Home Blog Pagina 1219

ASWH is terug tussen de elite

Lange tijd had het seizoen 2018-2019 voor ASWH een kleurloos verloop, waarbij zelfs even de dreiging van een plek in de onderste regionen aanwezig was. In de laatste maanden kwam echter de kentering en hoe: de Ambachters pakten de derde periode in de derde divisie, plaatsten zich voor de nacompetitie en promoveerden op sensationele wijze naar de tweede divisie.

HENDRIK-IDO-AMBACHT – ASWH is terug tussen de elite van het amateurvoetbal in Nederland. De voormalig amateurlandskampioen mag zich voor het eerst in de clubhistorie tweededivisionist noemen na een even bizarre als grandioze ontknoping van een seizoen dat eigenlijk maar niet wilde vlotten voor de Schildmanclub. Oké, de campagne in de nationale beker – die ten einde was gekomen bij eredivisionist FC Utrecht – was fraai geweest, maar in competitieverband bleef de brigade van trainer Cesco Agterberg ver weg van de absolute top in de competitie en waren er lelijke uitglijders tegen de laagvliegers De Dijk en Achilles’29 in het eerste competitiedeel.

,,Halverwege het seizoen lag het niet in de lijn van de verwachting dat we nog mee zouden gaan doen voor promotie. Het liep niet lekker, ik had er eerlijk gezegd weinig vertrouwen meer in’’, stelde routinier Mels van Driel terugkijkend op het eerste deel van het seizoen. Bovendien werd al snel bekend dat ASWH niet verder zou gaan met trainer Cesco Agterberg, die niet lang daarna kenbaar maakte naar hoofdklasser SDC Putten te vertrekken met ingang van het nieuwe seizoen. Ook maakten spelers als Peter Verhoeve, Stanley Husen en Bilal El Amrani al duidelijk dat zij elders hun heil zouden zoeken en flirtte captain Jesper van den Bosch met Barendrecht.

OMMEKEER
De derde periode bood ASWH de laatste kans om een tot dan toe glansloos seizoen toch nog enige kleur te geven. Met ontmoetingen tegen veel clubs uit de onderste laag van de ranglijst zou er misschien nog wat mogelijk zijn. De ommekeer kwam, maar leek niet lang genoeg te duren. Een 1-0 nederlaag bij degradatiekandidaat Eemdijk leek echter funest in de periodewedloop met Quick Boys, dat op zijn beurt ook niet feilloos bleek. ASWH kreeg een herkansing en sleepte op de slotdag van het seizoen de periodetitel binnen door een 3-1 zege op SJC. Plaatsing voor de nacompetitie, waarin zondag-derdedivisionist OFC uit Oostzaan de eerste tegenstander zou worden, was een feit. ,,En daarin hebben wij niet de druk van het moeten, maar kunnen we vrijuit gaan spelen voor onze kansen’’, oordeelde Cesco Agterberg. De ambitieuze opponent uit Noord-Holland werd door de nieuwe aanwinst voor het komend seizoen, Bilal El Amrani, op een 2-0 achterstand gezet in het eerste duel maar deelde vervolgens de lakens uit. Na een 2-1 uitkomst op Schildman en een 2-0 achterstand in de uitwedstrijd, leek de rol van ASWH uitgespeeld. Fabian Korporaal en Nick Slotboom, hij scoorde in blessuretijd, herstelden echter het evenwicht (2-2), waardoor ASWH doorging.

EUFORIE
FC Lienden, dat eerder dit seizoen al uit de tweede divisie leek te verdwenen maar toch doorging en rechtstreekse degradatie had vermeden, was plots het laatste obstakel op weg naar de tweede divisie. Opnieuw startte ASWH thuis, met veel kansen maar een 0-1 nederlaag. Op De Abdijhof in Lienden hadden de Ambachters nog 90 minuten om het ongelooflijke waar te maken en zo geschiedde. Jesper van den Bosch schoot voor rust de 0-1 binnen waarna Stefan Kok de belangrijkste redding van het seizoen verrichtte door vlak voor tijd de nul te houden. Terwijl een verlenging in de maak leek, mocht invaller Sam van de Kreeke nog één keer aanleggen voor een vrije trap. Van de Kreeke draaide in de 96ste minuut de bal met de linkervoet langs de muur en in het doel. Spelers, technische staf, supporters waren door het dolle en vonden elkaar in pure euforie: ASWH, nummer zeven van het reguliere seizoen in de derde divisie, had het toch geflikt en schaarde zich bij de beste amateurploegen van Nederland.

,,Niemand gaf eigenlijk meer een eurootje voor onze kansen, maar wij hebben bewezen goud waard te zijn met elkaar’’, vatte Jesper van den Bosch het einde kernachtig en treffend samen. ,,Vaak zie je ploegen het wel geloven als bekend wordt dat de trainer vertrekt en spelers al nadenken of zelfs rondkomen over een vertrek. Maar wij zijn juist naar elkaar toegegroeid en hadden het besef dat er nog niets moois te halen viel met elkaar’’, haalde Cesco Agterberg aan. ,,Voor mij was het een zwaar seizoen, met blessureleed en soms invalbeurten. Maar met die ene beslissende goal viel alles samen voor mij. Ik zag dat de keeper een stap naar het midden deed en voor mij was het vervolgens zaak om de bal bij de tweede paal binnen te krullen. Wat volgde was pure gekkigheid, waarbij ik ook nog mijn shirt uitdeed en naar mijn ouders rende’’, grijnsde ‘Super’ Sam van de Kreeke na zijn heldendaad.

Rogier Veenstra, de trainer van GOES die in de nacompetitie met de Zeeuwse club van FC Lienden verloor, gaat na de zomervakantie aan de slag bij een tweededivisionist. ,,Werken op het allerhoogste podium, dat is een prachtige uitdaging die er voor ons ligt. Ik kan niet wachten om te beginnen.’’

Hellevoetsluis viert een koninklijk feestje

0

Hellevoetsluis-voorzitter Edwin Boogaard kijkt met een ‘enorm trots gevoel’ terug op de viering van het honderdjarig jubileum van zijn club vorige maand. “Een uniek feest”, zegt hij. “Als ik de week in één woord moet vatten: fantastisch.”

Het absolute hoogtepunt was volgens Boogaard de grote feestavond voor alle leden van de club. “De sfeer, de ambiance, alles klopte gewoon. Er is geen onvertogen woord gevallen. Sterker nog, ik denk zelfs dat niemand boos naar een ander heeft gekeken.”

De viering van het honderdjarig bestaan leverde Hellevoetsluis ook nog een tastbaar resultaat op: de club kreeg de Koninklijke Erepenning. “Ik zie dat als een enorme blijk van waardering voor wat we als voetbalclub de afgelopen honderd jaar hebben gepresteerd”, reageert Boogaard. “We hadden die erepenning zelf aangevraagd, maar dan is het maar de vraag of je ‘m ook daadwerkelijk krijgt. Je moet voldoen aan negen eisen.”

Omdat de KNVB als bond al eerder koninklijk is onderscheiden mag Hellevoetsluis zich niet ‘koninklijk’ noemen. Koninklijke HFC mag die titel wel dragen omdat de nationale bond destijds nog niet koninklijk was. “We zijn dan niet koninklijk, maar mogen uitingen van de onderscheiding wel overal laten terugkomen”, zegt Boogaard. “Dan moet je denken aan briefpapier en onze sociale media. We mogen het ook onder ons logo op het clubshirt zetten. We zijn nu aan het bekijken hoe we daar vorm aan gaan geven.”

Het feestje van de honderdjarige is overigens nog niet voorbij. Met de organisatie van het Gouden Eeuw-toernooi in de voorbereiding op het nieuwe seizoen krijgt het jubileum nog een mooi staartje. Op zaterdag 24 augustus komen zeven andere clubs van het eiland (Rockanje, FC Vlotbrug, Nieuwenhoorn, OHVV, Zwartewaal, Brielle en Vierpolders) naar de Brielsestraatweg. Het toernooi is volgens Boogaard een knipoog naar de Jan de Bakker Bokaal, het toernooi dat

jarenlang bij Hellevoetsluis werd gehouden. “Het Gouden Eeuw toernooi hebben opgetuigd ter ere van de Jan de Bakker-bokaal. Dat was een illuster toernooi dat een belangrijk deel heeft uitgemaakt van onze geschiedenis.” Boogaard sluit niet uit dat er bij succes een vervolg komt. “Ik ben wel van het idee dat je moet voortborduren op iets wat goed is.”

In de leunstoel stilzitten doet Hellevoetsluis, nu het toegetreden is tot de elite van 100 jarige clubs, niet. Boogaard en zijn bestuur zitten vol plannen. Een deel daarvan is al concreet. “In de zomer gaan we de bar verbouwen en de overkapping doortrekken”, vervolgt Boogaard. “Ook zijn er plannen om het interieur in de kantine te vervangen.”

Een groot project is de bouw van een nieuwe tribune, inclusief vier of vijf nieuwe kleedkamers. Door de groei van de club de laatste jaren is de huisvesting aan de krappe kant geworden, geeft Boogaard aan. “Als we om twaalf en half drie ’s middags volle bak hebben, komen we nu eigenlijk twee kleedkamers tekort. We hebben er nu tien en zitten te springen om meer.”

De financiering is volgens Boogaard al vrijwel rond. “Het is een grote uitgave van rond de zes ton. De gemeente Hellevoetsluis heeft een regeling dat voor een derde van dit bedrag subsidie wordt verstrekt. De rest van het geld komt uit ons eigen vermogen en een lening bij de bank. Doordat de btw-regeling is veranderd zijn de plannen iets vertraagd, maar ik verwacht dat we over afzienbare tijd kunnen gaan bouwen.”

Daarnaast heeft het kunstgras van het hoofdveld de aandacht. Dat is aan vervanging toe. Boogaard: “De toplaag is onlangs op ons verzoek voor de tweede keer gekeurd door een extern bureau. Zolang het veld door de keuring komt, voelt de gemeente geen druk om het te vervangen. Dit of volgend jaar, eens zal het moeten gebeuren, want intussen ligt deze mat er al acht jaar.”

Jaap de Nekker hoort bij inboedel Hellevoetsluis

0

“Niemand vergeten, hé”, zegt Jaap de Nekker als hij de namen van de zes leden tellende werkploeg opsomt. Het bestuurslid en lid van de werkploeg van Hellevoetsluis vindt het eigenlijk ‘niet nodig’ dat de schijnwerpers op hem komen te staan. Daarom ‘controleert’ hij nog even goed of de opgeschreven namen kloppen.

Met Cor Waalboer, Rob Krijgsman, Ruud Wesie, Henny van Aken en Hans van der Jagt is de gepensioneerde inwoner van Hellevoetsluis (72) verantwoordelijk voor het up-to-date en schoon houden van de accommodatie van de club. “Alleen de velden doen we niet”, zegt hij even later als hij over het hoofdveld loopt. “Dit veld is aan vervanging toe, maar daar gaat de gemeente over.”

Hij wijst op twee reclameborden die klaar liggen om opgehangen te worden. “Dat soort klusjes doen wij. We zijn inmiddels aan de tweede ring bezig. Na ieder seizoen kijken we of de borden nog schoon zijn. De borden hangen daar onder bebosing. Daar komt snel viezigheid op. Je kan het niet maken als een bord onder het groen zit.”

Hellevoetsluis is eigenlijk de tweede voetballiefde van De Nekker, die opgroeide in Rotterdam-Zuid en lid werd van de legendarische club De Musschen. Hij voetbalde er zelf in het eerste. “Een paar jaar maar hoor”, probeert hij zijn rol te minimaliseren. “In die tijd speelde De Musschen op het hoogste niveau op zondag, in de eerste klasse. In Zuid had je echte topclubs, Spartaan’20, CVV, Zwart-Wit’28. Op Spartaan’20 na zijn al die clubs verdwenen. Sommige door een faillissement, andere door een fusie.”

“De Musschen is op een gegeven moment samengegaan met DEH, wat later weer is opgegaan in SV Charlois.”

De Nekker had toen al zijn tweede liefde ontdekt. “Mijn zoon ging bij Hellevoetsluis voetballen op de zaterdag. Weliswaar op standaardniveau, maar de zondag was toen het vlaggenschip. Ik werd

al snel gevraagd voor elftalleider. Ik heb ja gezegd, onder de voorwaarde dat ik met het iemand anders zou gaan doen. Arie Mos was dat.”

“In het begin was er niks. We hebben dat langzaam opgebouwd. Je kent het wel. Een sponsor voor tenue, een trainingspak.” Hij kon toen nog niet weten dat de zaterdag later de zondag zou verdringen. “Ik ben al snel in het bestuur gekomen. Daar zit ik inmiddels 22, 23 jaar in.”

En als je bestuurslid bent bij Hellevoetsluis dan heb je, zo lijkt het, een aanstelling voor het leven. “Het zegt wel genoeg dat ik sinds ik in het bestuur zit twee voorzitters heb meegemaakt. De vorige voorzitter Ton Lammers is in het bestuur gebleven nadat hij is opgevolgd door Edwin Boogaard. We kunnen lezen en schrijven met elkaar. Dat is ook de kracht van Hellevoetsluis. Stabiliteit, samen tot iets moois komen.”

Hij is zelf al jarenlang wedstrijdsecretaris bij de senioren. Zeven elftallen heeft hij onder zijn hoede. “Het is allemaal een stuk eenvoudiger geworden door die wedstrijd-app. Vroeger moest je alle wedstrijdformulieren met de hand doen.”

Hij is zaterdag altijd op de club. Vanuit de commissiekamer houdt hij de boel in de gaten. “Ik ontvang scheidsrechters en de bezoekende partij. Ik overhandig hen de sleutels van de kleedkamers en vertel welk veld ze spelen. Ook als er doordeweeks wordt gevoetbald, ben ik er.”

En na een korte stilte: “Eigenlijk ben ik iedere dag. Vandaag wordt er gesport door leerlingen van de basisschool. Als ze mij nodig hebben, weten ze me te vinden.”

Hij heeft dat nog niet gezegd of er meldt zich een leraar in de deuropening. De toiletten in kleedkamer zes en zeven zijn verstopt. “Ik ga zo wel even kijken”, antwoordt De Nekker.

”Ik ben geen type trainer die tien jaar in de vierde klasse wil blijven hangen”

Het zat altijd al in zijn achterhoofd om trainer te worden. Die ambitie werd op zijn pas 27ste pas echt kracht bijgezet toen Mario De Fouw (nu 37) bij Zaamslag ging samenwerken met de Belgische trainer Kenny Verhoene. Nu is hij trainer bij vierdeklasser VV Biervliet.

,,Dat was voor het eerst dat een trainer me echt verder hielp, met zaken waar ik nooit eerder over had nagedacht” begint De Fouw over het Verhoene-tijdperk. ,,Hoe sta je het beste in zone, hoe bereid je je als team gericht voor op een wedstrijd; dat soort dingen. Nadien kreeg ik ook Hubert van den Hemel nog als trainer en die liet dan weer zien hoe leuk het voetbalspelletje kan zijn. Iedere speler rende de deur eruit voor hem.”

Op zijn 32ste stopte de middenvelder van weleer om meer tijd vrij te maken voor zijn jonge gezin. Dat lukte maar even, want de drang om naar een wedstrijd toe te kunnen leven werd node gemist. Voorzichtig stippelde hij zijn route uit richting het trainersvak, totdat het begin 2016 plots wel erg rigoureus ging. ,,Hubert van den Hemel lag er een paar maanden uit, en toen werd aan mij gevraagd of ik het tijdelijk over wilde nemen. We pakten weinig punten, maar het was wel érg leerzaam.”

Veel mensen vroegen hem de afgelopen tijd waarom hij vervolgens niet ‘gewoon’ eerst ergens assistent werd. De Fouw: ,,Maar dat past gewoon niet bij me, mits het op een hoger niveau is.” In plaats daarvan keek De Fouw, werkzaam als teamleider bovenbouw op een middelbare school, eerst een paar jaar goed rond bij Zaamslag. ,,Ik snap beginnende trainers vaak niet, die van speler direct assistent-trainer worden. Zelf heb ik er eerst voor gekozen om vrijwilligerswerk te doen.” Zo kon – en kun je – De Fouw nog steeds biertjes zien tappen in de Zaamslag kantine, en maakte hij een aantal jaren deel uit van de technische commissie. ,,Ik wilde gewoon een hele cluborganisatie leren kennen, omdat veel trainers in mijn ogen te veel naar zichzelf kijken.”

En dus stelt De Fouw, ook nog jeugdtrainer bij Terneuzense Boys van zoon Luca, zich ook als trainer meedenkend op. Zo mag hij er zich van zichzelf niet te druk over maken dat hij bijvoorbeeld een speler mist vanwege een haartransplantatie, of dat speler Stephan Thomaes zijn andere hobby minstens even belangrijk vindt. ,,Stephan doet aan tractor pulling. Maar wie ben ik om hem dat te ontzeggen? In het buitenland rijdt hij soms wedstrijden in een stadion met tienduizend man, prachtig toch? Pas was hij nog helemaal naar Polen afgereisd voor een wedstrijd; blies-ie z’n motor binnen vijf seconden op…”

Ondanks het lastige seizoen van de vierdeklasser voelt De Fouw zich in zijn eerste jaar prima op zijn plek bij Biervliet, dat vorig seizoen als nummer vier van de ranglijst promoveerde. ,,Maar ik ben geen type trainer die tien jaar in de vierde klasse wil blijven hangen. Over pakweg vijf jaar wil ik graag aan m’n TCI beginnen.”

Bas van Stokkom trots op Van Dijk: ‘Dit had ik nooit durven voorspellen’

0

SLIEDRECHT – Bas van Stokkom (28) is niet het type om erover op te scheppen en zijn trainer en meeste teamgenoten wisten het niet eens, maar de linksbenige verdediger van Sliedrecht vormde jarenlang een centraal duo met Oranjecaptain en Liverpool-vedette Virgil van Dijk.

,,Ik heb tien jaar in de jeugd van Willem II gespeeld. Daarvan stond ik de laatste vijf of zes jaar altijd samen met Virgil achterin”, vertelt Van Stokkom. ,,Virgil speelde in die jaren ook nog regelmatig als opkomende rechtsback, maar toen hij in de A’tjes echt begon te groeien zag je wel dat hij een enorme potentie had als centrale verdediger. Hij stond stevig op zijn benen en zag precies wat er ging gebeuren, maar dat hij zo ver zou komen had ik echt nooit durven voorspellen. Hij heeft een mooie route afgelegd. Via Willem II, FC Groningen, Celtic en Southampton is hij stap voor stap uitgegroeid naar de in mijn ogen beste verdediger ter wereld. Ontzettend knap, want vroeger zag lang niet iedereen het in hem zitten en bij Willem II kreeg hij uiteindelijk ook geen contract. Natuurlijk ben ik trots als ik hem zie staan met die beker voor de beste speler van dit seizoen in de Premier League of hem tegen Lionel Messi zie spelen in de halve finale van de Champions League. Geweldig dat hij op 1 juni voor het tweede jaar op rij de finale van de Champions League gaat spelen. Toen ik in 2010 naar ASWH ging en hij naar FC Groningen vertrok is het contact tussen ons snel verwaterd, maar zo werkt dat eenmaal in het voetbalwereldje. Je leert zoveel gasten kennen en kan niet met iedereen contact blijven houden. Ik probeer de laatste jaren wel zoveel mogelijk wedstrijden van hem te kijken, zeker nu hij in de absolute top speelt. Ja, dan gaan de gedachten soms wel even terug naar de jeugd van Willem II, want ik heb daar een fantastische tijd gehad”, vertelt de verdediger uit het Brabantse Made.

Nu vormt Van Stokkom bij Sliedrecht al drie jaar een centraal duo met Gavir Breidel: ,,Gavir is ook een topper hoor, haha. Ik heb het ontzettend naar m’n zin bij Sliedrecht. Het kampioenschap zit er helaas niet meer in, maar in juni spelen we de bekerfi nale en nacompetitie om promotie. Daar heb ik enorm veel zin in met deze spelersgroep.”

Mathijs Donatz trots op interlands

0

Sliedrecht-doelman Mathijs Donatz (28) stond tien jaar geleden te boek als een van de grootste keeperstalenten van Nederland. Donatz keepte in de jeugd van Feyenoord en Sparta, waar hij op 15 november 2010 zes minuten in de hoofdmacht mocht keepen tegen PEC Zwolle (3-1 nederlaag) als invaller voor André Krul.

SLIEDRECHT – Spelers als Ruud Knol, Ruud Kras, Nathan Rutjes, Ricky van den Bergh, Lerin Duarte, Jetro Willems, Nick Viergever, Kevin Strootman en Marten de Roon behoorden destijds tot zijn ploeggenoten. ,,Een hele mooie lichting, maar helaas heb ik bij Sparta niet de kans gekregen om me verder te ontwikkelen. Toen ik zestien was kreeg ik een driejarig contract, maar toen Wiljan Vloet in de zomer van 2011 terugkeerde bij Sparta als algemeen en technisch directeur besloot hij alle aflopende contracten niet te verlengen. Ik ben toen nog wel even op stage geweest bij Toronto FC via Aron Winter, maar ik zag het toen ook niet zitten om als jonge jongen alleen in Canada te gaan wonen. Achteraf had ik dat avontuur misschien wel aan moeten gaan, maar ik koos destijds heel bewust voor een amateurclub (Alphense Boys, red.) en een studie om me te richten op een maatschappelijke carrière,” vertelt Donatz, dit seizoen bijna wekelijks behorend tot de uitblinkers bij Sliedrecht. In de competitie, waarin Sliedrecht als tweede eindigde achter kampioen Sportlust ’46, hield hij liefst elf keer de nul. Verder had Donatz een heldenrol in de strafschoppenserie bij Kloetinge in de halve finale van de districtsbeker. ,,Ik ben nu uitstekend op mijn plek bij Sliedrecht en heb het plezier in het voetbal ook helemaal terug, maar dat is in de eerste jaren na Sparta wel minder geweest. Als jonge jongen vecht je jarenlang voor die droom om profvoetballer te worden en als het dan bij zes minuten in Sparta 1 blijft is dat best lastig. Uiteindelijk komt heel veel gewoon neer op geluk en vertrouwen in die jaren. Een dag na mijn debuut ging ik bijvoorbeeld weer terug naar het tweede, omdat de club Oscar Moens had gehaald voor meer routine in de kleedkamer.

Een van de mooie herinneringen uit die jaren zijn voor Donatz de wedstrijden voor Oranje onder 19, waar hij samenspeelde met onder andere Daley Blind, Leroy Fer en Georginio Wijnaldum. ,,Wij werden in dat jaar landskampioen met Sparta A1, dus wij konden gewoon de jongens van Ajax en Feyenoord uitlachen in de kleedkamer bij Oranje. Dat was natuurlijk wel bijzonder. Wijnaldum was destijds nog een verlegen en schuchter mannetje, maar als hij eenmaal op het veld stond zag je wel dat hij een leeuwenhart had. Toen hij onlangs als invaller binnen tien minuten twee keer scoorde tegen FC Barcelona in de halve finale van de Champions League was ik natuurlijk enorm trots.”

Slagboom wil nog één seizoen alles geven

0

Nieuw-Lekkerland heeft een matig seizoen achter de rug. Het slot was echt slecht, want in april en mei werd tot en met de wedstrijd tegen Geinoord alleen maar verloren. Daardoor eindigden de Lekkerlanders maar net boven de degradatiestreep.

NIEUW-LEKKERLAND – Raymon Slagboom, de nestor van de ploeg, zit daarom met een kater. ,,Tijdens de winterstop had ik echt het gevoel dat wij dit seizoen zeker in het linkerrijtje zouden gaan eindigen. Dat het zo zou aflopen is teleurstellend.” Slagboom wordt in juni 32 jaar en heeft voor zichzelf besloten om na het komende seizoen te stoppen. ,,Dan is het wel mooi geweest. Ik ga dat de club vertellen. Dan weten zij waar zij aan toe zijn. Ook voor mij gaan de jaren tellen, hoor. Ik voel na de wedstrijden wel de pijntjes. Het herstel van de spieren heeft tegenwoordig wat meer tijd nodig.”

Slagboom is voor zichzelf ook op zoek naar oorzaken voor de terugval in het tweede deel. ,,Het kan ermee te maken hebben dat de trainingen steeds slechter bezocht worden. Ik tel liefst acht spelers die gaandeweg het seizoen zijn afgehaakt. Daardoor was er nog maar een kleine groep om te trainen beschikbaar. Het is goed dat er volgend seizoen wat nieuwe spelers bijkomen, anders wordt het wel erg mager.” Vorig jaar hoorde Slagboom bij de groep leden die een bekertje kregen ter gelegenheid van hun 25-jarig lidmaatschap.

AMBIANCE
De routinier maakte de periode mee dat Nieuw-Lekkerland in de hoofdklasse acteerde. ,,Een prachtige tijd voor de club, maar voor ons als spelers net wat te hoog gegrepen. Het was natuurlijk de periode dat wij nog op de oude accommodatie speelden. In die ambiance stonden tegenstanders al met 1-0 achter voor er was afgetrapt. Als wij in de richting van ons clubgebouw speelden was er geen houden aan voor de tegenstanders. Wij werden gesteund door een orkaan van geluid. Nu dat voorbij is, geniet ik er nog meer van. Het was zo bijzonder. Maar pas op, ik klaag niet, want wij worden nog altijd goed ondersteund door onze supporters. Ook bij uitwedstrijden gaan er veel mee.”

Hoeveel wedstrijden Raymon Slagboom voor Nieuw-Lekkerland heeft gespeeld weet hij niet. ,,Ik ben er alleen in 2017 een seizoen bij het eerste elftal tussenuit geweest. Ik wilde mij maximaal voorbereiden op het lopen van de Rotterdam Marathon. Dat is gelukt. Op zaterdag speelde ik in dat seizoen mijn wedstrijden in het vierde elftal. Blessures heb ik nooit gehad.”

Slagboom voelt zich dit seizoen vooral een soort manusje van alles. ,,Ik speel waar de trainer mij nodig heeft en dat was dit seizoen sterk wisselend. Tot de winterstop heb ik rechtsachter gespeeld. In 2019 heb ik op het middenveld op alle posities gestaan. Ik val nooit buiten de ploeg, want ik heb dit seizoen nog geen minuut gemist.”

Zodra de voetbalcompetitie op een eind loopt gaat Raymon Slagboom de tennisbaan op. ,,Naast voetbal mijn favoriete sport. Heerlijk om met vrienden in de zomermaanden een balletje te slaan.” Als aan zijn eigen voetballoopbaan een einde is gekomen, overweegt Slagboom om jeugdtrainer te worden.

‘We hebben te vaak niet het maximale eruit gehaald’

VOGELWAARDE – Nadat eindelijk na vele jaren weer een kampioenschap kon worden gevierd op Vogelwaarde, degradeert de club na slechts één seizoen weer terug naar de vijfde klasse van het zondagvoetbal. En kan de ploeg van verdedigers Rob Hermus weer opnieuw gaan strijden voor promotie.

“Als we kijken naar dit seizoen, dan hebben we gewoonweg te weinig gescoord. Ook in wedstrijden waar we kansen genoeg hebben gehad, wilde de bal er af en toe gewoon niet in. Dan wordt het ook verdomde lastig om punten te pakken en dat is ook gebleken. In andere wedstrijden waren sommige tegenstanders kwalitatief beter en moet je realistisch zijn. We zijn dit seizoen ook regelmatig al in het eerste kwartier op achterstand gekomen en dan krijg je het in het restant logischerwijs lastig om dat om te buigen, zéker als je dan al niet veel scoort. We hebben dit seizoen veel pech gehad met blessures en in wedstrijden, waarin het allemaal net niet goed viel. Maar al bij al kunnen we stellen, dat we te vaak niet het maximale eruit hebben gehaald in wedstrijden.”

De snelle vleugelverdediger (24) heeft er inmiddels vijf seizoenen opzitten bij Vogelwaarde, waarvan nu dus een seizoen in de vierde klasse. “Ik heb de gehele jeugd bij v.v. Steen gespeeld. En mijn eerste seizoen, toen we ook in de vierde klasse speelden, heb ik niet meegedaan vanwege een zware knieblessure. Nu heb ik wel gespeeld en kijk over het algemeen wel redelijk tevreden terug op mijn eigen seizoen. Al kon het in sommige wedstrijden wel beter, maar ik denk dat ik zelf maar een paar wedstrijden het heb laten afweten. Voor mezelf is dat wel een doelstelling om dat te verbeteren en te proberen om die momenten eruit te halen. Dat is een drive voor mezelf in elk geval richting komend seizoen.”

Dat zal dus op een niveautje lager zijn, terug in de vijfde klasse. Er zal overigens nog wel het nodige wijzigen, want na vijf seizoen vertrekken Marc de Kunder en zijn assistent Henk Koekkoek naar hun vorige club v.v. Spui. Ze worden opgevolgd door Patrick Boute die overkomt van AVC Aardenburg. “Na vijf mooie jaren is het misschien wel tijd voor verandering. Marc is een goede trainer alleen kan het na vijf jaar toch goed voor de selectie zijn dat er een andere trainer voor de groep komt die misschien anders tegen bepaalde dingen kijkt. ik wens Marc en Henk dan ook veel succes bij spui. ook kijk ik uit naar volgend seizoen met Patrick. ik ken Patrick nog niet goed en ben dan ook benieuwd naar de trainingen en hoe hij langs de lijn is tijdens de wedstrijden.”

Hermus heeft nog geen moment spijt gehad van zijn overstap naar Vogelwaarde en voorziet volop kansen richting de toekomst. “De spelersgroep die we nu hebben heeft is gewoon echt leuk om mee te samen te voetballen. En ook buiten het veld is het een geweldige groep die veel met elkaar optrekt. Want voetbal draait immers niet alleen om presteren, want gezelligheid en plezier moet er ook zijn. En dat is hier volop aanwezig. Natuurlijk is de degradatie sportief jammer, maar het is dan aan ons om volgend seizoen te laten zien dat we dat niveau wel degelijk aankunnen.”

Cadzand moet het doen met veel jeugd

Cadzand, dat dit seizoen onderaan bungelt in de vierde klasse A van het zaterdagvoetbal, moet het met veel jeugd doen. ,,Alleen al dit seizoen hebben zeven speler van JO-17 minuten gemaakt bij het eerste elftal. Bij de eerste selectie zitten nu zeven spelers die onder de 19 jaar zijn”, vertelt speler Jordi Martlé.

Martlé: ,,De resultaten vallen dit seizoen erg tegen, maar de sfeer in de groep is er niet minder om. Veel spelers kennen elkaar al heel lang. Hebben samen gespeeld in de jeugd of zijn vrienden van elkaar. Er is geen scheiding in de groep tussen de oudere en de echte jeugd. Iedereen wordt goed opgevangen. Na de wedstrijd drinken we samen wat en we gaan ook vaak met de jongens mee op stap.”

Als jeugdspeler moet je nog veel leren om in het seniorenvoetbal goed te kunnen functioneren. ,,Sommige jonge jongens zijn nog wel zenuwachtig als ze met het eerste elftal mee moeten. Ik vind dat best logisch, als je bij de oudere mannen moet gaan spelen. Dat had ik zelf ook in het begin. Het probleem is dat er nu nog veel te weinig gecoacht wordt in het veld. De jonge jongens durven soms niet hun mond open te trekken tegen de oudere uit het team, die routine moet in de ploeg zien te komen. Als we dat voor elkaar krijoenschap ook nog een extra lading door de aanwezigheid van zijn zoon Veron, die in de winterstop overkwam van Breskens. Hoe dat kon? ,,Nou, Veron woonde vanwege zijn studie in Baarn, in de buurt van Utrecht. Vanwege zijn verhuizing naar Sluis kwam hij in aanmerking voor dispensatie. Als je immers minstens veertig kilometer verderop gaat wonen én je nieuwe club ligt tien kilometer uit de buurt van je huidige club, dan is overstappen een mogelijkheid. Daar was ik wel blij mee, ja.” *Op moment van schrijven was nog niet bekend of Sluis via de nacompetitie is gepromoveerd. gen gaan we zeker punten weten te pakken.”

Ondanks dat de resultaten dit seizoen niet overlopen ziet Martlé vooruitgang. ,,We hebben dit seizoen veel blessures gehad in de groep, dit kwam vooral door overbelasting. Hierdoor hebben we ook veel van systeem gewisseld en dus nooit echt in een vaste kern kunnen spelen. Toch hebben we de afgelopen wedstrijden wat punten weten te pakken. Hopelijk kunnen we dit volgend seizoen doortrekken!”

Muller eerder terug in ‘Lekkerland’

0

Damiën Muller maakte de voetbalreis langs Nieuw-Lekkerland, Capelle, XerxesDZB, Oranje Wit en straks terug naar ‘Lekkerland’. Hij vertrekt bij Oranje Wit omdat hij solidair is met zijn trainer Pippy Pruymboom.

DORDRECHT – Oranje Wit kon zich dit seizoen niet meten met de beide topploegen, kampioen Sportlust’46 en Sliedrecht. Op de voorlaatste speeldag van de competitie in de eerste klasse C ging een kruis door de nacompetitiekansen voor de Dordtse club en dus ook voor Damiën Muller om een vervolg aan het enerverende seizoen te breien.

Het verhaal over de Pruymboom-affaire binnen Oranje Wit is uiteraard bekend. Jan-Willem Bozuwa, voorzitter van Oranje Wit, stak in februari bij een verklaring aan het AD, deels de hand in eigen boezem. ,,Als bestuur en technische commissie van Oranje Wit waren wij van mening dat het na negen jaar met Pippy tijd was voor een nieuwe trainer, die een frisse wind door heel de club kan laten waaien. De manier waarop dat proces de laatste weken is gegaan, is alleen heel slecht geweest, daar ben ik me ook van bewust. Ik heb er vertrouwen in dat we nog een geschikte opvolger vinden.’

De spelersgroep reageerde als door een wesp gestoken. Vrijwel alle spelers zijn solidair met Pippy Pruymboom en vertrekken. Dat geldt zeker ook voor de 26-jarige Damiën Muller. ,,Ik was heel graag nog een jaar bij Oranje Wit blijven voetballen als Pippy en zijn assistent Frank Wierks waren gebleven. Tien jaar Pippy bij Oranje Wit had ik graag willen meemaken. Toen de club hun standpunt richting ons formuleerde, heb ik direct gezegd dat ik zou vertrekken. Er is veel misgegaan bij Oranje Wit. Als je je trainer wilt lozen, doe je dat toch niet in februari. De trainer kan dan geen kant meer op. Het vreemde is dat wij tijdens het trainingskamp in januari alles met de trainersstaf richting het volgend seizoen hebben doorgesproken. Zelf had ik toen nog twijfel, want ik wilde eerste fit worden. Het is een klein wonder dat Pip toch weer een club in Dordrecht (Wieldrecht, red.) heeft gevonden.” Muller had in zijn achterhoofd meteen het idee om naar Nieuw-Lekkerland terug te keren. ,,Ik heb daar nog even mee gewacht. Op 23 februari, toen wij thuis tegen Nieuw-Lekkerland speelden, heb ik bekendgemaakt dat ik de overstap naar Lekkerland maak. Andere clubs heb ik afgehouden. Toevallig zag ik deze week dat het precies zes jaar geleden is dat ik afscheid nam en naar Capelle ging vertrekken.”

Bij Nieuw-Lekkerland en Capelle beleefde Muller zijn absolute hoogtepunten. ,,Die promotie naar de hoofdklasse met Lekkerland was fantastisch. Niet te vergeten ook de uitwedstrijd met Capelle voor de beker tegen FC Groningen, met bijna tienduizend toeschouwers, in de Euroborg. Vooral dat was uniek omdat ik toen in de basis mocht starten. Ik stond tegenover Eric Botteghin. In de euforie ben ik vergeten zijn shirt te vragen. Een ander hoogtepunt was toch ook de wedstrijd met Capelle bij Kozakken Boys. Wij wonnen met 1-3 en mijn maatje Gwaeron Stout (Kozakken Boys, red.) en ik scoorden allebei.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.