CvdW: Irene’58 – Kees van Halderen
De 52-jarige Kees van Halderen is de huidige leider van het eerste elftal van Irene ’58. Zelf is hij altijd actief geweest in een zaalvoetbalteam dat tot stand is gekomen binnen zijn vriendengroep, dit deed hij van zijn 17e tot 39e. Doordat zijn kinderen bij de club uit Den Hout zijn gaan voetballen, is Van Halderen bij Irene’58 terechtgekomen. Momenteel is hij al 18 jaar actief als vrijwilliger. Hij vertelt VoetbalJournaal meer over afgelopen seizoen, het mooie aan een dorpse vereniging en zijn toekomst bij de club.
Na een geweldig seizoen waarin Irene ’58 bekroond is tot kampioen, blikt van Halderen terug op een periode waar weinig tot geen fouten zijn gemaakt en alles op rolletjes verliep. Voorafgaand aan het seizoen hoopte de club op handhaving en misschien een periodetitel in de vierde klasse, dit liep natuurlijk beter dan verwacht. Weinig tot geen blessures of schorsingen en door als goed team te functioneren hebben ze een prachtig seizoen kunnen neerzetten.
Tien jaar geleden is de club gepromoveerd van de vijfde naar de vierde klasse, toen bestond de vereniging 50 jaar. Nu bestaan ze 60 jaar en vieren ze dat jubileum met nog een kampioenschap. ‘’Ik had al gezegd, als we zo door gaan spelen we over 30 jaar misschien wel in de eerste klasse. Als we iedere 10 jaar promoveren doen we het goed’’, vertelde hij lachend.
Voorbereiding komend seizoen
Vol moed gaat Irene ’58 de voorbereiding in. ‘’Met aansluiting van jongens uit het tweede gaan we proberen een mooi team te kneden. Alle spelers blijven binnen de club, alleen zijn er een paar die teruggaan naar het tweede en vanuit het tweede gaan er weer enkele spelers doorstromen. Op eigen kracht en met eigen jongens willen wij proberen een mooi nieuw seizoen op te zetten in de derde klasse met als eerste doel: handhaven.’’
Van buiten de club zullen er volgend seizoen geen nieuwe spelers komen om in het eerste te spelen, ze zullen veder gaan spelen met alleen jongens van en binnen de club. ‘’Wij gaan dat doen met een gesloten beurs. Wij gaan niks geven of doen naar spelers toe, een keer per jaar een BBQ en daar moeten ze het mee doen. Veder moeten ze contributie betalen anders voetballen ze niet, dat is de policy van de club.
Teamleider van het eerste elftal
Van Halderen is momenteel bezig aan zijn 18e jaar bij Irene ’58 en heeft het hier nog steeds erg naar zijn zin. ‘’Het is een kleine en erg dorpse vereniging en heel gemoedelijk. De senioren kennen de jeugd en de jeugd kennen de senioren, dat maakt het toch wel speciaal, een geheel.’’
Boven alles vindt de teamleider het dorpse imago van de club erg belangrijk. ‘’Wij krijgen wel eens verenigingen bij ons, die dan moeten op onze trainingsveld voetballen. Dat ligt ongeveer 500 meter van ons hoofdveld vandaan, dus dan moeten ze door de woonwijk lopen. Dan zeg ik altijd dat ze langs de woningen van de spelers lopen. Dat is echt de charme van de club.’’
Voorlopig wil van Halderen leider van het eerste elftal blijven. ‘’Daar heb ik veel plezier in, dat is op zondag altijd mijn uitje.’’ Mocht het zo zijn dat er bestuurlijk nog wat taken te verdelen zijn, dan staat hij hier ook voor open. Komende jaren ziet hij zichzelf (nog) niet vertrekken bij de club uit Den Hout.
Richard Kraijenbosch spreekt de taal van Maasdijk
Nu hij weet dat hij volgend seizoen afzwaait als voetballer bij Maasdijk wil Richard Kraijenbosch maar al te graag heel veel meer minuten maken dan die ‘dertien hele’ waar hij in de eerste competitiehelft toekwam. Na mei ruilt de Vlaardinger zijn voetbalkloffie in voor een trainersoutfit. “Ik ben de club dankbaar voor de kans die ik krijg.”
“Ik kan me voorstellen dat buitenstaanders verrast waren over mijn aanstelling”, zegt de opvolger van huidig trainer Patrick Fieret. “Ik heb immers geen ervaring als hoofdtrainer en ben nu nog speler. Ik heb altijd wel de ambitie om trainer te worden. Ik heb mijn TC3- en TC2-diploma niet voor niets gehaald. Ik heb bij Maasdijk al eens drie seizoenen de C1 getraind. Dat was mooi te combineren met mijn eigen trainingen en wedstrijden. Toen onze kinderen kwamen, werd dat lastiger omdat mijn vrouw altijd werkt tot zeven uur ’s avonds. Het is altijd wel blijven kriebelen”, vertelt de voormalig speler van Excelsior Maassluis, Westlandia, Scheveningen en Lyra.
Patrick Fieret bracht het balletje aan het rollen. “Patrick gaf bij het bestuur op een gegeven moment aan dat hij het mooi vond geweest. Hij heeft niet de ambitie om elders nog hoofdtrainer te worden en wilde nog wel betrokken blijven. Hij heeft mij op een gegeven moment benaderd en gezegd: is trainer worden van Maasdijk niet iets voor jou? Toen ben ik er eens goed over gaan nadenken, maar ik wist al snel dat ik het graag zou willen doen. Ik ben deze maand 38 jaar geworden en mijn voetbalcarrière liep op zijn eind.”
Dat zijn voordracht werd gesteund door de jonge spelersgroep van Maasdijk deed Kraijenbosch ook goed. “Ik heb die jongens wel eens horen praten over wie de nieuwe trainer moest worden. Mijn naam kwam dan ook voorbij.”
Dat heeft veel te maken met de coachende rol die Kraijenbosch in het veld vertolkt. Tenminste, als hij speelt, want door een hamstringblessure was hij in de eerste competitiehelft vooral veroordeeld tot toeschouwer. “In de voorbereiding raakte ik geblesseerd en tegen KMD stond ik voor het eerst in de basis. Na dertien minuten was het echter weer ‘pang’.”
De blessure van Kraijenbosch staat niet op zichzelf, want op een gegeven moment keken er bij Maasdijk bijna net zo veel geblesseerde spelers vanaf de zijlijn toe dan er op het veld stonden. “Op het hoogtepunt, of beter gezegd dieptepunt, waren dat acht, negen spelers. Die blessuregolf verklaart mede onze matige start. Sinds er spelers zijn teruggekomen gaat het ook met de prestaties weer bergopwaarts”, weet Kraijenbosch. “Dit is sowieso een afdeling waarin de vooruitzichten per week kunnen veranderen.”
Hij heeft niet het idee dat hij in de kleedkamers anders wordt aangekeken nu bekend wordt dat hij komend seizoen hoofdtrainer is. “Natuurlijk maken die jongens opmerkingen”, reageert Kraijenbos. “Maar ik geloof niet dat ze me nu anders benaderen. Ik was al de oudste, hé. Het gros van de spelersgroep is negentien, twintig jaar. Generatiekloof? Zo voel ik dat zeker niet. Ja, op muziekgebied, maar voor de rest zijn het prima gasten. Ik heb me altijd prima thuisgevoeld bij Maasdijk. Niet voor niets speel ik hier al acht jaar. Kijk, je moet hier niet de wijsneus uithangen, dat vinden ze niks. Als je normaal doet, is het goed. Als je die taal spreekt, heb je een toptijd.”
Dat hij bij zijn eerste klus als hoofdtrainer ondersteuning krijgt van Patrick Fieret, die de rol van assistent-trainer gaat vervullen, betekent voor hem alleen maar een pré. “Patrick is enorm ervaren. Ik hoop dat hij mij kan behoeden voor de valkuilen waar ik als beginnend trainer ongetwijfeld voor komt te staan. Qua voetbalvisie lopen onze meningen niet erg uiteen. Met Patrick zijn we een paar jaar geleden een weg ingeslagen en die zullen we verder ingaan. Dat betekent aanvallend, verzorgd voetbal met hoog druk zetten. Het zou heel raar zijn als ik het opeens heel anders zouden gaan doen. Op hoofdlijnen zal het niet veranderen, wel zal ik accenten op andere dingen leggen. Geen trainer is hetzelfde.”
Het borrelt en bruist bij VV SCO
Tegenwoordig zijn accommodaties zoals die van vv SCO eerder uitzondering dan regel. In Nederland verschijnen in rap tempo de meest prachtige sportcomplexen voorzien van de allerbeste faciliteiten. Wie echter aan de Elskensweg de poort doorloopt, proeft de sfeer van hoe voetbal hoort te zijn. Geen glimmende paleizen, maar de twaalfde laag verf die alweer begint af te bladderen. Ondanks het gebrek aan faciliteiten en de luxe van een duurzame accommodatie heeft de kleinste club binnen de stadsgrenzen van Oosterhout de zaken prima op orde.
Het is zaterdagmiddag half vijf. De nieuwe voorzitter Robert de Vries en bestuurslid Wim van Wanrooij, verantwoordelijk voor de jeugd, zijn bijeen op de club. Op het terras rolt de dancemuziek uit de speakers en het is gezellig druk op het complex. “We zijn de kleinste vereniging in Oosterhout, maar we hebben zes seniorenelftallen op zaterdagmiddag, er is van de vroege morgen tot in de late namiddag volop activiteit op ons park”, aldus De Vries. “Sowieso proberen we altijd een stapje harder te lopen”, vult Van Wanrooij aan. “We hebben een beperkt aantal vrijwilligers, maar ze werken allemaal wel keihard. We zeggen gekscherend soms dat ze echt blauw bloed hebben. Kijk alleen maar eens wat er voor de jeugd allemaal wordt georganiseerd.”
Meidenacademie
Sinds dit seizoen is vv SCO gestart met een zelf georganiseerd techniekprogramma voor de jeugd. Van Wanrooij hierover: “We hebben sinds dit seizoen onze jeugdafdeling opnieuw gestructureerd. Het doel is om op termijn te voldoen aan de eisen die de KNVB stelt aan een erkende jeugdopleiding. Om de kwaliteit te verbeteren, werken we met trainers van buitenaf die onze trainers opleiden. Onze trainers en sportopleiders die binnen de club actief zijn, hebben een techniektraining ontwikkeld. Elke vrijdagavond staan hier ruim negentig kinderen op het veld om hun techniek te verbeteren. Ook losse activiteiten die we organiseren, hebben dat doel. Zo hebben we de ‘clubpingelaar van het jaar’ en hebben we dit seizoen twee dagen getraind met Schalke ’04. “Maar we doen meer”, vertelt De Vries. “We hebben nu voor elke lichting één meidenteam. Ook voor hen hebben we begeleiding en trainers. Eigenlijk kunnen we nu al spreken van een meidenacademie, maar dat gaan we nog verder versterken.”
Tweede klasse zondag
De Vries: We hebben voldoende kwaliteit in de jeugd om op termijn het eerste elftal te vullen met eigen jongens. We hebben ruimte voor meer zondagteams en daar moeten we energie in stoppen. Vorig seizoen hebben we de promotie naar de tweede klasse gehaald. Dat is voor ons uitzonderlijk en bijzonder als je kijkt naar ons ledenaantal en ons budget, dat nagenoeg bijna nihil is. Misschien dat de tweede klasse voor net te vroeg is gekomen en misschien dat we ons niet handhaven, maar het geeft wel aan dat je als kleinere club veel kunt bereiken als je allemaal hetzelfde doel nastreeft.”
Kleedkamer renovatie
“Dat is de reden”, zegt Van Wanrooij, “dat we zoveel nadruk leggen op zaken die de binding in de club versterken en die dat ook naar buiten toe zichtbaar maken. Kijk naar het miniveldtoernooi en het afgeleide toernooi voor de jeugd. Kijk naar de Jeugdvoetbalweek die altijd bij ons te gast is, de Koningsspelen die bij ons georganiseerd worden, de KNVB-trainingsactiviteiten die we af en toe hosten. Daarom is het ook belangrijk dat de gemeente ziet en waardeert wat we als kleine vereniging toevoegen aan het sportklimaat in Oosterhout. We hebben daar nu een eerste bevestiging van: komende zomer worden alle kleedkamers tot op de kale muren gestript en opnieuw opgebouwd, inclusief allerlei duurzaamheidsmaatregelen. Dat is een eerste stap naar nog verdere versterking van onze club. We willen niet te veel groeien, maar wel onze kwaliteit verder verbeteren. Al die prachtige, glimmende kantines gaan voorbij aan waar het in voetbal echt om draait: saamhorigheid, gezelligheid en kameraadschap. Dat is vv SCO. En zo zie je maar, we zijn een kleine club, maar we hebben de zaken wel goed op orde.”
Jeanne Deijkers: de duizendpoot van DHV
Al meer dan zeventien jaar vormt Jeanne Deijkers een zeer belangrijke schakel binnen zaterdagclub DHV. Ze is drie dagen in de week gastvrouw in de gemoedelijke kantine, verkoopt lootjes als het eerste thuis speelt en zet zich in als schoonmaakster. ‘Ik geniet enorm van de gemoedelijke sfeer.’
Wie de sfeervolle kantine van DHV op een willekeurige voetbalzaterdag binnenstapt, kan niet om Jeanne Deijkers heen. Vanaf achter de bar, al jarenlang haar vaste plek, heet de sympathieke dame namelijk iedere bezoeker van harte welkom op sportpark D’n Hoekschop. Met haar grote, vriendelijke ogen en gezellige glimlach creëert ze op deze middagen wekelijks een leuke sfeer in het gemoedelijke clubgebouw, dat ze zelf beschouwt als haar tweede huis. “Want ik loop hier al meer dan zeventien jaar rond en bovendien ligt het complex slechts op een steenworp afstand van mijn woning”, legt Deijkers uit.
Op deze zonnige zaterdag draagt Deijkers een fraai rood jasje, geheel in stijl van de rood-witte clubkleuren van DHV. “Dat is geen toeval hoor”, legt ze uit. “Ik heb altijd wel ‘iets’ van rood in mijn kleding als ik op zaterdag hier ben. Met die kledingkeuze laat ik zien dat ik de club steun en daarnaast wil ik er stijlvol bijlopen als gastvrouw van de vereniging.” Die rol vervult Deijkers met verve. “Op dinsdag- en donderdagavonden ben ik vaak van 18.00 tot 23.00 uur op de club en op zaterdag van 08.00 tot 21.00 uur. En op zondag kom ik dan soms ook hierheen om rotzooi op te ruimen”, voegt ze hieraan toe terwijl ze de ene na de andere kop koffie met een glimlach op de bar zet voor haar gasten. “Iedereen kent me en ik ken iedereen hier: dat maakt DHV zo’n hechte club. Ik heb een goede band met zowel jeugdspelers, ouders als voetballers van de seniorenelftallen, al moet ik soms streng zijn voor die laatste groep. Soms moet ik ze de kantine echt uitschoppen, anders blijven ze hier maar doorfeesten”, lacht ze.
Deijkers kwam bij de club terecht toen haar dochter ging voetballen bij DHV. Het meisjesteam waarin ze speelde is al een behoorlijke poos uit elkaar gevallen, maar Deijkers koestert warme herinneringen aan die periode. “Ik heb totaal geen verstand van voetbal, maar ik was coach en we werden wel tweemaal kampioen”, glundert ze. “Ik was wel fanatiek en schreeuwde de hele tijd: ‘Lopen meiden, lopen!’. Die aanpak werkte blijkbaar”, grinnikt de clubvrouw. Vanaf haar plekje achter de bar heeft Deijkers een fraai overzicht over de twee velden van DHV, maar de gastvrouw bekommert zich niet te veel om het voetbal. “Tijdens wedstrijden van het eerste verkoop ik lootjes en af en toe kijk ik op het scorebord. Maar ik vind het vooral belangrijk dat iedereen het naar zijn of haar zin heeft op de club en niets te kort komt”, laat ze weten.
Dat laatste lijkt wel goed te zitten, zo blijkt deze middag. Iedereen loopt weg met de gastvrouw van DHV, die op veel respect kan rekenen van de clubleden en met iedereen gezellig een praatje maakt. “Jeanne is de duizendpoot van DHV”, zo omschrijft clubman Wim Berg de rol van Deijkers. “Ze doet ontzettend veel hier en is echt het cement van de vereniging.”
Verhoeven wil tegenstanders ‘kapotspelen’
VV Blauw Wit’81 heeft met Joey Verhoeven een jonge, gedreven trainer naar De Moer gehaald. Hij boekte bij UVV’40 al grote successen door twee keer in drie seizoenen te promoveren en hoopt ook Blauw Wit’81 naar de derde klasse te leiden. Dat is echter nog niet zo makkelijk bij een dorpsclub met een smalle selectie.
“Ik kende Blauw Wit’81 als een echte dorpsclub, met een stug team en altijd een paar leuke voetballers”, vertelt Verhoeven. “Ze spraken in de gesprekken met mij de ambitie uit om in de komende jaren eens naar de derde klasse te promoveren. Dat zag ik wel zitten.”
Verhoeven vergaarde zijn kennis over Blauw Wit’81 tijdens zijn loopbaan als voetballer, toen hij regelmatig tegen de club uit De Moer speelde. Op zijn 30ste stopte hij echter al als actief voetballer. “Ik kreeg steeds meer last van mijn rug, vooral op de maandagochtend na een wedstrijd. Dan kon ik soms mijn sokken niet eens meer aantrekken. Aangezien ik als sportinstructeur werkte, was dat niet handig. Toen ben ik eerst lager gaan voetballen en later helemaal gestopt.”
Hij is direct aan de slag gegaan als trainer. Eerst in de jeugd, later bij UVV’40 als hoofdcoach. Hij hielp die club in drie seizoenen tijd van de vijfde naar de derde klasse, maar moest toch het veld ruimen. “De voorzitter daar vond dat een trainer na drie jaar weg moest, dan was de rek eruit volgens hem. Daar waren veel mensen binnen die club, de spelers en ik het echter niet mee eens.”
Verhoeven ging op zoek naar een nieuwe club. Stilzitten is niks voor de 37-jarige Tilburger. “Ik werk graag met jonge gasten, die fanatiek zijn en beter willen worden. Ik hou er ook van om mijn teams mooi voetbal te laten spelen.”
Verhoeven vindt de term ‘periodisering’ belangrijk in zijn trainingen. Hij weet vanuit zijn huidige vak als sportmasseur, -therapeut en hersteltrainer als geen ander hoe hij zijn spelers in goede fysieke staat aan de start van een wedstrijd laat verschijnen. “Ik train hard, geen anderhalf maar twee uur per avond. Vooral in de voorbereiding en vlak na de winterstop is dat belangrijk. Daarnaast moet het positiespel goed zijn. Als die twee facetten in orde zijn, kunnen we een tegenstander in de eindfase van een wedstrijd kapotspelen. Dat lukt mijn teams vaak, je ziet dat wij in de laatste tien minuten nog een tandje bij kunnen zetten terwijl de andere partij al stuk zit.”
Het is echter wel lastig werken voor hem bij Blauw Wit’81, omdat de selectie krap is. “We kunnen nooit eens tien tegen tien trainen, dat is jammer. Het zijn vaak dezelfde tien, elf, twaalf spelers die er zijn op de training.” Toch verwacht hij dit seizoen de plek in het linkerrijtje vast te houden. “Plek vier, vijf of zes moet mogelijk zijn. De bovenste ploegen hebben een veel bredere selectie dus daar leggen we het tegen af, maar als we daar net onder eindigen hebben we het gewoon heel goed gedaan.”
John Stougje predikt plezier bij GHVV’13
Bij GHVV’13 kijkt men uit naar het nieuwe complex, dat met ingang van het seizoen 2019/2020 in gebruik genomen moet worden. “Ik weet niet of ik dat haal”, zegt John Stougje, die zijn contract als trainer van de Geervlietse/Heenvlietse fusieclub in februari met een derde seizoen verlengde. “Eigenlijk wordt dat mijn vierde seizoen, want voor de totstandkoming van GHVV was ik al een seizoen trainer van PFC. De houdbaarheidsdatum van een trainer is beperkt en die van mij is bijna verstreken”, vervolgt hij met een lach.
Dat ene seizoen PFC heeft hem qua ervaring een stuk rijker gemaakt. “Het was natuurlijk niet het gemakkelijkste seizoen”, geeft de inwoner van Zuidland aan. “Iedereen op en top gemotiveerd houden was een hele klus. Ik heb er enorm van geleerd. Wat? Dat je als trainer bijvoorbeeld eerder moet optreden. Ik was meer van het pappen en nathouden. Dan gebeurde het dat een speler uit Rotterdam zich afmeldde voor de training, maar hij was wel de Bob voor vier andere jongens. Die kwamen dus ook niet. Wat dat betreft was dat een goede leerschool.”
De opgedane ervaringen nam Stougje (48), en eerder trainer van Zuidland 2, mee naar GHVV’13. “Ik kwam in een heel andere situatie terecht. Er waren vier spelers van PFC uit de eerste klasse overgebleven. De club ging op de licentie van Bernisse verder in de vierde klasse op zaterdag.”
Daar maakte Stougje met de fusieclub een fantastisch seizoen mee. “De doelstelling was een periodetitel, maar we bleven maar in de race voor het kampioenschap. Uiteindelijk stonden we lange tijd op kop, maar zat Rockanje ons op de hielen. Op de laatste speeldag hadden we genoeg aan een gelijkspel bij Hekelingen. Dat punt haalden we, met één punt voorsprong werden we kampioen. Van twee bloedgroepen – PFC en Bernisse – heb ik weinig gemerkt.”
Dit seizoen is GHVV’13 een middenmoter in de derde klasse. Volgens Stougje is dat nu voldoende. “Als trainer wil je natuurlijk altijd meer en beter, maar we presteren naar onze kwaliteiten. We geven alleen wat makkelijk goals tegen weg en daardoor hebben we onnodig wedstrijden verloren. We hebben ook pas één keer gelijkgespeeld. Dat is wel opvallend.” Voor komend seizoen legt Stougje wel de lat hoger. “Ik vind dat we dan moeten doorpakken en moeten gaan voor een plek bij de eerste vier, vijf. We hebben een aardige basis staan met vijftien, zestien spelers, maar een deel daarvan werkt wel in de continue-dienst. Als ze dan vader worden, gaan ze twijfelen of ze door moeten gaan.”
Prestatie is belangrijk, maar plezier ook, benadrukt Stougje. “Zonder dat plezier kom je nergens. Dat hou ik altijd voor ogen. GHVV betaalt geen spelers, maar je kunt er als trainer wel voor zorgen dat het leuk en gezellig is. Ik ben beslist geen trainer die zegt ‘zo is het en zo moet het’. Ik probeer altijd open te staan voor suggesties en ideeën vanuit de groep.” Zijn droom is ooit nog trainer te worden van Zuidland, maar met het TC2-diploma op zak en Zuidland in de tweede klasse, is dat voor hem ver weg. Stougje, uitgesproken: “Ik ben niet van plan de TC1-cursus te gaan doen. Dat is veel te tijdrovend. Ik zie mezelf ook niet naar een club in Rotterdam gaan. Ik denk dat ik me daar zielsongelukkig zou voelen. Geef mij maar een club van het eiland.”
Rik Impens Belgische ‘verrassing’ bij HSV Hoek
Rik Impens was voordat hij bij Hsv Hoek kwam spelen voor veel, zo niet alle Zeeuwse voetballiefhebbers, een onbekende naam. Hoe anders is dat na een jaar bij de Zeeuws-Vlamingen waarin Impens imponeerde op ‘10’ en als klap op de vuurpijl promoveerde naar de Derde Divisie. De kleine Belg wordt door velen gezien als ‘de verrassing’ bij Hoek, maar dat duurde wel even. Want hoe gek het ook klinkt, in het begin van het seizoen was de behendige middenvelder geen vaste waarde binnen de ploeg van Jannes Tant.
Bij CTV Voetbal legde hij zelf uit hoe dat kwam. “Ik denk dat we vooral aan elkaar moesten wennen. Ik had nog nooit met Verwilligen en Vandepitte gespeeld, dus het was een volledig nieuw team. We hadden die aanpassingsperiode nodig, iedereen ging ervanuit dat we na de voorbereiding op elkaar ingespeeld waren, maar dat was niet het geval.”
Impens speelde in de jeugd bij AA Gent, maakte zelfs deel uit van de eerste selectie, en was dus gewend om veel en vaak te trainen. Toen hij bij Hoek kwam moest zijn lichaam wennen aan de verminderde trainingsuren en dus besloot hij om voor zichzelf te trainen. Dat lag echter niet alleen aan hemzelf. “In het begin bij Hoek was ik niet onomstreden en toen is mijn vader heel boos geworden op mij. Het liep niet en hij zei: je traint gewoon te weinig, jij hebt het nodig om veel te trainen en te lopen. Toen heb ik een schema gevraagd bij mensen van Gent en ben ik meer voor mezelf gaan trainen.”
Vanaf de winterstop begon het te lopen, niet alleen bij Impens, maar bij de hele ploeg. Hoek verloor na de hervatting nauwelijks meer en plaatste zich zelfs voor de nacompetitie. Daarin was het in de eerste ronde te sterk voor Spijkenisse, terwijl de amateurs van Ajax in de tweede ronde moesten geloven aan de promotiedrang van de ploeg van Tant. De laatste weken sukkelde de Belgische middenvelder met blessures, maar in de allesbeslissende wedstrijd moest en zou hij spelen. “Bij de eerste sprint, na ongeveer acht minuten, kreeg ik weer last. Maar ik wist dat ik niet meteen om een wissel kon vragen, omdat we nog meer spelers hadden die niet helemaal fit waren.” Dus besloot Impens om door te bijten, gesteund door de fantastische sfeer die werd gecreëerd door het massaal toegestroomde publiek. “De sfeer die je hier ziet, kun je niet vergelijken met die in België. Het amateurvoetbal leeft hier veel meer, er komen veel meer mensen kijken en er is veel meer aandacht voor in de media.” Impens blijft na dit seizoen actief bij Hoek en dus kunnen de supporters ook volgend jaar in de Derde Divisie genieten van de sympathieke Belg.
