Home Blog Pagina 1421

Het derde van Victoria’03: niet zomaar een vriendenploeg

In het derde elftal van Victoria’03 worden fanatisme en prestatiedrang gecombineerd met gezelligheid. Oud-eerste elftalspelers met een hart voor de club werken zich samen nog wekelijks in het zweet op de velden in Oudenbosch en omgeving. Met een mooi hoogtepunt vorig seizoen tot gevolg.

Jeroen Baremans is een typisch voorbeeld van een voetballer uit het derde team van Victoria’03. Hij voetbalt nagenoeg zijn hele leven bij de club, speelde tien jaar lang in het eerste en is nu alweer aan zijn vierde seizoen bezig in het derde. Het sportpark Albano in Oudenbosch voelt als zijn tweede thuis, waar niets of niemand onbekend is voor hem.

Daarnaast valt de naam van zijn bedrijf B&O Totaalbouw tegenwoordig in koeienletters te lezen op de tribune van de club. Baremans besloot zijn amateurvereniging te sponsoren. “Dat is denk ik toch de liefde die je hebt voor een club. Het mag dan regelmatig rommelen bij Victoria’03, toch hecht ik heel veel waarde aan de vereniging. Ik ben er opgegroeid, ken zo goed als iedereen binnen de club en voetbal er nog altijd met veel plezier.”

De familie Baremans onderhoudt sowieso een nauwe band met Victoria’03, legt Jeroen uit. “Mijn vader gaat nog elke zondag kijken en heel veel familieleden hebben bij de club een vrijwilligersfunctie vervuld, van bestuurslid tot leider. De liefde voor Victoria’03 is er bij mij met de paplepel ingegoten.” Als Baremans zelf niet hoeft te voetballen, staat hij ook langs de lijn bij het eerste. “Het gaat echt heel goed met dat team. Het is een hele jonge groep, die het prima doet in de derde klasse. Wie weet maken ze dit seizoen wel kans om te promoveren. Ik vind het super om te zien dat het zo goed gaat met de selectie.” Zelf voelt hij niet de drang om een actieve rol rondom de selectie te bekleden. “Ik ben juist zo blij dat ik die verplichtingen niet meer heb, ook iets anders kan doen op een zondagmiddag. Ik heb een gezin met twee kinderen en een eigen bedrijf, het is dus druk genoeg.”

Baremans is bezig aan zijn vierde seizoen in het derde team van de club. “3,5 jaar geleden ben ik gestopt in het eerste. Het gat tussen de jonge jongens, sommigen waren nog maar 15, en mezelf werd echt te groot. Ik voelde minder een klik met hen dan met de gasten van mijn leeftijd, die bijna allemaal een paar seizoenen eerder waren gestopt. Daarnaast werd het lastig te combineren met het leven buiten het voetbal. In het derde varieert de leeftijd tussen de 28 en 40 jaar, ik zit daar precies tussenin. We vullen elkaar goed aan, hebben echt een superleuk elftal. Bij ons merk ik dat leeftijdsverschil helemaal niet.”

Het derde is ruim tien jaar geleden opgericht door jongens die stopten in het eerste elftal en lager wilden voetballen met wat vrienden. “Van lieverlee zijn daar wat spelers van afgehaakt en jongere jongens bijgekomen, zoals ik.”

De combinatie tussen de gezelligheid rondom de wedstrijd en het fanatisme gedurende de negentig minuten, bevalt Baremans prima. “De meesten zijn gewend er altijd vol voor te gaan, aangezien het veel spelers zijn met ervaring in een eerste elftal. Dat blijft er wel in zitten. We hebben een grote groep die er echt alles voor geeft, er zit een bepaalde drive achter. Dat is fijn, want anders had ik het ook niet volgehouden. Ik blijf heel fanatiek en dat wordt maar niet minder. Ik zal nooit zomaar een wedstrijd overslaan.”

Die drive leidde vorig jaar tot het hoogtepunt in de geschiedenis van de ploeg. “We werden kampioen in de reserve vijfde klasse. Dat hebben we heel uitbundig gevierd, met een platte kar door Oudenbosch, een feest in de kantine en daarna nog een soort kroegentocht door de stad.”

Voetballen in de reserve vierde klasse bevalt de mannen van het derde tot nu toe prima. Ze draaien – op het moment van schrijven – aardig mee in de middenmoot en merken dat de tegenstanders op dit niveau wat meer voetballen. “In de vijfde klasse is het toch meer ‘cafévoetbal’. Nu staan we regelmatig tegenover jongens die we nog kennen van vroeger, daar moesten we met het eerste tegen. Dat er meer gevoetbald wordt, maakt het voor ons ook leuker.” Baremans verwachtte sowieso geen degradatiestrijd. “We werden vorig jaar redelijk overtuigend kampioen en kregen er met Arjan Christianen (oud-NAC, Willem II, RBC en Fortuna Sittard) een hele goede doelman bij. Dat soort gasten zorgen ervoor dat het niveau steeds weer een stukje hoger wordt. Ik denk dat we dit seizoen maximaal twee keer voetballend echt hebben ondergedaan voor de tegenstander.”

Baremans hoopt nog flink wat seizoenen door te kunnen voetballen. “Maar dat hangt af van mijn lichaam. Zolang dat het nog toelaat, ga ik graag door.”

 

Waspik is trots op de eigen jeugd

Jos van Boxel (58) is alweer jarenlang hét aanspreekpunt voor alle jeugdspelers, -trainers en ouders bij voetbalvereniging Waspik. Hij besteedt wekelijks met veel liefde en plezier uren aan de organisatie van de jeugdafdeling. “Ik vind het prachtig om die kleintjes achter de bal aan te zien hobbelen.”

Van Boxel heeft eigenlijk helemaal geen voetbalachtergrond. Hij honkbalde een blauwe maandag, maar kwam pas met een voetbalvereniging in aanraking toen zijn inmiddels 30-jarige zoon als jeugdspeler lid werd van vv Waspik. “Vanaf dat moment ben ik blijven hangen.” Van Boxel was jeugdleider, assistent-wedstrijdsecretaris en nu sinds een jaar of zes jeugdvoorzitter. “Bij de jeugd gaat het vooral nog om plezier, die zijn het resultaat alweer vergeten als ze bij de kleedkamer zijn.”

Bij de voetbalvereniging uit Waspik lopen een kleine tweehonderd jeugdleden rond, verdeeld over zeventien teams. Een stabiel aantal, hoewel de aanwas in de jongste lichtingen momenteel niet groot is. “Er zijn pakweg zes jaar geleden te weinig kinderen geboren in Waspik. We moeten een paar jaar wachten voor dat weer aantrekt, daar zijn we echt afhankelijk van. Gelukkig zien we in de afgelopen jaren weer een piek in de geboortecijfers.”

Met een totaal van ruim vierhonderd actieve leden, zijn de velden van Waspik echter al aardig gevuld. “We hebben maar twee officiële velden. Het is voor mij voorafgaand aan een zaterdag altijd al puzzelen, om die thuisspelende teams allemaal in een schema te proppen. Volgens de gemeente is er geen mogelijkheid om uit te breiden. Wij willen zelf liever geen kunstgras, dat heeft veel minder charme dan natuurgras. Meer voetballers zijn echter altijd welkom, dan puzzelen we gewoon nog even wat langer.”

De niveaus waarop de jeugdteams acteren, liggen ver uiteen ziet Van Boxel. “Dat ligt natuurlijk aan de kwaliteit van een lichting. We hebben enkele teams die aardig meedraaien in de eerste klasse, vooral de B-jeugd is momenteel erg goed. Daar kan het eerste in de toekomst de vruchten van gaan plukken.” Het is niet altijd makkelijk voor een amateurvereniging om de talenten te behouden, gezien de betaald voetbalclubs uit de omgeving al bij de jongste jeugd langs de lijn staan. “Soms staan ze er zelfs al bij de JO8 of JO9. Ik denk dan: wacht tot ze 15 of 16 zijn, maar wij zullen onze talenten de kans altijd van harte gunnen. De kans dat ze het ook echt maken in het betaald voetbal is natuurlijk klein, maar als ze na een paar jaar weer terug willen keren, staat onze deur altijd wagenwijd voor ze open.”

De selectie van Waspik volgt de prestaties van de jeugdafdeling nauwgezet: het eerste team is volledig afhankelijk van aanwas van eigen talent. “Wij betalen geen cent aan onze selectiespelers en hebben momenteel alleen maar jongens uit Waspik in het eerste staan.”

Van Boxel wil graag nog een dankwoordje uitspreken voor de vele vrijwilligers die zijn taak verlichten. “Zonder de mensen die mij op zaterdag ondersteunen, zou het onmogelijk zijn om alles in goede banen te leiden.”

 

Bij Colijnsplaatse Boys gokken ze op de jeugd

Bij zaterdag-vierdeklasser Colijnsplaatse Boys speelt de jeugd een centrale rol. Om als kleine vereniging bestaansrecht te houden, is het belangrijk dat er steeds meer jeugd bij de club komt. De 55-jarige Arthur Welter is sinds elf jaar in dienst van de club. “Binnen de vereniging heeft dit onze aandacht en we proberen dan ook met diverse evenementen nieuwe leden te werven.“

Welter heeft in het verleden verschillende (jeugd)teams binnen de vereniging getraind en is nu verantwoordelijk voor de JO17. “JO17 is een talentvol- en positief ingesteld team. We hebben de luxe dat we drie trainers voor dit team hebben. Graham Holmes, speler van het eerste elftal geeft ook regelmatig training. Zijn enthousiasme en inzet heeft ervoor gezorgd dat spelers zich goed ontwikkelen. Het is een hecht team, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in het niveau van de spelers.“

Arthur Welter kan een ware clubman genoemd worden en is dan ook blij deel uit te mogen maken van de vereniging. “Colijnsplaatse Boys is een kleine vereniging waar iedereen centraal staat. De club is laagdrempelig en heeft ook echt een functie binnen de gemeenschap en omliggende dorpen. Voor mij zijn dat belangrijke voorwaarden.”

De 55-jarige oefenmeester kan voorlopig terug kijken op een geslaagd seizoen. “Er wordt op een hoog niveau getraind. We zijn in de najaarsreeks kampioen geworden van de vierde klasse en gaan nu een klasse hoger spelen. We hebben het geluk dat we op iedere positie van het elftal wel een speler hebben die het verschil kan maken. Onze kracht is een juiste mix van bepalende en dienende spelers.”

De jeugd is niet alleen belangrijk voor de bestaansrecht van de vereniging, maar zeker ook voor het vlaggenschip. “Ieder jaar breken er spelers door. In potentie zijn er circa vijf spelers die in de toekomst uit kunnen komen voor het eerste elftal. Job Nuijens is het grootste talent van de club. Hij is nog jong en is nu al één van de bepalende spelers bij de JO17. Ook bij de lagere elftallen zie je talentjes rondlopen die wellicht ooit ook deze stap kunnen maken.”

 

 

CvdW: v.v. NSVV – Fiona Noordam

Fiona Noordam komt sinds haar vierde bij NSVV en is momenteel bezig aan haar vijfde seizoen als bestuurslid bij de club uit Numansdorp. De 32-jarige Noordam is verantwoordelijk voor de sponsoring en kleding binnen NSVV. VoetbalJournaal sprak met Fiona over haar functie, de betrokkenheid bij de club en haar verwachting voor de mogelijke kampioenswedstrijd van aankomend weekend.

Noordam maakte kennis met de club door haar twee jaar oudere broer en bleef betrokken bij NSVV. ‘’Mijn broer ging voetballen toen hij 6 was en ik ging altijd mee. Toen ik 15 was is Teun Leeuwenburgh zo slim geweest om te vragen of ik het niet leuk vond om de entreekaartjes te verkopen en achter de bar te staan. Ik heb heel lang achter de bar gestaan en daarna ben ik in de communicatiecommissie beland. Ook heb ik in de commissie gezeten die de hele renovatie van ons sportpark heeft gedaan. Dat was erg leuk om te doen.’’

Toen Fiona in Breda ging wonen en studeren bleef ze elk weekend terug naar huis komen om onder andere op zaterdag bij NSVV te zijn. Noordam groeide door binnen de club en is sinds vierenhalf jaar bestuurslid. Ze heeft contact met alle bedrijven die sponsor zijn en regelt alles met betrekking tot de clubkleding. Met haar 27 jaar zorgde ze voor vers bloed binnen het bestuur. ‘’Ik was toen de jongste en de enige vrouw. Dat was voor sommigen vast wel even wennen, maar wat vrouwelijk tegenwicht kan soms geen kwaad, haha. Ik heb het nog altijd naar mijn zin.’’

Fiona geeft aan dat de club zich probeert te onderscheiden door authentiek te zijn én trouw wil blijven aan eigen principes. ‘’Mensen komen voetballen bij ons omdat ze NSVV een mooie vereniging vinden en dat vrijwilligers bij ons werken op basis van vrijwilligheid. Mensen zijn -of voetballen- graag bij ons omdat ze dat zelf willen, niet voor het geld of omdat ze moeten. We organiseren veel activiteiten en er is altijd wat te doen. Dat creëert clubliefde en dat is voor ons de basis. Daarnaast proberen we door middel van professionalisering van de jeugdopleiding te zorgen dat we in de toekomst hoger gaan voetballen. In een omgeving waarin veel amateursclubs wel betalen om goede voetballers binnen te halen, is dat best weleens een uitdaging. Daar tegenover zetten wij dus onze eigen identiteit in en zorgen we dat de randzaken bij ons goed geregeld zijn. Zo proberen wij bijvoorbeeld altijd om op een buitenlands trainingskamp te gaan.’’

Komend weekend kan NSVV, in de thuiswedstrijd tegen GHVV ’13, het kampioenschap behalen als er wordt gewonnen. Noordam heeft vertrouwen in een goede afloop aankomend weekend. ‘’Ik hoop dat het zaterdag gaat lukken, want het is het leukste om thuis kampioen te worden.’’ Fiona verwacht dat het een lastige wedstrijd gaat worden maar gaat uit van een 2-1 overwinning voor de club uit Numansdorp. ‘’Ik heb een hoop geregeld dus ik hoop dat alles zaterdag al van stal kan worden gehaald.’’

CvdW: v.v. NSVV – Introductie

 

 

Ed Strik zat vroeger altijd te zeuren tegen ‘die lui’

Goed gebekt. Ed Strik groeide op in Den Haag “en dan weet je het wel”. Als scheidsrechter op de voetbalvelden is zo’n scherp tongetje wel handig. “Soms kun je het beter met je mond oplossen dan met een kaart”, aldus de voorzitter van de scheidsrechterscommissie van VV Katwijk.

“Ik zat vroeger altijd te zeuren tegen die lui”, zegt de 63-jarige inwoner van Valkenburg. Met ‘die lui’ bedoelt hij scheidsrechters. “Joh, je moet eens weten wat ik allemaal niet heb gedaan op een voetbalveld. Knijpen, bijten, spugen. Noem het maar op en ik heb het gedaan. Elleboogje hier, elleboogje daar. En maar zuigen bij de scheidsrechter, want die  zag het nooit, maar dan ook nooit goed. Een nieuwe bril moest hij kopen of hij had watten in zijn ogen.”

Totdat hijzelf tot het scheidsrechterskorps toetrad. “We speelden een wedstrijd en zoals gewoonlijk had ik weer veel kritiek. Gerard Vreeken, die hoofd was van de scheidsrechterscommissie bij Katwijk, floot. Op een gegeven moment zei hij: als je het zo goed weet, ga je toch zelf fluiten? Die uitdaging heb ik maar aangenomen.”

Het was het begin van een lange carrière, die hij op zijn 23ste begon. Hij schopte het tot groep 3. Dat was voor hem mooi genoeg. “Van de bond zeiden ze: je kan hoger. Ik reageerde altijd met: hoger? Ja, de boom in. Ik vond het wel goed. Ik was op een gegeven moment 43 jaar. Ik zag het al voor me, op die leeftijd mij  het schompes trainen en dan vervolgens te horen krijgen dat je te oud bent. Daar heb ik vriendelijk voor bedankt.”

Hij bleef wel lang voor de KNVB jeugdwedstrijden fluiten. “Dat was leuk om te doen. Ik vroeg altijd om wedstrijden na twaalven en binnen een straal van 35 kilometer. Dan kon ik bij Katwijk er ’s morgens een jeugdwedstrijdje bij pakken. Dat ging goed, totdat ze me gingen indelen om elf uur in Capelle aan den IJssel.”

Was hij zelf als speler een ‘grote treiteraar’, als scheidsrechter staat Strik te boek als streng. “Ik laat heel weinig toe. Ik fluit consequent en weet hoe galbakken kunnen zijn, want ik was er vroeger zelf één.”

Eens stond er een boomlange vent voor zijn neus. “Die was het niet eens met een beslissing. Hij was zeker twee meter. Ik zeg: oh wee, als jij mij een tik probeert te geven, dan is de eerste tik van mij. Hij: maar dat kan je als scheidsrechter toch niet doen? Ik zeg: hier heb je die tik, een kaart.”

Onorthodox was en is zijn aanpak ook af en toe. “Ik floot een keer een seniorenwedstrijd. Ik werd nog gerapporteerd ook. Op een gegeven moment, vrij vroeg in de wedstrijd, fluit ik voor een overtreding. De speler, die de overtreding maakte, was het er niet mee eens en trapte de bal weg. Normaal is dat natuurlijk een gele kaart, maar ik zei: halen jij. Hij keek me aan alsof hij water zag branden. Toen heb ik het herhaald: halen die bal. En daar ging-ie. Iedereen lag dubbel, tegenstanders en medespelers. Wat stond die speler in zijn hemd. Je begrijpt, ik heb een makkie gehad die middag.”

Strik, die op zaterdag altijd de eerste op de club is (‘tussen kwart voor zes en tien voor zes open ik alles’), heeft het acceptatievermogen richting scheidsrechters de afgelopen decennia zien afnemen. “De ontwikkeling in de maatschappij zie je terug op het voetbalveld”, zegt hij stellig. Hij geeft zijn eigen generatie daarvan ‘de schuld’. “Wij, mijn generatie dus, hebben in de jaren zestig en zeventig bepaalde vrijheden verworven. Dat was goed, maar het is daarna doorgegaan. Die ontwikkeling stoppen is lastig.”

Als voorzitter van de scheidsrechterscommissie is Strik blij dat Katwijk de zaakjes op scheidsrechtersgebied goed op orde heeft. “Natuurlijk kun je nooit genoeg scheidsrechters hebben, maar we mogen niet klagen. We hebben alles redelijk op orde. We zijn niet voor niets ARAG gecertificeerd. Ik heb onlangs voor alle scheidsrechters nieuwe tenues besteld. Uitstraling is heel belangrijk, zeker voor een scheidsrechter. En we hebben oog voor talent. In de B-jeugd loopt een spelertje, die heeft het in zich. En nu al een persoonlijkheid, hé. Kevin Blom kwam namens de KNVB de ARAG Certificatie uitreiken. Hij bleef nog even kijken bij de wedstrijd waar die knul floot. In de rust zei Blom dat hij wegging, want hij moest nog ergens anders heen. Ik hoor het die knul nog zeggen: ‘Dat is goed hoor’. Hij zei er nog net niet bij: je mag, je hebt mijn toestemming. Vijftien, zestien jaar en nu al zo’n persoonlijkheid, heerlijk.”

 

Voetballen met chocola en prosecco

Het plan om een damesteam op te richten mislukte bij Hansweerste Boys, maar het idee van het damesvoetbaltoernooi slaagde wel. Noppen&Pumps bleek een doorslaand succes. Want waar speel je nou een voetbaltoernooi terwijl je tussendoor extensions kunt laten zetten?

Hansweertse Boys mag zich in de handen wrijven met Janine Commee. Vorig jaar deed zij samen met de bestuursleden Frank Quakkelaar en Jankees Schrier nog alle moeite om een damesteam op te richten bij de club, nadat een kennis had aangegeven dat haar team bij Kruiningen uit elkaar viel. Commee:,, Maar het bleek lastig om genoeg speelsters te werven. We hebben nog aan de KNVB gevraagd om aan een zeven-tegen-zeven-competitie mee te doen, maar dat nam te veel tijd in beslag.” Toch liet de Hansweertse het er totaal niet bij zitten. ,In de tussentijd was namelijk het idee opgeborreld voor een uniek damestoernooi. Nadat het damesteam was afgeketst vond het bestuur wel dat we dat plan moesten voorzetten.”

Op 13 mei 2017 vond dan ook Noppen&Pumps plaats, een zeven-tegen-zeven-toernooi waaraan zes damesteams meededen. De zogenaamde side-events namen een prominente rol in. ,,De dames konden een gratis glaasje prosecco krijgen, Chocolate Lovers bood heerlijke lekkernijen aan, New Fashion Style liet de nieuwste modetrends zien; dat soort dingen. Uiteindelijk waren er acht leuke en diverse kraampjes, terwijl een DJ zorgde voor heerlijke deuntjes.” Bij de loterij werden twee hoofdprijzen verloot: Een weekeind gratis cabrio rijden, beschikbaar gesteld door Automotions. De tweede grote prijs was een weekeind weg voor twee personen (ladies only), gearrangeerd door Personal Touch Travel. Commee hoorde veel positieve geluiden, mede door de inzet van vele vrijwilligers. ‘’We gaan ervan uit dat er in 2018 een vervolg gaat komen.”

Wil je met jouw team alvast je interesse kenbaar maken voor het toernooi van 2018? Stuur dan even een mailtje naar noppenenpumps@gmail.com.

Ria Lodder (PSV Poortugaal): ‘Zoeken naar de grenzen van onze mogelijkheden’

“Je moet door als club.” Voor voorzitter Ria Lodder is het duidelijk. PSV Poortugaal is anno 2017 veel meer dan voetbal alleen. De club timmert dan ook ‘maatschappelijk’ aan de weg. “We hadden al een prestatie- en breedtesporttak, nu voegen we daar een maatschappelijke tak aan toe”, vertelt Lodder.

Haar club, duizend leden groot, neemt later dit jaar De Polderschuur, dé ontmoetingsplaats in Poortugaal, van de gemeente Albrandswaard over. “De Polderschuur staat nu nog in het centrum van Poortugaal, maar wordt straks gedemonteerd en naar ons complex verplaatst”, zegt Lodder. “We moeten het gebouw wel zelf in elkaar zetten.”

De komst van de Polderschuur past volgens Lodder in de ontwikkeling die PSV Poortugaal doormaakt. “Een voetbalclub is veel meer dan voetbal alleen tegenwoordig. Persoonlijk denk ik dat je het met voetbal alleen ook niet meer redt. We waren al op verschillende vlakken maatschappelijk actief. Voor de jeugd organiseerden we al van alles zonder dat het iets met voetbal te maken had. Dat doen we onder de naam PSV Poortugaal Kanjerclub. Pas geleden hebben we nog een middag gehad met Playstation-wedstrijden.”

“Daarnaast proberen we wandelvoetbal te ontwikkelen. Daar gaan we dit jaar op zondagochtend mee beginnen. Die opa’s en vaders langs de lijn is onze doelgroep. Overdag, als er niet getraind wordt, maken een computerclub en een wandelclub al gebruik van onze accommodatie. Met de komst van de Polderschuur willen we dat grootser opzetten. Eén van onze ideeën is een jongereninstuif iedere woensdagmiddag. Ook komt er een krachthonk voor hersteltraining van een fysiotherapiepraktijk.”

PSV Poortugaal had al eerder een tweedeling gemaakt in prestatie- en breedtesportvoetbal. “Dat was echt noodzakelijk”, kijkt Lodder terug. “We zagen dat we ten opzichte van andere clubs een achterstand hadden. Talentjes vertrokken of werden vroeg weggehaald. Wij zijn begonnen met de kennis en kwaliteit binnen onze jeugdopleiding te vergroten. Alle selectieteams hebben bij ons hun TC3-oefenmeestersdiploma.”

En dat jongetje in de E8? “Ook daar proberen we goede faciliteiten voor te creëren. Wij hebben niet voor niets een hoofd prestatietak én een hoofd breedtesporttak. Niet ieder kind of jongetje wil fanatiek voetballen. We hebben daar een paar jaar geleden bewust een tweedeling in gemaakt. Tien jaar geleden is er de eerste aanzet voor gegeven, vijf jaar geleden hebben we dat het jeugdbeleidsplan 2.0 genoemd, nu hebben we geen naam, maar wat mij betreft gaat het als jeugdbeleidsplan 3.0 door het leven.”

De maatschappelijke poot past ook in de visie van het bestuur om door te ontwikkelen. Lodder: “We  zoeken de grenzen van onze mogelijkheden. Wat kan wel, wat kan niet. We kijken niet alleen naar binnen, maar naar buiten.” Daarom zou Lodder er ook een groot voorstander van zijn om tot vergaande samenwerking te komen met buurman Oude Maas. “We vissen uit dezelfde vijver, op alle gebieden. Richting gemeente, richting sponsors.”

“Oude Maas heeft helaas afgelopen seizoen wat problemen gehad.  Daarvoor waren we al in gesprek met elkaar. De dames- en meisjestak doen we al samen. Als alles weer wat rustiger is bij Oude Maas, hervatten we de gesprekken. Ik denk dat we samen een veel grotere vuist kunnen maken. Nu zijn we beiden net iets te klein.” Lodder denkt daarbij aan een professionaliseringsslag die dan gemaakt kan worden. “Je zou een professionele man die de boel overdag runt, een verenigingsmanager, kunnen aanstellen. Dat zou het werk voor de vele vrijwilligers een stuk verlichten.”

Historische samenwerking Teylingen en Ter Leede.

De Sassenheimse clubs Teylingen en Ter Leede doen dit seizoen met een gezamenlijk meisjesteam onder vijftien jaar mee aan de competitie. “Historisch”, noemt Ter Leede-voorzitter Ronald Vonk de samenwerking. Teylingen en Ter Leede zijn goede buren op sportpark Roodemolen.

“Wij hadden acht meisjes in de leeftijdsklasse tot 15 jaar, Teylingen ook. Na een paar goede gesprekken is deze samenwerking geboren”, zegt Vonk. Het gecombineerde team speelt in een neutraal shirt. “Lichtblauw van kleur, de Manchester City-kleur, zeg maar. Op de ene mouw staat het logo van Teylingen en op de andere mouw ons logo. De thuiswedstrijden op zaterdag werden sowieso al verspreid over ons gezamenlijke sportpark gespeeld, dus het probleem van verdeling van thuiswedstrijden hebben we niet.

Wij zien het echt als een win-win situatie. Voor die meiden is het helemaal fantastisch. Die kunnen meedoen aan activiteiten bij Teylingen én bij ons.” Vonk sluit niet uit dat beide clubs in de toekomst meer gaan samenwerken. “Waarom niet? Als je elkaar op deze manier kan helpen, zullen we het niet nalaten. Het woord fusie zal ik niet in de mond nemen. Een fusie is ook niet nodig, want beide clubs zijn kerngezond. We hebben allebei onze eigen achtergrond, maar dat we op deze manier wat voor elkaar kunnen betekenen, bewijst dit gecombineerde elftal.”

 

 

Slikkerveer blijft altijd vrolijk aanvallen

Slikkerveer is dit seizoen terug in de tweede klasse. Onder leiding van trainer Danny Wijnstekers zal de Ridderkerkse formatie ook op het nieuwe terrein de aanval zoeken. “Verdedigend voetbal zit niet in onze aard.”

Ze zien eruit als de ideale schoonzonen, Rick Drenth en Iwan Tewelde. “Dat zijn ze ook”, zegt Ruud Naaijkens, bestuurslid technische zaken. “Goede jongens voor de club en het team. Ze lopen in het veld eerder te veel dan te weinig.”

“Dat laatste klopt wel”, herkent Drenth (20) zich in die uitspraak. De bij Rijsoord opgegroeide speler speelt bij Slikkerveer op ‘10’ en maakt daar de nodige meters. “Daardoor kom ik wel eens energie te kort voor het doel”, zegt hij. “Dat gaat weer ten koste van mijn doelpuntenproductie.”

Drenth verhuisde na het seizoen 2015/2016 naar de Ridderkerkse club, teleurgesteld dat hij was dat hij geen echte kans kreeg bij Rijsoord. “Ik ken z’n vader goed”, vertelt Naaijkens. “Die heeft tot de B-tjes bij Slikkerveer gespeeld. Samen dachten we dat Rick wel zou passen bij ons. Hij is een diepe nummer tien, die, zoals ik eerder al zei, veel voor het team over heeft. Hij maakt veel vuile meters.”

“Hij is een topgozer”, vult Iwan Tewelde aan. Hij heeft er sinds de komst van Drenth een medespeler, maar ook goede vriend bijgekregen. “Rick is niet zelfzuchtig, daarom wordt hij ook zo gewaardeerd.”

“Ik zie me wel als aanjager van het team”, reageert Drenth. “Het zit ook in me: ik wil veel energie leveren. Ik ben geen echte doelpuntenmaker, ik ben wel iemand die het vuurtje kan aanwakkeren als we de bal moeten veroveren.”

Vriend Iwan (22) heeft het voordeel dat hij kan spelen op diverse posities in het elftal. “Dat kan ook een nadeel zijn”, meent Naaijkens. “In het verleden is daar regelmatig misbruik van gemaakt en zwierf hij door het elftal. Op dat moment goed voor een team, maar dat ging wel ten koste van zijn eigen ontwikkeling. Gelukkig heeft hij nu wel een vaste plek.”

Tewelde is rechtsback in het team van Danny Wijnstekers. “Een aanvallende en gelukkig krijg ik de vrijheid en ruimte van de trainer om mee naar voren te gaan. Aanvallen blijft uiteindelijk het leukste wat er in.”

“Ik ben niet de snelste en wie niet snel is moet slim zijn”, strooit hij een Nederlands gezegde uit zijn mouw.”

Naaijkens: “Ik denk dat hij met de bal aan de voet net zo snel is als zonder bal.”

Drenth: “Buiten het feit dat Iwan een heel sociale jongen is, cijfert hij zichzelf altijd weg voor het team.”

“Ik voel me hier ook erg thuis”, stelt Tewelde, die op zijn zestiende vanuit Rotterdam naar Ridderkerk verhuisde. “Slikkerveer is een echte familieclub, het eerste elftal bestaat uit allemaal vrienden.”

Die vrienden mogen zich zondags op het veld naar hartenlust uitleven, want bij Slikkerveer wordt het aanvallend voetbal gepredikt. “Slikkerveer is offensief voetbal, dat was zo en dat zal altijd zo blijven. Dat hoort bij de cultuur van deze club en zit als het ware in het dna van Slikkerveer”, benadrukt Naaijkens.

Drenth en Tewelde vinden dat alleen maar mooi. “Natuurlijk krijgen we daardoor wel eens het deksel op onze neus, maar wie zegt dat dat met een meer verdedigend systeem niet zo is”, aldus Drenth.

Naaijkens: “Bij de sollicitatiegespreken met een nieuwe trainer maken we duidelijk dat we hier niet zitten te wachten op verdedigend voetbal. Slikkerveer staat voor avontuurlijk, aantrekkelijk voetbal en dat willen we zo houden. Het gaat om plezier. Voor spelers én publiek. Ook als we straks in de onderste regionen van de tweede klasse terechtkomen en punten moeten sprokkelen gaan we geen concessies doen. Dan blijven we vrolijk aanvallen.”

Tewelde ziet in de tweede klasse TOGB en GLZ/Delfshaven als grote kanshebbers voor de titel. “Wijzelf? Ik denk dat wij ons moeten richten op handhaving. Dat lijkt me toch normaal als je net bent gepromoveerd.”

 

Sommeijer is uitgeraasd bij DWO’15

Hardlopen in de zomerstop? Vroeger, in zijn periode bij Volharding, kwam het niet eens bij John Sommeijer op. De laatste jaren was dat wel anders, maar het legde hem dan ook geen windeieren. Vorig seizoen, op zijn 36e, stond Sommeijer nog iedere zaterdag op het wedstrijdformulier bij DWO’15. In de basis welteverstaan. Maar de topschutter van weleer vindt het nu mooi geweest.

Voor de winterstop zorgde Sommeijer nog voor de doelpunten bij DWO’15. ,,Maar na de winter hadden onze twee buitenspelers last van blessures. En op mijn leeftijd heb je gewoon aanvoer nodig, anders wordt het lastig”, vertelt Sommeijer met een glimlach.

Na de winter werd hij steeds vaker achterin geposteerd. Wederom lachend: ,,Alles zakt af hè, naarmate je ouder wordt. Dat geldt ook voor je positie in ’t veld. Ik had er tot het laatste toe plezier in, maar ik kon voor dit seizoen niet meer garanderen dat ik altijd kan trainen.” Wel vertelde Sommeijer de nieuwe trainer Marvin Paauwe (komt over van JVOZ, red.) dat hij in geval van nood een beroep op hem kan doen. Sommeijer: ,,Maar in principe wil ik vast in het derde of vierde elftal gaan voetballen. Ik wil er gewoon niet meer 26 wedstrijden aan vast zitten. Ik heb ook nog een vrouw die voetbalt, een dochter die zwemt en een zoontje die fanatiek met voetbal bezig is.”

Voetbalschool Jong United
Dat zoontje heet Siem, is zeven jaar, en gek van voetbal. Zo gek zelfs dat Sommeijer senior iedere vrijdag naar Terneuzen rijdt om Siem mee te laten trainen met Voetbalschool Jong United. ,,Geweldig”, zegt Sommeijer daarover. ,,En zelf train ik hem ook. Laten we hopen dat hij later wat meer geluk heeft dan ik.” Sommeijer doelt daarmee op de blessures die hem hebben geteisterd. ,,Op m’n twintigste scheurde ik m’n kruisband. Een aantal jaren later gebeurde dat nogmaals.”

De midden-dertiger is in ieder geval blij hoe hij het eerste elftal achterlaat. ,,Met Marvin is er een jonge en ambitieuze trainer, en met Frank Oostdijk, Pieter de Vos (beiden Nieuwdorp), Joel Danielse, Rick Witkam (beiden Kapelle), William de Ridder (GOES 2) en Rafaël Pinto (JVOZ) zijn er leuke spelers aangetrokken.”

 

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.