Home Blog Pagina 762

Bij De Jonge Spartaan moet ‘wij’ heersen

Hij praat lekker en is altijd wel in voor een dolletje. Met slechts een handvol oefen-, beker- en competitiewedstrijden sinds zomer 2020 als trainer langs de kant bij De Jonge Spartaan houdt Wim Nieuwland (52) er een ‘duizelingwekkend’ gemiddelde aan prijzen op na.

Voor de tweede keer in twee jaar won de trainer uit Dinteloord met DJS de Flakkee Cup na 3-0 winst in de finale tegen DVV’09. Nieuwland, die als trainer van DBGC de cup van het eiland ook al won: “Als je de beker drie keer wint, mag je hem houden, toch?”

Nieuwland is blij dat hij weer kan doen waar hij voor aangenomen is. Zijn eerste seizoen bij DJS had maar een klein hoofdstukje. Nieuwland was, met de competitie op zwart, meer ‘bezigheidstherapeut’ dan trainer. “Als je traint zonder doel gaat de lol er op den duur vanaf”, zegt Nieuwland. “We zijn er met elkaar doorheen gekomen, maar ik hoop toch echt dat we een seizoen zoals afgelopen seizoen nooit meer meemaken. Als trainer leef je van week tot week, van wedstrijd tot wedstrijd. Als dat wegvalt, valt een groot deel van je bestaan weg.”bazenNieuwland wil zich weer druk maken over voetbalzaken. Die zijn er gelukkig weer genoeg. De indeling van de bekercompetitie kon bij hem niet echt op goedkeuring rekenen. “Het lijkt erop alsof de KNVB het er om gedaan heeft: we hebben twee uitwedstrijden op tachtig kilometer afstand. Alphia uit Alphen en BSC’68 uit Benthuizen. Ik snap dat niet, deel de clubs van Flakkee lekker bij elkaar in of bij clubs uit Schouwen-Duiveland of West-Brabant. Korte afstanden, leuke wedstrijden, meer publiek en in de lijn van de coronawetgeving om zo min mogelijk te reizen.”

Hij steekt zijn energie liever in zijn elftal, dat komend seizoen een verrassingstournee krijgt voorgeschoteld in de regio West, waar het gros van de derde klasse-tegenstanders voor Nieuwland onbekend zijn. “Er zitten bekende namen in, maar voornamelijk heel veel onbekende namen”, zegt Nieuwland. “Zwarte Pijl, LMO. Ik kan alleen maar afgaan op wat wedstrijdjes van vorig seizoen en wat er te vinden is op internet. Wat dan opvalt is het grote aantal mutaties bij sommige clubs. Zeker in vergelijking met wat we hier op Flakkee gewend zijn. In Rotterdam is het natuurlijk ook anders. Daar heb je heel veel clubs in een relatief klein gebied. Heb je het niet naar je zin bij de ene club, dan ga je naar de club een kilometer verderop. Hier ligt het wat anders.”

De Jonge Spartaan moest na het verloren vorige seizoen afscheid nemen van drie basiskrachten. Eén van hen was Steven Oesthoek, de aanvaller die makkelijk scoorde. “We hebben met die jongens gesproken, maar ze hebben bewust de keuze gemaakt om in een lager elftal te gaan spelen. Wij moeten verder. Andere spelers zullen opstaan. Ja, we hebben doelpunten verloren, maar er komt ook ruimte voor andere spelers.”Nieuwland hamert op eenheid en teamgeest. “Ik heb de spelers aan het begin van het seizoen ook meegegeven dat ze als een team moeten gaan functioneren. Elkaar helpen is een basisvoorwaarde. Het is niet ik, niet jij maar wij. Als dat lukt, ben ik ervan overtuigd dat we een goed seizoen tegemoet gaan. Wat onze positie op de ranglijst wordt, zal moeten uitwijzen. Met zo veel onbekende tegenstand is er nog geen zinnig woord over te zeggen.”

Voor meer artikelen over De Jonge Spartaan, klik hier.

Voor meer informatie over De Jonge Spartaan, klik hier.

In gesprek met Steven Chin Fo Sieeuw van WDS’19

Steven, ook wel bekend als de oom van Virgil van Dijk, is al zijn hele leven verliefd op het spelletje. Hij speelde vanaf zijn vijfde bij The Gunners in het Haagse Beemden. Stopte vervolgens op zijn zestiende, doordat hij geblesseerd raakte aan zijn knie. Nadat zijn jongste zoon Jero de passie voor het voetbal ontwikkelde begon het bij Steven ook weer te kriebelen. Wij benaderden Steven voor een leuk gesprek.

mediplus banner

Om zichzelf voor te stellen vind Steven lastig. ’’Tja wie ben ik , dat is nog lastig te formuleren, maar we gaan het proberen. Ik ben 44 jaar oud en ben woonachtig in Breda. Ik ben al bijna 23 jaar gelukkig samen met mijn vrouw en we hebben twee kinderen een dochter van 19 en een zoon van 11. Daarnaast ben ik vrijwilliger als coach & trainer van de JO15-1 bij WDS’19 in Breda. Dit is het elftal waarin mijn zoon ook in actief is. Ik ben eigenlijk uit liefde voor mijn zoon en de passie voor het voetbal jeugdtrainer geworden. Nadat de liefde voor het spelletje ook bij mijn zoon tot stand kwam, ben ik elke dag samen met hem gaan voetballen. Dit begon uiteraard mondjesmaat met een beetje trainen. Ik zag al snel dat hij goed kon sprinten en wel aanleg had voor voetbal. Mijn zoon is ook mijn beste maatje, dus samen voetballen met hem was geweldig. Ik stond altijd fanatiek langs de zijlijn om hem aan te moedigen. Hier en daar hielp ik met de trainingen tot het moment kwam dat de trainer me vroeg of ik in het aankomende seizoen trainer wilden zijn. Dit heb ik met beide handen aangepakt. Niet lang daarna deed ik mijn eerste cursus voor pupillen trainer bij de KNVB.’’

Een carrièreverloop vind Steven een groot woord.’’ Het is niet mijn werk. Ik ben puur voor de lol begonnen als trainer van de JO9-1. Vervolgens ben ik samen met mijn zoon elk jaar een team opgeschoven. Na een aantal jaar begon ik te denken dit is toch wel compleet andere koek dan enkel en alleen mijn zoon trainen haha. Het begint allemaal heel onschuldig. Kinderen weten nog niet wie je bent en ze hadden de leeftijd dat ze meer kijken naar vliegtuigen, tikkertje spelen of spontaan een handstand doen. Toen ik voor het eerst het team voor me had, was het wel even wennen, maar na de eerste wedstrijden werd het team al serieuzer.’’ Winnen kan je volgens Steven op zoveel manieren. ’’De meeste kinderen wordt tegenwoordig aangeleerd dat winnen of scoren leuk is. Met als gevolg dat het plezier in het voetbal verminderd als ze bijvoorbeeld verliezen. Terwijl winnen in verschillende vormen gedaan kan worden, je kan bijvoorbeeld een duel winnen, een goede bal spelen of simpelweg jezelf gewoon verbeteren. Hier wordt vaak niet naar gekeken, omdat de wedstrijd verloren werd. Dit vind ik persoonlijk zonde en daarom probeer ik de jongens altijd aan te leren, dat de ware winst zit in het leren van je fouten en jezelf verbeteren als voetballer.’’ Steven hamert hier heel erg op. ‘’Kijk naar jezelf en wijs geen vinger naar een ander en verbeter je eigen fouten.’’

Dit seizoen is er voor om het plezier terug te vinden. ’’Op dit moment hebben we een team, wat een formatie is van drie verschillende leeftijden. Een combinatie van JO13/JO14 en acht eerste jaar spelers van JO15. Daarom heeft de club besloten om uit te komen in de vierde klasse. Want door de Corona periode was onze club ook zwaar getroffen, zoals elke andere vereniging. Veel jongens haakte af, maar Steven probeerde ze binnen de lijnen te houden.’’ Er konden toen geen wedstrijden gespeeld worden, waardoor de spanning al snel verloren ging bij veel kinderen. “Ik organiseerde elke zaterdag wedstrijden tegen teams van onze eigen vereniging. Alleen na een paar keer spelen is de spanning er al snel af. Vandaar dat het dit jaar best een opgave was om de teams dit jaar zo stabiel mogelijk te houden. Daarom mijn complimenten maar de club die dit in goed overleg gedaan hebben!”

Steven heeft nog wel een korte termijn doel. ’’Ik wil eerst junioren trainer certificaat halen bij de KNVB en daarna kijk ik wel verder. Gewoon plezier houden is het allerbelangrijkste.’’ Echte voorbeeld voetballers zijn er teveel om op te noemen volgens Steven. ’’Elke voetballer heeft iets unieks en weet soms iets extra’s te brengen op het moment dat het nodig is. Maar ik hou er wel van om Frenkie de Jong te zien voetballen, hij draait altijd goed weg en is een hele intelligente voetballer. Natuurlijk ben ik ook super trots op Virgil. Hij heeft zoveel rust in het team. Wat misten we hem op het EK. Hij zet de verdediging op slot en is altijd professioneel bezig met zijn werk.’’

Om optimaal te presteren is een goede voeding belangrijk vindt Steven. ’’Je moet op zijn minst iets op de maag hebben. Daarna prestenteer ik gelijk het plan van aanpak in de kleedkamer, zodat er geen afleiding is.’’ Naast het voetbal vindt Steven nog heel wat andere dingen leuk. ’’Ik hou van lezen, foto’s maken van sterren, planeten en de natuur. Ook maak ik video’s voor het Instagram account voor mijn zoon. Vorig jaar werden zijn video’s opgemerkt in Cambodja en kwam mijn zoon in het sportnieuws daar. Ze volgen Jero volop, omdat hij half Cambodjaan is en omdat hij het neefje van Virgil is.”

verfhuys-breda

Voetbal is voor Steven altijd belangrijk geweest. ’’Het brengt mensen bij elkaar en dan niet alleen op het veld, maar ook ernaast. Voetbal maakt het mogelijk dat vreemden de beste vrienden kunnen worden. Op het veld maakt het niet uit wat je afkomst is , je achtergrond of hoe je eruit ziet. Het enige wat telt is hoe goed je kunt voetballen. Helaas is het zover gekomen dat mijn knieën het niet meer toelaten om op het veld te staan. Vorig jaar deed ik nog wel is mee met het 35+ elftal, maar ik merkte dat mijn linkerknie het niet meer aankon. Gelukkig kan ik het toch op een bepaalde manier voortzetten als trainer en zie ik veel van mezelf terug in mijn zoon. Ooit was het mijn tijd en nu is het zijn tijd om te spelen.’’ Steven blikt ook vooruit op dit seizoen. ’’Er staat ons een zwaar seizoen te wachten. Ik kan nu moeilijk zeggen dat we het niet gaan halen of kampioen worden. Wat ik wel van kan zeggen is dat er plezier in het team zit. We hebben een leuk collectief elftal met een hechte vriendengroep. Ik merk op de trainingen ook dat ze serieus trainen en goed luisteren. Dit is mijn ogen een goed begin voor een mooi jaar.’’

Klik hier voor meer informatie over WDS’19
Klik hier voor meer artikelen over WDS’19

Marijn Huibregtse omarmt scherpte bij FIOS

FIOS kreeg deze zomer een enorme kwaliteitsinjectie. Acht potentiële basisspelers werden door de club naar Achthuizen gelokt. Aanvoerder Marijn Huibregtse staat helemaal achter de plannen. “Je ziet het niveau omhoog vliegen.”

Dat FIOS op een keerpunt staat, werd deze zomer al duidelijk. Trainer Hans de Rover voerde het aantal trainingssessies flink op. “Maandag, dinsdag, donderdag trainen en zaterdag een wedstrijd en dat een maand lang.” Huibregtse (29), die volgende maand zijn dertigste verjaardag viert, vond het allemaal ok. Alsof hij, ambitieus als hij is, op het moment zat te wachten dat er ‘iets’ bij zijn club zou gaan gebeuren. “Ik ben bijna dertig, maar ik wil nog een paar jaar op niveau spelen. Het liefste doe ik dat met FIOS. Ik ben al zes jaar aanvoerder en die band draag ik met trots. Serieus bij de eerste vijf van de ranglijst meespelen zou wel heel mooi zijn.”

Tot voor kort was dat meer een droom, want het FIOS van de afgelopen jaren miste de échte kwaliteit om een rol van betekenis te spelen in de vierde klasse. Ook de in de voetbalwereld gepokt en gezamelde trainer Hans de Rover realiseerde zich dat FIOS een kwaliteitsimpuls nodig had om de sprong naar de subtop van de vierde klasse te kunnen maken. “Ik sta helemaal achter de plannen”, zegt Huibregtse. “Er zijn niet lukraak wat spelers gehaald. Zes van de acht spelers hebben een FIOS-achtergrond. Twee niet, maar kenden wel weer andere spelers. Het belangrijkste is dat alle spelers passen bij de club. Er staat nu een mooi raamwerk met drie elftallen op zaterdag en een zondagteam. Hulde voor de mensen die zich zo hebben ingezet.”

Huibregtse waant zich in een andere wereld. “We zijn zoveel sterker geworden, dat is niet te vergelijken. Alle nieuwe spelers kunnen ook zo in de basis spelen. Je ziet het ook terug op de trainingen. Het niveau ligt vele malen hoger, er is veel meer scherpte, ook omdat er concurrentie is. Ik geniet daar echt van.”

In dat nieuwe team is het ook voor Huibregtse weer zoeken naar een ideale positie. “Ik heb de afgelopen jaren min of meer door het elftal gereisd. Middenveld, laatste man. Vaak ook uit nood geboren. Nu hebben we meerdere goede voetballers voor een positie. Daardoor kan ik me weer concentreren op een meer aanvallende rol, aanvallende middenvelder bijvoorbeeld.”

Dat De Rover zijn mannen in de voorbereiding flink onder handen nam, vond Huibregtse niet meer dan logisch. “Hij wil dat we fit aan de nieuwe competitie beginnen. Hans heeft zo veel ervaring als trainer, die weet écht wel wat hij doet. Ik vind het persoonlijk wel lekker. Ik ben een échte loper.”

bazen

Stiekem hoopt hij in zijn tweede deel van zijn carrière nog op een hoogtepunt. Met FIOS speelde Huibregtse, die al op zijn vijftiende debuteerde, nooit hoger dan de vierde klasse. “Ik heb twee seizoenen gespeeld bij Den Bommel, dat toen net niet de beste jaren kende in de derde klasse. Toen ik negentien was heb ik stage gelopen bij Westlandia en kon ik naar Neptunus/Schiebroek. Achteraf heb ik spijt dat ik dat toen niet gedaan hebben. Toen was het heel logisch: ik was nog bezig met mijn opleiding en had geen auto.”

Zijn dromen beperken zich nu tot FIOS. “Ooit nog een keer met FIOS derde klasse spelen, zou ik fantastisch vinden.”

Meer artikelen over FIOS, klik hier.

Meer informatie over FIOS, klik hier.

Max Bout geeft spel SNS vorm

SNS-trainer Eelko van der Linde heeft Max Bout weer aan het voetballen gekregen. De tengere speler dreigde in de spits te verpieteren, maar heeft nu nieuw geluk gevonden op het middenveld. “Hoe meer de bal, hoe beter.”

Bout heeft in ieder geval het vertrouwen van zijn trainer. “Controlerende middenvelder, staat in de as, maar kan ook aan de zijkanten. Harde werker en een speler die ik graag in het team zie, Inzicht, goede inzet, geeft niet op.”

Met zulke woorden zit Bout het komend seizoen wel goed. Bout: “Heeft ie dat gezegd? Altijd leuk om te horen. Ik ben ook opgebloeid op deze positie.”

bazen

De inmiddels 22-jarige Bout is begonnen aan zijn vierde seizoen in SNS 1. Na jarenlang in de jeugd te hebben gespeeld van De Jonge Spartaan besloot hij in 2017 terug te keren naar zijn club in Stad. “Ik wilde weer voetballen met vrienden uit het dorp. Hoe dichter bij huis, hoe beter.”

Met zijn rentree bij SNS nam hij ook verwachtingen mee naar sportpark Den Berg. De roem was de aanvaller vooruit gesneld.  Bout moest echter wennen aan het seniorenvoetbal. “Jeugd- en seniorenvoetbal is zo’n enorm verschil. Ik had bij De Jonge Spartaan altijd hoog gespeeld, maar de vierde klasse was voor mij een andere wereld. Een tik hier, een tik daar. Bij de jeugd had je tegenstanders die qua figuur hetzelfde formaat hadden. Ik stond ineens tegen bomen van kerels die er inkleunde.”

Bout had het moeilijk om zich als technisch begaafde speler staande te houden, maar dat had ook te maken met het soort voetbal dat Sportclub Nieuwe Stad destijds aan de dag legde. Het was verre van gepolijst voetbal. “Het was veel inzet en veel kracht. Opbouwen was er niet. De bal werd naar voren geschoten in de hoop dat hij bij mij of bij een andere aanvaller terecht kwam. Als ik de bal al had, stond ik tegen een overmacht aan verdedigers.”

Inmiddels is die tijd veranderd. Met de komst van zes balvaste spelers is de toon van het spel van SNS volledig veranderd, stelt Bout. “We proberen nu ook echt te voetballen. En als het even kan, zetten we hoog druk.”

Bout is gelukkig op zijn nieuwe positie. “Ik krijg veel de bal en daar haal ik vertrouwen uit. Ik word vaak betrokken in het spel. Ik heb het gevoel dat ik op deze positie mijn sterke punten kan benutten.”

Een passend rugnummer heeft Bout inmiddels ook: het nummer veertien. “Toeval”, bezweert Bout. “Dit nummer was nog vrij. Ik ben er blij mee, maar had net zo goed nummer dertien of vijftien kunnen krijgen. Veertien is het nummer van Johan Cruijff. Niet dat ik me in enige vorm mag meten met hem, maar ik vind het wel mooi dat ik zijn nummer mag dragen.”

SNS is volgens Bout een outsider in de vierde klasse. “Wie weet zit er een top5 plaats in. We kunnen het veel teams lastig maken.”

Bout is superfit en dat heeft ook te maken met zijn baan als steigerbouwer. “Het is tillen en sjouwen. De hele dag knallen. Ik kom regelmatig afgedraaid thuis na mijn werk, maar voor de training heb ik altijd energie.”

 

Voor meer artikelen over SNS, klik hier.

Voor meer informatie over SNS, klik hier.

Max Bout geeft spel SNS vorm

SNS-trainer Eelko van der Linde heeft Max Bout weer aan het voetballen gekregen. De tengere speler dreigde in de spits te verpieteren, maar heeft nu nieuw geluk gevonden op het middenveld. “Hoe meer de bal, hoe beter.”

Bout heeft in ieder geval het vertrouwen van zijn trainer. “Controlerende middenvelder, staat in de as, maar kan ook aan de zijkanten. Harde werker en een speler die ik graag in het team zie, Inzicht, goede inzet, geeft niet op.”

Met zulke woorden zit Bout het komend seizoen wel goed. Bout: “Heeft ie dat gezegd? Altijd leuk om te horen. Ik ben ook opgebloeid op deze positie.”

bazen

De inmiddels 22-jarige Bout is begonnen aan zijn vierde seizoen in SNS 1. Na jarenlang in de jeugd te hebben gespeeld van De Jonge Spartaan besloot hij in 2017 terug te keren naar zijn club in Stad. “Ik wilde weer voetballen met vrienden uit het dorp. Hoe dichter bij huis, hoe beter.”

Met zijn rentree bij SNS nam hij ook verwachtingen mee naar sportpark Den Berg. De roem was de aanvaller vooruit gesneld.  Bout moest echter wennen aan het seniorenvoetbal. “Jeugd- en seniorenvoetbal is zo’n enorm verschil. Ik had bij De Jonge Spartaan altijd hoog gespeeld, maar de vierde klasse was voor mij een andere wereld. Een tik hier, een tik daar. Bij de jeugd had je tegenstanders die qua figuur hetzelfde formaat hadden. Ik stond ineens tegen bomen van kerels die er inkleunde.”

Bout had het moeilijk om zich als technisch begaafde speler staande te houden, maar dat had ook te maken met het soort voetbal dat Sportclub Nieuwe Stad destijds aan de dag legde. Het was verre van gepolijst voetbal. “Het was veel inzet en veel kracht. Opbouwen was er niet. De bal werd naar voren geschoten in de hoop dat hij bij mij of bij een andere aanvaller terecht kwam. Als ik de bal al had, stond ik tegen een overmacht aan verdedigers.”

Inmiddels is die tijd veranderd. Met de komst van zes balvaste spelers is de toon van het spel van SNS volledig veranderd, stelt Bout. “We proberen nu ook echt te voetballen. En als het even kan, zetten we hoog druk.”

Bout is gelukkig op zijn nieuwe positie. “Ik krijg veel de bal en daar haal ik vertrouwen uit. Ik word vaak betrokken in het spel. Ik heb het gevoel dat ik op deze positie mijn sterke punten kan benutten.”

Een passend rugnummer heeft Bout inmiddels ook: het nummer veertien. “Toeval”, bezweert Bout. “Dit nummer was nog vrij. Ik ben er blij mee, maar had net zo goed nummer dertien of vijftien kunnen krijgen. Veertien is het nummer van Johan Cruijff. Niet dat ik me in enige vorm mag meten met hem, maar ik vind het wel mooi dat ik zijn nummer mag dragen.”

SNS is volgens Bout een outsider in de vierde klasse. “Wie weet zit er een top5 plaats in. We kunnen het veel teams lastig maken.”

Bout is superfit en dat heeft ook te maken met zijn baan als steigerbouwer. “Het is tillen en sjouwen. De hele dag knallen. Ik kom regelmatig afgedraaid thuis na mijn werk, maar voor de training heb ik altijd energie.”

 

Voor meer artikelen over SNS, klik hier.

Voor meer informatie over SNS, klik hier.

In gesprek met Max Stap van SV Buren

Op vroege leeftijd trok Max (19) de voetbalschoentjes al aan. Er werd ingeschreven bij VV Ophemert, omdat hij daar ook woonde. Jarenlang heeft Stap genoten van het spelletje, maar plots was dit niet meer het geval. Dit deed hem doen beslissen de overstap te maken naar SV Buren, omdat zijn oom daar trainer was. Het plezier kwam terug en zodoende kreeg hij de kans om op 16-jarige leeftijd te debuteren.

HappyPoint_desinfectie

Veel jongeren weten nog niet wat zij later willen bereiken naast het voetbal. Waar op de velden plezier, prestatie en vrienden veelgenoemde doelstellingen zijn, is dat voor daarbuiten vaak nog een raadsel. Deze jonge senior heeft het echter allemaal al uitgestippeld. ‘’Ik studeer op dit moment nog aan de tuinbouwschool, maar ik wil mij na mijn examen gaan richten op mijn eigen bedrijf. Momenteel ben ik ook al werkzaam in de tuinen als hovenier.’’

Veel spelers maken op een bepaald moment in hun carrière de transfer naar een andere vereniging. Dit gaat eigenlijk altijd gepaard met een onderliggende reden. Voor sommige is het belangrijk om met vrienden te voetballen en anderen zoeken gewoonweg een nieuwe uitdaging. Zo zijn er nog wel meer redenen, dat geldt ook voor Max. ‘’Voor mij was het eigenlijk een combinatie van meerdere aspecten. Het team werd plotseling wat minder leuk en daarnaast had ik het idee dat ik wel wat hoger kon spelen. Mijn oom was al trainer bij SV Buren en zodoende ben ik daar terecht gekomen. Ik mocht op vrij vroege leeftijd al regelmatig aansluiten bij de training van het eerste elftal. Dit resulteerde in mijn vroege debuut voor de hoofdmacht.’’

Voor veel jonge spelers is het altijd afwachten hoe de eerste seizoenen in de senioren verlopen. De 19-jarige merkt dat hij nog veel kan leren, maar heeft goede hoop dat zijn teamgenoten hem daarin kunnen helpen. ‘’Ik stel nog niet te hoge verwachtingen voor mezelf, maar mijn doel is wel om in de vierde klasse te blijven spelen. Ik denk dat dat wel gaat lukken dit jaar, want wij hebben een erg fitte selectie met jonge spelers. Wij begonnen vroeg met de voorbereiding en de oefenwedstrijden verliepen ook positief.’’

Zoals voor velen is voetbal meer dan alleen een spelletje. Of het nu socializen is, liefde voor de sport of de spanning om te presteren, voor eenieder ligt hier iets anders aan ten grondslag. Max Stap heeft een veel gedeelde reden waarom voetbal zo belangrijk is voor hem. ‘’Voetbal is voor mij écht even een uitlaatklep. Je bent gewoon op dat moment niet bezig met het dagelijks leven. Daarnaast is het gezellig om met vrienden op serieus niveau tegen een balletje te trappen.’’

Óók de jonge Max Stap wil alle vrijwilligers nog een hart onder de riem steken. ‘’Ik ben van mening dat alle vrijwilligers van de club een applaus verdienen. Van terreinbeheerder tot barman/barvrouw, zij verdienen echt respect, want je moet het tóch maar even doen!’’

Klik hier voor meer artikelen over SV Buren.
Klik hier voor meer informatie over SV Buren.

In gesprek met Ronny L’Abée van DSE

Waar de een gemaakt is voor het voetbal, is de ander gemaakt voor het trainerschap. Trainer Ronny L’Abée (34) van DSE schaart zichzelf onder de laatste groep. Op vroege leeftijd zag hij in dat coachen echt iets voor hem was. Naast zijn baan als kapper, waar hij onder andere veel selectie spelers van NAC voorziet van frisse kapsels, is hij ook ‘geknipt’ voor het trainerschap.

barber-ronny-etten-leur

Op vroege leeftijd begon de man uit Etten-Leur bij het toenmalige FC de Geeren in Breda-Noord. ”Mijn moeder was ook gelijk mijn leidster vroeger. Toentertijd deed zij dat samen met Johan de Visser. Dat heeft nog wel een grappige wenteling, want ik speelde toen samen met zijn zoontje. Jaren later zitten onze zoontjes samen in het JO8-1 team van DSE. Dan blijkt de wereld toch vrij klein en ik vind het wel leuk hoe zulke dingen zich herhalen. Helaas heeft FC de Geeren het niet vol weten te houden en ging het in 2005 ter ziele, waardoor het nu FC Barca heet. Ik ben vervolgens op 12-jarige leeftijd naar Advendo, maar dat duurde ook niet lang. Wij verhuisden naar Etten-Leur en daarmee stopte eigenlijk mijn voetbalcarrière. Kortstondig heb ik poging gewaagd bij Internos, maar snel merkte ik dat het coachen mij meer voldoening gaf.”

Het één resulteert vaak in het ander en dat was ook nu het geval. ”Door corona ben ik per toeval training gaan geven aan het elftal van mijn zoontje, zodat die kleine mannetjes lekker door konden trainen. Dit deed ik met veel liefde en plezier en de club kwam na deze periode eigenlijk al snel aankloppen of ik dit door wilde zetten. Nu sta ik hier officieel als JO8-1 coach! Ik vind het belangrijk dat die mannen het met plezier blijven doen. Zo hebben wij een keer geregeld dat de ‘Seun of God’ Ralf Seuntjes langskwam bij onze seizoen afsluiter. Die gasten vinden het geweldig om mee te maken en ook de club kwam met veel positieve reacties. Zulke dingen vind ik prachtig om te doen en ik hoop dan ook om zulke verrassingen erin te houden voor de spelertjes!

Als coach van zo’n jong elftal is het lastig om bepaalde technieken de spelers eigen te maken. Zo vroegen wij Ronny naar zijn bevindingen wat betreft het aanleren van technische- en niet-technische zaken. ”Het makkelijkste is om op een leuke en speelse manier met die mannen om te gaan. Ik zorg altijd dat ik drie regels waarborg: ‘je houdt de bal níet met je handen vast, je gaat níet zitten op de bal en de bal blijft ALTIJD aan je voeten’. Alles wat ze goed doen verdient een high-five. Lol, plezier en gezelligheid zijn de belangrijkste zaken! Het lastigste is om hun vanuit een positie te laten spelen. Wellicht zijn zij daar nog te jong voor, of misschien gebruik ik niet de juiste termen. Hier zit ook nog een leerpunt voor mij als beginnende coach.”

Bij alles wat hij doet, straalt het enthousiasme en plezier ervan af. Knippen met mannen, of coachen met mannetjes, het maakt Ronny L’Abée niet uit. ”Kinderen enthousiasmeren is wat is het liefste doe. Ik support het buitenspelen. Zij moeten het buitenlicht in met gas erop! Een voetbal, hockeybal, basketbal óf tennisbal moet niet uitmaken.”

Klik hier voor meer informatie over DSE.
Klik hier voor meer artikelen over DSE.

In gesprek met Stijn Bult van V.V. Internos

De zestienjarige buitenspeler van V.V. Internos zit vol met voetbal en is helemaal gek op het spelletje. Zaterdags staat hij zijn mannetje bij JO-17 en zondags trapt die een balletje mee bij zondag 7 van V.V. Internos. Het team van zijn vader. Hoe mooi is dat een vader zoon combinatie in één elftal.

Stijn begint over zijn carrièreverloop. “Ik heb eigenlijk altijd gespeeld bij Internos. Ik begon ongeveer vijf jaar geleden met voetballen in de JO13-2 toen was ik destijds twaalf jaar oud. Qua niveau heb ik nooit hoger gespeeld dan tweede klasse. Na een jaartje in de JO13-2 vertrok ik naar de JO13-1, daarna naar de JO14-1 waar we ongeslagen kampioen werden in de derde klasse. Na dit succesvolle jaar sloot ik aan bij JO16-1 waar we toch een beetje een rommelig jaar hadden door Corona. Nu ben ik klaar om te knallen in de JO17-1.’’

Met de ambities van de jonge aanvaller zit het wel goed. ’’Ik wil eigenlijk graag nog in het eerste spelen. Ambities hogerop heb ik niet. Ik vind de sfeer in en met het team veel belangrijker. Het is voor mijn ook een stukje rust en afleiding.’’ Dit seizoen gaat het prima gaat Stijn verder. ’’Met het zondag elftal zijn we helaas niet door in de beker, maar met de JO17-1 gelukkig wel. In de competitie wordt het een lastig jaar. De concurrenten zijn super sterk, dus het is aan ons de taak om super scherp te zijn. Het moet ook wel beetje een uitdaging blijven.’’

Ondanks de jonge leeftijd van Stijn heeft hij al best wat hoogtepunten. ’’Uiteraard was het super leuk om kampioen te worden, maar ik vind het ook leuk dat ik regelmatig scoor. Dit vind ik dan leuk om bij te houden. Aan het einde van het seizoen kan ik dan kijken hoeveel wedstrijden ik gespeeld heb en hoeveel keer ik daarin trefzeker ben geweest.’’ Gelukkig heeft de jonge speler weinig dieptepunten gehad. ’’Ik heb nog nooit echt heel erg dik verloren of iets in die richting. Als ik dan toch iets moet verzinnen dan denk ik een blessure, maar daar heb ik dan ook nog geluk mee gehad dit was nooit langer dan twee tot drie weken.”

De grote voorbeeldvoetballer van Stijn is Ronaldo. ’’Zijn werklust en doorzettingsvermogen is wonderbaarlijk. Toen bekend werd gemaakt dat Ronaldo terug ging naar Manchester United kon mijn dag niet meer stuk. Ronaldo is op zoveel manieren te bewonderen.’’ Voetbal is super belangrijk voor Stijn. ’’Op het veld is het enige waar je aan denkt die bal die de goal in moet. Het bewegen is ook nog is goed voor je!’’ Als Stijn een voorspelling moet doen voor dit seizoen is hij optimistisch, maar ook realistisch. ’’We hebben een moeilijke competitie, maar we hebben dit jaar ook een goed team staan. Dus moet de middenmoot zeker haalbaar zijn. Met de zondag 7 zou ik het echt niet weten. In de beker speelde we best wel goed, alleen heb ik geen idee hoe het niveau is in de competitie, maar uiteraard gaan we proberen om kampioen te worden.”

Klik hier voor meer informatie over Internos
Lees hier meer artikelen over Internos

De aftrap met Jesse Koppelaar van VV Sliedrecht

De jonge vleugelverdediger uit Sliedrecht is op zeer jonge leeftijd begonnen met voetballen bij de plaatselijke vereniging. Ongeacht Jesse zijn leeftijd behoort hij tot een van de oudere spelers van het team. Zijn ervaring zal het jeugdige elftal nodig hebben in de reserve hoofdklasse.

Hoe heeft Jesse zich fit gehouden deze zomer? ‘’We zijn eigenlijk niet echt gestopt met trainen. Op het moment dat corona het toeliet om in viertallen het veld op te gaan, hebben we die kans gegrepen en zijn we vroegtijdig begonnen met de voorbereidingen op aankomend seizoen. Hierdoor hadden we maar een korte zomerstop. Na een vakantie van twee weken viel mijn ‘terugval’ dus gelukkig mee. Momenteel zijn we druk met de bekerwedstrijden, waardoor de wedstrijdfitheid ook terug begint te komen.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

“Jesse kijkt met een positieve blik naar het elftal van dit seizoen. ‘’We zijn een jong en getalenteerd elftal dat gaat voor het kampioenschap in de reserve hoofdklasse. We willen graag voetballen en hebben graag de bal in de ploeg. Waar we voor moeten waken is hoe we omgaan met tegenslagen en tegenstanders die ons uit de wedstrijd willen halen. Daar werken we momenteel hard aan en dat gaat ons ook zeker lukken! Ik heb alle vertrouwen in een goed seizoen.’’ We vroegen Jesse wat hij dit seizoen hoopt te bereiken. ‘’We zijn gretig en gaan vol voor het kampioenschap. Vorig seizoen begonnen we erg goed en stonden we gedeeld eerste toen corona het seizoen onderbrak. We pakken het op waar we toentertijd geëindigd zijn. Diezelfde drive hebben we dit seizoen weer nodig om de eerste plek te pakken.’’

0251113_uwverhuishulp_VJAlblasserwaard[3290]

Ook spraken we met Jesse over persoonlijke doelen ‘’Ik hoop op persoonlijk vlak mezelf te blijven ontwikkelen als voetballer. Niet enkel op technisch vlak, maar ook daar omheen. Waar ik twee jaar geleden nog behoorde tot één van de jonkies, behoor ik nu tot de ouderen. Dit vraagt om een andere rol in het team, meer dragend en prominenter aanwezig. Dit seizoen wil ik daarin groeien.’’ Jesse verwacht een mooi seizoen. ’’We gaan als jong team in hoog tempo stappen maken. Zolang wij ons eigen spel spelen, geloof ik in een mooie afloop. Met wie weet een prijs aan het einde van het seizoen.”

Meer artikelen lezen over VV Sliedrecht? Klik hier.
Klik hier voor meer informatie over VV Sliedrecht.

Glenn Melissant wil oogsten met DVV’09

Dat DVV’09 snakt en verlangt naar promotie naar de derde klasse is wat overdreven, maar dat de tijd voor de fusieclub rijp is om het hogerop te zoeken staat voor Glenn Melissant als een paal boven water. Volgens hem zijn in Dirksland alle voorwaarden aanwezig voor een succesvolle campagne.

In de perfecte wereld zonder corona had het heel goed mogelijk geweest dat DVV’09 dit seizoen al in de derde klasse was begonnen. Twee afgebroken competities zetten ook de rem op de sportieve ambities van de fusieclub, die zich maar wat graag aansloot bij het veld van clubs in de derde klasse.

“Terugkijken heeft niet zo veel zin”, is Melissant vooral nuchter. “Je weet niet hoe het gelopen was als de competitie wel was doorgegaan. We zullen het ook niet meer weten. Als je in die teleurstellingen blijft hangen kan je nooit een succesvol seizoen draaien. Ons vizier is op de toekomst gericht.”

En die toekomst ziet er volgens de middenvelder rooskleurig uit. De selectie van DVV was al zeer aardig voor de vierde klasse en die is er door de komst van een aantal nieuwe spelers – spelers die terugkeerden op sportpark De Gooye – breder en sterker op geworden. “De concurrentie is fors toegenomen”, zegt Melissant. “Maar dat is alleen maar goed. Je merkt het ook op de training. Het is allemaal nóg scherper.” Ook op het middenvelder, waar Melissant door trainer John Kleijn doorgaans aan de linkerkant wordt geposteerd, zijn er meer gegadigden voor een basisplek. Melissant is niet bang voor zijn plaats. “Ik zie het alleen maar als een extra drijfveer om nog meer uit mezelf te halen. De trainer heeft meer keuze. Dat is alleen maar fijn. Het seizoen is lang en je krijgt altijd te maken met blessures en schorsingen. Een goede bank kan dan het verschil maken.”

Melissant draagt al heel wat jaartjes ervaring mee, want hij debuteerde al op zijn zestiende in de hoofdmacht. Hij was één van de jongste spelers in de DVV-geschiedenis die aanvoerder werd. “Ik was twintig en kreeg die band om. Achteraf was dat veel te jong. Ik zeg niet dat het een last was, maar fijn voelde ik mij er ook niet bij.”

bazen

Ik ben inmiddels gerijpt als voetballer. Dat zijn we ook als team. We hebben al veel meegemaakt. We hebben de jaren voor corona steeds tegen promotie aangehikt. We zijn een paar keer gestrand in de nacompetitie.”

Ook dit seizoen, zo weet Melissant, zal hij met DVV’09 de promotie niet cadeau krijgen. “De eenvoudigste manier is om kampioen te worden, maar dat willen WFB en OHVV ook”, wijst hij de twee andere grote titelkandidaten aan. “Daarnaast zijn er ook een paar outsiders. Stellendam, maar ik verwacht ook dat FIOS hoge ogen gaat gooien. Ze hebben daar acht nieuwe basisspelers. In combinatie met een ervaren trainer zie ik ze ook een rol van betekenis gaan spelen.”

Met DVV gaat Melissant echter vol voor de titel. “Dat zijn we aan onze stand verplicht.”

Meer artikelen over DVV’09, klik hier.

Meer informatie over DVV’09, klik hier.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.