbedrag dat na zes edities naar KiKa is gegaan. “101.500 euro. Een heel mooi bedrag, waar we erg trots op zijn”, aldus de clubman van v.v. Beesd.

Het Robert Mars Toernooi kent een aantal vaste tradities. De teams zijn altijd ruim voor aanvang van het toernooi bij v.v. Beesd en betreden onder de klanken van het nummer ‘Ping Pong Song’ van Armin van Buuren het veld. Hierna volgt er een officieel praatje over Robert Mars. “De jonge deelnemers die hier te gast zijn, snappen logischerwijs niet precies het hele verhaal”, legt Kroeze uit.

“Maar ze beginnen allemaal te dansen en te springen als we vlak voor aanvang van het toernooi het lievelingslied van Robert draaien, dat was de song ‘Bier en Tieten’. Dat nummer draaiden we ook op zijn begrafenis en zorgde voor wat vrolijkheid op die droevige dag”, aldus Kroeze. Daarna draait het voornamelijk nog maar om voetbalplezier bij de deelnemers. In totaal lopen er dan honderd vrijwilligers rond op het sportpark die ervoor zorgen dat de dag goed verloopt.

De prijsuitreiking wordt meestal gedaan door een bekende Nederlander. “Hans van Breukelen is een keer geweest, net als scheidsrechter Reinold Wiedemeijer”, zegt Kroeze. “Het is prachtig dat zij langskomen en ze verdiepen zich ook echt in het toernooi voordat ze langskomen, dat is heel speciaal.” Het duurt nog lang, maar Kroeze kijkt alvast uit naar de editie van 2018. “Elk jaar is het weer een fantastische dag en tot nu toe halen we elke keer weer meer geld op dan tijdens vorige edities. Dat is ook nu weer het doel.”

 

 

SSC’55 wil doorpakken op het gebied van vrouwen- en meidenvoetbal

 Het vrouwen-en meidenvoetbal wordt bij SSC.’55 zeer serieus genomen. Nieuwkomer Ronny Birdja gaat er het eerste vrouwenteam trainen en daarnaast het meisjesvoetbal coördineren. Op deze manier zet SSC’55 koers richting een toekomst met een goed gestructureerde jeugdafdeling voor jongedames.

SPRANG-CAPELLE – SSC’55 pakt het damesvoetbal goed aan en kan putten uit een groeiende kern van gemotiveerde speelsters. De club telt nu een dameselftal uitkomend, in de vijfde klasse, en een 7-tal dat speelt in de zesde klasse, district West. In de jeugd heeft de club drie meidenteams. Met het aantrekken van Ronny Birdja als coördinator en trainer van Dames 1 voor komend seizoen onderstreept de vereniging haar doelstelling om meisjes en dames een serieus podium bieden.

Bij de dames van tweedeklasser v.v. Gilze werd hij in zijn eerste jaar bij die club kampioen. En bij RWB uit Waalwijk richtte hij met enkele andere leden een nieuw dameselftal op. “Het dameselftal moet een boost krijgen, dat vind ik belangrijker dan kampioen worden. We willen aan de omgeving laten zien dat de club damesvoetbal naar een hoger plan wil tillen”, zo sprak Birdja op de clubwebsite van SSC’55 na zijn aanstelling.

Niels van den Hoven is trainer van het tweede team en hij begint dit seizoen aan zijn tweede jaar als trainer/coach van SSC’55 Dames 2. Nadat hij wegens blessures besloot om te stoppen als voetballer van het vierde elftal, wilde hij naast zijn bestuurlijke rol als communicatieman ook op de velden van de zaterdagclub van Sprang-Capelle actief blijven. “Dames 2 zocht nog iemand die het team wilde begeleiden en toen ben ik de uitdaging aangegaan”, legt hij uit. Het zevental werkt komend jaar, net als vorig seizoen, een hele competitie af op een half veld”, aldus de trainer. “De meiden zijn enthousiast en willen graag presteren, dat maakt het als trainer ook leuk.”

“In onze damesselectie spelen nu dertig speelsters”, zegt Van den Hoven. Het is erg fijn dat we over een grote groep beschikken, want de ervaring leert ons dat we iedereen goed kunnen gebruiken. Samen met Ronny ga ik de trainingen verzorgen. De beste voetbalsters spelen in het eerste elftal, de rest neem ik onder mijn hoede bij Dames 2. Maar we vormen sowieso één selectie en het is leuk dat de onderlinge verhoudingen erg goed zijn, ondanks behoorlijk uiteenlopende leeftijden van de speelsters. De oudste is 59 en het de jongste dame 20 jaar oud”, aldus de trainer.

Meisjesvoetbal groeit in Nederland erg snel als sport en Van den Hoven is blij met de ontwikkelingen bij SSC’55. “We doen er alles aan om jonge meiden te binden aan onze club. Iedereen is welkom bij ons en we willen zowel jongens als meisjes het zo goed mogelijk naar hun zin maken hier. Het is mooi om te zien hoe we flinke stappen maken op dat gebied. De toekomst ziet er rooskleurig uit voor onze vereniging.”

 

 

Voorgevoel Gerrit Molenaar bewaarheid voor HSSC’61 in West I

©Foto: DBRN Fotografie

In de aanloop naar het nieuwe seizoen verheugde Gerrit Molenaar zich enorm op zijn trainersklus bij derdeklasser HSSC’61, waar hij na zeven(!) seizoenen bij ASH aan de slag ging. Maar de inwoner van Hank had ook een voorgevoel over de indeling van het standaardteam van de club uit Hei- en Boeicop dat een plekje had gekregen in de derde klasse D van het district West I. En dat voorgevoel is enkele maanden later ook bewaarheid geworden.

Voorgevoel Gerrit Molenaar bewaarheid voor HSSC’61 in West I
HEI- EN BOEICOP – Na een langdurige periode bij ASH leek voorlopig een einde te komen aan de trainersloopbaan van Gerrit Molenaar. ,,Ik was bijna rond met Dongen, om daar te beginnen als hoofd opleidingen, tot het telefoontje van HSSC’61 kwam. En daar werd ik best wel enthousiast van, want ik dacht meteen: ‘Dat is een mooie club met een prachtig complex en prima faciliteiten. Dat positieve gevoel werd nog eens versterkt door het eerste gesprek dat ik had. Ik was zelfs een beetje onder de indruk van wat ik zag en hoorde.’’

De match werd daarna snel beklonken en Gerrit Molenaar, trainer van de lange adem bij ASH waar hij zeven jaargangen werkzaam was, werd de nieuwe oefenmeester van HSSC’61 als opvolger van Maarten Boverhof. Een trainer ook, die in de voorbereiding een extra boost aan positivisme kreeg. ,,Vanaf de eerste training is het enthousiasme en de inzet van de selectie geweldig. Het is een heerlijke groep om mee te werken. En in de voorbereiding heb ik mijn vingers afgelikt bij datgene wat de ploeg liet zien tegen clubs als Arkel en NOAD’32. Het droop ervan af.’’

Maar er was bij Molenaar tegelijkertijd ook dat schurende gevoel. Bij het vernemen van de indelinghad hem al het gevoel bekropen, die onderbuikkriebel dat de verwijdering uit het district Zuid I en de uitlening aan district West I wel eens voor onprettige verrassingen zou kunnen gaan zorgen. ,,Onze roots liggen meer in de regio Gorinchem-Leerdam, heb ik meteen geroepen. Die ontmoetingen met de clubs uit de regio Dordrecht of een plek in de poule met clubs als Sleeuwijk en NOAD’32 was veel mooier geweest.’’

En het voorgevoel van Molenaar, in het dagelijks leven werkzaam bij de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda, bedroog hem in dit geval niet. ,,Het niveau in West I van de teams ligt echt ook. We hebben na negen wedstrijden zo’n beetje het hele linkerrijtje gehad en moeten opboksen tegen clubs die vele malen groter zijn dan de dorpsclub HSSC’61. Bij Jonathan, een van onze tegenstanders, lopen een tachtigtal jeugdteams. Benschop, DESTO, DOSC, Maarssen, stuk voor stuk clubs met een enorm ledental en een geweldige achterban. Dan hoef ik je niks meer te vertellen hoe de verhoudingen in deze klasse liggen. En als ik dat dan vergelijk met bijvoorbeeld NOAD’32, dat in Zuid I op kop staat terwijl we die ploeg in de voorbereiding een helft lang onze wil oplegden, dan zegt me dat ook genoeg.’’

Gerrit Molenaar baalde daarbij ook nog eens van het vertrek van aanvaller Lucas van Dam, die koos voor een avontuur bij Delta Sports. ,,De productie van Lucas hadden we heel goed kunnen gebruiken. En het vervelend is, het avontuur was snel voor hem ten einde maar hij had wel een bindende wedstrijd gespeeld waardoor hij het hele seizoen niet meer in actie mag komen. Hij traint nu wel weer met ons mee, maar voor die jongen is het enorm balen dat hij enorm fit is en niks meer kan en mag doen.’’

Frenkie de Jong
Met een voorbeeldige instelling tracht HSSC’61 dit seizoen te overleven in de sterke derde klasse-poule in West I. ,,Als we drie ploegen onder ons weten te houden en gevrijwaard blijven van degradatie en de nacompetitie dan hebben we het echt fantastisch gedaan’’, stelt de keuzeheer, die de sprokkeltoer in de eerste negen wedstrijden zeven punten zag opleveren. ,,De instelling van het elftal is voorbeeldig, maar persoonlijke fouten hebben er mede voor gezorgd dat we wel wat punten meer hadden kunnen pakken. Bij koploper Benschop hebben we ons bijvoorbeeld geweldig geweerd, maar dat leverde niets op. Dat is wrang.’’

Het humeur van Molenaar lijdt echter niet onder de huidige prestaties. ,,De omstandigheden waarin ik kan werken, zijn geweldig. De samenwerking met assistent-trainer Ton Kool verloopt uitermate goed. Over de jongens, die stuk voor stuk honderd procent geven, niks dan lof. En met het aangelegde kunstgras zijn de trainingsmogelijkheden er omstandigheden er nog beter op geworden.’’

Het hoofdstuk HSSC’61 volgt op een trainersloopbaan die Molenaar al veel heeft gebracht. Sliedrecht, Arkel, Herovina en Be Ready waren clubs waar hij werkte. Ook was hij verbonden aan de jeugdopleiding van RKC en Willem II, waar hij werkte met  huidig Ajacied Frenkie de Jong. ,,Toen al een geweldig ventje en mooi om te zien hoe hij zich verder heeft ontwikkeld. Zijn vader John is ook een hele fijne vent. Ik ben benieuwd hoe de carrière van Frenkie zich verder gaat ontwikkelen. En ook hoe ons seizoen verder zal verlopen. Voor de winterstop krijgen we nog allemaal ploegen die om ons heen staan in de ranglijst. Daar zullen we punten van moeten pakken.’’

 

Van Kooten krijgt er geen genoeg van bij SSW.

In de jaren negentig was hij al eindverantwoordelijke aan de Zeehavenlaan. In de afgelopen jaren fungeerde hij meermaals als interim-trainer. En ook nu staat Pieterman van Kooten aan het roer bij SSW in Dordrecht. ,,Een soort Heintje Davids ben ik‘’, vertelt Van Kooten.

DORDRECHT – Eind oktober kreeg Pieterman van Kooten de vraag voorgelegd. Wilde hij nog een keertje het roer overnemen bij SSW? ,,Trainers die tijdens het seizoen weggaan, doen dat altijd per direct. Ze zullen niet zeggen: over een maand stop ik. Als club moet je dan dus in korte tijd een opvolger vinden. Zo kwam men dus bij mij uit. Het is een klein clubje, dat laat je niet vallen. Ik ben ook echt een jongen van de club’’, legt Van Kooten uit. ,,Wel heb ik gelijk Dennis van der Gijp gevraagd om mij te helpen. Die liet twee jaar geleden eens weten nog eens met mij te willen samenwerken en dat heb ik altijd onthouden. En ook oud-speler Rayson Mongen is erbij. We doen het dus met z’n drieën.’’

Die ondersteuning is nodig ook, want anders zou Van Kooten zijn bed haast wel in de kantine van SSW kunnen parkeren. Behalve interim-trainer is hij namelijk ook nog altijd trainer van de JO19-1, het hoogste jeugdteam van de club. ,,Ik was op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag op de club voor trainingen. Op zaterdag de hele dag op pad met de jeugd en op zondag het eerste elftal’’, vertelt Van Kooten. Dat werd door het thuisfront niet gewaardeerd. ,,Mijn vrouw vroeg waar ik helemaal mee bezig was. Nu is het anders geregeld. Op dinsdag train ik eerst de jeugd, daarna sluit ik aan bij het eerste elftal waar Dennis en Rayson dan al mee zijn begonnen. Op woensdag doe ik de JO19 en op vrijdag het eerste elftal.’’

De combinatie van het vlaggenschip en het hoogste jeugdelftal biedt overigens ook voordelen, betoogt Van Kooten. ,,We hebben een smalle selectie en doen daarom regelmatig een beroep op spelers uit de JO19. Dan is het een voordeel dat ik weet wat daar rondloopt. En omdat ik op zaterdag bij de wedstrijden ben, kan ik spelers vragen of zij op zondag mee willen. Steeds andere spelers. Dan merk je ook snel genoeg wie er om staan te springen en wie liever op zondag thuisblijft om te gamen. Want ja, dat is bij de jeugd ook belangrijk. Soms zelfs belangrijker dan een training.’’

Drietal ook volgend seizoen actief
Pieterman van Kooten, Dennis van der Gijp en Rayson Mongen zijn ook volgend seizoen actief bij het eerste elftal van SSW. ,,Instappen is prima, maar dan moet je het maar zien op te pakken. Niets is zo leuk als een seizoen beginnen met een groep. Dan kun je zelf de afspraken maken en hoef je niet meer te proberen om de klok terug te draaien. We hebben er met z’n drieën veel plezier in, dus hebben we afgesproken dat we ook volgend seizoen wel voor de groep willen staan’’, legt Van Kooten uit.

 

Van Kooten krijgt er geen genoeg van bij SSW.

In de jaren negentig was hij al eindverantwoordelijke aan de Zeehavenlaan. In de afgelopen jaren fungeerde hij meermaals als interim-trainer. En ook nu staat Pieterman van Kooten aan het roer bij SSW in Dordrecht. ,,Een soort Heintje Davids ben ik‘’, vertelt Van Kooten.

DORDRECHT – Eind oktober kreeg Pieterman van Kooten de vraag voorgelegd. Wilde hij nog een keertje het roer overnemen bij SSW? ,,Trainers die tijdens het seizoen weggaan, doen dat altijd per direct. Ze zullen niet zeggen: over een maand stop ik. Als club moet je dan dus in korte tijd een opvolger vinden. Zo kwam men dus bij mij uit. Het is een klein clubje, dat laat je niet vallen. Ik ben ook echt een jongen van de club’’, legt Van Kooten uit. ,,Wel heb ik gelijk Dennis van der Gijp gevraagd om mij te helpen. Die liet twee jaar geleden eens weten nog eens met mij te willen samenwerken en dat heb ik altijd onthouden. En ook oud-speler Rayson Mongen is erbij. We doen het dus met z’n drieën.’’

Die ondersteuning is nodig ook, want anders zou Van Kooten zijn bed haast wel in de kantine van SSW kunnen parkeren. Behalve interim-trainer is hij namelijk ook nog altijd trainer van de JO19-1, het hoogste jeugdteam van de club. ,,Ik was op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag op de club voor trainingen. Op zaterdag de hele dag op pad met de jeugd en op zondag het eerste elftal’’, vertelt Van Kooten. Dat werd door het thuisfront niet gewaardeerd. ,,Mijn vrouw vroeg waar ik helemaal mee bezig was. Nu is het anders geregeld. Op dinsdag train ik eerst de jeugd, daarna sluit ik aan bij het eerste elftal waar Dennis en Rayson dan al mee zijn begonnen. Op woensdag doe ik de JO19 en op vrijdag het eerste elftal.’’

De combinatie van het vlaggenschip en het hoogste jeugdelftal biedt overigens ook voordelen, betoogt Van Kooten. ,,We hebben een smalle selectie en doen daarom regelmatig een beroep op spelers uit de JO19. Dan is het een voordeel dat ik weet wat daar rondloopt. En omdat ik op zaterdag bij de wedstrijden ben, kan ik spelers vragen of zij op zondag mee willen. Steeds andere spelers. Dan merk je ook snel genoeg wie er om staan te springen en wie liever op zondag thuisblijft om te gamen. Want ja, dat is bij de jeugd ook belangrijk. Soms zelfs belangrijker dan een training.’’

Drietal ook volgend seizoen actief
Pieterman van Kooten, Dennis van der Gijp en Rayson Mongen zijn ook volgend seizoen actief bij het eerste elftal van SSW. ,,Instappen is prima, maar dan moet je het maar zien op te pakken. Niets is zo leuk als een seizoen beginnen met een groep. Dan kun je zelf de afspraken maken en hoef je niet meer te proberen om de klok terug te draaien. We hebben er met z’n drieën veel plezier in, dus hebben we afgesproken dat we ook volgend seizoen wel voor de groep willen staan’’, legt Van Kooten uit.

 

Bij Willem Bosschaart van MVV’27 gaat het om de baas zijn over de bal.

Wie Willem Bosschaart tegen het lijf loopt, verbaast zich over het feit dat de inwoner van Maassluis de pensioengerechtigde leeftijd – hij is 66 jaar – al heeft gepasseerd. Hij is zo fit als een hoentje. “De jeugd houdt me jong”, denkt Bosschaart, die bij MVV’27 sinds drie jaar hoofd jeugdopleiding is.

“Ik ben officieel vijftien uur in de week in dienst bij de club, maar ik loop hier vaak meer dan 25 uur.” Bosschaart ademt voetbal. Opgegroeid in Rotterdam als speler van het roemruchte Zwart-Wit’28 (‘ik was net niet goed genoeg voor het eerste elftal’) kwam hij in de zeventiger jaren bij MVV terecht. “Ik ging wonen in Maassluis. Ik ben eerst bij Excelsior, MSV’71 en VDL gaan kijken. Ik had daar niet het gevoel wat ik wel meteen bij MVV had. Het voelde hier meteen vertrouwd. Inmiddels loop ik hier al bijna veertig jaar.”

Hij voetbalde drie jaar in de selectie, totdat een rugblessure hem dwong het rustiger aan te gaan doen. Toen al was hij jeugdtrainer. “Ik weet nog goed, na twee jaar werd gevraagd door de club of ik mee wilde lopen met een elftalletje, de E4. We haalden één punt, nul doelpunten voor, een heleboel tegen. Maar het was een topjaar. Ik was verkocht.”

“Ik heb de afgelopen 25 jaar allerlei teams getraind. B1, C1, D1. Noem ze maar op. Ik ken iedereen.” Want zo groot is de jeugdafdeling van MVV ook weer niet. “We hebben de laatste jaren helaas te maken met een terugloop. Maasland is aan het vergrijzen. Vroeger had je bij de E of D soms acht teams, nu is dat nog maar de helft. Dat zie je ook terug in de kwaliteit. Het niveauverschil binnen een team is soms groot.”

“Ik ben er voor alle teams”, zegt Bosschaart. “Dus niet alleen voor de selectieteams, ook voor de E4 en D3. Ik ben het klankbord voor de trainers en hou de grote lijnen in de gaten. Ik schrijf de trainers geen training voor, ik geef wel tips en probeer handvatten aan te reiken. We beleggen regelmatig trainingen waar we zelf als trainers van alles voordoen aan elkaar en uitproberen. Zo leren we van elkaar. Acht tot tien keer per jaar geef ik zelf techniektraining. Ik vind dat tot en met de D alles met de bal gedaan moet worden. Looptraining kan best, maar wel met een bal.”

“De balbehandeling is zo belangrijk. Wie de baas is over de bal, heeft al een voorsprong.” Hij ziet op een zaterdag veel jeugdwedstrijden. “In de middag kijk ik naar het eerste, waar veel eigen opgeleide spelers spelen, of naar de A1. Dat team is gepromoveerd naar de hoofdklasse.”

 

 

Ingmar Quist moet MZC’11 weer omhoog helpen.

©Foto: Kees Bin

MZC’11 werd twee seizoenen geleden nog met speels gemak kampioen van de tweede klasse van het zaterdagvoetbal en promoveerde vol goede verwachtingen naar de eerste klasse. Het avontuur resulteerde echter in een rechtstreekse degradatie.

Volgens sterkhouder Ingmar Quist had de degradatie vooral te maken met de zwakke start. “De eerste overwinning bleef  te lang uit. Dit kwam het vertrouwen en ook ons spel niet ten goede.” Uiteindelijk degradeerde de ploeg uit Zierikzee, na een kleine opleving na de winterstop, als hekkensluiter uit de eerste klasse.

Aanvaller Quist was dan ook realistisch. “Er waren wedstrijden bij dat we meer verdienden, maar we misten net dat beetje geluk.  Daarnaast kregen we te maken met een paar langdurige blessuregevallen. Uiteindelijk kun je niks anders concluderen dan dat we te weinig hebben gebracht in de eerste klasse, en dat de selectie kwalitatief niet goed genoeg was.”

Komend seizoen wordt MZC’11 door velen als één van de titelkandidaten bestempeld. Quist tempert de verwachtingen enigszins. “Met de spelers die zijn vertrokken hebben we behoorlijk wat aan ervaring ingeleverd.  Het elftal is voornamelijk aangevuld met spelers uit de eigen jeugd. We starten dit seizoen dus met een relatief jonge groep en dan is het lastig in te schatten waar we staan. Ik denk dat de top vijf een reële doelstelling is.”

Zelf is de 29-jarige aanvaller geblesseerd aan zijn rug en zal dus voorlopig afwezig zijn. “Het is dezelfde blessure als in mijn periode bij Kloetinge. Ik ben nu dus vooral bezig om weer fit te worden en hopelijk ook te blijven.“

Op termijn wil het bolwerk uit Schouwen-Duiveland wel weer terug naar de eerste klasse. “Ik meen dat de vereniging ondertussen zevenhonderd leden telt. Dat is een behoorlijk aantal en daarmee is het de grootste vereniging van Schouwen-Duiveland. Spelen in de eerste klasse moet haalbaar zijn gezien het aantal jeugdleden en het niveau waarop de jeugd speelt. Ook het tweede elftal heeft zich de laatste jaren goed ontwikkeld en speelt dit seizoen voor het eerst in de reserve hoofdklasse. Dat zijn allemaal positieve ontwikkelingen waardoor er nog steeds groei mogelijk is.”

 

 

CvdW: v.v. NVS – Niek van Gurp

Deze week is NVS de club van de week en wij spraken met Niek van Gurp over de club, het slot van de competitie en zijn verwachting voor de komende uitwedstrijd tegen Aardenburg. De 21-jarige middenvelder speelt sinds zijn 18e in de selectie en heeft het erg naar zijn zin bij de dorpsclub. ‘’Iedereen kent elkaar en gaat leuk met elkaar om, dat vind ik zo mooi aan de club.’’

Niek is sinds zijn zevende lid bij NVS. De middenvelder woont in het dorp en daarom was de keuze voor deze club heel makkelijk. Van Gurp: ‘’Mijn vader is hier al heel lang lid en heeft er ook gespeeld. Daarbij is hij leider geweest bij verschillende teams. Op een gegeven moment is mijn broer, die vijf jaar ouder is, gaan voetballen en ging ik altijd mee om te kijken. Toen ik oud genoeg was ben ik ook maar gaan voetballen. Later heb ik ook nog met mijn broer in het eerste gespeeld, dat is mooi natuurlijk.’’

Van Gurp heeft de hele jeugd doorlopen bij de club uit Nieuw-Vossemeer en maakte op 18-jarige leeftijd zijn debuut voor het eerste. ‘’Tijdens mijn laatste jaar in de jeugd deed ik al vaak mee met verschillende seniorenteams. Nu speel ik drie jaar bij de selectie en heb ik het erg naar mijn zin. Ik zie mezelf ook niet bij een andere club spelen. Ik vind het mooi dat je bij clubs als NVS door kan stromen vanuit de jeugd en daar met generatiegenoten in de selectie kan spelen. Daarnaast kent iedereen elkaar op de club en gaat iedereen leuk met elkaar om.’’

NVS staat momenteel tweede in de competitie, heeft de eerste periodetitel gewonnen en maakt nog kans op de titel. Met een wedstrijd minder staat de club vier punten achter op Vogelwaarde. Van Gurp heeft vertrouwen in een goede afloop van de competitie. ‘’Het gaat lastig worden maar het is mogelijk. Wij zijn de enige club met kunstgras in de competitie. Hierop kunnen we prima uit de voeten en ons spel spelen. In wedstrijden op normaal gras is dat lastiger. Voetballend zijn wij beter als de Zeeuwse ploegen, maar wij moeten nog best veel uitwedstrijden. Als wij ook bij de uitwedstrijden op gewoon gras het voetbal erin kunnen krijgen kunnen we echt mee gaan doen om de titel.’’

Komende zondag staat een van die belangrijke uitwedstrijden te wachten, als NVS op bezoek gaat bij nummer vijf Aardenburg. Van Gurp verwacht een lastige wedstrijd maar uiteindelijk wel een overwinning. ’’Wedstrijden in Zeeuws-Vlaanderen zijn altijd lastig, maar hopelijk zitten we na afgelopen zondag weer in de juiste flow. Ik hoop op een mooie 1-2 overwinning zodat we mee blijven doen om het kampioenschap.’’

CvdW: v.v. NVS - Introductie

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.