Home Blog Pagina 131

VV Dongen MO17-1 straalt plezier en gezelligheid uit

Sinds een aantal jaar heeft VV Dongen niet alleen maar senioren en jeugdteams voor de mannen, maar tegenwoordig trekken ook de dames het geel-blauwe shirt aan. Jurgen Witlox is trotse leider van de MO17-1 en praat ons bij over het plezier en de gezelligheid die de dames van Dongen met elkaar uitstralen.

Exact vijf jaar geleden werd het eerste jeugdteam voor meiden opgericht bij VV Dongen. Vanuit daar werden er net genoeg dames aangemeld om op een half veld te spelen. Uiteindelijk is dat uitgebreid en zijn zij verder gegroeid tot de MO17-1. Vanwege het aantal speelsters, moet er soms gemanaged worden maar volgens Witlox loopt dat tot nu toe op rolletjes.

“Eerst hadden ze een leidster, maar nadat haar dochter ermee stopte zochten ze een nieuwe leider of leidster. Ik regelde al een beetje de auto’s en ik hielp een beetje mee. Mijn dochter speelt er ook in dus ik kwam al vaak kijken. En voor ik het wist werd ik de leider van het team”, zo vertelt een lachende Witlox nadat gevraagd werd hoe hij in het team terechtkwam.

Witlox geeft aan dat het bij de dames vooral om gezelligheid draait. Iedereen gaat goed met elkaar om, zo geeft hij zelf aan. “Vanaf de MO15 spelen we al op een groot veld. Echter zijn we vanaf dit seizoen eerste klasse gaan voetballen, omdat we in de tweede klasse ook tegen negentallen spelen en we zijn nu al met 21 speelsters. Dan zijn we nog meer aan het wisselen dan we nu doen. Dat is voor de trainer en trainster een hele opgave. De eerste klasse was een gokje, maar het valt niet tegen.”

Als het aan Witlox ligt, is het meidenteam één geheel en gaat iedereen uitstekend met elkaar om. De leider van de MO17-1 geeft daarbij aan dat hoe ouder iedereen werd, des te beter ze één team zijn geworden. “Met de carnaval kwamen ze elkaar allemaal tegen. Dat wordt denk ik meer, maar dat is alleen maar leuk. Het leukste aan dit team is de gezelligheid. Als ze 5-1 verliezen maar ze maken een mooie goal, dan is iedereen tevreden. De sfeer is enorm goed.”

Naast de verrichtingen op het veld organiseerde Witlox een aantal uitjes om op pad te gaan met de MO17. Zo waren zij aanwezig bij een aantal wedstrijden van de Oranje Leeuwinnen, de finale van de Champions League van de vrouwen en stonden ze op de middenstip van de Johan Cruijff ArenA. “De meeste zijn voor Ajax, dus wilde ik iets regelen om daar naartoe te gaan. Dat soort dingen komt het team alleen maar ten goede.”

Witlox hoopt dat VV Dongen met de start van dit meidenteam wellicht in de toekomst meer dames te kunnen werven in Dongen, alleen geeft hij zelf aan dat dat lastig zal worden. “Je hebt natuurlijk hier drie clubs in het dorp. Daar zijn ze ook al een MO15 begonnen en het zal misschien makkelijker zijn geweest als we wat konden uitlenen aan elkaar. Het was om het meidenvoetbal in Dongen op de kaart te zetten makkelijker geweest als we met drie Dongense clubs samen zouden gaan.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Dongen
Klik hier voor meer informatie over VV Dongen

‘Ik was klaar met voetballen bij een eerste elftal’

Als het nodig was om te keepen, konden ze hem bellen. Dat gebeurde en dus maakt Yunus Arpat dit seizoen onderdeel uit van het eerste van vijfdeklasser PCP. En dat terwijl hij eigenlijk in een lager team zou gaan voetballen. “Nu speel je echt weer ergens voor.”

Hoe anders was dat vorig seizoen, begint de 37-jarige Arpat te lachen. “Toen zat ik in het derde.” Eigenlijk precies zoals de bedoeling was, op het moment dat hij drie jaar geleden de overstap maakte naar PCP. “Ik was een beetje klaar met voetballen bij een eerste elftal. Had ook geen tijd meer om te trainen. Hier zou ik in een lager team gaan spelen.” Tot ze bij het vlaggenschip van de club uit Breda dus een doelman nodig hadden. “Voorlopig heb ik bijna alle wedstrijden gespeeld!” En dat bevalt hem prima. “Lekker in de middag, meer publiek en je speelt echt ergens voor.”

Meer acceptatie
Al zou dat laatste, nog wel wat beter kunnen, vindt Arpat. “We hadden veel hoger kunnen staan. In het begin van het seizoen waren we nog niet echt een team.” Met de terugkeer van Richard Hoogkamer als trainer, gaat dat nu de goede kant op, heeft hij gemerkt. “Er is meer acceptatie onderling en spelers zijn bereid om vieze meters te maken voor elkaar. Als we nu ook nog onze kansen af gaan maken…” Iets waar Arpat vanuit de goal, natuurlijk maar weinig invloed op heeft. Toch had het deze zomer zomaar heel anders kunnen lopen. “In het begin van het seizoen zat ik bij The Gunners, maar dat was te zwaar in combinatie met trainen. Daarom ben ik teruggegaan naar PCP.” Om in een lager team te gaan voetballen dus. “Als het nodig was, wilde ik wel keepen. Nu zit ik vast bij het eerste.” In een vrijwel compleet nieuwe groep, legt Arpat uit. “Vorig jaar was dit nog het tweede.” Een doelstelling, hadden ze vooraf dan ook niet. “Eerst een team worden. Daarna zien we in de toekomst wel wat het wordt.” De nabije toekomst, ziet er volgens de oud-keeper van onder meer VV Barça, OVV’67 en WDS’19 in ieder geval goed uit. “Er is minder gezeik en er wordt meer gevochten voor elkaar.” Bij de club die Arpat in eerste instantie alleen kende als tegenstander. “Maar twee goede vrienden van mij gingen er destijds ook naartoe.” Hoe is zijn overstap hem bevallen? “Het is een leuke en gezellige vereniging. Iedereen is heel vriendelijk.”

Helpen
Toch is PCP niet de enige club, waar Arpat op het moment actief is. “Bij OVV’67 ben ik teamleider en vlagger van het eerste.” En dat niet alleen. “Daarnaast fluit ik ook nog regelmatig wedstrijden.” Dat alles, doet hij met liefde, zo blijkt. “Ik sta klaar voor clubs, vind het leuk om te helpen.” Precies zoals de inwoner van Breda voorlopig ook nog wel even bij PCP blijft doen. “In principe ga ik ervanuit dat dit mijn laatste seizoen is, maar dat roep ik al vijf jaar. Als het nodig is, wil ik nog wel keepen. Ik blijf in ieder geval lid.” Bellen, kunnen ze hem dus altijd. “Maar van een jongere keeper, hebben ze natuurlijk langer profijt.” Al is dat voorlopig, toekomstmuziek. Eerst richt Arpat zich op een succesvol einde van dit seizoen. “Als je ziet hoe het nu gaat, kunnen we straks écht hoger staan dan we nu staan.” Hoger dan die plek in de middenmoot dus. “We voetballen niet slechter dan de meeste tegenstanders, dus er valt meer te halen.” Hoe ze dat in het vervolg van de competitie gaan doen? “We krijgen meer dan genoeg kansen, alleen het afwerken moet beter. Dan kunnen we vaak wedstrijden in de eerste helft al beslissen.”

Klik op PCP voor de laatste artikelen over de club.
Klik op PCP voor meer informatie over de club.

‘Belangrijk om activiteiten te organiseren in het dorp’

Bestuurslid van de supportersclub, lid van de feestcommissie én ‘wasmoeder’ van het vrouwenteam. Evi Luijten heeft bij Molenschot meer dan genoeg te doen. Maar voetballen, heeft de 22-jarige vrijwilligster zelf nog nooit gedaan. “Het is belangrijk om binnen het dorp activiteiten te organiseren.”

Helemaal, in een klein dorp als Molenschot, vertelt ze. “De voetbal leeft enorm! Daarom is het leuk om dingen op de club te doen.” Onder meer een foto- en puzzeltocht, kaarten, golfen, een filmavond of binnenkort het bierpong. “Maar ook het forelvissen willen we weer op gaan pakken.” Als bestuurslid van de supportersclub, weet Luijten als geen ander hoe belangrijk dat is. “Buitenom de vereniging, hebben we eigen leden. In totaal 142 volwassen leden én 33 jeugdleden. Daarvoor proberen we door het jaar heen, zoveel mogelijk activiteiten te organiseren. Vooral om het levendig te houden.”

Enige vrouw
Net als bijvoorbeeld de jaarlijkse busreis naar een wedstrijd van het eerste. “Vaak met afterparty.” Hoe komt Luijten zelf, als niet-voetbalster, bij Molenschot terecht? “Ze wilden met de vrouwen op zondagochtend gaan spelen, maar dan heb ik geen tijd én ik kan niet voetballen. Toen ben ik wasvrouw geworden.” Of, zoals ze liefkozend wordt genoemd: wasmoeder. “Maar ik heb nog geen kinderen, hoor!” Minder leuk, is het daardoor niet. Ook niet in het bestuur van de supportersclub. “De enige vrouw die daar op dat moment in zat stopte, toen ben ik het gaan doen. Dat was vorig jaar.” Bestaande uit een groepje van zes, zetten ze zich in voor de leefbaarheid binnen het dorp. “Het is altijd gezellig op de voetbal en het is belangrijk om dingen te doen. Daarnaast vind ik het ook gewoon leuk om wat te organiseren.” Zo ook de golf, op de club. “Dat is hartstikke populair, daar doen over het algemeen een mannetje of 50 aan mee!” De reacties, zijn dan ook hartstikke positief. “We krijgen er steeds meer leden bij. En, we doneren ook een bedrag aan de voetbal.”

Jubileum
Stilzitten, doen ze bij de supportersclub dan ook niet. “Laatst hadden we voor de jongste jeugd een filmavond en in het verleden hebben we regelmatig tafelvoetbaltoernooien gehouden. Daarvoor in de plaats, willen we nu voor de oudere jeugd een bierpongavond organiseren. Kijken of dat wat is.” Naast het feest voor het 30-jarig jubileum van de supportersclub. Want ook daar, is Luijten bij betrokken. “Ik vind het heel leuk dat ik nu in de feestcommissie zit! Eén keer in de vijf jaar houden we een feest, dit keer gaan we op 5 april naar een café in het dorp, met als thema ‘Western’.” Het klinkt allemaal als veel, maar volgens Luijten is het prima te doen. “Het vergaderen valt mee, dat is het voordeel van dit bestuur. Vaak maar één keer in de twee of drie maanden. Meestal doen we toch dezelfde activiteiten, dus dat loopt wel.” Betrokken bij ongeveer alles wat ze doen, ziet de inwoonster van Molenschot zichzelf dat voorlopig nog wel blijven doen. “Als het aan mij ligt dan tenminste!”

Klik de link voor een recent artikel over vv Molenschot

‘Iedereen wordt geaccepteerd en is er voor elkaar’

0

Ouderwetse voetbalhumor, Ramon Tax kan eigenlijk niet zonder. En dus geniet de voormalig keeper als leider van de 35+ en trainer van de JO7 bij SAB nog altijd van het voetbalspelletje. Al is het alleen maar, om zijn club te kunnen helpen. “Ik heb hier echt vriendschappen voor het leven opgebouwd.”

Begonnen dus als keeper in de jeugd én later zelfs nog bij het eerste. “Al was dat maar even, daarna kwamen er keepers die beter waren dan ik.” Twee jaar geleden hing Tax (47) zijn keepershandschoenen aan de wilgen, nadat hij last kreeg van twee longembolieën en een trombosebeen. “Ik speelde toen bij de 35+, maar de dokter vond het niet meer verstandig als ik zou blijven voetballen. Toen ben ik gestopt.” Als voetballer dan welteverstaan. “Nu ben ik leider. Dat is hartstikke leuk! Het zijn eigenlijk allemaal vrienden en maten van elkaar.” En acht wedstrijden per seizoen, is precies genoeg, lacht de inwoner van Prinsenbeek. “Dat is beter voor het voetbalgestel.”

Familie
Daarmee stiekem ook voor hem als leider. “Toen NAC nog in de Keuken Kampioen Divisie speelde, zat de helft van ons team op vrijdagavond in het stadion. Moest ik al die wedstrijden verzetten.” Gelukkig heeft hij daar nu geen last meer van, maar stilzitten, doet Tax nog steeds niet. “Ik doe de planning, zorg dat de kantine open is en dat de velden klaarstaan. En soms regel ik nog een gezellige zanger.” Over de opstelling, hoeft hij zich gelukkig niet meer te buigen. “Dat deed ik in het begin wel, nu regelt dat zichzelf. Eigenlijk vond ik dat het minst leuke om te doen.” Verder, geniet Tax met volle teugen van zijn rol. “Die ouderwetse voetbalhumor is prachtig!” Iets waar de oud-doelman letterlijk en figuurlijk mee is opgegroeid. “In de C5, toen ik een jaar of tien was, ben ik hier begonnen met voetballen.” Op een paar jaartjes na, was het de Bredase club wat voor Tax de klok sloeg. “Het leuke van SAB, is voor mij de diversiteit qua leden en publiek. Daardoor kom je overal ‘Sabbers’ tegen, dat is ongekend. Het is echt één familie. Dat vind ik heel bijzonder.” De voetbal heeft hem dan ook veel gebracht, vertelt Tax. “Ik heb hier vriendschappen voor het leven opgebouwd, maar ook meer zelfvertrouwen gekregen. Iedereen wordt geaccepteerd en is er voor elkaar. Dat vind ik heel mooi aan SAB.”

Eigen ding
In zijn geval, dus ook als trainer van de JO7. Het team van zijn zoontje. “Het is iedere woensdagavond weer genieten van de onbevangenheid van die mannetjes!” In zijn tweede jaar, weet Tax inmiddels wel wat hij kan verwachten. “Ze doen lekker hun eigen ding, lopen door elkaar heen en zijn eigenlijk niet te sturen. Dat moet je ook gewoon laten doen.” Hoe is het om zijn eigen zoontje training te geven? “Hartstikke leuk! Ik had wel iets meer strijd verwacht, maar dat valt mee. En zijn plezier, staat natuurlijk voorop.” Plezier, dat regelmatig mee naar huis wordt genomen. “Thuis gaat het veel over NAC of voetbal in het algemeen. Mijn oudste zoon is er, net als de jongste, hele dagen mee bezig.” De ontwikkelingen bij SAB, juichen ze dan ook toe, in huize Tax. “Er is heel veel aanwas vanuit de kabouters, inmiddels hebben we al drie JO7-teams. Wat dat betreft kun je merken dat de club leeft!” En niet voor niks, vertelt de docent van beroep. “We zitten in een leuke buurt en de vereniging doet heel veel voor de kinderen.” Iets wat Tax als het aan hem ligt, voorlopig zelf ook nog wel even blijft doen. “Ik heb niet de ambitie om écht trainer te worden, maar wil wel graag een stukje coördinatie gaan doen. Vrijwilligers zijn moeilijk te vinden, dus ik vind het mooi om de club op die manier te helpen!”

Klik op SAB voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SAB voor meer informatie over de club.

‘Steeds meer mensen willen betrokken zijn’

Sinds het begin van dit seizoen, is John van den Berg voorzitter van TVC Breda. En in die periode, is er een hoop veranderd bij de club. Onder meer door de komst van een volledig nieuw bestuur en de verandering van speeldag. “Het gaat de positieve kant op.”

Maar dat was nodig ook, vertelt de 64-jarige Van den Berg. Voorzitter worden, voelde voor de inwoner van Prinsenbeek dan ook bijna noodzakelijk. “Mijn hart ligt bij TVC Breda, dan kan ik de club niet zo laten gaan.” Want heel goed, ging het de laatste tijd niet met de vereniging, zo is hij eerlijk. “We hadden een achterstand van betaling bij de gemeente en liepen eigenlijk tegen een muur aan.” Na ‘eindelijk’ een aantal goede gesprekken, is er echter licht aan het einde van de tunnel. “Het was niet makkelijk, maar we zijn tot een compromis gekomen. Waardoor we kunnen gaan voldoen.”

Inkomsten
Al is dat nog maar het begin, van een gezonde toekomst, vertelt Van den Berg. “Daarnaast zijn we bezig met verduurzamen, onder meer door 58 zonnepanelen op het dak te leggen en een airco aan te schaffen. Dat moet ons uiteindelijk geld gaan opleveren.” Ook zijn ze bij TVC Breda aan de slag gegaan met de BSO, de buitenschoolse opvang. “Met een aantal aanpassingen, kunnen ze dat straks bij ons in de kantine gaan doen. Mits de gemeente het goedkeurt. Dat is heel positief, omdat het inkomsten oplevert om schulden af te lossen.” Kortom, het gaat de goede kant op. “Verder hebben we een nieuw kassasysteem en zijn we bezig met nieuwe sponsoren. Zo proberen we het steeds een beetje verder uit te breiden.” Onder meer met het organiseren van activiteiten. “Om geld te verdienen. Dan kun je denken aan donderdagavond clubavond, de Club van 25, de Grote Clubactie of een nieuwe kledinglijn.” Toch is dat alles, niet het grootste nieuws. “We gaan van de zondag, naar de zaterdag. TVC Breda wordt een zaterdagclub.” Want ook dat, brengt de nodige voordelen met zich mee, legt Van den Berg uit. “Op zondag hoeft de kantine dan niet meer open en het licht niet meer aan. Daardoor heb je ook minder vrijwilligers nodig. Het geeft gewoon een stukje rust.” Al zagen ze er in eerste instantie best tegenop, moet hij bekennen. “Uiteindelijk hebben we het op de ALV voorgedragen en was er geen commentaar op. Nu moeten we er gewoon met z’n allen onze schouders onder zetten.”

Meer structuur
Bij de club, waar Van den Berg al een groot deel van zijn leven komt. “Ik heb zelf onder meer bij Vesting Boys, VV Breda en TVC Breda gevoetbald. Wat dat betreft ben ik nu wel een beetje terug op het oude nest.” Al is hij dat inmiddels alweer een flinke tijd. “Tien jaar geleden ben ik gestopt bij de veteranen. Daarna heb ik van alles gedaan. Jeugdtrainer, bestuurslid voor het organiseren van jeugdactiviteiten en wedstrijdplanner.” Tegenwoordig, is Van den Berg naast voorzitter, ook nog leider van de ‘Zaterdag 2’. “Dat team hebben we nu al vijftien seizoenen. Eerst was ik trainer, nu is de derde helft steeds belangrijker.” Al is het alleen maar voor de gezelligheid. “We proberen steeds meer leden binnen te krijgen. Groter worden, helpt ook bij het zijn van een gezonde vereniging.” In combinatie met de sportacademie, die na de contractverlenging ook de komende twee jaar bij TVC Breda intern zit. “Daar komen veel mensen op af, dat is mooi om te zien!” Uitdagingen, liggen er voor Van den Berg en zijn collega’s voorlopig dan ook nog genoeg. “Het belangrijkste is om de club levendig te houden, al is dat niet makkelijk. Alles is duur tegenwoordig.” Toch is het de bedoeling dat er op donderdagavond weer regelmatig dingen georganiseerd gaan worden. “Bijvoorbeeld samen een potje darten of biljarten.” Eén ding is in ieder geval zeker, aan zijn inzet zal het niet liggen. “Zolang het goed gaat, blijf ik het doen. Ik heb TVC Breda helpen opzetten, dus de club zit in mijn hart. Dat verlaat ik niet zomaar.” De goede dingen, komen volgens Van den Berg dan ook steeds meer naar boven. “Er is nu veel meer structuur binnen de vereniging, onder meer door de verschillende commissies.” Van activiteiten tot aan verduurzamen en van topsport tot aan breedtesport, de nieuwe voorzitter ziet het helemaal voor zich. “Het is mooi om te zien dat steeds meer mensen betrokken willen zijn!”

‘Een teleurstelling als je het niet haalt’

Na zes jaar in de jeugdopleiding van NAC Breda, maakte Sam Bielok twee seizoenen geleden de overstap naar RKVV Roosendaal. Eerst om in de JO19 samen met zijn vrienden te voetballen, maar al snel werd hij doorgeschoven naar het eerste van de tweede klasser. “Het was wel even schakelen bij de amateurs.”

Met zijn vertrek bij NAC, heeft de twintigjarige verdediger dan ook wel een tijdje gezeten, is hij eerlijk. “Tuurlijk is het een teleurstelling, als je het niet haalt.” Toch kijkt Bielok met een goed gevoel terug op zijn tijd in Breda. Waar hij vanaf de JO12 tot en met de JO18 voetbalde. “Het was zwaar, maar wel heel leuk. Je gaat met teamgenoten naar dezelfde school en traint bijna iedere dag samen. Dat zorgt voor een heel goede band.” Vooral met het verschil in trainingsarbeid, had de rechtspoot in het begin bij Roosendaal moeite, vertelt hij. “Terug naar twee keer trainen en op een stuk lagere intensiteit.”

WISSELEND SUCCES


Bielok begon vorig seizoen, dan ook in de JO19 van de club. Een bewuste keuze, legt de ‘back’ uit. “Door NAC had ik eigenlijk nooit echt met vrienden gevoetbald. Dat miste ik. Daarom wilde ik dat graag een jaartje inhalen.” Na een half seizoen, ben ik toen bij het eerste aangesloten.” Van de jeugd, naar de senioren dus. “Dat was wennen, maar ook prettig. Hogere intensiteit en meer duelkracht. Eigenlijk precies wat ik bij NAC gewend was.” Inmiddels, gaat het Bielok dan ook voor de wind. “Ongeveer vijf wedstrijden voor de winterstop, ben ik in de basis gekomen. Die lijn hoop ik door te trekken.” Als linksback. “Ik ben iemand die graag meevoetbalt in de opbouw en mee naar voren gaat.” Met wisselend succes. Qua teamprestaties dan tenminste. “Als je het ons van tevoren had gevraagd, staan we nu lager dan we hadden verwacht of gehoopt.” Helemaal na de vierde plek van vorig jaar. “We begonnen nog heel goed aan dit seizoen, stonden zelfs nog bovenaan. Daarna is het naar beneden gegaan.” Met een plek vlak boven de nacompetitie voor degradatie tot gevolg. “Door blessures en afwezigen, hebben we vooral problemen gehad in de verdediging. Toch zouden we ook met de spelers die we nog over hadden, beter moeten kunnen.” Waarom dat steeds net niet lukt? “Dat vind ik lastig te verklaren.”

BESTE VRIEND


Desondanks houdt Bielok, die in zijn periode bij NAC samenspeelde met Ezechiel Banzuzi en duels uitvocht met onder andere Isaac Babadi, Kees Smit en Antoni Milambo, vertrouwen in een betere tweede seizoenshelft. “Voorlopig moeten we naar boven én beneden kijken. Dus hopelijk kunnen we meer punten gaan pakken.” Al komt dat niet vanzelf, weet ook Bielok. “Aan het voetballen ligt het niet, maar we moeten meer doorzettingsvermogen tonen. Een stapje extra, om duels te kunnen winnen. Wat dat betreft is Dylan Matthijssen een voorbeeld voor iedereen. Die gaat altijd door tot de laatste minuut.” Voor de volle honderd procent. “Als we allemaal onze taak uitvoeren, moet het beter gaan.”

En durft Bielok zelfs verder te dromen. “Ons doel is eerst om erin te blijven. Wie weet kunnen we daarna nog naar een periodetitel kijken.” Over zijn eigen ambities, heeft de jongeling nog niet nagedacht. “Voorlopig wil ik gewoon lekker bij Roosendaal blijven voetballen en hier een vaste kracht en belangrijke speler worden.” En dat is niet voor niks. “Ik ben nu voor het tweede seizoen jeugdtrainer. Eerst bij de JO11, nu de JO13. Samen met Demen Haast, een goede vriend van mij.” Een klein beetje geïnspireerd door zijn vader, vertelt Bielok. “Die heeft mij vroeger ook altijd training gegeven, dus van daaruit heb ik dat wel een beetje meegekregen. Dat zijn toch mooie herinneringen.” En natuurlijk, vindt hij het voetballen gewoon hartstikke leuk. “Het is mooi om de dingen die ik bij NAC heb geleerd, aan die jongens mee te geven.” Zodat ze later, misschien ook wel die stap naar het eerste kunnen maken. “Om dat samen met je beste vriend te kunnen doen, is iets speciaals!”

Klik op Rkvv Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rkvv Roosendaal voor meer informatie over de club.

Revapoint: ‘Genezen door te bewegen’

Zoveel mogelijk sporters goed, maar vooral snel helpen tijdens hun blessure of revalidatie. Dat is wat ze bij Revapoint iedere dag proberen te bereiken. En om dat de komende jaren nog beter te kunnen doen, zitten ze nu midden in een grote verbouwing, zodat er straks in een nieuwe moderne oefenzaal nog gerichter kan worden getraind.

Een aantal jaar geleden begonnen eigenaren Eddy Voeten en Claire Cadot samen aan een nieuw avontuur, nu is het dus tijd voor de volgende stap. “We willen het gebouw helemaal naar ons zin maken, zodat er niet alleen outdoor, maar ook indoor goed getraind kan worden.” Voeten ziet het al helemaal voor zich. “Straks hebben we allerlei fitnessapparaten, zodat al onze revalidanten sportgericht kunnen trainen. Want voetbal is natuurlijk heel anders dan bijvoorbeeld tennis.”

Totaalplaatje

Voetballers weten hun weg naar Reva maar al te goed te vinden, vertelt hij. “Spelers uit heel de regio, van Kruisland tot Cluzona.” Cadot legt graag uit wat ze dagelijks doen. “Het belangrijkste voor ons is dat we sporters snel kunnen helpen, geruststellen en per persoon kijken wat het beste is.” Een persoonlijk oefenplan, in een zogeheten ‘open keten’. “Met losse gewichten of ‘aquabags’ dus niet vast op een apparaat.” Maar er wordt vooral verder gekeken dan de klacht, zo schetst Voeten. “Vaak ligt de nadruk op pijndemping, maar je moet eigenlijk kijken naar het hele lichaam. Vanuit daar komt meestal de overbelasting.” Zo actief mogelijk, want zoals ze bij Reva zeggen: “Genezen door te bewegen.” Dat gebeurt vanaf eind december in de nieuwe praktijk. “De binnenkant is helemaal af, we hebben al nieuwe behandelkamers, vorige week is gestart met de buitenkant.” Alles onder één dak, vult Cadot aan. “We kunnen echo’s maken, hebben kniespecialisten of mensen die gespecialiseerd zijn op het gebied van spieren en pezen. De lijntjes zijn kort, zodat we een totaalplaatje kunnen bieden.”

Meer bieden

Voeten geeft een voorbeeld uit de praktijk. “Als iemand zijn kruisband scheurt, proberen we ze ook te begeleiden op het gebied van voeding. Maar we hebben ook iemand die voor zooltjes op maat kan zorgen, zo geef je eigenlijk meer, dan waar ze in eerste instantie voor kwamen.” Daar komt in de toekomst ook nog mentale begeleiding bij, in het kader van ‘beter voorkomen dan genezen’, zijn ze voor de komende maanden bezig met een nieuw traject. “Hoe kunnen we blessures voorkomen? Hoe werk je toe naar die intensiteit van een voetbalseizoen? Daar willen we programma’s voor aan gaan bieden.” Hun voldoening is iedere keer weer hetzelfde. “Als ze na een lange revalidatie weer op het veld staan en je ziet ze opbloeien, daar doe je het voor!”

Klik op Revapoint voor meer informatie over Revapoint

Talentvolle Mul grijpt zijn kans bij JEKA

In zijn eerste volledige seizoen als speler van het vlaggenschip, knokte Floris Mul zich bij tweedeklasser JEKA vrij snel in de basis. En dus lijkt de jonge middenvelder zich moeiteloos te hebben aangepast aan het seniorenvoetbal. Toch blijft hij kritisch. “Vooral fysiek was het wennen.”

Want precies dat, is niet zijn sterkste punt, begint de negentienjarige Mul te lachen. “Daar moet ik het niet van hebben! Ik moet, zeker nu tegenstanders nog sterker zijn, uit de duels proberen te blijven.” Hoe hij dat probeert te doen? “Inspelen en doorbewegen. Vaak maar één of twee keer raken.” De overstap vanuit de jeugd, was voor de inwoner van Breda dan ook een grote. Letterlijk en figuurlijk. “Vorig jaar trainde ik wel al mee én viel ik soms in, maar sinds dit seizoen zit ik echt officieel bij het eerste.” En dat was wennen, vertelt hij. “In het begin speelde ik nog niet zoveel. Pas na een wedstrijd of zes, kwam ik in de basis.”

Goede reeks
Mede dankzij hoofdtrainer Maikel Nijst, iemand die Mul goed kent. “Ik had hem ook al als trainer in de JO19, dus dat is natuurlijk wel fijn en een voordeel.” Sowieso maakt de oefenmeester, die zelf ook pas begin 30 is, een uitstekende indruk op de nummer 8. “Hij weet hoe wij denken als jonge spelers en kan het goed overbrengen. Serieus als het moet, maar vaak genoeg ook met een grapje.” Welke resultaten levert die werkwijze tot nu toe op? “We begonnen wat minder aan het seizoen, daarna hebben we een goede reeks neergezet. In principe doen we het prima, al kan het voor mijn gevoel nog beter.” En gezien de stand én de uitgesproken doelstelling, lijkt zijn gevoel ook wel te kloppen. “Vooraf wilden we graag bovenin meedoen en misschien wel gaan voor een periode. Nu willen we vooral zo hoog mogelijk eindigen. Alles zit nog dicht bij elkaar.” Om dat daadwerkelijk voor elkaar te krijgen, moet JEKA vooral constanter worden, vindt Mul. “Minder wisselvallig en er iedere week staan.” Ook tijdens standaardsituaties. “Daar krijgen we nog te veel goals uit tegen.” 

Heen en weer
Iets waar hij als lopende middenvelder, maar dan aan de andere kant, eigenlijk voor zou moeten zorgen. “Ik heb nog niet gescoord, maar heb wel al een aantal assists!” Toch probeert Mul zowel in het aanvallen als verdedigen, zijn steentje bij te dragen. “Het liefste speel ik op 8, zodat ik veel heen en weer kan lopen. Daarnaast heb ik graag de bal, om het spel te kunnen maken.” Een beetje zoals Frenkie de Jong dus. “Daar kijk ik veel naar! Net als Tijjani Reijnders, die doet het momenteel bij AC Milan ook heel goed.” Desondanks, ligt zijn favoriete club, een stuk dichter bij huis. “Ik ben voor NAC Breda, had vroeger zelfs een seizoenkaart.” Naast natuurlijk zijn liefde voor de vereniging waar hij al zijn hele leven speelt. “Volgens mij was ik zes, toen ik bij JEKA begon met voetballen.” Nooit vertrokken, kent Mul inmiddels iedereen. “De mensen om de club, de trainers, maar vooral ook de vrienden waar je mee speelt. Alles is hier goed geregeld. Het is echt een leuke club om te spelen. In de jeugd speelde je ook altijd op een hoog niveau.” Hoe zit het nu met zijn ambities? “Ooit zou ik graag nog een niveautje hoger willen, dus ik sta open voor andere clubs. Maar de komende tijd wil ik zoveel mogelijk minuten maken bij JEKA en ervaring opdoen in het seniorenvoetbal.” En zichzelf, op die manier verder ontwikkelen. “Vooral fysiek kan ik nog wel stappen maken. Naar de sportschool? Dat zou ik binnenkort eigenlijk moeten gaan doen!”

Klik op rkvv JEKA voor de laatste artikelen over de club.
Klik op rkvv JEKA voor meer informatie over de club.

HSC’28 heeft voetballend de stijgende lijn te pakken

Ondanks de resultaten, hebben ze dit seizoen bij vijfdeklasser HSC’28 weldegelijk stappen gemaakt. Tenminste, dat vindt Levi van der Schot. Toch had ook de jongeling, gehoopt op een hogere klassering. “Niemand vindt het leuk om zo laag te staan.”

Al is daar wel een logische verklaring voor te vinden, vertelt de achttienjarige linksbuiten. “Een nieuwe trainer én nieuwe spelers. Daardoor was het begin lastig.” Met een plek bij de onderste drie van de vijfde klasse dus tot gevolg. “We hadden natuurlijk allemaal gehoopt hoger te staan, maar ondanks de resultaten, hebben we als team wel echt stappen gemaakt.” Op welk vlak? “Het opbouwen gaat steeds beter en we voelen elkaar meer aan, waardoor we onze kwaliteiten beter kunnen benutten.” Voeg daar een portie teamspirit aan toe en de inwoner van Bergen op Zoom durft stiekem omhoog te kijken. “Ik hoop dat we nog gaan stijgen!”

Even wennen
Hoe groot die uitdaging ook zal zijn, is Van der Schot meteen eerlijk. “We vinden het nog lastig om goed met tegenslagen om te gaan.” Mede door een nieuwe manier van spelen, legt de rechtspoot uit. “In de eerste seizoenshelft hadden we moeite met het uitvoeren van de visie van de trainer. Op de trainingen ging het goed, maar in de wedstrijd lukte het dan niet echt en vielen we snel terug in ons oude spel.” Het geven van de lange bal en gokken op de snelheid voorin. “Nu willen we juist kort opbouwen. Daar moesten we in het begin wel even aan wennen, zeker de spelers achterin.” Inmiddels, gaat dat echter steeds beter, merkt Van der Schot. “Voetballend hebben we de stijgende lijn te pakken. Dan komen de resultaten als het goed is vanzelf!” Een prettige constatering, zeker met het oog op de toekomst. “We proberen nu natuurlijk nog zoveel mogelijk punten te pakken, maar moeten vooral het voetballende aspect blijven verbeteren. Voor de komende jaren.” Verbeterpunten, ziet Van der Schot dan ook nog genoeg. “Soms krijgen we counters tegen, omdat we te hoog op het veld staan. In het omschakelen, kunnen we nog wel stappen maken.” Hoe lastig dat misschien ook is. “Vaak zijn dat momentopnames.” En het gevaar van hoog druk willen zetten. “Eerst was het afwachten en kijken wat de tegenstander zou gaan doen. Nu nemen we meer het voortouw.”

Fysiek verschil
In zijn derde seizoen bij de club, nadat Van der Schot in de jeugd ooit was begonnen bij Halsteren en MOC’17. “Ik kende een aantal mensen bij HSC’28 en zag het als een mooie kans om mezelf als jonge speler te kunnen ontwikkelen. Tussen ervaren jongens.” Gestart bij het tweede, voelde hij zich al snel thuis in Heerle. “Je wordt met open armen ontvangen en er hangt altijd een goede sfeer.” Ook binnen het veld. “Ik kan in principe op de hele linkerflank spelen. Van linksback tot linksvoor.” Toch heeft Van der Schot wel een duidelijke voorkeur. “In de aanval kan ik het beste uit de voeten.” En gezien zijn kwaliteiten, is dat ook niet zo gek. “Een creatieve speler, met snelheid en iemand die voor dreiging kan zorgen.” Meestal door de bal af te spelen, in plaats van zelf te gaan. “Ik houd ervan om een steekbal te geven.” Hoewel dat bij de senioren een stuk lastiger is dan in de jeugd, lacht Van der Schot. “Het is een groot verschil qua fysiek. Dat merkte ik meteen.” Daar ligt voor de tiener dan ook de grootste uitdaging, de komende jaren. “Op dat gebied moet ik nog wel een stap maken. Maar ook mijn schot kan nog beter.” Zeker, om zijn ambitie waar te kunnen maken. “Uiteindelijk hoop ik op een zo hoog mogelijk niveau te komen!”

Klik op HSC’28 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HSC’28 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.