Home Blog Pagina 1461

Jeugdvoorzitterschap v.v. Rhoon is voortaan duobaan

Foto: links Hans Schepers, rechts Frans van Breda

Bij v.v. Rhoon is het jeugdvoorzitterschap met ingang van het nieuwe seizoen een duobaan. Hans Schepers en Frans van Breda gaan samen de kar trekken. “Ik wilde het eigenlijk niet alleen doen”, zegt Schepers.

“Ik ben al eerder jeugdvoorzitter geweest, maar gestopt vanwege privéomstandigheden. Frans en ik vormen denk ik een goed koppel. Ik ben van het praten en de schouderklopjes, Frans is organisatorisch sterk en kan het grote geheel goed overzien.”

Dat ze allebei nu instappen, heeft, buiten de clubliefde, te maken met het feit dat ze vinden dat de jeugdafdeling structuur ontbeert. “Veel gaat goed hoor”, haast Schepers zich te zeggen. “Maar een beetje meer structuur zou geen kwaad kunnen.”

Van Breda: “Het heeft nu veel weg van hapsnap-beleid.” Schepers: “Dat klopt wel, ja. Als er iets moet gebeuren, gebeurt het, maar er zit geen plan achter. Eigenlijk doen we nog hetzelfde als toen we nog 150, 200 jeugdleden hadden, maar inmiddels zijn we meer dan verdubbeld. We hebben bijna vijfhonderd jeugdleden.

”Dat boerenclubje moeten we blijven qua gezelligheid, maar in de organisatie mag het ook wat professioneler worden. Ik kijk er door mijn managementervaring met andere ogen naar”, zegt Van Breda. “Hans is een peoplemanager, ik ben van de rechtlijnige oplossingen in de complete breedte. We vullen elkaar goed aan.”

“Prestatief doen we het met jeugd best aardig hoor”, vertelt Schepers. “In vrijwel alle leeftijdscategorieën spelen onze hoogste teams in de eerste klasse. Daar zit het probleem ook niet. Het gaat meer om hoe je je aandacht verdeelt tussen prestatie- en breedtesportvoetbal. Ik heb in het verleden vaak genoeg gezien dat een moeder een zak met ballen in handen kreeg gedrukt en dat ze het maar moest uitzoeken met de kinderen. Gelukkig is dat nu beter geregeld, worden er a4’tjes met trainingsvormen uitgedeeld, maar  het zou goed zijn als daar een structurele lijn inkomt.”

Van Breda: “Ik heb zelf twee zoons, waarvan er één speelt in een selectieteam en één in een niet-selectieteam. Het verschil wat daar voor wordt gedaan is te groot. Natuurlijk, er moet verschil zijn, maar ieder kind heeft wel aandacht nodig. Het is nu hét moment om alles goed te structuren. We krijgen body als jeugdtak.”

Schepers: “We willen beginnen om eerst de taken goed te beschrijven. Dan wordt het ook eenvoudiger om ouders voor functies te benaderen. Beter zestien taken bij twaalf personen, dan zestien bij drie. We willen dat dus in kleine potjes opdelen.”

 

“De uitdaging is om van al deze ongeslepen diamantjes één team te maken bij VV Vrederust.”

HALSTEREN – Zelf was hij als voetballer een veelscorende aanvaller. Na een aantal jaren ‘in de schaduw’ te hebben meegelopen als assistent-trainer, staat hij nu voor het eerst op eigen benen. Eric van de Watering zag bij VV Vrederust de uitdaging waar hij als trainer naar op zoek was.

“Ik ben vier jaar als assistent werkzaam geweest bij MOC’17 in Bergen op Zoom. Regelmatig kreeg ik wel eens de vraag of ik niet als hoofdtrainer aan de slag wilde. Maar het was toen niet het juiste moment of ik vond het niet de geschikte uitdaging. Toen VV Vrederust aanklopte, vond ik het na vier seizoenen assistent-trainer wél het moment om de stap te zetten. Doordat ik erg gemotiveerd en resultaatgericht wil werken, brengt het wel met zich mee dat men bij de club waar ik zou beginnen het maximale eruit moet willen halen wat erin zit. En dat geldt evenzoveel voor de spelersgroep waarmee ik moet werken. Ook zij moeten deze ambitie hebben. En bij Vrederust heb ik het gevoel dat iedereen diezelfde ambitie heeft.”

Uitlaatklep
Van de Watering heeft qua werk, een huwelijk én een verhuizing een druk jaar achter de rug gehad. Qua werk is hij in Antwerpen druk bezig met het opstarten van een nieuwe TBS-inrichting waarbinnen hij werkzaam is op de afdeling Sport. “Als ontspanning ben ik trainer/coach van Vrederust. Echt veel extra vrije tijd heb ik momenteel niet, maar het voetbal is een prima uitlaatklep om te kunnen ontspannen.”

De keuze voor Vrederust was voor de debuterend hoofdtrainer, in het bezit van een UEFA-C-diploma, in zijn ogen een hele bewuste én een hele logische. “Als je over een uitdaging praat met betrekking tot het professionaliseren van een vereniging dan denk ik dat Vrederust een redelijke uitdaging is. Wat echter de echte uitdaging is dat er bijna een geheel nieuw elftal is ontstaan met de veel nieuwe jongens van buitenaf die zich op het laatste moment hebben aangemeld bij Vrederust.”

”Het gaat hier om veel jonge jongens die gewoon willen voetballen. Het zijn stuk voor stuk ongeslepen diamantjes. Nu is het aan mij om daar een elftal van te maken wat stabiel, attractief maar zeker resultaatgericht voetbal gaat spelen en dat alles heeft mij doen beslissen om trainer te worden van VV Vrederust.”

Proces
Samen met zijn assistent Stefan van den Boom wil Van de Watering zich richten om bij Vrederust de gestelde doelen te gaan realiseren. Hij heeft getekend voor één seizoen, maar gezien het proces zal het daar wellicht niet bij blijven.  “Zoals je hebt kunnen lezen is er nog veel werk aan de winkel met betrekking tot het vormen van een elftal, het zijn veelal jongens die aardig kunnen voetballen maar die tactisch nog veel kunnen leren zowel individueel als in teamverband. Als we van elf kleine ruwe ongeslepen diamantjes één grote geslepen diamant kunnen maken, dan denk ik dat dit in een seizoen niet mogelijk is. Maar waar een wil is……….”

 

 

SV Hillegom neemt prestatievoetbal onder de loep

Op 9 december was het vijf jaar geleden dat SV Concordia en VV Hillegom samensmolten tot SV Hillegom. Met ruim veertienhonderd leden en een fraai nieuw complex staat de fusieclub nadrukkelijk op de kaart. Voor het nieuwe vijfjarenplan is het de vraag welke kant het op moet met de ‘inrichting’ van het prestatievoetbal.

Binnenkort houdt de club een buitengewone ledenvergadering waarbij het nieuwe beleidsplan (tot 2022) wordt besproken. “We hebben bij de start van de club gekozen om niet te betalen”, zegt voorzitter Han van den Hof. “Dat hebben we destijds weloverwogen gedaan. Het merendeel van de leden was de mening toegedaan dat we een club moesten zijn met behoud van een dorpse identiteit en daar paste geen spelersvergoedingen bij. Maar inmiddels zijn we vijf jaar verder en de club en de wereld om ons heen hebben zich ontwikkeld. Het is daarom goed om het huidige beleid tegen het licht te houden.”

Daarvoor heeft het bestuur van de club een beleidscommissie in het leven geroepen. Deze commissie heeft de opdracht met ‘onafhankelijke’ ogen te kijken naar wat de wensen van de leden en de mogelijkheden van de club in de toekomst zijn. “De commissie heeft van ons één simpele boodschap meegekregen: ga peilen wat er onder leden leeft. Daar kunnen dus twee dingen uitkomen. Of we vervolgen het huidige beleid of we brengen wat aanpassingen aan.”

Hillegom koos bij de start van de club in 2012 bewust om een stabiele tweedeklasser te zijn. “Met eigen spelers die stuk voor stuk zonder uitzondering contributie betalen. In ons eerste seizoen handhaafden we ons keurig, maar het seizoen daarop degradeerden we naar de derde klasse. Soms zie je dat het goed is om eerst een stap terug te doen om er later twee te kunnen zetten. In het derde seizoen werden we met een straatlengte voorsprong kampioen en het seizoen daarna stootten we via de nacompetitie meteen door naar de eerste klasse. Fantastisch natuurlijk, maar we merkten ook dat onze spelers op dat niveau zich in de kijker speelden en aantrekkelijk werden voor clubs die betalen.”

Afgelopen zomer stopte doelman Daan Ruigrok en vertrokken aanvaller Nick van Staveren (naar Noordwijk), Jeroen Dedel (SJC) en Maurice van der Neut (Noordwijk). “Vier sterkhouders”, weet Van den Hof. “Voor Daan Ruigrok kwam Rahim Gök van Legmeervogels, de andere posities hebben we ingevuld met jongens uit de eigen club. Daar is natuurlijk niks mis mee, maar Nick van Staveren en Jeroen Dedel waren samen goed voor 36, 37 goals. Dat vang je niet even op, dus we wisten dat we een moeilijk jaar zouden krijgen.”

De stand op de ranglijst in de eerste klasse bevestigt dat ook. De ploeg van trainer Arend Jan Kranenburg bivakkeert in de onderste regionen. “Onze situatie maakt de huidige discussie alleen maar actueler”, meent Van den Hof. “Als de beleidscommissie haar werk heeft gedaan, gaan wij als bestuur een mening vormen.”

Hij kan zich voorstellen dat er een aanpassing komt in het beleid. “Maar we gaan ons niet spiegelen aan een FC Lisse, Quick Boys of Katwijk. Dat zijn veredelde profclubs die werken met arbeidscontracten. Dat willen we pertinent niet. Als we overgaan tot spelersbetalingen zal dat zijn in de vorm van een vergoedingsysteem op basis van prestatie, puntengeld dus. En ik kan me ook voorstellen dat we niet willen dat we een doorgangshuis worden voor voetballers die voor twintig of dertig euro meer weer vertrekken. Er moet dus een limiet komen aan spelers van buitenaf.”

Zo’n besluit heeft volgens Van den Hof een grote impact op de club. “Het moet ook wel te realiseren zijn met sponsors. Er moet geld op tafel komen. Voor ons als bestuur geldt dat welke beslissing er ook door de leden genomen wordt, het een breed gedragen besluit moet zijn.”

 

Paulo Lopulalan over het nieuwe complex en de nieuwe aanwinsten van Leerdam Sport ’55.

Leerdam Sport ’55 speelt momenteel haar wedstrijden nog op Sportpark Leerdam Sport, maar dit zal vanaf het seizoen 2019/2020 niet meer het geval zijn. Er wordt vanaf komende zomer namelijk gewerkt aan een nieuw complex voor de club uit Leerdam. Het VoetbalJournaal is in gesprek gegaan met Paulo Lopulalan, Hoofd Technische Zaken bij Leerdam Sport ’55, over o.a. het nieuwe complex, het huidige seizoen en de nieuwe aanwinsten voor komend seizoen.

Paulo Lopulalan: ‘’De gemeente koopt de huidige grond over om het bestemmingsplan betreft huizenbouw te kunnen uitvoeren. Leerdam Sport ligt hiervoor eigenlijk deels in de weg en zodoende heeft de gemeente ons uitgekocht. Totdat wij gaan verhuizen naar de nieuwe accommodatie, is de grond nog eigendom van Leerdam Sport.’’

Bouw nieuw complex
Komende zomer zal de bouw van het nieuwe complex gaan beginnen. Tevens is er de mogelijkheid om eerder aan de bouw te beginnen, doordat de hockeyclub -die momenteel op de locatie zit- eerder dan gedacht verhuist naar het sportpark van LRC. ‘’Als alles volgens planning verloopt, dan kunnen wij vanaf het seizoen 2019/2020 verhuizen en onze wedstrijden gaan afwerken op het nieuwe sportpark.’’ gaf Lopulalan aan.

Huidig en komend seizoen
Op sportief gebied gaat het dit seizoen minder met Leerdam Sport ’55.  Lopulalan gaf aan dat hoewel op papier alles nog mogelijk is, dat als men realistisch naar de situatie kijkt dat het nagenoeg onmogelijk is om degradatie naar de 4e klasse te voorkomen. ‘’Wij liggen al een straatlengte achter op de concurrentie en ook ik zie handhaving niet meer gebeuren. Onze ambitie is dan ook zo snel mogelijk (terug) te promoveren naar de 3e klasse en het is niet van belang of dit gebeurt via een kampioenschap of via de nacompetitie.’’

Het is dan ook niet gek dat de club al de nodige versterkingen heeft gehaald voor komend seizoen. De nieuwe aanwinsten zijn eigenlijk allemaal bekenden van de club. De huidige assistent-trainer Yoni Sahertian wordt volgend jaar de hoofdtrainer en neemt het over van Gerrie Schaap. De nieuwe aanwinsten voor de spelersgroep hebben bijna allemaal een verleden bij Leerdam Sport ’55 en de club nog steeds een warm hart toe dragen.

Lopulalan: ‘’Van de nieuwe aanwinsten komen er drie spelers van buiten Leerdam, waarvan er één speler op het moment nog bij FC Engelen, in de buurt van ‘s-Hertogenbosch, speelt. Deze speler is een neefje van onze huidige keeper en zodoende zijn wij met hem in contact gekomen. Daarnaast komen er twee jongens uit Culemborg, maar die zijn al bekend bij de club. De overige aanwinsten zijn allemaal afkomstig uit Leerdam.’’

Visie en uitvoering gaan hand in hand
Op deze wijze gaan de visie van Leerdam Sport ’55 en de uitvoering hand in hand, aangezien het bestuur ernaar streeft om de club het ‘Leerdamse’ gezicht en karakter terug te geven. ‘’Vandaar dat er spelers die afkomstig zijn uit Leerdam en/ of een verleden hebben in Leerdam worden benaderd om terug te komen naar de club. Wij streven er als club naar om een selectie op te bouwen, waarin 85% van de spelers afkomstig is uit Leerdam. De achterliggende gedachte achter deze visie is het vergroten van de binding tussen de selectie en de rest van de club.’’

 

Keeper Davey van Pelt wil omhoog met IFC

Na drie seizoenen in de hoofdmacht van Dubbeldam (zondag) verruimde Davey van Pelt dit seizoen zijn blik. De jonge goalie, hij is nog altijd pas twintig jaar, stapte over naar IFC. Hij werd direct eerste keus in de zondaghoofdmacht en voelt zich beter worden.

H-I-AMBACHT – Dat Davey van Pelt weinig moeite had om zich bij hoofdklasser IFC aan te passen aan het hogere voetbalniveau, wekt op zich geen verbazing. Op jonge leeftijd speelde hij zich al in de kijker bij Feyenoord en na een jaar in de jeugdopleiding ‘op Zuid’ verkaste hij naar Rotterdam-West om zich verder te laten bijspijkeren in de voetbalschool van Sparta Rotterdam. ”Daar deed ik wel ervaring op die nu ook bij IFC weer om de hoek komt kijken’’, aldus Van Pelt.

”Na drie seizoenen bij Dubbeldam merkte ik bij IFC wel heel snel dat keepen in de hoofdklasse echt anders is. Een groot verschil is dat elke kans een schot op doel oplevert, dus echt tussen de palen. Aanvallers zijn zó doelgericht’’, schetst Van Pelt. Nadat hij in de voorbereiding de concurrentiestrijd naar zijn hand zette, was hij in competitieverband echter snel gewend. ”Eén of twee duels was het wennen. Nu houd ik mij goed staande in de hoofdklasse’’, aldus Van Pelt. De overstap had volgens de doelman ‘niet beter kunnen uitpakken.’

”Na drie seizoenen bij Dubbeldam voelde ik dat ik toe was aan een volgende stap. Vorig seizoen, mijn laatste bij die club, merkte ik dat alles een beetje minder werd. Uiteindelijk volgde ook degradatie en ik zag het niet zitten om in de derde klasse van het zondagvoetbal aan de slag te gaan’’, aldus Van Pelt, wiens ambitie het juist is om omhoog te kijken tijdens zijn voetballoopbaan. Zoals elke voetballer die ooit enige jaren in de jeugdopleiding van een betaald voetbalclub doorbracht, droomde ook hij via de achterdeur een tweede kans als voetbalprof te krijgen. ,,Natuurlijk was dat een droom.’’

Of dat er ooit nog van gaat komen, durft Van Pelt nu niet meer te zeggen. Voorlopig is hij vooral blij met zijn keuze voor IFC. ”Wie had dat gedacht. Ik in de jeugd in elk geval niet’’, wijst hij lachend op de rivaliteit die hij in zijn jonge jaren voelde jegens de roodzwarten uit Hendrik-Ido-Ambacht. Van die gevoelens is nu geen enkele sprake meer.

”Toen ik besloot om bij Dubbeldam te vertrekken en verder te kijken, kwam IFC al snel op mijn pad. Dat voelde goed en ik had dan ook al snel geen behoefte meer om verder om mij heen te kijken. Het was voor mij snel duidelijk dat ik naar deze club wilde. Ik heb het hartstikke naar mijn zin. Er staat een fantastische groep, met veel ervaren spelers die mij ontzettend goed helpen. Voorlopig hoef ik hier zeker niet weg.”

”Ja, ik wil nog steeds omhoog, maar misschien kan ik die ambitie ook wel waarmaken met IFC. De selectie bestaat voor een groot deel uit spelers die hier al jaren zijn en die stabiel meedraaien in de hoofdklasse. Waarom zou je dan niet een keer de stap naar de derde divisie kunnen maken?’’

 

Voor SDO’63 is winst of verlies even totaal niet meer belangrijk

LAMSWAARDE – Vol ambitie begon SDO’63 uit Lamswaarde aan het huidige voetbalseizoen. Hopend om opnieuw een periode te pakken en een gooi te doen naar wellicht een historische promotie. Maar een ernstig verkeersongeval van eerste doelman Jordi Wouters heeft dat allemaal onbelangrijk gemaakt. Het hele voorval heeft diepe sporen nagelaten binnen de club en ook de eerste selectie.

Drama
Waar SDO’63 graag de jacht wilde inzetten op een eventuele periodetitel dit seizoen, daar werd na enkele wedstrijden dus een ruwe bres geslagen in alle vooraf gestelde doelen. “Winst of verlies van een wedstrijd is voor ons nu even helemaal niet meer belangrijk. We waren redelijk aan het seizoen begonnen, al hadden we natuurlijk graag meer punten gehad. Maar als je dan in de selectie zo’n drama meemaakt, dan stelt een gemiste kans, een bal binnenkant paal of een terugspeelbal met een tegengoal tot gevolg helemaal niks meer voor”, zegt verdediger Bart Hendriks.

Record
Vorig seizoen behaalde de club een geweldig aantal punten: 41 punten in 24 wedstrijden. Een aantal dat al jarenlang niet was gelukt. “Ik vond het een mooi doel om ons eigen record direct weer verbreken. Met zo’n puntenaantal kun je bovendien zomaar een periodetitel grijpen, dat bleek helaas het geval. En dat was toch wat we vooraf ons ten doel hadden gesteld. Om te proberen opnieuw die nacompetitie te bereiken. We spelen inmiddels al wat jaren bij elkaar, hadden enkele nieuwe jongens erbij gekregen, waaronder dus ook Jordi.”

”Hij volgde Roy Cremers op in doel en was al snel geaccepteerd in de groep. Dat hij nu op zo’n manier wegvalt is heel erg. Het heeft ons als groep en eigenlijk de gehele club enorm aangegrepen. We zijn samengekomen en hebben er veel met elkaar al over gepraat. De ouders van Jordi willen graag ook dat we de draad oppakken en dat we onze focus op het voetbal richten. Of ons dat lukt, dat zal het vervolg van de competitie moeten uitwijzen.”

Nouri
De naam van ‘ Appie’ Nouri, de Ajacied die in de voorbereiding een hartstilstand kreeg en sindsdien in het ziekenhuis ligt met ernstig letsel, is de afgelopen weken in Lamswaarde ook al regelmatig gevallen.

“Dat klopt, we maken nu iets soortgelijks mee. We weten als selectie ook niet welke kant het allemaal op zal gaan. Exact weten we ook niet wat er allemaal speelt nu. We weten wel dat Jordi nog altijd in coma ligt en dat het niet goed is. We kunnen alleen maar hopen. Maar we proberen met elkaar de draad op te pakken, samen erover te praten en het een plek te geven. Het gevoel van machteloosheid dat is vreselijk natuurlijk.”

Verwerken
“Elke doelstelling die we vooraf hadden en ook die ik zelf persoonlijk heb als voetballer die staat ver op de achtergrond. Ik zou met nul punten laatste willen eindigen als dit daarmee voorkomen was. Helaas is dat niet de realiteit. We moeten toch weer wedstrijden spelen en door in deze competitie. Voor onszelf, voor Jordi, voor zijn ouders en zus. Die wens ik alle sterkte toe om dit allemaal te verwerken en een plek te geven. En waar we uiteindelijk dan met SDO’63 zullen eindigen, dat is nu voor mij wel het allerlaatste waar ik me ‘druk’ om maak…”

 

‘Ik hoef hier bij vv Waspik niet met zweep achter de spelers aan’

Marco van Dijnsen merkte bij de Waalwijk Cup eind augustus al meteen dat het met de sfeer bij zijn nieuwe club vv Waspik wel goed zit. “Uren nadat andere clubs al waren vertrokken, stonden onze spelers nog te feesten.” 

Van Dijnsen (50) verkaste afgelopen zomer van het Teteringse DIA naar Waspik. Hij neemt een flinke bak aan ervaring mee. Hij speelde in het verleden voor NAC en was al tien jaar werkzaam als hoofdtrainer bij de senioren. In de afgelopen drie jaar stond hij dus aan het roer bij DIA. “Na drie seizoenen vond ik het genoeg geweest. Het was een mooie tijd, jammer genoeg grepen we een paar keer net naast het kampioenschap.”

Hij heeft nooit gedacht aan een tussenjaar: Van Dijnsen geniet van het trainersvak. “Ik ben nog met JEKA in gesprek geweest, maar dat werd niks. Toen Waspik me benaderde, heb ik wat rondgebeld. Ik kende de club al, volgde het van een afstand toen Martin Clerx (ook oud-speler van NAC, red.) daar trainer was. Het is een enorm hechte club, een goede subtopper waar het met de mentaliteit wel snor zit. Ik hoef hier in ieder geval niet met de zweep achter de spelers aan om ze te motiveren.”

Van Dijnsen hoopt het met Waspik beter te doen dan vorig seizoen, toen de club op de zesde plaats eindigde in de zondag derde klasse B. “Een vierde plek zou heel mooi zijn. De selectie is redelijk in tact gebleven, maar het blijft krap. Met dertig spelers voor twee teams kom je al snel in de problemen.”

De 50-jarige oefenmeester houdt ervan om eigen jeugd in te passen. “Niets is mooiers dan dat, daar geniet de hele club van. Maar tegelijkertijd ben je wel een erg rare trainer wanneer je een waardevolle toevoeging zou afwijzen omdat hij van buitenaf komt.”

Van Dijnsen hoopt zijn stempel te kunnen drukken in Waspik. “Ik wil verzorgd van achteruit voetballen. 4-3-3 heeft mijn voorkeur, maar ik sta altijd open voor het gesprek met mijn spelers. Ik hoop hier in Waspik mijn handtekening te kunnen laten zien in het spel.”

 

Boughmari is weer terug op het oude nest bij GPC Vlissingen.

GPC Vlissingen degradeerde twee seizoenen geleden naar de derde klasse van het zaterdagvoetbal en eindigde vorig seizoen op een teleurstellende vijfde plaats op de ranglijst. De inmiddels 34-jarige verdediger Najim Boughmari is na twee seizoenen afwezigheid weer terug bij zijn club en is duidelijk. “Ik vind dat GPC in de tweede klasse thuishoort.”

Boughmari is geboren en getogen in Vlissingen heeft in zijn loopbaan verschillende clubs gehad. Zo speelde de verdediger voor VC Vlissingen, Walcheren, Kloetinge, Terneuzen, Zeelandia Middelburg én GPC. Bij laatstgenoemde vereniging voelt hij zich het best. “GPC is lekker dichtbij en ik ken bijna iedereen binnen de club.”

Zo heeft de Vlissinger met Marokkaanse roots hoogtepunten en dieptepunten gekend binnen de club. “Wij hebben met bescheiden middelen jarenlang in de eerste klasse gespeeld en was ik in het seizoen 2010/2011 zelfs topscorer van het team. Mijn meest negatieve ervaring is de degradatie van de eerste- naar de tweede klasse.”

Inmiddels bivakkeert GPC Vlissingen in de derde klasse, een niveau waar Boughmari zelf nog niet op geacteerd heeft met zijn GPC. “Het lijkt mij vanzelfsprekend dat wij zo hoog mogelijk willen eindigen. Er zijn een aantal goede spelers bijgekomen. Ik vind dat wij dit seizoen in ieder geval voor een periode moeten gaan.”

Persoonlijk heeft Boughmari de laatste jaren minder vaak gevoetbald dan gewenst. “De afgelopen twee seizoenen heb ik veel last gehad van mijn enkels. Ik heb zelfs overwogen om te stoppen. Vorig seizoen heb ik bij Zeelandia Middelburg geen wedstrijd kunnen spelen en daar baal ik ontzettend van.

De diagnose Sinus Tarsi Syndroom werd vastgesteld. Het betreft hier een zenuwblokkade in de enkels. Ik werd doorverwezen naar Fysiotherapie In Balans te Oost- Souburg. Ik ben aan de slag gegaan met Jouri van den Broeke. Na maandenlange oefeningen kan ik concluderen dat de klachten minder zijn geworden.”

Dit seizoen hoopt de Marokkaanse sterkhouder dan ook op een blessurevrij jaar en wil belangrijk zijn voor het team. “Mijn ervaring probeer ik over te brengen op andere jeugdige spelers. Ik coach van nature regelmatig. Daarnaast heb ik als doel om het verlengstuk te zijn van de trainer.” GPC Vlissingen heeft sinds deze zomer Niels Slager als nieuwe trainer aangesteld. “Ik hoop dat Niels het plezier weer terug kan brengen, zodat jongens graag komen trainen en wij hopelijk toe kunnen werken naar iets moois.”

De Vlissinger heeft in zijn loopbaan meerdere trainers gehad en heeft twee trainers hoog zitten. “Van Edwin Kriens en Jurriaan van Poelje is mij het meest bijgebleven. Dit is overigens niets ten nadele van de andere trainers.”

Ondanks zijn 34-jarige leeftijd wil Boughmari nog niet stoppen, maar kijkt hij stiekem al wel verder in de toekomst.  “Ik hoop allereerst nog een aantal jaren fit te blijven en hopelijk nog een paar seizoenen in een eerste elftal te kunnen voetballen. Daarna overweeg ik mijn trainerspapieren te halen.”

 

 

‘CION is eenheid binnen én buiten het veld’

Bart Sterk (30) en Cengiz Topal verdedigen met veel plezier de kleuren van CION. Ze spreken zich uit over hun club.

Teamgeest
Sterk: “Die is dus duidelijk wel aanwezig. We moeten het echt van collectiviteit hebben. De mouwen opstropen met z’n allen, daar is CION heel goed in. Er zit ook echt wel voetbal in de ploeg, maar zonder elkaar komen we nergens. Dat weten we allemaal en daar spelen we allemaal naar. We zijn een hechte eenheid, kun je wel zeggen.”

Topal: “Op donderdagavond kun je zien dat we een heel hecht team hebben. Dan eten en drinken we in de kantine wat met z’n allen en dat is altijd heel gezellig. We zijn niet alleen op het veld een eenheid, maar ook heel duidelijk daarbuiten. Aan tafel wordt ons door de trainers de ruimte gegund om het over van alles te hebben. We praten over voetbal, maar ook over privé-zaken. Ik zou die donderdagavonden niet willen missen. Ze staan wat mij betreft symbool voor CION.”

De trainers Slobodan Dutina en Najim Nasri
Topal: “Nasri ken ik al heel lang. Ik ken hem uit de jeugd, ik kan gerust zeggen dat hij mij het voetballen heeft aangeleerd. Een heel fijne vent die een perfecte aanvulling vormt op Dutina. Die is wat ouder en heeft veel tactische kennis die hij goed kan overbrengen.”

Sterk: “Nasri is wat meer voor de teambuilding en de focus op de wedstrijd. Dutina is het tactisch brein, hij heeft veel verstand van zaken. De wisselwerking tussen ons en de trainers is prima. Ze zijn beiden kundig en gelukkig is er naast het veld ruimte voor een grap.”

Mijn rol is…
Sterk: “Ik ben de laatste man die de opbouw van achteruit moet verzorgen. Ik ben bijna 31 jaar en moet me laten gelden, ik moet andere aansturen en het overzicht bewaren. Ik heb denk ik een goede trap die ik graag gebruik in mijn spel. Daarnaast heb ik de ervaring om situaties goed te beoordelen, wat natuurlijk ook verwacht mag worden van iemand van mijn leeftijd.”

Topal: “Goh, ik vind het niet makkelijk om over mezelf te praten. Ik heb liever dat een ander wat zegt,maar vooruit, laat ik een poging doen.Ook ik moet ervaring brengen bij Cion, aan de voorkant van het middenveld. Ik speel achter de spitsen en probeer daar te laten zien dat ik al heel wat jaar voetbal. Ik probeer een stimulerende werking te hebben op anderen en coach ook veel. Ik hoop dat anderen vinden dat het me goed afgaat.”

Over de ander
Sterk: “Het gaat Cengiz zeker goed af, hij is een heel belangrijke speler voor ons team. Hij is superbalvast, stevig in de duels en gaat voorop in de strijd wanneer de situatie daarom vraagt. Ik ken Cengiz al uit de jeugd van HVO, waar we samen op een hoog niveau hebben gespeeld. Ik ken hem dus heel goed en weet dat een ploeg heel veel aan hem kan hebben. Hij is niet alleen een goede voetballer, maar ook een heel aardige jongen die niet snel malle fratsen zal uithalen. Een betrouwbare en rustige gozer die doet wat van hem verlangd wordt. Prima dus.”

Topal: “Bart is een heel goede kracht voor CION. Hij is een supergoede voetballer die de pass als belangrijk wapen heeft. Dat kan hij echt heel goed, passen. Bart is betrouwbaar als voetballer en als mens, want wij kennen elkaar zoals gezegd al heel lang. Ik vind het erg mooi om met hem samen te spelen in een team. We hebben zeker een klik.”

 

 

Hulp bij de opleiding voor VV Stolwijk

In de jeugdafdeling van VV Stolwijk heeft het ‘doorrommelen’, zoals jeugdvoorzitter Dennis Klos het noemt, plaatsgemaakt voor meer structuur. Jeugdtrainers krijgen hulp van voetbalschool De Complete Techniek. “We waren hier als club aan toe.”

Klos (43 jaar) ondervond zelf als jeugdtrainer de beperkingen bij VV Stolwijk. “Toen ik trainer werd van het team van mijn dochtertje, de MO13-1, kwam ik erachter dat trainers er vooral alleen voor stonden. Dat gebeurde niet met opzet, maar de organisatie zat zo gewoon in elkaar. Daarmee waren wij niet anders dan veel andere dorpsclubs. Vrijwilligers houden de boel draaiende en doen dat op een zo’n goed mogelijke manier.”

“Maar de tijden zijn  veranderd. Als jeugdtrainer en -begeleider moet je tegenwoordig het nodige in je mars hebben. Je vindt allerlei obstakels en hobbels op je weg, omdat kinderen heel veel prikkels krijgen. Toen ik jong was en voetbalde, had je geen sociale media, geen Playstation of Xbox.”

“Dat vraagt dus om een andere benadering, daarnaast hebben we als club de afgelopen jaren te maken met een fikse groei. Wij hebben inmiddels tweehonderdvijftig jeugdleden, verdeeld over twintig teams.” Klos kreeg goed inzicht toen hij een jaar meeliep met de jeugdcommissie. “We hebben veel gebrainstormd met elkaar en uiteindelijk kwam dit model er voor ons uitrollen.”

Sinds dit seizoen werkt VV Stolwijk samen met De Complete Techniek, de voetbalschool die onder leiding staat van Jodan Boys-trainer Dennis van den IJssel. “Het idee erachter was trainers te helpen bij hun werk, een coördinator die trainers ondersteunt en begeleidt. Hij maakt het trainingsprogramma en geeft in grove lijnen de oefenstof aan. Daarmee wordt trainers een handvat aangereikt. Het gevoel dat ze er alleen voor staan is daarmee meteen weg.”

“We werken met blokken van zes weken die weer zijn onderverdeeld in drie keer twee weken waarin verdediging, middenveld en aanval centraal staan.”

“We zijn begonnen met vijf teams, maar inmiddels zitten we op vijftien. We willen het voor alle jeugdteams, verenigingsbreed, doorvoeren. Dat geeft al aan dat we zeer tevreden zijn. Hoewel we kort bezig zijn, zien we al effect. Het enthousiasme is groot, het plezier waarmee iedereen op het veld staat, trainers en spelers, is groter geworden. Voetbaltechnisch maken we ook stapjes, omdat we gericht bezig zijn met dingen. Zelf denk ik ook dat we in de toekomst minder snel een lid zullen verliezen.”

“Ja, het kost geld, maar je krijgt er ook veel voor terug. Het moeilijkste voor de club was om dit besluit te nemen. Je geeft toch een belangrijk deel van je werk uit handen, dat lag bij mensen heel gevoelig. Maar nu we de stap gezet hebben en mensen zien dat het werkt,  verdwijnt dat gevoel langzaam.”