Ricardo Kuijvenhoven zoekt altijd de voetballende oplossing
Als speler uit de eigen opleiding heeft Ricardo Kuijvenhoven een streepje voor bij de Quick Boys-supporters. “Die steun voelt goed”, aldus de Leidenaar, die onlangs zijn contract bij de Katwijkse club met twee seizoenen verlengd zag worden. “Een teken dat de club het in mij ziet zitten.”
Amper tien wedstrijden in de basis heeft hij er op zitten. Alle informatie en aanwijzingen die hij van trainer Jan Zoutman en zijn medespelers krijgt, slaat hij op. “Ik ben nog volop aan het leren”, zegt het jonge talent (19) “Soms doe ik iets goed, soms iets niet. Die fouten moeten minder.”
Kuijvenhoven werd als spelertje op vroege leeftijd door Feyenoord weggehaald bij VV Leiden. Na drie jaar te hebben rondgelopen op de Feyenoord Academy op ‘Varkenoord’ stapje hij over naar Sparta, waar hij vijf seizoenen speelde.
“Daar ben ik, toen ik tweedejaars C-junior was, zelf halverwege het seizoen weggegaan”, vertelt Kuijvenhoven. “Ik zat niet lekker in mijn vel. Het werd allemaal wat te veel voor mij. Op school ging het niet goed, het vele trainen. Ik was toe om in de buurt te gaan trainen.”
Hij vond onderdak bij de jeugd van Quick Boys. “Van die overstap heb ik geen moment spijt gehad”, stelt Kuijvenhoven. Zijn talent werd ook op Nieuw Zuid snel onderkend. Als tweede jaars A-junior mocht hij aansluiten bij het tweede, na de winterstop voegde trainer Jan Zoutman de aanvallend ingestelde speler aan de selectie van het eerste elftal toe.
Hij mocht vorig seizoen tegen Jong Almere City zijn debuut maken in de hoofdmacht. “Ik stond meteen in de basis. Ik was wel een beetje zenuwachtig, maar volgens mij was de indruk die ik achter liet positief. Alleen verloren we wel tamelijk onverdiend van Jong Almere. Dat was minder.”
Daarna deed Zoutman vooral als invaller een beroep op Kuijvenhoven, maar sinds oktober kan de Leidenaar rekenen op een basisplaats, al voelt hij zichzelf nog geen basisspeler. “Gevoelsmatig zeg ik dat ik die nog moet verdienen”, geeft hij aan. “Dat doe je als een reeks wedstrijden goed hebt gespeeld.”
Hij voelt zich in ieder geval thuis in het systeem dat Quick Boys speelt. Een systeem met een diepe spits en twee buitenspelers, waarbij Kuijvenhoven de rol van ‘tien’ vertolkt. “Een lekkere positie”, zegt hij. “Je wordt veel in het spel betrokken. Je bent een soort van spelmaker.”
Dat ligt hem wel. “Ik ben van huis uit een speler die graag de voetballende oplossing zoekt. Soms zoek ik nog de moeilijkste oplossing, waar simpel spelen volstaat. Dat is iets wat ik onder de knie probeer te krijgen.”
Hij krijgt bij die ontwikkeling hulp van trainer Jan Zoutman, maar ook van zijn oudere medespelers. “Delano A Cohen is als aanvoerder veel met mij bezig. Hij zegt vaak wat ik goed heb gedaan, soms ook wat ik minder deed, maar zijn kritiek is altijd opbouwend.”
Kuijvenhoven luistert sowieso aandachtig naar wat er gezegd en besproken wordt in de Quick Boys-kleedkamer. “Of ik daar ook mijn zegje doe? Nou, niet echt. Ik hou me koest. De oudere jongens hebben vaak het hoogste woord, die hebben daar ook alle reden toe. Ze lopen al een tijdje mee en hebben de ervaring. Ik kom net kijken en ben nog aan het ontdekken hoe het voetbal in de derde divisie is.”
In die derde divisie staat Kuijvenhoven met Quick Boys in de subtop. “Ik vond ons eigenlijk alle wedstrijden die we hebben gespeeld beter dan de tegenstander dus zouden we ons moeten mengen in de strijd om de prijzen.”v
Wesley Goeman is een teamspeler pur sang
“Laat mij maar in een dienende rol spelen.” Zo maar een uitspraak van Wesley Goeman het afgelopen anderhalf jaar. De quote typeert de 26-jarige middenvelder uit Nootdorp, die ‘volledig’ op zijn plek is bij Rijnsburgse Boys. “Deze club ademt voetbal.”
Hij is een speler die je als trainer graag in je elftal wenst: een loopvermogen om u tegen te zeggen, een trap om jaloers op te zijn en een mentaliteit om een puntje aan te zuigen. Het lekkerste voelt Goeman zich op ‘zes’. “De invulling daarvan kan per wedstrijd verschillen”, zegt de Nootdorper. “Dat is afhankelijk van hoe een tegenstander speelt. De ene keer ligt het accent meer op het verdedigen, de andere keer kan ik wat meer aanvallen.”
Met een beetje fantasie zou je Goeman een manusje van alles kunnen noemen. Eentje die, bij zijn entree op sportpark De Middelmors, snel de harten van de supporters veroverde. Hij maakt als eigenaar van een onderhoudsbedrijf lange dagen, maar klagen doet hij niet. “Waarom zou ik? Ik heb een mooi leven. Hard werken hoort erbij.”
’s Morgens om acht uur staat hij bij zijn klanten op de stoep voor een lange dag van timmeren of ander onderhoudswerk. Hij vindt het geweldig. “Ik ben van origine timmerman, maar ik draai mijn hand ook niet voor een complete verbouwing van de badkamer om”, zegt Goeman, die momenteel over aanbod van werken niet te klagen heeft. “Je merkt dat de economie antrekt, maar ik moet zeggen dat ik weinig last heb gehad van de crisis. Ook in de crisisperiode had ik altijd genoeg werk. Ja, nu ligt het werk voor het oprapen.”
Scheveningen
Hij had er vier seizoenen Scheveningen opzitten toen de trein van Rijnsburgse Boys voorbij kwam. Hij besloot er op te stappen. “Bij Scheveningen heb ik onwijs mooie jaren gehad”, vertelt hij. “Ik kwam er als relatief onervaren speler. Ik heb de kans gekregen om er te mogen spelen met jongens van naam, die een vracht aan ervaring hadden. Ik heb enorm veel geleerd in die periode.”
“Op een gegeven moment was ik ook wel toe aan een nieuwe stap. De contractbesprekingen met Scheveningen liepen ook niet erg vlot. De club had ook wel het idee dat ik toe was aan iets nieuws. Toen Rijnsburgse Boys belde, was het voor mij niet moeilijk meer.”
“Als voetballer uit Den Haag en omstreken kijk je toch altijd met bepaalde ogen naar de Bollenstreek. Het voetbal leeft er enorm. Katwijk, Quick Boys, Rijnsburgse Boys, dat zijn grote namen in het amateurvoetbal. Als het betaalde voetbal niet haalbaar is, wil je daar terecht komen.”
Hij moest bij de Uien in de derde divisie beginnen. Niet het niveau dat Rijnsburgse Boys nastreeft. “De club wilde een nieuwe start maken. Ik was één van veel nieuwe spelers. Als je als één van de weinige spelers nieuw bent, dan zijn alle ogen op je gericht. Nu was dat minder en dat voelde wel fijn eigenlijk.”
Mede door de vele nieuwe spelers duurde het even voordat het succesteam vorm kreeg. Uiteindelijk promoveerden Goeman en zijn ploeggenoten ten koste van Spakenburg naar de Tweede Divisie. “Na de 7-1 overwinning op Quick Boys is er bij mij het gevoel ontstaan dat we konden promoveren”, kijkt Goeman terug op zijn succesvolle eerste seizoen. “Daarna hebben we een goede reeks neergezet en daarin de basis gelegd voor de promotie.”
Hij merkt dat het niveau in de Tweede Divisie weer hoger is. “Logisch natuurlijk. Het selecteert zichzelf uit. Het is een mooie competitie om te spelen met prachtige wedstrijden tegen FC Lisse, VVSB, IJsselmeervogels, Katwijk.”
Die laatste club steekt er volgens Goeman bovenuit. “Katwijk is wat verder dan de andere clubs. Daarin zijn de onderlinge krachtsverschillen te verwaarlozen. Met twee overwinningen op rij kan je zo vier, vijf plaatsen stijgen. Andersom kan ook. Verlies je twee keer, dan sta je weer in de buurt van de degradatiezone.”
“Wij gaan voor het hoogst haalbare, maar ik denk dat we het als promovendus goed doen als we bij de eerste tien eindigen”, aldus Goeman, die geniet van de wedstrijden en de sfeer bij Rijnsburgse Boys. “Je merkt aan alles dat de club weer is opgeleefd. De steun van de supporters, dat is een speciaal gevoel.”
HVC’10 moet vooral aan aanval sleutelen
HVC’10 start het nieuwe seizoen met een nieuwe trainer én een vrijwel compleet nieuwe aanval. “We zullen tijd nodig hebben”, beseft nieuwe oefenmeester Henk de Zeeuw (36), die na twee jaar FC ’s-Gravezande 2 voor het eerst als hoofdtrainer op eigen benen staat.
Ongewoon veel mutaties bij de doorgaans in de competitieloze periode zo rustige fusieclub uit Hoek van Holland. Zelf moest HVC’10 ook de boer op. “Noodgedwongen”, weet De Zeeuw, die eind juli de eerste training met zijn selectie afwerkte. “HVC’10 is niet van het spelers halen. Maar nu moest er wel iets gebeuren. De hele voorhoede van afgelopen seizoen – goals en assists – is weg.
Jack Binnendijk keerde terug naar Lyra, Mathijs Benard en Remco Koornhof stopten. De Zeeuw polste oud-ploeggenoten Steve Escalona en Darryl Semil, beiden 29 jaar, voor een overgang. Die hadden daar wel oren naar. “Ik wist dat Steve en Darryl weggingen bij WateringseVeld/GONA. Twee ervaren spelers die in deze jonge selectie een meerwaarde zijn.”
Het vertrek van Daniel van der Knijff, zeven jaar lang de vaste doelman van HVC’10, werd opgevangen door Mitchell Smit. “We hebben kwaliteit ingeleverd, ja, maar er is ook de nodige kwaliteit voor teruggekomen”, verzekert De Zeeuw. “Steve Escalona is nog international voor Aruba geweest, je hebt Michael van den Bos en Leroy Smits nog. En niet te vergeten Jurgen Warbout.”
De Zeeuw maakt er geen geheim van dat hij onder de indruk is van de centrale aanvaller. “Een echte spits. Hij heeft alles in huis wat een goede spits moet hebben.”
Maar Warbout is wel een spits met een handicap. Vanwege werk is hij niet altijd beschikbaar. De Zeeuw: “Hij heeft wisselende diensten en zal daardoor regelmatig een training missen. Daar kan je heel moeilijk over doen, maar het is niet anders.”
De Zeeuw bekeek HVC’10 vorig seizoen uitgebreid. “Ik heb ze zes keer zien spelen”, vertelt de oud-doelman van Westlandia. “Wat opviel was dat ze geen enkele keer in dezelfde samenstelling speelden. Dat was niet zozeer te wijten aan Pim van der Hoorn, mijn voorganger, maar meer door andere omstandigheden. Door die wisselende samenstelling ontbrak het wel aan vastigheid. Dat was ook terug te zien aan het aantal tegentreffers. HVC’10 was de op twee na productiefste ploeg van de tweede klasse, maar moest ook op twee ploegen na ook het meeste aantal doelpunten incasseren. Dat is dus iets om aan te werken.”
Dat de competitie later start en dat hij daardoor een voorbereiding kan ‘draaien’ van zeven weken, komt De Zeeuw meer dan goed uit. “Veel nieuwe spelers, ik ben nieuw. Een nieuwe trainer betekent altijd dat er dingen gaan veranderen We gaan ook van twee naar drie trainingen in de week. Ook dat vergt aanpassingen. Die zeven weken hebben we echt nodig. Sterker, de eerste competitiehelft zullen we nodig hebben om tot een team en vaste speelwijze te komen. Ik hou me vooral met het proces bezig. Ik wil dat er een goede organisatie in het veld staat.”
