Home Blog Pagina 9

Guus Timmer op zijn plek bij Focus’07: ‘Promotie is het doel’

Zeven jaar geleden verruilde Guus Timmer zijn vertrouwde omgeving bij BZS voor Focus’07. Een stap die werd ingegeven door ambitie, maar ook door het simpele gevoel dat er méér in zat. Inmiddels is de middenvelder pas achttien jaar oud, maar niet meer weg te denken uit het eerste elftal van de Culemborgse club, dat volop meedoet om promotie naar de vierde klasse.

Timmer doorliep zijn jeugdopleiding grotendeels bij BZS, waar hij al snel tegen een plafond aanliep. “Het niveau was niet heel hoog,” blikt hij terug. “Bij Focus kon ik op mijn eigen leeftijd spelen en op een hoger niveau. Dat gaf voor mij de doorslag.” De overstap maakte hij rond zijn elfde, een leeftijd waarop Focus’07 nog niet de jeugdopleiding had waar het tegenwoordig om bekendstaat. Die groeispurt kwam pas later, mede door de nieuwbouwwijken rondom Culemborg. “Toen ik kwam, speelde dat nog niet echt. Maar nu zie je wel dat Focus enorm is gegroeid, vooral in de jeugd.”

‘Focus is een club met ambitie’

Die groei typeert de club waar Timmer zich snel thuis voelde. “Focus is een ambitieuze vereniging met veel goede jeugd en het is altijd gezellig,” vertelt hij. “Op zaterdag is het druk, van ’s ochtends vroeg tot ’s middags. Het leeft hier echt.” Volgens Timmer is het nu zaak om die sterke jeugdopleiding ook terug te zien in het eerste elftal. “Als je kijkt naar het niveau van de jeugd, dan mag het eerste eigenlijk niet achterblijven.”

Zelf doorliep hij bij Focus vrijwel alle jeugdselecties op divisieniveau. Met de Onder 18 en Onder 23 speelde hij structureel vierde en vijfde divisie, terwijl ook de hoofdklasse geen uitzondering was. Die ontwikkeling bleef niet onopgemerkt. Op zestienjarige leeftijd maakte Timmer al zijn debuut in het eerste elftal. “We hadden toen een trainer die jonge spelers echt de kans gaf,” legt hij uit. “De selectie was dun en wij trainden met Onder 23 samen met het eerste. Als je goed trainde en er viel iemand weg, dan kon je er zomaar bij zitten.”

Timmer pakte zijn kans bij Focus

Die kans greep hij. Inmiddels is Timmer een vaste waarde in een opvallend jonge selectie. “We hebben één aanvoerder van rond de 28, voor de rest is het echt een jonge groep,” zegt hij. “Bijna iedereen kent elkaar al, veel jongens zijn vrienden. Het voelt als een vriendenteam, maar wel eentje dat serieus bezig is.” Volgens Timmer zit juist daar de kracht van Focus’07. “Op het veld wordt er alles uitgehaald, maar daarnaast is het gewoon gezellig. Die combinatie werkt goed.”

Op het veld omschrijft Timmer zichzelf als een felle, energieke middenvelder. “Ik geef altijd honderd procent,” stelt hij nuchter. Die instelling gaat hand in hand met voetballende kwaliteiten. Timmer voelt zich comfortabel aan de bal, zoekt graag de oplossing vooruit en beschikt over een verzorgde pass. Juist die combinatie maakt hem waardevol voor Focus’07: intensiteit zonder de bal, maar ook rust en overzicht wanneer hij in balbezit komt. Het type speler dat het elftal laat draaien en de brug slaat tussen verdediging en aanval.

Focus en Timmer mikken op promotie

Onder trainer Niells Bosch groeide de ploeg zichtbaar. Het eerste seizoen stond vooral in het teken van wennen aan het seniorenvoetbal. “Vorig jaar verloren we veel punten op volwassenheid,” erkent Timmer. “Dat hoorde erbij. Nu merk je dat dat erin zit en dat de voetballende kwaliteiten meer naar voren komen.” Die ontwikkeling vertaalt zich dit seizoen in resultaten. Focus’07 draait bovenin mee en maakt nog volop kans op een periodetitel. “We hebben iedereen gehad en maar één keer verloren. Dan mag je best ambitieus zijn.”

Die ambitie is helder: promotie. “Top drie eindigen en het liefst gewoon omhoog,” zegt Timmer. “Als je naar de stand kijkt, is dat realistisch.” Voor hem persoonlijk voelt Focus’07 als de juiste plek om die volgende stappen te zetten. “Ik heb het hier echt naar mijn zin. Leuke groep, goed voetbal. Er is nu geen enkele reden om weg te gaan.”

BZS 2: vriendenteam met een vleugje chaos en flinke dosis plezier

BZS 2 uit Beusichem is meer dan zomaar een tweede elftal in de regio. Het is een hechte vriendengroep die al jarenlang samen voetbalt en elkaar ook buiten het veld opzoekt. Teamleider Joost Medema, sinds vorig seizoen betrokken bij de groep, geeft een uniek kijkje achter de schermen van dit bijzondere elftal.

“Op training zie je jongens die fluitend kampioen zouden kunnen worden,” zegt Medema, “maar op zondag, onze speeldag, is dat vaak anders. Dan hebben ze het de avond ervoor toch weer te gezellig gehad. Waaronder ikzelf.” Dat gezellige karakter gaat hand in hand met jarenlange vriendschappen. Veel spelers zaten samen in de klas, zowel op de basisschool als op het voortgezet onderwijs, en hebben samen talloze herinneringen opgebouwd. Deze band zie je terug op het veld, maar ook daarbuiten: van vriendenweekenden tot skivakanties, de mannen staan altijd voor elkaar klaar.

Iedereen is welkom bij het tweede

Toch is BZS 2 geen gesloten club. Nieuwe spelers, zoals jongens uit de JO19, worden snel geaccepteerd en weten zich binnen de groep snel thuis te voelen. Medema: “Ze doen mee op het veld, maar sluiten ook buiten het veld aan voor een borreltje. Dat is het mooie van deze groep: iedereen is welkom.”

Een typische zondag begint vroeg voor de teamleider. Hij checkt eerst de groepsapps om te zien welke streken er weer zijn uitgehaald en wie er nog moet worden wakker gebeld. Daarna is het zaak om in het besprekingshok te voelen hoe de sfeer is en of iedereen fit is. Soms betekent dat last-minute schuiven met de opstelling. “Dit seizoen gaat dat een stuk beter dan vorig jaar,” zegt Medema. “De jongens zijn gemotiveerder en nemen elkaar daarin mee.”

Saamhorigheid spat er vanaf

Tijdens de wedstrijd varieert de sfeer met de gesteldheid van de spelers. Als de mannen fit zijn en het spel lukt, gaat er een energie door het team. Zijn er blessures of lukt weinig, dan kan het snel omslaan.

Medema zelf vervult een veelzijdige rol: hij assisteert bij trainingen, regelt wedstrijdzaken, kleding, bardiensten en teamuitjes, en verzorgt de social media van de ploeg. Het account VV_BZS_2 is een vaste waarde, met foto’s, korte verslagen en vlogs van een speler die hilarische beelden vastlegt.

“Als ik terugkijk op de eerste seizoenshelft denk ik dat wij tot nu toe best trots op onszelf mogen zijn: de resultaten vallen niet tegen en de trainingen worden vaak serieuzer genomen en wordt er meer inzet getoond dan vorig jaar. Qua resultaten hadden wij alleen tegen Alem 2 moeten winnen. Bij de andere 2 verliespotten waren de tegenstander echt beter. Daar zie je ook een verschil met voorafgaande seizoenen: daar verloren wedstrijden waar wij toch echt beter waren, maar de wedstrijd niet over het langst eind konden trekken.”

BZS 2 scoort op social media

Naast dat wat het tweede op het veld laat zien, begint BZS 2 ook langzaam een fenomeen te worden op social media. Bijna iedere wedstrijd trekt er een vlogger mee om beelden te schieten en later op  Instagram te posten.

“​​Wij posten na elke wedstrijd een kort wedstrijdverslag van de zondag en het gehele weekend met foto’s en filmpjes van de wedstrijd en de avond daarvoor. Daarnaast hebben win ook een trouwe fan die bijna van elke wedstrijd een vlog maakt. Hij is ook veel met social media bezig voor zijn werk, maar vind het ook leuk om voor ons een vlog te maken. Dit zorgt natuurlijk voor enige hilariteit, maar soms ook voor beschamende beelden. Wat de volger natuurlijk kan waarderen.”

Het plezier staat voorop bij BZS 2, maar dat betekent niet dat er niet serieus wordt gevoetbald. Medema ziet dat terug in dit seizoen: de trainingen worden serieuzer genomen en de inzet is hoger dan in voorgaande jaren. “De resultaten vallen niet tegen, en ook als we een wedstrijd verliezen, blijven we elkaar steunen.”

TEC bouwt aan de toekomst met vernieuwd sportcomplex

Bij TEC wordt al langere tijd gewerkt aan de toekomst van de club, niet alleen op sportief vlak, maar ook achter de schermen. De vereniging uit Tiel staat aan de vooravond van een volgende stap: een ingrijpende vernieuwing van het sportcomplex. Daarmee wil TEC zichzelf klaarstomen voor de komende jaren en de randvoorwaarden creëren om verder te groeien. Johan Verweij, voormalig voorzitter en momenteel verantwoordelijk voor de commerciële zaken, licht de plannen toe.

TEC heeft de afgelopen seizoenen een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. De club speelde zich sportief in de kijker en merkte tegelijkertijd dat verdere stappen alleen mogelijk zijn met passende faciliteiten. Het sportpark wordt daarom stap voor stap aangepast aan de ambities van de vereniging, met de geplande nieuwbouw als belangrijk onderdeel daarvan.

“Het is een project dat de club echt naar een volgend niveau moet brengen,” vertelt Verweij. “We willen dat alles wat hier staat, past bij de uitstraling en de ambities die we hebben.”

De vernieuwing moet onder meer zorgen voor moderne kantines, verbeterde kleedkamers en extra ruimtes die ook buiten wedstrijddagen gebruikt kunnen worden. Daarmee wil TEC niet alleen de spelersgroep, maar ook bezoekers en gasten beter faciliteren. “Het gaat erom dat mensen zich hier prettig voelen en graag terugkomen,” aldus Verweij.

Dat het sportpark steeds meer aanzien krijgt, merkt de club nu al. Het hoofdveld is recent vernieuwd en maakt indruk op teams van buitenaf. “We krijgen regelmatig telefoontjes van betaaldvoetbalorganisaties en buitenlandse clubs die hier in de zomer willen spelen,” zegt Verweij. “Dat laat zien dat de faciliteiten aanspreken.”

Met de verdere ontwikkeling van het complex wil TEC zich nadrukkelijk profileren als een aantrekkelijke locatie voor oefenwedstrijden en evenementen. “Straks hebben we alles in huis om dat structureel te kunnen faciliteren,” legt Verweij uit. “Dan kunnen we clubs ontvangen zonder concessies te doen aan kwaliteit.”

De plannen zijn niet alleen gericht op externe uitstraling, maar ook op de interne organisatie van de club. Betere voorzieningen moeten bijdragen aan een sterkere clubstructuur en meer verbinding binnen de vereniging. “Een goed complex helpt enorm bij het creëren van rust en continuïteit,” stelt Verweij. “Het maakt het makkelijker om dingen goed te organiseren.”

Ook binnen de club leeft het gevoel dat TEC hiermee een belangrijke stap zet. Trainers, spelers en bezoekers spreken hun waardering uit over de ontwikkelingen. “Iedereen die hier speelt of langskomt, ziet dat we vooruit willen,” zegt Verweij. “Dat geeft energie.”

MEC’07 van zondag naar zaterdag: ‘Beste voor de club’

Na 99 jaar op zondag heeft MEC’07 definitief een streep gezet onder een traditie. De club maakte afgelopen zomer de overstap naar het zaterdagvoetbal en kijkt daar inmiddels met tevredenheid op terug. Wat begon als een voorzichtig gesprek binnen de spelersgroep, groeide uit tot een strategische keuze die de vereniging zichtbaar goed heeft gedaan. “Ons hart zei eigenlijk: liever niet,” erkent voorzitter Herman Ursinus. “Maar ons hoofd zei: dit is beter voor de club.”

De overgang kwam niet uit de lucht vallen. MEC’07 bevond zich al jaren in een hybride situatie: het eerste elftal speelde op zondag, terwijl het tweede elftal al op zaterdag actief was. Dat zorgde in de praktijk voor steeds meer uitdagingen, vooral bij het samenstellen van de seniorenteams. “In de zomer van 2022 werd dat echt ingewikkeld,” vertelt Ursinus. “Je zit met spelers die op verschillende dagen willen spelen, maar je moet wel één selectie vormen.”

Opvallend genoeg kwam het eerste concrete signaal niet vanuit het bestuur, maar vanuit de spelers zelf. De selectie kaartte aan dat het spelen op twee dagen voor onrust zorgde. “Toen ontstond voor het eerst het idee: moeten we niet gewoon alles op één dag doen?” In eerste instantie zonder duidelijke voorkeur voor zaterdag of zondag, maar vooral met de wens om overzicht en rust te creëren.

Het bestuur koos voor zorgvuldigheid en liet in het voorjaar van 2023 een enquête uitgaan onder alle spelende seniorleden. De uitkomst was typisch verenigingsvoetbal. “Eigenlijk wilde iedereen dat alles bleef zoals het was,” zegt Ursinus met een glimlach. “Dat zie je vaker: verandering is spannend.” Omdat er geen dwingende reden leek om in te grijpen, besloot het bestuur aanvankelijk niets te doen.

Lang duurde die status quo niet. De selectie kwam opnieuw in gesprek met het bestuur en gaf aan dat een overstap naar de zaterdag voor veel spelers privé beter zou uitkomen. Argumenten liepen uiteen: meer ruimte voor gezin op zondag, maar ook simpelweg een logischer indeling van het weekend. “Iedereen maakt daarin zijn eigen afweging,” aldus Ursinus. “Maar de boodschap was helder: dit is bespreekbaar.”

Dat gesprek raakte aan iets fundamenteels. MEC’07 was bijna een eeuw lang een zondagclub geweest. “Voor veel leden, mezelf inbegrepen, is zondag gewoon een voetbaldag,” zegt Ursinus. “Het idee dat je dan ineens geen voetbal meer hebt, dat schuurt.” Toch werd het onderwerp niet geblokkeerd. Integendeel: de vereniging ging het inhoudelijk bespreken.

Tijdens een algemene ledenvergadering in 2023 legde het bestuur uiteindelijk een voorstel op tafel om over te stappen naar de zaterdag. Niet alleen vanwege de wens van het eerste elftal, maar ook vanwege bredere clubbelangen. Eén daarvan was de sfeer op het sportpark. “Als je wedstrijden over twee dagen verdeelt, heb je soms dagen waarop er nauwelijks iemand is,” legt Ursinus uit. “Dat voelt leeg.” Door alles op zaterdag te spelen, ontstaat meer reuring en saamhorigheid.

Ook de vrijwilligers speelden een belangrijke rol in de afweging. “Als je op zondag niets meer organiseert, halveert de belasting voor vrijwilligers,” zegt Ursinus. “Dat werd door veel mensen als een groot voordeel gezien.” Daarnaast lonkte een mogelijk commercieel effect: meer drukte op één dag betekent ook meer zichtbaarheid voor sponsoren en een levendigere kantine.

De leden stemden uiteindelijk met ruime meerderheid vóór de overstap. Met de gebruikelijke vertraging bij de KNVB begon MEC’07 dit seizoen officieel als zaterdagvereniging. En de praktijk blijkt de theorie te bevestigen. “Alles wat we vooraf als argumenten benoemden, zien we nu gebeuren,” stelt Ursinus. “Meer sfeer, een vollere kantine en meer energie rondom de club.”

Sportief helpt het ook mee. MEC’07 draait bovenin mee en gaat als gedeeld koploper de winterstop in. “We hadden eigenlijk zelfs alleen bovenaan kunnen staan,” zegt Ursinus. De komst van een nieuwe trainer speelt daarin mee, net als de kwaliteit van de selectie. “Alle stukjes vallen nu gewoon samen.”

Achteraf kan de voorzitter niet anders dan concluderen dat het een juiste beslissing is geweest. “Ik was zelf geen voorstander vanuit gevoel,” geeft hij eerlijk toe. “Maar als voorzitter moet je soms voorbij je eigen emotie kijken.” De overstap naar de zaterdag voelt inmiddels niet meer als een breuk met het verleden, maar als een logische stap richting de toekomst. “Voor de vereniging is dit buitengewoon goed geweest,” besluit Ursinus. “En dat is uiteindelijk waar het om draait.”

Nieuwe voorzitter SV Wadenoijen brengt rust en structuur: ‘Je hoeft geen voetbalkenner te zijn om een club te leiden’

SV Wadenoijen heeft sinds kort een nieuwe voorzitter. Sander van Dam staat pas twee maanden aan het roer, maar heeft in die korte periode al een duidelijke indruk achtergelaten. Opvallend detail: Van Dam heeft nauwelijks iets met voetbal. Toch ziet de amateurclub in hem precies wat het nodig had. Met zijn bestuurlijke ervaring wil hij vooral zorgen voor structuur, verbinding en rust binnen de vereniging.

De betrokkenheid van Van Dam bij Wadenoijen ontstond niet vanuit een lang gekoesterde clubliefde, maar via zijn gezin. “Mijn zoon voetbalde hier ruim tien jaar geleden al, toen nog in de F’jes,” vertelt hij. “En sinds een paar maanden speelt mijn dochter bij de MO13. Dan sta je weer langs de lijn, spreek je mensen die je van vroeger kent en raak je vanzelf opnieuw betrokken bij de club.”

Tijdens die terugkeer merkte Van Dam al snel dat Wadenoijen bestuurlijk in zwaar weer zat. “Ik hoorde dat er eigenlijk al een tijd geen bestuur meer was en dat ze dringend op zoek waren naar nieuwe mensen,” legt hij uit. “Onder meer een voorzitter, een penningmeester en een secretaris. Dat was echt een knelpunt, want zonder bestuur kom je als club uiteindelijk in de problemen.”

Van Dam besloot zich kandidaat te stellen, mede om te voorkomen dat de club verder zou afglijden. “Ik heb eerst goed geïnformeerd wat er van me werd verwacht. Daarna is het eigenlijk heel snel gegaan.” Tijdens een algemene ledenvergadering kreeg hij unaniem het vertrouwen. “Dat voelde goed, maar ook als een verantwoordelijkheid.”

Hoewel Van Dam zelf weinig affiniteit heeft met het spelletje, ziet hij dat niet als een belemmering. “Ik weet heus wel wat buitenspel is, daar houdt het ongeveer op,” zegt hij met een glimlach. “Maar ik weet wél hoe je mensen verbindt, structuur aanbrengt en grote lijnen uitzet. Dat doe ik ook in mijn werk.” Van Dam heeft een achtergrond in leidinggevende functies binnen de medische techniek, was jarenlang ondernemer en is actief in medezeggenschapstrajecten. “Bestuurlijke ervaring is mij niet vreemd.”

Juist die kwaliteiten gaven de doorslag bij Wadenoijen. “Een voorzitter hoeft niet per se alles van voetbal te weten,” stelt Van Dam. “Het gaat erom dat de club goed georganiseerd is en dat mensen elkaar weten te vinden.”

Wat hem aanspreekt aan Wadenoijen is het kleinschalige, dorps karakter. “Het is een gezellige club, iedereen kent elkaar en je spreekt elkaar gewoon bij de voornaam aan,” zegt hij. “De drempel om even iemand aan te schieten of iets te bespreken is heel laag. Dat zie je bij grotere clubs veel minder, daar is de afstand tussen bestuur en leden vaak groter.”

Bij zijn aantreden trof Van Dam een vereniging aan waarin veel onduidelijkheid heerste. “Er waren commissies, maar het was niet altijd helder wie waar verantwoordelijk voor was en hoe de communicatie liep,” vertelt hij. “Dat lag niet aan onwil, maar het was gewoon wat los zand.” Samen met anderen is hij begonnen om die structuur opnieuw neer te zetten. “De lijnen zijn nu korter en de verantwoordelijkheden duidelijker.”

Die aanpak past ook bij het nieuwe bestuur dat in de maak is. “Er komt een vrijwel volledig nieuw bestuur, met jonge mensen die ervaring hebben met het besturen van organisaties,” legt Van Dam uit. “We delen dezelfde visie: de club stabiel en toekomstgericht neerzetten.” Daarbij ziet hij ook kansen, onder meer door de groei aan de onderkant van Tiel richting Wadenoijen. “Als club moet je daar klaar voor zijn, maar dan moet eerst de basis op orde zijn.”

Op korte termijn ligt de focus voor Van Dam vooral op zichtbaarheid en verbinding. “Ik wil het gezicht van de club zijn en er ook daadwerkelijk zijn,” zegt hij. “Niet alleen bij wedstrijden van het eerste, maar juist ook op doordeweekse avonden in de kantine. Even een praatje maken, luisteren naar wat er leeft. Dan hoor je veel.”

Het voorzitterschap bevalt hem tot nu toe uitstekend. “Ja, absoluut,” zegt Van Dam. “Het is misschien ironisch: in mijn familie is iedereen met sport bezig, behalve ik.” Zijn ene broer is sportverslaggever bij de NOS, de andere actief als scheidsrechter op hoog niveau in het basketbal. “Zo maak ik het familierondje toch compleet,” lacht hij. “Dan maar als bestuurder van een voetbalclub.”

 

Len Verweij voelt zich thuis bij het eerste van Buren

Het eerste elftal van SV Buren is er één waar plezier en prestatie hand in hand gaan. In de vijfde klasse staat de ploeg bekend als een team dat misschien niet elke week hetzelfde niveau haalt, maar wél altijd samen op het veld staat. Het is een mix van vriendschap, gezelligheid en serieus voetbal, precies zoals het amateurvoetbal bedoeld is. Speler van het eerste elftal Len Verweij vertelt hoe SV Buren dit seizoen is uitgegroeid tot een hechte ploeg met een duidelijk eigen karakter.

“Aan het begin van het seizoen waren we eigenlijk een bij elkaar geraapt team,” vertelt Verweij. “Maar inmiddels, richting de winterstop, zijn we gegroeid tot een hecht en gezellig vriendenteam dat gewoon degelijk mee kan in de vijfde klasse.” Die omschrijving geeft meteen een goed beeld van Buren: een club waar plezier en teamgevoel voorop staan, maar waar ook degelijk voetbal wordt gespeeld.

Het niveau in de vijfde klasse is echter allesbehalve voorspelbaar. “Elke wedstrijd is anders,” zegt Verweij. “De ene week speel je tegen een ploeg uit Utrecht en win je met 7-1, en de week erna verlies je van een team dat onderaan staat. Het niveauverschil is groot en daardoor blijft het onvoorspelbaar.” Voor de spelers betekent dat een uitdaging, maar vooral ook dat geen enkele wedstrijd hetzelfde voelt.

Toch wordt er niet altijd op professioneel niveau getraind. “We hebben de verplichting om minimaal één keer per week te trainen,” legt Verweij uit. “Maar we worden er niet voor betaald, dus school, werk en familie gaan bij de meesten altijd voor. Dat is ook gewoon realiteit op dit niveau.” Het voetballen bij SV Buren gaat dus net zo goed over vriendschap en ontspanning als over winnen en verliezen.

En dan is er natuurlijk de beroemde derde helft. Verweij kan zich één middag van dit seizoen bijzonder goed herinneren: “Dat moet toch de wedstrijd tegen Ophemert zijn geweest. Een ouderwetse Super Sunday, compleet met onze eigen zanger Jantje Bier en DJ Patmix. Dat blijft toch wel het type middag waarvoor je bij een club als Buren voetbalt.” De kantine bij SV Buren is minstens zo belangrijk als het veld: daar komen vrienden samen, wordt er gelachen en klinken de verhalen die een seizoen kleur geven.

Binnen het team vervult Verweij zelf vooral de rol van sfeermaker. “Een leider ben ik niet; die rol past me gewoon niet,” zegt hij. “Maar ik probeer de groep op te peppen en plezier te brengen, dat past beter bij mij.” Die balans tussen sportiviteit en gezelligheid lijkt typerend voor SV Buren.

Wat het seizoen betreft, zijn de ambities realistisch. “Het kampioenschap zit er helaas niet meer in,” zegt Verweij. “Maar we moeten wat mij betreft minimaal in het linke rijtje eindigen, en misschien wel richting een top-5.” Het doel is dus helder, zonder dat de druk het plezier overschaduwt.

Als voetballer omschrijft Verweij zichzelf als ‘lomp en chaotisch, maar wel met een goede trap’. Hij speelt het liefst als linksback, maar door de tactiek van het team staat hij dit seizoen vaak als linkshalf. Het is een bescheiden rol in een team waar iedereen op meerdere posities inzetbaar is en de sfeer belangrijker is dan individuele sterrenstatus.

SV Buren zelf ziet hij als een hechte gemeenschap. “Een vaste groep vrienden en familie die graag samenkomt om voetbal te kijken en iets te drinken. Het voelt als een gemeenschap waarin iedereen elkaar kent.” En dat is precies waarom het eerste elftal zo typerend is voor de club: een team dat maximaal inzet op het veld, maar ook maximaal geniet buiten het veld.

“Wij proberen er altijd het maximale uit te halen,” besluit Verweij. “Iedereen is welkom en wordt met open armen ontvangen. Dat is precies wat ons als SV Buren kenmerkt.” Wie een middag komt kijken, ziet een ploeg die speelt met plezier, inzet en een flinke dosis Buren-karakter. Een vriendenteam dat toevallig ook goed kan voetballen.

Klik op SV Buren voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Buren voor meer informatie over de club.

GVV bereidt zich voor op 100-jarig jubileum met verbouwingen

Wie de afgelopen jaren het sportpark van GVV in Geldermalsen heeft bezocht, kan het bijna niet zijn ontgaan: het clubhuis heeft een flinke metamorfose ondergaan. Geen snelle lik verf, maar een doordachte en toekomstgerichte verbouwing, met het oog nadrukkelijk gericht op 2030. Dan bestaat GVV precies honderd jaar. “Dat jubileum wilden we niet ingaan met een accommodatie uit 1980,” zegt Willem van Kessel, bestuurslid en verantwoordelijk voor de accommodatie. “Het moest echt weer van deze tijd worden.”

De plannen ontstonden niet van de ene op de andere dag. Zo’n vijf jaar geleden sloot GVV zich aan bij het project De Groene Club, een samenwerking tussen de KNVB en sportbonden om sportaccommodaties te verduurzamen. “Het hele gebouw is toen doorgelicht,” vertelt Van Kessel. “Daar kwam een lijst met actiepunten uit. Dan is het simpel: je kijkt wat haalbaar is binnen je budget.” GVV begon bij de basis. Buiten- en binnenverlichting werd vervangen door led, kleedkamers kregen nieuwe plafonds, vloeren en douches en de oude asbestdaken maakten plaats voor geïsoleerde dakconstructies.

Toch bleef er iets knagen. De kantine, ooit gebouwd in een tijd waarin roken nog was toegestaan, voldeed steeds minder aan de wensen van deze tijd. “Je zat hoog, maar had nauwelijks zicht op het veld,” legt Van Kessel uit. “Dat vond ik altijd jammer. Vanuit de kantine moet je het hoofdveld kunnen zien.” Bovendien was de ruimte eigenlijk te groot en inefficiënt ingericht. Met het honderdjarig bestaan in het achterhoofd besloot het bestuur door te pakken.

Er werd een plan gemaakt dat rigoureus oogt, maar in de praktijk juist slim bleek. Een deel van de kantine werd ingekort, zonder dat het gevoel van ruimte verloren ging. Integendeel. “Mensen zeggen nu vaak: het lijkt wel groter,” glimlacht Van Kessel. De sleutel zit in de nieuwe gevels: kozijnen van 2,60 meter hoog tot aan de nok, waardoor de kantine badend in het licht staat. “Je hebt nu een prachtig uitzicht over het hoofdveld en het trainingsveld.”

De verbouwing ging verder dan alleen glas en beton. De fundering werd aangepast, de cv-installatie verdween en maakte plaats voor twee grote airco-units en er kwam een compleet nieuwe gietvloer. De timing was strak. Op 1 juni ging de schop de grond in, met 5 juli als harde deadline. “De vloer moest erin en uitharden,” zegt Van Kessel. “Daarom móest alles op tijd klaar zijn.”

Dat lukte, en hoe. Met hulp van maar liefst 42 vrijwilligers werd vrijwel alles zelf gedaan. “We hebben alleen materialen ingekocht,” benadrukt Van Kessel. “De montage, het plaatsen van de gevels, de afwerking: dat hebben we met elkaar gedaan.” Zelf nam hij twee weken vrij om fulltime te klussen. “Dit was vroeger mijn werk, dus ik weet wat erbij komt kijken.”

Volgens Van Kessel schuilt daarin de echte winst. “Je krijgt eigenaarschap. Iedereen voelt: dit is óns clubhuis.” Het past bij de filosofie van GVV, waar vrijwilligers de ruggengraat vormen. “Vrijwillig, maar niet vrijblijvend,” noemt hij het. Doordat veel taken door eigen mensen worden opgepakt, blijven de kosten laag en ontstaan er mogelijkheden om te investeren.

Die investeringen zijn niet alleen ingegeven door het jubileum. GVV is een groeiende vereniging, met een bloeiende jeugdafdeling en sinds dit jaar zelfs een BSO in het clubgebouw. “Je moet aantrekkelijk blijven,” zegt Van Kessel. “Mensen rijden tegenwoordig gerust een paar kilometer verder voor een club die er netjes uitziet.” Het clubhuis fungeert daarmee ook als visitekaartje. “Je bouwt aan je eigen merk.”

De blik blijft vooruit gericht. Op de wensenlijst staan onder meer een kleine tribune, een scorebord en extra opslagruimte. Niet alles kan tegelijk, erkent Van Kessel. “Financiën spelen altijd een rol. Maar we hebben een goed bestuur en een gezonde vereniging.” Groeien mag, maar met mate. “Vijf- tot zeshonderd leden is prima. We willen vooral ons eigen karakter behouden.”

En of hij opgelucht is dat de verbouwing achter de rug is? Van Kessel lacht. “Nee, eigenlijk niet. Ik heb er enorm van genoten. Het proces is minstens zo mooi als het eindresultaat.” Met het oog op 2030 ligt de basis er in ieder geval. GVV is klaar voor de volgende stap — zonder zijn identiteit te verliezen.

Klik op GVV voor de laatste artikelen over de club
Klik op GVV voor meer informatie over de club

Mo Düzgün verlengt bij BRC: ‘Een geweldige positieve groep’

Mo Düzgün blijft ook komend seizoen actief als trainer van BRC uit Beesd. De coach, die dit jaar pas begon aan zijn avontuur bij de vierdeklasser, heeft het zichtbaar naar zijn zin en plakt er zonder veel omhaal een tweede jaar aan vast. “Als beide partijen tevreden zijn, dan is het gesprek ook zo klaar,” zegt hij nuchter. Die tevredenheid zit ’m niet alleen in de resultaten, maar vooral in het gevoel dat hij bij BRC aantrof: een warme club, een leergierige spelersgroep en een omgeving waarin zijn manier van werken wordt omarmd.

Düzgün is bepaald geen trainer die alleen op zaterdagmiddag leeft. Integendeel. Zijn week bestaat uit een combinatie van rollen die elkaar voortdurend raken. Hij is hoofdtrainer bij BRC, actief als scheidsrechter, werkzaam voor de KNVB én fulltime leerkracht. “Het valt allemaal wel mee hoor,” relativeert hij. Toch verraadt zijn opsomming een brede betrokkenheid bij het voetbal, vooral aan de beleidsmatige kant. Voor de KNVB is hij actief als verenigingsadviseur in regio 9 en 10, waar hij samen met collega’s honderden clubs ondersteunt. Van beleidsplannen en kaderontwikkeling tot het organiseren van themabijeenkomsten: Düzgün helpt verenigingen duurzamer en toekomstbestendiger te worden.

Op het trainingsveld vertaalt die achtergrond zich in een duidelijke visie. Düzgün begon al jong als trainer, noodgedwongen eerder dan gepland. Blessures – twee keer kruisband, enkelbandproblemen, acht knieoperaties en zelfs een schouder – dwongen hem rond zijn 29e definitief te stoppen als speler. Het trainersvak bood een nieuw perspectief. “Vanaf mijn zeventiende liep ik al als jeugdtrainer rond, op mijn 21e was ik speler-trainer. Zo is het balletje gaan rollen.” Sinds 2009 is hij onafgebroken actief als trainer, met inmiddels de nodige diploma’s op zak.

Bij BRC begon het seizoen allesbehalve soepel. De start was stroef, punten bleven uit en de ranglijst zag er in de eerste weken niet florissant uit. Toch voelde Düzgün nooit dat het zou gaan wringen. “Ook toen het minder ging, heb ik geen moment het gevoel gehad dat het niet lekker zat tussen mij en de groep.” Dat vertrouwen bleek terecht. Vanaf week vijf begon het te lopen, volgden de punten en inmiddels won BRC de laatste vier wedstrijden op rij. De ploeg staat nu zesde en kijkt voorzichtig omhoog.

Wat Düzgün aantrof in Beesd, beviel hem vanaf dag één. “Een hartstikke leuke spelersgroep, echt in de breedste betekenis van het woord. Positieve jongens, die openstaan voor mijn ideeën en mijn manier van werken.” Ook buiten het veld voelde het als een warm bad. Een grote technische commissie met ambitie, goede faciliteiten – inclusief kunstgras – en een betrokken teamleider die alles doet voor de groep. “Op dit niveau hebben we het echt luxe voor elkaar.”

Zijn trainersstijl laat zich het best omschrijven als open en communicatief. Düzgün gelooft sterk in gedeeld eigenaarschap. “Het proces is van iedereen. De spelersgroep en de complete staf zijn mede-eigenaar.” Hij stelt zich bewust kwetsbaar op, zoekt het gesprek en staat open voor kritiek. “Ik heb liever te veel gecommuniceerd dan te weinig.” Dat hij ook scheidsrechter is, helpt hem langs de lijn rustig te blijven. “Natuurlijk brul ik wel eens, maar intimideren of schreeuwen naar officials past niet bij mij.”

De keuze om te verlengen kwam dan ook niet uit de lucht vallen. Sterker nog: het zaadje werd al jaren geleden geplant. Toen Düzgün met zijn vorige club kampioen werd en tegen BRC speelde, werd hij door de Beesdenaren ‘helemaal kapot gespeeld’. “Toen dacht ik al: dit is een leuke spelersgroep. Een collectief dat echt als één geheel kan opereren.” Via oud-trainers en bekenden hoorde hij vervolgens alleen maar positieve verhalen. Toen de kans zich voordeed, viel alles op zijn plek.

Met het oog op de rest van het seizoen ziet Düzgün nog genoeg rek. Het gat naar de derde plek is te overzien, maar hij blijft realistisch. “De voorwaarde is dat we redelijk compleet blijven.” Blessures zorgden eerder voor veel geschuif en disbalans. Nu de selectie vrijwel volledig is, groeit de concurrentie en daarmee het niveau. “Als je op dit niveau een complete groep hebt, kom je een heel eind.”

Klik op BRC voor meer informatie over de club.                                                                Klik op BRC voor meer artikelen over de club.

Hans van Weerden de gangmaker bij Wadenoijen 45+

SV Wadenoijen staat bekend als een club waar voetbal en gezelligheid hand in hand gaan. Sinds enkele jaren is daar een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd: een 45+ team, bedoeld voor mannen die het fanatisme van de zaterdag of zondag hebben ingeruild voor bewegen, plezier en sociale binding. Eén van de drijvende krachten achter die groep is Hans van Weerden (64), al decennialang een bekend gezicht op het sportpark. Zijn verhaal typeert niet alleen het 45+ team, maar eigenlijk de hele club.

Van Weerden is al ruim veertig jaar verbonden aan Wadenoijen. “Ik ben hier zo’n 42, 43 jaar geleden terechtgekomen,” vertelt hij. Daarvoor voetbalde hij elders, maar toen dat team ophield te bestaan en oud-collega’s van de glasfabriek De Maas hem overhaalden, was de stap snel gezet. Zoals bij veel voetballers bleef het spel trekken, ook al stopte hij tussendoor een paar keer. “Voetbal is een soort verslaving. Je komt er toch altijd weer bij terug.”

Dat gold ook nadat hij zelf moest afhaken als speler. Enkelproblemen maakten verder voetballen lastig, maar Van Weerden bleef actief voor de club. Hij vlagde, hielp als leider en nam zelfs jarenlang het wassen van de tenues op zich. “Van mijn vijftigste tot mijn zestigste heb ik dat gedaan. Als de leider er niet was, stond ik er ook.” Het typeert zijn betrokkenheid bij Wadenoijen: niet op de voorgrond, maar altijd bereid iets te doen.

Een jaar of vier, vijf geleden ontstond het 45+ team. Voor Van Weerden was dat het perfecte moment om weer voorzichtig een balletje te trappen. “Ik dacht: dat is wel wat voor mij. Gewoon weer een beetje bezig zijn.” Het team bestaat uit een bonte mix van oud-voetballers en mannen die nooit eerder op het veld stonden. “Er zitten een paar oude teamgenoten bij, maar ook jongens die nog nooit gevoetbald hebben.” Dat verschil in achtergrond is juist de kracht van de groep.

De trainingen zijn laagdrempelig en overzichtelijk. Woensdagavond is vaste prik. “We trainen van acht tot negen. Twee keer heen en weer rennen en daarna een partijtje.” Soms zijn ze met zes man, soms met twaalf. Het maakt weinig uit. Op vrijdagavond wordt er ook gespeeld, in toernooivorm. De resultaten zijn zelden indrukwekkend. “We winnen haast nooit wat,” lacht Van Weerden. “Die andere teams bestaan vaak uit oud-eerste elftalspelers die al dertig jaar samen spelen. Wij zijn meer bij elkaar geraapt.”

Toch ligt de focus nergens minder dan op winnen. Het sociale aspect voert de boventoon. “Na afloop drinken we twee of drie biertjes. Laatst was er Champions League, dan kijken we samen voetbal.” Van Weerden noemt zichzelf de oudste van de groep, maar ook een beetje de gangmaker. Plezier maken hoort erbij, op en naast het veld. “Dat is het allerbelangrijkste.”

Die sfeer past naadloos bij Wadenoijen als club, vindt hij. “Zeven jaar geleden hebben we met 69 vrijwilligers de hele kantine gebouwd. Helemaal gestript en opnieuw opgebouwd.” Waar andere clubs moeite hebben om tien man op de been te krijgen, draait Wadenoijen volgens Van Weerden op saamhorigheid. “Het is knus, gemoedelijk en altijd gezellig.”

Zelf staat hij tegenwoordig vaak in het doel. “Dan komen er twee of drie man op me af en heb ik de bal. Dan lach ik ze uit,” zegt hij met een glimlach. Meekomen lukt nog prima, al kost het opstarten wat meer tijd. “Ik ben een diesel. Na een half uur ben ik pas warm.” Zolang zijn lichaam het toelaat, denkt hij niet aan stoppen. “Als het aan mij ligt, ga ik nog wel even door.”

Jasper Wennekes blikt terug op historisch kampioenschap met BZS

BZS uit Beusichem kroonde zich na dertig jaar eindelijk weer tot kampioen. Voor het eerst in drie decennia mocht de club de handen in de lucht steken en het kampioenschap vieren. Jasper Wennekes was erbij, en beleefde het hoogtepunt van dichtbij. “Het was een prachtig moment,” vertelt hij. “We werden na een mooi seizoen beloond voor ons harde werk. Het kampioenschap stond begin van het seizoen al als doelstelling vast, dus het was extra heerlijk dat we de titel uiteindelijk ook pakten.”

BZS fier naar eerste titel in 30 jaar

Het seizoen van BZS was er één om door een ringetje te halen. De ploeg bleef ongeslagen en liet zien hoe stabiel en moeilijk te verslaan ze waren. Volgens Wennekes lag dat aan de samenstelling van het team. “Ons team was erg gebalanceerd,” legt hij uit. “We hadden een makkelijk scorende voorhoede met Gill van Beurden en Niek van Ewijk, een creatief middenveld met Cas Uijt de Haag, en een stabiele verdediging met ervaren krachten als Tom van de Neut en John Verweij. Dit gaf ook de trainers veel houvast bij het opstellen en begeleiden van het team.”

Die technische staf bleek goud waard. Hun aanpak combineerde serieus werken met humor en plezier, zowel binnen als buiten het veld. “De staf paste perfect bij ons team,” zegt Wennekes. “Er was een goede balans tussen hard werken en plezier maken. Dat zorgde voor een top sfeer, die zeker heeft bijgedragen aan ons succes.”

Wennekes benoemd tot aanvoerder

Na het kampioenschap kreeg Wennekes zelf een nieuwe uitdaging: aanvoerder van het eerste elftal worden. “Ik ben trots dat ik aanvoerder mag zijn van de club waar ik ben begonnen met het leukste spelletje dat er is,” vertelt hij. “Het is fijn om die extra verantwoordelijkheid te dragen en om jonge spelers te helpen zich te ontwikkelen en beter te worden.” Zijn rol als aanvoerder gaat verder dan alleen leiding geven op het veld; hij wil ook de sfeer binnen het team bewaken en ervoor zorgen dat iedereen zich betrokken voelt.

Zelf heeft Wennekes ook stappen gezet in zijn persoonlijke ontwikkeling. “Ik ben sterker geworden in het coachen en het communiceren op het veld,” zegt hij. “We merken dat zodra we goed communiceren, de organisatie op het veld het beste staat. Ook ben ik rustiger geworden. Vroeger had ik een kort lontje, maar dat lontje is inmiddels langer geworden. Dat helpt om kalm te blijven, ook in moeilijke situaties.”

‘Promotie had misschien eerder gemoeten’

Het kampioenschap en de promotie naar de vierde klasse hebben bovendien impact gehad op de club als geheel. “Het kampioenschap zelf was geweldig, maar de promotie naar de vierde klasse had misschien al eerder moeten komen,” aldus Wennekes. “BZS is een club die graag voetbalt met jonge spelers en een goede aansluiting van jeugdspelers naar het eerste elftal wil waarborgen. We horen niet thuis in de vijfde klasse.”

Voor het komende seizoen ligt er een nieuwe uitdaging voor Wennekes en zijn team. De vierde klasse belooft zwaarder te zijn, mede omdat de selectie niet zo breed is als vorig seizoen. Wennekes ziet zijn rol als aanvoerder dan ook breed: “Ik wil zowel prater als leider zijn. Samen met het team en de staf willen we ervoor zorgen dat we in de vierde klasse blijven. Ik wil dat de sfeer goed blijft, zowel op als buiten het veld. En ook bij nederlagen is het belangrijk dat we positief blijven en doorpakken naar de volgende horde.”

Met het kampioenschap van afgelopen jaar en zijn nieuwe rol als aanvoerder begint voor Jasper Wennekes en BZS een nieuw hoofdstuk. Het is een periode waarin leiderschap, plezier en doorzettingsvermogen samenkomen, en waarin de club laat zien dat ze klaar is voor hogere uitdagingen. Voor Beusichem en de spelers van BZS betekent dit dat het mooie moment van het kampioenschap niet alleen een herinnering blijft, maar ook het begin vormt van een ambitieus vervolg in de vierde klasse.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.