Home Blog Pagina 1247

Jeanne Schuitemaker deelt haar leven met Rijsoord

Na bijna een uur op haar praatstoel te hebben gezeten, loopt Jeanne Schuitemaker naar de bar in het jeugdhonk. Ze trekt de kast die aan de muur hangt open. “Kijk, daar liggen de koeken en de snoep.”

Ze pakt een pak koeken uit de kast. “Deze koeken krijgen ouders altijd bij ons bij een kopje koffie. Boven, in de kantine, krijgen ze zo’n koek niet. Daarom komen ze graag bij ons. Die koeken zijn niks bijzonders, hoor. Ik haal ze altijd bij de Aldi, Captain Rondo. Die snoepjes zijn voor de kinderen die hier in het jeugdhonk zijn. Op trainingsavonden kunnen ze ook altijd limonade komen halen.”

Schuitemaker (72) was al vrijwilliger bij Rijsoord toen het merendeel van de voetballende leden van de club nog niet waren geboren of nog in de wieg lagen. “We komen oorspronkelijk uit Amsterdam, maar dat heb je zeker wel gehoord aan mijn tongval”, zegt ze. “Mijn man, Dirk, en ik woonden op een bovenverdieping bij mijn ouders in de stad. In die tijd was het haast onmogelijk om een woning in Amsterdam te krijgen. Op een dag kwam Dirk terug thuis van zijn werk en zei: we gaan naar Papendrecht. Daar konden we namelijk wel een huis krijgen. Mijn eerste reactie was dat ik niet zou gaan. Met heel veel tegenzin ben ik toch gegaan, maar het kostte in het begin wel veel moeite. Ik was verknocht aan Amsterdam. In het weekend zaten we in de stad. Na twee jaar was pas het lijntje doorgesneden.”

Met haar man settelden zij zich in het Rotterdamse. Ze verhuisden naar Slikkerveer en kregen er drie kinderen. “Mijn zoon wilde gaan voetballen. Toen hebben we vergelijkend warenonderzoek gedaan. We zijn overal in de buurt bij clubs gaan kijken. Bolnes, Slikkerveer, RVVH en ook Rijsoord. Bij Rijsoord vonden we het het gezelligheidst, voor zoverre je dat uit een eerste indruk kon opmaken. Gelukkig had ons gevoel ons niet in de steek gelaten. We voelden ons erg welkom. Mijn man werd al snel gecharteerd voor het geven van trainingen. Ik ging van zelf mee.”

“Dirk heeft van alles gedaan. Trainer, jeugdbestuur. Hij is jarenlang scheidsrechter geweest voor de KNVB. Hij heeft gefloten tot de eerste klasse. Op zijn 46ste moest hij stoppen. Toen had je nog een leeftijdsgrens.” “Ik ben zelf begonnen als notulist bij vergaderingen en ben al snel achter de bar gaan staan. Dat heb ik jaren gedaan. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt. De leeftijd ging tellen. Eén van mijn dochters heeft mijn rol min of meer overgenomen, want zij staat nu achter de bar boven. Ik heb haar niet gepusht of zo, het kwam uit haarzelf.”

“Ik heb ook jaren de commissiekamer gedaan op zaterdag voor de wedstrijdzaken. Ik ontving er tegenstanders en scheidsrechters. Toen er twee nieuwe voorzitters kwamen vijf jaar geleden hebben zij gevraagd of ik één van de beheerders kon worden van het jeugdhonk.

Supportersvereniging is de ziel van vv Rijsoord

Het is al jaren een begrip, de Supportersvereniging van VV Rijsoord. “Voetbal is bij ons geen doel maar een middel om mensen te verenigen”, aldus voorzitter André van der Wulp (55).

“In de haar- vaten van de Supporters- vereniging is het sociaal maatschap- pelijke karakter van de club terug te zien,” zegt clubvoorzitter Ramon de Borst.De naam doet sug- geren dat de Supportersvereniging er is om de club en dan speciek het eerste elftal te ondersteunen. “We hebben wel eens een busreis naar een kampioenswedstrijd georgani- seerd, maar we zijn vooral ac- tief op het sociaal maatschap- pelijk vlak”, reageert Van der Wulp. “Je zou ons ook kunnen omschrijven als activiteitencommissie, maar daarmee doe je ons ook meteen tekort. Want heel veel activiteiten dragen een openbaar karakter. Leden zijn welkom, maar ook niet-leden.”

Supportsvereniging wordt ge- organiseerd. “Die dag maakt onderdeel uit van een drie- daagse voor carnaval”, legt Van der Wulp uit. “We vieren in Rijsoord geen carnaval, maar we hebben wel een dag met kindercarnaval. Traditiegetrouw hebben we op donderdag altijd de senioren-dag.”

Die werd dit jaar alweer voor de 44ste keer gehouden. Ouderen uit de hele regio konden zich inschrijven voor een middag- en avondvullend programma. “We hadden dit keer 225 mensen in de kantine, zestig-, zeventig-, tachtig- en soms ook negen- tig-plussers. We zorgen voor een lekkere maaltijd en nodi- gen een artiest uit.”

Daarnaast organiseert de Supportersvereniging vele andere activiteiten, zoals de familiedag aan het einde van het seizoen, bingo- en klaver- jasvonden, een kerstbal en een winterfeest. “We hebben ook jaarlijks een mossel- en spareribavond. Al die avonden zijn goed bezet. Bij klaverjassen hebben we altijd tussen de veer- tien en twintig tafels.”

Alle die activiteiten ver- gen veel van de organi- satie. Van der Wulp: “We zijn wat dat betreft een geoliede machine. We zijn met zijn achten in de Sup- portersvereniging. Ieder heeft zijn eigen discipline en team.”

‘Duivels dilemma’ WCR door KNVB-besluit

Door het besluit van de KNVB om de vierde en derde klasse op zondag in West II op te heffen staat WCR volgens Jan de Groote, in het bestuur belast met technische zaken, voor een duivels dilemma. De geel-blauwen willen graag door op zondag, maar voelen zich door het besluit van de bond nu voor het blok gezet. “Onze strategie zal moeten worden aangepast.”

Mijn eerste reactie was: ze weten het niet meer”, zegt De Groote over het besluit van het districtsbestuur. “Ik dacht echt dat we op koers lagen van het weekendvoetbal. Dat is nu in één keer van tafel. Dit levert volgens mij alleen maar verliezers op.”

Voor ons levert het nog meer onzekerheid op”, stelt De Groote vast. “Wij willen graag op zondag blijven voetballen. Daar liggen onze roots. Dat we op zaterdag in de standaardcompetitie spelen is geen enkel probleem. Dat kan uitstekend samen. Wij willen spelers prestatievoetbal op zaterdag en zondag aanbieden.”

Dat de KNVB een streep zet door de vierde en derde klasse valt De Groote koud op zijn dak. “Iedereen weet dat het zondagvoetbal al onder druk staat. Het is elk jaar weer een hele toer om een selectie op de been te brengen, maar het lukt ons wel weer steeds. Aangezien we geen oudere jeugd hebben, moet de aanvulling bij ons altijd van buitenaf komen. Er zijn weliswaar minder clubs op zondag, maar er zijn ook steeds minder spelers die op zondag willen spelen. De vijver waaruit we vissen is klein. Voor volgend seizoen zijn we bezig met vier, vijf spelers. Die spelers krabben zichzelf nu ook eerst achter de oren voordat ze ja zeggen.”

Het voordeel voor WCR is, als daar sprake van kan zijn, dat de club in ieder geval nog één seizoen gebruik kan maken van een competitie die aangeboden wordt door het district West II. “In de derde klasse spelen we volgend seizoen sowieso en wie weet promoveren we nog naar de tweede klasse. Dat kan nog een uitvlucht zijn voor ons. Maar wat gebeurt er als je uit de tweede klasse degradeert? Is er dan degradatie? Nogal wat vragen zijn onbeantwoord.”

Natuurlijk kunnen we ervoor kiezen om op zondag te blijven spelen, maar dan worden we over twee jaar in West I ingedeeld als we niet naar de tweede klasse promoveren. Dat betekent meer reistijd. Dat moeten de spelers wel willen.” Daarom vindt De Groote de stem van de selectie belangrijk.

De KNVB hangt je nu als club een worst voor. Als je in de zondag-derde klasse speelt mag je overstappen naar de zaterdag-derde klasse. Overigens zal ik mij als ex-zondagclub die net is overgestapt naar de zaterdag wel bekocht voelen. Tot dit seizoen moesten die helemaal onderaan de ladder beginnen.”

Er zijn in onze selectie nu spelers die op zondag voetballen omdat ze op zaterdag werken. Die willen we niet in de kou laten staan. Met de invoering van het weekendvoetbal had je daar nog een mouw aan kunnen passen. Als je dan in een competitie zit met voor de helft zondagclubs kan je je achterban nog voor een groot deel tevreden houden ook.”

Rijsoord gaat de kleurrijke spits Mike van Gool zeker missen

Het zal voor de Rijsoord-supporters komend seizoen even wennen zijn, een Rijsoord zonder Mike van Gool. De 37-jarige goalgetter zet aan het einde van de lopende jaargang een punt achter zijn carrière. Het afscheidscadeau weet hij al. “Een kampioenschap graag.”

In een allerlaatste poging om Van Gool toch te behouden deed de clubleiding van Rijsoord de aanvaller een aanbod als pinchhitter. De spits bedankte voor de eer. “Omdat ik mezelf ken. Ik ben niet iemand die rustig op de bank kan blijven zitten en geduldig wacht op het moment dat ik word ingezet. De club wilde me graag behouden en ik hoefde maar één keer in de week te trainen. Ik weet zeker dat ik mezelf op de bank had opgevreten en stennis had lopen maken. Zowel voor Rijsoord als voor mezelf is het verstandig geweest dat ik het aanbod heb afgewezen.” Hij heeft zijn nakende afscheid goed overdacht. “Zo’n besluit neem je natuurlijk niet van de ene op de andere dag”, zegt hij. “Ik ben er maanden mee bezig geweest. Niet dat ik er mijn leven door liet leiden, maar ik was er in mijn gedachten wel constant mee bezig. Ik heb duizend keer de voors en tegens tegen elkaar gezet. Bij mijn keuze om te stoppen speelde ook mee dat ik de laatste tijd steeds meer last kreeg van pijntjes. Nog zwaarder woog dat ik mezelf minder gemotiveerd vond. Ik heb de drang om ten koste van alles te presteren niet meer.”

Gijs Zwaan
De amateurvelden verliest daarmee een kleurrijke persoon die fanatiek was ‘tot in het bot’. Als jonge voetballer stapte hij van SV Hillegersberg in Rotterdam over naar SVV. In Schiedam speelde hij niet alleen zeven seizoenen, hij kwam ook in aanraking met Gijs Zwaan, de trainer die als een rode draad door zijn carriére liep. Bij Rijsoord was Zwaan zes seizoenen trainer van Van Gool, die het vertrouwen voelde. “Gijs liet me altijd staan al speelde ik een tijdje minder of ik scoorde ik een paar wedstrijden even niet. Andere trainers gingen me wisselen in de zevenstige minuut. Gijs koos altijd voor mij. Voor een voetballer is dat ontzettend belangrijk, een trainer die in je gelooft.”

Brandende Fakkels
Na SVV kwam hij via de beloften van Sparta terecht in Katwijk bij grootmacht Quick Boys. “Een fantastische club”, kijkt hij terug op het seizoen op sportpark Nieuw-Zuid. “De beleving, de toeschouwers. Ik vond dat geweldig. Als we twee keer hadden verloren stonden ze met brandende fakkels in de duinen. Uit protest zongen ze dan dat we moesten werken voor ons geld. Ik genoot daarvan. Ik heb er nooit last van gehad. Het publiek was kritisch en als je een kans miste, kreeg je te horen dat je er niks van kon. Ik vond dat wel lachen.”

Hij speelde daarna bij ASWH, Scheveningen, DOTO Pernis en Neptunus-Schiebroek. Bij alle vier de clubs duurde zijn avontuur één seizoen. “Het was nog in de goede tijd van ASWH. Arjan Human was de spits, een geweldenaar. Ik was ongeduldig. Ik raakte dat seizoen ook geblesseerd en het was een onrustig jaar met drie trainers, Bill Tukker, Dogan Corneille en die Amsterdammer, Henk Wisman.” “Bij Scheveningen had ik het goed naar mijn zin, maar de club wilde de andere spits. Zo gaat dat in de top. Bij DOTO speelde ik in het laatste seizoen voor het faillissement.”

Blote billen-incident
Daar kreeg Van Gool alle schijnwerpers op zich gericht vanwege het ‘blote billen-incident’. In een wedstrijd tegen Vitesse Delft trok hij na het scoren van een doelpunt zijn broekje omlaag. “Jesper Hogendoorn, een maatje van mij, stond bij de tegenstander op doel. We hadden vooraf al gegrapt dat ik, als ik zou scoren met een schot tussen zijn benen, mijn blote billen zou laten zien. Zo gezegd, zo gedaan. Nou, dat grapje kreeg een heel staartje. Heel de landelijke pers pakte het op. Zelfs De Wereld Draait Door besteedde er aandacht aan.”

De hoofdsponsor van DOTO, Van Donge & De Roo, vond het een minder geslaagd initiatief. “Ik moest op het matje komen. Ik heb nog gezegd dat ze mij juist extra moesten betalen omdat ik voor extra publiciteit had gezorgd, maar dat ging er niet in. Heb ik twee weken apart moeten trainen.” Van Gool was sowieso niet van onbesproken gedrag. Hij kon zich vreselijk opwinden als er in zijn ogen sprake was van onrechtvaardigheid. Scheidsrechters kregen vaak de volle laag. “Mijn mond heb ik moeilijk kunnen houden. Als de scheidsrechter zijn gele kaart uit zijn handen liet vielen maakte ik nog even een hatelijke opmerking als ‘zwaar, hé’. Kreeg ik meteen geel. Ik heb ook wel eens een scheidsrechter aan zijn haren getrokken. Daar kreeg ik zeven wedstrijden schorsing voor. Dat was ook bij DOTO. Daar waren ze wel blij met mij.”

Hij vond zijn rust bij Rijsoord, waar hij bezig is aan zijn zevende seizoen. “Bij Rijsoord voetbalden en voetballen nog steeds mijn vrienden. Een club van goede mensen. Geen overspannen gedoe.” Het vertrouwen dat Rijsoord en trainer Gijs Zwaan in hem hadden, betaalde hij terug in doelpunten. “Bijna één op één. Daar ben ik wel trots op.” Dit seizoen is het wat minder. “De sleet zit er op. Tijd om te stoppen. Hopelijk met een kampioenschap. Dat zou het allermooiste zijn.”

Mels van der Pas houdt zaalvoetbal competitie leuk

Toen hij vorig jaar werd uitgeroepen tot sportvrijwilliger van het jaar in Barendrecht onderging Mels van der Pas de bijbehorende plichtplegingen gelaten. “Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond te staan”, zegt hij.

Ik was overigens volkomen verrast. Mijn zoon stond op een gegeven moment voor mijn neus. Ik vroeg nog: wat doe jij hier? Toen bleek hij nog wat andere mensen te hebben meegenomen.”

Hij is al jarenlang het gezicht van de interne zaalcompetitie van Barendrecht. Vroeger werd er gespeeld in sporthal De Driesprong, sinds de opening is sporthal De Waterpoort in Carnisselande de thuisbasis. “We spelen iedere maandag”, vertelt Van der Pas (74). “Acht wedstrijden op een avond. We beginnen om half zeven en gaan door tot elf uur. Ik ben er van begin tot eind.”

Hij kon zelf meer dan redelijk voetballen. Hij groeide op in Heerjansdam, maar verhuisde naar Barendrecht, waar hij met zijn broers Arie en Rob de voorhoede vormde van de hoofdmacht. “Dat was uniek, drie broers samen in de aanval. Bij ons thuis ging het ook altijd over voetbal.”

Het noodlot sloeg echter toe. Van der Pas brak zijn been toen hij in botsing kwam met een keeper van de tegenstander. “Ik was toen 20 jaar. Ruim vijftig jaar geleden was de medische begeleiding anders dan nu. Tegenwoordig zou ik met die blessure al snel op de operatietafel hebben gelegen.

Toen stuurde de huisarts mij na een week of drie een keertje door naar de specialist. Dat was overigens een goede, Van der Slikke heette die man. Hij heeft een voor die tijd revolutionaire operatie gedaan. Ik heb er wel een ritsluiting van boven tot beneden aan overgehouden. Nu maken ze een gaatje.”

Het betekende wel een vroegtijdig einde van zijn voetbalcarrière. “Ik was bang dat ik opnieuw een zware blessure zou oplopen.” Hij vond zijn vertier in het geven van trainingen aan de jeugd, hij was ook jarenlang leider. Hij maakte deel uit van het bestuur in de periode tussen 1986 en 1994. “Ik heb ook jarenlang in de commissiekamer gezeten op zaterdag voor de wedstrijdzaken.”

Nu behoort hij nog tot de werkploeg die een paar keer per week schoonmaakt en allerhande klusjes doet op De Bongerd. “Ik heb zelf twee kromme handen, dus de ingewikkelde karweitjes zijn niet aan mij besteed. We hebben het altijd heel gezellig.”

Zo loyaal hij was aan zijn vroegere baas – hij werkte zijn hele leven in Barendrecht als tapijtverkoper – zo trouw ook verzorgde en verzorgt hij de zaalcompetitie van de BVV. “Ik ben bij de zaalvoetbal gekomen toen we nog met vijf teams aan de externe competitie meededen. Maar al snel verdween bij de jongens de zin om op kwart voor elf op een doordeweekse avond in Hellevoetsluis hun wedstrijdje te spelen.”

De zaalvoetbalcompetitie van Barendrecht is inmiddels een begrip. “We hebben elk jaar tussen de 28 en 40 teams. Dit jaar hebben zich 29 teams ingeschreven. Ik maak de competitie-indeling, het programma en regel scheidsrechters. We spelen in drie divisies en deel de teams op kracht in. Als teams eruit springen qua resultaten grijp ik in. Dan gaan we, tijdens het seizoen, schuiven met de teams. Ik wil het voor iedereen leuk houden. Als je iedere keer met 10-0 verliest, gaat de lol er snel van af.

Middenvelder Jesse Ringlever heeft nu al sleutelrol bij voetbalvereniging Slikkerveer

Hij had niet gedacht al zó snel een basisplaats te hebben, maar sinds de derde speelronde van de competitie is Jesse Ringlever (19) niet meer weg te denken uit de favoriete elf van Slikkerveer-trainer André Stafleu.

“De trainer heeft mij vanaf het begin heel veel vertrouwen gegeven”, reageert Ringlever, die vorig jaar zomer de overstap maakte van de A-jeugd naar de senioren. “Eigenlijk had ik een valse start, want ik kwam vrij laat van zomervakantie terug. Daardoor begon ik met een achterstand. In de derde wedstrijd tegen WCR mocht ik vanaf het begin meedoen. Dat ging goed en sindsdien heb ik steeds in de basis gestaan.”

Hij maakte twee seizoenen geleden al zijn debuut voor Slikkerveer 1. Tegen CKC mocht hij van trainer Danny Wijnstekers invallen. “Vorig seizoen heb ik ook een paar wedstrijd meegespeeld, maar de situatie was er niet echt naar om te experimenten. Slikkerveer knokte tegen degradatie.” Waar leeftijdsgenoten nog even moeten rijpen in het tweede, maakte Ringlever, die een mbo4-opleiding (manager havenlogistiek) volgt, ogenschijnlijk moeiteloos de stap naar de hoofdmacht.

“Ik speel op een positie waar mijn spel heel goed tot mijn recht komt”, zegt hij. “Dat scheelt wel. Ik ben één van de twee controlerende middenvelders. Damien Jansen is de ander. Hij is ervaren en aanvoerder. Aan hem heb ik veel steun.” “De trainer geeft veel tips. Over hoe ik mezelf moet aan- bieden en hoe ik moet staan bij balverlies. We hebben als controlerende middenvelders onze taken, maar krijgen ook de vrijheid om naar voren te gaan. Maar altijd wel gedoseerd, eentje van ons moet de restverdediging in de gaten houden.” Ringlever vindt zelfzelf meer voetballer dan ‘breker’. “Ik ben geen typische stofzuiger, die de bal verovert en weer inlevert. Ik ben technisch goed onderlegd. Op de positie waar ik nu spel kan ik het spel bepalen. Dat vind ik heerlijk.”

Het doel van Slikkerveer is om terug te keren naar de tweede klasse. “We zijn net weer begonnen aan het tweede deel van de competitie. We maken een goede kans, maar er zijn meer kapers op de kust zoals DONK, FC IJsselmonde en HOV/DJSCR.”

Fred Renes leidt kleurrijk gezelschap bij Slikkerveer

Als hem wordt gevraagd het veteranenelftal van Slikkerveer in één woord te vangen, dan heeft Fred Renes zijn antwoord meteen paraat: ‘Kameraadschap’. “Het voetballen is eigenlijk bijzaak. Het is dollen, gedold worden, slap ouwehoeren en veel onzin verkondigen. Maar het is oh zo gezellig. Op maandag kijk ik al uit naar zondag.”

Renes (53) mag gerust worden betiteld als de geestelijk vader van wat nu als veteranenteam door de competitie gaat. “Ik voetbalde destijds nog”, zegt hij over het prille begin, ruim zestien jaar geleden. “Het elftal bestond in het begin uit allemaal jongens van mijn werk, stuk voor stuk graancontroleurs. Ze kwamen overal vandaan, uit Spijkenisse, Rotterdam. We zijn begonnen als Slikkerveer 11.”

Kort daarvoor was Renes jeugdtrainer geworden van Slikkerveer. “We zochten een club voor mijn zoon die toen de F-leeftijd had”, vertelt hij. “Ik kom zelf oorspronkelijk uit Rotterdam en heb in het eerste elftal gespeeld bij GLZ, Steeds Hooger en Aeolus. Ik kende de clubs in Ridderkerk niet en we zijn ons eerst gaan oriënteren. Bij Bolnes had ik al snel gezien. De coaches en leiders van de F haalden daar jongetjes van zeven jaar naar de kant omdat ze in hun ogen de taken niet uitvoerden. Dat vind ik niks. Op die leeftijd gaat het om plezier en niets meer.” “Bij Slikkerveer voelde het meteen goed. De sfeer was relaxed en gemoedelijk. Geen gezeur, geen geschreeuw.

Hij werd al snel trainer van een jeugdteam. “Op de eerste speeldag werd gevraagd wie er wilde helpen met trainen en het was helemaal mooi als die persoon ook nog eens op een aardig niveau had gevoetbald. Ik heb mijn vingertje maar opgestoken. Als voetballer was ik nooit makkelijk voor een trainer, nu was het mijn beurt.”

Renes trainde twaalf opeenvolgende jaren de jeugd van Slikkerveer. “Ik heb alles gedaan, van de F tot de A. Het was een heerlijke tijd. Ik was dinsdag en donderdag op de club voor training en op zaterdag coachte ik een team. Ik was er altijd, ook als ik nachtdienst had in de haven. Dan was ik ’s morgens om acht uur thuis, ging ik een uurtje op de bank liggen om vervolgens door te gaan naar het voetbalveld. Als ik ’s middags terugkwam, lag ik tot zondagmorgen in coma. En zondag ging ik zelf voetballen. Dat kan alleen als je een vrouw hebt die je dat gunt. Gelukkig heb ik die. Yvonne en ik zijn al 35 jaar samen.”

Hij voetbalde lang door, maar vier seizoenen geleden hing Renes zelf zijn schoenen aan de wilgen. “Mijn knie”, zegt hij met een vies gezicht. “Die was op. Als ik zondag had gevoetbald, kon ik maandag, dinsdag, woensdag en donderdag amper lopen. Op vrijdag ging het wel weer. Op een gegeven moment dacht ik: je bent gek ook. Toen ben ik gestopt.”

Hij doorliep dezelfde weg als oud-ploeggenoten. Hij werd leider. “We hebben er vijf. Eentje voor de ballen, eentje voor de thee, druk dat we zijn, haha.” Maar er is volgens hem maar één ‘opper’leider. “Ik maak de opstelling. Discussies? Die voer ik niet. Of we nu met dertien of zestien man zijn, iedereen speelt. De één wat korter dan de ander, maar iedereen komt in actie.” En de Ridderkerkse veteranen blijken een aardig balletje te kunnen trappen. “We hebben vorig jaar zelfs de bekerfinale van de regio gehaald. Heel lang was ons voetbal niet serieus. Als we voorlaatste werden in de competitie was het seizoen voor ons geslaagd. Gaandeweg hebben we wat versterking gehad van leuke voetballers en nu zijn we een serieuze kampioenskandidaat.”

Sterker, met een voorsprong van acht punten op achtervolger Sportclub Feyenoord moet het raar lopen wil Slikkerveer geen kampioen worden. Renes: “Vind je het heel erg dat ik nog een flinke slag om de arm houdt?” Of Slikkerveer nou kampioen wordt of niet, de stemming zal niet veranderen. Die is volgens Renes altijd goed. “Na een wedstrijd zitten we vaak urenlang in de kleedkamer. Pilsje erbij, bitterballen. En maar lullen. Het leuke is dat we van alles wat hebben: een sloper, een bankdirecteur en een manager van een snoepbedrijf. Op zondag zijn we allemaal één. Mooi, hé!”


Rechts: Fred Renes

Derby van de week: Drechtstreek – Papendrecht

0

Aanstaande zaterdag staat voor dit seizoen de tweede editie van de Papendrechtse derby gepland. Drechtstreek mag deze keer om 14:30 aantreden op het eigen Sportpark Oostpolder. Tijdens de eerste wedstrijd op zaterdag 8 december, werden de spelers bij opkomst begeleid door vuurwerk en rookbommen. Ongeveer 1000 toeschouwers zagen daar een aantrekkelijke derby, toch eindigde deze wedstrijd in een bloedeloos gelijkspel.

De derby is altijd een leuke en beladen wedstrijd. Voor Papendrecht is het noodzaak deze wedstrijd te winnen, aangezien de strijd om de titel nog in volle gang is. Dit terwijl Drechtstreek in eigen huis niet wil verliezen en ook de punten hard nodig heeft om boven de streep te blijven. Ter voorbereiding spraken wij met beide hoofdsponsors. Teus Baars eigenaar van NOSUCH, is de hoofdsponsor van Papendrecht en Eric Bikker is met Tapperij Tijdloos hoofdsponsor bij Drechtstreek.

“Ik verwacht dat het een spannende wedstrijd wordt. Papendrecht die gaat echt vol voor de winst, want die hebben natuurlijk titel kansen. En Drechtstreek die is er alles aan gelegen om punten te pakken, want die staan er niet heel goed voor. We kunnen geen cadeautjes weggeven deze keer, dus het wordt echt een strijd. Het wordt geen mooie wedstrijd denk ik, maar echt een clash,” vertelt Teus Baars. Eric Bikker is er wat voorzichtiger onder: “Ik durf het echt niet te zeggen eigenlijk. Het kan zomaar een sneaky 1-0 worden voor Drechtstreek, maar het kan ook 0-3, 0-4 voor Papendrecht worden.”

“Dit jaar is het echt een team. Ze hebben op het middenveld echt kracht gewonnen, ten opzichte van vorige jaar. Ze zijn gewoon moeilijk te kloppen.” Dit is dan ook wat het verschil moet gaan maken volgens de hoofdsponsor van Papendrecht. “Het zal ook een beetje op het afronden aan komen. Als dat goed gaat, dan wint Papendrecht.” Eric Bikker, eigenaar van Tapperij Tijdloos, weet dat het dit seizoen iets minder gaat met Drechtstreek. “Drechtstreek is erg wisselvallig, maar ze knokken in ieder geval wel voor elkaar. Laten we dat vooropstellen.”

Voorspelling

Bij de vraag wat de uitslag wordt reageert Baars twijfelachtig: “Ik dat het twee, uhm, ja jeetje. Ik zeg: 2-1 voor Papendrecht.” Dit terwijl Eric Bikker tekent voor een 1-0 thuisoverwinning van zijn ploeg.

Haalbaarheidsonderzoek naar stadion

De transformatie van SC OMC in FC Dordrecht amateurs lijkt op sportief gebied prima uit te pakken: de hoofdmacht van de amateurtak van de Dordtse betaald voetbalorganisatie ligt nadrukkelijk op kampioenskoers in de vijfde klasse B.

In februari kwam de mededeling dat FC Dordrecht een onderzoek ging uitvoeren naar de haalbaarheid van de vernieuwbouwplannen van het stadion aan de Krommedijk. In het onderzoek, dat begin deze maand afgerond moet zijn, wordt gekeken of er voldoende draagvlak is en er genoeg geïnteresseerde partijen zijn die willen meewerken aan de realisatie van een stadion dat ook plaats biedt aan zorg- en onderwijsinstellingen en andere vormen van ontspanning.

,,Lang waren er plannen om de nieuwbouw van het stadion op commerciële basis te laten plaatsvinden, maar dat bleek niet realistisch’’, geeft algemeen directeur Hans de Zeeuw van FC Dordrecht aan. ,,Op 7 december hebben we samen met de gemeente Dordrecht de intentie uitgesproken om het stadion te vernieuwen waarbij ook plaats ingeruimd zou worden voor andere sportparkbewoners, breedtesport, zorg, onderwijs en ontspanning. Na een verkenning van die plannen zijn we nu toe aan de volgende fase: een haalbaarheidsonderzoek naar een stadion dat niet alleen eens in de veertien dagen bij een thuiswedstrijd gebruikt wordt, maar 24 uur per dag, zeven dagen in de week benut kan worden.’’

Samen met de gemeente Dordrecht wil FC Dordrecht Krommedijk 2.0 realiseren. Naast de vernieuwbouw van driekwart van het huidige stadion, waaraan de tand des tijds stevig geknaagd heeft en dat door De Zeeuw al als ‘betaald voetbal-onwaardig’ werd gekwalificeerd, moet het sportpark aan de Krommedijk een plaats worden waar sport en maatschappelijk verantwoord ondernemen hand in hand gaan. Te denken valt daarbij aan kinderopvang en ouderenzorg.

Het optimisme over de haalbaarheid van de huidige plannen is groot, zo illustreerde ook sportwethouder Marco Stam met zijn opmerking dat ‘het nieuwe stadion van FC Dordrecht nog nooit zo dichtbij is geweest’. ,,Het huidige plan is maatschappelijk verantwoord en breed gedragen, waarbij we ook nadrukkelijk de andere sportclubs op het sportpark aan de Krommedijk betrekken’’, zo gaf de wethouder aan.

Het haalbaarheidsonderzoek dat de afgelopen periode heeft plaatsgevonden, is begeleid door een projectgroep, waarin namens FC Dordrecht Hans de Zeeuw, Rik Maaskant, Gerard Bouwer en John Weerman zitting hebben ook en ook de gemeente Dordrecht en andere stakeholders in vertegenwoordigd zijn. ,,Als dat afgerond is, kunnen we toewerken naar fase 3: de besluitvorming door de gemeenteraad’’, aldus De Zeeuw. ,,Ik ben positief gestemd dat in 2024 een volledig vernieuwd stadion én sportpark afgerond is.’’

Vernieuwbouw van het Riwal Hoogwerkers Stadion is onontbeerlijk om de toekomst van het betaalde voetbal in de stad Dordrecht te garanderen. ,,Dankzij het samenwerkingsverband met Feyenoord hebben wij bestaansrecht gekocht’’, haalde Hans de Zeeuw onlangs al eens aan.

Sinds kort heeft FC Dordrecht een verbintenis met de Rotterdamse club, die zorgt voor een toestroom van spelers vanuit de Maasstad. ,,Om het voortbestaan van de club ook voor de komende jaren te garanderen, zeker als straks een degradatieregeling wordt geïntroduceerd, is het noodzakelijk dat we als club groeien.

We hebben dit jaar een spelersbudget van 750.000 euro, maar dat is het laagste van het betaalde voetbal. Als we willen overleven, moet er wat gebeuren met het stadion.’’

Haalbaarheidsonderzoek naar stadion

0

De transformatie van SC OMC in FC Dordrecht amateurs lijkt op sportief gebied prima uit te pakken: de hoofdmacht van de amateurtak van de Dordtse betaald voetbalorganisatie ligt nadrukkelijk op kampioenskoers in de vijfde klasse B.

In februari kwam de mededeling dat FC Dordrecht een onderzoek ging uitvoeren naar de haalbaarheid van de vernieuwbouwplannen van het stadion aan de Krommedijk. In het onderzoek, dat begin deze maand afgerond moet zijn, wordt gekeken of er voldoende draagvlak is en er genoeg geïnteresseerde partijen zijn die willen meewerken aan de realisatie van een stadion dat ook plaats biedt aan zorg- en onderwijsinstellingen en andere vormen van ontspanning.

,,Lang waren er plannen om de nieuwbouw van het stadion op commerciële basis te laten plaatsvinden, maar dat bleek niet realistisch’’, geeft algemeen directeur Hans de Zeeuw van FC Dordrecht aan. ,,Op 7 december hebben we samen met de gemeente Dordrecht de intentie uitgesproken om het stadion te vernieuwen waarbij ook plaats ingeruimd zou worden voor andere sportparkbewoners, breedtesport, zorg, onderwijs en ontspanning. Na een verkenning van die plannen zijn we nu toe aan de volgende fase: een haalbaarheidsonderzoek naar een stadion dat niet alleen eens in de veertien dagen bij een thuiswedstrijd gebruikt wordt, maar 24 uur per dag, zeven dagen in de week benut kan worden.’’

Samen met de gemeente Dordrecht wil FC Dordrecht Krommedijk 2.0 realiseren. Naast de vernieuwbouw van driekwart van het huidige stadion, waaraan de tand des tijds stevig geknaagd heeft en dat door De Zeeuw al als ‘betaald voetbal-onwaardig’ werd gekwalificeerd, moet het sportpark aan de Krommedijk een plaats worden waar sport en maatschappelijk verantwoord ondernemen hand in hand gaan. Te denken valt daarbij aan kinderopvang en ouderenzorg.

Het optimisme over de haalbaarheid van de huidige plannen is groot, zo illustreerde ook sportwethouder Marco Stam met zijn opmerking dat ‘het nieuwe stadion van FC Dordrecht nog nooit zo dichtbij is geweest’. ,,Het huidige plan is maatschappelijk verantwoord en breed gedragen, waarbij we ook nadrukkelijk de andere sportclubs op het sportpark aan de Krommedijk betrekken’’, zo gaf de wethouder aan.

Het haalbaarheidsonderzoek dat de afgelopen periode heeft plaatsgevonden, is begeleid door een projectgroep, waarin namens FC Dordrecht Hans de Zeeuw, Rik Maaskant, Gerard Bouwer en John Weerman zitting hebben ook en ook de gemeente Dordrecht en andere stakeholders in vertegenwoordigd zijn. ,,Als dat afgerond is, kunnen we toewerken naar fase 3: de besluitvorming door de gemeenteraad’’, aldus De Zeeuw. ,,Ik ben positief gestemd dat in 2024 een volledig vernieuwd stadion én sportpark afgerond is.’’

Vernieuwbouw van het Riwal Hoogwerkers Stadion is onontbeerlijk om de toekomst van het betaalde voetbal in de stad Dordrecht te garanderen. ,,Dankzij het samenwerkingsverband met Feyenoord hebben wij bestaansrecht gekocht’’, haalde Hans de Zeeuw onlangs al eens aan.

Sinds kort heeft FC Dordrecht een verbintenis met de Rotterdamse club, die zorgt voor een toestroom van spelers vanuit de Maasstad. ,,Om het voortbestaan van de club ook voor de komende jaren te garanderen, zeker als straks een degradatieregeling wordt geïntroduceerd, is het noodzakelijk dat we als club groeien.

We hebben dit jaar een spelersbudget van 750.000 euro, maar dat is het laagste van het betaalde voetbal. Als we willen overleven, moet er wat gebeuren met het stadion.’’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.