Home Blog Pagina 445

Marvin Hommel hoopt met VVC’68 dit jaar weer de stap omhoog te maken

Hij begon met voetballen op sportpark De Beek in het geelzwart van RKSV Halsteren, maar sinds de B-jeugd stapte hij over naar buurman VVC’68. Daar is hij bezig aan zijn vijfde volledige seizoen bij de hoofdmacht, waarmee hij dit jaar hoopt weer de stap omhoog te zetten.

“Dat zou wel mooi zijn inderdaad. Ik denk ook dat we, zéker gezien het aantal versterkingen dat we erbij hebben gekregen, het verplicht zijn om mee te doen voor de titel. Want er zijn jongens naar de club gekomen met een hoop ervaring op hoger niveau, dus moeten we dan toch nu proberen om zelf opnieuw te promoveren naar de derde klasse. Dat is in elk geval wel wat we onderling met elkaar hebben besproken én wat ook de ambitie is van de club.”

Hommel (23) is verdediger en zag in het tussenseizoen een aantal spelers, net zoals hij zelf jaren geleden deed, de overstap maken naar VVC’68. “Ik had destijds in de jeugd niet het gevoel dat ik bij Halsteren echt serieus werd genomen. Maar ik wilde wel heel graag hier blijven voetballen. Daarop besloot ik de stap naar VVC’68 te maken en dat is me erg goed bevallen. Het is een ambitieuze vereniging, maar wel met een gemoedelijke sfeer. Ik kende er ook een aantal vrienden die er speelden dus maakte dat voor mij de overstap een stuk gemakkelijker.”

In eerste instantie speelde Hommel bij de jeugd in de JO17 en later de JO19. Onder toenmalig trainer Rien Luijsterburg debuteerde hij in het eerste elftal. Toch besloot hij nog even terug te keren naar de jeugd. “Ik trainde mee, speelde wedstrijden bij het eerste ook. Maar ik kreeg last van blessures en zag daardoor ook het plezier wat afnemen. Ik besloot naar de JO19 terug te gaan om daar weer te ‘resetten’. Dat is een goede keus gebleken, want daarna ben ik weer aangesloten bij de eerste selectie en niet meer weggegaan.”

Hij typeert zichzelf als een pure verdediger, die het van zijn fysieke kracht moet hebben. “Met tegenstander uitschakelen en in dienst spelen van de ploeg. Daar liggen mijn kwaliteiten, niet in het meevoetballende gedeelte. Daarin moet ik absoluut nog stappen maken, maar daar hebben we spelers voor die wel die kwaliteiten bezitten zoals Jeroen Augustijn bijvoorbeeld. Samen met hem vorm ik het centrale blok en die wisselwerking is goed. Hij zet het goed neer en we geven weinig kansen en doelpunten weg tot op heden.”

De ambitieuze vierdeklasser is goed van start gegaan en ligt dus op koers voor een eventuele promotie waar de club al jarenlang op wacht. Tot nu toe om afwisselende redenen nog altijd zonder het gewenste resultaat. “Na de degradatie kregen we corona er tussendoor en dat werkte ook niet echt in ons voordeel. Daarnaast zijn we vaak ook de te kloppen ploeg en dat is blijkbaar een druk waarmee we lastig konden omgaan. Nu hebben we er een hoop ervaren gasten bijgekregen, dus zou de puzzel in elkaar moeten vallen.”

”Soms moeten we alleen in wedstrijden nog meer felheid tonen, op karakter knokken voor de punten. Daarmee kan je denk ik veel winnen, zeker in deze klasse. Want naast onszelf zijn er nog een viertal teams die in aanmerking komen voor promotie. Hopelijk kunnen we het tot het eind volhouden en ons eindelijk belonen. Promoveren is het hoofddoel, een kampioenschap zou een toetje zijn. Zover is het nog niet, de weg er naartoe is een hele lange. We hebben de kwaliteiten als selectie in mijn ogen absoluut. Het is nu aan ons om het wekelijks op het veld om te zetten in het gewenste resultaat. Daar gaan we in elk geval alles aan doen.”

Klik op VVC’68 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVC’68 voor meer informatie over de club.

Bram Gabriëls ziet bij Lepelstraatse Boys groot verschil met vorig seizoen

Ze hebben er meer dan twee jaar op moeten wachten, maar begin november was hij daar dan eindelijk: de eerste overwinning van Lepelstraatse Boys sinds de stap naar het zaterdagvoetbal in 2021. ‘Die zat er echt al een tijdje aan te komen maar steeds ontglipte hij ons’, aldus verdediger Bram Gabriëls.

Nadat de vierdeklasser in de voorbereiding wel al een verrassende overwinning in de beker boekte tegen Tholense Boys, ging men vol vertrouwen de competitie. Daar kregen Gabriëls en zijn teamgenoten echter week op week fikse nederlagen te verwerken. “Dat was voor ons echt teleurstellend, want de voorbereiding verliep voor ons best positief. Er zit een ander gevoel in de groep, we hebben een bredere selectie en zijn er ook kwalitatief op vooruit gegaan. Dus als je dan toch week op week tegen nederlagen oploopt, soms onnodig ook, dan is dat flink balen. Toch zag je dat iedereen wel positief bleef, omdat we de overtuiging hadden dat die eerste overwinning écht dichtbij was. En gelukkig hebben we dat tegen FC Bergen laten zien.”

Vorig seizoen werden drie gelijke spelen geboekt en de laatste overwinning dateerde van 29 september 2020, toen in het zondagvoetbal met 2 -3 werd gewonnen van HSC’28. De 2 -1 winst tegen FC Bergen brengt na twee jaar zorgt voor de eerste driepunter in het zaterdagvoetbal. En als het aan Gabriëls ligt, is het zeker niet de laatste.

“Daar ga ik niet van uit. Want ik denk dat er veel meer in deze selectie zit dan er tot op heden uitkomt. Er zijn veel jeugdspelers doorgeschoven naar de selectie dus de groep is erg jong. Dan is de stap naar seniorenvoetbal een flinke en moet iedereen wennen. We hebben ook twee nieuwe trainers voor de groep, ook dat vraagt weer aanpassing maar de klik is er eigenlijk al direct sinds de voorbereiding. De wisselvalligheid die we in wedstrijden laten zien die moeten we eruit zien te krijgen. Als dat lukt, dan denk ik zeker dat we nog meer overwinningen gaan boeken.”

De nu 25-jarige Gabriëls debuteerde bij de club uit zijn woonplaats op zijn zestiende, maar pas vanaf zijn negentiende kwam hij er vast bij, terwijl hij ook nog een seizoen actief was in het tweede elftal. “Jaren geleden beleefden we enkele goede seizoenen in het zondagvoetbal, nu zijn we een ploeg terug in opbouw. Dat heeft even tijd nodig, maar we merken we een wezenlijke omslag ten opzichte van vorig jaar.”

”Hoewel we nog te makkelijk doelpunten tegen krijgen, zit er wel voetballend vermogen in onze groep. Alleen moeten we nog veel meer de durf tonen om het ook te laten zien, al denk ik dat het een kwestie van tijd is voordat ook die jonge gasten daarin een goede balans gaan vinden. Want fouten worden hier toch sneller dan in de jeugd afgestraft en kost punten. Dat wisten we van te voren, maar je kunt alleen maar leren door fouten te durven maken. Als we die met elkaar niet zouden maken, dan zouden we allemaal niet bij Lepelstraatse Boys spelen.”

Het enige devies is volgens de verdediger dan ook om door te gaan op de ingeslagen weg. “We hebben elke training een man of twintig op het veld staan, trainen daarbij ook samen met ons tweede. Dat zorgt voor een goede samenwerking en je hebt elkaar gedurende een seizoen, zeker op ons niveau en als kleine dorpsclub, keihard nodig. De sfeer in de groep, maar ook binnen de vereniging is goed. Iedereen loopt hier al heel lang rond en kent elkaar. Dat we nu eindelijk die eerste winst hebben geboekt, dat zorgde wel voor een extra feestje hieraan de Kruisweg. Hopelijk dat er dit seizoen zo nog een paar gaan volgen…”

Klik op vv Lepelstraatse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Lepelstraatse Boys voor meer informatie over de club.

Levi Zwijgers wil na lang blessureleed de draad weer oppakken

Als speler van DBGC uit Oude-Tonge raakte Levi Zwijgers (19) een aantal jaar geleden zwaar geblesseerd aan zijn knie. Hij herstelde, debuteerde in het eerste en raakte opnieuw geblesseerd. Hij besloot te stoppen, tot het weer begon te kriebelen en vrienden hem overhaalden om een paar niveaus lager bij SC Stavenisse de draad weer op te pakken. En dat deed hij begin dit seizoen.

“Het gaat tot op heden enorm goed. Ik merk dat de knie steeds weer sterker wordt en ook dat ik zelf meer vertrouwen begin te krijgen. De stap naar Stavenisse was een bewuste, want ik durfde het niet aan om bij DBGC op hoger niveau terug te beginnen. Ik ben er een tijd uit geweest en wilde het rustig aan weer opbouwen. Tijdens het stappen in Bergen op Zoom vroegen wat spelers van Stavenisse waarmee ik bevriend ben of ik niet bij hen wilde komen spelen. Ik miste het voetbal en de gezelligheid van de kleedkamer wel, dus ben ik gaan kijken, meetrainen en heb ik de overstap gemaakt.”

Bij DBGC begrepen ze de keuze van Zwijgers wel, want de middenvelder/aanvaller zag het niet zitten om daar in het tweede team te gaan spelen. “Nee, want ook dat is een behoorlijk hoog niveau. En een overstap naar De Spartaan of DVV zag ik totaal niet zitten. Hier is het ook gemoedelijk, klein en dorpsachtig zonder échte prestatiedruk. Het gaf me direct een goed gevoel en ik moet zeggen dat ik het plezier wel heb hervonden. Daarnaast merk ik ook dat ik fysiek in orde ben, al is het zonder meer een ander niveau dan ik gewend ben qua voetbal maar dat had in ingecalculeerd.”

Waar hij sportief en fysiek twijfels had of zijn knie het niveau van tweede klasse nog wel aan zou kunnen, daar ondervindt hij in de vierde klasse geen enkel probleem. “Tot op heden gaat het goed en is het heerlijk om vrij te kunnen spelen. Ik probeer met rust en inzicht mijn team te helpen. De ambitie is om richting het linkerrijtje op te schuiven, al wordt dat geen gemakkelijke opgave.”

Voor de jongeling is de vierde klasse een omgeving waar hij zich moet aanwenden om zich ook fysiek met tegenstanders te meten. Het speltempo wat hij gewend was bij DBGC lag hoger, terwijl hij nu te maken krijgt met tegenstander die ook de duels niet schuwen. “Ik doe veel aan crossfit en krachttraining om meer spiermassa te kweken. Ik ben lang maar woog een paar jaar terug amper zestig kilo. Nu ben ik twintig kilo zwaarder en dat merk ik qua kracht, waardoor het vertrouwen in mijn lijf is toegenomen. Samen opgeteld met het hervonden plezier voelt dat als een bevrijding en dat is heerlijk. Wie weet keer ik ooit nog terug op een hoger niveau, maar voorlopig vind ik het wel even prima zo. Ik denk inmiddels steeds minder vaak aan mijn knie en dat is voor mij een goed teken.”

Klik op sc Stavenisse voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sc Stavenisse voor meer informatie over de club.

Ineens was Koeijers trainer van de dames van FC Moerstraten

Pas een paar maanden trainer en nu al een kampioenschap op zijn naam. Matthijs Koeijers nam aan het begin van afgelopen voetbalseizoen bij de dames van Moerstraten het stokje over van zijn voorganger, en met succes. “Dat was een lekker begin!”

Helemaal omdat zijn aanstelling, toch ook voor de 21-jarige Koeijers, allemaal vrij onverwachts kwam. “Ze zochten een trainer, omdat de vorige moest stoppen, en mijn vriendin zat al in het team. Dat leek me wel leuk.” Maar helemaal vreemd was het ook weer niet. “Ik heb zelf ook altijd bij Alliance en DVO’60 gevoetbald. Dus het was al mijn hobby.” En dat is het nog steeds. “Het is iedere keer weer anders. Tegenslagen, maar vooral veel leuke dingen.” Toch was het, ondanks zijn liefde voor het spelletje, wel even wennen. “Dit is überhaupt mijn eerste ‘klus’ als trainer. Meteen een flinke uitdaging, want dames is natuurlijk anders dan heren.”

Bezig zijn

Waar hem dat vooral in zit? “De snelheid van het spel. De techniek is vaak aanwezig, maar het gaat iets langzamer. Daardoor moet je ook geduldig blijven.” Dat lukt tot nu toe prima, vertelt hij. “Ik had vooraf al gehoord dat het een goed team was, dus daar had ik sowieso alle vertrouwen in. Je moet proberen om vooral de positieve dingen te benoemen.” De jongeling geniet dan ook van zijn nieuwe rol als hoofdtrainer. “Betrokken zijn bij het spelletje, voetbal blijft toch het leukste om te doen. En op deze manier kun je die dames wat leren en tactisch helpen.” Maar ook buiten het veld, is de oefenmeester in zijn nopjes. “Het leukste is toch wel het contact met iedereen en gewoon lekker bezig zijn.”
Koeijers, zelf spelend in het zaterdagteam van de club, ziet dat het damesvoetbal bij Moerstraten goed vertegenwoordigd is. “Onze selectie bestaat uit twintig dames, dus dat is meer dan genoeg. Het komt eigenlijk nooit voor dat we een wedstrijd af moeten lassen.” Al maakte hij zich daar, na het kampioenschap in de vijfde klasse, nog wel even zorgen over. “Een aantal speelsters ging stoppen, dan ben je toch bang dat er straks geen damesvoetbal meer is bij Moerstraten. Dat zou echt zonde zijn. Gelukkig hebben we dat op weten te vangen met meiden uit de jeugd.”

Promoten

En dus kan Koeijers weer opnieuw gaan werken aan een succesvol team. “We proberen echt op te bouwen van achteruit. Op de training doen we vooral positiespelletjes en omschakelen, allemaal wedstrijdgericht.” Samen met zijn vriendin dus, speelster van het team. “Thuis proberen we er toch zo min mogelijk over te praten, dan gaat het een keertje niet over voetbal.” De Roosendaler hoopt dit seizoen de volgende stap te kunnen zetten. “De vierde klasse is wel echt een ander niveau.
Tegenstanders bouwen meer op en schieten minder lang, daardoor gaat het allemaal weer iets sneller. Maar als het geloof er is, kunnen we lekker gaan voetballen en punten pakken. Middenmoot zou mooi zijn, dan is het een geslaagd seizoen.” Tot slot hoopt Koeijers dat ook de club meegroeit met dat niveau. “Iets meer aandacht voor het damesvoetbal zou mooi zijn. Promoten, zodat er meer aanwas komt. Tuurlijk is dat lastig in een dorp, maar je kunt altijd een poging wagen. Het zou zonde zijn als het er straks niet meer is…”

Klik op FC Moerstraten voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Moerstraten voor meer informatie over de club.

Beverloo hoopt jongeren bij DVO’60 aan te sporen

Hij begon zelf ooit met voetballen bij Roosendaal, maar voelt zich inmiddels helemaal thuis bij DVO’60. Zelfs zo erg dat Yannick Beverloo vorig jaar besloot om in te stappen als bestuurslid. En daar heeft de oud-doelman van de selectie, allesbehalve spijt van. “Een beetje verjonging kan nooit kwaad!”

Want met zijn 24 jaar, is Beverloo inderdaad nog een ‘jonkie’. Maar dus wel al onderdeel van het bestuur van vierdeklasser DVO’60. “Het is een mooie club, die niet verloren mag gaan. Als ik dan mijn steentje kan bijdragen, om hem toekomstbestendig te maken, is dat alleen maar mooi.” Toch was dat niet de enige reden voor hem om penningmeester te worden. “Het is ook een klein beetje bedoeld om andere jongeren aan te sporen wat meer voor de vereniging te doen.” En dus, kon Beverloo eigenlijk niet anders dan ‘ja’ zeggen toen ze hem vroegen. “Ik zat er al langer over na te denken, wilde graag iets doen voor DVO. Waar kan ik iets toevoegen? Toevallig zochten ze een penningmeester, daar vond ik mezelf wel geschikt voor.”

Iets bijdragen

Ook in de praktijk bleek dat gevoel te kloppen. “Eigenlijk ben je bezig met het dagelijks bestuur, brandjes blussen en natuurlijk de financiële zaken.” Al is dat nog niet alles. “We hebben veel verschillende werkgroepen en commissies binnen de club, die pakken allemaal een andere taak op. Zo doe ik zelf ook nog het selectiebeleid bij de senioren en help ik met het organiseren van activiteiten.” Een druk bestaan, maar Beverloo doet het met liefde. “Het is echt een vereniging waar iedereen zich thuis voelt. Mensen staan voor je klaar, het is gezellig en er is aandacht voor ieder lid. Dat is anders dan bij een grote club.”
Ook voor de keeper voelt DVO’60 inmiddels als ‘familie’. “Als tweedejaars-B kwam ik over, gestart in de A1 en daarna door naar de selectie. Inmiddels in een vriendenteam, het elfde. Het laagste team, maar wel heel gezellig!” Maar naast doelman, is Beverloo dus vooral fanatiek vrijwilliger. En niet voor niks. “Ik vind het persoonlijk belangrijk om iets bij te dragen aan de vereniging. Daarnaast is het ook gewoon hartstikke leuk.” Al was het in het begin wel even wennen, geeft hij toe. “Dan is het wel even uitzoeken hoe alles werkt, ook wat betreft afspraken en alles eromheen.”

Ontmoetingsplek

Spijt heeft hij zeker niet. “We hebben een grote seniorenafdeling, met tien elftallen en ook ons eerste laat mooie dingen zien.” Mede dankzij hoofdtrainer Ronald van Oeveren. “Ronald zit vol met ambitie en overal zit een gedachte achter, hopelijk kunnen we een volgend stapje maken.” Ook buiten het veld worden die stappen gezet, vertelt de Roosendaler. “Het is bij ons altijd druk en gezellig. Veel mensen komen hier ook echt voor de gezelligheid.” Beverloo geeft een voorbeeld. “Activiteiten, maar ook maatschappelijke betrokkenheid. Een Walking Football toernooi of de ‘Derde Helft’. Om senioren in beweging te krijgen. Bewoners van het verzorgingstehuis komen dan naar hier, voor een bakje koffie of om te kaarten. Een soort ontmoetingsplek.
Dat is heel leuk om te zien en ik denk dat het goed is, dat we daar actief in zijn.” Maar ook voor de jongste jeugd is er voldoende aandacht. “Onze technisch coördinator gaat een nieuw technisch beleid schrijven, zodat we onze jeugdtrainers nog beter kunnen ondersteunen.” Want op dat vlak, is volgens hem nog wat winst te behalen. “We zouden graag meer jeugdleden willen hebben, dus die hopen we op die manier aan te trekken. Volgens mij hebben we dan echt wel wat te bieden!” Iedereen op een leuke manier laten sporten, Beverloo blijft het voorlopig nog wel even doen. “Ik ben blij als ik zo mijn steentje bij kan dragen. Tuurlijk, het kan altijd beter, maar niet meteen. We blijven gewoon lekker aan de weg timmeren!”

Klik op DVO’60 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DVO’60 voor meer informatie over de club.

‘We hebben een leuke club met trainers’, aldus Janssen van HSC’28

Tien jaar jeugdvoorzitter, voetballer bij het derde én trainer van de JO16. Rob Janssen is bij HSC’28 aardig actief. En dus kan hij na al die seizoenen, prima de balans opmaken. “Het is leuk om zelf te voetballen, maar nog veel belangrijker om alles daaromheen goed te regelen.”

Precies wat de 45-jarige Janssen inmiddels al jarenlang doet. “Heerle is een klein dorp, waar je van oudsher op voetbal of op handbal gaat. Ik ben opgegroeid met het spelletje. Met sommige mensen, voetbal je al 35 jaar samen.” Inmiddels dus nog steeds. “Op donderdagavond en zondagochtend. Bij het derde en de 35+.” Begonnen op zijn tiende. “De twee seizoenen daarvoor, voetbalde ik nog in een ander dorp. Dat ligt gevoelig, haha!”

Voetbalachtergrond

Maar vooral buiten de lijnen, is Janssen voor HSC’28 dus van onschatbare waarde. Onder meer als jeugdtrainer. “Mijn oudste zoon werd geboren en ging hier op zijn vijfde of zesde voetballen, dan ga je je druk maken om de jeugd. Daar begint het mee.” Want, zo vertelt de jeugdvoorzitter. “Mijn kinderen zaten eraan te komen, dan ga je zelf wat doen en oppakken. Het is belangrijk om alles goed te regelen, om het voetballen heen.” En dat lukt in Heerle tot nu toe best aardig, meent hij. “We hebben een behoorlijk trouwe en toegespitste groep vrijwilligers, bijna allemaal met een voetbalachtergrond, dat helpt.” Incluis zichzelf dus. “Ik was een goede bekende van de vorige jeugdvoorzitter, die wilde stoppen en vroeg of ik het niet zag zitten. Dat zag ik wel!”


Spijt heeft Janssen van die keuze tot op heden nog niet. “We hebben een leuke club met trainers, die weten wat ze doen. Daardoor is het eigenlijk niet zoveel werk.” Wat hij dan wel doet? “Indelingen maken, dingen afstemmen en vergaderen.” Vooral dat laatste is belangrijk. “Tijdens dat soort bijeenkomsten kun je dingen met elkaar delen. Spelers zijn aan het puberen, hoe ga je daarmee om?” Naast het regelen van spullen, zit Janssen ook in het algemeen bestuur. Als vertegenwoordiger van het jeugdvoetbal. “Daar komt iedereen op voor zijn eigen belangen, zodat niemand vergeten wordt.”

Enthousiasmeren

Dat gevaar lopen zijn spelers bij de JO16, in ieder geval niet. “Het is leuk om ze wat bij te brengen. Discipline, een stukje strijdlust en écht willen winnen.” Want, zo weet Janssen na al die jaren inmiddels maar al te goed. “Iedereen is daarin verschillend. Dat is leuk, maar soms ook frustrerend.” Zoals wel meer dingen bij een kleine vereniging. “We hebben ooit het idee gehad om een trainingsprogramma te ontwikkelen, uiteindelijk hebben we dat losgelaten. Vaak hebben we maar vier jeugdteams en onderling liggen de leeftijden ver uit elkaar, soms wel drie jaar, dat maakt het lastig.” Janssen geeft een voorbeeld. “Sommige kinderen beginnen heel vroeg met voetballen, anderen weer laat. Daardoor krijg je grote verschillen. Hoe ga je dat indelen op basis van leeftijd en kwaliteit? Daar hebben we nog geen oplossing voor.” Toch doet dat aan zijn eigen fanatisme niks af.


“Natuurlijk proberen we zoveel mogelijk spelers op te leiden voor het eerste, maar misschien nog wel belangrijker, is het enthousiasmeren van leden. Bij de JO16 lopen vier spelers van de selectie, om training te geven. Anderen gaan mee op voetbalkamp of fluiten een wedstrijdje, zo probeer je ze betrokken te houden bij het jeugdvoetbal.” De inwoner van Heerle, Janssen woont praktisch ‘op het oude voetbalveld’, gaat voorlopig dan ook nog wel even door. “Ik wil zeker nog wel een jaar of vijf blijven voetballen. Op deze leeftijd heb je soms wat pijntjes, dan moet je even een wedstrijdje overslaan en rust nemen. Ze zijn nog niet van me af!”

Klik op HSC’28 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HSC’28 voor meer informatie over de club.

Gino Seesing opnieuw bestuursvoorzitter bij SC Welberg

Hij was in een eerder stadium al in meerdere functies betrokken bij SC Welberg, maar de geboorte van zijn zoon deed hem, toen zijn termijn in 2020 als voorzitter afliep besluiten even het vrijwilligerswerk bij de club vaarwel te zeggen. Sinds 1 november is hij echter weer terug op het oude nest en wel als de nieuwe voorzitter van de zaterdag vierdeklasser.

“Het voelt goed om weer terug te zijn bij de club die ik een warm hart toedraag. Ik werd teruggevraagd in het bestuur en tijdens de afgelopen jaarvergadering hebben we de bestuursfuncties verdeeld en kreeg ik de vraag of ik opnieuw de rol als bestuursvoorzitter wilde vervullen. Een hele eer en die vraag heb ik met volmondig ‘ja’ beantwoord.  Ik wil heel graag wat doen voor de hechte gemeenschap die we hier op de Welberg hebben. In het verleden ben ik ook al eens vier jaar voorzitter en een jaar interim geweest en nu dus opnieuw. Het is toch wel mooi dat de manier waarop je de zaken destijds hebt gedaan niet vergeten zijn. Dat geeft een goed gevoel om ook nu opnieuw er weer met z’n allen de schouders onder te zetten.”

En die schouders hebben de leden bij SC Welberg er in het verleden ook al eens flink samen ondergezet toen er op de huidige locatie een bij volledig nieuwe accommodatie werd opgetrokken. “Die is toen volledig tot stand is gekomen door de inzet van vrijwilligers. Het is veelzeggend voor het gevoel van de leden. SC Welberg is een club waar mensen zich thuis voelen en trots op zijn. Als je dan ook bedenkt dat we hier zo’n elfhonderd inwoners tellen en we zo’n vierhonderd leden hebben. Dan is ongeveer een derde van de inwoners lid van de club. Al hebben we natuurlijk wel een aantal leden van buiten het dorp die bij ons voetballen.”

Waar de senioren de afgelopen seizoenen een lichte terugloop kende, zit juist de jeugdafdeling enorm in de lift. “Dat is prachtig om te zien, want die jeugd is ook voor ons als kleine club sowieso de toekomst. Dat moeten we koesteren en ervoor zorgen dat die het naar de zin hebben. Binnen Welberg hebben we maar één motto: iedereen is bij ons gelijk en voor iedereen is plek binnen de club. Als daarbij dan ook de prestaties nog eens top zijn, dan is dat bonus. Maar mensen moeten zich binnen de club welkom en op hun gemak voelen. Dat willen we ook uitstralen en dan zie je dat automatisch de sfeer goed en gemoedelijk is.”

Seesing was in het verleden onder andere actief als doelman, keeperstrainer, trainer bij de dames, bestuurslid en dus al eens vijf jaar voorzitter. Hij kent zijn club dus van haver tot gort en ziet dat het motto wat de club uitdraagt ook echt werkt. “Van F-pupil tot de spits van het eerste en alles wat daar tussen zit heeft recht om gehoord en gewaardeerd te worden. Dat doen we met goed kader, faciliteiten, randactiviteiten en ook mooie kleding. We hebben daarbij een groot sponsorbestand, dat de club een warm hart toedraagt en ons steunt.”

Als je ziet dat ons gehele eerste veld vol hangt met reclameborden en ook het halve tweede veld, dan zegt dat veel over de betrokkenheid. Dat moeten we koesteren als club en dat doen we ook. Onze accommodatie staat centraal in de gemeenschap en is een ontmoetingsplek voor jong en oud. Ik kom hier al sinds mijn jeugd en ben al sinds 1992 bij de club betrokken. Als ik dan zie wat we hier door de jaren heen allemaal hebben gerealiseerd met elkaar als kleine dorpsgemeenschap, dan maakt het me oprecht trots om hier weer opnieuw voorzitter te mogen zijn.”

Klik op SC Welberg voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Welberg voor meer informatie over de club.

Wil Raats ziet nog volop groei bij Vrederust

Waar vorig seizoen Vrederust in de 4e Klasse C van het zaterdagvoetbal een teleurstellende competitiestart meemaakte, daar is de ploeg van trainer Wil Raats dit jaar als uit de startblokken geschoten en de trotse lijstaanvoerder.

“Vorig jaar troffen we in de eerste reeks wedstrijden allemaal kampioenskandidaten, maar dit jaar begonnen we tegen teams gelijkwaardig aan ons of ploegen die in de rechterrij bivakkeren. En dan zie je direct, dat we over een geweldige selectie beschikken. Ze laten zien enorm goed te kunnen voetballen en dan beleef je tot op heden een geweldig seizoen. Al zijn we wel zo realistisch, dat pas aan het eind de echte prijzen worden verdeeld en niet bij de start. Maar ik ben wel trots om te zien hoe het loopt.”

De Brabantse trainer heeft maar één doel en dat is promoveren. “En als het even kan doen we dat het liefst rechtstreeks, dus via en kampioenschap. En anders via de nacompetitie. Daar hebben ze hier al een paar keer dichtbij gezeten, maar is door verschillende redenen nog niet gelukt. Ik denk dat we nu heel dichtbij moeten kunnen komen. We hebben een selectie die beschikt over zowel voldoende ervaring, voetballende kwaliteit én jeugdig talent. Jongens van dertig, mid-twintig en ook wat jeugdige talenten die van andere clubs naar Vrederust zijn gekomen om hier in het eerste te kunnen voetballen. Dat zegt ook veel over de uitstraling en aantrekkingskracht die Vrederust inmiddels heeft opgebouwd.”

Voor Raats is het heerlijk dat hij als trainer over een grote groep jongens kan beschikken om het doel wat ze voor ogen hebben te kunnen najagen. “Het is mooi om spelers vrijwel één op één te kunnen wisselen, zonder dat je er als team zwakker op wordt. Het is in mijn ogen ook de breedte én sterkte van je reservebank die uiteindelijk bepalend is voor de resultaten. Zeker op ons niveau is dat van doorslaggevend belang. Er wordt keihard gewerkt en goed getraind, want iedereen wil zijn plekje in het elftal verdienen. Dat zorgt voor concurrentie en daar wordt iedereen beter van.”

De oefenmeester is bezig aan zijn tweede seizoen en voelt zich als een vis in het water tussen de bossen van het sportcomplex op het terrein van GGZWNB. “Ik kan hier mijn ei kwijt als trainer en het familiaire karakter dat er heerst past wel bij me. We hebben hier geen jeugd, maar spelers gaan bewust spelen bij Vrederust voor de sfeer en beleving. Alles is hier goed geregeld en je ziet ook dat spelers die hier naartoe komen, ook nauwelijks nog vertrekken.”

”In het verleden was het resultaat vaak ondergeschikt aan de sfeer, maar die omslag is hier een aantal seizoenen geleden ingezet. Ik vind het mooi dat ik nu de puntjes op de ‘i’ mag zetten om te proberen nu die stap omhoog te maken met deze groep. Het is een vriendenteam, een goed voetballend team ook waarbij ik de poppetjes op de juiste plek mag en moet zetten. Die samenwerking loopt goed en ik zie hier ook nog volop groei. De groep zit in mijn ogen zeker nog niet aan zijn plafond.”

Dat ze vorig jaar de nacompetitie zelf weggaven, daar hebben ze even van gebaald, maar de knop ging ook direct weer om. “Dat typeert de instelling hier ook. We willen heel graag, maar niet ten koste van alles. Dat het niet lukte was even balen, maar we hadden direct allemaal zoiets van: jammer…én door! Dan moet het dit jaar maar gebeuren. Er zit hier nog heel veel rek op het elastiek, zowel individueel en als team. Daar wil ik mijn bijdrage aan leveren om de doelen te realiseren. De derde klasse staat hier wel op het ‘verlanglijstje’. We zijn goed gestart en moeten nu blijven presteren. Als we dat doen, dan zie ik hier nog mooie dingen gebeuren. En het is heel mooi daar onderdeel van te kunnen zijn.”

Klik op v.v. Vrederust voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. Vrederust voor meer informatie over de club.

Koen Tros blijft zichzelf verrassen

0

Soms kan hij het zelf niet geloven. Vijf jaar geleden speelde Koen Trots in de Eerste Klasse. Nu is hij vier niveaus hoger bij Koninklijke HFC een van de sterkhouders en maakt hij volgend seizoen de overstap naar een van de titelkandidaten op het hoogste amateurniveau. Samen met boezemvriend Sietse Brandsma vertrekt de controlerende middenvelder naar VV Katwijk. “Ik verras mezelf telkens over de wijze waarop ik me aanpas.”

In de auto op weg naar het sportpark van Koninklijke HFC had Sietse Brandsma naast hem het nieuws verteld. Tijdens een van de vier ritten die ze wekelijks maken vanuit de carpoolplek in Alkmaar naar Haarlem. “Hij was benaderd door Katwijk voor het nieuwe seizoen. Hij overwoog de stap te maken. Anderhalve week later kreeg ik een telefoontje van Cees Bruinink (technisch directeur, red.) met dezelfde vraag. Een mooie waardering, zo vroeg in het seizoen (medio september, red.). Ik moest zeker even nadenken. Het gevoel moest goed zijn.”

Na enkele gesprekken bleek dat goed. “Ik heb de plannen aangehoord. Ze volgden ons al langer. De club ziet ons als directe versterking. Cees vertelde in het gesprek samen met trainer Anthony Correia dat na het kampioenschap van Katwijk afgelopen seizoen veel clubs zeer verdedigend tegen ze spelen. Ze willen sneller een andere speelwijze kunnen kiezen. Voor Sietse en mij ligt er daardoor een mooie mogelijkheid om een vaste plek te veroveren. Het is bekend dat Katwijk elk jaar voor het kampioenschap speelt. Bij Koninklijke HFC heb ik het uitstekend naar mijn zin, maar vanwege het kleinere budget is een titel geen reële doelstelling. De club presteert elk jaar knap door jongens van onderaf te halen en een zorgeloos seizoen te draaien. De ambities bij Katwijk liggen hoger.”

Vuurwerk
Ook is de beleving groter, erkent Tros. “Er staan elke duel meer dan duizend toeschouwers langs de lijn op De Krom, er wordt vuurwerk afgestoken en na afloop blijft iedereen in de kantine met de supporters hangen en is het groot feest. Bij Koninklijke HFC is dat helaas allemaal wat minder.” In Katwijk wordt hij straks herenigd met trainer Correia, met wie hij bij ODIN’59 in de Derde Divisie een sterk seizoen (2019/20) kende. “Anthony weet wat we kunnen en is een goede trainer. Tel al deze punten bij elkaar op en mijn besluit is duidelijk. Dat Sietse meegaat, is leuk. Al gaf het niet de doorslag. Ik heb deze beslissing vooral voor mezelf gemaakt.”

Brandsma en Tros vormen een hecht duo. In Broek op Langedijk waren ze tot voor kort elkaars overbuurman (‘de ramen van onze slaapkamers keken op elkaar uit’) en vanaf hun zevende trekken ze met elkaar op. Hun hele voetballoopbaan loopt ook synchroon. Op het seizoen 2020/21 uitgezonderd. “Sietse ging een jaar eerder van ODIN’59 naar Koninklijke HFC. Ik had mee kunnen gaan, maar dat voelde voor mij nog niet goed. Het seizoen was na 25 wedstrijden afgebroken door de coronapandemie. Met ODIN’59 streden we mee om promotie. Ik wist natuurlijk niet dat het nieuwe seizoen al na vijf wedstrijden vanwege dezelfde reden zou worden afgebroken. Toen Koninklijke HFC opnieuw informeerde, besloot ik de stap te maken. Een club van dat kaliber belt niet elk jaar.”

Daardoor rijden Brandsma en Tros nu opnieuw samen. Alweer anderhalf jaar. “Ook Jim Hulleman, die in Schagen woont, rijdt mee. Net als Jeffrey van der Heijden, die helaas nu geblesseerd is. Hij komt ook uit Broek op Langedijk. We hebben een appgroepje daarvoor aangemaakt en rijden om en om. We spreken in Alkmaar af. Sietse woont daar sinds vorig jaar. In april verhuis ik ook van Broek op Langedijk naar Alkmaar. Ik heb een appartement gekocht dichtbij de Grote Sint-Laurenskerk in het centrum. Op vijf tot tien minuten lopen van Sietse. Haarlem is veertig minuten rijden. Katwijk kent straks dezelfde reistijd.”

Tros is drie weken ouder dan zijn boezemvriend. Allebei zijn ze linksbenig, debuteerden ze op hun zestiende in het eerste elftal van BOL en met een groot aantal jongens behoren ze tot dezelfde vriendengroep. “Op het veld weten we elkaar blindelings te vinden. Als ik de bal krijg, zie ik hem al in een ooghoek vertrekken. Ik weet precies waar ik hem moet plaatsen, hij weet precies waar hij moet lopen. We kennen elkaars kwaliteiten door en door.”

Nieuwe stappen
Beiden zijn laatbloeiers. “Als E-pupil liep ik vier à acht dagen stage bij AZ. Dat was op ’t Lood, het voormalige jeugdcomplex. Ik mocht niet blijven. Daarover was ik behoorlijk teleurgesteld. Daarna kwam een vertrek bij BOL nooit ter sprake. Met het eerste elftal promoveerden we binnen twee jaar van de Derde naar de Eerste Klasse. En nu maken we telkens nieuwe stappen. Toen ik in 2019 werd benaderd door ODIN’59 twijfelde ik. Ik dacht ‘ik doe het gewoon, dan kan ik na een jaartje terug als het niet lukt’. Maar ik paste me snel aan het niveau aan. Hetzelfde bij Koninklijke HFC. Ik twijfelde vanwege het stapje hoger, maar dacht ook ‘ik probeer het’. Ik maakte vorig seizoen direct de meeste minuten van allemaal. Dat had ik nooit verwacht.”

“Voetballers zijn van hun 26e tot en met hun dertigste op hun best. Ik ben nu net 26 jaar. Ik ben benieuwd waar mijn plafond ligt. Het betaald voetbal zie ik niet als reëel. Daarvoor ben ik te oud. Bovenin de Tweede Divisie vind ik al mooi genoeg hoor,” vertelt Tros, als constructeur werkzaam in het bedrijf van vader Rob.

Op 5 november stond er voor Tros een bijzonder duel op het programma toen Katwijk op bezoek kwam. Zijn toekomstige club zegevierde met 1-3. Op 22 april volgt de terugbeurt op De Krom. “Of Sietse en ik juichen als we scoren? Natuurlijk doen we dat. We spelen nu voor Koninklijke HFC. Al is de kans niet zo groot dat ik scoor, haha. Dat is een zeldzaamheid.” Hun carrières willen ze straks afsluiten bij BOL, bij de club waar het begon. “Dat hebben we beloofd en dat komen we na. We hopen ook daar nog volop samen te juichen. Maar wanneer weten we nog niet. Eerst staan er genoeg uitdagingen op het programma.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op Koninklijke HFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Koninklijke HFC voor meer informatie over de club.

Nick Borgman: telg uit keepersfamilie

0

Drie broers die onder de lat staan? Een zeldzaamheid, maar ze bestaan. Nick Borgman stapte niet alleen in de voetsporen van zijn vader, maar zag ook zijn twee jongere broers de keepershandschoen oppakken. De 25-jarige doelman is ambitieus en hoopt in zijn derde seizoen bij HHC Hardenberg de titel te pakken. “We hebben een hele goede selectie. Niet normaal hoe goed.”

De definitieve keuze voor de plek tussen de palen maakte de oudste van de drie broers pas op zijn veertiende. “In de C-jeugd deed ik als speler nog mee met de B1 van VV Dalen. De ene keer als spits, de andere keer als laatste man. In de jaren daarvoor kwam het regelmatig voor dat ik op zaterdag twee wedstrijden speelde. Voetbalde ik eerst een volledige wedstrijd met de D2 en stond ik daarna bij de D1 in het doel. Uiteindelijk moest ik een keuze maken. Ik vind voetballen leuk, maar keepen is zo mooi… dat wilde ik blijven doen.”

Daarmee ging hij vader Roy achterna. Borgman senior keepte 22 seizoenen in het eerste elftal van Protos, een Zondag Derde Klasser uit Steenwijksmoer. “Hij is tot zijn 38e doorgegaan. Daardoor zag ik hem nog enkele jaren met eigen ogen keepen. Hij maakte me enthousiast, maar hij heeft me nooit gepusht. Als ik wilde voetballen of wilde keepen, hij vond het allebei goed. Hij gooide af en toe voor de lol een balletje, maar hij is nooit mijn keeperstrainer geweest. Tips gaf hij ook niet. Hij liet ons graag ons eigen gang gaan. Dat waardeer ik achteraf zeker.”

Nick zag zijn broers Kevin (23) en Jordy (20) daarna dezelfde keuze maken. “Onze stijl van keepen lijkt zeker op elkaar. We stralen een stukje rust uit. De uitstraling dat je teamgenoten erop kunnen vertrouwen dat je daar staat. Ook kunnen we goed meevoetballen door ons verleden. Ik trek daar zeker profijt uit, omdat ik weet wat een keeper en speler van elkaar verwachten.”

Jordy is dit seizoen tweede doelman van HHC Hardenberg. “Ik sta drie keer in de week met hem op het trainingsveld. Ik zie veel van mij in hem terug. Hij is vijf jaar jonger en mist daardoor een stukje ervaring. Hij gaat spelsituaties tegenkomen die ik al ben tegengekomen. Het zou mooi zijn als hij mij straks opvolgt.”

Collega’s
Kevin staat bij VV Dalen onder de lat. “Hem zie ik dagelijks op het werk.” Beiden werken op de vestiging Zwolle van Simon de Haas, de sanitair specialist. “Twee maanden geleden heeft Kevin me opgevolgd als hoofd logistiek. Ik ben nu technisch tekenaar van badkamers en aanverwante accessoires en verkoper. Dat kan ik allebei vanuit kantoor uitvoeren. Het verbreedt mijn kennis en toekomstige mogelijkheden. Jordy rijdt weleens op een van onze busjes als we helpende handen zoeken. Hij is net aan een hbo-studie begonnen waardoor de kans niet groot is dat er straks ook drie Borgmans bij hetzelfde bedrijf werken, haha.”

Drie keer in de week begint Borgman om zes uur in de ochtend. “Op de trainingsdagen. Dan kan ik half drie stoppen en ben ik voor de files thuis. De andere twee dagen werk ik van negen tot vijf. HHC Hardenberg heeft bemiddeld in het vinden van een baan. Dat typeert de club. Ze denken volop mee.”

PEC Zwolle
Borgman werd in 2012 opgepikt door PEC Zwolle. “Nico Haak was trainer van Onder 15 en hij kende me van de voetbalschool van FC Emmen die ik had gevolgd. Een mooie kans. Mijn derde havo-jaar begon ik niet meer op het Carmelcollege in Emmen, maar op CSE in Zwolle. Dat zit naast het stadion. Elke dag met de trein van Dalen naar Zwolle en dan met de fiets tien minuten tot een kwartier verder.” Op zijn zestiende zat hij voor het eerst op de bank bij het eerste elftal. “Raakte Kevin Begois uit tegen Vitesse ook nog geblesseerd aan zijn hoofd. Hij bleef liggen. Trainer Ron Jans riep dat ik warm moest gaan lopen. Het zweet brak me uit, maar Kevin kon verder. Daarna zat ik nog vier duels op de bank.”

Een knieblessure dwarsboomde een definitieve doorbraak. “De kruisband was gescheurd. Tijdens een operatie is een stukje hamstring als nieuwe kruisband ingebracht. Ik lag er een jaar uit. Ik kan nog steeds niet op mijn knieën zitten. Dat zal ook nooit meer kunnen. Daarbuiten is er gelukkig niets meer aan de hand. Al vraag ik me weleens af hoe mijn carrière was verlopen als dat niet was gebeurd.”

In 2016 stapte Borgman over naar FC Groningen. “Ik mocht bij PEC Zwolle blijven, maar FC Groningen meldde zich snel. PEC Zwolle zit diep in mijn hart, ik heb er veel mooie momenten beleefd en er heel veel geleerd, maar ik geloofde niet in een kans. Bij FC Groningen werd ik vierde doelman. Ik leerde opnieuw enorm veel door de trainingen met de selectie, maar ik wilde elke week spelen. Ik koos ervoor om een stap terug te zetten. Als ik goed genoeg was, zou ik een nieuwe kans in het betaald voetbal krijgen.”

Met vv Hoogeveen werd Borgman direct kampioen en in het tweede seizoen tweede in de Hoofdklasse. Zijn zaakwaarnemer Maykel Kampman kwam toen met BSV Schwarz-Weiß Rehden, een club uit de Duitse Regionalliga. Een stage van vier dagen mondde uit in een contract voor twee jaar. “Ik kende de club helemaal niet en had geen idee van het niveau, maar het totaalplaatje zag er goed uit. Officieel was ik semi-prof, werkte ik zestien uur in de week in de honingfabriek van de voorzitter in Bremen. Maar daar liet ik alleen af en toe mijn gezicht zien. Ik woonde met ploeggenoot Dominic Cyriacks in Bremen. Een fantastische stad. We hadden een selectie van 23 spelers die uit liefst achttien nationaliteiten bestond. We presteerden uitstekend en het niveau is echt hoog. Dat wordt in Nederland onderschat. Ze leven daar 24/7 voor het voetbal. Waar in Nederland nog eens sprake is van gemakzucht, overheerst in het Duitse voetbal strijd. Dat zal ook komen door de omvang van het land en het potentieel aan voetballers.”

Het avontuur eindigde prompt na zeven maanden door het uitbreken van de coronapandemie. “We hoefden niet meer te komen, ik werd niet meer betaald. Dat kennen we in Nederland niet. Ik had mijn dienstverband graag afgemaakt.” Gert Heerkes, met wiens zoons Menno en Tom Borgman samenspeelde bij vv Hoogeveen, vernam de situatie. Het contact met HHC Hardenberg was snel gelegd. “Alleen deed Rheden nog lastig, omdat ik afgekocht moest worden.”

Bij de oranjehemden bevalt het Borgman uitstekend. “We hebben een topteam. Als je alleen al naar de namen kijkt… niet normaal. Allemaal jongens die lekker willen voetballen. De club spreekt voorzichtig de doelstelling top vijf, zes uit. Ik vind dat we voor het kampioenschap moeten gaan. Dit seizoen kunnen we iets moois gaan neerzetten.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op HHC Hardenberg voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HHC Hardenberg voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.