Home Blog Pagina 777

Henk Sterrenburg enige ‘Hoekanees’ die de Kuip haalde

Hij wordt later dit jaar 78 jaar, maar dat weerhoudt Henk Sterrenberg er niet van om goed voor het hoofdveld van zijn club HVC’10 te zorgen. “Het moet er top bij liggen.”

Tien jaar lang maakte Sterrenberg deel uit van de onderhoudsploeg van de trots van Zuid. “We waren verantwoordelijk voor alle velden. Het veld van De Kuip, maar ook op Varkenoord, het trainingscomplex. We waren toen met zijn drieën, inmiddels lopen er geloof ik zes man in vaste dienst rond.” Sterrenberg had er de officiële titel ‘grasmeester’. “Ach”, reageert Sterrenberg wars van sterallures en no-nonsens, “het is gewoon terreinknecht.”

Op zijn 62ste kreeg hij de kans om bij Feyenoord te werken. “Ik heb jarenlang voor de gemeente hier in Hoek van Holland de velden gedaan. Twaalf velden, voor de korfbal, de rugby en de voetbal. Dat waren toen dus nog vv Hoek van Holland en Hoekse Boys. Bij Hoekse Boys voetbalde ik zelf ook. Het verhaal in de club ging dat ik mijn elftal altijd het beste veld bezorgde. Onzin natuurlijk, maar zo werd er gedold.”

Dollen deed hij ook in zijn Feyenoord-tijd. In de tien jaar dat hij in en om De Kuip rondliep en rondreed in zijn maaimachine dolde hij wat af met spelers en trainers. “Ik heb ook wel mijn bekkie bij me, dat vonden die gasten wel leuk. Ze probeerden me regelmatig op te naaien. Vooral Ronald Mulder, die nu bij Heerenveen speelt, was een gangmaker. Met alle trainers heb ik prima kunnen samenwerken. Ronald Koeman, Bert van Marwijk en ook Gertjan Verbeek.”

Hij kijkt met een trots gevoel terug op zijn Feyenoord-tijd. “Ik ben de enige Hoekanees die de Kuip heeft gehaald”, grinnikt hij. Maar net zo lief ontfermt hij zich over de grasmat van HVC’10. Het hoofdveld heeft álle aandacht van hem nodig. “De rugby doe ik er sinds vorig seizoen bij toen de vaste man daar is gestopt.”

Dat de andere velden inmiddels van kunstgras zijn voorzien wil niet zeggen dat Sterrenberg op zijn lauweren kan rusten. “Ik ben hier elke ochtend een paar uur en kom ’s middags vaak terug. Straks ook weer, dan heeft het veld genoeg water gehad.”

Maaien mag Sterrenberg, die tevens een fervent duivenliefhebber is (‘ik vlieg alleen met doffertjes, vrouwtjes laat ik thuis’), niet. Dat werk is door de gemeente uitbesteed aan een gespecialiseerd onderhoudsbedrijf. “Ze komen één keer in de week. Ze maaien wel maar het gras blijft naar mijn zin te hoog. Drie centimeter, ik zou dat graag op 1.8cm willen. Ze zijn niet altijd even blij dat ik veel sproei, want hoe meer water hoe harder het gras groeit. Ik wil dat die jongens zaterdag op een mooi matje spelen.”

Klik hier voor meer artikelen over HVC’10.
Klik hier voor meer informatie over HVC’10.

VV Oosterhout zondag selectie start de voorbereiding op seizoen 2021-2022

Onder een strakblauwe hemel en met een fijn zonnetje is de zondagselectie van VV Oosterhout op zondagochtend 15-08 begonnen aan de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Seizoen 2021-2022 start op zondag 5 september officieel met wedstrijden om de KNVB-beker. Laten we hopen dat zowel de bekercompetitie als de reguliere competitie een prachtig en compleet seizoen gaan worden.

Zondag morgen vanaf 09:45 startte de eerste training met het uitreiken van de clubkleding aan de nieuwe selectiespelers en een weegmoment voor de selectie. Als vereniging zijn we erg content met het aansluiten van een fiks aantal jeugdspelers, uit de opleiding, bij de zondag selectie. Hopelijk kunnen we dit de komende jaren een mooi en passend vervolg geven.

Trainers Stijn Biemans en Jorco de Kok (zondag 1) en Henk Stok (zondag 2) hadden een pittige training voor de heren op het programma staan. Dit om te kijken hoe de heren conditioneel uit de relatief korte zomerstop zijn gekomen. De training werd afgesloten met een welverdiende en heerlijke lunch die uitstekend verzorgd was door de kantine medewerkers van VV Oosterhout. Namens de selectie en de staf van harte bedankt voor deze gezellige en heerlijke lunch.

Het programma voor de rest van deze week, voor de zondag selectie, is als volgt:

Maandag 16-08: 20:15 uur training
Dinsdag 17-08: 20:15 uur training
Donderdag 19-08: 20:00 uur VV Reeshof 1 – Oosterhout 1, VV Reeshof 2 – Oosterhout 2
Zaterdag 21-08 vertrekt de zondag 1 op teamweekend naar Den Haag en Scheveningen, op zaterdag zal er getraind worden en daarna zal de groep gaan genieten van een hapje en een drankje.

De verwachtingen bij VV Oosterhout voor het aankomende seizoen zijn als volgt:
De vereniging rekent erop dat het tweede elftal boven in de competitie mee gaat draaien en dat er met veel jonge, zelf opgeleide spelers herkenbaar voetbal gespeeld gaat worden, met hopelijk aan het einde van rit promotie als gevolg. De zondag 1 is zoals bekend ingedeeld in west 2 waarin voor de vereniging een fiks aantal onbekende tegenstanders spelen.

Hoe we de kracht van VV Oosterhout ten opzichte van deze teams in moeten schatten is vooralsnog onbekend. We hopen erop dat Stijn Biemans zijn speelstijl verder in kan slijpen bij de groep en dat er een jonge groep met karakter aan de competitie begint. Door een uitstekend collectief hopen we bovenin in de middenmoot mee te draaien. Met wellicht nacompetitie als mooi toetje.

VV Oosterhout is zeer blij dat er eindelijk weer vooruit gekeken kan worden naar het spelen van wedstrijden in zowel de beker als de competitie.

Op de website is het oefenprogramma van de zondag selectie te vinden!

Bron: VV Oosterhout

Klik hier voor meer artikelen over VV Oosterhout.
Voor meer informatie over VV Oosterhout? klik hier.

Colijnsplaatse Boys succesvol gestart met Kaboutervoetbal

COLIJNSPLAAT – Wie de jeugd heeft, die heeft de toekomst. Dat zullen ze ook bij Colijnsplaatse Boys hebben gedacht. Want daar zijn ze bij de jeugd gestart met het aanbieden van Kaboutervoetbal. Ramon Yuen is één van de drijvende krachten achter het initiatief, dat binnen een maand al explosief groeide in aanwas.

“Het is prachtig om te zien dat het zo enthousiast wordt ontvangen. We begonnen met vier spelertjes en inmiddels zitten we al op vijftien! Dus het is voor mij wel klip en klaar dat we hier op de club in een dringende behoefte voorzien. Iedereen komt elke week trouw naar de trainingen en als je dan die oogjes ziet als je over het veld rennen. Prachtig!”

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear

Eind april was het voor het eerst dat de groep het veld opging en was het vooral de kat uit de boom kijken. “Het was zeker nog onwennig. Voor de kinderen, maar ook voor mij. Want ook ik moest echt met die jonkies toch even kijken wat ik kon aanbieden allemaal, zonder dat ze ook werd overvraagd of overprikkeld. Alles wat compleet nieuw en dus ook voor mij als trainer en begeleider.”

Vanuit verschillende spelvormen, oefeningetjes op het internet en goed zichzelf verdiepen, werd het aanbod steeds gevarieerder en dat resulteerde in nog meer enthousiasme en nieuwe instroom. “We hebben ze momenteel al verdeeld in kleinere groepjes en heb intussen een aantal vrijwilligers die me helpen in de begeleiding en trainingen. Elke woensdag een uurtje op een heel laagdrempelige manier de kinderen spelenderwijs in aanraking te laten komen met de bal en het voetbalspel. En de progressie die sommigen op die korte tijd hebben gemaakt, of hoe behendig sommigen nu op de leeftijd van soms nog geen vier jaar al zijn… Machtig mooi om dan daartussen te staan!”

Het geheel bij de Kabouters van Colijnsplaatse Boys kent nu nog vooral een ongedwongen status. “Het is nu vooral van heel veel dingen mogen en niet moéten. We willen vooral dat de kinderen het leuk vinden en ze uiteindelijk straks als ze mogen aansluiten als jeugdlid bij de vereniging, ze dat ook gaan doen. De jeugd op het dorp houden en dan onderdeel laten uitmaken van het verenigingsleven is wat we willen realiseren. Het spelen en trainen bij de Kabouters is echter geen verplichting, maar straks als ze echt competitie gaan spelen wel. Dan moet je er zoveel mogelijk zijn, anders komt je team in de problemen bij te weinig spelers. Maar als ik zie hoe fanatieke deze kleintjes al zijn… Door weer en wind zijn ze er allemaal geweest, dus dat zegt veel over de motivatie vind ik.”

Yuen hoopt dat de komende tijd er nog meer kleintjes het Kaboutervoetbal komen bezoeken en uiteindelijk lid worden van Colijnsplaatse Boys. “Er kunnen er nog altijd bij. Na de zomer zullen er al een paar doorstromen richting de JO7, omdat ze te oud zijn voor de Kabouters óf te goed… Want ook dan moet je ze de stap laten maken. Maar dat het een succes is tot nu toe, dat is wel zeker!”

Klik hier voor meer informatie over Colijnsplaatse Boys
Lees hier meer artikelen over Colijnsplaatse Boys

Freek Batist hoeft niet in de schijnwerpers bij Quintus

Bij voetbalvereniging Quintus uit Kwintsheul wordt het secretariaat bezet door Freek Batist (39). Hij is geen man die graag op de voorgrond treedt, maar heeft achter de schermen onmiskenbaar zijn waarde.

Batist denkt kort na, kauwt even op zijn woorden en komt dan tot een eenduidige conclusie. “Ja, ik zou mezelf wel introvert willen noemen”, zegt de secretaris. “Ik praat niet overdreven veel, al kan ik natuurlijk wel mijn woordje doen. Dat is ook nodig als je bestuurslid bent. Maar ik vind het prima om me op de achtergrond nuttig te maken. Ik hoef niet per se in de schijnwerpers te staan.”

Als voetballer reikte Batist tot het tweede elftal en schopte het door zijn spelinzicht zelfs tot aanvoerder. Als secretaris is hij vooral bezig de correspondentie met leden en de KNVB gestalte te geven. “Er moeten vaak administratieve zaken geregeld worden en dat is best een klusje”, zo vervolgt hij zijn verhaal. “Bij een voetbalclub lopen leden bijvoorbeeld tegen schorsingen aan, waarover gecommuniceerd moet worden met de voetbalbond. Ik bel of mail dan met de bond, ik vind dat wel leuk om te doen. Het geeft voldoening als je een zaak in administratief opzicht goed kunt afhandelen. De leden hebben er veel aan.”

Batist is in het dagelijks leven werkzaam bij een glastuinbouwbedrijf, waar hij als verkoper fungeert en zich ook met werkbegeleiding bezighoudt. In combinatie met zijn werk als secretaris bij Quintus, heeft hij een aardig gevulde werkweek. “Ik denk dat ik een kleine tien uur per week bezig ben met Quintus. Er zijn altijd wel zaken die opgelost moeten worden. Ik doe het graag hoor, ik vind het fijn om me in te zetten voor de club. Ik ben een echte Quintus-man en heb er altijd met plezier gespeeld.”

Dat Batist ook deel uitmaakt van het bestuur van de tennisvereniging Quintus, onderstreept hoe nauw de takken van de omnisportvereniging met elkaar verbonden zijn. “We kennen elkaar in het dorp vaak wel. Kwintsheul is niet zo groot natuurlijk, waardoor je al snel met elkaar in contact komt. Ik heb de sfeer hier altijd heel fijn gevonden. Het voelt vertrouwd, ik ben ook niet van plan om het dorp te verlaten voorlopig. Sterker, ik sluit zeker niet uit dat ik de rest van mijn leven in Kwintsheul zal blijven wonen. Ik weet wat ik heb en ergens anders moet ik maar afwachten wat ik ervoor terug krijg.”

Hij koestert de intimiteit en de geborgenheid van zijn dorp, wil de vrijgezel Batist maar zeggen. Ondertussen komt het ook mooi uit dat de ledenadministratie door een ander lid wordt verzorgd. “Dat valt niet binnen mijn takenpakket. Maar ik heb natuurlijk wel te maken met de ledenadministratie. Ik heb het even nagezocht en begin augustus hadden we exact 262 leden. Dat is niet overdreven veel, maar we vormen een hechte club met z’n allen. We drinken graag gezellig een pilsje in de kantine, zo hoort het natuurlijk ook. Een voetbalclub is meer dan alleen je wedstrijdjes winnen. De charme van het verenigingsleven heeft me altijd erg aangesproken.”

Voor meer artikelen over Quintus klik hier
Voor meer informatie over Quintus klik hier

Walking Football is bij Leo Tol van Smitshoek in goede handen

Leo Tol vervult een belangrijke taak bij Smitshoek. Hij mag dan 71 jaar zijn, met zijn actieradius is bitter weinig mis. De in Rotterdam opgegroeide Tol coördineert de hoogste jeugdcategorieën, fungeert als aanspreekpunt en is bezig Walking Football op te starten. Dat kan allemaal sinds hij gepensioneerd is.

Hij werkte veertig jaar lang met veel plezier en voldoening in de zwakzinnigenzorg, vertelt Tol. Dat komt goed uit, want voetbalclubs kunnen in deze tijd van individualisering best wat mensenkennis gebruiken. “Ik ben al vijftien jaar bezig bij Smitshoek en heb een paar jaar de jongste jeugd getraind. Dan moet je een beetje aanvoelen hoe je die kinderen moet benaderen. Als aanspreekpunt van de club houd ik me bovendien bezig met het beantwoorden van vragen van ouders die probleempjes hebben. Wanneer er spullen kwijt zijn bijvoorbeeld, of als het veld vanwege de regen onbespeelbaar is. Je moet die mensen netjes te woord staan en aanvoelen wat er speelt bij ze. Ik kan wel zeggen dat ik dat geleerd heb tijdens mijn beroepsleven.”

Tol speelde in zijn jeugd voor DHZ in Rotterdam en was als trainer actief voor verschillende verenigingen. Zo stond hij aan het roer bij LMO, DJZ en ook Steeds Hooger. Hij bestempelt zichzelf als “rasrotterdammer”, maar wel eentje die op zijn plaats is in Barendrecht. ‘’Ik woon vlakbij Smitshoek en heb hier een prima leven met mijn vrouw Dinie. Het is natuurlijk heel fijn als je zo op de club bent. Ik besteed veertig tot vijfenveertig uur per week aan Smitshoek en heb daar ook alle gelegenheid voor nu ik gepensioneerd ben. Het opzetten van Walking Football is weer een heel nieuwe uitdaging.”

Samen met Fred Buik zal Tol zich ontfermen over het proces dat moet leiden tot een bloeiende Walking Football-tak. “Er is veel animo voor hoor. Er zijn al vijftien mensen die zich hebben opgegeven. En daar gaan er nog meer bij komen ook. We willen twee elftallen formeren van mensen van ouder dan zestig jaar. Dan gaan we op een half veld zeven tegen zeven spelen, zonder keeper. Je mag niet hardlopen, alleen maar wandelen. Bovendien mag de bal niet boven heuphoogte komen. Hartsikke leuk toch joh, zo blijft iedereen lekker in beweging. Ik ga zelf ook heerlijk meedoen, want ik voel me nog fit genoeg.”


Het zal hem met grote waarschijnlijkheid niet veel moeite kosten om snel een goede band op te bouwen met de spelers, weet Tol. Want: “Iedereen in het Barendrechtse voetbal kent Leo Tol. En ik ken op mijn beurt iedereen.” Je zou hem kunnen beschouwen als een uit de grote stad overgewaaide allemansvriend die de hopelijk nog lang durende eindfase van zijn leven in alle rust afsluit. “Ik maak me niet meer zo druk hoor. Gewoon lekker bezig zijn, dat is toch geweldig? Ik beschouw mezelf ook niet als een echte Smitshoek-man, maar wel als iemand die het beste voor heeft met de club. Ik zie Barendrecht ook helemaal niet als grote concurrent, ben je mal. Dat is een prima club die ik ook het allerbeste gun.”

Smitshoek, weet Tol, heeft veel te danken aan het groepje spelers dat Barendrecht verliet om hun kennis voor zijn club in te zetten. “John de Ronde, Erwin Bravenboer, zulke jongens bedoel ik. Die hebben Smitshoek echt naar een hoger niveau getild. Ze hebben hier in het eerste gespeeld en hebben later op technisch vlak hun verdiensten gehad. Je kunt gerust zeggen dat wij veel aan Barendrecht te danken hebben.”

Als het tenslotte gaat over zijn vrouw Dinie, komt Tol tot de conclusie dat zij terecht haar meisjesnaam Mulder voert op de werkvloer. Ze is directeur van een havenonderneming en wil flauwe rijmelarij voorkomen. ‘’Tol wordt algauw ‘drol’ en ‘snol’ enzo. Je weet toch hoe dat gaat in de haven? Zulke grappen kun je niet hebben als je gezag moet uitstralen en serieus genomen wil worden. Op Mulder valt bijna niks te rijmen. Mijn vrouw is een keiharde werker die 65 is en het voorlopig nog wel even volhoudt bij het bedrijf. Dan heb ik mooi de tijd om me nuttig te maken bij Smitshoek.”

Voor meer informatie over Smitshoek, klik hier.
Meer artikelen lezen over Smitshoek, klik hier.

Ference van den Berg is kilometervreter van Verburch

Ference van den Berg kijkt bij Verburch niet op een metertje meer of minder. Als één van de twee ‘zessen’ op het Poeldijkse middenveld vreet hij de kilometers alsof het niets is. Ook buiten de lijnen van het eerste elftal is de 21-jarige Poeldijker nuttig voor zijn club.

Het is niet het meest eenvoudige jaar als je student bent. Van den Berg weet daar alles van. Zijn studie sportkunde speelde zich de afgelopen anderhalf jaar vooral af in een digitale omgeving. “Niet écht leuk”, weet Van den Berg. “Ik hoop dat we snel weer normaal in de schoolbanken mogen zitten.” Van den Berg zit in zijn tweede jaar. “Met sportkunde kan je heel veel richtingen uit. Op dit moment gaat mijn voorkeur uit naar de kant van sportevenementen.”

Het freestyle-voetbal heeft zijn bijzondere interesse. “Ik doe het zelf ook wel eens, maar wat ik kan en doe mag geen naam hebben in vergelijking met de toppers in Nederland. Die trainen dertig uur in de week. Het is echt fantastisch wat ze met een bal kunnen. Dan staan ze op hun handen en houden ze bal op hun zool van hun schoen in balans.” Van den Berg is zelf ook niet vies van een trucje, maar in de wedstrijd laat hij die trucjes achterwege. “Het gaat daar om functionele techniek. Je zult mij niet zo snel een schaar of een ‘Zidane’ maken. Ik probeer het vooral simpel en effectief te doen. Een goede techniek moet je gebruiken bij je aanname en balbehandeling.”’

2020/2021 zou voor Van den Berg het seizoen geweest moeten zijn van zijn definitieve doorbraak. Zijn eerste volledige jaar in Verburch 1, maar vanwege corona was het seizoen ultrakort. De wedstrijden die hij wél speelde, gaven hem echter veel vertrouwen. “Dit is officieel mijn derde seizoen in de selectie. Vorig seizoen heb ik veel last gehad van een blessure, een ontsteking in mijn lies. Toen ik fit was en me in het tweede had bewezen, zou ik een kans krijgen bij het eerste. Dat was een paar dagen voordat de eerste corona-lockdown inging.”

Hij pakte de draad echter weer in aanloop van dit seizoen. Hij speelde zó goed dat trainer John Zuiderwijk niet meer om de energieke middenvelder heen kon. “Ik heb mijn plaats gevonden. We spelen op het middenveld met twee ‘zessen’. Revi Verbeek is de meest controlerende en concentreert zich voornamelijk op het verdediging. Ik ben een box-to-box speler. Ik help de verdediging, maar probeer als we aanvallen ook snel aan te sluiten. De afvallende bal moet voor mij zijn. Ik heb in de beker twee keer gescoord, dat stemde mij wel tevreden.”

Nuttig maakt hij zich ook al jaren voor de jeugdafdeling van Verburch. “Ik ga na de zomer mijn vierde seizoen als trainer in. Ik heb achtereenvolgens de JO10-1, JO11-2 en JO12-2 getraind. Steeds hetzelfde team. De jongens gaan door naar de onder dertien, ik blijf bij de JO12. Dus ik krijg een nieuwe groep.” Daarnaast heeft Van den Berg zich gestort op een beleidsplan voor het acht-tegen-acht voetbal. “Dat is onder 11 en onder 12. Het is voor een studie-opdracht voor school. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Ik ben net begonnen en ga met alle trainers praten.”

Klik hier voor meer informatie over Verburch
Klik hier voor meer artikelen over Verburch

Puk van Londen kijkt uit naar nieuw seizoen met Baronie

Puk van Londen staat aan de vooravond van een nieuw seizoen met de TOP-O19 van Baronie, de club waar ze al zo’n tien jaar met veel plezier speelt. De 16-jarige Van Londen is er begonnen bij de jongens en kwam later, terwijl ze daar eigenlijk nog te jong voor was, terecht in een meidenteam. Ook is ze actief bij de voetbalacademie van Code Oranje waardoor ze zo’n vier a vijf keer per week op het trainingsveld staat. We praten over haar beginjaren, haar kwaliteiten en haar doelen voor de toekomst.

Mede omdat haar vader zijn hart al vroeg aan Baronie had verpand, was het natuurlijk geen vraag bij welke club zijn dochter Puk zich zou inschrijven. ‘Mijn vader loopt al vanaf zijn zesde rond bij Baronie dus ik mocht met mijn achternaam toch zeker niet bij JEKA gaan voetballen,’ legt ze lachend uit. Van Londen begon bij de jongens maar zodra er een meidenteam kwam bij de ‘Baronnen’ sloot ze zich daarbij aan. ‘Eigenlijk was ik daar toen te jong voor en daardoor heb ik eigenlijk altijd boven mijn leeftijd gespeeld.’ Sinds een jaar maakt de Bredase ook deel uit van de voetbalacademie van Code Oranje en wist ze tevens een proeftraining af te dwingen bij Sparta. ‘Tijdens die training heb ik eigenlijk mijn reputatie niet echt waar kunnen maken vind ik zelf,’ kijkt ze kritisch terug.

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear

Puk omschrijft zichzelf als een echte centrumspits, ze heeft een goed schot, is doelgericht en kan goed mee voetballen. ‘Ik kom graag de bal halen zodat ik open kan draaien en dan de buitenspelers weg kan sturen.’ Ook het technische gedeelte zit wel snor bij de jongeling, die hier overigens een duidelijke oorzaak in ziet. ‘Dat heb ik wel echt bij de jongens geleerd hoor, dat komt omdat je ook veel meer weerstand hebt daar.’

In het nieuwe seizoen wil de aanvalsleider allereerst fit aan de start verschijnen nadat een enkelblessure haar in het afgelopen seizoen parten speelde. ‘Ik ben op de weg terug na een kleine terugslag maar wil in het nieuwe seizoen weer volop mee kunnen trainen dus we gaan zien hoe dat zich gaat ontwikkelen.’ Over haar toekomst is de Bredase duidelijk; ‘Ik wil het maximale eruit halen, gaan voor het hoogst haalbare en daar ben ik ook echt wel mee bezig.’ Wat dat hoogst haalbare dan precies gaat zijn zal moeten blijken maar het talent blijft er rustig onder. ‘Ik doe nu een opleiding voor Verpleegkundige dus dat is mijn toekomst maar het liefst zou ik het allemaal combineren. Mocht dat uiteindelijk toch niet lukken heb ik ook nog genoeg andere leuke dingen om me mee bezig te houden,’ sluit de Bredase realistisch af.

Klik hier voor meer informatie over Baronie
Lees hier meer artikelen over Baronie

Pieter Vermeer: FC ’s-Gravenzande is meer dan een verstandshuwelijk

Elf jaar geleden smolten ’s-Gravenzande VV en ’s-Gravenzandse SV, in de volksmond respectievelijk Rood-Wit en De Sport, samen tot FC ’s-Gravenzande. Het was destijds een voor onmogelijk gehouden fusie vanwege de sterke rivaliteit tussen de clubs. Met de fusie keerde de rust op sportpark Juliana terug. “Er is veel moois bereikt.”


Pieter Vermeer (57) is kind van de SV en van FC. Bij de Sport bekleedde hij tal van vrijwilligersfuncties, begon als leider van het team van zijn zoon, daarna als jeugdwedstrijdsecretaris in het jeugdbestuur en vele jaren de webmaster van zowel de website van de SV als van FC. Maar hij was vooral de hoffotograaf van het eerste elftal en in die rol ging hij verder toen de beste voetballers van ’s-Gravenzande verenigd waren in de ‘FC’.

“Ik ben er altijd bij, thuis en uit”, vertelt Vermeer. “Dat ik een wedstrijd heb gemist van het eerste elftal is een zeldzaamheid. 99,9 procent ben ik er.” Vermeer maakte de fusie tussen Rood-Wit en de Sport van dichtbij mee. Hij zag dat de fusie niet zonder slag of stoot was. “We hadden natuurlijk een unieke situatie met twee clubs hier op het sportpark. We zaten regelmatig bij elkaar in het vaarwater, maar tegelijkertijd waren we ook tot elkaar veroordeeld. Met de verdeling van de velden bij thuiswedstrijden bijvoorbeeld. De ene week speelde Rood-Wit thuis met de jeugd, de andere week de Sport. Aangezien de Sport een stuk groter was, was het niet vol te houden zo. Daardoor speelden de jeugdteams al door elkaar, wat de integratie al ten goede kwam.”

De brand
Brand in de kantine van Rood-Wit bracht beide clubs dichter bij elkaar. Vermeer: “We hadden allebei een eigen kantine, maar door de brand kon Rood-Wit daar niet meer in. De Sport heeft hulp geboden en ik ben ervan overtuigd dat die periode heel goed is geweest voor verdere toenadering.”

Alles bij elkaar duurde de fusiebesprekingen drie jaar. “Het lag erg gevoelig. De meerderheid van de leden was voor de fusie, maar er was ook een aanzienlijke groep die het niets vond. Die sentimenten leefden vooral bij de oudere leden. Ik weet nog dat in de beginjaren een seniorenelftal weigerde om in de clubkleuren de nieuwe fusieclub te spelen. Het was de eerste jaren flink wennen aan elkaar, maar na een tijdje zijn de scherpe randjes eraf gegaan.”

Vermeer begrijpt wel dat de fusie destijds moeilijk lag. “Het waren twee verschillende culturen. Dat had zijn charme, maar twee clubs in een dorp als ’s-Gravenzande zorgde ook vaak voor onrust. Je had twee kampen. Voor sponsors visten beide clubs uit dezelfde vijver. Als de ene club dan een sponsor voor de neus van de ander had weggekaapt, dan werd dat met veel tromgeroffel aangekondigd. Dat daar een einde aan gekomen is, vind ik persoonlijk niet erg. Als je het samenvat heeft de fusie gezorgd voor rust.”

De brug naar het hedendaagse FC is snel gemaakt. Elf jaar na dato is de fusieclub een goed georganiseerde vereniging met ambities. “Er zijn grote stappen gemaakt in de organisatie. We hebben verenigingsmanagers en vaste mensen op technisch en commercieel gebied. Of we elf jaar na dato één vereniging zijn, weet ik niet. Dat heeft denk ik niets te maken met de voorgeschiedenis, wel met de huidige tijd dat de betrokkenheid van leden in het algemeen wat is afgenomen. Daarnaast moet je de vraag stellen of het lukt om van duizend leden één vereniging te maken.”

Jubileumgids
Naast zijn wekelijkse ‘kiekjes’ bij het eerste elftal verzorgt Vermeer al jaren de presentatiegids van de club. Daarom was het niet vreemd dat hij door de club werd gevraagd om een speciale jubileumgids vanwege het tienjarig bestaan te maken. De gids werd vorige maand gepresenteerd. Voorzitter Leo van der Lans mocht uit handen van Vermeer het eerste exemplaar ontvangen.

“Het plan was oorspronkelijk om op het hoofdveld één grote foto met alle leden te maken”, zegt Vermeer. “Door dat plan kon door corona echter een streep. Van die foto zou een poster worden gemaakt en op de achterkant zouden wat foto’s en verhalen komen. De poster zou onder de leden worden verspreid.”

Als alternatief werd de jubileumgids bedacht. Vermeer stelde die samen, verzorgde de lay-out en het beeld, mede met andere enthousiaste clubfotografen. “Hans Bos en Lennart ’t Hart hebben de verhalen voor hun rekening genomen. Er staat van alles wat in.”

“Persoonlijk vond ik twee verhalen het leukst: de eerste waarin vijf echte FC-jongens, die nu in het eerste spelen, vertellen hoe zij de afgelopen tien seizoenen hebben ervaren. Ik vond het leuk om te lezen hoe zij de club beleven, een eye-opener ook. Daarnaast staat er een verhaal in van twee families en hun band met de club. Dat verhaal doet me wel wat.”

De jubileumgids is onlangs verspreid onder de leden. “Hij lag al een tijdje op de club. We dachten eerst dat we het eerste exemplaar konden overhandigen bij de eerste wedstrijd van het eerste als de competitie weer zou worden opgestart. Zo bleven we schuiven. Uiteindelijk hebben we gezegd: het moet er een keer van komen om het magazine onder de leden te verspreiden.”

Als het aan Vermeer ligt, is dit de laatste gids waaraan hij gewerkt heeft. “Mijn persoonlijke mening is dat een gids niet meer van deze tijd is. We moeten wat anders bedenken. Een kalender ofzo waarbij we ook de mogelijkheid hebben om sponsors in de picture te zetten. Mijn ervaring bij de gids is dat deze vooral door de ouderen wordt gelezen. Jongeren onder de veertig lezen ook haast geen kranten meer.”

Als fotograaf maakte hij de twee promoties naar de hoofdklasse mee. “De eerste keer was te snel en vlogen we er binnen een jaar weer uit. Daarna is gebouwd aan een stevigere basis. Inmiddels spelen we weer een aantal jaren in de hoofdklasse. De eerste promotie bij Alexandria’66 was een grandioos feest met tien, vijftien bussen aan supporters die waren meegereisd. Maar ook de derby’s tegen Westlandia, dat toen ook in de eerste klasse speelde, staan mij ook nog helder op het netvlies. Met tweehonderd man op de fiets van ’s-Gravenzande, dat beeld vergeet ik ook nooit meer.”

Liever andere clubkleuren
Pieter Vermeer is niet blij met het tenue van FC ’s-Gravenzande, maar dat heeft niets te maken met de schoonheid of charme ervan. “Dat donkerblauw is lastig met fotograferen”, zegt hij. “De kleur weerkaatst niet, waardoor gezichten van spelers flets zijn. Ik moet foto’s ook altijd bijwerken. Als we in de witte uitshirts spelen, heb ik dat minder.”

De leden konden bij de fusie kiezen uit drie tenues. Vermeer ging, vanwege fototechnische reden, voor een bordeaux-broekje en bruinig/oranje-shirt. “Het leek op het shirt van AS Roma. Dat was ideaal voor mijn foto’s geweest.”

Klik hier voor meer artikelen over FC ’s-Gravenzande.
Klik hier voor meer informatie over FC ’s-Gravenzande.

Jasper van Houcke op meerdere fronten actief bij VV Borssele

BORSSELE – VV Borssele heeft al jarenlang geen standaardelftal meer in competitie, had slechts een handvol jeugdleden die inmiddels in een SJO zijn ondergebracht. Maar in de reserveklasse is nog wel altijd één elftal actief. Daarin in Jasper van Houcke (40) nog altijd actief, terwijl hij ook als bestuurslid zichzelf verdienstelijk maakt. Al is dat sinds de coronaperiode als wedstrijdsecretaris niet eentje die bol staat van het regelwerk.

“Zeer zeker niet. Ik denk dat een wedstrijdsecretaris bij clubs met meer teams en een elftal in de standaardklasse wellicht nog wel wat te doen of regelen heeft, maar in mijn geval is dat gereduceerd tot nagenoeg nul. En gezien het feit dat onze leden bijna allemaal ouder zijn dan zevenentwintig konden we qua trainingen ook weinig uitrichten. Dus het is de afgelopen maanden hier op de club héél erg stil geweest.”

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear

Tot de KNVB besloot om alle competities stil te leggen was Van Houcke nog actief op de zaterdagen en reed hij vanuit woonplaats Middelburg naar Borssele om er zijn wedstrijdjes (en doelpuntjes) mee te pikken. Toch had hij behoorlijk las van een onwillige grote teen. “Daar ben ik in oktober vorig jaar voor de tweede keer aan geopereerd en nu nog altijd van aan het herstellen. Het is overigens de vraag of dat herstel nog wel volledig zal zijn. Dus ik ben nog aan het nadenken wat ik qua voetbal zal gaan doen in het nieuwe seizoen. Al ben ik me wel van bewust, dat voor een vereniging als die van ons elke lid dat wegvalt er eigenlijk eentje teveel is. Maar het lichaam moet ook nog willen en kunnen natuurlijk en als dat steeds moeilijker wordt dan is de keus helaas niet anders.”

Jammer zou Van Houcke het overigens wel vinden, want de gezelligheid op de club en het kameraadschap onderling op de zaterdagen is de reden dat hij nog altijd voor trainingen en wedstrijden de rit van Middelburg naar Borssele maakt. “We hebben gewoon een leuke club mensen bij elkaar. Die allemaal het beste met de vereniging voorhebben en lekker genieten van een potje voetballen en na de wedstrijd een biertje te drinken. Voor de meesten is dat toch even een stukje ontspanning en dat moeten we nu al heel lange tijd missen.

En dan is Borssele niet zo’n grote vereniging die dan veel andere manieren heeft dan de zaterdagwedstrijd om contact te hebben of dingen te kunnen ondernemen. “Dat klopt, al zijn alle leden die er nu nog over zijn wel heel trouw. Toen ik zo’n twaalf jaar geleden hier kwam spelen waren er nog twee seniorenteams en jeugd. Dat is bijna allemaal weg nu. We zijn een beetje de laatste der Mohikanen, maar we blijven doorgaan om de boel overeind te houden. En zolang iedereen er plezier in blijft houden, dan zit het met het bestaansrecht van SV Borssele zeker wel goed.”

Klik hier voor meer informatie over SV Borssele
Lees hier meer artikelen over SV Borssele

Onderhoudsploeg van RVVH geeft kleedkamers flinke opknapbeurt

Bijna anderhalf jaar duurde de klus. Toen duidelijk werd dat RVVH geen nieuw clubgebouw zou krijgen, stortten vrijwilligers zich op een forse opknapbeurt van de kleedkamers. “Het was buffelen en bikkelen.”

“Dit wordt straks echt mooi”, zegt Erik den Hartog als hij een korte rondleiding geeft op het nieuwe sportpark van RVVH. In het park is veel oog voor groen. Nu is dat groen nog jong, maar over vijf jaar ziet dat er prachtig uit, denkt Den Hartog.

In het bijgebouw van RVVH worden de laatste werkzaamheden uitgevoerd aan de kleedkamers. Over een paar werken is de klus geklaard. Dan heeft RVVH weer zestien kleedkamers die functioneel  en vooral het oog weer waard zijn.

“Het zag er niet meer uit”, reageert Den Hartog, coördinator van de onderhoudsploeg. “Het was gedateerd. En verpauperd, dat durf ik ook wel te zeggen. Op de binnenkant van de kleedkamerdeuren was de opstelling geschreven, de verf was afgebladerd, de toiletten waren beschadigd en de ventilatie was slecht. Het was geen visitekaartje voor de club.”

RVVH had lang de hoop dat het kon verhuizen en daardoor besloot de club het dure en tijdrovende onderhoud links te laten liggen. “Niet goed natuurlijk, maar het heeft er jaren uitgezien dat we hier weg zouden moeten”, zegt Den Hartog. “Er was zelfs een tramtracé over het vijfde veld ingetekend. Dan weet je het wel.”

Maar de Ridderkerkse politiek besloot dat de 103-jarige club toch aan de Sportlaan mocht blijven. Het kreeg wel nieuwe buren – het Gemini College – en daardoor vond er een nieuwe indeling van het sportpark plaats. Het gewenste nieuwe clubgebouw van RVVH zat er niet in. De club hikte ook tegen het prijskaartje aan.


“In februari vorig jaar is er definitief duidelijkheid gekomen over onze toekomst en vanaf dat moment zijn we ook plannen gaan maken”, vervolgt Den Hartog. “Er moest wat gebeuren.”

Vrijwilligers namen de zestien kleedkamers onder handen, gaven de muren een nieuw likje verf, schuurden deuren, brachten nieuwe verlichting aan en maakten douches en toiletten weer netjes. “We hebben ook nieuwe ventilatie gekregen. Maar het allerbelangrijkste is dat alles weer schoon is. Daarnaast hebben we een nieuwe warmwater-installatie gekregen. Dat hebben we niet zelf gedaan, dat is zo’n gespecialiseerd werk dat we dat hebben moeten laten doen.”

“Nieuw is het niet”, stelt Den Hartog. “Dat kan ook niet, want dit gebouw met de kleedkamers staat er sinds 1978. Het bijgebouw is er in 1984 gekomen. We kunnen nu weer even tijdje door, maar over tien jaar zal er een nieuw plan gemaakt moeten worden.”

“Wie weet kunnen we dan op het sportpark een nieuw clubgebouw neerzetten, maar voorlopig is dat niet aan de orde. De kosten zijn veel te hoog, je praat al snel over een miljoen euro.”

De onderhoudsploeg hoeft zich de komende jaren echter niet te vervelen, want de eerste verdieping van het clubgebouw heeft ook een makeover nodig. “Daar moet ook iets aan gebeuren”,. Meent Den Hartog. “De kantine is net een koelkast. Daar mag best wat meer uitstraling in. Daarnaast is de keuken toe aan renovatie en ook de bestuurskamer is, hoe zeg je dat netjes, gedateerd.”

Den Hartog loopt op het sportpark langs het hoofdveld. “Hier willen we een buitenkantine maken”, wijst hij op een ‘hoekje’ naast de buitentribune. “De fundering ligt er al.”

Maar eerst moeten de containers, die gebruikt worden voor opslag van materiaal, nog worden geschilderd. “We hebben ze netjes bij elkaar gezet, want het was bij de ingang echt een rommeltje. Ze wachten op een nieuw kleurtje.”

De onderhoudsploeg van RVVH bestaat in totaal uit acht mannen. De meeste zijn gepensioneerd. Den Hartog, die bij de brandweer werkt, houdt de boel draaiende. “Sommige mannen zijn hier elke dag. Piet van den Herik bijvoorbeeld. Hij en zijn herdershond Saar zijn onafscheidelijk. Waar Piet gaat, gaat Saar.”

Voor meer informatie over RVVH, klik hier.
Meer artikelen lezen over RVVH, klik hier.