Home Blog Pagina 438

Edwin Jongbloed leidt SV Hillegom-familie

0

“Een vereniging die af is bestaat niet”, zegt Edwin Jongbloed. De 55-jarige inwoner van Hillegom volgde een paar maanden geleden Han van den Hof op als voorztter van de SV Hillegom. Hij vormt het gezicht van een vereniging van veertienhonderd leden en driehonderd vrijwilligers.

Jongbloed is getooid in trainingspak en dikke winterjas van de club zojuist terug van de uitwedstijd van de JO13-3. Hij is één van de trainers van het team van zijn jongste zoon. “We hebben verloren, maar de schade viel mee”, zegt hij in de bestuurskamer op sportpark De Zanderij. “We zijn deze competitie in de eerste klasse ingedeeld. Dat is net een brug te ver voor deze jongens. We spelen vaak tegen eerste teams. Maar waar we de eerste wedstrijden met 10-0 en 12-1 verloren zijn  de nederlagen nu een stuk kleiner. We maken snel progressie.”

Een betere voorzitter had SV Hillegom niet kunnen krijgen, want de nieuwe preses heeft ‘bloed’ van drie Hillegomse clubs uit het verleden. “Ik heb bij Concordia. SIZO en VV Hillegom. In verschillende hoedanigheden, maar toch”, lacht Jongbloed. Met vier zoons die van het voetbalspelletje houden waren en zijn zijn weekenden volop gevuld met voetbal. En voordat hij tot voorzitter van zijn club werd gebombardeerd was hij al een tijdje in beeld als vrijwilliger. “Ik heb de club wel eens op projectbasis geholpen op het vlak van mijn expertise”, zegt financieel expert Jongbloed. “Toen ik de vraag kreeg om voorzitter te worden heb ik dat eerst thuis goed besproken. Niet dat ik niet wilde, maar je moet er ook de tijd voor hebben. Ik wist dat ik hoede mensen om mij heen zou hebben, dat is ook een reden geweest om ja te zeggen.”

Met veertienhonderd leden en driehonderd vrijwilligers begint Hillegom op een bedrijf te lijken. “Er zit nog steeds groei in”, zegt Jongbloed. “De vereniging die af is, bestaat niet. Er zullen altijd ontwikkelingen zijn en uitdagingen die op je pad komen.”

De energiecrisis bijvoorbeeld. “We moeten als club vinger aan de pols blijven houden.” De organisatie rondom het vervullen van vrijwilligerstak is complex, zo ook mogelijke ingrepen van de KNVB in de toekomst, doelt Jongbloed op het weekendvoetbal. “We zijn een zondagvereniging en dat weekendvoetbal houdt ons in het bestuur wel bezig. Als het er doorkomt, wat voor impact heeft dat op ons? De KNVB heeft het idee gedropt, zonder concrete invulling. Voor is het daarom gissen hoe het straks werkelijk wordt.”

Een andere uitdaging is een goede opvolger te vinden voor hoofdtrainer Martijn Lagendijk, die wordt weggekaapt door tweededivisionist Rijnsburgse Boys. “We gunnen Martijn die stap van harte, maar we hadden hem liever nog even bij ons gehad”, reageert Jongbloed

Jongbloed wil het werk van zijn voorganger Van den Hof en zijn bestuur graag voortzetten en dan vooral de transparantie. “Ik vind die discussie een paar jaar geleden over het betalen van een vergoeding aan de spelers van het eerste elftal een mooi voorbeeld. Daar is heel open en duidelijk over gecommuniceerd. We hebben dit voorstel en wat vinden jullie als leden daarvan. Op die manier is een breed draagvlak gecreëerd en is het algemeen geaccepteerd dat we puntengeld betalen. Zo moet een vereniging ook functioneren.”

Als Jongbloed naar een wensenlijstje wordt gevraagd, komt hij met een snel antwoord. “Ik zou graag nog meer meisjes bij ons zien voetballen. Op dat gebied kunnen we nog stappen maken.”

Klik op SV Hillegom voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Hillegom voor meer informatie over de club.

Nieuwe vleugel op Willem Tomassen Sportcomplex Hooglanderveen

0

Het Willem Tomassen Sportcomplex van voetbalvereniging Hooglanderveen is een nieuwe vleugel rijker, met daarin hoogwaardige kleedkamers, een praktijk voor fysiotherapie en ruimte voor maatschappelijke doeleinden. Dankzij tientallen fanatieke bouwers en klussers, veelal vrijwilligers van de club, verliep de bouw een jaar lang gesmeerd en kon dat gebeuren tegen veel minder kosten dan aanvankelijk begroot.

Voorzitter Norbert van Hengstum steekt zijn enthousiasme over de uitbreiding van de accommodatie niet onder stoelen of banken. En terecht ook: het gebouw, zeker vijfhonderd vierkante meter groot, mag er zijn. In precies een jaar is het verrezen; bij aanvang van het huidige seizoen is het in gebruik genomen.

De uitbreiding van de accommodatie was vooral nodig om het tekort aan kleedkamers op de zaterdag op te lossen. Er zijn er vijf bijgekomen, waarvan een grotere luxere voor het eerste elftal. Ook telt de nieuwe vleugel drie kleedruimtes voor scheidsrechters, alle voorzien van mooie doucheruimtes, revalidatiefaciliteiten en behandelkamers van De Fysioclub en de BSO-ruimte van Bzzzonder.

Bij de bouw van het huidige complex in 2005 was al voorgesorteerd op uitbreiding. Architect Van der Zee, die ook nu weer tekende voor het ontwerp, situeerde de accommodatie zo dat er aan beide flanken uitbreidingsmogelijkheden zijn. Een daarvan wordt nu benut, de tweede zou in de toekomst kunnen volgen als er weer een tekort aan kleedkamers ontstaat.

Gele deur
Over kleedkamers gesproken: het is tijd voor een blik in de nieuwe. Van Hengstum: ,,Zal ik je eerst de luxe laten zien? Kijk, alle deuren van de kleedkamers zijn blauw, maar er is één gele. Tegenwoordig geldt op onze club de spreuk: je moet zorgen dat je achter de gele deur komt. Want dan heb je het geschopt tot het eerste elftal”.

Een mooie ruimte met blauwe kuipstoeltjes en daarboven lockers om spullen in op te bergen openbaart zich. Aan een van de muren komt nog een ‘tac wall’, waarop de hoofdtrainer zijn aanvalsplan kan ontvouwen en overbrengen op zijn manschappen. Van Hengstum lachend: ,,Als je dit ziet zou je bijna weer gaan trainen voor het eerste, hè Thijs? Dan is die gele stoel voor jou. Zonder gekheid: wie weet is die wel voor de aanvoerder of de pupil van de week. We gaan het meemaken, het is in elk geval een leuke knipoog in het ontwerp, net als de gele deur”.

Norbert blikt terug op het bouwproces. ,,Een jaar lang is er keihard gewerkt door vele trouwe clubmensen. Van metselen tot timmeren, van schilderen tot klussen: er zijn bergen werk verzet door vrijwilligers. Dat resulteert niet alleen in een goed gebouw, maar ook in forse financiële meevallers. Aannemer Schoonderbeek kon namelijk diverse werkzaamheden van de bouwbegroting schrappen omdat de club die zelf uitvoerde. Meer nog zelfs dan verwacht”.

Van Hengstum: ,,Dankzij de effort van al die clubmensen hebben we de kosten enorm kunnen drukken. Dat was ook zo mooi in de samenwerking met Schoonderbeek. Wat wij zelf konden doen voerden we zelf uit en kon zo van de bouwbegroting. Ik had laatst nog een leuk gesprek met Evert Schoonderbeek en zijn vrouw op de club. Hij vertelde dat hij voor veel clubs had gebouwd, maar dat hij deze zelfwerkzaamheid nog nooit had meegemaakt. Een prachtig compliment voor al die clubmensen die hebben meegewerkt. Die zijn we allemaal enorm dankbaar”.

door Thijs Tomassen

Klik hier voor meer artikelen over Hooglanderveen
Klik hier voor meer informatie over Hooglanderveen

Teylingen creëert voedingsbodem

0

RKVV Teylingen heeft dit jaar een behoorlijke injectie gekregen bij de jeugd. Door de introductie van de hummeltraining ziet de club de aanwas bij de jongste jeugd groeien. Jeugdvoorzitter Pieter Kniest hoopt dat die trend wordt doorgezet.

Kniest is aan de rood-zwarte kant op sportpark Roodemolen een bezig bijtje, want naast jeugdvoorzitter is hij trainer van de JO19 van Teylingen en scheidsrechter. “Ik ben er ingerold zoals de meeste vrijwilligers, via mijn zoon die ging voetballen. Als een club eenmaal door heeft dat je open staat om iets te doen, zijn ze er als de kippen bij om je meer taken te vervullen, haha.”

Als belangrijk onderdeel van de cluborganisatie probeert Kniest de perikelen in de jeugdafdeling in goede banen te leiden. “Met die perikelen valt het wel mee, hoor”, lacht hij. “Als Teylingen willen we vooral een gezellige club zijn die toegankelijk is en waar iedereen zich welkom voelt. Uiteraard willen we met de jeugdtrainers graag successen behalen op het veld, maar we zijn geen prestatievereniging. Daar zijn we ook net te klein voor. We zijn heel tevreden dat we in bijna elke leeftijdscategorie twee teams hebben, maar daarmee kunnen we ons natuurlijk niet spiegelen aan de grotere clubs.”

“We doen het zeker niet onaardig met onze teams. De JO15-1 en JO17-1 spelen dit seizoen in de eerste klasse, de JO19-1 zelfs in de hoofdklasse. Het is ons streven om een goede doorstroming naar de seniorenselectie te krijgen. Dat liet de jaren hiervoor nog wel eens te wensen over. We hebben goede hoop dat de jeugd makkelijker kan aansluiten, we hebben met Rob Jonkman een trainer die oog heeft voor jeugd en het belangrijk vindt dat Teylingen-jongens een plaats krijgen in die selectie.”

Over voldoende jeugdtrainers heeft Kniest niet te klagen. “Op elk team hebben we er minimaal twee”, zegt hij met trots. “We hebben het geluk gehad dat er in een juniorenteam veel enthousiaste jongens waren die graag de jongste jeugd willen trainen. Dat enthousiasme proberen we uiteraard te blijven aansporen, je merkt dat er bij de hele jeugd een positieve vibe is.”

Dat komt ook door de introductiecursus die Teylingen sinds begin dit aanbiedt aan kinderen van vier tot zes jaar. Deze training, door de Sassenheimse club omgedoopt tot ‘hummeltraining’, is een regelrechte hit, vertelt Kniest. “Na de zomer is het helemaal booming. We hadden zo’n vijftien kinderen, dat is op een gegeven moment zelfs verdubbeld. In de winter gaan we door met de hummeltraining, maar we wijken daarvoor wel uit naar sporthal De Wasbeek.”

De Teylingen-hummels zorgen voor een injectie van de jeugdafdeling. “Ze zijn onze voedingsbodem”, stelt Kniest. “We zien dat veel hummels doorstromen naar onze reguliere teams. De resultaten zijn al zichtbaar, want vanaf januari hebben we drie JO8-teams. We hopen dat de hummels voor een constante aanvoer blijven gaan zorgen. Tegelijkertijd houden we ook oog voor de oudere jeugd, want we merken wel dat corona wel wat heeft gedaan met de beleving van spelers vanaf veertien jaar.”

Klik op Teylingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Teylingen voor meer informatie over de club.

André Bunders is zuinig op SV Warmunda

0

Met een gerenoveerd complex en een legertje kakelverse bestuursleden zit het voorlopig wel snor bij SV Warmunda. De dorpsclub is gezond en toekomstbestendig houden is de uitdaging voor de nieuwe voorzitter André Bunders. “Verenigingsleven verandert en daar moet je je ogen niet voor sluiten.”

Een half uur voor de laatste thuiswedstrijd van Warmunda 1 voor de winterstop is de voorzitter in geen velden of wegen te bekennen. Bunders (56) blijkt zich op te houden bij de nieuwe tribune op het hoofdveld. “Ik was even de stoeltjes aan het schoonmaken”, reageert de preses. “Het moet wel netjes zijn, vind ik. Bovendien hebben we een groot deel van de stoeltjes verkocht aan sponsors. Dat levert de club tienduizend euro extra op.”

Bunders is trots op de tribune, die weliswaar plaatsgeeft aan slechts 66 trouwe Warmunda-fans, maar het laat met de realisering wel zien dat het geeft om zijn supporters. “Het straalt wel wat uit, hé”, zegt hij over de tribune die veel weg heeft van een halve zeecontainer. “Haha, het is ook een opengeknipte container. Die kan je zo kopen bij een bedrijf.”

Bunders kijkt tevreden over ‘zijn’ terrein. Voor hem speelt het tweede elftal zijn wedstrijd. Op een keurig grasgazonnetje. “Het veld is compleet vernieuwd”, vertelt Bunders. “Het oude veld was echt op. De vervanging was onderdeel van een grote renovatie. Zoals je ziet is het veld een stuk naar achter verschoven. Het handbalveld, dat eerst afgelegen lag, is voor de kantine gekomen. We hebben een mooi groot terras gekregen. Al het hekwerk is ook vernieuwd. Alles bij elkaar heeft het bijgedragen dat we nog meer één club zijn geworden.”

De oud-voetballer van Teylingen en Warmunda volgde in september de illustere Mathieu van Winsen op als voorzitter. Kort nadat Bunders de voorzittershamer kreeg werd Van Winsen tot erelid van Warmunda verkozen. “Hij is twintig jaar voorzitter geweest, een sieraad voor de club. Zoals Marcel Pont, die jarenlang penningmeester was, dat ook is.”

Bunders zegt er in één adem ook bij dat hij niet van plan Warmunda zo lang als voorzitter te dienen. “Mathieu was nog een jonge vent toe hij aantrad, dat ben ik niet meer.” En serieus: “We leven tegenwoordig in een dynamische tijd en clubs moet zich daar aan aanpassen. Het zou goed zijn dat er na een jaar of zes een nieuw bestuur komt. Dat brengt andere ideeën met zich mee. We zijn binnen het huidige bestuur aan het bekijken of we dat in ons beleid kunnen opnemen.”

Met de herinrichting van het sportpark is Warmunda nog niet klaar, weet Bunders ook. Het clubgebouw is gedateerd en het bestuur kijkt naar duurzaamheidsmaatregelen. Maar er zijn voor de toekomst nog andere uitdagingen. “We moeten zorgen dat we ons ledental op peil houden”, stipt Bunders aan. “We hebben nu 375 leden, daarmee kunnen we goed uit de voeten, maar we moeten het hebben van een kleine dorpskern waar bovendien al jaren nauwelijks nieuwbouwwoningen bijkomen. Dat werkt de vergrijzing in de hand. De instroom van onderaf.

Klik op SV Warmunda voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Warmunda voor meer informatie over de club.

Furhgill Zeldenrust wil glansrol bij Rijnsburgse Boys vasthouden

Furhgill Zeldenrust kent een uitstekend seizoen bij Rijnsburgse Boys. Aan de hand van de snelle aanvaller zijn de Uien bezig aan een indrukwekkende opmars in het klassement. “We willen graag lang blijven meedoen om de titel.”

De 33-jarige Zeldenrust maakte al veertien goals in achttien wedstrijden en staat daarmee tweede op de topscorerslijst van de tweede divisie. Alleen Quick Boys-spits Youssef el Kachati kwam tot meer treffers. “Het gaat lekker, maar dat geldt voor de hele ploeg”, schuift Zeldenrust de complimenten vooral door naar het hele team. “We zijn na HHC Hardenberg een nieuwe weg ingeslagen met een iets andere speelwijze. Dat blijkt goed te werken.”

Rijnsburgse Boys is al elf wedstrijden ongeslagen en dat is gezien de kracht van de tweede divisie een zeer knappe prestatie. “We hebben zeker niet alle wedstrijden goed gespeeld”, zegt Zeldenrust. “Maar ook in die wedstrijden hebben we er een gelijkspel uit weten te slepen. Dat heeft te maken met het karakter van de ploeg. Thuis tegen Sparta speelden we een slechte eerste helft, maar wisten we nog tot 2-2 terug te komen en scoorden we in de laatste minuut ook nog bijna de 3-2. Tegen Noordwijk-uit maakten wij in de laatste minuut de gelijkmaker.”

De knappe reeks geeft Zeldenrust het vertrouwen dat Rijnsburgse Boys na de winterstop ook een belangrijke rol kan spelen in de strijd om het kampioenschap. “We hoeven voor geen enkele ploeg onder te doen, ook niet voor de teams, AFC, HHC en De Treffers, die boven ons staan. Het is natuurlijk altijd fijn om belangrijk te zijn voor het team. Die veertien doelpunten motiveren mij nog meer om het in de tweede competitiehelft opnieuw goed te doen.”

De tijd lijkt geen invloed te hebben op Zeldenrust, die met zijn 33 jaar behoort tot de oudere spelers in de tweede divisie. “Ik voel me nog hartstikke fit en krijg nog geen signalen van mijn lichaam dat het minder moet. Zolang dat niet het geval is, wil ik op een mooi niveau blijven voetballen. Vandaar dat ik heb aangegeven ook na dit seizoen bij Rijnsburgse Boys te willen blijven.”

Het voetbal bracht Zeldenrust behalve bij RKC, FC Den Bosch en Helmond Sport, in het buitenland. Hij speelde in de Verenigde Staten bij de Texas Dutch Lions en in Duitsland voor het roemruchte Dynamo Dresden., “Mooi om mee te maken”, zegt hij over zijn avontuur in Dresden. “Dynamo speelde destijds in de derde Bundesliga, maar het stadion zat voor elke thuiswedstrijd bijna altijd vol. De mensen leefden hartstochtelijk mee met de club. Dresden is ook een mooie stad. Ik heb er uiteindelijk maar één seizoen gespeeld. Ik was vaak invaller en de competitie was pittig.”

Zijn mooiste periode in het betaalde voetbal beleefde hij bij FC Den Bosch. “We zijn een keer vierde geworden in de eerste divisie en speelden de play-offs. Met Helmond Sport wonnen we een periode, waardoor we ook mochten deelnemen aan de nacompetitie.” Sinds 2019 speelt de Zoetermeerder voor Rijnsburgse Boys. “Ik heb het erg naar mijn zin. Het is zaak onze vorm vast te houden.”

Klik op Rijnsburgse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rijnsburgse Boys voor meer informatie over de club.

Woudrichem voelt nu als thuis voor Yoeri Duyzer

Toen hij in 2016 verhuisde naar Woudrichem en daar samen met zijn vriendin een eerste woning kocht, besloot Yoeri Duyzer om maar meteen lid te worden van de plaatselijke voetbalclub. Nu, zes seizoenen later, zit de aanvaller er nog steeds. En niet voor niks. “Het leeft hier enorm, dat maakt het toch wel heel leuk.”

Geboren in Schelluinen, inmiddels dus beland in Woudrichem. Een voor de 30-jarige Duyzer logische route. “Als je hier dan komt wonen, wil je ook een beetje binding krijgen. Waar kan dat beter dan bij de voetbal?” Helemaal onbekend, was hij er overigens ook niet. “Twee vrienden voetbalden bij Woudrichem én het was voor mij een stapje hoger. Ideaal dus.” Spijt heeft de spits dan ook absoluut niet. “Een gezellig team, een goed niveau en veel derby’s. Het totaalplaatje op de zaterdag. Tweede klasse, dus we willen ook echt presteren.”

Verloren seizoen

Al lukte dat vorig seizoen, met een tiende plek, niet helemaal. “We speelden ons pas laat veilig, dus dat was even aanpoten. Dat terwijl we het jaar daarvoor bovenin meededen.” Een verklaring, die heeft Duyzer wel. “Een aantal jongens gestopt, dan lever je kwaliteit in. Maar vooral met corona, was het lastig om je niveau vast te houden. Langere tijd geen vast ritme, daar hadden we moeite mee.” Hijzelf ook. “Ik liep te kloten met blessures, bleef maar last houden. Irritatie aan mijn knie en later hamstring. Het voelde voor mij als een verloren seizoen.” Tevredenheid overheerst dan ook absoluut niet. “Met een tiende plek kunnen wij moeilijk tevreden zijn. Uiteindelijk maak je het wat betreft degradatie zelfs nog onnodig spannend. Dat moet gewoon beter.” Toch probeert Duyzer de positieve punten er nog wel uit te halen. “We hadden een smalle ploeg, met veel blessures, dan krijgen jonge jongens de kans. Als ik zelf drie of vier hele wedstrijden heb gespeeld, is het veel. Die ervaring nemen die gasten wel weer mee.” Naar hopelijk een beter seizoen, al zorgt de start nog niet voor al te veel vertrouwen. “Onze doelstelling is directe handhaving, dat wordt met die versterkte degradatie al spannend genoeg.” En dus wordt het tijd om de weg omhoog in te zetten, vindt Duyzer. “Het begin was lastig, daarna hebben we ons wel enigszins herpakt. Dat is nodig ook, als we ons doel willen behalen.”

Kapstok

Maar vanzelf, gaat dat natuurlijk niet. “We moeten leren voetballen naar onze nieuwe rol. Voor corona konden we hoog drukzetten en aanvallend voetbal spelen, nu moeten we meer op resultaat spelen. Realistischer, drukzetten op een andere plek en vooral punten pakken.” Hij vervolgt. “We zijn niet meer die uitdager van de top, zo van: kom maar naar Woudrichem, zullen we het wel even laten zien. Nu moeten we naar onze directe concurrenten kijken.” Ook zijn eigen rol als spits, is daardoor een klein beetje anders. “Echt de kapstok van het team, het aanspeelpunt. Met een dynamisch middenveld en rappe buitenspelers, moeten we er dan snel uit kunnen komen.” Allemaal om als team in die tweede klasse te blijven, daar moet alles voor wijken. “Ik heb niet een bepaald aantal doelpunten in mijn hoofd, als we winnen en ik heb niet gescoord, is dat ook goed. Bal vasthouden en op die manier van waarde zijn, is prima.” Hoelang Duyzer dat nog blijft doen, is nog maar even de vraag. “Dat bekijk ik echt per seizoen. Het blijft het mooiste spelletje wat er is en ik haal er nu nog ontzettend veel plezier uit, maar het kost veel tijd en er zijn ook andere dingen. Dat heb ik tijdens die lange onderbreking wel gemerkt, toen dacht ik wel een paar keer: het is goed zo.” Toch was dat het nog niet en dus wil de inwoner van Woudrichem voorlopig nog gewoon lekker vlammen. “Weer helemaal fit, dus we kunnen gas geven!”

Klik op Woudrichem voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Woudrichem voor meer informatie over de club.

Peter Drijver ontwikkelt jeugd én trainers van Kozakken Boys

Na een aantal maanden inventariseren, kwam Peter Drijver als Hoofd Jeugdopleiding bij Kozakken Boys in 2020 met een plan. En nu, bezig aan zijn derde seizoen bij de club, maakt de bevlogen voetballiefhebber de balans op. “We doen hier dingen, die zie je niet bij een BVO hoor!”

Daar later meer over, want we beginnen bij het begin. Met een goed en doordacht plan. “We wilden de opleiding van onderaf beter maken. Dus spelers ontwikkelen, maar ook trainers de gelegenheid bieden om cursussen te volgen.” Dat was voor Drijver, die onder meer bij FC Dordrecht, Norwich City en Sunderland ervaring opdeed in het profvoetbal, af en toe even schakelen. “De instelling is natuurlijk anders. Bij amateurs staat plezier altijd voorop.” Maar ook dan, kun je ambitieus zijn, weet de 72-jarige ‘HJO’. “We hebben een spelervolgsysteem geïntroduceerd, zodat je alles in de gaten kunt houden. Hoe goals ontstaan, op welke posities spelers spelen en hoe vaak ze aanwezig zijn. Dan heb je een mooi overzicht en kun je daar samen over praten.”

Geen excuses

Al is dat nog lang niet alles. “Video-analyses en sinds dit seizoen ook mental coaching.” Vooral aan dat laatste, was veel behoefte, merkte hij. “Spelers zitten, zeker na corona, minder lekker in hun vel. Door ze daarin te begeleiden, zie je ze gewoon weer gelukkiger worden en meer zelfvertrouwen krijgen.” Persoonlijke aandacht staat bij Drijver sowieso hoog op het lijstje. “We geven ook specifieke training en helpen trainers met teambuilding, dat is ontzettend belangrijk.” Als het aan hemzelf lag, deed hij alle oefeningen nog allemaal voor, maar dat gaat niet meer. “Ik voel me nog 25, alleen mijn benen willen niet meer zo…” Want als iemand weet hoe belangrijk sport is, dan is het Drijver wel. “Voor het plezier, het samenzijn. De jeugd is anders dan vroeger, zeggen een stuk makkelijker af. Ik wil eigenlijk geen excuses om niet te komen.” Daar doen ze bij Kozakken Boys in ieder geval alles aan, om dat te voorkomen. “Misschien nog wel meer en beter dan bij een BVO.” Toch heeft de club te maken met een mogelijk gevaar, weet hij. “De onderbouw groeit ontzettend hard, maar de bovenbouw moet breder worden. Daar hebben we nu eigenlijk te weinig teams.” Want om het doel (meer jongens uit Altena in het eerste) te bereiken, moet er hard gewerkt worden. “Voetbal is mijn passie. Daardoor heb ik bijna heel de wereld gezien, veel gelachen en ook gehuild. Dat gun ik iedereen. Uiteindelijk heeft toch ieder kind die droom? Daar wil ik bij helpen.”

Warm maken

Zes dagen per week. “Het belangrijkste is een goede communicatie. Dus we overleggen veel, bekijken de statistieken en organiseren activiteiten.” Wat er sinds zijn aanstelling is veranderd? “Eigenlijk alles! Dit was er allemaal eerst nog niet. Van video-analyse tot spelervolgsysteem en specifieke trainingen.” Behalve het faciliteren van de trainerscursus, probeert Kozakken Boys ook op een andere manier trainers te ondersteunen. “Door op dezelfde manier te trainen, maar dat valt niet mee. Eerst waren het echt aparte eilandjes.” En dus wordt het tijd voor de volgende stap, want ook die heeft Drijver al in zijn hoofd. “Uitbreiding van spelers uit de regio. Zonder te ronselen, moeten we die toch warm zien te maken. Bijvoorbeeld door te laten zien wat we doen bij Kozakken Boys.” Al zit daar wel meteen een probleem. “Dan hebben we meer velden nodig. Anders hebben we niet genoeg ruimte om iedereen minimaal twee keer per week te laten trainen.” Alleen dan, komt de eigen jeugd terecht in het eerste. “Daarom zijn we ook begonnen met een O23, dat is een mooie manier om de afstand te verkleinen. Daar krijgen jongens twee of drie jaar de kans om te wennen aan het mannenvoetbal en zich te bewijzen voor het eerste elftal.” Maar zo’n plan kost tijd, weet Drijver ook wel. “Het was in eerste instantie al een vijfjarenplan, dit is de derde, maar we gaan zeker nog drie jaar door.” Want de Zwijndrechter, geniet nog altijd als nooit tevoren. “Dan sta je te kijken, de ontwikkeling is genieten. Het straalt ervan af. Ik vind jeugd fantastisch om te zien, daar gaat mijn hart van open!”

Klik op Kozakken Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Kozakken Boys voor meer informatie over de club.

Ramon Hageraats nieuwe hoofdtrainer vv Quintus

0

Vv Quintus heeft in Ramon Hageraats een opvolger gevonden voor de vertrekkende trainer Richard Langeveld.

Hageraats nu nog verbonden aan cvc Reeuwijk keert volgend seizoen dus terug naar het Westland waar hij eerder vv Maasdijk en Lyra onder zijn hoede had.

Vv Quintus verheugd zich op een vruchtbare samenwerking met de nieuwe hoofdtrainer.

Klik op vv Quintus voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Quintus voor meer informatie over de club.

 

Marius van der Pijl zit op zijn plek bij het tweede van Altena

Hoofdtrainer van een eerste elftal? Marinus van der Pijl moet er eigenlijk niet aan denken. En dus zit de inwoner van Werkendam bij het tweede van Altena meer dan uitstekend op zijn plek. “Je hebt minder druk en het is lekker relaxed, een bewuste keuze.”

Eentje die de 55-jarige Van der Pijl al in een vroeg stadium maakte. “Ik ben vijf jaar lang trainer geweest van het tweede bij Kozakken Boys, maar wilde eens wat anders. Op een gegeven moment kwam Altena.” Al was ook dat geen toeval. “Mijn vader is hier al zijn hele leven lang lid, dus ik ging altijd met hem mee. Zelf heb ik ook nog twee jaar in het eerste gevoetbald.” Dus toen hij eenmaal werd benaderd, was de keuze snel gemaakt. “Ik ben een keer gaan kijken; daar zat wel uitdaging in! Vervolgens had ik maar weinig bedenktijd nodig.”

Compliment

Nu, begonnen aan zijn vierde seizoen, is dat zelfde gevoel er nog steeds. “Het bevalt heel goed, ook sportief. We willen graag kampioen worden en naar die eerste klasse, vorig jaar verloren we in de nacompetitie maar deden wel lang mee voor de titel.” Heel erg is dat, zo blijkt achteraf, niet. “Ongeveer vijftien spelers zijn vetrokken, mede door de leegloop bij het eerste. We spelen nu met veel jonge jongens uit de eigen jeugd, aangevuld met spelers van het derde en vierde. In totaal zijn er bij ons maar drie of vier overgebleven van vorig jaar.” Het zegt veel over de club Altena, vindt Van der Pijl. “Onderling werken we heel goed samen, ook de teams onder mij. Veel spelers zijn bereid om mee te doen, dat is een compliment.” Toch was het begin best even lastig, maar de oefenmeester zit absoluut niet bij de pakken neer. “Spelers die naar een andere club zijn gegaan, hebben die keuze gemaakt, de situatie is nu eenmaal zo. Nu moeten we met elkaar eruit halen wat erin zit.” Dat lukt tot nu toe, meer dan aardig. “Ik sta echt verbaasd te kijken! Je verwacht elke week misschien een flinke nederlaag, maar we doen het hartstikke goed als team. Een plekje in de middenmoot én de minste goals tegen, daar ben ik enorm blij mee.” Het tekent Van der Pijl als mens en als trainer. “Het is een grote uitdaging, maar die pakken we met beide handen aan. Je probeert er, ook nu, gewoon weer alles uit te halen. We moeten vooruitkijken, niet terug.”

Ontspannen

En nog belangrijker, plezier houden. “Alleen als je dat hebt, kun je presteren. Hopelijk spelen we dan straks ook weer bovenin mee.” Dat allemaal zonder acht van zijn beste spelers. “Die zijn allemaal naar ‘één’ gegaan, dat maakt me dan natuurlijk ook wel weer trots.” Helemaal uit de lucht, valt die goede ontwikkeling dan ook niet. “Als tweede zit je een beetje tussen het eerste en de lagere elftallen in. Samen overleggen we veel. Iedere donderdag hebben we een gesprek, het is soms een flinke klus om de teams vol te krijgen. Maar iedereen moet kunnen voetballen.” Hoe dan ook, zijn aanpakt lijkt te werken. “Ik ben meer een mensenmens, sta tussen de groep. Prestatie in combinatie met plezier.” Al gaat dat natuurlijk niet vanzelf. “Op de training doen we veel pass- en trappen, vooral om die jongens met elkaar te laten wennen en het samenspel te verbeteren.” Allemaal met bal. “Vroeger liep je nog veel zonder, dat is er nu wel uit. Goede oefenstof, is een goede conditie.” Van der Pijl, die in het verleden ook Hoofd Jeugdopleiding was bij Kozakken Boys, geniet toch het meeste op het veld. “Met spelers omgaan, contact maken en het over van alles en nog wat hebben. Het moet vooral ontspanning zijn. Ik ben liever trainer van een tweede, dat spreekt me meer aan. Minder druk en lekker je hoofd leegmaken, voor mij is dit ontspannen!”

Klik op Altena voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Altena voor meer informatie over de club.

Erik Pieters bekendste oud-speler Rhelico

De bekendste speler die ooit in het shirt van RVV Rhelico speelde, was Erik Pieters. De linkspoot speelde in de eredivisie voor onder meer FC Utrecht en PSV. Pieters maakte in 2010 zijn debuut voor het Nederlands elftal.

Regionale Voetbalvereniging Rhelico werd opgericht in 1969 en is ontstaan door het samengaan van de voetbalclubs VIOS Rhenoy en Lingeboys.

VIOS (Vooruitgang Is Ons Streven) stamt nog van voor de Tweede Wereldoorlog. Lingeboys was al eerder gefuseerd vanuit verschillende verenigingen: RSV uit Rumpt, SNC uit Enspijk en NEP uit Deil.

In het eerste jaar na de oprichting speelde Rhelico (Rhenoy Linge Boys Combinatie) de thuiswedstrijden nog op het veld van Lingeboys in Enspijk, daarna verhuisde de club naar sportpark Boutenstein in Rumpt dat tot de dag van vandaag nog de thuisbasis is van Rhelico. De leden van Rhelico komen vooral uit Acquoy, Deil, Enspijk, Gellicum, Rhenoy en Rumpt.

Beesd begon in de Real Madrid-kleuren. VV Beesd werd officieel opgericht in 1959, maar de club had toen al een aantal voorlopers gehad in het dorp. Voor de oorlog waren er zelfs twee voetbalclubs in Beesd. De katholieke bevolking voetbalde bij De Egelantier en de protestanten kwamen uit voor Blauw-Wit.

Beide verenigingen waren echter geen lang leven beschoren.  Nog voor de Tweede Wereldoorlog begon had zowel De Egelantier als Blauw-Wit de laatste adem uitgeblazen.

Twee jaar na de oorlog werd de Beesdse Sportvereniging opgericht, maar ook dit initiatief om tot een stabiele voetbalclub te komen mislukte. BSV had maar een paar elftallen en gingen ook ten onder aan het gebrek aan leden.

In 1959 volgde de geboorte van het huidige VV Beesd. De nieuwe club kende een droomstart, want in de eerste twee jaar werden meteen twee kampioenschappen veroverd. Nog belangrijker was dat VV Beesd al snel een prominente plaats in de samenleving in het dorp wist te verwerven.

Bij de oprichtingsvergadering in 1959 werd door de leden gekozen voor een opmerkelijk outfit: wit shirt, witte broek en witte kousen, naar voorbeeld van Real Madrid dat in de jaren vijftig bij de invoering van de Europa Cup vijfmaal het beste clubteam van Europa was.

Klik op Rhelico voor de laatste artikelen over de clubs.
Klik op Rhelico voor meer informatie over de clubs.