Home Blog Pagina 22

Techniektrainingen bij VV Nieuwkuijk schot in de roos: ‘Spelplezier staat voorop’

NIEUWKUIJK – Wat begon als een plan dat tijdens de coronaperiode op de plank bleef liggen, is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest succesvolle initiatieven binnen VV Nieuwkuijk. Onder leiding van Jochem Dubbelaar (43) en met hulp van onder andere Excelsior-speelster Veerle van Spijk en mannen uit het eerste elftal, groeiden de techniektrainingen uit tot een hit. “De grootste winst? Dat kinderen kinderfeestjes afzeggen om erbij te kunnen zijn.”

Dubbelaar is zelf geen geboren Nieuwkuijker, maar woont inmiddels al elf jaar in het dorp. Hij kwam er terecht vanwege zijn vriendin, en via haar neef rolde hij al snel de club in. “Hij zocht een trainer voor de D1. Ik had zelf een voetbalachtergrond bij BVV en Haarsteeg en dacht: laat ik het gewoon proberen.” Dat beviel zo goed dat Dubbelaar sindsdien vrijwel onafgebroken actief is geweest als jeugdtrainer. “Ik ben begonnen bij D1, daarna heb ik vrijwel alle leeftijden gehad: van de JO7 tot JO17, en zelfs Dames 1.”

Door die jarenlange ervaring ontstond ook het idee voor techniektrainingen. “In coronatijd hadden we al een opzet liggen, maar het kwam er toen niet van. Later hebben we het plan opnieuw voorgelegd aan de club, met de voorwaarde: het moet gratis zijn voor al onze jeugdleden. Toen zijn we aan de slag gegaan.”

Met hulp van Milan van Es (eerste elftal) en later ook Veerle van Spijk, die uit Nieuwkuijjk komt en nu in de Eredivisie speelt, werd het plan concreet. “We wilden meer zijn dan een uurtje balletje trappen. Elke training moest ergens op voortbouwen. Dus hebben we vier opeenvolgende trainingen gemaakt: twee gericht op aanleren van techniek, twee op toepassen. Alles sloot op elkaar aan.”

Het initiatief sloeg direct aan. “We begonnen met bijna zeventig aanmeldingen, van JO8 tot en met JO15. We verdeelden de groepen, werkten met hulptrainers, maakten instructievideo’s. Door dat voorbereidende werk wisten alle begeleiders precies wat ze moesten doen. Zo konden we écht inhoud geven aan de trainingen.”

Wat er dan zoal wordt geoefend? “Bewegingen met beide voeten, terugkappen, scharen, versnellen. De bedoeling is dat de bal geen belemmering meer is, maar een verlengstuk van hun spelplezier. En dat zie je: ze maken het zich eigen.”

De trainingen groeiden uit tot een terugkerend fenomeen. “Elke week kwamen ze weer, gemiddeld zo’n zestig kids per keer. Spelers uit het eerste hielpen mee, Veerle pakte technische fases op, en de trainers van de jeugd gaven terug dat ze de verbeteringen meteen zagen op hun eigen trainingen. Dat is waar je het voor doet.”

De plannen zijn duidelijk: na de zomer moet de tweede editie komen, met een gesplitste opzet. “We gaan werken met twee blokken van vier weken. Eerst JO8 tot JO11, daarna JO13 tot JO16. Op die manier kun je specifieker trainen én houden we het leuk voor iedereen.”

Wat Dubbelaar vooral bijblijft, zijn de reacties. “Van ouders, kinderen, trainers. Dat je ziet dat ze plezier hebben, dat ze groeien. Het mooiste compliment was van een jongen die zei: ‘Ik had een feestje, maar dit vond ik belangrijker.’ Dan weet je dat je iets goeds hebt neergezet.”

Klik op Nieuwkuijk voor het laatste artikel over de club.

‘Het is heerlijk om langs de lijn te zitten’

Een kleine 400 wedstrijden en bijna 27000 foto’s. Eric Schröder heeft als fotograaf van GDC de nodige spelers op de gevoelige plaat vastgelegd. En als het aan hem ligt, komen daar de komende jaren nog wel een aantal mooie plaatjes bij. “Het is heerlijk om langs de lijn te zitten.”

Behalve dan als het koud is én regent, lacht de 56-jarige Schröder. “Ik heb er de voorbije jaren in weer en wind gezeten, maar kan er steeds minder goed tegen. Ook de verre uitwedstrijden, doe ik eigenlijk niet meer.” Want foto’s maken bij de jeugd én het eerste van GDC, is meer dan een paar keer op een knopje drukken. “Bewerken kost vaak ook nog wel anderhalf tot twee uur.” Desondanks, heeft hij er na negen jaar nog altijd net zoveel plezier in. “Ik kan het eigenlijk gewoon niet missen.”

Snellere camera

Zijn liefde voor voetbal en de club, begon dan ook op jonge leeftijd, vertelt de voormalig keeper. “In de jeugd heb ik altijd bij GDC gevoetbald, daarna ben ik een tijdje gestopt en vervolgens ben ik weer bij de senioren gaan spelen.” Tot een blessure roet in het eten gooide. “Door een tik op mijn enkel, kwam ik in eerste instantie een maand thuis te zitten. Ze wisten niet wat het was, dus begon ik weer. Later bleek dat ik een scheurtje in mijn bot had opgelopen en in het gips moest. Toen vond ik het mooi geweest.” Verder dan de lagere seniorenelftallen, kwam Schröder als voetballer zelf dan ook niet. “Vooral bij het vierde. Het eerste, was voor mij geen goed idee.” Foto’s maken, was dat wel. Al begon het voor de inwoner van Meeuwen, met het bewerken van video’s. “Maar dat vroeg veel van mijn computer en de technieken vlogen je om de oren. Dat was hartstikke duur en je liep continu achter de feiten aan.” Dus besloot hij eens een fototoestel te kopen. Een goedkope, weliswaar. “Dat zie je ook terug aan de foto’s uit 2016. Nu heb ik een veel snellere camera én betere lens. En wat meer ervaring, misschien!” Zijn plezier, is er dan ook allesbehalve minder op geworden. “Het is heerlijk om langs de lijn te zitten. Ik houd van voetbal, dus wat dat betreft zijn het twee vliegen in één klap.” Mede door de waardering die hij krijgt. “Ik hoor vaak: wanneer kom je bij ons? Vooral ouders vinden het zó leuk, als ik foto’s maak van hun kind.” Schröder zelf, geniet daar zelf net zo van. “Het is natuurlijk leuk om ze voorbij te zien komen op bijvoorbeeld Facebook.” De fotograaf maakt gedurende het seizoen, dan ook allerlei schema’s, zo blijkt. “Je moet overal rekening mee houden. Wanneer ze spelen, tegen wie en in welke shirts. Ik heb dit seizoen, op de JO7 na, alle jeugdteams gehad!”

Sierlijke foto

En dus weet Schröder als geen ander, wat er allemaal bij het maken van een goede foto komt kijken. “Het is vooral anticiperen op wat er gaat gebeuren. Om écht de actie te hebben, moet je op tijd beginnen met het maken van je foto.” Maar zelfs dan, gaat het soms te snel. “Die bal vliegt alle kanten op, dus het is best moeilijk.” Toch lukt het hem eigenlijk altijd. “Tijdens een wedstrijd denk ik wel eens: dit wordt helemaal niks vandaag. Tot ik dan thuis ga kijken en het wel goed blijkt te zijn.” Al vindt niet iedereen dat altijd, haalt Schröder een mooie anekdote op. “Een bepaalde speler stond er niet heel charmant op, dus die vroeg of ik hem eraf wilde halen.” Bij het eerste, kunnen ze daar vaak juist wel om lachen, weet hij. “Met die jongens heb ik regelmatig contact. Die vinden het heel leuk en maken er grappen over.” Sommige spelers, legt Schröder dan ook bovengemiddeld graag op de gevoelige plaat vast. “Hoe vaak ik die dan ook al heb gehad, het blijven sierlijke foto’s.” Want uiteindelijk, draait het daar natuurlijk wel om. “Er moet altijd een bal op staan én het liefste ook nog wat actie of emotie.” Hoe lastig dat soms ook is. “Ik zit op de achterlijn, dus er staat altijd wel iemand in de weg.” Hoewel Schröder, naast zijn werk voor de voetbal werkzaam bij een logistiek bedrijf, een mogelijke nacompetitie moet missen vanwege een vakantie, denkt hij voorlopig nog niet aan stoppen. Wel aan minderen. “In het verleden begon ik altijd ‘s ochtends vroeg en ging ik daarna door naar het eerste. Dat doe ik niet meer. Maar ik kan het ook gewoon nog niet missen!”

Klik op GDC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GDC voor meer informatie over de club.

Jaimy Lobbezoo en Rillandia beleven prima seizoen in 5e klasse B                          

RILLAND – De laatste vijftien jaar speelde Rillandia vijf seizoenen in de derde klasse en negen in de vierde klasse van het zaterdagvoetbal. Daaruit degradeerde het vorig seizoen samen met nog vijf andere teams. In die nieuwe 5e Klasse B beleeft verdediger Jaimy Lobbezoo met zijn ploeg een prima seizoen met een derde plek.

“Het is een heel sterke klasse, zeker met de DVO’60, SSW en OFB erbij. Het was balen dat we vorig jaar zijn gedegradeerd, want het is dan niet zo eenvoudig om direct daarop weer te promoveren. Dat hebben we wel ondervonden. Toch denk ik dat we als ploeg in de vierde klasse zeker zouden meekunnen. In de voorbereiding speelden we tegen vierdeklassers en konden we prima partij bieden. Hopelijk zit dat er in de toekomst weer in dat Rillandia een stap omhoog kan maken. Misschien kunnen we nog een periode overnemen van DVO’60 of SSW”

Lobbezoo zelf begon ooit in de jeugd van Yerseke en verhuisde naar Rilland om bij zijn vader te gaan wonen. Hij ging daarop ook bij Rillandia voetballen en kwam in eerste instantie terecht bij het tweede team. “Dat duurde niet heel lang voordat ik ben doorgestroomd naar de selectie. Daar voel ik me prima op mijn gemak. Ik speel centrale verdediger en ben over dit seizoen best tevreden qua prestaties. Had ook best wat rendement en wist al zeven keer te scoren. Kopballen, afstandsschoten en een vrije trap zaten daarbij en dat is best lekker haha.”

Rillandia valt volgens de 23-jarige verdediger het best te typeren als een hechte vriendengroep. “Vrienden die ook ‘toevallig’ samen in een eerste elftal spelen. Het is hecht als groep en dat is in het veld en erbuiten. Dat is dankzij de trainer Edwin die er echt een mooie geheel van heeft gemaakt. Het zou voor Edwin, die stopt als trainer, een mooi cadeau zijn mochten we alsnog op het einde via de nacompetitie weten te promoveren. Het zou een mooi slotstuk zijn van een prachtige samenwerking.”

Klik op V.V. Rillandia voor de laatste artikelen over de club.
Klik op V.V. Rillandia voor meer informatie over de club.

Mike van Craenenbroeck pakt met Patrijzen dikverdiende titel

’S-HEERENHOEK – Maar liefst drieëndertig punten halen en toch (op doelsaldo) degraderen. Het overkwam v.v. De Patrijzen vorig seizoen in de derde klasse. Dit seizoen beleefde de ploeg van centrale verdediger Mike van Craenenbroeck een relatief ‘makkelijk’ jaar en pakte met klinkende cijfers de titel.

“Alleen Lewedorpse Boys bleef nog lang bij, maar met de andere ploegen was het verschil gewoon heel groot. Soms stonden we in wedstrijden al na een half uur met 3-0 voor en kwam er totaal geen druk op onze verdediging. Als je als ploeg maar negen tegendoelpunten hebt… Dus ik ben heel blij dat we volgend seizoen weer meer weerstand zullen ondervinden in de derde klasse.”

Van Craenenbroeck speelde in de jeugd altijd op ‘nummer tien’, maar speelt sinds enkele jaren nu (tot volle tevredenheid) centraal achterin. “Nadat ik in 2013 als vijftienjarige was gedebuteerd werd ik in het begin vaak opgesteld als rechtsbuiten. Maar als ik iets niet had was het wel snelheid…. Dus later centraal en nu achterin komen mijn kwaliteiten veel beter tot zijn recht. Ik moet het ook echt hebben van mijn spelinzicht, mijn trap en passing. De boel neerzetten, coachen en ervoor zorgen dat we zo min mogelijk goals tegenkrijgen.. Daar zijn we dit seizoen aardig in geslaagd haha.”

Nooit voelde hij de drang om elders te gaan voetballen, ook niet toen op zijn zestiende er geen eigen jeugdlichtingen meer waren en dus over moest naar de senioren. “Helemaal niet aan gedacht. Achteraf was het misschien jammer dat ik al vroeg naar de senioren moest en niet het jeugdvoetbal heb afgemaakt. Teamgenoten gingen naar SSV’65 of Kloetinge maar ik ben altijd gebleven. Ik debuteerde op mijn vijftiende in het eerste en trainde daar altijd met de selectie mee. Drie jaar later werd ik vaste basisspeler en dat ben ik sindsdien altijd gebleven.”

Vorig seizoen was voor Van Craenenbroeck eentje om snel te vergeten. Enerzijds door de degradatie, maar anderzijds door een hardnekkige schouderblessure. “Ik heb toen na de winter bijna niks meer gespeeld. En we hadden nog een aantal langdurig geblesseerden. Dat heeft ons met een smalle selectie wel opgebroken. Zonde, maar gelukkig hebben we dat dit seizoen met zijn allen wel weer goed rechtgezet. En ik ben heel het seizoen blessurevrij gebleven gelukkig.”

Komend seizoen is dat opnieuw de grootste persoonlijke doelstelling. “Klopt, en daarnaast gaan voor handhaving. We hebben, mits iedereen fit is, een selectie die veel kwaliteit bevat en het is nu aan ons om dat een niveau hoger te laten zien.”

Klik op vv De Patrijzen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv De Patrijzen voor meer informatie over de club.

Ibrahim Ben Ali: ‘FC Vlotbrug heeft een goed verhaal’

Ibrahim Ben Ali (38) heeft geen enkele twijfel: “Over vijf jaar is FC Vlotbrug een derde of tweedeklasser. Zeker weten!” Het is een gewaagde uitspraak voor een club die nog in de vijfde klasse actief is. “We hebben komend seizoen een geweldige spelersgroep met veel kwaliteit.”

Daarover straks meer. Ben Ali is hoofd van de technische commissie van de Hellevoetse club en bestuurslid voetbalzaken. Maar wie is hij? “Ik ben sinds 2017 betrokken bij FC Vlotbrug. In dat jaar kwam ik in Hellevoetsluis wonen. Oorspronkelijk kom ik uit Gouda. Vroeger speelde ik in de jeugd van Olympia en ONA. Eigenlijk ben ik vanwege de huizencrisis in Hellevoetsluis terecht gekomen. We pakten thuis een kaart van Rotterdam en omgeving, gingen kijken, en kwamen hier uit. In een rustige omgeving, met veel groen. We wonen in de Kooistee, dus FC Vlotbrug was een logische keuze voor ons.”

Talenten stap gunnen

Ben Ali startte als trainer, haalde later ook zijn trainersdiploma VC2, maar zet inmiddels ook als bestuurslid de nodige lijnen uit. “Ik kan me mijn eerste dag bij FC Vlotbrug nog goed herinneren”, lacht hij. “Ik zei dat ik garandeerde dat we met onze jeugdteams tegen Feyenoord, Sparta en Excelsior zouden spelen. Nou, dat is gelukt, met het JO-10 en JO-11 team. Een aantal jongens is bij ons weggescout door Spijkenisse. Daar ben ik enorm trots op. Bij FC Vlotbrug kan een jonge voetballer zich goed ontwikkelen. Talenten moet je zulke stappen ook gunnen. Ik volg de jongens die naar Spijkenisse zijn gegaan nog steeds.”

Ben Ali heeft, zo vertelt hij, wel even moeten wennen toen hij in 2017 neerstreek in Hellevoetsluis. “Een heel andere omgeving dan Gouda. Ik heb ook de voetbalcultuur van FC Vlotbrug moeten leren kennen. Dit is een ontzettend familiaire vereniging. Eigenlijk wel te vergelijken met ONA. Iedereen is betrokken, iedereen wordt goed behandeld, heel respectvol. Maar tegelijkertijd willen we er ook alles uit halen!”

Netwerk

In korte tijd is Ben Ali een vast gezicht geworden bij FC Vlotbrug en is hij voor veel functies te porren. “Ik ben ook nog trainer van het JO13-1 team in de eerste klasse”, vertelt hij. De ambities met de hoofdmacht van de club liegen er niet om. “We hebben twee jonge ambitieuze trainers, Robin en Dennis Bredius. Geweldige gasten met een goed netwerk. Kijk, wij zijn een vijfdeklasser hè, we betalen niet. We moeten het hebben van een netwerk, en we moeten een goed verhaal hebben. Melvin Winterberg komt komend seizoen bij ons voetballen. Die jongen is aanvoerder van Nieuwenhoorn. Waarom komt hij? Hij kent onze trainers en wil helpen! En zo komen meer spelers onze kant op die op een hoger niveau spelen.”

Ben Ali vindt dat FC Vlotbrug in korte tijd enorme stappen maakt. “We hebben een goed verhaal. Een goede structuur ook, ontzettend belangrijk. Voorheen hadden we bijvoorbeeld geen technische commissie. Nu wel. We hebben een nieuwe sponsor. We zijn echt aan het bouwen aan iets moois, daar ben ik van overtuigd.”

Twijfels kent Ben Ali niet. “Ik krijg hier energie van. Als ik ergens voor ga, doe ik dat voor de volle honderd procent. Zo kennen mensen mij ook. Ja, ik doe veel binnen de club, heb een gezin met drie kinderen, en een drukke baan als teamleider beveiliging bij de Gemeente Rotterdam, maar ik heb een enorme drive. Altijd al gehad.”

“We willen met FC Vlotbrug blijven groeien. Zowel sportief als qua ledenaantal. We willen het voor spelers zo aantrekkelijk mogelijk maken voor bij ons te spelen. Veel mensen zien ons als de derde club van Hellevoetsluis, maar daar gaan wij verandering in brengen. Daar ben ik van overtuigd. En binnen een paar jaar rijden wij met de selectie op de platte kar om een feestje te vieren.”

Klik op FC Vlotbrug voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Vlotbrug voor meer informatie over de club.

Strijen heeft de wind in de rug

Na duikelingen op de voetballadder naar de vierde klasse duurde het even voor spelers en technische staf van Strijen de parachute hadden gevonden om de vrije val te breken. Maar nu het valscherm eenmaal is opengeklapt, lijkt er geen houden meer aan en hebben de opgeleefde ‘Kanaries’ de wind weer in de rug.

STRIJEN – Wie de progressie van Strijen in de huidige voetbaljaargang wil zien, hoeft alleen maar naar de periodestanden in de vierde klasse E te kijken. Aan de hand van die gegevens is de stijgende lijn duidelijk waarneembaar: in de eerste periode was de neo-vierdeklasser op twee na de slechtst presterende formatie in de competitie, maar vervolgens kwam de kentering: in de tweede periode hoorde Strijen tot de vier best presterende teams, in de derde en laatste periode hoefden de geelhemden slechts het nog ongeslagen en tot titelkandidaat opgeklommen SC Botlek boven zich te dulden na vier gespeelde wedstrijden.

Met andere woorden: Strijen is aan een revival begonnen die breekt met de sportieve malaise van de afgelopen seizoenen waarin de bewoners van het sportpark aan de Sportlaan dieper en dieper in het zaterdagamateurmoeras wegzonken. Twee degradaties achter elkaar wierpen de club die ooit op het allerhoogste niveau uitkwam heel ver terug. En tot aan de triomf eerder in het seizoen op streekgenoot ZBVH zag het er zelfs naar uit dat een derde duikeling op rij tot de mogelijkheden behoorde.

De opleving van Strijen is mede ingegeven door de reductie van het aantal afwezigen, want het pechduiveltje beet in ‘Strien’ in het huidige seizoen regelmatig toe. De inbreng van instromers als Sjoerd van der Pers en Desi Sanderse en de doelpunten van Calvin Vermaas en Kosta de Wit hebben de Strijenaren echter weer kleur op de wangen bezorgd.

Met de opmars in met name het tweede deel van de competitie is de dreiging van het degradatiespook inmiddels allang verleden tijd. Dat geldt bijna ook voor het trainerschap van Shane van Bogaert, die na één seizoen in het Keendorp te hebben gewerkt zal verdwijnen van het Strijense toneel. De jeugdige oefenmeester, nog begin dertig, werkte vorig seizoen bij Kapelle en kwam met de nodige ambitie naar Strijen.

Maar Van Bogaert gaf gedurende het seizoen aan dat hij meer van Strijen verwacht dan op dit moment realistisch is. En dat bracht hem ook aan het twijfelen over zijn toekomst. ,,Ik heb het enorm naar mijn zin bij de club. Maar de vraag is: is het realistisch dat het volgend jaar anders is?’’, vroeg hij zich hardop af.

De oefenmeester refereerde daarbij aan de smalle selectie waarmee hij diende te werken en de niet te verwachten toestroom van spelers. Die optelsom zorgde ervoor dat hij de knoop doorhakte en niet doorging, waar Strijen dat wel heel graag had gezien. Met Brian Roquas, die dit seizoen bij Rhoon werkzaam was, heeft de club een opvolger voor Van Bogaert gevonden.

Klik hier voor meer informatie over VV Strijen
Klik hier voor meer artikelen over VV Strijen

Sjaak Boelaars houdt 7×7-toernooi FC Drunen draaiende: ‘Plezier staat voorop’

0

DRUNEN – Het 7×7-toernooi van FC Drunen is al jaren een geliefd en sportief clubfestijn. Met zeventien teams uit alle windstreken belooft het ook dit jaar weer een gezellige, goed gevulde voetbaldag te worden. De man achter de schermen: Sjaak Boelaars, clubman in hart en nieren. “Zolang het soepel verloopt en iedereen het naar zijn zin heeft, ben ik tevreden.”

Boelaars is sinds 1978 actief binnen FC Drunen. Hij keepte jarenlang in de selectie en in lagere elftallen, tot zijn achtenveertigste. “Duiken ging nog prima, maar de conditie liet het wat afweten,” lacht hij. Daarna bleef hij actief als vrijwilliger: als leider van bijna alle seniorenteams, als manusje-van-alles en tegenwoordig ook als vaste kracht bij de kantinedienst. “Als er iets gedaan moet worden, spring ik bij. Veld klaarzetten, scheidsrechter regelen, noem maar op.”

Het 7×7-toernooi organiseert hij dit jaar opnieuw, samen met een enthousiast team van jonge vrijwilligers. “Ik heb het tien jaar lang gedaan, toen één jaar uit handen gegeven. Dat beviel niet, dus sinds vorig jaar pak ik het weer op. En gelukkig met hulp van een paar goeie jongens van zaterdag 2.” De editie van vorig jaar trok elf teams; dit jaar zijn dat er al zeventien. “We hebben teams uit Waalwijk, Almkerk en zelfs Winterswijk. Mooi om te zien dat ze uit heel het land komen.”

Het toernooi bestaat uit wedstrijden met zeven spelers per team, verdeeld over vier halve velden. “We hebben twee poules van zes en één van vijf teams. Vanaf twaalf uur rolt de bal, en hopelijk is rond half zes de poulefase afgerond.” Er wordt gespeeld met gemengde teams vanaf zestien jaar. “En als een dame scoort, telt dat dubbel. Dat maakt het extra leuk en sportief.”

Naast het toernooi zelf is er ook een aparte shoot-out-competitie, een soort minitoernooi op zich. “Elke deelnemer mag vanaf de middellijn drie keer proberen te scoren. Wie de meeste goals maakt, wint. De prijs? Een beker met bitterballen erin, want daar draait het hier uiteindelijk om: lol hebben.”

De organisatie draait op een team van vijf jonge vrijwilligers, maar ook clubiconen als Wil van Woerkom en Ton Gouw zijn onmisbaar. “Wil is 81, maar hij doet zó veel voor de club. Administratie, voetbal.nl, de spaarkas – noem het maar op. Een gouden man. Niet alleen voor ons toernooi, maar voor alles binnen de club. Echt niet normaal wat hij allemaal nog oppakt.”

Boelaars zelf houdt overzicht, lost op wat er speelt en springt bij waar nodig. “De DJ heeft een tent, de EHBO een eigen ruimte, ik regel het allemaal. En als er een goal mist? Dan rijd ik even naar RKDVC om er één te halen.”

De dag wordt afgesloten met muziek, een loterij en uiteraard een goed gevulde kantine. “Vanaf zes uur draait er een DJ, dan is het tijd voor ontspanning. De kantine is open tot middernacht.”

Voor Sjaak is het simpel. “Als alles soepel verloopt, iedereen een mooie dag heeft gehad en we niks vergeten zijn: dan ben ik trots. Meer hoeft het niet te zijn.”

Klik hier voor meer artikelen over FC Drunen
Klik hier voor meer informatie over FC Drunen

‘Achteraf had ik misschien moeten blijven’

Kraanmachinist worden of een carrière in het profvoetbal. Voor die keuze stond Nick Pijnenburg een aantal jaar geleden na vijf seizoenen in de jeugdopleiding van FC Den Bosch. Het werd uiteindelijk dat eerste en dus speelt hij inmiddels voor het tweede jaar op rij bij vierdeklasser Sparta’30. “Af en toe denk ik daar nog wel eens over na…”

Of hij dan spijt heeft? “Dat niet, maar achteraf had ik misschien moeten blijven. Wie weet hoe het dan was gelopen.” Want als onderdeel van Jong FC Den Bosch, kon Pijnenburg (26) het profvoetbal bijna ruiken. “Je moet ook een beetje geluk hebben. Het technische moest je niet aan mij overlaten, het ruwe wel. Ik had altijd wel de instelling om alles te willen geven.” Toch besloot de inwoner van Drunen dus om het betaald voetbal vaarwel te zeggen. “De klik met de trainer was er ook niet zo én tussendoor was ik gewoon aan het werk. Als kraanmachinist, net als mijn vader. En eigenlijk beviel dat wel. Toen heb ik mijn diploma’s gehaald en gekozen voor het werk.”

Goed ontvangen

Een logische keuze destijds, legt Pijnenburg uit. “Met voetballen kon ik niet mijn brood verdienen, dan moet je keuzes maken. Het was mooi geweest.” Mede door het reizen, vertelt hij. “Je bent iedere dag op de club, dus dat raak je op den duur ook wel een beetje beu.” Focus op zijn werk en terug naar Vlijmense Boys, waar het ooit allemaal voor hem begon. “Veel mensen zeiden dat ik het niet moest doen, maar ik vond het op dat moment wel even prima.” Hoewel Pijnenburg met een goed gevoel terugkijkt, op zijn tijd bij FC Den Bosch. “Ik heb tegen mooie clubs gespeeld, ben een keer gepromoveerd naar de Eredivisie en ben in verschillende stadions én op de Herdgang, de Toekomst en Varkenoord geweest.” Wat dat betreft is het een kleine stap naar sportpark Jan Claesenhof, de thuisbasis van Sparta’30. “Dit is nu mijn tweede seizoen en ik heb al besloten om volgend jaar ook te blijven. Het is een leuke groep, ik ben ontzettend goed ontvangen en heb het enorm naar mijn zin.” Nadat Pijnenburg al eens eerder in gesprek was geweest met de club uit Andel, zo blijkt. “William van de Wal was hier toen assistent, zo is het balletje gaan rollen. Echter ben ik de eerste keer, nog bij Vlijmense Boys gebleven.” Om een jaar later, alsnog de overstap te maken. En dat terwijl uitgerekend zijn oude club en competitiegenoot, nu kampioen is geworden. “Maar we zijn de enige ploeg, waar ze dit seizoen niet van hebben gewonnen. Dat vind ik dan wel weer mooi.”

Niet makkelijk

Stiekem, had er voor Sparta’30 dan ook meer ingezeten dan een plek in de middenmoot, vindt Pijnenburg. “We begonnen goed, daarna kregen we last van blessures en moesten we gaan rouleren.” In combinatie met een aantal lastige tegenstanders. “Niet-voetballende ploegen, zijn moeilijk voor ons. Als het om voetballen gaat, kunnen we vaak goed mee. Alleen hebben we het een aantal keer nagelaten om wedstrijden op slot te gooien. Dat zijn dure punten.” Zeker in een zware competitie, meent Pijnenburg. “Dit is een beetje de oude derde klasse, maar dan in de vierde klasse.” Toch hadden ze zichzelf bij Sparta’30, zeker na de degradatie van vorig seizoen, wel wat hoger ingeschaald. “Maar het is niet makkelijk, die stap terug heb je niet zomaar gemaakt.” Zelfs niet met hem in de spits. “Ik heb er nu bijna twintig gemaakt, dat was toch wel mijn doel.” Doelpunten maken, is Pijnenburg dan ook niet verleerd. “Al wordt mijn snelheid wel wat minder, mede door lange dagen op het werk.” En wat extra kilootjes, lacht hij. “Je gaat van bijna iedere dag trainen, naar twee keer in de week. Dat speelt wel mee.” Moeite, heeft Pijnenburg daar echter niet mee. “Ik heb er nu eenmaal voor gekozen om vooral plezier te hebben. Daardoor sta je uiteindelijk ook vrijer op het veld.” Het veld, van Sparta’30 dus. Ook volgend seizoen. “Het is een leuke en gemoedelijke club, dus dacht ik: waarom niet? Laten we het een keer proberen. En één jaar, werden er drie.” Voor de aanvaller is het voorlopig dan ook wel prima zo, toch legt hij de lat voor volgend seizoen, een stukje hoger. “Dan hoop ik dat we écht voor een periode kunnen gaan!”

Klik op Sparta’30 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Sparta’30 voor meer informatie over de club.

SHO: Voor Niels Steehouwer is 2025 het jaar van het herstel

0

Ruim twee seizoenen stond Niels Steehouwer onafgebroken onder de lat bij eersteklasser SHO tot een ongelukje op de skipiste in Lapland een einde maakte aan die fraaie reeks. Inmiddels is hij hersteld, maar is hij vooralsnog bankbezitter tijdens de spannende climax van het seizoen voor de Oud-Beijerlandse promotiekandidaat.

OUD-BEIJERLAND – Het negende seizoen in de selectie van SHO verliep crescendo voor Niels Steehouwer tot een uitstapje naar koude oorden zijn voetbaljaargang op z’n kop zette. ,,Ik had van Adrie Troeleman, de man die binnen SHO altijd de verslagen schrijft en ook de statistieken bijhoudt, gehoord dat ik 55 opeenvolgende wedstrijden gekeept had in het eerste team. Een bijzonder gegeven, waar dus abrupt een einde aan kwam door een ongelukje op skipiste waarbij ik schade aan de binnenband van de knie opliep.’’

Van vaste keus tussen de palen bij Steeds Hooger Oud-Beijerland werd Niels Steehouwer een tijd veroordeeld tot de lappenmand, werkend aan zijn herstel in de tweede helft van het seizoen. Robin Boot nam ondertussen de honneurs waar in het doel van de formatie van trainer Ed Kruijthof. ,,Het herstel heeft de nodige tijd gevergd en ik heb er even over moeten doen om weer fit te worden. Enkele weken geleden heb ik mijn rentree weer kunnen maken tijdens een oefenwedstrijd en dat ging best redelijk. Maar inmiddels is SHO ver gevorderd in het seizoen, breken de spannende laatste weken aan en heeft Robin het prima gedaan in het doel. De vraag is dus of ik nog wel een bijdrage kan leveren tijdens de slotweken of dat ik me echt al op het volgende seizoen moet richten. Het jaar 2025 is voor mij tot nu toe het jaar van het herstel.’’

Climax

Niels Steehouwer, die op 5 mei 29 jaar is geworden, is uitgegroeid tot een vertrouwd gezicht in de Oud-Beijerlandse selectie. Voor het derde achtereenvolgende jaar was hij dit seizoen de onbetwiste nummer één. Vorig seizoen beleefde hij met zijn ploeggenoten een spannende climax, waarbij SHO nadrukkelijk in de race was voor promotie naar de vierde divisie. Tijdens de finalewedstrijd in Ridderkerk tegen Heerjansdam ging het echter faliekant fout.

,,Drie dagen eerder tegen VELO speelden we één van de beste wedstrijden van het seizoen en wonnen we met 3-0. Drie dagen later stonden we met een tikkeltje vermoeide benen tegenover Heerjansdam en waren we kansloos op het veld van RVVH’’, haalt Niels Steehouwer zich voor de geest. ,,Bovendien raakten we aanvoerder Robin Winkels kwijt die een rode kaart kreeg in deze wedstrijd. Daarna mochten we nog door voor een promotieplek met andere verliezers van beslissingsduels, waarbij we zonder Robin en enkele vakantiegangers met 4-1 van Wippolder verloren en we dus eersteklasser bleven.’’

Motivatie

Bij het ingaan van de laatste vier speelrondes stond SHO dit seizoen op poleposition in de spannende titelrace in de eerste klasse C. ,,Die klassering verbaasde mij niet, want we hebben veel kwaliteit in de ploeg. Ik denk dat onze uitgangspositie zelfs nog beter had kunnen zijn, want onderweg hebben we enkele keren dure punten laten liggen.’’

Met de concurrenten VOC, Spijkenisse en Nieuwenhoorn nog voor de boeg in het staartje van de competitie was er voor SHO bij het ter perse gaan van deze krant nog alles om voor te spelen. Het aanstaande vertrek van de talentvolle spelers Jesper Troost, Tim de Pender en Jesse Vermaat was daarbij geen ondermijnende factor, zo stelde Niels Steehouwer. ,,Met de huidige groep moesten we er gewoon voor blijven gaan. En voor die jongens was het juist een extra motivatie om goed te presteren en zo door de voordeur te vertrekken bij SHO. Het zou toch prachtig zijn om een keer het avontuur in de vierde divisie mee te maken.’’

Steehouwer, in het dagelijks leven consultant bij Robert Half waar hij ruim vijf jaar werkzaam is, maakt zich op voor zijn tiende seizoen in de selectie bij SHO. ,,Een mooie vereniging, waar ik het nog steeds enorm naar mijn zin heb. Dit is uitgedraaid op een pechseizoen in de tweede helft, volgend jaar ga ik uiteraard weer de concurrentiestrijd aan om mijn plaats in het doel weer in te kunnen nemen.’’

Klik op VV SHO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV SHO voor meer artikelen over de club.

Niels Oostdijk al meer dan twintig seizoenen actief bij SSV’65

GOES – Op vraag van zijn vader die destijds trainer was begon Niels Oostdijk, toen nog student fysiotherapie, als verzorger bij SSV’65. Eerst bij het tweede elftal, maar sinds 2005 bij het eerste. Oostdijk behoort inmiddels tot het ‘SSV-meubilair’ en heeft al heel wat trainers en spelers de afgelopen twintig seizoenen zien komen en gaan.

Bovendien maakte hij voetbal mee bij SSV’65 op verschillende niveaus. “In al die seizoenen zat daar één promotie bij na het kampioenschap in de eerste klasse. Dat seizoen hoofdklasse was qua ervaring geweldig om mee te maken. Spelen in een entourage zoals bij Quick Boys in Katwijk, Spakenburg en op De Toekomst bij de amateurs van Ajax. Daarna is het door de jaren heen sportief gezien wel minder geworden toen we degradeerden van de hoofdklasse tot uiteindelijk de derde klasse waarin we nu spelen. Maar voor mij heeft elk niveau zijn charme en doe ik het nog altijd met evenveel plezier en bezieling.”

Een aantal keer speelde SSV’65 nacompetitie, maar redde het uiteindelijk nieuwe promoties niet. Dit seizoen verkeert de Bevelandse zaterdagclub nog altijd in de gevarenzone en moet het alle zeilen bijzetten om nacompetitie te ontlopen. “Ondanks dat het sportief gezien de laatste jaren niet top draait is het eerste elftal nu echt veel meer onderdeel van de club dan het in het verleden was op hoger niveau. Toen had je ander kaliber spelers en die kwam puur voor het voetbal en minder voor de gehele beleving. Nu is dat anders en ook dat heeft voor mij toch echt veel meer. Winnen blijft het allermooiste natuurlijk, maar het spelletje blijft op welk niveau dan ook leuk om te zien en om daar onderdeel van uit te maken.”

Inmiddels is de 43-jarige Oostdijk al jarenlang werkzaam als fysiotherapeut in Lewedorp en ’s-Heerenhoek. “Ik werk daar al jaren, eerst in loondienst maar sinds 2018 heb ik de praktijk overgenomen. Als voetballer ben ik jonge leeftijd moeten stoppen door een blessure. Misschien is daar wel de liefde voor mijn vak en voor mijn rol als verzorger ontstaan… Ik begon ooit in de jeugd bij Robur, speelde kort bij v.v. Goes en uiteindelijk dus bij SSV’65. Dat kan je nu toch echt wel mijn club noemen. Als je er al zoveel jaren rondloopt en een rol vervult als vrijwilliger. Daarnaast train ik ook nog het team van onze jongste dochter en sta ook met regelmaat achter de bar om de biertjes te tappen.”

De inwoner van Goes maakte in zijn rol als verzorger ook al het nodige meer als het gaat om kwetsuren en pijntjes. “Van afgescheurde achillespezen tot kruisbandletsels, botbreuken, ontwrichtingen en een hele hoop andere kleine kwaaltjes en pijntjes. “Dan is het voor sporters toch altijd fijn wanneer er mensen met kennis van zaken zijn om de eerste handelingen te kunnen verrichten. In het verleden deed ik ook wel eens wat hersteltrainingen als daar nood aan was. Het is fijn om sporters te kunnen helpen en dan weer te zien dat ze een tijd later weer fit hun hobby kunnen beoefenen en over het veld rennen.”

En die rol hoopt hij nog wel even vol te houden bij zijn club. “Ik heb ooit gekscherend geroepen dat ik de vijfentwintig jaar zeker wil halen. Daar ben ik aardig naar op weg. Ik ga nog elke training en wedstrijd vol plezier met het fietsje naar Sportpark Het Schenge. Al moet je wel kijken naar de privésituatie qua gezin en of je het zelf fysiek kan volhouden. Maar zolang die seinen op groen staan, dan zal ik me in deze rol voorlopig blijven inzetten voor de club.”

Klik op SSV’65 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SSV’65 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.