Home Blog Pagina 1117

De fusie heeft GRC’14 goed gedaan volgens van Mourik

Leen van Mourik heeft het druk met zijn werk als general manager van PARC Polyester & Rubber Repair BV. Maar als hij tijd heeft, staat Van Mourik zaterdags langs de lijn op het sportpark van GRC’14. Dan geniet hij met volle teugen van de wedstrijden van het eerste én tweede.

Vanaf het dakterras staat Leen van Mourik geconcentreerd naar een wedstrijd van GRC’14 te kijken. De 52-jarige general manager van PARC Polyester & Rubber Repair BV staat elke zaterdag langs de lijn bij het eerste en tweede elftal, als hij in het land is. “Lang was ik één van de twee trainers van de JO19-1, maar dat viel niet meer te combineren met mijn werk. Ik zat zo vaak in het buitenland, dat ik de spelers op den duur amper nog kende.”

Van Mourik komt graag op sportpark Almbos. “Het is hier altijd gezellig als het eerste speelt, dan staan we met een vast clubje te kijken en na de wedstrijd vullen we een hoek aan de bar. Het mooie aan GRC’14 is dat ook bij uitduels veel supporters het team komen aanmoedigen.” Met PARC is Van Mourik ook nog eens fanatiek sponsor van de club uit Giessen en Rijswijk: hij heeft twee sponsorborden hangen, steunt het jeugdplan en de kantine. “Door de sponsoring van enkele grote bedrijven kan de jeugd met het goede doel Villa Pardoes op het shirt spelen.” Dat complex verdient het om benoemd te worden: een spiksplinternieuw, modern clubgebouw, dat voetbal ademt.

Vijftien jaar geleden kwam Van Mourik bij Rijswijkse Boys, nadat hij opgroeide bij Herovina in Herwijnen. Hij was in het afgelopen anderhalve decennium naast trainer ook grens- en scheidsrechter bij de club. Zijn hoogtepunt was het winnen van de districtsbeker met een talentvolle JO19-selectie.

Van Mourik ziet dat de fusie van vijf jaar geleden een goed besluit is geweest voor beide clubs. “Giessen had een goede jeugd, maar minder senioren en bij Rijswijkse Boys was het precies andersom. Nu gaat het heel goed, we zijn fi nancieel gezond en draaien mee in de eerste klasse.” De club heeft om en nabij de zeshonderd leden. De manager van PARC hoopt vooral dat het eerste eens uit de degradatiezorgen kan blijven. “Maar dat wordt heel lastig, daarvoor moet je eigenlijk veel betalen aan de spelers en continu jongens van buitenaf halen. Dat willen wij niet, het eerste elftal moet herkenbaar blijven. We spelen liever in de tweede klasse met een eigen gezicht, dan eerste klasse vol onbekende spelers die na één seizoen weer vertrekken. Maar laten we hopen dat we het dit jaar weer redden.”

Wil je meer informatie over de club GRC’14? Klik hier.
Lees hier de krant van Altena.

Papendrecht doet zichzelf tekort tegen GRC14

Na twee opeenvolgende goede resultaten tegen Nieuw Lekkerland en Montfoort S.V.’19 reisde Papendrecht op zaterdag 14 december vol vertrouwen naar sportpark Almbos in het Noord-Brabantse Giessen. De laatste competitiewedstrijd van 2019 tegen GRC14 was een belangrijke. Bij winst zou de tegenstander in de stand worden gepasseerd. Bij verlies dient naar onderen gekeken te worden.

In moeilijke weersomstandigheden was Papendrecht qua veldspel al snel de bovenliggende partij. Nadat de eerste kans voor de thuisploeg was, werden de kansen aaneengeregen. In de eerste tien minuten kreeg Papendrecht twee goede kopkansen via Jay Luciano en Nick Kamerling, maar beide keren werd de doelpoging door de doelman van de gastheren gekeerd. Na een kwartier kreeg Djerrel Saffignani de grootste mogelijkheid, maar zijn schot eindigde op de paal. In de rest van de eerste helft hield Papendrecht het beste van het spel zonder tot echt heel grote kansen te komen. De schoten van Justin Beemsterboer en Michael van Rooijen waren opnieuw een prooi voor de GRC14-keeper. Papendrecht vergat zich, wederom, te belonen voor een prima eerste helft en ging rusten met 0-0.

Na de thee was echter alles anders. Het was niet alleen harder gaan waaien, maar ook GRC14 beet wat meer van zich af en kreeg, zonder tot grote kansen te komen, iets meer grip op de wedstrijd. Kort nadat de zeer soeverein spelende Edinho Goodett geblesseerd het veld had moeten verlaten, was de organisatie achterin even zoek en daar profiteerden de gastheren maximaal van. Dom balverlies op de rand van het Papendrechtse strafschopgebied werd door de net ingevallen Henri Versteeg direct afgestraft: 1-0.

Papendrecht was na de achterstand volledig van slag, waardoor de thuisploeg nog een aantal goede mogelijkheden kreeg, maar de prima keepende Roy Rijntjes hield zijn doel met enkele katachtige reddingen verder schoon. In de inmiddels stormachtige wind probeerden de in het wit-rood gehulde Slobbengorsbewoners het tij nog te keren, maar tot echt grote kansen kwamen ze niet. Eindstand: 1-0.

Opnieuw werd onnodig een wedstrijd verloren van een tegenstander, die zeker niet beter is. Hierdoor is Papendrecht tot vlak boven de streep afgezakt. Wil de equipe van hoofdtrainer Johan Sturrus zich rechtstreeks handhaven, dan zal tijdens de tweede seizoenshelft ervoor gezorgd dienen te worden, dat wedstrijden als deze niet in een nederlaag eindigen.

Volgende week staat voor de Papendrechtse hoofdmacht de laatste wedstrijd van 2019 op het programma. Voor de KNVB-beker wordt op sportpark De Blauwe Kei te Breda aangetreden tegen het zondagelftal van Baronie, dat in de hoofdklasse B bovenin meedraait. De aftrap is om 14.00 uur. De eerstvolgende competitiewedstrijd is op 25 januari, thuis tegen Heerjansdam. Direct een belangrijke confrontatie in de strijd tegen degradatie.

Foto: Guillaume Kortekaas

CFM/Transito kijkt naar nacompetitie én eigen jeugd

Josbert Wemmenhove is als bestuurslid en speler vanaf het eerste uur betrokken bij CFM/Transito. Hij bestrijkt op vrijdagavond de flanken in Werkendam en loopt buiten de lijnen de gaten dicht als secretaris bij de eerstedivisionist. Met de toekomst van de zaalvoetbalclub zit het wel goed.

Het eerste van CFM/ Transito heeft dit seizoen een ‘uitdagende doelstelling’, zoals Josbert Wemmenhove het treffend omschrijft. “Er zijn zes teams die de bovenste plekken verdelen, wij horen qua niveau bij de onderste helft van die groep. Een eindrangschikking in de top vier of een periodetitel is genoeg voor een nacompetitieplek, daar gaan we voor. We moeten een beetje de wind in onze rug hebben, dan is het mogelijk.”

OPRICHTING
De 29-jarige flankspeler was zes jaar geleden betrokken bij de oprichting van de zaalvoetbalclub, ontstaan uit een samensmelting van ZVO uit Oosterhout en Gozaal uit Gorinchem. Hij kwam ook direct in het bestuur, als secretaris. “We hebben met een aantal jongens besloten om die twee clubs samen te voegen, aangezien het niet lekker liep. We deden bij Gozaal en ZVO bestuurlijk al het nodige, daardoor wisten we genoeg van de bureaucratie die bij het zaalvoetbal komt kijken. Dat heeft ons wel geholpen bij het in orde maken van de oprichting.”

Anno 2019 staat er een gezonde vereniging, die zestig tot zeventig jeugdleden van tussen de 8 en 20 jaar heeft. Met het tweede in de hoofdklasse en eerste in de eerste divisie speelt de club op hoog niveau. “Het is wachten op de eerste jeugdspelers die ons eerste team komen versterken, dat is iets voor de komende jaren. De jeugd die bij ons is gaan voetballen bij de oprichting, wordt nu oud genoeg om naar de senioren door te schuiven.” Verder moet CFM/Transito het hebben van de buitenkansjes. “Goede voetballers kiezen eerder voor het veld, omdat ze daar meer kunnen verdienen en de aandacht groter is. De grote clubs vinden het geen goed idee dat hun spelers veld- en zaalvoetbal combineren. Het is voor ons zaak dat spelers eerder voor ons kiezen dan voor de tweede elftallen van die grote clubs. Gezien de vijver waar wij uit vissen en onze begroting, is de eerste divisie voor nu een realistisch niveau.”

LIEVER BINNEN
Zelf voetbalt Wemmenhove op het veld in het vijfde team van VV Sleeuwijk. “Ik sta op zaterdag weleens op het gras, maar verder heeft dat niet zo veel met voetbal te maken”, zegt hij met enige zelfspot. “Het is de reserve vierde klasse, prima te combineren met het zaalvoetbal dus.” Hij heeft een voorliefde voor de binnensport. “De snelheid van het spelletje, de omstandigheden die vaak hetzelfde zijn en de diepte waarin je kan gaan op tactisch gebied maken het zaalvoetbal zo’n aantrekkelijke sport voor mij.”

Als secretaris houdt hij zich bezig met het vele papierwerk, doet hij veel voor de jeugd én is hij het gezicht van het eerste team in het bestuur. Ook traint hij de Onder 16 van CFM/Transito. “Ik vind dat papierwerk niet per se heel leuk om te doen, maar het is wel nodig om alles draaiende te houden. Ik heb de tijd en de mogelijkheid om deze zaken op te pakken. We zijn nu met vijf bestuursleden, daar moeten we blij mee zijn.”

Wil je meer informatie over de club CFM/Transito? Klik hier.
Lees hier de krant van Altena.

SSS vormt uitzondering voor Dirven

0

Eigenlijk huldigt Henk Dirven het standpunt dat een trainer niet moet terugkeren bij een club waar hij eerder werkzaam was. Toch staat hij dit seizoen opnieuw aan het roer bij SSS. Voor de derdeklasser uit Klaaswaal maakte hij graag een uitzondering. ,,Eigenlijk wilden we na mijn eerste seizoen bij deze club allebei wel door, maar er kwam een kans voorbij die ik moest grijpen’’, aldus Dirven. Een illusie armer keerde hij vol overtuiging terug in Klaaswaal.

KLAASWAAL – Onder de ervaren Henk Dirven hoopte SSS in het seizoen 2017-2018 te handhaven in de tweede klasse. In die missie slaagde Sport Staalt Spieren met de tiende plek glansrijk. Toch kwam een einde aan de samenwerking tussen Dirven en de club uit Klaaswaal. Zoals Ronald Koeman ooit vanuit Eindhoven op de trein naar Valencia stapte, wilde Dirven de trein naar SV Poortugaal niet aan zich voorbij laten gaan. ,,Een eersteklasser en bovendien een fusie van twee clubs waar ik beide een verleden heb gehad. Vier jaar bij de een en vijf jaar bij de ander’’, blikt Dirven kort terug. Maar zoals hij eerder al eens bij VVOR had ervaren dat een terugkeer op het oude nest geen garantie is voor een succes, bleek dat ook in Poortugaal. ,,Vol overtuiging ben ik begonnen. Maar misschien niet op dag één, maar zeker wel op dag twee voelde ik al dat er geen klik was. Ik had voor de makkelijke weg kunnen kiezen door ‘ja en amen’ te knikken, maar dat wilde ik niet. We hebben gesprekken gevoerd, maar het werkte niet. De luchtballon werd definitief doorgeprikt toen ik op de avond na een gelijkspel tegen RVVH, nota bene door een eigen doelpunt diep in de blessuretijd, een telefoontje kreeg met de mededeling dat ik op non-actief werd gesteld.’’

Dessert
De teleurstelling eenmaal verwerkt, diende zich de mogelijkheid aan om terug te keren bij SSS. ,,Mijn opvolger Mark Smeding begon een eigen bedrijf. Hij kon dat niet meer combineren met het trainerschap. Na mijn vertrek heb ik altijd wel contact gehouden met mensen bij SSS, dus zo kwam er al snel een afspraak om eens iets met elkaar te gaan eten’’, vertelt Dirven over de totstandkoming van zijn terugkeer. Nog voor het dessert op tafel stond, was zijn rentree beklonken. ,,Eigenlijk had ik mij na mijn tweede periode bij VVOR voorgenomen nooit meer terug te keren bij een oude club. Van het verleden blijft alleen het mooie hangen en een terugkeer is dan altijd anders dan die eerste periode. Maar voor SSS maakte ik een uitzondering. Zowel ikzelf als de club wilden eigenlijk geen afscheid nemen. Bovendien zou een groot deel van de spelersgroep veranderen, want tien spelers zouden om uiteenlopende redenen afscheid nemen van de selectie.’’

Tot op heden pakt de keuze van Dirven goed uit. Hij heeft het wederom uitstekend naar zijn zin bij de club uit Klaaswaal en na de degradatie van vorig seizoen waren de eerste maanden van de competitie in de derde klasse plezierig. ,,Natuurlijk zit in je achterhoofd het idee om het verloren gegane terrein goed te maken, maar ons belangrijkste doel is positief meedoen. En dan gaat het niet alleen om de stand op de ranglijst, maar ook om positief in de zin van dat je mensen vermaakt. De integratie en acceptatie van nieuwe en bestaande spelers verloopt goed en we krijgen regelmatig complimenten over ons spel. Dan gaat het dus goed.’’

‘Methode-Rikkers’ slaat aan in Klaaswaal

0

Een ervaren trainer, die ze veel kon leren. Daar vroegen de speelsters van topklasser SSS om. De clubleiding voldeed aan die wens met de aanstelling van Jamel Rikkers. De inwoner van Almere werd landskampioen met Ter Leede, leidde Kolping Boys naar de titel in de eerste klasse en was ruim negen jaar in dienst van de KNVB. ,,Mijn werkwijze past alleen op een hoger niveau’’, aldus de oefenmeester zelf.

KLAASWAAL – Een paar weken was Rikkers als hoofdtrainer van de SSS-vrouwen actief, toen hij op het complex aan de Jaap Kosterstraat een presentatie gaf aan bestuursleden en sponsoren. De resultaten waren nog niet om over naar huis te schrijven. ,,Op een flipover schreef ik een grote 8. Niemand begreep dat. Toen schreef ik er nog een 8 naast. Nog steeds niemand die het snapte. Toen heb ik uitgelegd dat die eerste 8 staat voor het aantal weken dat we onderweg waren op dat moment. Nog veel te vroeg om te oordelen. De tweede 8 is voor de acht maanden die nodig zijn om te wennen aan de speelwijze die ik hanteer’’, blikt Rikkers terug.

Inmiddels slaat de ‘methode-Rikkers’ aan in Klaaswaal. ,,Het is een kwestie van patronen leren herkennen. Het is net breien’’, vertelt Rikkers. Hij geeft een voorbeeld: ,,Een ingooi mag alleen worden genomen door de 6, 8 of 10. En nooit door de 2, 4 of 5. Waarom? We spelen in de mandekking en als de 2, 4 of 5 verkeerd ingooit, is de tegenstander weg.’’ Zo heeft Rikkers tal van ‘regels’ in zijn systeem die de speelsters van SSS zich eigen moeten maken. ,,Met alle respect, maar mijn voorganger speelde zonder visie. Lange bal naar voren en kijken maar. De speelsters, waarvan een deel teleurgesteld was afgehaakt en in het tweede speelde, wilden een trainer met een visie. Ze wilden iets leren. Ze smullen nu van het systeem en de teleurgestelde speelsters zijn terug. Linda Kruithof, een van hen, behoort nu zelfs tot de topscorers in de competitie. Een goed positiespel is belangrijk. Dat trainen we elke week, soms wel 35 minuten achter elkaar. Het belangrijkste is om zelf de bal houden. Als je de bal hebt, zo zei een wijs voetballer ooit, kan de tegenstander niet scoren. Dat leer ik mijn speelsters ook. Dus gaat de bal van links naar rechts, naar voren en weer terug als het moet. De tegenstander laat dan vanzelf ruimtes vallen, want ze moeten op gegeven moment wel kiezen’’, aldus Rikkers.

SSS is bezig aan het derde seizoen in de topklasse. Na een negende en zesde plek, hoopt de club uit Klaaswaal onder Rikkers nog hoger te kunnen eindigen. ,,Bij mijn aantreden heb ik gezegd dat we dit seizoen richting de top drie willen, maar vierde is ook mooi. In elk geval wil ik de ploeg doorontwikkelen en dat is ook de reden dat ik een contract voor twee seizoenen heb getekend. Eerst is die periode nodig om de speelstijl eigen te maken, daarna komt de ontwikkeling. Aan het begin van het seizoen verloren we, weliswaar nipt, van de topteams die geen trainerswissel hebben gehad en vrijwel geen wijzigingen in de selectie. Ik ben een nieuwe trainer bij SSS en we hebben acht nieuwe speelsters in de groep. Als wij volgend seizoen zonder wijzigingen verder kunnen bouwen, kunnen wij meedoen in de top.’’

Gerrit Ippel is getrouwd met Kozakken Boys

Ruim een halve eeuw geleden liep Gerrit Ippel al in Kozakken Boys tenue het veld op. De dorpsvereniging van toen is uitgegroeid tot een van de beste amateurclubs van het land. Ippel is al die jaren een constante factor geweest op sportpark De Zwaaier.

“Ik was een buitenbeentje in ons gezin: de enige die altijd met de voetbal bezig was. Ze zeiden dat ik geen verkering had, maar getrouwd was met het voetbalveld.” Gerrit Ippel, 65 jaar oud en al vanaf zijn tiende lid van Kozakken Boys. Hij begon als voetballer, speelde bij de senioren voornamelijk in het tweede, maar is sinds 1975 vooral bekend als vrijwilliger.

Secretariaatsvoorzitter, organisator van toernooien en activiteiten, penningmeester, medeoprichter van de supportersvereniging, kantinemedewerker, bestuurslid jeugdzaken, fi nancieel, secretariaat, grens- en scheidsrechter, facilitair coördinator en trainer van de jeugd en dames: welke taak heeft de vrijwilliger niet op zich genomen? “Ik verricht hand- en spandiensten waar nodig, ben een manusje-van-alles.” Hij vindt het de normaalste zaak van de wereld. “Je rolt erin en blijft het dan doen. Dat is clubliefde, denk ik.” Momenteel is hij bestuurslid facilitaire zaken en verantwoordelijk voor de buitenploeg.

Ippel vindt dat wel meer mensen zich in mogen zetten voor hun lokale vereniging. “Iedereen weet altijd goed te vertellen hoe het moet, maar aan uitvoerders ontbreekt het nogal eens.” Hij is ook nog eens actief als vrijwilliger in het lokale verzorgingshuis.

PAPLEPEL INGEGOTEN
Zoons Dennis en Kevin zijn ook bekende gezichten op sportpark De Zwaaier, Dennis traint de JO19-1 en Kevin was jarenlang speler van het tweede. “Kevin is nu vertrokken naar GRC’14, maar deed dat toch met pijn in het hart. Al zijn ploeggenoten van voorheen waren echter al weg, dus dit was wel het juiste moment.” Het familieleven stond in het weekend altijd in het teken van de sport. “Mijn vrouw was voetbalster, maar is daarna betrokken geraakt bij de volleybal. We maakten op vrijdagavond een schema, waarin stond wie wanneer bij welke wedstrijd stond. Dat moest ook wel, met twee voetballende zoons.”

DE TOP
Hij heeft Kozakken Boys in de afgelopen decennia zien evalueren tot een van de grootste namen in het Nederlandse amateurvoetbal. “In het begin was het echt een amateurclub, met louter spelers uit het dorp. Op den duur kwamen daar wat jongens van buitenaf bij, die sloegen een brug voor meer spelers van andere plaatsen om bij Kozakken Boys te komen spelen. De club heeft toen een ledenvergadering belegd en gevraagd: ‘Wat willen wij?’ Daar kwam uit dat we het hoogste niveau wilden bereiken in de amateurvoetbalwereld. We hebben stappen gezet en daar staan we: op het hoogste niveau. Of me dat trots maakt? Zeker weten. Waar je ook bent, mensen kennen de club. Als ze vragen waar je vandaan komt en je zegt Werkendam, dan weten ze vaak nog niks. Bij de helft begint een lampje te branden als je het over de Biesbosch hebt, maar je staat versteld hoeveel mensen Kozakken Boys kennen. De naamsbekendheid is enorm in Nederland.”

De 65-jarige Werkendammer is inmiddels gepensioneerd, maar heeft het nog altijd erg druk. De laatste tijd fantaseert hij weleens over het leven zonder vrijwilligerstaken. “Wanneer stop je ermee? Die vraag is heel lastig, dat moment komt wel steeds dichterbij. Misschien is het na 45 jaar bestuurlijk en organisatorisch bezig te zijn geweest wel goed zo. Maar ik vraag me af of ik daadwerkelijk kan stoppen.” Dát is clubliefde.

Wil je meer informatie over de club Kozakken Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van Altena.

 

‘Het kapitaal bij CION staat niet op de bank, maar loopt rond’

Rijk, in geld gerekend, is CION niet, maar de club is wel rijk aan vrijwilligers. Dat bleek toen de nood het hoogst was na de brand van het met Deltasport gedeelde clubgebouw en de club op zoek moest naar een alternatieve huisvesting. “We zijn gezegend met een heel groepje aan handige Harry’s. Bij ons staat het kapitaal niet op de bank, maar loopt het rond”, aldus voorzitter Sebas Verburgh.

Eén van die mensen die meteen klaar stond toen er iets moest gebeuren was Martin van der Merwe. Hij is bestuurslid algemene zaken en al een paar jaar hoofdsponsor van CION. Wat zijn bedrijf, staalconstructiebedrijf Voscon, de afgelopen periode deed om alles op tijd klaar te hebben voor de nieuwe competitie wil hij niet exact zeggen. “Er zijn zoveel mensen die hebben meegeholpen. Als je er één gaat noemen doe je al die anderen tekort. Ik ben er enorm trots op wat we met zijn allen voor elkaar hebben gekregen. Dat is iets wat bij CION hoort. Van de buitenkant lijkt het alsof de club aan touwtjes aan elkaar hangt, maar als het moet is de halve club gemobiliseerd.”

De dank van Van der Merwe gaat ook uit naar de gemeente die volgens hem ‘ongelofelijk’ snel reageerde na de brand die het oude clubgebouw in zak en as legde. “Die portocabins stonden er razendsnel. In die snelheid ging niet alles bij de aanleg goed, maar ik noem dat schoonheidsfoutjes.”

Walter van den Heuvel, die een schildersbedrijf heeft, was een andere sponsor die zijn club te hulp schoot. “Ik ken CION al een jaar of twintig en gun de club de club te zijn van toen het aan de Marathonweg zat. Na de inwoning bij Deltasport is het voor mij minder CION geworden. Dat is ook wel logisch, want in zo’n situatie is het best lastig je eigen identiteit vast te houden. Ik moet eerlijk zijn en zeggen dat ik de afgelopen jaar niet heel vaak op de club ben geweest. Ik was zelf al gestopt met voetballen, het werk vraagt veel aandacht en dat geldt ook voor mijn zoontjes.”

Toch sloeg Van den Heuvel (40) op een ‘gezellige’ zaterdag aan het tekenen. “Die portocabins stonden er, maar gezellig was het nog niet. Ik vond het meteen een kans om er een gezellig hok van te maken. De club is me altijd lief geweest. Overal waar verf op zat, was ik met een kwast overheen gegaan.”

Dankzij de door Verburgh zo geroemde ‘handige Harry’s’ staat er nu een gebouw dat er gelikt uitziet. “Het nodigt uit om gezellig te blijven zitten. En dat is waar CION om bekend staat.”

Van den Heuvel: “Je weet niet hoelang je hier zit. Het kan twee jaar duren, maar ook vijf jaar. CION dacht ook ooit dat ze aan de Marathonweg snel weg zouden zijn. Daar hebben ze geloof ik dertig jaar gezeten.”

Van den Heuvel vindt het jammer dat het destijds niet kwam tot een samenwerking met DVO’32. “Het was in kannen en kruiken, maar toen kwam er een ander bestuur met andere plannen bij DVO”, weet Van der Merwe nog. Hij zit namens CION aan tafel met de gemeente. Onderwerp van die gesprekken is uiteraard de toekomstige accommodatie. “Er is momenteel een patstelling. De gemeente wil best, maar heeft liever dat we iets samen doen met Deltasport.”

De vriendschap tussen beide clubs is echter bekoeld. Van der Merwe: “We moeten toch weer on speaking terms komen met elkaar. Misschien heeft het even tijd nodig.”

In gesprek met Karel de Wit eigenaar van een keepersschool

Karel de Wit (60) is begonnen met de doellijn te verdedigen toen hij 6 jaar oud was. Na tweeëndertig jaar vond hij het mooi geweest. Hij borg zijn wedstrijd handschoenen op, waarna hij als keeperstrainer aan de slag ging en ondertussen is hij al meer dan twintig jaar gediplomeerd.

Karel heeft de gehele jeugdopleiding van RBC doorlopen en gespeeld tot en met de JO19. Zo nam hij ook een korte periode deel aan de selectie, maar moest genoodzaakt stoppen door een vervelende rugblessure. De toenmalige zondag-jeugd van RBC wilde toen een zaalvoetbal team oprichtten en zocht hier nog een keeper voor. Na wat jaartjes op een aardig niveau van de 4e klasse tot de toenmalige regio klasse te hebben gespeeld besloten we collectief te stoppen vanwege de reistijden en begon het veldvoetbal weer te kriebelen. Hij sloot toen aan bij RBC 3, dat toen het herstel team was voor geblesseerde selectiespelers, Daar heeft hij gespeeld tot aan zijn 38e. In de tussentijd was Karel ook op verzoek van de technische staf van RBC begonnen om de jeugdkeepers te gaan trainen.

Allebei zijn zoons gingen ook keepen bij RBC, waarna Karel besloot om zijn diploma’s A en B te behalen om gecertificeerd keeperstrainer te worden. Onder begeleiding van Frans Hoek heeft hij zijn certificaten behaald om zowel jeugd als selectie keepers te mogen trainen.

Wegens omstandigheden vertrokken Karel en zijn kinderen naar R.S.C. Alliance in Roosendaal. Bij deze club kreeg Karel in de 9 jaar dat hij daar actief bezig was meerdere taken toebedeeld, waaronder hoofdopleidingen, keeperstrainer van de selectie en trainer bij een jeugdelftallen. Zijn vrouw ging hier net als bij RBC ook bardienst draaien en later zijn dochter ook, terwijl zijn zoons Danny en Ferry actief waren als keeper bij de jeugdselectie elftallen.

In zijn tijd dat Karel in de zaal speelde, toen bij Z.V.V. ROSA uitkomend in de Regio klasse, is er een toernooi geweest dat Karel nooit meer zal vergeten. Over het hele toernooi deden er 48 ploegen mee van verschillende B.V.O.’s uit heel Europa, waar zij trots als tweede eindigde. Karel werd daar als beste keeper uitgeroepen van dat toernooi en heeft daar hele mooie herinneringen aan overgehouden.

De keepersopleiding van hem is begonnen bij Aleco Sport Visons op Vierhoeven te Roosendaal. Karel wil het zelf geen keepersschool noemen maar een keepersopleiding en daar bij Aleco liepen de trainingen en inschrijvingen zo goed dat Aleco vroeg om Karel zich bij de K.V.K. aan wilde melden. Zodoende kon Karel zijn activiteiten makkelijker verder uit breiden en zeker ook ontwikkelen. Na 2 jaar bij Aleco zette hij zijn keepersopleiding voort bij R.K.S.V. BSC, ook in Roosendaal. Daar is de keepersopleiding verder ontwikkeld en kwamen er nog meer aanmeldingen vanuit de regio waarbij hij een stempel kon zetten op de kwaliteit van zijn eigen ontwikkelde training.

Na zes jaar bij BSC actief te zijn geweest ook als selectie keeperstrainer, nam hij ook met zijn keepersopleiding afscheid van BSC en vertrok naar S.C. Kruisland en nam zijn opleiding mee. Na een jaar bij Kruisland, vertrok hij als keeperstrainer en ging met zijn keepersopleiding naar Prinsenland te Dinteloord en na een poosje naar Internos te Etten-Leur.

Tegenwoordig is Karel actief als keeperstrainer van de selectie van R.K.S.V. Cluzona en natuurlijk is zijn keepersopleiding daar ook mee naar toe verhuisd. Bij Cluzona krijgt hij de volledige medewerking van het bestuur en organisatie om met zijn keepersopleiding te kunnen trainen. Er wordt zelfs op zondags rekening gehouden met de keeperstraining in het wedstrijdschema en op dagen dat de kantine niet geopend is zorgt men ervoor dat ouders in de bestuurskamer een kopje koffie kunnen nuttigen.

Bij de keepersopleiding traint hij samen met zijn staf keep(st)ers van 8 t/m 16 zestien jaar oud. Karel wordt bij de trainingen bijgestaan door keepers die allemaal onder Karel hebben getraind. Ferry, Jimmy, Nick, Tim, Matthijs, Kevin en Jeremy hebben allemaal hebben getraind onder Karel bij verschillende clubs, dit terwijl Ferry later graag de scepter van zijn vader over wil gaan nemen.

In de zomerstop traint hij op woensdag avonden ook selectie keepers en keepsters uit de regio. In die periode zitten keep(st)ers meestal zo rond de twee maanden of langer, stil. De fanatieke doelverdedig(st)ers willen juist graag dan in die periode 1 á 2 keer per week blijven trainen om zo hun ritme en balgevoel te onderhouden en ook nog verder ontwikkelen.

De keepers die voor Karel kiezen komen uit de gehele regio Brabant, Zeeland en ook Zuid-Holland. Daar wordt dan in groepen van maximaal 6 keep(st)ers getraind met iedere groep een eigen trainer. Het doel van deze trainingen is natuurlijk niet alleen om de keepers te onderhouden maar ook om meer kennis en kunde mee te geven zodat ze het nieuwe seizoen scherp en fit kunnen startten.

De verrichtingen en resultaten van KDW-keeperstrainingen zijn clubs niet onopgemerkt gebleven. Karel heeft zelfs een aantal verzoeken gekregen om daar keeperstrainingen te verzorgen, waaronder ook clubs uit het buitenland. Het is mooi dat clubs interesse hebben, daarom ziet Karel dit als een soort van beloning. Persoonlijk wil Karel zo lang mogelijk doorgaan met zijn keepersopleiding, er uiteraard nog veel plezier uit blijven halen en ook zijn kennis delen met de deelnemers.

Voor meer informatie over de keepersschool: Soccerupgrade. Klik hier.

Drie generaties bij vv Hoofdplaat

Theo Cornelis (83) begon in 1950, na de oorlog, te voetballen bij Hoofdplaat. De toen veertienjarige was een getalenteerde keeper. Met zijn vrienden Van Ameele, Martens Calon en zijn broers Pol en Herman, werd er dagelijks met een bal gespeeld.

,,Toen der tijd waren er nog geen echte voetbalvelden in ons dorp, we speelden op de weilanden van de boeren net buiten het dorp, dat was een prachtige tijd”, vertelt de oudste Cornelis. Zelfs het Zeeuws Elftal kwam voor Cornelis in beeld. Hij werd er een aantal keer voor geselecteerd en moest een aantal wedstrijden meespelen in Utrecht, een hele ervaring voor die tijd.

,,Vergeleken met nu is het wel heel anders, er is nu weinig doorstroming vanuit het dorp zelf in het eerste elftal. Dat is wel een grote reden dat Hoofdplaat nu op het laagste niveau acteert.” In 1962 werd zoon Rudi geboren, en hij ging vanaf zijn vijfde jaar met vader Theo mee naar de voetbal. Rudi belandde – ook op veertienjarige leeftijd – in het eerste elftal van Hoofdplaat.

Net als vader Theo heeft hij de Zeeuwse selecties mogen doorlopen. Na zijn voetbalcarrière is Rudi als trainer verdergegaan. Biervliet, Philippine, Aardenburg, Sluis en Breskens hebben van zijn trainerskunsten kunnen genieten. ,,In de periode tussen Sluis en Breskens ben ik al eens trainer geweest van Hoofdplaat. Nu ben ik blij dat ik dit weer mag zijn”, zo vertelt de middelste Cornelis.

Marvin (27) is van de derde generatie. In Rudi treft hij zowel zijn oom als zijn trainer. In zijn jeugdjaren speelde Marvin Cornelis bij VV Terneuzen, waar hij op hoger niveau kon acteren. Na zijn tijd bij de rood-zwarten keerde hij terug naar Hoofdplaat, waar hij tot op heden nog steeds actief is in het eerste elftal.

Alle drie de generaties zijn het over één zaak meer dan eens, legt Rudi Cornelis uit. ,,Het niveau en de betrokkenheid is niet meer te vergelijken met vroeger. Dit komt natuurlijk door werk, studie en privézaken. Doordat Hoofdplaat in de vijfde klasse veel ploegen uit Brabant tegenkomt is het heel moeilijk om een rol van betekenis te kunnen spelen.”

Wil je meer informatie over de club VV Hoofdplaat? Klik hier.
Lees hier de krant van Zeeuws-Vlaanderen.

Rookverbod is grote, maar ook logische stap voor VFC

Sinds dit seizoen is het terrein van VFC een rookvrije zone. “Een bewuste keuze”, aldus voorzitter Bill Savonije. “Vanuit het maatschappelijk oogpunt kan je niet volhouden dat een ongezond iets hoort in een gezonde sportomgeving.”

Toeval of niet, voor de ingang aan de Sportlaan van de Vlaardingse club ligt een sigarettenpeuk. Als Savonije daarvan hoort, geeft hij aan dat VFC met de gemeente op zoek is naar een oplossing. “Op het moment dat je een rookverbod instelt, weet je dat op andere plaatsen gerookt gaat worden. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat wij en de buurt op een andere manier overlast ondervinden. Je ziet nu dat de rokers voor één van de twee ingangen een sigaretje gaan roken. Dat is geen wenselijke situatie.”

Daarom opteert het bestuur van VFC voor een rookzone op het terrein. “Dat heeft de gemeente Rotterdam ook gedaan bij Spartaan’20. Belangrijk blijft wel dat niemand er overlast van heeft.”

Toen het idee van het rookverbod in het bestuur ter sprake kwam, waren Savonije en zijn medebestuursleden meteen overtuigd dat VFC de maatregel moest invoeren. “Een groot deel van onze leden is jeugd. Die wil je niet confronteren met een slechte gewoonte als roken. Als club heb je een belangrijke voorbeeldfunctie. Voor die taak moet je niet weglopen.”

Savonije benadrukt dat het VFC niet te doen is om rokers van hun verslaving af te helpen. “Het zou mooi zijn als mensen stoppen. Ik ben zelf geen roker en heb geen idee wat er lekker aan is. Ik kan me wel voorstellen dat mensen gehecht zijn aan hun sigaretje. Dat kunnen ze blijven doen, maar niet bij ons. Wij vinden het eigenlijk heel normaal dat we deze stap nemen. In alle openbare gebouwen mag je tegenwoordig niet roken.”

Het rookverbod past ook bij eerdere stappen die VFC nam met het oog op het bewust maken van gezond leven. “De discussie speelt in hele samenleving en zeker niet alleen bij ons”, zegt Savonije. “Het assortiment van de keuken in onze kantine hebben we een tijdje geleden al aangepast. Er is niet meer alleen patat, kroket of een frikadel verkrijgbaar, maar er zijn ook alternatieven. Een broodje gezond bijvoorbeeld. Het gezonde assortiment zijn we langzaam maar zeker aan het uitbreiden. De vette hap blijft. Wat mensen eten is nog altijd een eigen keuze. Wij gaan ook niet bepalen of je wel of niet gaan roken. Alleen doe je dat niet bij ons.”

Het besluit om een rookverbod in te stellen leverde niet alleen positieve reacties op. Bij sommige verstokte rokers kon het op weinig begrip rekenen. “We hebben vervelende reacties gehad, maar we hadden niet verwacht dat het alleen maar gejuich zou opleveren”, reageert Savonije. “Het overgrote deel van de leden en de ouders van de jeugdleden hebben positief gereageerd.”

Op het terrein staan vijf borden die ook spelers, begeleiders en supporters van de tegenstander duidelijk maken dat er niet gerookt mag worden. “De boodschap kan niet gemist worden”, aldus Savonije, die aangeeft dat het bestuur niet als een ‘politieagent’ rondloopt om het verbod te handhaven. “We gaan uit van het gezonde verstand.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.