Guy Duijm is bezig aan zijn tweede volledige seizoen bij SCO ’63. De trainer wil de club uit Spijkenisse weer op de kaart zetten. “SCO ’63 heeft niet altijd een goede naam, maar het is een enorm warme vereniging. We doen er met z’n allen alles aan om een beter sportklimaat te creëren en het gewoon echt gezellig te maken.”
De oefenmeester wijst naar de kantine van SCO ’63. “Die hebben we met een groepje helemaal opgeknapt. Weet je, het moet gewoon gezellig zijn. Je verwacht misschien niet dat een trainer zich daarmee bezighoudt, maar ik vind juist wel dat zulke dingen erbij horen. Dat deed ik bij Hekelingen ook. Zorg dat het leuk is. Dat doe je met elkaar.”
Duijm is inmiddels al een jaar of acht hoofdtrainer. “Ik begon destijds bij Hekelingen toen Ad Reijtenbagh daar opstapte bij het eerste team. Ik zat in die tijd bij de voetbalschool van Hekelingen, trainde verder het team van mijn zoon en het onder-19-elftal. Toen ze mij benaderden, twijfelde ik niet. Ik ben voetbalminded, mijn hele leven al. Toen ik anderhalf jaar was, trapte ik al tegen een bal aan. En ik ben toch een beetje een eigenwijze klootzak; ik denk het altijd wel beter te weten,” lacht hij.
Dat was als speler al zo, bekent de 51-jarige Duijm. “Ik was altijd wel bezig om een organisatie goed neer te zetten, de poppetjes op de juiste plaats. Toen ik mijn zoon ging trainen, wist ik echt nog niet dat ik trainer wilde worden van een eerste elftal. Geen moment. Ik deed die voetbalschool van Hekelingen, maar vond het allemaal best leuk worden. Die wedstrijdbesprekingen met jonge gasten, dat vond ik geweldig.”
Blessureleed
Zijn eigen carrière beëindigde Duijm toen zijn zoon vier was en ging voetballen. “Ik heb zoveel blessures gehad, joh. Een kruisband zwaar opgerekt, twee keer een meniscusoperatie, drie keer een peesontsteking, een middenvoetsbeentje gebroken, weet ik het allemaal. Maar voetbal is echt mijn passie. Aan stoppen heb ik nooit gedacht. Echt nooit.”
Het rijtje clubs van Duijm als speler is indrukwekkend. “Toen ik vijf en een half was, begon ik bij EDS in de Spaanse Polder. En na een paar jaar Excelsior begon mijn zwerftocht als voetballer: Leonidas, Heerjansdam, SHO, Spijkenisse, Papendrecht. Maar op mijn 32ste was mijn knie zo slecht… Ik ging nog afbouwen met mijn maatje Toon Wolters bij SVDWP en SVV, en toen was het klaar en ben ik mijn zoon gaan trainen.”
Met het vele blessureleed in zijn actieve loopbaan kan hij als trainer zijn spelers wel helpen, vertelt hij. “Ik ben ook altijd wel geïnteresseerd geweest in blessureleed, ook door mijn eigen blessures natuurlijk, en hoe daarmee om te gaan. Bij Hekelingen scheurde Dinand Westendorp zijn kruisband af. Zo’n jongen stimuleer je dan wel om daar echt mee aan de slag te gaan.”
Pats-boem
Ook bij SCO ’63 probeert hij zijn spelers van raad te voorzien op fysiek vlak. “Een goed voorbeeld: toen ik instapte bij deze club, kwamen best wat oudere jongens weer terug. Spelers die weer wilden voetballen op niveau. Ik zei toen wel: bouw het rustig op, sla een keer een training over, anders is het straks pats-boem en lig je eruit. Het heeft gewoon tijd nodig om aan die intensiteit te wennen, zeker als je wat ouder bent.”
Duijm voelt zich thuis bij SCO ’63. Niet alleen als trainer van de hoofdmacht, hij speelt ook met vrienden in een veteranenelftal. “Dit is echt een warme club met leuke mensen. We willen de club nog meer op de kaart zetten. Maar succes gaat altijd met de trap, nooit met de lift. Het heeft tijd nodig. Maar dat we beter willen, is duidelijk!”
Klik op SCO ’63 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SCO ’63 voor meer informatie over de club.

