Home Blog Pagina 713

Ambitieuze Nicki Beekwilder mikt met leuk systeem voor de toeschouwers op promotie met vv Hedel

Sinds zijn komst bij vv Hedel is trainer Nicki Beekwilder aan de slag gegaan om een in het amateurvoetbal toch redelijk uniek systeem in te slijpen. De doelman van zijn elftal heeft voor zich drie verdedigers, met daarvoor vier middenvelders en drie aanvallers. Met een ploeg die 1-3-4-3 speelt is het een aanrader om te gaan kijken, want als neutrale toeschouwer kun je bijna rekenen op spektakel.

HEDEL – Dat Beekwilder trainer is van vv Hedel kwam eigenlijk onverwachts, zo geeft hij zelf aan. Na twee seizoenen als hoofdtrainer van GVV uit Geldermalsen was hij afgelopen seizoen actief als trainer van het tweede elftal van Almkerk. Het liefst had hij een eerste elftal getraind, maar er kwam niet direct een club voorbij. “En het niveau bij Almkerk sprak me aan. Reserve hoofdklasse, terwijl het eerste elftal eerste klasse speelt. Er waren genoeg talenten om mee te mogen werken. Helaas hebben we maar een paar wedstrijden gespeeld en verder alleen getraind.”

mandemakers banner

In de zomer kwam ineens Hedel om de hoek kijken. Dichter bij huis én een eerste elftal. “Een club met een plan, een grote club ook. En een leuk Onder 19-elftal. De keuze was snel gemaakt”, zegt Bleekwilder. Eenmaal gestart ging hij meteen aan de slag met ‘zijn’ systeem. “Dat was hier vast even wennen, ze hadden een trainer die vier jaar in dienst van de club was geweest.”

Zelf begon hij een paar jaar geleden noodgedwongen met het systeem dat hij sindsdien helemaal eigen heeft gemaakt. “Het had te maken met poppetjes die ik ter beschikking had. Minder verdedigers, meer middenvelders. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken en ben 1-3-4-3 gaan spelen. We hebben vaak de overhand op het middenveld, omdat de tegenstander vaak een extra mannetje achter houdt. En we durven één tegen één te spelen. Al moet je daar dus wel de poppetjes voor hebben. Snelle verdedigers en een keeper die het spel snel leest, die de hele zestien pakt.”

Een open systeem, dat veel kan opleveren en tegelijkertijd ook gevaarlijk is. “Voor de neutrale toeschouwer is het heel leuk. Je creëert veel kansen, maar er gebeurd ook wat op eigen helft.”

Bleekwilder geeft wel complimenten een vv Hedel en de spelers van het eerste elftal. “Ik ben al jaren met het systeem bezig, voor Hedel is het nieuw. Het is toch even schakelen vanuit een ander systeem. Ik heb ze moeten overtuigen.” De resultaten die geboekt werden hielpen daar zeker bij. “We schakelen twee derdeklassers uit in de beker. Worden poulewinnaar als vijfdeklasser, dat is uniek. Het enige smetje is dat we best wel wat meer mogen doen met de kansen die we krijgen. Dat is de rode draad door alle wedstrijden. Maar je kunt niet alles hebben”, zegt de oefenmeester met een knipoog.

Beekwilder, die op het moment dat hij bepalende spelers mist ook niet schroomt om terug te schakelen naar een ander systeem, is met zijn ploeg ambitieus. “Je moet gewoon durven zeggen wat je ambitie met je elftal is. Je moet ergens voor gaan, dat is promotie. Als we dat niet halen, dan ben ik teleurgesteld. Halen we het wel, op welke manier dan ook, dan is het seizoen geslaagd.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Hedel.
Klik hier voor meer informatie over VV Hedel.

In vorm blakende Niels Loef wil ook buiten het veld zijn steentje bijdragen bij Roda Boys

Niels Loef speelt al sinds zijn zevende voor Roda Boys. Inmiddels zit hij al meer dan vijf jaar in het eerste elftal waar hij dit seizoen beter dan ooit is begonnen. Maar niet alleen in het veld is de speler belangrijk, ook buiten het veld helpt hij zijn club.

AALST – “Ik kan wel zeggen dat het heel goed gaat” vertelt Loef. “Eigenlijk al sinds dat de voorbereiding is begonnen ben ik belangrijk voor het team. Het is mijn beste start bij Roda Boys tot nu toe.”

mandemakers banner

Waarom het nu goed gaat heeft volgens hem vooral te maken met ervaring. “Ik ben perfectionistisch en dat kan op jonge leeftijd nog wel eens nadelig uitpakken. Dan denk je te veel na over een slechte bal. Nu ik wat langer in het eerste elftal speel leer je daarmee om te gaan.”

Jongen uit het dorp
Als jongen van zeven begon Loef met voetballen bij Roda Boys. Afgezien van een jaartje bij de KNVB speelde hij heel zijn leven bij de club uit zijn geboorteplaats. Dat het bij de KNVB niet lukte vindt hij dan ook niet erg.

“Voetballen met je vrienden is veel leuker. Er is niks leuker dan met je vrienden kampioen worden. Ik voetbal hier al heel mijn leven met plezier.”

Loef geeft aan niet zo maar te weg te gaan bij zijn Roda Boys. “Ik heb de ambitie dat ik pas ergens anders ga voetballen als ik succes heb behaald met Roda Boys. Dat is dus kampioen worden of promoveren via de nacompetitie.”

Fysiotherapeut
Naast het veld is Loef net afgestudeerd als fysiotherapeut. Naast zijn baan in Altena en Aalst heeft hij ook bij de club een spreekuur elke maandagavond. Dit is speciaal voor jeugdspelers die pijntjes hebben.

“Als jeugdspeler kun je altijd terecht bij de verzorger van het eerste. Maar ik merkte toen ik zelf jong was dat die drempel wat hoger is. Jonge jongens kijken daar tegenop en de tijden zijn ongunstig. Daarom ben ik een spreekuur begonnen op maandagavond van zes tot acht. Het is iets dat nog ontbrak en zo kan ik de club verder helpen.”

En dat doet Loef met alle plezier. “Ik heb hiervoor gestudeerd en ik word vrolijk van mijn werk. Je krijgt er veel waardering voor terug. Ik zit ook elke maandag helemaal vol. Laatst dacht een 15-jarige dat hij heel lang geblesseerd zou zijn, maar na twee weken stond hij weer op het veld. Daar word ik heel blij van.”

Klik hier voor meer artikelen over Roda Boys
Klik hier voor meer informatie over Roda Boys

Bij BZC’14 zit het vrouwenvoetbal in de lift aldus Jaqueline van Hemert

Steeds meer meiden en dames weten de weg te vinden naar BZC’14. Waar twintig jaar geleden het vrouwenvoetbal nog erg recreatief was in Brakel worden er sinds een paar jaar geleden grote stappen gezet binnen de club. Jaqueline van Hemert, actief binnen de vrouwenafdeling van BZC’14 is positief over de ingezette weg.

BRAKEL – Vrouwenvoetbal is al jaren aanwezig in Brakel. Zo ook toen Van Hemert twintig jaar geleden zelf begon. “Dat was toen in een lage klasse. In de jeugd waren er nog geen meidenteams. Pas wanneer ze het fysiek niet meer aankonden bij de jongens gingen de meiden naar de dames.”

mandemakers banner

Hoe anders is de situatie nu. De club heeft een mooie sprong gemaakt binnen het vrouwenvoetbal en heeft nu ook meerdere meidenelftallen in de jeugd. “Je ziet dat steeds meer meiden zich aanmelden bij de club. Hierdoor krijgen we verschillende lichtingen. Dat gaat op en af. Zo hebben we dit jaar een hele goede lichting in de onder elf.”

Waar er eerst maar vijf meiden zich leken aan te melden voor deze lichting kwamen daar in drie maanden tijd vijftien tot twintig meiden bij. Het was goed kijken voor de club hoe dit aan te pakken.

“We moesten goed kijken hoe we deze meiden gingen begeleiden. Ze beginnen pas net met voetballen en dus is bijvoorbeeld de techniek nog beperkt. We hebben ook gekeken naar wat voor trainer hierbij past.”

Trainer
“In de beginjaren hadden we een trainer die het voor zijn plezier deed. Later kwam er een trainer die een duidelijke visie had. Na drie jaar en een kampioenschap bij de dames verder, moesten we op zoek naar een nieuwe trainer. Dat werd Rob Fluit.”

De nieuwe trainer werd niet alleen verantwoordelijk voor de dames maar hij ging ook de jongere meiden wat bijleren. Uiteindelijk ontstond er een visie die bij alle meiden en dames wordt uitgedragen.

“De MO11, MO13, MO15 en Dames 1 vallen allemaal onder dezelfde trainer. Hij traint via een bepaalde methode om ze ook betere techniek bij te leren.”

Doel
Het vrouwenvoetbal zit in de lift bij BZC’14, maar nu stilzitten doen ze zeker niet in Brakel. Want er zijn genoeg doelen bij de club.

“Het liefst hebben we in iedere leeftijdscategorie een meidenteam. Daarnaast zou het mooi zijn als we op het sportieve gebied stappen kunnen zetten met dames 1. Om te beginnen handhaven op dit niveau om vervolgens op termijn te kijken naar promotie.”

Daarom hoopt Van Hemert dat er veel meiden zich aan gaan melden bij BZC’14. “Iedereen is welkom, in elke leeftijdscategorie kunnen we meiden of dames gebruiken. Dus ik hoop dat ze zich spoedig zullen aanmelden.”

Klik hier voor meer artikelen over BZC’14.
Klik hier voor meer informatie over BZC’14.

Jongeling Mike van Namen goed op zijn plek bij DSC: “Ga hier nooit weg”

Mike van Namen voetbalt zijn hele leven al voor DSC. Bij de dorpsclub is hij opgegroeid, vanuit de jeugd doorgestroomd naar het eerste elftal. Daar heeft hij nog heel wat mooie jaren voor de boeg, met als ultieme droom om ooit een keer kampioen te worden met de hoofdmacht.

KERKDRIEL – “Dit is mijn zestiende seizoen bij DSC”, zegt de twintigjarige Van Namen. Hij begon op vijfjarige leeftijd in de F7, om via de F5 door te schuiven naar de F1. “En toen ben ik altijd overgegaan naar het eerste team in de jeugd.”

mandemakers banner

Verdediger
Altijd stond hij achterin. “In de jeugd stond ik linksachter. Dat was al zo met zeven tegen zeven, toen we 1-3-3 speelden. In De B1 en A1 was ik ook vaak linksback. We hadden toen al twee centrale verdedigers en er was eigenlijk niet echt een linksback die op die positie beter was. Ook geen linkspoot. Zelf ben ik rechtsbenig. Ze vonden het mij altijd goed invullen. Eigenlijk ben ik achterin overal inzetbaar.”

Bij het eerste elftal staat hij centraal aan de rechterkant. “Dat is wel fijn, dan kan ik de opbouw iets beter doen”, legt Van Namen uit. Al is zijn eerste taak het uitschakelen van de tegenstander. “Ik ben wel een echte verdediger, zo kun je dat wel zeggen. In de opbouw ben ik iets minder dan de andere centrale verdediger. Ik moet echt mijn man uitschakelen, daar kan ik ook echt van genieten. Bij het eerste duel er meteen op, gewoon je man uitschakelen. Ik ben ook best wel lang, moet het hebben van mijn duelkracht. Dat is voor een spits lastig.”

Van Namen, die met vrienden ook in de sportschool te vinden is, weet dat het fysiek een grote overstap is vanuit de A-jeugd naar de senioren. Zelf had hij daar weinig moeite mee. Het is overigens niet zo dat hij alleen een fysieke voetballer is. “Nee, het is niet dat ik geen techniek heb. Ik kan ook wel lekker meevoetballen. In de jeugd hebben we ook altijd best hoog gespeeld, hoofdklasse.”

Ambitie
De start van het seizoen was ‘een beetje moeizaam’, geeft Van Namen aan. “We kunnen niet zeggen dat we goed gestart zijn, maar ook niet heel slecht. Ik denk dat we uiteindelijk in de middenmoot moeten eindigen, daar horen we thuis. We hebben veel spelers uit eigen jeugd, een mix van jong en oud. Het is een mooi mix.”

Van Namen maakt deel uit van de lichting die bij DSC onderdeel was van de start van het jeugdplan, waarbij met sponsoren en goede trainers gewerkt werd aan een goede ontwikkeling. “En alles onder ons heeft dat ook, dus daar komt zeker ook mooi talent aan voor de toekomst.” De jongeling kijkt dan ook met een goed gevoel vooruit, dromend om het kampioensgevoel dat hij had in de F-, D-, B- en A-jeugd had weer een keer te hebben. “Toen zijn we kampioen geworden. Ik hoop uiteindelijk ook een keer met DSC 1 kampioen te worden. Hopelijk schuiven we dan ook naar de tweede klasse door.”

Als hij ooit op dat niveau wil spelen, moet dat gebeuren met promotie. “Ja, want ik zal altijd bij DSC blijven. Ik kom uit het dorp, speel met vrienden. Ik zal nooit weggaan.”

Voor meer informatie over Dilettant, klik hier.
Meer artikelen lezen over Dilettant, klik hier.

Een duik in het verleden van Roda Boys met Bert Criellaard

Vorig jaar had een groots feest moeten worden toen Roda Boys 75 jaar bestond. Het feest werd een jaar uitgesteld en dus viert de club dit jaar hun 76 jarig bestaan. Met clubman Bert Criellaard duiken we in het verleden van de club.

AALST – Op sportief gebied denkt Criellaard nog graag terug aan de jaren 1985 tot en met 1990. In die jaren speelde Roda Boys onafgebroken op het hoogste zaterdagniveau. Iets wat in deze tijd onwerkelijk is.

mandemakers banner

“Als klein clubje speelde we toen tegen Kozakken Boys, IJsselmeervogels en Spakenburg. We hadden een elftal met maar één of twee spelers buiten het dorp. Dat zou nu niet meer kunnen. Wil je op het hoogste niveau mee kunnen dan moet je spelers gaan betalen.”

Feyenoord op bezoek
Het is volgens Criellaard de mooiste periode geweest die de club kende. Maar al snel komen er ook anekdotes over bezoekjes van diverse betaald voetbal organisaties.

“Wij hadden bij Roda Boys altijd ons veld sneeuwvrij. We deden met zand het veld dan egaliseren. Het werd dan niet het beste veld maar iedereen kon er wel op spelen. We hebben toen met regelmaat Feyenoord, FC Utrecht en FC Twente op bezoek gehad. Dat was puur omdat iedereen bij de club hard werkte om het veld egaal te krijgen.”

De bezoekjes van de BVO’s leidde bijna tot een mooi affiche op sportpark De Maaskant. “De teammanager van Feyenoord belde naar onze voorzitter of het mogelijk was een oefenwedstrijd te spelen tegen Anderlecht. Ons eerste elftal zou dan in het voorprogramma staan met een wedstrijd tegen het tweede van Feyenoord. Maar twee dagen voordat de wedstrijden gepland stond ging het dooien en speelde de Rotterdamse club op bekend terrein. Dat was balen.”

Hard werken
Dat het veld altijd egaal was in de wintermaanden was te danken aan de vrijwilligers binnen de club. Iets wat de club nog altijd typeert.

“Als je ons sportcomplex ziet is het een pareltje. We hebben de tribunes en kantine zelf verbouwd. Natuurlijk kan niet alles door onze eigen mensen gedaan worden maar door de vrijwilligers kunnen we de zaak goed draaiende houden. Afgelopen week kreeg ik nog een compliment van de tegenstander. Die waren verbaast hoe mooi ons complex was.”

De clubman, die wekelijks ook een programmaboekje maakt, is er trots op en gunt iedereen zo’n prachtige club. Wat daarvoor nodig is? “Hard werkende vrijwilligers die het hart op de goede plaats hebben. Daar mogen we trots op zijn.”

Klik hier voor meer artikelen over Roda Boys
Klik hier voor meer informatie over Roda Boys

De jeugd liet zien dat fuseren zeker mogelijk was bij BZC’14 aldus Jasper Baijense

BZC’14 is een fusieclub uit Brakel en Zuilichem. Twee voormalig rivalen die noodgedwongen samen moesten gaan. In 2014 gebeurde dat in de jeugd. Vijf jaar later fuseerde ook de seniorentak. Dat ging niet zonder slag of stoot vertelt Jasper Baijense in gesprek met Voetbaljournaal.

ZUILICHEM – De rivaliteit tussen Brakel en Zuilichem is te vergelijken met de rivaliteit tussen Ajax en Feyenoord. Zodra je bij elkaar in de competitie kwam waren er maar twee wedstrijden belangrijk. Om te benadrukken dat elkaar niks werd gegund vertelt Baijense een anekdote uit het seizoen 2018-2019.

mandemakers banner

“Het was het jaar voordat we zouden gaan fuseren. Brakel leek op weg naar het kampioenschap maar moest dan winnen van Zuilichem. Mits Brakel kampioen zou worden gingen ze naar de derde klasse en zou de nieuwe fusieclub BZC’14 ook op dat niveau gaan spelen. Maar Zuilichem gaf die dag niks cadeau en won van de kampioenskandidaat. Uiteindelijk promoveerde Brakel gelukkig via de nacompetitie, maar dit moment liet zien dat de twee clubs elkaar niks gunde.”

Veel weerstand
De fusering bij de jeugd in 2014 zorgde voor minder weerstand dan de fusie bij de senioren in 2019. Nadat de jeugd vijf jaar lang het goede voorbeeld had gegeven moesten ook de senioren eraan geloven.

Het zorgde voor veel weerstand bij vooral de oudere garde. Er werd door hen zelfs geroepen dat ze liever de club op zouden geven dan samen te gaan met de rivaal.

Maar volgens Baijense kon het echt niet anders. Ook omdat jeugdelftallen die over moesten naar de senioren een lastige keuze moesten maken. Een fusieclub zou veel problemen oplossen.

Sport verbroederd
Uiteindelijk kwam de fusie er toch en wordt er nu de ene week gespeeld in Brakel en de andere week in Zuilichem. Baijense ziet dat de jeugd zich er niks van aantrekt. “De jeugd laat al jaren zien dat de fusie mogelijk was. Zij hebben plezier en hebben niks met de rivaliteit. Mijn eigen zoontje zit in een team met vooral Brakelse jongens maar daar trekken ze zich niks van aan. Ze spelen ook buiten de voetbal met elkaar samen.”

Het is binnen de club ook gemoedelijker en de saamhorigheid is voelbaar. Toch zijn er nog enkele clubmensen met principes. “Onze assistent scheidsrechter bij de dames vlagt alleen maar als er gespeeld wordt in Brakel. Als de wedstrijd wordt gespeeld in Zuilichem is hij niet meer de grensrechter.”

Maar al met al kan er vooruit gekeken worden volgens Baijense. “De jeugd heeft de toekomst en zij hebben al die jaren het goede voorbeeld gegeven. Sport verbroederd, ook bij BZC’14.”

Klik hier voor meer artikelen over BZC’14.
Klik hier voor meer informatie over BZC’14.

 

In gesprek met Daan Smith van VFC

Daan Smith heeft al een roemrijke achter de rug, de verdediger speelde bij in de jeugd bij VFC en Excelsior Maassluis, tekende een contract Feyenoord en maakte zijn debuut in de Eredivisie in de hoofdmacht van Excelsior Rotterdam. Na zeven seizoenen Excelsior Maassluis koos de mandekker voor een terugkeer bij VFC. 

ZZP_Timmerteam

Daan begon in de jeugd bij VFC, waarna hij op 11-jarige leeftijd de overstap maakte naar Excelsior Maassluis. “Uiteindelijk heb ik bij Excelsior Maassluis zes seizoenen gespeeld en ben toen naar Feyenoord gegaan.” De verdediger speelde twee seizoenen in de O19 van Feyenoord gespeeld waarna hij contract tekende. “Ik werd direct verhuurd aan Excelsior Rotterdam waar ik ook in de eredivisie mijn debuut heb gemaakt. Daarna tekende ik bij Excelsior Rotterdam, maar ben door twee kruisbandblessures weer teruggegaan naar Excelsior Maassluis waar ik zeven jaar heb gespeeld.” Helaas moest de verdediger bij Excelsior Maassluis stoppen, omdat het niet te combineren was met werk. Daarom speelt Daan dit seizoen bij zijn oude club VFC, waar hij het erg naar mijn zin heeft.

Inmiddels is Daan 29 en zijn doel is dan ook om nog zolang mogelijk fit te blijven. “VFC is een mooie club en heeft een goede en leuke groep. Ik hoop daar nog een aantal seizoenen onderdeel van te kunnen zijn. Als we als team stappen naar een hogere klasse kunnen maken zou dat leuk zijn, maar ik heb zelf geen ambities meer om hoger te spelen. Zelf wil ik gewoon zolang mogelijk fit blijven, veel plezier hebben en met mijn kwaliteit en ervaring ook de jongere jongens helpen.” VFC beleefde een sterke seizoenstart. “We zijn de competitie goed begonnen. De tweede klasse is nieuw voor mij maar het lijkt erop dat alle ploegen van elkaar kunnen winnen. De doelstelling van ons is het kampioenschap, dit is met onze spelersgroep ook reëel.”

Het kampioenschap met Excelsior Maassluis geldt nog altijd als één van zijn hoogtepunten. “Op de laatste speeldag werden we kampioen, omdat de koploper verloor. We hadden een echt vriendenteam en gingen ook na de wedstrijden vaak met elkaar op stap. Dit is mijn leukste periode als voetballer geweest. Bij VFC is er gelukkig ook een echte vriendengroep. Dat is denk ik ook de reden dat we zo goed toen en nu bij VFC goed presteren.”

We vroegen de mandekker naar zijn rituelen om optimaal te presteren. Na zijn tijd bij Excelsior Maasluis, was het toch even wennen bij VFC. “Ik dacht dat ik niet zoveel rituelen had, haha. Bij Excelsior Maassluis was ik vaak al twee uur vooraf aanwezig. Dan liep je een rondje over het complex en kantine, liet je je behandelen en zat je nog in de kleedkamer met muziek. Bij VFC verzamelen we erg kort voor de wedstrijd en is er na de korte bespreking net genoeg tijd om je om te kleden voor de warming up.”

De routinier is laat zich lovend uit over de vrijwilligers bij de club uit Vlaardingen. De selectie van VFC doet zijn best om ook zijn steentje binnen de club bij te kunnen dragen en hoopt daarmee anderen aan te kunnen sporen. “Ik denk dat VFC blij mag zijn met de betrokkenheid en het aantal vrijwilligers dat actief is binnen de club. Als selectie helpen we op de zaterdag bij het wedstrijdsecretariaat om jeugdploegen te ontvangen. We hopen dat dit ook een signaal naar andere is om iets voor de club terug te doen.”

Meer informatie over VFC? Klik hier.
Klik hier meer artikelen over VFC.

Jeugdcoördinator Nivo Sparta Remi Nolle: Oog voor de jonge gasten die het eerste niet halen

Het eerste elftal, het vlaggenschip van iedere voetbalclub. Maar om een gezonde vereniging te zijn, kun je niet zonder de lagere seniorenelftallen. Nivo Sparta dit jaar voor het eerst met een coördinator die de doorstroming van de jeugd naar de senioren begeleidt. Niet om het eerste zo goed mogelijk te bemannen met jonge spelers, maar juist voor de elftallen eronder.

ZALTBOMMEL – Remi Nolle is de man die het moet gaan doen. De 36-jarige brandweerman creëerde voor zichzelf deze vrijwilligersjob. Voorheen bemande hij de activiteitencommissie in Zaltbommel. “Het idee was dat ik een soort coördinator zou zijn, tussen club en mensen die iets wilden organiseren. Ik zou aanspreekpunt zijn als ze iets geregeld wilden hebben. Maar het kwam niet direct van de grond en toen kwam corona. Inmiddels hebben we een andere voorzitter en was het goed iets anders te gaan doen.”

mandemakers banner

Nolle liep al een tijdje met een idee. Hij zag dat jonge spelers die het eerste haalden, gelauwerd werden. Zij stonden in de picture. De jongens die het eerste niet haalden, daar was aanzienlijk minder aandacht voor. En dan is er ook een groep jongens die als ze de selectie niet halen, besluiten de voetbalschoenen aan de wilgen te hangen.

“Er zijn natuurlijk diverse redenen dat jonge gasten ermee stoppen. Studie, werk, een verhuizing of ze verliezen simpelweg de interesse voor het spelletje. Toch denk ik dat met een stukje begeleiding er voldoende spelers behouden kunnen blijven voor een club. Er moet oog zijn voor die jongens die voor een beslissing staan, omdat ze het eerste niet zullen halen. Wat doen ze: door in een lager seniorenteam of stoppen?”, vertelt Nolle.

Hij wil die voelsprieten gaan gebruiken in de kleedkamers. “Kijk, gasten die tegen me zeggen dat ze allang hebben besloten wat ze gaan doen, die ga ik niet proberen over te halen. Maar er zijn genoeg ‘twijfelaars’. Ik denk dat als ik gesprekken met ze voer, ze hier kan houden.”

Mogelijkheden zijn er genoeg, stelt de nieuwe coördinator. Hij wijst naar het nieuwe ‘derde selectie-elftal’. “Voor dit seizoen ontstond er dus een klein probleem. Er waren teveel spelers voor het aantal teams en te weinig spelers voor een extra team. Er is hard nagedacht en besloten een extra selectie-elftal te maken.”

Aan mij is het om met de technische commissie in de weer te gaan hoe we dat derde elftal in de toekomst gaan behandelen. “Ik zie voor me dat we daar jongens laten doorstromen die nog net niet goed genoeg zijn voor het eerste. Die spelers krijgen een paar jaar zich te bewijzen. En die gaan alsnog door of die begeleiden we naar een lager seniorenelftal, omdat er dan weer andere jonge jongens aankomen.”

Nolle is duidelijk klaar voor de nieuwe rol en heeft het plan al in zijn hoofd zitten. “Nu met de technische commissie nog brainstormen.”

Klik hier voor meer artikelen over NIVO Sparta.
Meer informatie over NIVO Sparta? Klik hier.

Nick van Velzen omgeturnd tot aanvaller bij Jan van Arckel: “Bevalt heel goed”

Van middenvelder, naar keeper en nu is hij spits. Nick van Velzen blijkt multifunctioneel inzetbaar voor vierdeklasser Jan van Arckel. De 19-jarige speler mag hij dit seizoen in de aanval laten zien en vooralsnog stelt hij niet teleur.

AMMERZODEN – De nieuwe trainer van Jan van Arckel, twintiger Giel Goesten, vond dat het anders moest. In het recente verleden kreeg het elftal naar zijn zin te makkelijk doelpunten tegen. “We spelen nu iets verdedigender”, beaamt Van Velzen. Nu staat het steviger en mogen Thommie (Thom de Looijer, zijn aanvalspartner) en ik samen op avontuur als we bal krijgen. In de omschakeling proberen we dan een overtal te creëren.”

mandemakers banner

Die verandering gaat Van Velzen goed af, al was de start in de oefencampagne onwennig te noemen. “In de eerste oefenwedstrijd stond ik om me heen te kijken en vroeg ik me af wat dit moest gaan worden. Inmiddels loopt het eigenlijk wel lekker en gaat de samenwerking met Thommie goed. In de voorbereiding heb ik er uiteindelijk ook al zes gemaakt. Zowel Thommie als ik weten: we scoren makkelijk. Dus dit systeem loopt wel lekker. Het bevalt goed.”

De credits geeft de man, die tot vorig jaar altijd op het middeveld stond, voor een groot deel aan de nieuwe trainer. De club durfde het aan met de jonge trainer en dat lijkt een schot in de roos te zijn geweest. “Het is een leuke gast en heeft ook nog eens verstand van voetbal. Je merkt aan de oefeningen op trainingen die we doen dat hij de vinger op de zere plek kan leggen. Hij is actief bezig met het team beter maken”, zo is Van Velzen vol lof over Goesten.

De jonge leeftijd van de trainer is dan niet van belang. “Ik denk niet dat leeftijd per se iets uitmaakt. Hij doet het goed. Ik heb veel vertrouwen in hem in ieder geval en hij volgens mij ook in mij.”

Onder Goesten hoopt Van Velzen zich ook individueel te ontwikkelen. “Ik ben sterk aan de bal, kan goed koppen. Maar mijn individuele actie die mag beter. Ik kom niet zomaar een mannetje voorbij.”

Waar het voetbalplezier en de samenwerking tussen spits en trainer Jan van Arckel dit seizoen gaat brengen, durft Van Velzen niet te voorspellen. “Moeilijk. Ik hoop een plek bij de top vijf en wie weet kunnen we een periodetiteltje pakken.”

Klik hier voor meer artikelen over Jan van Arckel.
Klik hier voor meer informatie over Jan van Arckel.

Johan Teulings merk aan mensen dat ze zich niet willen binden aan DSC

Voetbalclubs draaien op verschillende pijlers. Het belangrijkste is natuurlijk het voetbal zelf, iedere zaterdag of zondag ‘de wei in’. Maar buiten de trainingen en wedstrijden om is er meer, bijvoorbeeld de sponsoring. Een club kan niet zonder sponsoren. Daar weet Johan Teulings alles van, al ruim twintig jaar maakt hij deel uit van de sponsorcommissie bij DSC.

mandemakers banner

KERKDRIEL – In al die jaren veranderde er volgens Teulings niet veel op het gebied van sponsoring. Althans, niet op sponsoring an sich. Wel voor de DSC-man zelf. “Je moet de sponsoren kennen. Ik zit er al twintig jaar bij. In mijn leeftijdscategorie – ik ben 56 – ken ik de mensen van tien jaar ouder tot tien jaar jonger allemaal wel. Maar de mensen tussen de 25 en 45 ken ik niet allemaal. Daar zitten best veel bedrijven die misschien wel willen sponsoren, maar ik ken ze niet. Daarom is het belangrijk dat je in je commissie een mix hebt van leeftijden om sponsors te kennen én te benaderen.”

Dat is bij DSC nu niet het geval. Onder meer de voorzitter Arnold Verbeek helpt mee, omdat er niet genoeg actieve commissieleden zijn. Het is een probleem waar veel clubs mee te maken hebben. “De jongeren willen zich vaak niet binden. Iedereen roept dat het makkelijk is om sponsors te vinden, ‘die zijn er zat’. Maar als je dan vraagt of ze in de commissie komen en mee gaan zoeken, dan blijft het stil. Tegenwoordig willen mensen op projectbasis wel helpen, maar op het gebied van sponsoring is het moeilijk om iets op projectbasis te doen.”

Jonge aanwas
Teulings hoopt dus vooral op nieuwe en jonge aanwas voor de commissie, om op die manier de club op het gebied van sponsoring te laten floreren. Het is nu overigens niet zo dat het slecht gaat. “Nee, we hoeven niet te klagen. Absoluut niet. We hebben vier hoofdsponsors. Er zijn bijna twintig businessclubleden. En we hebben een stuk of zeven ‘hoofd jeugdsponsors’, die echt de jeugdopleiding sponsoren. Daarnaast hebben we nog de reclameborden en tenues. Ik denk dat we makkelijk nog tien, twintig of misschien dertig reclameborden meer kunnen verkopen dan er nu hangen.”

“Het grootste probleem zit hem in de tenues.” Bij DSC zijn er 35 jeugdelftallen. “Ga het maar eens regelen, voor alle teams een shirtsponsor. Dan moet je dus 35 sponsoren van ongeveer duizend euro hebben. En dat om de drie, vier of maximaal vijf jaar. De A1, B1 en C1 lopen er perfect bij. Die hebben meestal een trouwe supportersclub van ouders die meegaat, omdat de kinderen hoog voetballen. Bij een B2 valt het ook allemaal wel mee. Maar bij de B3 worden de kinderen toch vaker afgezet en wordt er gezegd: ‘veel plezier’. Dan wordt het moeilijker. Voor de A1 heb ik misschien wel vijf of zes potentiële shirtsponsors, maar voor de F4 niet één. Maar dat komt dus ook omdat je die mensen niet kent.”

Binding
En dat laatste is eigenlijk het belangrijkste bij de zoektocht naar sponsors. “Je moet tijd hebben om ze te benaderen, vragen te stellen, een mailtje te sturen. Maar het gaat bijna altijd om sponsors die een bepaalde binding hebben met de club. De zoon of dochter voetbalt er, een kleinkind of je gaat regelmatig kijken. Dan word je sponsor, ik zal zelf bijvoorbeeld ook niet snel sponsoren bij de hockeyvereniging, omdat ik daar niets mee heb.”

Qua sponsors heeft DSC dus niet te klagen, wat sponsoring betreft gaat het goed. “Sponsors genoeg. We hebben alleen mensen nodig die ze dus benaderen. Vanaf de zijlijn roepen is makkelijk, hopelijk willen mensen ook iets gaan doen!”

Voor meer informatie over Dilettant, klik hier.
Meer artikelen lezen over Dilettant, klik hier.