Home Blog Pagina 423

Janik Coenen, selectiespeler en succesvol trainer van JO16-1 van Baardwijk

0

Janik Coenen (24) maakte vorig seizoen zijn debuut in het vlaggenteam van VV Baardwijk. In de schaduw van het Mandemakers Stadion van RKC speelt de centrale verdediger zijn wedstrijden. Bovendien verzorgt hij met Roy Strengers en Ruud Schalken de wekelijkse trainingen aan de jongens van JO16-1, die dit seizoen in de hoofdklasse uitkomen. “Het is een van de eerste jeugdteams van VV Baardwijk die op zo’n hoog niveau spelen, stelt Coenen trots.

Vorig seizoen veroverde Coenen langzaam maar zeker een plekje in het eerste elftal van VV Baardwijk. De selectie werd geplaagd door enkele blessures en de trainer gaf hem een kans om op het hoogste niveau in actie te komen. ‘”Na alle jeugdteams doorlopen te hebben, heb ik twee jaar in het tweede elftal gevoetbald”, vertelt Coenen. “Jammer genoeg zijn we vorig seizoen gedegradeerd naar de vierde klasse, maar onder leiding van onze nieuwe trainer Nigel Branderhorst bouwen we aan iets moois.”

Drie Goals 
De centrale verdediger geniet van de wedstrijden die hij in de hoofdmacht van VV Baardwijk speelt. “Ik ben dit seizoen een van de vaste waarden.” Lachend: “Misschien moet ik me volgend seizoen inschrijven als spits. Ik heb al drie goals gemaakt.” Coenen blikt graag terug op eerdere successen. Een hoogtepunt: het kampioenschap dat hij behaalde met JO19-1. “SVSSS was onze grote concurrent. In de laatste wedstrijd speelden we in Udenhout om de titel en wonnen we met 3-4. Ons team bestond grotendeels uit spelers die elkaar al kenden van de F’jes.”

Coenen werd op zijn vierde lid van VV Baardwijk en trad daarmee in de voetsporen van opa Jan en vader Jurgen. Broer Djay is eveneens actief bij de club en maakt deel uit van de selectie. “Ook een neef en een neef van de mijn vader spelen bij de club, dus je kunt stellen dat VV Baardwijk belangrijk is in ons leven. Mijn vader is bovendien terreinmeester en zorgt ervoor dat de velden er prima bij liggen.”

Trainerscursus
Naast voetballen in VV Baardwijk 1 en successen oogsten met JO16-1 is Coenen op meerdere fronten actief binnen de club. “Ik heb een jaartje meegedraaid in het jeugdbestuur, maar daar had ik wat minder affiniteit mee”, bekent hij. “Bovendien botste dat met mijn studie social work op Avans Hogeschool, die ik binnenkort afrond. Deze opleiding tot maatschappelijk werker sluit aan bij mijn activiteiten als jeugdleider en -trainer. Als ik mijn diploma op zak heb, wil ik een trainerscursus gaan volgen.”

Coenens organisatietalent komt ook op andere fronten binnen VV Baardwijk van pas. Zo gaf hij mee vorm aan het jaarlijkse jeugdkamp voor pupillen. “Nu heb ik meer affiniteit met de junioren. Voor deze doelgroep heb ik een FIFA-toernooi op de PlayStation georganiseerd.” Zijn liefde voor de club maakt dat hij er graag komt. “Ik woon op vijf minuten lopen, dus de club is altijd dichtbij. Bij VV Baardwijk vind je veel fijne vrijwilligers en ‘ons kent ons’ staat hoog in het vaandel. Iedereen staat voor elkaar klaar, niemand is een nummer.”

Er is eigenlijk maar één ding dat Coenen een beetje dwarszit als het over VV Baardwijk gaat. Grinnikend: “Mijn opa heeft mijn op de dag van zijn geboorte aangemeld als lid. Om een of andere reden is mijn vader vergeten dat in 1998 ook voor mij te doen…”

Klik op VV Baardwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Baardwijk voor meer informatie over de club.

S.V. Capelle tevreden over samenwerking met stichting talent ontwikkeling van Leon Hutten

0

Een warme deken. Zo omschrijft Leon Hutten (1962) de samenwerking van zijn Stichting Talent Ontwikkeling (STO) met S.V. Capelle in Sprang-Capelle. Uitblinkers die voldoende voetbaltalent en potentie hebben om door te stromen naar een betaald voetbalorganisatie (BVO), worden na screening uitgenodigd zich aan te sluiten bij Huttens Talenten Academie en de STO én lid te worden van S.V. Capelle. “Momenteel spelen onze talenten in vijf teams van S.V. Capelle”, vertelt Hutten.

JO11-1 en JO11-2, JO12-1, JO14-1 en JO15-1. Dat zijn de elftallen die onder leiding van Hutten op hoog niveau voetballen bij S.V. Capelle. “Na een korte zoektocht zijn we in Sprang-Capelle uitgekomen en beschikken we over een prima accommodatie”, stelt Hutten, die als ‘Mister RKC’ 430 duels in de hoofdmacht van de Waalwijkers speelde. “We hebben eigenlijk maar één toekomstwens: een voetbalveld dat bij alle weersomstandigheden bespeelbaar is, zodat in de winter geen enkele training afgelast hoeft te worden.” Grinnikend: “Wij willen namelijk altijd voetballen.”

Contributie
Het doel van Stichting Talent Ontwikkeling is jeugdspelers klaarstomen voor de volgende stap in het voetbal: een stage of overstap naar een BVO. “Toen we bij S.V. Capelle startten, hebben we 65 spelers meegenomen die lid van deze mooie club zijn geworden”, vertelt Hutten. “Ze betalen contributie aan de club én de stichting, die daarmee de randvoorwaarden voor een optimaal voetbalklimaat creëert.”

Met succes: in het eerste jaar stroomden achttien van de twintig spelers door naar een BVO. De voorbije drie maanden hebben 21 spelers een stage afgedwongen. “Op dit moment komen onze spelers terecht bij vrijwel alle Zuid-Nederlandse BVO’s, maar ook bij FC Utrecht en Feyenoord. Leuk is dat drie meiden de overstap hebben gemaakt naar PSV en Ajax.”

Overstappen
Hutten onderstreept dat de activiteiten van de stichting los staan van zijn Talenten Academie en Voetbalschool. “Spelers die bij de Talenten Academie actief zijn, trainen bij FC Right-oh in Geertruidenberg en komen uit de hele regio. Als ontwikkeling zichtbaar is bij trainingen en wedstrijden, nodig ik ze uit aan te sluiten bij de stichting. Dan maken ze de overstap naar S.V. Capelle en gaan ze daar trainen en spelen onder leiding van onze professionele trainers.”

Zelf kan Hutten bogen op een rijke voetbalcarrière. De geboren Tilburger begon zijn loopbaan in 1981 bij Willem II. Hij verkaste drie jaar later naar RKC Waalwijk waarmee hij in 1988 kampioen werd en promoveerde naar de eredivisie. “Ik speelde destijds in een geweldig team dat veel bekende trainers en technisch managers heeft voortgebracht, zoals Erik ten Hag, Jurgen Streppel, Alfred Schreuder, Peter Bosz, Marc van Hintum en Marcel Brands.”

Gezellige gezinsclub
Voorzitter Coert van Caem van S.V. Capelle is lyrisch over de inzet en betrokkenheid van Hutten bij de club. “Onze samenwerking gaat zo’n drie jaar terug. Leon is vanwege zijn achtergrond als voetbalprof een grote naam in de regio en voegt met zijn stichting veel toe aan onze club. De spelers die hij bij ons onderbrengt en die zich als lid bij ons aansluiten, brengen kwaliteit en tillen onze vereniging op voetbalgebied naar een hoger plan.” Coert benadrukt dat S.V. Capelle met beide benen op de grond wil blijven, ondanks de toestroom van zoveel voetbaluitblinkers. “We zijn én blijven een gezellige gezinsclub.”

Klik op S.V. Capelle voor de laatste artikelen over de club.
Klik op S.V. Capelle voor meer informatie over de club.

Club van 100 is springlevend bij Dussense Boys

Toen het bestuur van Dussense Boys in het voorjaar van 2021 de ambitie uitsprak om een doorstart te maken met de Club van 100, staken Ad Valk, Gerrie van Biesen, Robert Buser, Wil Verbunt en John van Velthoven de koppen eens bij elkaar. Resultaat? Nieuw leven, 115 leden en steeds meer betrokkenheid.

Aan het woord is secretaris John van Velthoven. Zelf weinig affiniteit met het spelletje, maar dus wel met de club. Wonend vlakbij het sportpark, sinds drie jaar gepensioneerd en bekend bij de vereniging. Dan weet je wat er gaat gebeuren. “De omgeving gaat aan je trekken, voor allerlei functies.” Hoewel de 67-jarige Van Velthoven zelf nooit binnen de lijnen stond, zag hij dat wel zitten. “Ik voelde de betrokkenheid om iets te doen voor het lokale gebeuren én Dussense Boys.” Hij legt uit waarom. “Het was gewoon jammer dat de Club van 100, opgericht in 1995, eind 2018 haar activiteiten moest stoppen. Die oud-bestuursleden hebben zich daar toen, net als wij nu, jarenlang keihard voor ingezet.” En een goed voorbeeld, doet volgen. “Toen was het aan ons om na te denken: Op welke praktische wijze kunnen we dat nieuw leven inblazen?”

Innovatief

Daar wisten ze wel iets op. “Al snel kwam het idee op tafel om de Club van 100 direct als afdeling onder Dussense Boys te plaatsen, maar dan wel met een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het verwerven van donatiebijdragen en de besteding ervan.” En dat gaat goed, heel goed. “Al 115 leden, binnen een jaar. Dat is toch netjes? Natuurlijk willen we er nog wel wat meer bij, maar het gaat ons met name om de betrokkenheid ten opzichte van Dussense Boys.” Het doel, is eigenlijk best simpel. “Met de verschillende commissies en het bestuur, blijven we zoeken naar goede ideeën. Voor ons telt er maar één ding: het amateurvoetbal hier in ons dorp Dussen bevorderen. Het liefste met innovatieve dingen, echte toegevoegde waarde.” Want zo is Van Velthoven, die samen met de andere vier mannen het bestuur vormt, duidelijk: “Het geld is niet bedoeld om een eventueel begrotingstekort bij te spijkeren.” Waarvoor dan wel? “We hebben dit jaar geïnvesteerd in een nieuw digitaal kassasysteem voor in de kantine en tijdens het jeugdkamp is er een freestyleshow met clinic verzorgd. We zijn niet van het standaard gebeuren.” Er gewoon zijn voor de club. “Van de zomer hebben we samen met vrijwilligers nieuwe dug-outs geplaatst en vier jeugdtrainers doen momenteel op onze kosten een KNVB-cursus.”

Springlevend

Kortom, de afdeling die valt onder de paraplu van Dussense Boys, is weer springlevend. Ziet ook de secretaris van de Club van 100. “Het is vooral mensen vragen en uitleggen wat we doen. Met een nieuwsbrief of inschrijfformulieren. Zeker in deze tijd, is het enorm belangrijk om extra dingen voor elkaar te doen. En dan is geld natuurlijk van belang.” Want dat het goed gaat met de club, is een ding wat zeker is. “De vereniging heeft een moeilijke tijd gekend, maar is nu hartstikke gezond. Daar bouwen we op verder.” Van dat laatste, is dan ook geen woord gelogen. “Er staan nog de nodige investeringen op de planning in het kader van duurzaamheid. Denk daarbij aan het terugdringen van het energieverbruik, door het beter isoleren van de kantine of het vervangen van gasgestookte apparaten.” Toch valt of staat alles uiteindelijk met betrokkenheid, benadrukt hij. “We zijn trots op onze leden en alle enthousiaste vrijwilligers, die zich met onze voetbalclub verbonden voelen. Hun activiteiten zullen we blijven ondersteunen!”

Klik op Dussense Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Dussense Boys voor meer informatie over de club.

Trainer Gerrit Molenaar geniet nog vol van het spelletje bij GDC

Een paar maanden terug, in mei om precies te zijn, ging in Eethen de kleedkamerdeur van het eerste open. Of Gerrit Molenaar zijn contract bij derdeklasser GDC met twee jaar wilde verlengen. Nou, dat wilde hij wel. “Alles is hier gewoon een dikke negen!”

Inmiddels bezig aan zijn derde seizoen, kan Molenaar (59) het weten. “Het complex is echt een verademing, dat is zó mooi en goed onderhouden.” Dat de trainer uit Hank zijn verblijf bij de club heeft verlengd, is dan ook allesbehalve verrassend. “Eigenlijk heb ik overal wel lang gezeten. Je hebt altijd te maken met een houdbaarheidsdatum, maar volgens mij ben ik daar hier nog niet overheen.” Hoe dat komt? De ervaren oefenmeester heeft wel een idee. “Ik ben breed georiënteerd en probeer alles binnen een vereniging te verbeteren, niet alleen het eerste. En ik werk graag met jeugd.”

De goede weg

Vanuit zijn werk bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda zorgt Molenaar voor een stukje stuctuur en discipline, maar natuurlijk is het na al die seizoenen meer dan dat. “Echt een warme klik met de spelersgroep. Bij GDC organiseren ze buitenom de voetbal een hoop activiteiten, dan zijn er in de app altijd heel veel ‘+1’tjes’, iedereen doet mee.” Ook op het veld. “Gewoon lekker trainen, die jongens zich fijn laten voelen. Daar gaat het toch om?” En dat was nodig ook, vertelt Molenaar. “We wilden de club graag veranderen, alles had een beetje stil gestaan. De laatste jaren was er maar weinig doorstroming. Onze stip op de horizon? In die derde klasse blijven.” Dat laatste is, mede vanwege de nieuwe degradatieregeling, al moeilijk genoeg. “Zeker voor een dorpsclub. Een eigen gezicht, met eigen jongens, dat is een uitdaging.” Maar wel eentje die de Hankenaar met beide handen aanpakt. “Het enthousiasme binnen de club groeit, dat zie ik terug. Laatst gaf ik een training bij de jeugd, dat wordt gewaardeerd. Ook daar probeer je aandacht aan te geven.” Toch blijft het vlaggenschip van GDC, ook voor Molenaar, natuurlijk het allerbelangrijkste. Op de vijfde plaats van vorig seizoen, kijkt hij allesbehalve ontevreden terug. “We zijn op de goede weg. Alleen merk je de kwetsbaarheid van de groep. Als we spelers missen, wordt het krap en doe je een stapje terug.” De oplossing? “Jeugdspelers ontwikkelen en zo de selectie verbreden.”

Gedrevenheid

Met dat goede gevoel op zak, durft de trainer stiekem al een beetje omhoog te kijken. “Dan zou ik graag voor een periode gaan. Als dat lukt, is het jaar enorm geslaagd!” En na veertig jaar in het vak, geniet Molenaar nog net zoals toen hij net begon. “Ik ga iedere dag nog met plezier naar de training. Doordeweeks bij de militaire opleiding, dan is dit voor mij echt ontspanning. Fijn en heerlijk.” Hoe hij dat doet? Op zijn eigen manier. “Ik ben wel een man van de positiespelletjes, maar ook van een leuke activiteit. Hengelen noemen we dat.” Vol passie begint hij te vertellen. “Vanaf de zijkant moet je dan een bal inbrengen, zonder de grond te raken, daar zijn ze los op.” Aan de mentaliteit ligt het bij GDC sowieso niet, weet de TC2-trainer. “Die is top. Ze hebben hier allemaal wat voor de ander over. Als het tijdens een wedstrijd niet loopt, kijken ze elkaar aan, dan verandert er iets.” Zelf is hij in al die jaren maar nauwelijks veranderd. “Nog steeds dezelfde passie en gedrevenheid. Enthousiast en genietend van het spelletje. Wel kritisch en soms autoritair hard, maar altijd positief.” Het werken in een dorp, bevalt hem dan ook prima. “Anders dan in de stad, iets meer beïnvloedbaar. Hier hebben ze meer respect.” En dus zit Molenaar, die een gezonde hekel heeft aan kunstgras, voorlopig prima op zijn plek. “Ik voel me echt thuis!”

Klik op GDC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GDC voor meer informatie over de club.

Teus Visser over het 90-jarig jubileum van Kozakken Boys

Hij is pas 28, maar al bijna vijfentwintig jaar lang lid van de vereniging. Dus als iemand prima mee kan praten over het 90-jarig jubileum, dan is het Teus Visser wel. Want iemand met zoveel liefde voor zijn club, heeft meer dan genoeg te vertellen. “Thuis komen of naar Kozakken Boys? Dat is voor mij hetzelfde.”

Sterker nog, de verhalen gaan eigenlijk nog veel verder terug. Visser begint al te lachen. “Volgens mijn vader, ging ik geregeld met luiers en al mee naar het veld. Die voetbalde hier ook altijd, dus vrij snel na mijn geboorte, werd ik al lid.” Met de paplepel ingegoten, zou je kunnen zeggen. “Mijn opa (Teus Paans) is de langstzittende voorzitter van de club en was tot zijn overlijden in 2013 erevoorzitter van Kozakken Boys.”

Trots

Oftewel, Visser weet eigenlijk niet beter. Ook als voetballer, tot afgelopen seizoen. “Toen ben ik gestopt, omdat ik in het bestuur kwam. Daar wil ik nu honderd procent voor geven en dat was eigenlijk niet met elkaar te combineren. Als bestuurslid moet je wel altijd beschikbaar zijn, vind ik.” Op het veld schopte hij het uiteindelijk tot het tweede. “Hoewel dat op het laatst meer een vriendenteam was geworden. Vooral in de jeugd waren het fantastische jaren op derde- en vierde divisie niveau met vooral Werkendamse jongens.” Over een andere club, dacht Visser nooit na. Ook niet een beetje. “Met mijn familie-achtergrond, kan dat ook eigenlijk niet. Ik ben een Werkendammer, dan ga je toch niet voetballen op een ander dorp? Dat begrijp ik niet, zelf zou ik dat niet zo snel doen. Al had ik er misschien ook niet het talent voor, haha!” En al had hij dat wel gehad, dan nog had de vrijwilliger er nooit over nagedacht. “Er gebeurt hier altijd wel wat; een beetje reuring. De club leeft echt in het dorp en iedereen kent Kozakken Boys. Ik ben trots om daar onderdeel van uit te maken.” Zelfs in Breda, de stad waar hij ondertussen ruim vier jaar woont. “Als je spelertjes daar dan in ons shirt ziet lopen… Mensen kennen Werkendam van Kozakken Boys, niet andersom. Dan merk je hoe groot de club is.”

Jeugdigheid

Als algemeen bestuurslid is hij daar sinds juni een nog iets groter onderdeel van geworden. En dus is Visser er maar druk mee. “Er komt van alles op je pad, het is echt heel breed. Evenementen, senioren en supporters. Vooral veel op het gebied van veiligheid, zoals laatst met de KNVB-beker.” Als hij dan een keer niet aan het ‘werk’ is, staat de vrijwilliger langs de lijn. “Ik ga bijna elke zaterdag kijken, zeker thuis. Even naar de kantine en het sponsorhome, gezellig een biertje doen.” Daar zit overigens meer achter, dan zomaar een gezellige middag beleven, vertelt Visser. “Ik vind het belangrijk dat ook jongere mensen, mijn generatie, meer binding krijgen met de club. Dat wordt steeds minder, dat heb ik wel aangekaart.” Min of meer door zichzelf kandidaat te stellen voor een functie binnen het bestuur. “Ik raakte in gesprek en zei: als jullie iemand nodig hebben, kunnen jullie bellen.” Dat gebeurde en dus is Visser voorlopig nog niet uitgepraat. “Op een informele manier praat ik tegen mensen aan. Mijn doel? Meer jeugdigheid binnen alle geledingen van Kozakken Boys krijgen.”

Verantwoordelijkheid

Dat kost natuurlijk tijd, toch kijkt de oud-speler van de club tevreden terug op zijn eerste half jaar. “In het begin is het best moeilijk, je bent toch een broekie. Dan is het vooral kijken en luisteren, niet meteen de wijsneus uithangen, hoewel dat misschien toch een karaktertrekje van mij is. Dat durf ik wel van mezelf te zeggen, haha. Nu ben ik inmiddels redelijk gewend en laat ik mijn stem zeker horen.” En dus geniet Visser van zijn rol. “Het kost veel tijd, maar dat wist ik. Die verantwoordelijkheid neem ik graag.” Met een bijzondere reden. “Ik kom hier al heel mijn leven; onwijs veel plezier gehad, mooie momenten beleefd, staan juichen voor het eerste, bier gedronken en vrienden leren kennen. Noem maar op. Dat moet zo blijven, maar dan is er wel nieuwe aanwas nodig. Mijn generatie moet die handschoen oppakken en verantwoordelijkheid nemen. In welke vorm dan ook. Mede daarom heb ik het zelf gedaan.” Als fundament voor de toekomst. “In de hoop dat nieuwe mensen opstaan, laat ik dan de eerste zijn. Ga ik op mijn bek? Dan heb ik het tenminste wel geprobeerd.”

Achterban

Want een 90-jarig jubileum, behaal je niet zomaar. “Daar kun je alleen maar heel trots op zijn, er zijn toch genoeg clubs die het niet bereiken. En voor het grootste deel ook nog op het hoogste amateurniveau. Dat is voor een dorp als Werkendam, extra knap.” Volgens hem precies de reden, dat het Kozakken Boys wel gelukt is. “Een sterke binding met de achterban, supporters die er altijd zijn en een grote schare sponsoren. Dat is cruciaal. Bij het presteren, maar ook in het organiseren van evenementen of het onderhouden van de faciliteiten. Om nog maar over de vrijwilligers te zwijgen.” Die zijn ook tijdens alle festiviteiten van cruciaal belang, weet Visser. “Een jubileumwedstrijd, het afscheid van Leon Bot, een reünie en het slotweekend in juni; er staat genoeg op de planning.”

Tweede thuis

Een fraai moment om terug te blikken, want in al die jaren, verzamelde hij genoeg hoogtepunten. Al lagen ze niet allemaal op het veld. “Natuurlijk de promotie naar de topklasse in 2012, het kampioenschap in die topklasse en wedstrijden voor de KNVB-beker. Maar voor mijzelf en de familie, is dat toch wel de tribune die naar mijn opa is vernoemd. En toen ze langs zijn huis reden na de promotie, dat zijn bijzondere momenten.” Momenten die hij in de toekomst, nog veel meer hoopt te beleven. “Kozakken Boys is mijn tweede thuis,  daar komen al mijn vrienden vandaan. Daar begint en eindigt eigenlijk ons weekend. Het bepaalt een groot deel van mijn leven…”

Klik op Kozakken Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Kozakken Boys voor meer informatie over de club.

Herman Schouten ontwikkelt met veel plezier jeugd Achilles Veen

Zelf was hij fanatiek, maar zeker geen megatalent. Eigenlijk deed Herman Schouten het in de jeugd van Achilles Veen dan ook vooral voor de gezelligheid. Dus toen hij al op jonge leeftijd last kreeg van een ontsteking in zijn knie, moest en zou hij betrokken blijven. En als trainer van de JO10, lukt dat tot nu toe vrij aardig.

Een slechte knie dus, maar wel een goede vriend met bijna vaderlijk advies. Schouten (42) moet al lachen als hij het vertelt. “Die zei tegen mij: Jij moet trainer worden! Je kan zelf niet voetballen, maar snapt het wel.” Zo gebeurde. “Eerst ben ik op mijn achttiende vanwege die ontsteking even gestopt met voetballen, toen werd ik al trainer. Later begon ik opnieuw.”

Gedreven

Die tweede periode is inmiddels alweer zo’n zes seizoenen oud, ondertussen bij de JO10 dus. “Bij mijn zoontje! Je begint bij de kabouters, dan rol je zo door.” Schouten, die ondertussen al bijna dertig jaar op de club komt, geniet iedere keer nog opnieuw. “Het enthousiasme van die kinderen, alles wat je ervoor terugkrijgt.” En vooral dat laatste, is een hoop. “We hebben echt een mooi groepje, uitzonderlijk goed. In de eerste klasse, daar zijn we wel trots op.” Maar zoiets komt natuurlijk niet vanzelf. “Ik ben bloedfanatiek, maar die jongens ook. Daardoor hebben ze zoveel plezier.” Een gedreven trainer dus. “Haha, misschien soms iets té.” Al blijkt juist die instelling, de perfecte leeromgeving. “Passen, dribbelen en plezier maken. Dat blijft de hoofdzaak. Spelenderwijs proberen we ze beter te maken. Te beginnen bij de basistechnieken van het voetbal.” Maar ook zonder bal wordt er hard gewerkt. “Bij Achilles hebben we een speciale looptrainer, voor oefeningen met loopladders.” En natuurlijk sluiten ze op maandag en woensdag vaak af met afwerken en partij, maar vooral dat laatste is nog wel een dingetje. “Het loopt altijd uit! Ze zijn zo fanatiek. Dat noemen we het Brabants kwartiertje.”

Professioneler

Heel gek is dat overigens ook niet, want over de trainingen wordt meer dan uitgebreid nagedacht. “We hebben iedere week wel even samen overleg, vooral met Gwen Vos (trainer JO16) en Daan van Dinter (Hoofd Jeugdopleiding). Hoe is het zaterdag gegaan? En met welke oefeningen kun je dat het beste trainen? Dat soort dingen.” Het staat symbool voor de ontwikkeling die de jeugdafdeling van Achilles Veen de laatste jaren heeft doorgemaakt. “Het is veel professioneler geworden, qua tenues of materialen. Maar ook de trainers zijn fanatieker geworden, als je ziet hoe ze bezig zijn. Veel oud-spelers die hun eigen drive over proberen te brengen, dat is mooi om te zien.” Die aanpak werpt dan ook zijn vruchten af, ziet Schouten. “Volgens mij is de jeugd nog nooit zo groot geweest. Dat is absoluut positief.” En dus is onderling communiceren belangrijker dan ooit, weet de inwoner van Veen. “Dat gaat al beter, maar ik zou het wel fijn vinden als we drie of vier keer per jaar bij elkaar zouden komen. Samen met alle trainers. Hoe doe jij dat, ik doe het zo. Dan krijg je volgens mij ook meer één lijn in de opleiding.” Want, zo denkt Schouten. “De neuzen moeten allemaal dezelfde kant opstaan, anders krijg je wrijving onderling. Dat is in een teamsport heel belangrijk.” De teamsport waar hij, net als vele anderen, zo ontzettend van houdt. “Zolang ze mijn hulp kunnen gebruiken, blijf ik het doen. Het is mijn clubje en ik ben te veel liefhebber…”

Klik op Achilles Veen voor meer artikelen over de club.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

Groeiend Olympia’60 ‘evolueert’

Olympia’60 groeide de afgelopen tien jaar hard. Nu de grens van zeshonderd leden is gepasseerd vergt dat bijsturing van het gevoerde beleid. Vooral op ‘technisch’ gebied. “We evolueren en blijven vooral wat we zijn: een club voor iedereen”, aldus voorzitter Corné Thomassen.

Thomassen trad onlangs aan als voorzitter van Olympia’60. Een club die de afgelopen jaren duidelijk in de lift zit: van vierhonderd leden in 2013 naar ruim zeshonderd eind 2022. “We zijn nog steeds dezelfde club, maar we zijn met meer en zijn nu op een punt aangekomen dat we onze koers moeten aanpassen”, zegt Thomassen, vader van drie voetballende zoons. “Vandaar dat we al een tijdje met elkaar aan het nadenken zijn hoe we dat willen invullen en hoe we dat willen gaan uitvoeren.”

Een geupdate technisch beleidsplan, dat nog moet worden vastgesteld door het bestuur van de club, geeft antwoorden op de vraag hoe de club moet omgaan met het toegenomen spelersaanbod.

“We hebben jarenlang één team gehad per leeftijdscategorie”, vervolgt René Vermeulen, bestuurslid technische zaken. “We hebben daardoor nooit hoeven na te denken over enig beleid met betrekking tot plaatsing van spelers in een team. Je kwam als spelertje in het elftal op basis van je leeftijd. Dat was het. Inmiddels is dat compleet veranderd door onze schaalvergroting. We hebben in alle leeftijdscategorieën meer teams gekregen. We hebben dit seizoen ook voor het eerst twee elftallen in de JO19.”

Volgens Vermeulen was het indelingsbeleid bij de jeugd de afgelopen jaren gebaseerd op korte termijn. “Dat probeerden we met elkaar zo goed mogelijk te doen, maar we zijn nu zo groot geworden dat er behoefte is aan structuur op dit gebied. Duidelijke richtlijnen die helpen bij die indeling.”

Daarbij ontkomt de club er niet aan om op kracht in te delen. Vermeulen neemt evenals zijn voorzitter liever niet het woord selecteren in de mond. “Wij willen zeker niet de kant op van selectie- en niet-selectieteams”, zegt hij. “Dat zou het verkeerde signaal zijn naar onze leden.” Dat past volgens Thomassen ook helemaal niet bij de soort club die het ‘Feyenoord’ van Dongen wil zijn en blijven.

“Wij hebben een duidelijk DNA. Niet voor niets is ons motto ‘AllemaalOlympia’. Dat komt in de omgang met elkaar terug, maar ook in concrete zaken als uniformiteit van de clubkleding. Iedereen is bij ons gelijk, samen vormen we de club en ontstaan vriendschappen voor het leven. Bij de teamindeling kozen we voor vriendjes bij elkaar. Het moet vooral leuk zijn.”

Maar de club vindt ook dat elke speler op eigen niveau moet spelen en moet worden uitgedaagd.  “Daarom streven we ernaar om de betere voetballertjes bij elkaar te laten spelen, maar het uitgangspunt blijft om alle teams gelijkwaardige faciliteiten aan te bieden. We maken geen onderscheid tussen de JO10-1 en JO10-3 om een bijvoorbeeld te geven.”

Thomassen noemt het gezonde sportieve ambities die passen binnen de identiteit van Olympia’60. “Met het eerste elftal willen we op termijn naar de derde klasse en dat hoeft heus niet met elf zelf opgeleide spelers. Dat mag een mix zijn van spelers uit de eigen jeugd met een paar jongens die van elders komen. Als ze maar binnen onze cultuur passen en trots zijn het shirt van Olympia’60 te dragen.”

Klik op de link voor meer artikelen over Olympia’60
Klik op de link voor meer informatie over Olympia’60

Dennis de Bruijn stopt na dit seizoen als hoofdtrainer bij R.W.B.

0

RWB gaat voor het seizoen 2023/2024 op zoek naar een nieuwe hoofdtrainer.

Dennis de Bruijn heeft aan de spelersgroep en de technische commissie laten weten dat hij na dit seizoen, door een verandering in zijn werksituatie, gaat stoppen als hoofdtrainer bij RWB. Voor alle partijen was er geen enkele reden om het lopende contract vroegtijdig te beëindigen totdat hij in december te horen kreeg dat zijn werk het niet meer toelaat om deze nevenactiviteiten erbij te kunnen doen.

Dennis heeft het goed naar zijn zin bij RWB en voelt een zeer goede klik met de spelersgroep en zijn staf. De spelersgroep heeft in een eerder stadium de TC laten weten dat Dennis een duidelijke en goede visie op voetbal heeft en dat hij toegankelijk is en prettig in de omgang. Zijn trainingen zijn uitdagend en divers en de oefenmeester is duidelijk en consequent in de afspraken.

Dennis heeft uitgesproken dat hij er alles aan zal doen om de doelstelling om te promoveren naar de derde klasse zaterdag te halen. Een hele kluif, wetende dat RFC en SCO respectievelijk 7 en 8 punten voor staan op de tricolores.

Deze uitdaging start op zaterdag 4 februari 2023 als RWB aan het tweede deel van de competitie start met een thuiswedstrijd tegen plaatsgenoot SSC’55.

Klik op RWB voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RWB voor meer informatie over de club.

Vliegdorp is weer Vliegdorp

0

Maarliefst 17 van de 20 man tellende selectiespelers van het eerste elftal van VV ‘t Vliegdorp komen uit Soesterberg en zijn echte Vliegdorpers. Het elftal is erg jong en bestaat vooral uit spelers in de leeftijdsklasse van 18 tot 21 jaar. De jonge spelers worden in het veld bijgestaan door drie geroutineerde en positieve spelers in de persoon van keeper Loek Vermeulen, verdediger en tevens aanvoerder Eny Tammer en aanvaller Sharlo Galmo.

Het seizoen is begonnen met doelstelling om plezier en resultaat samen te laten gaan en er alles aan te doen om te proberen iedere wedstrijd te willen winnen. Vorig seizoen 4 degradatieplekken en dit seizoen maar liefst 6 degradatieplekken (3 rechtstreeks en 3 via nacompetitie) geeft een enorme druk op de jonge selectie. Handhaven na twee seizoenen verhoogde degradatie zal voelen als een kampioenschap.

Mede doordat het team veelal bestaat uit spelers uit het “Dorp” worden de wedstrijden thuis weer druk bezocht maar groeit het aantal supporters ook bij uitwedstrijden. Mooi om te zien dat Vliegdorp voor veel families als een rode draad door de club loopt en op vele fronten actief zijn zowel als bestuurslid, vrijwilliger, wasvrouw, trainer, evenementencommissie of als supporter. De families Sakkers, van Essen, Sandbrink, vd Brink zijn er zomaar een aantal die mij te binnen schieten.

Bij het eerste elftal is oud spits Marcel van Essen actief als Teammanager, leider en pakt ook indien nodig de taak van grensrechter op zich. Zijn zoon Bennie van Essen, ook voorhoedespeler, speelt in het eerste elftal en is tevens jeugdtrainer, dochter Joelle is ook een makkelijk scorende spits en heeft al vele doelpunten achter haar naam staan. Moeder Mientje is buiten trouwe supporter van haar kids ook nooit te beroerd om de handen uit te mouwen steken om te wassen, wedstrijdlootjes te verkopen of een wisselspeler af te leveren bij het eerste elftal.

De club groeit enorm en heeft maar liefst 24 teams in de competitie waarvan 3 herenseniorenteams, 1 damesteam en 20 jeugdteams! De jeugd binnen Vliegdorp staat onder leiding van een nieuw en enthousiast jeugdbestuur, jeugdtrainers en begeleiders.

Buiten de reguliere trainingen worden er ook extra trainingen aangeboden door bijvoorbeeld Fred Duijnstee! Fred is een ervaren trainer en heeft zijn eerste voetbal opleiding gevolgd bij de Voetbal Academie (Delft) en aansluitend getraind bij René Meulensteen (Manchester United) en Ricardo Moniz (RedBull Salzburg). Via Tom van Dijken (huidige trainer van de JO13.1) en Ruud Blommaert is hij op de velden van ’t Vliegdorp neergestreken.

Met de bovenstaande ontwikkelingen op de club ziet de toekomst er rooskleurig uit als je ook nog bedenkt dat met het bouwen van veel nieuwe woningen in Soesterberg het aantal nieuwe leden bij Vliegdorp alleen maar zal toenemen.

door Rene Ribberink

Klik hier voor meer artikelen over VV Vliegdorp
Klik hier voor meer informatie over VV Vliegdorp

Jubileumboek Madese Boys ‘geen mosterd na de maaltijd’

Madese Boys presenteerde onlangs het jubileumboek voor het 90-jarig bestaan. Dat gebeurde twee jaar na het werkelijke jubileum, dat niet werd gevierd vanwege de coronaperikelen.

“Je kan zeggen dat het mosterd na de maaltijd is, maar zo voelt het niet”, zegt Cees Ligtvoet (74). Met Jan Mutsaars is hij de co-producent van het jubileumboek, dat nu door leden, supporters, sponsors en alle andere geïnteresseerden Madese besteld kan worden.

“Jan heeft de foto’s en lay-out gedaan, ik heb de verhalen gemaakt”, zegt Ligtvoet. Menig uurtje zit in het boek, dat meer dan honderdtwintig pagina’s telt en door de bijdrage van de supportersvereniging slechts tien euro kost. “Het is een foto/tekst-boek”, legt Ligtvoet uit. “Aan de hand van beeld en een klein stukje tekst vertellen we over de geschiedenis van de club.”

“Bij eerdere jubileumboeken is heel veel over de geschiedenis geschreven.” Het boek bevat volgens Ligtvoet ook anekdotes.

Ligtvoet is al sinds 1974 betrokken bij Madese Boys. Dat jaar werd hij gevraagd voor het bestuur. “Ik had helemaal niets met Madese Boys, maar wel met het vrijwilligersleven. Ik ben twee jaar penningmeester, daarna heb ik jarenlang de redactie van het clubblad gedaan.”

Dat was in een tijd dat clubbladen nog ‘op papier’ uitkwamen en konden rekenen op veel lezers. “We hadden een behoorlijke redactie en staken er altijd veel tijd en werk in”, zegt Ligtvoet. “Geen verslagen van wedstrijden hé. Dat wilde ik niet. Dat las geen kip omdat het zes weken eerder was gebeurd. Nee, het was een serieus clubblad. Ik had er ook een eigen column in.”

Het doet Ligtvoet jaren na dato nog steeds pijn dat ‘De Echo’, zo heette het clubblad, op een dag moest verdwijnen. “Dat was in 2009. Eén bestuurslid heeft dat doorgedrukt. Het blad zou niet meer rendabel zijn. Ik geloofde daar niks van, want het ontplofte van de advertenties.”

Ligtvoet maakte voor diverse jubileumboeken verhalen en interviews met inmiddels overleden Madese Boys-voetballers en -vrijwilligers. Hij kan de ene na de andere anekdote vertellen zoals over het Madese Boys na de Tweede Wereldoorlog. “De club had toen één bal en die was kapot. De kas was echter leeg en er was geen geld om die bal te repareren. Toen hebben een aantal mensen in Made geld bijeen gebracht. Zo’n arme club, dat kon niet langer.”

De oorlog had voor de club sowieso grote impact. “De Duitse bezetters wilden graag voetballen tegen Madese Boys. Dat plaatste de spelers voor een dilemma, want ze waren bang dat ze te maken kregen met represailles als ze van die Duitsers zouden winnen. Op een gegeven moment was het helemaal over met die wedstrijden, want alle spelers waren ondergedoken, bang dat ze voor de Arbeitseinsatz in Duitsland te werk werden gesteld.”

Op sportief gebied leerde Ligtvoet Madese Boys vooral kennen als de ploeg van ‘heen en weer’. “We hebben vette en magere jaren. Dan hebben we een opmars van de vierde naar de tweede klasse, dan weer maken we een duikvlucht in omgekeerde richting.”

Dat Madese Boys zijn 90-jarig jubileum niet echt kon feesten is volgens Ligtvoet al dun en breed verwerkt. “Ach joh. Dat hebben we allang goedgemaakt. Madese Boys grijpt alles aan voor een feestje. Heb met ons geen medelijden.”

Klik op de link voor meer artikelen over Madese Boys
Klik op de link voor meer informatie over Madese Boys

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.