Home Blog Pagina 1111

Fitheid moet het verschil maken voor Valken’68

Alan Campfens beschouwt zijn eerste seizoen bij Valken’68 als een bouwjaar. Het ‘niets moet en alles mag’-principe gaat bij de 41-jarige oefenmeester echter niet op. Hij vraagt van zijn spelers om beleving en toewijding.

Dat is al terug te zien in het aantal trainingssessies waaraan de voormalig speler van UVS, de Ajax- en Feyenoord-jeugd, Rijnsburgse Boys, Ter Leede en SJC zijn pupillen wekelijks onderwerpt. Tot deze maand waren dat er drie. “Ik wil dat mijn spelers fit en fris zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dat in een seizoen een punt of acht, negen verschil kan maken. Een gozer die fit is rondt net even wat beter op doel af.”

Waar de concurrentie in de tweede klasse het over het algemeen doet met een dinsdag- en donderdagtraining daar heeft Campfens zijn selectie ook al op maandag op het trainingsveld staan. “Niet dat ik ze dan de graspolen eruit laat lopen, wel om ze een goede hersteltraining voor te schotelen. Dat maakt de weg vrij voor een intensieve training op dinsdag. Het lichaam is dan al geprikkeld.”

Volgens de trainer zijn zijn spelers veel fitter en frisser dan vorig seizoen en is ook de blessuregevoeligheid fors afgenomen. “Die training op maandag duurt maximaal een uurtje, maar is wel heel belangrijk om het lichaam in de beste vorm te houden.”

Campfens heeft zijn eerste seizoen bij de roodgele roofvogels omgedoopt tot bouwjaar. Fittere spelers is slechts één van de vele aspecten waar hij aandacht aan besteedt. “Maar het is wel een belangrijke om te zorgen dat op het veld uitgevoerd kan worden wat ik graag wil.” Hij wil spelpatronen terugzien. “Automatismen, maar dat krijg je alleen als je er veel op traint. Ik ben constant bezig om spelers bewust te maken van hun handelen. Dat geldt voor de aanval, maar ook voor de verdediging.”

Een spiegel voorhouden hoort daar ook bij. Na de wedstrijd tegen Te Werve, door Valken’68 met 4-0 gewonnen, pakte hij de video-opnamen erbij. “De spelers konden met eigen ogen zien dat de eerste 25 minuten te schandalig voor woorden was. De instelling waarmee we die wedstrijd begonnen was niet goed. Je hoopt uiteraard dat spelers gaan nadenken en dat zoiets nooit meer voorkomt.”

Hij vraagt om beleving en toewijding van zijn spelers. “We hebben spelers die in het verleden goed genoeg waren voor de derde divisie en de hoofdklasse, maar als zij denken dat ze het in de tweede klasse even doen, werkt het niet”, aldus Campfens, die met Valken’68 de ‘doelstelling’ heeft neergelegd om in elk geval een stabieler seizoen te draaien dan vorig jaargang. Toen was het lange tijd moeizaam van Valken-kant, maar werd dankzij een eindsprint wel de laatste periodetitel nog gewonnen.

“Ik hoor nu ook links en rechts de verhalen dat we voor het kampioenschap kunnen gaan. Het zal best. Ik kan daar niet zo veel mee. We zijn volop bezig met een proces van vooruitgang boeken. Dat is het doel, een eventueel succes later is een gevolg.”

Wil je meer informatie over de club Valken’68? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Hooijmans gaat tettermuziek bij Warmunda zeker niet missen

“Kees, zit je in haar in de krul”, plaagt Jos van Hal, supervrijwilliger van Warmunda, als de verzorger op weg is naar zijn ‘hok’. Sinds de verbouwing op het complex beschikt Kees Hooijmans over een luxeruimte waar hij de spelers van Warmunda kan behandelen.

“Soms zit het hier helemaal vol. Dan moet ik wel eens optreden en die gasten wegjagen”, zegt hij met een lach. Niet voor niets hangt op zijn planbord een kaartje met de tekst ‘De wil van Kees is wet’.

“Die omgang met die jongens houdt je jong”, vervolgt de 75-jarige Hooijmans, die net over de gemeentegrens met Oegstgeest woont. “Want dat is natuurlijk wel zo: ik ben ouder geworden, maar de spelers blijven even jong. Nieuwe komen in de plaats van oudere.”

Vol trots laat hij het complex van Warmunda zien. Hij kent er ieder hoekje en gaatje. Niet zo verwonderlijk als je al 24 jaar verzorger bent. “Ik moest zelf door een knieblessure stoppen met voetballen”, vertelt hij. “Dat was bij UDO en daar ben ik als verzorger van de B-selectie ook begonnen. Warmunda zocht op een gegeven moment een verzorger. De rest van het verhaal is bekend. Ik zit er nog steeds.” “Koos Schouten was trainer toen ik begon. Dat was een fijne man. Eigenlijk heb ik met alle trainers wel goed kunnen samenwerken. Met Alan Campfens had ik ook een speciale band. Fijne kerel is dat. Jammer dat het vorig seizoen zo gelopen is. Nu is Barry van Rijn één van de trainers. Dat is grappig, want die heb ik als speler nog meegemaakt. Dat krijg je als je er zo’n lange tijd zit als ik.”

“Zeker in de beginperiode hadden we een sterk elftal. De saamhorigheid was groot. Ik ben niet het type van ‘vroeger was het beter’. Het is nu anders. Er zijn ook veel zaken ten goede veranderd. Spelers zijn beslist veel fitter dan pak ‘m beet 22, 23 jaar geleden. Vroeger gingen ze niet zo bewust met hun lichaam om. Nu trainen veel spelers extra in de sportschool. Ik merk sowieso dat we dit seizoen een veel jongere spelersgroep hebben. Er zijn weinig blessures. Voor vandaag heb ik van niemand een berichtje gekregen dat hij extra behandeld moet worden.”

Standaard bij Warmunda is de harde muziek die wordt gedraaid. Het is niet zijn smaak. “Nee, niet bepaald. Het is tettermuziek.”

Een kampioenschap maakte hij nooit mee, wel twee promoties. “Dat was een happening, want we gingen op de platte kar door het dorp. Dat zijn momenten die je nooit vergeet.”

Hij is inmiddels toe aan zijn 25ste jaar als verzorger. Een 26ste jaar komt er als het aan hem ligt niet meer. “Ik ben 75 jaar, de club moet lekker een jonger iemand zoeken.” Daar zijn ze bij Warmunda echter niet van overtuigd. Hooijmans: “In de winter zou ik best nog wel eens willen bijspringen, maar in de zomer liever niet. Met mijn vrouw samen heb ik een stacaravan op de Veluwe. Ik ben heel plichtsgetrouw. Als verzorger moet je er altijd zijn.”

Wil je meer informatie over de club Warmunda? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Meidenvoetbal Brielle zit in de lift

Jeffrey van Hoorn van VV Brielle leeft helemaal mee met zijn meiden. “Lis! Bied je aan”, roept hij. “Emma blijf lopen.” En nog geen tien seconden later: “Omdraaien Lisa!” En als de concentratie even dreigt de verslappen: “Let op, Jette!”

De trainer van de MO13 heeft alle reden om ijsberend en coachend langs de lijn te lopen. Zijn meiden, de MO13-1 van Brielle, spelen de kampioenswedstrijd tegen SHO. De thuisploeg, die een stuk lager staat op de ranglijst, geeft taai tegenstand. Het staat lang 1-0 voor Brielle, dat móet winnen. Uiteindelijk lopen de Brielse meisjes uit naar een 0-4 overwinning. Voor Sandra Terol reden om de (kinder) champagne te ontkurken. Terol (45) heeft samen met Mike Mol (51) de coördinatie van het meidenvoetbal bij Brielle op zich genomen. “Het gaat echt als een trein”, zegt zij. “We hebben de afgelopen drie seizoenen enorme stappen gezet. Van anderhalf elftal zitten we nu al aan vier teams. Volgend seizoen gaan we er een JO17 bijkrijgen.” “Daarmee hebben we een complete leerlijn”, stelt Mol tevreden vast. Brielle heeft dit seizoen een MO13, twee MO15-teams en een MO19. “Daarnaast spelen er de nodige meisjes bij de jongens in de JO9 en JO10.” Ook heeft de club nog een 35-plus team dat in de zeven tegen zeven-competitie speelt en twee zaalseniorenteams.

De snelle doorontwikkeling heeft Terol en Mol en ook Brielle verrast. “Brielle heeft niet echt een geschiedenis met meisjes- en vrouwenvoetbal. Wel WitRoodWit.” Eén van de twee clubs waaruit VV Brielle uit voort kwam hadden jaren geleden een bloeiende vrouwenafdeling.

“Drie elftallen waren er”, herinnert Mol zich nog. “Het succes werd ook meteen de ondergang. Het eerste elftal speelde op landelijk niveau. Dat ging een tijdje goed maar toen het fout ging ging het ook helemaal fout. In mum van tijd was de vrouwentak helemaal weg.” Brielle wil dat scenario in de toekomst voorkomen. Mol en Terol weten wel hoe: een nog bredere proberen neer te zetten. “Je bent nu nog altijd erg kwetsbaar”, zegt Terol. Mol: “Het mooiste is twee teams per leeftijdscategorie. Dan kun je ook meteen gaan selecteren.” Dat moet in stapjes gaan zeggen de twee. “Ons streven is nu elk jaar een team erbij.” Dan ook kunnen de groeistuipen in bedwang worden gehouden, denkt Terol. “We merken dat het lastig is goede trainers en leiders te vinden. Groei je te snel dan komt het kader enorm onder druk te staan.” Maar meisjes die graag willen voetballen hebben daar geen boodschap aan. Mol: “En natuurlijk moeten we nu doorpakken. Je moet het ijzer smeden als het heet is”, gooit hij er een spreekwoord tegenaan. De wens om ook tot een seniorenafdeling te komen lijkt snel in vervulling te gaan. Een team van speelsters heeft zich onlangs bij de club gemeld. Mol: “We hebben een eerste gesprek gehad. De meeste speelsters hebben in het verleden gespeeld. Sommige hebben helemaal nog niet gevoetbald. Ze zijn van harte welkom. Een damesteam past perfect in de lijn.”

Wil je meer informatie over de club Brielle? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

 

Fiolen heeft ziel verkocht aan meisjesvoetbal bij Hekelingen

0

“Ik zal niet anders meer willen”, zegt Xander Fiolen als hem wordt gevraagd of hij het naar zijn zin heeft bij de meisjes van Hekelingen. De 44-jarige jarige trainer van de MO17-1 heeft naar eigen zeggen zijn ziel verkocht aan het meisjesvoetbal. “Ik kan genieten van de saamhorigheid in het team.”

Fiolen speelde zelf bij RVVH, Slikkerveer en PKC’95. Hij was van het type dat niet snel opgaf, al was daar wel alle reden voor. Vijf keer in zijn carrière scheurde hij zijn enkelbanden. “Na die vijfde keer was ik er ook klaar mee. Ik heb het daarna nog één keer geprobeerd, maar de lol was er vanaf. De angst om weer geblesseerd te raken was groter dan het plezier wat ik eraan beleefde.”

Met een dochter, Rachel, die niets liever wilde dan voetballen keerde hij na een paar jaar weer terug op het veld. “Ik ben eerst trainer en leider geweest van een niet-selectie elftal bij Hekelingen. Een mixteam met vooral jongens en een paar meisjes, onder wie mijn dochter. Jongens zijn in hun sportbeleving heel anders. Ze zijn veel competitiever ingesteld dan meisjes die veel meer op het team zijn gericht. Dat viel me erg op.”

Het beeld van saamhorigheid dat hij schetst bij de meiden spreekt hem erg aan. “Het met elkaar doen, het stimuleren en prikkelen van elkaar. Je ziet zo’n team met meiden ook groeien.”

Hij had de afgelopen twee seizoenen de MO15 onder zijn hoede, nu is hij trainer van de MO171. “Dat kan best pittig zijn”, weet hij. “Vijftien, zestien jaar. Het zijn pubers. Die moet je wel in toom kunnen houden. Het springt soms alle kanten op. Maar ik geniet ervan, vooral van dat groepsproces.”

Hekelingen heeft ook nog een MO17-2. “Dat is een luxe, maar het verschil met ons en de MO17-2 is best groot. We spelen ook een behoorlijk niveau. In de eerste klasse. Daarin hebben we het best moeilijk. Het is aanpoten. Als we dan weer verloren hebben is dat niet even leuk voor die meiden. Je ziet dat het aan ze knaagt. Het is een talentvolle groep. Veel spelen dubbele wedstrijden. Dat komt door de JO19, dat te weinig speelsters heeft. In de eerste competitiehelft hebben mijn speelsters veel ingevallen, maar dat kan natuurlijk niet het hele seizoen zo doorgaan. Los van het feit dat ik constant speelsters aan het regelen ben, moet je ook oog hebben voor overbelasting.”

“Wat dat betreft merk je wel dat het nog steeds een dunne basis is voor meisjesvoetbal. Als er een paar meiden stoppen, dan raakt het je hele afdeling.”

Wil je meer informatie over de club VV Hekelingen? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Zaterdagvoetbal geeft SCO nieuw elan

Voetbalvereniging SCO heeft het eerste half jaar als zaterdagclub achter de rug. Na 84 seizoenen met een vlaggenschip op zondag, ging het roer afgelopen zomer om. De eerste indrukken van het bestaan als zaterdagclub zijn positief.

Aan voorzitter Robert de Vries (48) de veeleisende taak om de omschakeling van SCO in goede banen te leiden. De Oosterhoutse voetbalclub kent een geschiedenis in het zondagvoetbal, maar koos ervoor om vanaf dit seizoen op zaterdag te spelen met de hele vereniging. “Het is een lange weg geweest, die beslissing lag bij sommige mensen erg gevoelig. Vooral de oude garde had moeite met de overgang, maar iedereen heeft het uiteindelijk goed opgepakt.”

OMZET
De Vries werd begin 2018 verkozen tot voorzitter en startte met een deels nieuw, zevenkoppig bestuur. Anderhalf jaar later veranderde SCO van speeldag. Een spannende beslissing, maar wel een die goed uit lijkt te pakken. “We zijn heel erg tevreden. Het grootste verschil is dat meer mensen langer blijven hangen bij de club op zaterdag. Het is dus ook goed voor de kantine-omzet.” De stap naar zaterdag is sowieso onderdeel van een plan om de club fi nancieel weer gezond te maken. “We komen van ver, het voorgaande bestuur heeft al goede stappen gezet en het huidige bestuur bouwt verder. We zijn zeer tevreden over de progressie.”

Voorheen moest SCO de kantine op zondag openen voor wedstrijden van twee teams, de selectie-elftallen. Nu iedereen op zaterdag voetbalt, blijft de club zondags dicht. “Je ziet dat steeds meer verenigingen naar zaterdag gaan, ik verwacht dat een groot deel van Nederland nog wel zal volgen.”

Logistiek gezien is het een uitdaging. “We hebben nog maar negen kleedkamers, de tiende is opgeofferd voor een nieuwe toiletgroep. Dat lossen we onder andere op met tassenlockers, waarin ploegen hun spullen kunnen stallen tijdens wedstrijden, zodat andere teams van de kleedkamers gebruik kunnen maken. Ook hebben we nog altijd vijf velden, waarvan één met kunstgras, maar nu wel meer elftallen op de zaterdag. Daarom willen we graag lichtmasten, zodat we de wedstrijden in het voor- en najaar meer uit kunnen smeren over de dag.”

POPULAIR
De Vries merkt dat SCO in trek is. “We hebben veel aanwas van jonge vrijwilligers en jong trekt jong aan. Daarnaast hebben we meer teams, we zijn gegroeid van 36 naar 41. De 35+ en 45+ teams worden ook groter en groter, net als de meidenafdeling en de junioren. Dat laatste is dan weer heel fi jn voor de selectie, zeker tegen de winterstop krijgen die teams veel last van blessures en worden ze genoodzaakt om uit de jeugdafdeling spelers te halen.”

Een ander voordeel van de switch naar zaterdag is dat SCO populairder wordt onder de goede voetballers uit de regio. “Wij konden niet tegen de concurrentie op zondag op, omdat zij betaalden en wij niet. Maar nu we op zaterdag spelen, hebben we een unieke uitgangspositie.” Het bestuur wil dat het eerste team binnen drie jaar twee keer promoveert. Dat is gebaseerd op het gegeven dat de selectie minstens gelijkwaardig is aan die van voorgaande jaren en SCO toen zelfs een seizoen in de zondag tweede klasse speelde.

Enkele spelers uit de regio die liever bij een zaterdagclub wilden spelen, zijn al naar SCO gekomen. “Promoveren uit de zaterdag vierde klasse is zo makkelijk nog niet, het is fysiek voetbal. We hadden graag de eerste periodetitel willen pakken en daar ook lang zicht op, tot de laatste drie wedstrijden van de eerste seizoenshelft. Toen ging het mis.” Met het tweede selectieteam wil SCO graag direct kampioen worden. “Dat gaat tot nu toe goed, zij staan bovenaan. We kijken positief naar de toekomst.”

De conclusie: SCO is blij met de dappere keus om de pijlen op zaterdag te richten. “We zijn aan het opbouwen, maar tot nu toe gaat het erg goed.”

Wil je meer informatie over de club SCO? Klik hier.
Lees hier de krant van Oosterhout.

Clubvrouw van het Jaar VV Oosterhout: Patricia van Halderen-Sips

Als clubvrouw van het seizoen 2018-2019 is het wel duidelijk dat de leden van VV Oosterhout Patricia van Halderen-Sips waarderen. De 54-jarige moeder hoeft niet zo in de spotlights te staan, terwijl ze het wel verdient gezien haar inzet voor de club. Deze titel was dan ook een mooi eerbetoon.

Leden van VV Oosterhout kunnen jaarlijks vrijwilligers nomineren en op de feestavond hun Clubman en Clubvrouw van het Jaar kiezen. Patricia van Halderen-Sips werd verrast door haar uitverkiezing, vorig seizoen. “Ik zat daar eigenlijk niet zo op te wachten, om zo in de belangstelling te staan. Voor mij is het vrijwilligerswerk dat ik doe de normaalste zaak van de wereld.” Door dit soort prijzen merkt ze echter wel dat het niet zo normaal is. “De voorzitter gaf ook duidelijk aan dat meer mensen wat taken op mogen pakken. Je ziet inderdaad dat het vaak dezelfde mensen zijn. Het geeft me een warm gevoel, dit soort complimenten. Maar datzelfde gevoel krijg ik als ik die waardering langs de lijn hoor op zaterdag of zondag.”

MAX
Wat Van Halderen dan allemaal doet? Sinds haar zoon, nu 19, op zijn vierde is gaan voetballen, begon ze met het uitvoeren van vrijwilligerstaken. Eerst het wassen van de kleding, later werd ze leidster van zijn team. Dat is ze nog altijd, die jongens vormen nu het tweede elftal van VV Oosterhout. “Terwijl Max zelf is gestopt, hij is gaan werken op zaterdag en heeft een seizoenkaart bij Feyenoord. Maar ik ken al de spelers uit dit team al vanaf hun vijfde, ik zie ze bijna als mijn eigen kinderen. Zolang zij nog in het tweede voetballen, blijf ik leidster van dat elftal.” Daarnaast is de 54-jarige clubvrouw coördinator organisatorische zaken van de JO15, JO17 en JO19 en kartrekker van de activiteitencommissie. “In die laatste commissie ben ik dit seizoen vooral de dirigent, ik delegeer de taken. Ik merkte namelijk dat ik mezelf voorbijliep, had nergens meer tijd voor omdat ik alles zelf wilde doen. Ik heb ook nog een gewone baan, soms werk ik op zaterdag.”

Ze noemt het vrijwilligerswerk bij VV Oosterhout ‘een verslaving’. “Bij veel verenigingen gaat het mis in de communicatie en randzaken, daar maak ik me dan druk over. Ik wil dat het beter wordt geregeld, ben pietje-precies.” Van Halderen voelt zich thuis in de mannenwereld, die het voetbal toch nog altijd is. “Bij verjaardagen zit ik ook het liefst tussen de mannen, net als in de voetbalkantine.”

COR
Ook haar man Cor loopt bij VV Oosterhout rond. “Hij keurt de velden en werkt af en toe aan de belijning. Ook het bestellen van de kalk voor die belijning neemt hij onder zijn hoede. Cor loopt hier al veertig jaar rond, was vroeger net als Max keeper in het tweede. Ik ging weleens bij hem kijken en we zijn teruggekeerd toen onze zoon wilde gaan voetballen.”

Wil je meer informatie over de club VV Oosterhout? Klik hier.
Lees hier de krant van Oosterhout.

Foto: Ad Looijmans

In gesprek met Ezgi Korkmaz van RKVV Roosendaal

Ezgi Korkmaz (20) is buiten het voetbal om ook zeer sportief ingesteld, ze loopt stage bij een sportschool. Ze is nog student en studeert aan het CIOS in Goes, waarna ze door wilt studeren als fysiotherapeute. Naast het studeren maakt ze deel uit van RKVV Roosendaal VR1.

Ze werd lid van de club waar ze nu nog steeds speelt, toen ze pas zes jaar oud was. Bij RKVV Roosendaal. “Ik begon bij de jongens, omdat er op die leeftijd nog geen speciale meiden teams waren. Ik ben er ook twee jaar gestopt mee geweest. Dit was, omdat wij elk jaar kampioen werden en toen een seizoen niet. Als kind kon ik daar niet zo goed tegen, waardoor ik stopte. Uiteindelijk wilde ik dan toch weer op voetbal. Na dat ik terugkeerde, werd ik ingedeeld in de MO15-3. Ik werd het seizoen daarop in de MO15-1 geplaatst, waarna ik alleen maar selectievoetbal heb gespeeld. Ik deed zelfs mee met de vrouwen, terwijl ik ook nog in de jeugd speelde van de club. Zo ben ik ook daar ingegroeid, maar nu als vaste kracht van de vrouwen 1 van RKVV Roosendaal.”

Het team is naar eigen zeggen dan ook onderling hartstikke leuk. “Niet alleen met het voetbal, maar ook daarbuiten is het hartstikke leuk met de meiden. Net als de meeste teams hebben wij teamweekenden. Daarnaast gaan we ook bijvoorbeeld naar Guus Meeuwis en houden we bijvoorbeeld een surprise-avond. Het is een echt feestteam. We proberen als team zijnde dan ook zoveel mogelijk buiten het voetbal met elkaar te doen.”

Zelf heeft ze het voetbal niet van een vreemde. “Mijn vader kon vroeger ook aardig voetballen, waardoor hij werd gescout in Turkije. Hij woonde destijds ook nog in Turkije. Tijdens de wedstrijd, dat de scout kwam kijken brak hij helaas zijn been op twee plekken. Het was helaas einde voetbalcarrière voor mijn vader, wat erg jammer is geweest voor hem. Mijn broer daarentegen heeft het eerste van Roosendaal gehaald en is daarna vertrokken voor een carrière in Turkije, bij Kayerserispor. Hij keerde na periode terug, omdat hij het niet meer naar zin had en het plezier in het voetbal was verloren. Nu doet hij aan kickboksen.”

Ezgi is blij dat er steeds meer aandacht en publiciteit is voor het vrouwenvoetbal. “Toen ik net begon, werd er heel weinig meegedaan. Het is leuk om te zien dat het dan ook steeds populairder wordt. Lieke Martens is dan ook iemand waar ik echt wel tegen opkijk, vandaag de dag. Vroeger keek ik op naar Ronaldinho. Wij hadden een Playstation II met FIFA Street, waarop ik altijd hem wilde zijn. Het is tevens ook leuk, dat er sinds een paar jaar vrouwen op FIFA zelf zitten.”

Roosendaal VR1 staat momenteel eerste in de competitie, iets wat ze volgens Ezgi moeten vasthouden. “We willen voor het kampioenschap gaan en dus de koppositie volhouden. Vorig jaar hebben wij de beker gewonnen, deze willen we dan ook bij ons houden dit seizoen. We gaan dus voor het kampioenschap en de beker dit seizoen!”

Ze is aan het revalideren van een blessure, wat al langer dan een half jaar duurt. Het is de derde keer geweest dat ze haar meniscus heeft afgescheurd. “Ik hoop dat ik er sterker uitkomt, dan eerst. Het belangrijkste is dat ik mijn oude niveau kan behalen en via deze manier weer kan voetballen. Ik train zo hard als ik, om weer de oude te worden. Vanuit hier kan ik weer nieuwe doelen bereiken. Wel was het een moment wat mij heeft wakker geschud of ik nog door wilde gaan met voetbal. Het was voor mij erg lastig om deze beslissing te maken. ”

-Het moment wat ze niet snel meer zal vergeten, was een internationaal toernooi in Maastricht. “Het was een hele mooie en leuke ervaring, wat ik had meegemaakt. De teams waar wij het tegen opnamen waren amateurclubs uit voornamelijk Engeland en Denemarken. We eindigde hier op de derde plaats, wat ik een aardige prestatie vond.”

Wil je meer informatie over de club RKVV Roosendaal? Klik hier.
Lees hier een ander artikel over de club.

 

Rijnsburgse Boys positief over experiment

Dribbelen, passen, schieten. “Daar begint het mee”, zegt Ruben Plu, Hoofd Jeugdopleiding bij Rijnsburgse Boys. De club is dit seizoen begonnen met een experiment: gezamenlijke trainingen voor de JO8 en JO9.

Eén keer per week wordt door de teams in een leeftijdslijn samen getraind. “Alle spelers, ongeacht ze in de JO9-1 of JO9-4 zitten krijgen dezelfde oefenstof aangeboden. Spelers doen de oefeningen door elkaar heen en dus niet per team”, vertelt Plu. “De ervaringen tot nu toe zijn erg positief.”

Rijnsburgse Boys is daarvoor in zee gegaan met de voetbalschool van Julian Jenner. De oud-prof werd vorig seizoen trainer van de JO17 en heeft deze jaargang de JO19 onder zijn hoede. “Zijn visie sluit naadloos aan aan die van ons”, zegt Plu. “Julian vraagt veel van de kinderen, maar die worden door zijn gedrevenheid ook enthousiaster.”

Het idee achter de gezamenlijke training is dat Rijnsburgse Boys breed wil opleiden. “Op jonge leeftijd kan er nog van alles gebeuren met de ontwikkeling van een speler of speelster. Een goede speler in de JO9 hoeft in de JO10 geen uitblinker te zijn. Andersom geldt dat net zo. Door ieder kind dezelfde oefenstof aan te bieden krijgen alle spelers toegang tot de beste opleiding. Daar is het ons om te doen.” Grote voordeel is volgens Plu ook dat trainers van de gezamenlijke sessies leren. “We doen meteen aan train de trainers. Het wordt ook makkelijker om de visie op elkaar over te brengen.”

De Rijnsburgers hebben er voorlopig voor gekozen om één keer in de week samen te trainen. Plu: “De tweede training is nog met het team. Dat is een mooie combinatie.”

“We zijn bewust begonnen met de jongste jeugd. Het is de bedoeling dat we het langzaam uitbreiden. Volgend seizoen zullen we de JO10 erbij pakken. Dat is de JO9 van nu. Die zijn het al gewend.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Band voelt voor Bakker natuurlijk aan bij Rijnsburgse Boys

Van Japan en Vietnam naar Rijnsburg. Thomas Bakker heeft na zijn avonturen in Azië zijn plek bij Rijnsburgse Boys gevonden. Dat de waardering er ook is van de andere kant blijkt uit de aanvoerdersband om zijn linkerarm.

De slotfase van de eerste competitiehelft was voor Bakker (28) frustrerend. Terwijl zijn ploeggenoten in actie kwamen, bracht de geboren Fries zijn tijd door met bezoekjes aan de fysiotherapeut en het ziekenhuis. Een onwillige enkel hield hem lang aan de kant. “Ik had er al een tijdje last van”, wijst hij op het gewricht. “De blessure is ontstaan in de bekerwedstrijd tegen Noordwijk. Ik ben er daarna wel gewoon mee blijven doorspelen. Het ging goed met de ploeg en dan verbijt je ook wat sneller de pijn. Op een gegeven moment kreeg ik echter te veel last.”

Bakker werd aan het begin van het seizoen gebombardeerd tot nieuwe aanvoerder van de Uien. Dat kwam voor hem onverwacht. “De trainer had de voorkeur voor een speler die van achteruit de lijnen uitzet en coacht”, zegt hij. “Jeffrey Jongeneel, die vorig seizoen aanvoerder was, staat op het middenveld.”

“De trainer heeft mij en Jordy Stroker aangewezen als eerste en tweede aanvoerder. Voor mij voelt de band natuurlijk aan. Ik ben als verdediger altijd bezig geweest om mijn teamspelers op de goede plaats te zetten. Dat deed in de jeugd en beloften bij Heerenveen en later ook bij HHC Hardenberg. Wat dat betreft is er weinig veranderd door die band. Natuurlijk is het een eer om aanvoerder te zijn van deze mooie club.”

Bakker streek amper een jaar geleden neer in Rijnsburg. “Er waren eerder al contacten, het was eigenlijk één plus één is twee”, geeft hij aan. Dat hij niet eerder op sportpark Middelmors actief was, had te maken met zijn Japanse avontuur. Hij speelde anderhalf seizoen voor de club met de naam ‘Veertien Mie’. “Een vriend van mij, Quintus Martinus, speelde al in Japan. Een andere vriend heeft als zaakwaarnemer de contacten gelegd met de club.”

“Veertien Mie was nog niet zo lang geleden daarvoor opgericht. De provincie, Mie, had geen profclub. De voorzitter was helemaal gek van het Nederlandse voetbal en vooral van Johan Cruijff. Vandaar dat veertien. Dat ze een Nederlandse speler in de selectie konden krijgen was de slagroom op de taart”, aldus Bakker, die zich in Japan een soort ambassadeur van het Nederlandse voetbal voelde. “We speelden ook in Oranje-shirts. Ik wist dat ons voetbal groot is, maar dat het zoveel teweeg heeft gebracht had ik niet verwacht.”

Hij was onder de indruk van het niveau van de spelers. “Stuk voor stuk technisch en zeer behendig. Tactisch was het een stuk minder. Daarom zal het nooit wereldtop worden.”

Bakker trainde en speelde wedstrijden, maar er bleef voldoende tijd over om het land van de rijzende zon ook te ontdekken. “Daar heb ik ook volop gebruik van gemaakt. We trainden in de ochtend. In de middag gingen mijn ploeggenoten aan het werk bij de sponsors, ik had mijn handen vrij om attracties en andere bezienswaardigheden te bezoeken.”

Er was na zijn vertrek interesse uit Vietnam. “Ik ben daar nog een week geweest om stage te lopen. Ik speelde prima in een oefenwedstrijd. Probleem was dat de club al het maximale aantal buitenlandse spelers, drie, onder contract had staan.” Heel erg vond Bakker het afketsen van de transfer ook weer niet. “Ik wilde eigenlijk al terug naar Nederland om hier mijn maatschappelijke carrière op te starten. Ik werk nu als recruiter en bij Rijnsburgse Boys speel ik op een prachtig niveau. Ik heb het er super naar mijn zin. Alles is perfect geregeld.”

Hij geniet van de thuiswedstrijden en dan vooral de derby met andere Bollenstreek-clubs. “Tegen Noordwijk en Quick Boys heb ik meegespeeld, Katwijk heb ik door mijn blessure helaas gemist”, reageert hij. “Dat was ook de minste derby voor ons. We waren redelijk kansloos. Quick Boys was daarentegen geweldig. Drieduizend man en nog winnen met 3-1 ook.”

Hij mikt dit seizoen met Rijnsburgse Boys op een plaats bij de eerste zeven. “Daar hebben we de kwaliteit voor. Mijn grote doel is om nog een keer kampioen te worden. Het liefste met Rijnsburgse Boys.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

R.W.B. Kanjers pakken na de winterstop de draad weer op

Zit uw zoon of dochter in groep 1 of 2 en vind hij/zij voetbal leuk? Op zaterdag 18 januari start RWB met de winterstop achter de rug weer met de trainingen voor de Kanjers (minipupillen). Lid worden bij RWB hoeft niet meteen, pas na een aantal trainingen wordt gekeken of uw kind voetbal echt geschikt is voor hem en of hij/zij er plezier in heeft.

De training is bedoeld voor jongens en meisjes van 4 (bijna 5) en 5 jarigen. De Kanjers trainen elke
zaterdag van 10.30 tot 11.45 uur, waarbij halverwege de training een korte pauze ingelast wordt om
even een bekertje ranja te drinken. De wekelijkse training zal verzorgd worden door Foort Cové die
daarbij door één of meerdere ouders geassisteerd wordt. Tijdens de training worden allereerst op speelse wijze de basisprincipes van het voetbal geoefend. Gaandeweg het seizoen komen tussendoor ook de technische oefeningen aan bod zoals snel voetenwerk, dribbelen/drijven, trappen en passen, kappen en draaien etc. Natuurlijk zal bij iedere
training het 4×4 wedstrijdje niet ontbreken.

Dus als uw dochter of zoon zin heeft om lekker te rennen en tegen een bal te schieten dan is hij/zij
van harte welkom om vrijblijvend een aantal keren mee te komen doen. Voor meer informatie kunt u
bellen of mailen met: Foort Cové f.cove@home.nl 0416-341808 (na 17.00 uur)

Bron: R.W.B.