Home Blog Pagina 24

Jeugdtrainers VV Papendrecht geslaagd

Voetbalvereniging Papendrecht is op vele vlakken de jeugdopleiding aan het ontwikkelen. De club heeft een nieuw jeugdopleidingsplan om het niveau van de jeugdafdeling nog verder omhoog te brengen. Een belangrijk onderdeel is het bijscholen van de begeleiding. De club ondersteunt trainers die cursussen willen volgen. Twee van hen, Haval van Papendrecht O17-1 en Ersan van Papendrecht JO16-1, hebben de afgelopen periode bij de KNVB de opleiding Voetbalcoach 1 Junioren gevolgd. Deze hebben ze recentelijk succesvol afgerond waarna ze het bijbehorende trainersdiploma overhandigd kregen.

Klik op vv Papendrecht voor meer informatie over de club.
Klik op vv Papendrecht voor meer artikelen over de club.

Heerjansdam viert 80-jarig jubileum: “Een feest van trots, historie en saamhorigheid”

Bij voetbalvereniging Heerjansdam was het dit jaar groot feest. De club vierde haar 80-jarig bestaan met twee feestweekenden vol herinneringen, gezelligheid en waardering voor de vele leden en vrijwilligers die de vereniging groot hebben gemaakt. Voorzitters Willem Renes en Rob van Dijk kijken met trots terug op een jubileum dat precies samenvatte waar Heerjansdam al acht decennia voor staat: sportiviteit, familiegevoel en trouw aan de eigen identiteit.

Twee zaterdagen feest

Het jubileum werd verspreid over twee zaterdagen, vertelden Renes/ Van Dijk. “We hebben het bewust in twee delen gedaan. De eerste zaterdag, op 24 mei, was vooral intern gericht.

Diverse belangstellenden, leden en oudleden hadden de mogelijkheid om de opgezette tentoonstelling in de bestuurskamer wat betreft historie vv Heerjansdam te kunnen bezichtigen wat voor een ieder een groot succes was.

Tevens zijn er activiteiten voor de jeugd georganiseerd, wedstrijden, spelletjes en we sloten de dag af met een groot feest voor iedereen. Dat werd echt een gezellige dag met veel animo,” zeggen zij enthousiast.

De tweede zaterdag, op 14 juni, stond meer in het teken van de officiële viering. “Dat was de dag dat we echt 80 jaar bestonden,” legden Renes/ Van Dijk uit. “Toen hadden we ook formele gasten uitgenodigd: collega-besturen van andere verenigingen, vertegenwoordigers van de KNVB, Burgemeester en B&W van de gemeente Zwijndrecht, leden Sportplatform en en oud-leden. Het was een waardige viering van een bijzondere mijlpaal.”

Tijdens die dag werden bovendien meerdere vrijwilligers benoemd tot Lid van Verdienste, als dank voor hun jarenlange inzet voor de club. “Dat was een prachtig moment,” zeggen Renes/ Van Dijk met een glimlach. “Zonder vrijwilligers is er geen vereniging. We wilden hen echt in het zonnetje zetten, want zij zijn het hart van Heerjansdam.”

Gouden verrassing voor de voorzitter

Voor Rob van Dijk zelf kreeg de feestdag een onverwachte wending. “Ik wist van niets,” vertelt hij lachend. “Plotseling stond er iemand namens de KNVB op het podium en werd mij de Gouden Waarderingsspeld uitgereikt. Dat was een complete verrassing, maar natuurlijk wel een hele eervolle.”

De onderscheiding werd uitgereikt door Marcel Mourik van de KNVB, als erkenning voor Van Dijks jarenlange inzet binnen de club. “Het is niet iets wat je verwacht, maar het doet wel wat met je. Het is een blijk van waardering, en eigenlijk ook een compliment aan iedereen die samen met ons de club draaiende houden,” benadrukten zij.

Een boek vol herinneringen

Bij een jubileum hoort ook een blijvende herinnering. Daarom bracht de club een jubileumboek uit, waarin 80 jaar Heerjansdam wordt verteld aan de hand van foto’s, verhalen en interviews. “Ze hebben er veel werk van gemaakt,” vertelden Renes/ Van Dijk trots. “Het is een prachtig boek geworden waarin het verleden en heden samenkomen. Je ziet foto’s van vroeger, lees verhalen van oud-spelers en vrijwilligers. Het is niet alleen leuk voor de huidige leden, maar ook voor toekomstige generaties. Zij kunnen zien wat er allemaal is opgebouwd.”

Het boek laat zien hoe de vereniging, opgericht op 13 juni 1945, in tachtig jaar tijd is uitgegroeid tot een belangrijke spil in het dorp. Heerjansdam is een vereniging met een grote maatschappelijke waarde: een plek waar generaties voetballers plezier hebben beleefd en waar het dorp samenkomt op sportpark De Molenwei.

Trots op wat is opgebouwd

“Ja, we zijn tevreden,” zeggen Renes /Van Dijk beslist. “Niet alleen op wat er bereikt is, maar ook op hoe we het doen. We zijn een gezonde club, met een goede sfeer en veel betrokken leden. En wat we echt mooi vinden, is dat we voor elk jeugdelftal trainers hebben kunnen vinden. Dat hoor je niet overal. We doen het met elkaar, en dat maakt Heerjansdam sterk.”

De club heeft volgens hen gezonde ambities op sportief vlak. “We willen vooral een stabiele vereniging blijven, waar mensen zich thuis voelen en plezier hebben. Handhaven van ons 1e elftal in de middenmoot van de 4e divisie B landelijk en stiekem een periodetitel behalen, dat is prima.

Zolang de jeugd zich kan ontwikkelen en leden met plezier op zaterdag naar de club komen, doen we het goed.”

Toekomst met vertrouwen

Na tachtig jaar kijkt Heerjansdam met vertrouwen vooruit. “Tachtig klinkt oud, maar in verenigingsland is dat nog jong,” zeggen Renes/ Van Dijk. “We willen vooral doorgaan op de manier zoals we dat nu doen: sportief, gezellig en betrokken. Hier ben je geen nummer, hier kent iedereen elkaar. Dat is precies wat ons bijzonder maakt.”

De jubileumviering liet dat nog maar eens zien: een bruisende vereniging met een warm hart. Renes/Van Dijk besluiten met een glimlach: “We hebben een verleden om trots op te zijn – en een toekomst om samen verder op te bouwen. Dat is waar Heerjansdam voor staat.”

Klik op VV Heerjansdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Heerjansdam voor meer informatie over de club.

‘Ik vind het mooi om te zien hoe ze met elkaar omgaan’

0

Begonnen bij de JO10 en meegegroeid naar de JO19. Frank Hendriks is inmiddels al heel wat jaren als jeugdtrainer verbonden aan HHC’09. En ook na al die seizoenen, geniet de inwoner van Oudheusden daar nog vol fanatisme van. “Het is mooi om de ontwikkeling van die jongens mee te maken.”

Letterlijk én figuurlijk, in zijn geval. “Ik ben begonnen bij de JO10 en vervolgens iedere keer met ze meegegaan. Tot en met de JO19 nu.” Puur omdat het zoontje van een vriend van hem, zonder trainer zat. “Daarom ben ik eigenlijk ingestapt.” Om uiteindelijk dus nooit meer weg te gaan, lacht Hendriks (53). “In eerste instantie wilde ik gewoon graag helpen, maar ik vind het vooral ook heel erg leuk om te doen!”

Verschillende culturen

En gezien zijn achtergrond, is dat ook niet zo gek. “Ik heb zelf ook altijd bij de club gevoetbald. Van jongs af aan, tot en met de senioren.” Een middenvelder, die het moest hebben van zijn inzet en beleving, zo omschrijft Hendriks zichzelf. “Die twee dingen staan ook altijd bovenaan mijn lijstje als trainer.” Zeker nu, als eindverantwoordelijke bij de JO19. “Op deze leeftijd, wordt het toch wat serieuzer. Sommige jongens van ons doen ook mee met de selectie, dan moet dat speelse en kinderlijke er wel een beetje uit.” Gelukkig, lukt dat voorlopig best aardig, vertelt Hendriks. “Het is mooi om te zien dat ze steeds volwassener worden.” Zijn aanpak, is in de loop der jaren dan ook wel veranderd, zo blijkt. “Ik ben wat directer geworden.” En met een selectie vol met verschillende nationaliteiten, moet dat misschien ook wel. “We hebben Nederlandse, Marokkaanse, Turkse en sinds kort ook vier Syrische jongens.” Een flinke uitdaging, merkt Hendriks. “Je moet waken voor groepjes. Al zijn die er natuurlijk sowieso, op basis van bepaalde culturen.” Maar juist dat maakt het voor de jeugdtrainer, samen met Peter van der Poel en leiders Herman Hooijmans en Duncan van Drunen, extra leuk om te doen. “Ik vind het mooi om te zien hoe mensen met verschillende achtergronden met elkaar omgaan. De Nederlandse jongens zijn een stuk losser en houden van een feestje, terwijl de buitenlandse jongens veel rustiger zijn.” Al hoopt hij er, ook buiten het veld, één team van te maken. “Even blijven hangen na een wedstrijd of training, dat probeer ik er wel in te krijgen!”

Twee keepers

Hoe lastig het soms ook is, om met elkaar te kunnen communiceren. “Sinds twee maanden hebben we er vier Syrische jongens bij, die spreken geen Engels. Gelukkig kan één van onze Turkse spelers, wél met hen praten.” Lastig communiceren of niet, Hendriks is vooral blij met de tussentijdse versterking van zijn team. “We hadden maar een klein groepje, van een mannetje of twaalf, dus nu hebben we er zestien. Dat betekent meer keuzes en meer concurrentie.” En sterker nog. “Ik had eerst geen keeper, die hebben we nu wel!” In het begin zelfs twee. “Van de vier, wilden er twee graag keepen. Maar uiteindelijk, wilde er eentje toch liever gaan voetballen. Alleen weet ik zijn positie nog niet echt.” Van de overige twee, spits en middenvelder, weet Hendriks dat wel. “Zo zie je maar, hoe het kan gaan. Ze wilden een keer meetrainen, vonden het leuk en zijn daarna blijven hangen. Nu zijn ze volwaardig lid van ons team!” Met hem, als fanatieke trainer. “Ik ben best wel streng. Verder wil ik graag van achteruit voetballen en houd ik niet van te veel lange ballen. Dat doen ze tot nu toe hartstikke goed.” Mede dankzij zijn aanvoerder, centraal achterin. “Die bepaalt het spel, samen met de nummer zes en tien. En onze twee snelle spitsen.” Ook volgend seizoen, staat Hendriks hoogstwaarschijnlijk weer voor de groep. Als het aan hem ligt tenminste. “Ik heb altijd gezegd dat ik bij ze blijf, tot ze naar de senioren gaan. Dat is hierna nog één jaar JO19.” Vervelen, hoeft de voormalig speler van HHC’09 zich voorlopig sowieso niet te doen. “De hoofdtrainer van het eerste, is een vriend van mij. Dus daar ben ik ook al drie seizoenen lang assistent-trainer van.” En ook daar, denkt Hendriks nog niet aan stoppen. “Zolang Gilbert (de Fijter) blijft, blijf ik ook!”

Wil je meer artikelen over de club HHC’09 klik hier.
Wil je meer informatie over de club HHC’09 klik hier.

Drie broers in één elftal: de Peelens maken VV Pernis tot familiezaak

Op het veld van VV Pernis zijn ze bijna niet te missen: Jack, Guido en Beau Peelen, drie broers die samen in het eerste elftal spelen. Drie karakters, één gedeelde passie. Waar veel families hun zaterdagen aan de eettafel doorbrengen, vullen de Peelens die met tackles, passes en goals. “We hebben echt een sterke band, dat zit diep van huis uit,” zegt Jack. “Daarom is het extra mooi dat we dit samen in het eerste mogen doen.”

Vanaf de eerste trap

Voetbal zit de Peelens in het bloed. Jack: “Ik voetbal al mijn hele leven bij Pernis. We wonen hier, het was nooit een vraag waar ik zou spelen.” Hij begon al op vierjarige leeftijd bij de F’jes en doorliep alle jeugdteams. Guido bevestigt dat het bij hen met de paplepel werd ingegoten: “Onze vader voetbalde bij DOTO, dus wij begonnen eigenlijk vanzelf. Vanaf het begin was het duidelijk: Pernis hoort bij ons.”

Beau, de jongste, herinnert zich hetzelfde. “Ik begon ook op vier. Het voelde nooit als verplichting, gewoon als vanzelfsprekend. We konden nooit meer stoppen.”

Ieder zijn rol op het veld

In het eerste elftal hebben de broers hun plek gevonden. Jack is de spits en het geweten van het team. “Ik probeer altijd balvast te zijn, kopsterk, en goals te maken. Het gaat erom dat ik mijn kracht voor het team kan inzetten,” zegt hij nuchter. Guido is de motor langs de op de linkerflank: “Ik ben de drukste van de drie, altijd in beweging, wil overal bij zijn. En als ik mijn broers kan bedienen, is dat het mooiste wat er is.” Beau is de dribbelaar, altijd in beweging en gevaarlijk voor het doel. “Ik hou ervan om de bal aan mijn voeten te hebben, op te draaien en te schieten,” zegt hij.

Die samenwerking werkt uitstekend. “Als Jack scoort en ik heb hem bediend, is dat extra speciaal,” lacht Guido. “Zo’n moment vier je echt samen.” Het onderlinge respect en vertrouwen maakt dat er zelden woorden vallen op het veld, ook al zijn ze broers. “Er is wel eens wat onderling overleg, maar ruzie? Nee, bijna nooit,” zegt Jack.

Een gemoedelijke dorpsclub

Voor de Peelens draait het bij VV Pernis om meer dan alleen voetbal. Jack: “Het is de gezelligste club van het land. Mensen zijn betrokken, er is altijd sfeer, en na de wedstrijd is het vaak een feestje met een dj of zanger. Maar je merkt ook meteen als iets niet goed ging, dat hoor je dan ook van iedereen.” Guido vult aan: “Het is een echte ‘ons kent ons’-club. Als het eerste wint, is de kantine vol en gezellig. Verlies je, dan voel je dat ook. Dat maakt het nog leuker om met z’n allen te spelen.”

Beau: “Het is een prachtige club. Al mijn liefde zit erin. Ik wil hier nooit weg. De sfeer, de mensen, het plezier — dat is waar het om draait.”

Kampioen in de maak

De Peelens hebben dit seizoen serieuze ambities. “Jack wil kampioen worden, dat heeft hij duidelijk gemaakt,” lacht Guido. “Ik ben wat voorzichtiger, maar het gaat hartstikke lekker. De sfeer zit er goed in, we spelen prima voetbal en de nieuwe trainer, Wesley van Gils, maakt echt verschil.”

Meer dan voetbal

Het gaat bij de Peelens om familie en vriendschap. “Voetbal heeft ons als broers nog dichter bij elkaar gebracht,” zegt Beau. “Je leert samenwerken, elkaar helpen en ook tegenslagen samen verwerken.” Jack knikt instemmend: “Het mooiste van voetbal is dat je iets bereikt met mensen die je kent en vertrouwt. Dat geldt voor ons en voor de club.”

En zo vormen de Peelens niet alleen een aanvallend blok op het veld, maar ook een hechte familie op Sportpark Pernis. Drie broers, één elftal, één passie — en een hele club die ervan geniet.

Klik op VV Pernis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Pernis voor meer informatie over de club.

FC Drunen is uit op revanche: ‘Voelde als onrecht’

0

Helemaal tevreden, zijn ze bij FC Drunen na de seizoenstart voorlopig nog niet. Want ondanks dat de ploeg meedraait in de bovenste regionen van de vijfde klasse, had er volgens Soufiane Bakkali nog meer ingezeten. “Die gelijke spelletjes waren best wel teleurstellend.”

Want volgens hem, had FC Drunen er daar zeker minimaal twee van moeten winnen. Toch beseft de 34-jarige Bakkali ook, welke stappen de club de laatste maanden heeft gezet. “Vorig jaar begonnen we matig en waren we te wisselvallig. Rond de winterstop, bungelden we ergens in de onderste regionen.” Het trainingskamp in januari, in het Turkse Antalya, veranderde daarna alles, lacht de centrale verdediger. “Dat was een geslaagd tripje! Vooral qua teambuilding en gezelligheid. Dat heeft bijgedragen aan de betere resultaten.”

Puntenaftrek

Al kwam de opmars in de competitie niet alleen daardoor, vertelt Bakkali. “Het eerste half jaar was het proberen en iedereen tevreden houden, na de winterstop hebben we echt puur op resultaat gespeeld.” Hetgeen nog bijna een periodetitel opleverde. “In de laatste periode stonden we bovenaan, dus daar wilden we vol voor gaan. Tot het door die puntenaftrek als een nachtkaars uitging.” Een situatie die de nodige uitleg behoeft. “Tegen Wadenoijen werd er een harde overtreding op een speler van ons gemaakt, die reageerde vervolgens met een duw en daarna ontstond er het nodige duwen en trekken.” Het incident werd door de KNVB gezien als een massale vechtpartij en leverde FC Drunen uiteindelijk een flinke straf op: vier punten in mindering. “Ondanks dat de aanwezige rapporteur van de KNVB schriftelijk gemeld had dat er alleen sprake was van enig duw- en trekwerk.” Een flinke deceptie. “Daardoor kwamen we één punt tekort voor de periode. Dat was natuurlijk wel heel zuur. Zeker omdat het voelde als onrecht.” Genoeg motivatie in ieder geval, om er dit seizoen alles aan te doen om die nacompetitie wél te halen. “We hebben de goede reeks van na de winterstop doorgezet en gaan nu vol voor de bovenste plekken. Ons doel is promotie. Daar heb ik alle vertrouwen in!” Mede dankzij een nieuwe formatie. “Alles is daardoor op zijn plek gevallen. We zijn beter gaan voetballen en hebben meer vastigheden.”

Nieuwe positie

Aan kwaliteit, ontbreekt het bij FC Drunen sowieso niet, vindt Bakkali. “Met de groep die we hebben, zijn we het min of meer verplicht om te promoveren.” Inmiddels bezig aan zijn derde seizoen bij de club én in het verleden op een hoger niveau te hebben gespeeld, kan de inwoner van Haarsteeg het weten. “Ik ben begonnen bij Vlijmense Boys en heb daarna in de jeugd van Willem II gespeeld. Tot de A1. Daarna heb ik onder meer zeven jaar lang in het eerste van WSC gespeeld, voordat ik weer terugkeerde bij Vlijmense Boys. Om samen met mijn broertje te spelen.” Via vrienden, belandde Bakkali uiteindelijk bij FC Drunen. “En ook de trainer kende ik al jaren. Dus dat voelde als een goede stap.” Wel één, naar een lager niveau. “Ik heb jarenlang in de tweede klasse gespeeld, maar ik vond het wel best zo. Ik wist toch dat er niet meer in zat.” Een beetje tijd om af te bouwen dus. “Nu voetbal ik met vrienden en collega’s, die ik ook buiten de voetbal regelmatig zie. Het is een leuke mix, met jonge gasten. Bij een leuke club om te zijn.” Op een voor hem nieuwe positie. “De trainer wilde graag een afjagende spits hebben, dat moet je van mij niet verwachten. Ik ben absoluut geen loper. Meer een luie voetballer. Dus daarom vindt hij voetballen van achteruit, beter bij me passen.” En dus staat Bakkali sinds twee seizoenen, centraal achterin. “Dat bevalt goed! Ik heb het spelletje nu voor me en door mijn ervaring, zie ik sneller wat er nodig is.” Ook in de opbouw. “Met mijn traptechniek, kan ik aardig een balletje wegleggen.” Heel lang nodig om te wennen, had de routinier dan ook niet. “Als oud-spits weet je wat de tegenstander gaat doen. Je weet hoe een aanvaller denkt. Daardoor kun je makkelijker anticiperen.” Zelfs eventueel als keeper, lacht hij. “Ik heb tot nu toe door blessures, al een aantal keer moeten keepen.” Uitsluiten doet Bakkali dan ook helemaal niets meer. “Het maakt niet uit waar ik sta, als ik maar kan voetballen.” Zonder al te veel te lopen, dan wel natuurlijk. “Ik merk nu dat ik pijntjes begin te krijgen en langer moet herstellen van een wedstrijd.” Maar aan stoppen, wil hij liever nog niet denken. “Als het fysiek gaat, ga ik zo lang mogelijk door.” Om daarna, iets in de trainerswereld te gaan doen. “Dat heb ik al besproken met de club. Daar wil ik graag aankomend jaar mee starten!”

Klik hier voor meer artikelen over FC Drunen
Klik hier voor meer informatie over FC Drunen

‘Die komen nu met hun eigen kinderen naar de club’

0

Toen haar kinderen begonnen met voetballen en ze in de kantine iemand zochten die kon helpen, voelde Rian de Rooij zich wel geroepen om haar steentje bij te dragen. En nu, inmiddels 21 jaar later, is de vrijwilligster nog altijd als kantinebeheerder actief bij NEO’25. “Ik ben er eigenlijk een beetje ingerold.”

Nadat ze eerst met haar vader, rondliep op de manege. “Dat heb ik gedaan vanaf mijn zestiende. En ook dat vond ik heel erg leuk.” Tot ze samen in de kantine van NEO’25 terechtkwamen en daar de boel draaiende probeerden te houden. “Door mijn kinderen en vader kwam ik bij de voetbal, helaas is hij vorig jaar overleden.” Toch weet De Rooij (58) zelf, ook na 21 jaar nog altijd van geen ophouden. “Op dinsdagavond, donderdag, vrijdag én zaterdag, sta ik achter de bar. En daarnaast, doe ik ook de bestellingen.”

Gezellig maken

Maar alleen, staat ze er natuurlijk niet voor. Onder andere haar zus, staat in de keuken. “Mary (van der Mast), Jet (van den Hout) en Joze (Hubeek) zorgen gelukkig voor een paar extra handen!” Want hoe leuk het ook is. “Het kost heel veel tijd.” Tijd die ze er met alle liefde insteekt, lacht De Rooij. “Je ziet de jeugd echt opgroeien. Jongens die vroeger aan de bar hingen, komen nu met hun eigen kinderen naar de club.”  En vooral dat, vindt de inwoonster van Sprang-Capelle het leukste aan haar werk, lacht ze. “Ik houd helemaal niet van voetbal én weet nooit de uitslag. Het gaat voor mij om de mensen, de kinderen en het gewoon samen gezellig maken.” Bijvoorbeeld door te gourmetten tijdens kerst. “Dat is inmiddels een traditie geworden hier bij NEO’25. Iedere keer dat we het organiseren, zit het zo vol.” Naast een hoop aanmeldingen, levert het ook veel leuke reacties op, vertelt ze. “Je kent hier ondertussen natuurlijk ook heel veel mensen.”

Papegaai

Aan waardering, dan ook geen gebrek. Zo bleek ook afgelopen zomer. Toen De Rooij werd verrast met een Zilveren Speld van de KNVB. “Het was feestweek, dus ik stond gewoon achter de bar. Mijn zoon was 25 jaar lid van de club, daarom waren mijn moeder en andere familieleden er ook. Dacht ik. Tot ik mijn naam hoorde. Ik wist er niks van!” Een mooie waardering, waar De Rooij wel even aan moest wennen. “Persoonlijk houd ik er niet zo van om in het middelpunt te staan. Dat vind ik eigenlijk verschrikkelijk.” Veel liever staat ze, met haar papegaai Toto, lekker rustig achter de bar. “Die gaat altijd mee naar NEO’25. Daar kijkt niemand meer van op.” En als het aan haar ligt, blijft dat nog wel even zo. “Ik heb twee keer een hartinfarct gehad, dus als mijn gezondheid het toelaat, blijf ik het zo lang mogelijk doen!” Want aan stilzitten, heeft De Rooij een hekel. “Naast mijn papegaai, heb ik thuis ook nog 21 kangoeroes, twee honden én twee pauwen. Anders is het ook maar saai, toch?”

Klik hier voor meer artikelen over NEO’25 .
Klik hier voor meer over NEO’25.

Vermaat schiet Poortugaal naar derbyzege: ‘Deze voel je overal in de club’

De derby tussen Poortugaal en Smitshoek heeft opnieuw bewezen waarom het duel in de regio tot de meest beladen wedstrijden van het seizoen behoort. Poortugaal trok met 2-1 aan het langste eind en het was nieuwkomer Jesse Vermaat die zichzelf met de winnende goal in één klap onsterfelijk maakte. De middenvelder, pas sinds deze zomer actief bij de club, praat uitgebreid over zijn overstap, de rivaliteit en zijn beslissende moment.

Van SCO naar Poortugaal

Vermaat begon zijn loopbaan bij SCO uit Oud-Beijerland, de club waar hij jarenlang door de jeugd en het eerste elftal heen rolde. Twee seizoenen geleden meldde Poortugaal zich voor het eerst. “Jeroen van Alphen nam destijds contact met me op. Ik had meteen een goed gevoel, maar ik heb toen toch gekozen om nog een jaartje bij SCO te blijven,” vertelt hij.

Een jaar later klopte Poortugaal opnieuw aan – en toen was de keuze snel gemaakt. “Het gevoel was net zo goed, misschien beter. Ze zochten een nummer 10 en ik voelde dat ik bij Poortugaal echt kon passen.” Inmiddels is het zijn eerste seizoen bij de club, maar hij heeft nu al aangegeven dat hij ook volgend jaar blijft. “Ik heb verlengd. Het is een warme club, een plek waar iedereen elkaar kent. De kantine zit op donderdagavond gewoon vol. Heel mooi om hier te spelen.”

Interesse van andere clubs?

Volgens Vermaat bleef het niet bij alleen Poortugaal. Hij hoorde via via dat meerdere clubs interesse in hem hadden. “Niets concreet, hoor. Maar je hoort dingen. Toch wilde ik helemaal niet weg. Poortugaal heeft een mooi plan voor de toekomst. Daar wil ik onderdeel van zijn.”

Op het veld is de middenvelder sinds zijn komst direct belangrijk. Als dynamische nummer 10 met loopvermogen, snelheid en teamspel pakt hij zijn doelpunten en assists mee. “Ik ben wel echt een teamspeler. Als ik zelf kan schieten, leg ik ’m soms nog af ook. Maar dat ik in mijn eerste seizoen al zo veel bij goals betrokken ben, is voor mij wel bevestiging.”

De rivaliteit met Smitshoek

Dan de derby. Voor Vermaat was het tegelijk nieuw én bijzonder. “Het leeft absoluut binnen de club. Het is toch een wedstrijd die je wil winnen, voor de stand én voor het gevoel.” Zelf kende hij ook persoonlijk iemand aan de overkant: Jesper, met wie hij vorig jaar nog samenspeelde. “Dat maakt het extra speciaal. Het is niet alleen de derby, het is ook de eer onderling.”

Binnen het team werd al weken vooruitgeleefd naar het duel. “Je merkt dan echt dat gasten anders zijn. De een wordt stiller, de ander schreeuwt wat meer in de kleedkamer. Iedereen voelt dat het een belangrijke wedstrijd is. Het is gewoon anders dan een reguliere competitiewedstrijd.”

De winnende goal

Poortugaal had het lastig tegen Smitshoek en moest in de tweede helft vooral tegenhouden. “Zij waren de betere ploeg aan de bal na rust. Dan weet je dat je nog één kans moet krijgen.” En die kans kwam.

Milan van den Berg schoot eerst nog naast, maar Vermaat was meegelopen en schoot de bal alsnog tegen de touwen. “Gelukkig liep ik goed door. En ja, dan schiet je ’m erin. Ik heb de beelden denk ik wel dertig keer teruggekeken. Vooral om te zien hoe iedereen reageert. Dat is mooi, hoor.”

Na afloop ontplofte het feest op de club. “In de kleedkamer kregen we al wat bier. Daarna was het gewoon één groot feest, met supporters, spelers, iedereen door elkaar. Voor veel mensen betekent zo’n goal iets. Dat hoor ik nog steeds.”

Een bevestiging

De winnende treffer in zijn eerste derby draagt voor Vermaat bij aan het gevoel dat hij de juiste keuze heeft gemaakt door naar Poortugaal te komen. “Spelers, staf, supporters… iedereen laat wel merken dat ze blij zijn dat ik gebleven ben. Dat geeft alleen maar energie.”

Voor Poortugaal blijkt de derbyzege meer dan drie punten. Voor Jesse Vermaat voelt het als een eerste hoofdstuk in een veel langer verhaal. En als het aan hem ligt, blijft hij nog lang schrijven.

Klik op Poortugaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Poortugaal voor meer informatie over de club.

Peter de Koning: geboren en getogen clubman bij VV Rijsoord

Bij VV Rijsoord komt het begrip “clubman” in levende lijve tot uiting in Peter de Koning. Geboren en getogen in Ridderkerk, groeide Peter op met de club in zijn bloed. Zijn vader was actief als vrijwilliger en stond na de bouw van de kantine vaak klaar om de club te ondersteunen. Het was bijna vanzelfsprekend dat Peter, die van kinds af aan tussen de velden en kleedkamers van Rijsoord doorliep, de club ook zijn hart zou schenken. “Met de paplepel ingegoten”, noemt hij het zelf. “Het zit gewoon in je DNA als je bij Rijsoord opgroeit.”

Hoewel hij nooit een vaste waarde was in het eerste elftal, speelde Peter jarenlang in het tweede, dat toen nog op hoofdklasseniveau acteerde. “Het tweede elftal was toen echt heel goed, een prima niveau. Daar leerde ik ook veel over het spel en het teamgevoel.” Voor de echte Rijsoord-volgers is dat niveau bekend: uitdagend en competitief, maar met de gezelligheid en verbondenheid die de club zo kenmerkt.

Naast zijn prestaties op het veld, heeft Peter zich door de jaren heen ontpopt tot een onmisbare kracht achter de schermen. In 2016 begon hij achter de bar, een plek waar de club altijd vrijwilligers kon gebruiken. “Het vak heb ik geleerd van twee maten van mij, en daarna stond ik zelf op zaterdagmiddag achter de bar. Nog steeds ben ik op woensdagavonden te vinden, bij het 35-plus team en de biljartvereniging,” vertelt hij lachend. Achter de bar staan is voor Peter meer dan een taak; het is een manier om de club te voelen, de leden te spreken en bij te dragen aan het sociale hart van Rijsoord.

Peter doet ook onderhoudswerkzaamheden op het complex, van het schoonhouden van kleedkamers tot het helpen bij het opknappen van oude vloeren. Deze praktische inzet kreeg een extra dimensie tijdens de coronaperiode, toen hij samen met anderen zorgde dat de clubfaciliteiten klaar bleven voor gebruik.

Een van Peters meest zichtbare rollen is die van teammanager van het eerste elftal, een functie die hij sinds 2018 vervult. Emo van Dijk, lid van de technische commissie, vroeg hem destijds of hij het wilde doen. Peter aarzelde aanvankelijk, want het betekende een flinke tijdsinvestering, maar hij greep de kans aan. “Ik voel me echt onderdeel van de ploeg, één van de jongens. Het is geweldig om met jonge spelers bezig te zijn, met ze op pad te gaan en alles te regelen zodat zij zich kunnen focussen op het voetbal.”

Zijn taken zijn veelzijdig: kleding regelen, vervoer en busdiensten organiseren, trainingsweekenden plannen en zelfs internationale trips. Zo staat er voor dit seizoen een uitje naar Spanje in januari op de planning. Ondanks de logistieke uitdagingen geniet Peter van elke minuut. “Elke vrijdagavond ben ik net zo zenuwachtig als de jongens voor de zaterdag. Het hoort erbij. Het geeft me energie om alles perfect te laten verlopen.”

Peter benadrukt dat zijn werk meer omvat dan alleen praktische zaken. Hij is een vertrouwenspersoon voor de spelers. “Ze kunnen alles aan me vragen. Soms zijn ze teleurgesteld of zitten ze op de bank, dan probeer ik ze een beetje te helpen. Dat is net zo belangrijk als het regelen van de bus of de kleding.”

Voor hem is de liefde voor Rijsoord diepgeworteld. Buiten Feyenoord, zijn andere grote passie, bestaat er voor Peter maar één club: Rijsoord. Dat symboliseert hij letterlijk met twee tatoeages van de club op zijn lichaam. Zijn betrokkenheid, inzet en hart voor de club maken hem tot een voorbeeld van wat een clubman hoort te zijn.

Peter de Koning is een levende schakel tussen verleden en toekomst, een man die met kennis, enthousiasme en hartstocht de club draagt. Zijn motto is eenvoudig: er zijn voor de club, de spelers en de gemeenschap. Voor velen bij VV Rijsoord is hij niet zomaar een teammanager of vrijwilliger; hij is het hart van de club.

Klik op VV Rijsoord voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Rijsoord voor meer informatie over de club.

‘Ik was nog nooit kampioen geworden’

0

Terug op het niveau waar Vlijmense Boys hoort. Zo voelde de promotie van afgelopen seizoen, voor doelman Matthew van Dommelen. En dus is de ploeg uit Vlijmen er alles aan gelegen, om zich dit jaar te handhaven in de derde klasse. “Als ons dat lukt, hebben we het goed gedaan!”

Met het vertrouwen, is in ieder geval niks mis. “Dat zit er echt wel in.” Als ze compleet zijn dan tenminste. “We hebben een aantal jongens, met andere verplichtingen. Zoals werken in het leger.” En aangezien dat veelal ook nog basisspelers zijn. “Is het lastig om te werken aan vastigheden.” Maar, zo weet de 31-jarige Van Dommelen zeker. “Als we compleet zijn, gaan we ons handhaven!” Helemaal nieuw, is het niveau waarop ze na het kampioenschap van vorig jaar dit seizoen actief zijn, dan ook niet voor Vlijmense Boys. “We hebben eigenlijk altijd in de derde klasse gespeeld, tot we van de zondag overstapten naar de zaterdag.”

Eigen jongens

Twee jaar later, zijn ze dus terug. “Terug in de klasse waar we horen.” Hoe bevalt de hernieuwde kennismaking tot nu toe? “We draaien goed mee en zijn zeker nog niet weggespeeld.” Wat is volgens hem het grootste verschil met de vierde klasse? “Tegenstanders zijn veel fitter, sneller, sterker én tactischer. Er wordt veel minder vaak de lange bal gespeeld.” En je krijgt als team minder ruimte en kansen. “Dus moeten we effectiever zijn.” De doelstelling, steekt Van Dommelen dan ook voorzichtig in. “Ons doel is eerst handhaven en daarna kijken wat er misschien nog meer in zit.” Het wennen, is wat hem betreft nu in ieder geval voorbij. “Tegenstanders zijn slimmer, daar moeten we nu gewend aan zijn. We weten wat we kunnen verwachten.” Makkelijke wedstrijden, zitten er dan ook niet meer tussen. “We scoren veel en geven achterin weinig weg, toch hebben we al een aantal keer nét verloren.” Iets waar ze bij Vlijmense Boys na afgelopen jaar, wel weer even aan moeten wennen. “Vorig seizoen was natuurlijk heel mooi! Kampioen worden is het mooiste wat je kunt bereiken. Helemaal als dat tien jaar geleden voor het laatst is gebeurd.” En dat na het inslaan van een nieuwe weg. Op de zaterdag. “Na die overstap gingen er tien of twaalf jongens weg en werden er spelers vanuit het tweede en de jeugd, doorgeschoven naar het eerste. Als je dan met eigen jongens kampioen wordt, is dat echt fantastisch.” Helemaal in zijn geval. “Ik was nog nooit kampioen geworden. En dat met je eigen clubje…” Maar niet alleen Van Dommelen, kon het nauwelijks geloven, zo vertelt hij. “Het zou eigenlijk niet moeten kunnen, met 300 leden. Dat is bizar. Als je ook ziet wat het met zo’n dorp doet. We hebben twee weekenden feest gevierd.”

In de spits

Toch kwam het gedurende het seizoen, allesbehalve als een verrassing, memoreert de sluitpost. “Vanaf de zevende speelronde, hebben we bovenaan gestaan. Dan mag je best een beetje bravoure tonen.” En nadat ze zich kroonden tot winterkampioen en iedereen hadden gehad. “Begonnen we er helemaal met z’n allen in te geloven. Dan ga je toch dromen.” Met een verdiend kampioenschap tot gevolg. “We waren echt een team. Het stond goed en we kregen de minste goals tegen.” Dé sleutel tot succes. “Voetballend waren er echt wel teams beter dan ons, maar het was voor tegenstanders gewoon heel moeilijk om er doorheen te komen. Daar moeten we het nu ook weer van hebben.” Al is dat dus lastig, als niet iedereen altijd aanwezig is. “Daardoor loop je ook conditioneel achter op bepaalde ploegen.” In zijn derde seizoen terug bij de club, nadat hij een uitstapje maakte naar Wilhelmina’26. “Ik was toen 26 of 27, maar dat had ik nooit moeten doen.” Gelukkig, is de inwoner van Den Bosch inmiddels dus weer terug op het oude nest. Als keeper. “Ik ben pas op latere leeftijd begonnen met keepen, daarvoor was ik altijd spits.” Al is dat voetballen, er wel een beetje uit, lacht Van Dommelen. “In het begin, als je net bent omgeturnd, probeer je heel veel mee te voetballen en ver uit je goal te komen. Nu doe ik dat niet meer.” Toch was die positiewissel moeilijker, dan hij in eerste instantie dacht. “Ik had nul ervaring als keeper, maar bij de senioren word je dan wel gewoon afgerekend op je fouten. Dat vond ik best wel lastig.” Tegenwoordig, ligt Van Dommelen daar niet meer wakker van. “Keepers zijn meestal gek, toch vind ik mezelf rustig. Iemand die geen gekke dingen doet, veel probeert te coachen en makkelijk een balletje weg kan leggen.” Of het maken van doelpunten nog in hem zit? Onlangs bleek van niet. “We hadden tijdens een oefenwedstrijd een spits nodig, toen heb ik vijf minuten gespeeld én een enorme kans gemist. Mijn hoofd wil nog wel, maar mijn lichaam niet.” En dus is het maar goed, dat hij veilig tussen de palen staat. Bij Vlijmense Boys. “Ik ga hier nooit meer weg!” Want de toekomst, ziet Van Dommelen rooskleurig in. “Als we een stabiele derdeklasser zouden kunnen worden, zou dat mooi zijn. Maar als de jongens die toen weg zijn gegaan, daadwerkelijk terugkomen, kunnen we misschien nog wel hoger gaan spelen.”

Klik hier voor de gepersonaliseerde clubpagina van Vlijmense Boys.

Van Feyenoord-jeugd tot Slikkerveer: Gijs Zwaan bouwt verder aan een ambitieuze ploeg

Bij Slikkerveer staat inmiddels drie seizoenen lang een man voor de groep die het amateurvoetbal van binnen én van buiten kent. Gijs Zwaan, trainer met een verleden bij Feyenoord, Sparta én als contractspeler van Excelsior, geeft de derdeklasser structuur, energie en een duidelijke voetbalvisie. Zijn verhaal leest als dat van een trainer die alles al heeft gezien, maar nog lang niet klaar is.

Van talent naar tegenslag – en terug

Zwaan begon zijn voetbalavontuur in de jeugd van Feyenoord, waar hij onder meer speelde met René van der Gijp. Vervolgens trok hij twee jaar naar Sparta, tot een enkelbreuk in Amerika zijn handtekening onder een contract plots onmogelijk maakte. “Ik moest in de wachtkamer. Door die blessure werd alles uitgesteld”, vertelt hij.

Hij knokte zich terug, speelde een periode bij Zwart-Wit ’28 en werd vervolgens opgepikt door Excelsior. Onder trainers als Rob Jacobs, Matthijs Liedekerken en later Hans Oerlemans schopte Zwaan het tot contractspeler in Kralingen. “Ik heb in het eerste gezeten en daar veel ervaring opgedaan. Dat neem je je hele loopbaan mee.”

Maar opnieuw gooide een blessure roet in het eten. Een liesprobleem maakte een definitief einde aan zijn profcarrière. En dus ging de knop om.

De overstap naar het trainerschap

“Toen ben ik begonnen aan Oefenmeester 3, daarna 2 en 1”, zegt Zwaan. “En bij Excelsior werd ik assistent van Cor Pot, Hans van der Pluim en Rob Baan. Dan kijk je echt in de keuken van het betaalde voetbal.” Met de reserves pakte hij zelfs twee keer het kampioenschap, waarna hij nog drie jaar bij FC Dordrecht werkte.

In 2023 streek Zwaan neer bij Slikkerveer, inmiddels bezig aan zijn derde seizoen. De keuze was snel gemaakt. “Een mooie club, fantastische accommodatie, fijne mensen. Ik heb zes jaar bij Rijsoord gezeten en als je daar een karbonpapiertje tussen legt en Slikkerveer, dan lijken die clubs enorm op elkaar. Passievolle mensen, goede organisatie – dat spreekt mij aan.”

Ambitie en realisme

Zwaan ziet Slikkerveer als een club die wil groeien, maar stap voor stap. “We zijn aan het bouwen om weer een reetje hoger te komen. In het derde- en tweedeklasniveau lopen hier hele goede voetballers rond. Maar als je écht hogerop wil, heb je een goede lichting nodig die je bij elkaar kan houden.”

Zijn manier van werken past bij die ambitie: duidelijk, sociaal, maar nooit om de hete brij heen. “Ik sta tussen mijn jongens in, maar op momenten moet je afstand pakken. Je moet wel straight to the point blijven, anders houd je het niet vol in dit wereldje. In het profvoetbal vloog er wel eens een blad thee door de kleedkamer. Dat kan hier niet – dan houd ik één of twee spelers over”, lacht hij.

Klik op SV Slikkerveer voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Slikkerveer voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.