Home Blog Pagina 137

Carly van den Bos geniet van het voetballen zo lang ze dat nog kan

0

Lead by example, dat is het motto van Naaldwijk-aanvoerdster Carly van den Bos. Met haar passie en wilskracht probeert ze haar teamgenoten mee te nemen in haar energie en liefde voor het voetballen. In dit interview met de 24-jarige aanvoerdster leren we haar beter kennen. 

VV Naaldwijk Vrouwen 1 speelt in de derde klasse. ,,Het is geen topklasse, maar het is voor ons een mooie uitdaging. Vorig jaar speelden we in de vierde klasse en dat niveau was te laag. Er zit echt een heel groot verschil tussen de derde en de vierde klasse’’, aldus Van den Bos. Tot vorig jaar bestond er slechts één vrouwenteam binnen de club, maar sindsdien zijn er meerdere teams bijgekomen. ,,We hebben een toekomstvisie om meer selectievoetbal te spelen en een echte trainer die dat begeleidt’’, vertelt Van den Bos, de 24-jarige aanvoerder van het team. ,,Op zaterdag hebben we nu een eerste en een tweede elftal. Hoewel we momenteel onderaan staan, groeien we enorm in ons spel. We hebben altijd op karakter gevoetbald en deden vaak mee in de top in de vierde klasse. Dit seizoen werken we meer met tactische richtlijnen onder leiding van een trainer en dat werkt voor ons. De resultaten zijn er nog niet, maar we worden niet meer van het veld geveegd. Ik heb vertrouwen dat het goedkomt en dat de resultaten vanzelf zullen komen’’. 

Tactische vooruitgang

Volgens Carly is het team met name op tactisch vlak vooruitgegaan. ,,We krijgen van iedere tegenstander complimenten dat we goed voetbal spelen. In balbezit hebben we vaak de overhand en positioneel staan we sterk. Waar we nog stappen moeten zetten, is in de communicatie en het verfijnen van details zonder bal’’, vertelt ze. Het team is bovendien erg jong: ,,Meer dan de helft van onze speelsters is 20 jaar of jonger. Ik ben zelf een van de oudsten, terwijl ik pas 24 ben’’, is ze verbaasd. 

Een leven lang bij Naaldwijk

Van den Bos speelt al haar hele leven bij VV Naaldwijk. ,,Tot mijn dertiende voetbalde ik bij de jongens. Vanaf die leeftijd kwam er pas een meidenteam bij Naaldwijk. Ik vond dat eigenlijk wel wat gezelliger, al heb ik heel veel geleerd van mijn tijd bij de jongens. Ik leerde mijn lichaam te gebruiken en sterk te zijn. De dynamiek is bij de meiden toch anders, en dat bevalt me beter. Ons team werd altijd doorgeschoven en uiteindelijk werd ons jeugdteam dames 1. Er bestond wel een dameselftal, maar wij hadden dit met ons jeugdelftal eigenlijk overgenomen. Dit seizoen kregen we een nieuwe trainer en een grote groep van vijftien nieuwe speelsters, waardoor we opnieuw zijn ingedeeld met een eerste en tweede elftal’’. 

Ondanks dat Van den Bos altijd aanvoerder was, moest ze zichzelf opnieuw bewijzen na haar blessure. De linkermiddenvelder liep namelijk een heupblessure op en moest worden geopereerd. ,,Ik wist niet zeker of ik weer op mijn oude niveau zou terugkeren, maar gelukkig bleek ik nog goed genoeg voor het eerste elftal. Ik ben zeker niet de oude, en zal dat waarschijnlijk ook niet meer worden’’, baalt ze. Tijdens de operatie werd kraakbeenschade ontdekt. ,,Ze hebben een stukje bot afgezaagd, maar de schade kon niet volledig worden hersteld. De klachten zijn erger geworden, maar ik heb mijn kracht in mijn been teruggevonden. Ik moet ermee leven en hopen dat het niet erger wordt. Ik hoop het gewoon zo lang mogelijk vol te houden, want Naaldwijk is mijn leven. Misschien dat ik op ten duur wat moet aanpassen aan mijn spel’’, zegt de linkermiddenvelder, die geniet van het spelletje, zo lang ze dat nog kan.

Klik op v.v. Naaldwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. Naaldwijk voor meer informatie over de club.

Jari van Dijk (26) van wisselspeler naar vaste kracht bij Lyra

0

Het duurde even voordat Jari van Dijk zijn plek veroverde in het eerste elftal van Lyra, maar de 26-jarige middenvelder is inmiddels niet meer weg te denken uit de basis. De laatste seizoenen heeft hij zich ontwikkeld tot een belangrijke schakel binnen de ploeg. ,,Ik moet het hebben van hard werken’’

Van Dijk begon zijn voetbalcarrière bij Westlandia, waar hij speelde tot en met de D-jeugd. Na een korte periode bij ASV Arkel, keerde hij al snel terug naar Naaldwijk. ,,Mijn ouders verhuisden naar Arkel. Het was een ingewikkelde periode, maar uiteindelijk was het goed om terug te gaan. We konden niet landen in onze nieuwe buurt en we besloten terug te gaan. Ik was heel jong en merkte er niet veel van. Wat ik wel wist is dat mijn hele vriendengroep in Naaldwijk zat. Als we niet waren verhuisd naar Arkel en terug waren verhuisd naar Naaldwijk, was ik misschien ook nooit bij Lyra terechtgekomen. Uiteindelijk was ik toe naar iets nieuws. Ik ging op gesprek bij Lyra en sloot me aan. Na enkele trainingen bij Naaldwijk koos hij uiteindelijk voor Lyra, de club waar zijn vader jarenlang in het zondagelftal speelde. Ook zijn vader was aanvallend ingesteld, net als Jari van Dijk. ,,Vanaf jongs af aan kwam ik er al. Ik keek naar de wedstrijden van mijn vader, die later in een vriendenelftal speelde, deed mee aan jeugdkampen en kende de club dus goed’’, zegt de commercieel medewerker, die al een tijd klaar is met zijn studie International Business aan de Hogeschool van Rotterdam.

Debuut bij Lyra

Op zijn dertiende sloot Van Dijk zich aan bij Lyra en doorliep hij alle selectie-elftallen. Zeven jaar geleden, op zijn achttiende, maakte hij zijn debuut in het eerste elftal tijdens een uitwedstrijd tegen Quick Steps. ,,Ik viel de laatste twintig minuten in op een zwaar regenachtig veld. Niet de makkelijkste omstandigheden, maar het was een mooi moment.” De seizoenen daarna wisselde hij tussen het tweede en het eerste elftal, totdat hij in de laatste vier jaar definitief doorbrak als basisspeler.

Van Dijk is een veelzijdige speler en speelde de laatste jaren op alle posities die je maar kunt bedenken ,,Ik heb overal in de as gestaan: als spits, middenvelder en zelfs een keer als keeper toen de doelman uitviel. Ik word ook wel de joker van het elftal genoemd. Maar mijn voorkeur ligt op de nummer tien-positie. Ik moet het vooral hebben van hard werken. Ik ben niet de meest snelle speler, maar mijn conditie en werk-ethiek is goed. Meestal pik ik wel mijn goaltjes mee, al gaat dat doet seizoen nog niet vanzelf. 

Lyra heeft dit seizoen, net als Van Dijk, een wisselend jaar achter de rug. ,,We hebben sterke periodes gehad, maar ook onnodig veel punten laten liggen. We missen net dat extra stapje om de belangrijke wedstrijden over de streep te trekken. We doen ieder jaar wel mee om de bovenste plekken, maar komen eigenlijk iedere keer te kort om echt door te stoten tot de nacompetitie.” Toch ziet Van Dijk veel potentie in de ploeg. ,,Er zit veel jeugd in het team. Toen ik overkwam was ik de jongste, maar nu ligt de gemiddelde leeftijd een stuk lager. De groep wordt steeds beter en we komen steeds dichter bij promotie.”

Met versterkingen van Westlandia en een nieuwe trainer kijkt hij positief naar de toekomst. ,,Er komt een bredere selectie, met veel jongens van Westlandia, en we hebben veel vertrouwen in de komende seizoenen. Iedereen wil er voor gaan.”

Meer dan alleen een speler

Van Dijk is niet alleen op het veld belangrijk voor Lyra, maar ook naast de lijnen. Hij is actief binnen de club als organisator van activiteiten, teamuitjes en jeugdfeesten. Daarnaast maakt hij deel uit van de sponsorcommissie. ,,Ik beheer alle relaties met de sponsoren en probeer op die manier mijn steentje bij te dragen aan de club.”

Dat clubgevoel is precies wat Lyra voor Van Dijk zo speciaal maakt. ,,We hebben een hechte groep, geen vast elftal, maar een selectie waarbij de teams 1, 2 en 3 in elkaar overlopen. Gedurende het seizoen wordt wel duidelijk wie voor 1 gaat spelen en wie voor twee speelt, maar iedereen heeft een kans. Dat maakt Lyra ook zo leuk om voor te spelen’’.

Klik op vv Lyra voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Lyra voor meer informatie over de club.

Gosé de Geus bereidt piepjonge Hedel-talenten voor op het eerste elftal

0

Het eerste elftal van Hedel bevindt zich momenteel op een roze wolk. Met het kampioenschap in de vijfde klasse en een huidige derde plaats in de vierde klasse, zag het er afgelopen seizoen zeer rooskleurig uit voor de ploeg van Fatah Hadouir. Maar momenteel worden er talenten klaargestoomd, die het eerste elftal later misschien wel naar een nog hoger niveau kunnen brengen.

Onder leiding van Gosé de Geus, werken de jonge Hedel-talenten uit de JO11 aan hun ontwikkeling om uiteindelijk over een paar jaar het eerste elftal te halen. “Ik startte vier jaar geleden samen met de huidige leider die alles organiseert – Joost Bouman – nadat de jongens vanuit de mini’s naar de JO7 gingen in 2020/2021. Je zag meteen dat er heel veel talent was, ze werden toen namelijk meteen kampioen tegen jongens die een jaar ouder waren. En nu staan we vierde in de hoofdklasse”, zo laat een trotse De Geus weten.

“We hebben in totaal een groep van tien jongens die eigenlijk qua leeftijd nog in de JO10 horen en er trainen vanuit de JO11-2 ook elke maandagavond jongens mee. De basisprincipes bestaan vooral uit techniek en inzet, maar ook met een stukje durf, kunnen wij ons op een goed niveau meten”, zo legt De Geus uit als hem gevraagd wordt naar hoe hij met de jongens omgaat. Daarbij geeft de trainer ook aan dat hij niets wil weten van loopoefeningen zonder bal en dat alle focus op de bal ligt.

“Onze filosofie is dat we alle oefenstof willen doen met de bal ook als we conditieoefeningen doen, dan doen we dat met de bal erbij. Onze voorbereiding begint al vroeg, namelijk in augustus. Daarnaast doen we naast de wedstrijden ook toernooien, zodat de jongens zoveel mogelijk voetballen. Het plezier ligt voorop en de lat ligt altijd hoog.”

De sterke opmars van de jonge talenten, roept ook de belangstelling op van buiten Hedel. Naast hun verrichtingen bij de de club met het groene shirt, gaan er ook een aantal jongens naar de voetbalschool. Daarmee speelden zij tegen een jeugdelftal van PSV op de herdgang, het trainingscomplex van de Eindhovenaren. En met succes. “Ze hebben uiteindelijk gewonnen van PSV, dat is voor de jongens natuurlijk hartstikke mooi. Die gasten ademen voetbal en zijn er altijd mee bezig. Maar het doel is dat ze uiteindelijk voor het eerste van Hedel gaan spelen”, zo reageerde De Geus duidelijk.

De Geus zegt daarbij dat de jongens ook bewust worden gemaakt van de huidige nummer drie in de vierde klasse. “We hebben een duidelijke structuur en discipline. Ze gaan vaak kijken bij het eerste en zijn ook al een keer door de hoofdtrainer en een aantal jongens van het eerste getraind. Maar ik snap ook heel goed dat als ze wat ouder worden, ook een keer een biertje drinken of een vriendinnetje krijgen”, aldus een lachende De Geus.

Over zijn eigen rol als trainer is De Geus bijzonder bescheiden. Volgens de trainer, die zelf afkomstig is uit Hedel en ook lid is van de technische commissie senioren, speelt hij een kleine rol in de ontwikkeling van de jonge spelers. “Ik doe het natuurlijk niet alleen, we hebben een staf met zijn vieren en we willen ze simpelweg beter maken. We zijn altijd met voetballen bezig en willen gewoon plezier maken. Via deze weg wil ik ook een dankwoordje doen aan onze sponsoren voor het leveren van de mooie spullen. Onze jongens lopen picobello bij!”

De Geus is bijzonder ambitieus met de jongens in hun weg naar het eerste elftal van Hedel. Op de vraag wanneer de eerste zijn debuut zal maken, deed hij een gewaagde voorspelling. “Ik verwacht dat de eerste op zijn vijftiende, misschien zestiende zijn debuut zal maken.”

Klik op Hedel voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Hedel voor meer informatie over de club.

Huldiging van Johan Kuijsten: 40 Jaar Toewijding aan RWB

Na de wedstrijd RWB – SV Capelle was het drukker dan ooit in de bestuurskamer. De reden voor deze bijzondere drukte was de indrukwekkende huldiging van Johan Kuijsten, die maar liefst 40 jaar lang actief is geweest als Materiaalman en Assistent-Leider. In het clubhuis van RWB werd deze unieke mijlpaal gevierd onder grote belangstelling van familie, vrienden en vele leden.

Johan’s reis bij de club begon vier decennia geleden, toen hij als jonge vrijwilliger door zijn leraar Jos Broers – destijds hoofdtrainer van RWB – werd gevraagd om het team te komen ondersteunen als materiaalman. Wat begon als een eerste stap in het vrijwilligerswerk, groeide uit tot een levenslange toewijding aan de club.

De huldiging vond plaats op het podium in het clubhuis. Voorzitter Bas Bruurmijn sprak mooie woorden van waardering en overhandigde Johan een tastbare herinnering aan zijn inzet, vergezeld van een bos bloemen en cadeaubonnen voor fiets-onderhoud en een diner. Ook aanvoerder Koen van Baardwijk droeg zijn steentje bij aan dit bijzondere moment met een persoonlijk cadeau: een ingelijst shirt van RWB-1, symbool van de verbondenheid tussen Johan en het team. Oud-speler Berry Bruurmijn voegde daaraan toe door namens oud-trainers en -spelers een cadeaubon te overhandigen als blijk van dank.

Het werd een feestelijke en emotionele middag, waarbij 40 jaar van betrokkenheid, trouw en vriendschap werden geëerd. Een moment van erkenning dat terecht een bijzondere plaats inneemt in de rijke geschiedenis van RWB — en vooral in het hart van iedereen die Johan kent.

Klik op RWB voor meer informatie over de club.
Klik op RWB voor meer artikelen over de club.

‘Je moet een band op zien te bouwen’

0

Nadat hij de rol van hoofdtrainer eerder deelde met Martijn van Wanrooy, staat Gino Macnack sinds afgelopen zomer bij vierdeklasser WDS’19 voor het eerst als eindeverantwoordelijke voor de groep. Toch is er niet veel veranderd, vertelt de oud-jeugdspeler van NAC Breda. “Hiervoor overlegde ik natuurlijk veel, nu is het nóg meer hoe ik zelf bepaalde dingen graag zie.”

Al werkt Macnack (34) ook als hoofdtrainer, veel samen met zijn assistent. In zijn geval Mustapha Houba. “Die samenwerking is top! Samen hebben we ongeveer alle niveaus gezien, van vijfde klasse tot aan betaald voetbal, dus we vullen elkaar goed aan. Ook op sociaal vlak.” En natuurlijk op voetbalgebied. “Mustapha was meer aanvaller en dus opportunistisch, terwijl ik middenvelder of verdediger ben geweest. Ik ben meer van de controle.” Controle, die hij gedurende zijn eigen voetbalcarrière niet altijd had. Mede vanwege blessures. “Mijn schenen waren een zwak punt, in de jeugd van NAC ook al. Op mijn zestiende, stonden mijn spieren al strak. Ik was explosief, maar de stand van mijn benen hielp niet mee. Net als het spelen op kunstgras.”

Nog last van

In het bezit van een contract bij het Belgische Royal Antwerp, ging het op den duur zelfs helemaal niet meer. “Destijds heb ik beide schenen ingescheurd, daar heb ik nu nog steeds last van. Toen ben ik definitief gestopt. Mijn droom was het betaald voetbal halen, dat kon niet meer…” Een zwaar hersteltraject volgde. “Het was een heel pijnlijke blessure. Om te herstellen, hebben ze mijn schenen in het ziekenhuis opnieuw gebroken. Ze vroegen zich af hoe ik ooit weer normaal kon lopen. In plaats van hoe ik weer zou kunnen voetballen.” Voetballen, werd hem voor Macnack dan ook eigenlijk nooit meer. “Daarna ben ik op mijn 21ste naar TVC Breda gegaan, in de vijfde klasse. Dat was natuurlijk niet echt serieus.” Hoe gaat het nu met zijn fysieke gesteldheid? “Zonder écht goed te herstellen, ben ik toen een tijdje doorgegaan, waardoor die scheur alleen maar erger is geworden. Ik kan er nu soms nog twee dagen last van hebben.” Oorspronkelijk afkomstig uit de Haagse Beemden en na slechts een half seizoen voetballen bij Boeimeer op tienjarige leeftijd de overstap gemaakt naar NAC Breda, kwam Macnack een aantal seizoenen geleden bij WDS’19 terecht. Als trainer van de JO19 en later het tweede. “Nadat ze mij hadden gevraagd, bleek ik hier heel veel mensen te kennen. Het is heel gemakkelijk om hier rond te lopen.” En te voetballen. “Ik speel nog in een lager seniorenteam.” Maar is dus vooral hoofdtrainer van het eerste, nadat hij die rol een aantal seizoenen deelde met Martijn van Wanrooy. “Het was prima om het samen te doen, maar ik had nooit het gevoel dat ik er zelf niet klaar voor was. Daarom is het nu wel lekker om volledig je eigen visie te kunnen volgen.”

Bezeten

Met als voordeel, dat Macnack de groep natuurlijk al goed kent. “Het nadeel is dat je de afstand met spelers moet zien te bewaken. Al kan ik zelf privé en voetbal goed gescheiden houden.” Misschien is dat, ook juist wel zijn kracht. “Ik ben een trainer die dicht bij de groep staat en veel tijd én energie in jongens steekt. Het blijft toch mensenwerk. Je moet een band met ze op zien te bouwen.” Oftewel, oprechte interesse tonen in spelers. “Door kritisch te zijn, maar ook betrokken, gedisciplineerd en voorbereid.” Voor het mooiste spelletje wat er is, als het aan Macnack ligt. “Er is nog nooit een dag geweest, dat ik geen zin had in voetbal. Ik ben wat dat betreft echt bezeten.” Ook als trainer. “Kennis overbrengen en er plezier uithalen als die jongens beter worden. Maar ook andersom.” Hoe ziet de voormalig scout van NAC, in het bezit van UEFA C, zijn eigen toekomst? “Voorlopig ben ik blij bij WDS’19 en is het nog niet helemaal af hier. Ik ben misschien meer geschikt voor een hoger niveau, maar daar hangt geen tijd aan. Nu is het vooral ervaring opdoen.” In de vierde klasse, dus. “De resultaten zijn niet wat we hadden verwacht.” En daar heeft de inwoner van Breda, wel een verklaring voor. “Je moet iedere week bereid zijn om honderd procent te geven, maar zo is de cultuur bij WDS’19 nog niet echt. Ik zie de potentie, alleen moet je er samen dan wel meer aan doen.” Om er aan het einde van het seizoen, in ieder geval in te blijven. “Al hoop ik dat we bij de eerste vijf of zes kunnen eindigen.” Zeker met het oog op de toekomst. “Op termijn willen we naar de derde klasse!”

Klik op WDS’19 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WDS’19 voor meer informatie over de club.

Voetbal is voor Sprangers een stukje ontspanning

0

Met drie eigen bedrijven én een vierde op komst, is voetbal nog altijd een belangrijke uitlaatklep voor de 35-jarige René Sprangers. En sinds dit seizoen, doet de linksback dat in het shirt van vierdeklasser The Gunners. “Als ik het niet kan doen, mis ik echt dat stukje ontspanning.”

Iets wat hem, zeker de laatste tijd, vaker overkomt dan hij zou willen. “Sinds de winterstop heb ik niet meer gespeeld. Daarvoor heb ik het te druk met mijn werk.” Onder meer als installateur. “Over het algemeen ben ik ‘s avonds rond een uur of acht pas thuis. Dus ik train wanneer het kan.” Zoals voor de jaarwisseling. “Toen heb ik alles gespeeld!” Helemaal tevreden met de behaalde resultaten, is Sprangers echter niet. “Die zijn eigenlijk gewoon slecht…” Of tenminste. “Het spel niet, maar we belonen onszelf niet genoeg.”

Uitlaatklep

Behalve dat, is het voor Sprangers lastig om er precies zijn vinger op te leggen. “We trainen goed, steunen elkaar én zijn echt een team.” Een team met jonge gasten en een aantal ervaren jongens, waaronder hijzelf dus. “Dit is mijn eerste seizoen bij The Gunners. Hiervoor heb ik lang bij Rood Wit gespeeld. In het eerste en het derde.” Via een vriend, kwam hij terecht in Breda. “Toen ben ik een keer gaan kijken en dacht ik: dit kan ik nog wel aan!” Ondanks zijn leeftijd én drie keer een gescheurde kruisband. “De fysio zei dat ik nooit meer op hetzelfde niveau zou kunnen spelen, dus ben ik nog een niveautje hoger gaan spelen. Dat was voor mij echt een drijfveer. Gaat niet, bestaat niet.” Bang voor een nieuwe blessure, is Sprangers dan ook niet. “Maar ik moet natuurlijk wel zuinig zijn op mijn knie.” Tegenwoordig als linksback. “Vroeger was ik aanvaller, daarna werd ik linkshalf.” En vooral dat eerste, zie je nog steeds terug in zijn spel. “Het liefste speel ik als een verkapte linksbuiten.” Zijn liefde voor het spelletje, is in al die jaren nooit veranderd. “Voetbal is voor mij echt wel een uitlaatklep. Als ik het niet kan doen, mis ik echt dat stukje ontspanning.” Als het aan hem ligt, blijft hij voorlopig dan ook actief als voetballer. “Zolang mijn knie het toelaat, ben ik ieder weekend op een voetbalveld te vinden.” Ooit afsluitend, op dat van Rood Wit. “Dat zou mooi zijn. Daar is het voor mij toch allemaal begonnen.”

Zonedekking

Maar voor nu, richt Sprangers al zijn aandacht op The Gunners. En dat is nodig ook. “Verdedigend moeten we beter staan. Nu zijn we kwetsbaar in de omschakeling, maken we te veel persoonlijke fouten en laten we te vaak ons mannetje lopen. Waardoor ook de restverdediging niet goed is.” Daarnaast, vervolgt hij. “Moeten we onszelf vaker belonen. We krijgen iedere wedstrijd genoeg kansen, maar dan moet je ze wel maken.” Als dat lukt, moet het goedkomen, denkt Sprangers. Al vraagt dat behalve concentratie, ook een hoop coaching. Zeker in de verdediging. “De tactiek is een beetje veranderd, daardoor willen we nu op een andere manier verdedigen. Meer kantelen en in de zone. Dat is nog niet voor iedereen gesneden koek.” Voor Sprangers, als voormalig aanvaller, wel. “Ik vond het verschrikkelijk om tegen zonedekking te spelen. Gaf mij maar een directe tegenstander! Dan kon ik tenminste nog ruimte maken voor een teamgenoot.” Desondanks, houdt de inwoner van Sint Willebrord vertrouwen in een succesvollere tweede seizoenshelft. “Heel eerlijk? Ik vind dat we de middenmoot moeten zien te bereiken.” Van knokken voor lijfsbehoud, wil Sprangers dan ook eigenlijk niks weten. “Ik kijk nooit naar beneden. Als we zelf winnen, maakt het niet uit wat anderen doen.”

Klik op The Gunners voor de laatste artikelen over de club.
Klik op The Gunners voor meer informatie over de club.

WSV Well bevindt zich in stijgende lijn: ‘Het gaat met vallen en opstaan’

0

In tegenstelling tot vorig seizoen, is de stemming bij WSV Well vele malen beter
geworden. Onder leiding van hoofdtrainer Erwin Verheij is er meer structuur gekomen en heeft hij een bepaalde vastigheid, duidelijkheid en een speelwijze weten te creëren. Verheij zelf heeft uitgelegd hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen.

Well beleefde een horrorseizoen vorig jaar in de vierde klasse. De club degradeerde nadat
het geen enkele wedstrijd dat seizoen wist te winnen. Daarnaast was ook de sfeer binnen de selectie niet op zijn best, maar er kwam verandering in. Na het opstappen van de toenmalige hoofdtrainer, heeft Verheij het overgenomen. Onder zijn leiding is de zon weer gaan schijnen op Sportpark De Hoef en wist het in de vijfde klasse weer een aantal wedstrijden te winnen. Verheij zelf heeft aangegeven dat er zeker wel potentie zit in de selectie van Well. “Het is een leergierige groep. We maken stappen, maar als je lang niet gewonnen hebt, sluipt er wat in de groep. Mentaal was het afgelopen seizoen zeer zwaar voor de selectie”, zo geeft hij zelf aan.

Verheij heeft het voor elkaar gekregen dat Well weer partij biedt aan de andere teams in de
regio Bommelerwaard. “We staan bekend om de passie en strijd, dat is ook de basis. Daar
kunnen wij het veel teams lastig mee maken. Dat hebben we met z’n allen aardig weer in de ploeg gekregen. Als dat er is, hebben we een lastig team om te verslaan.”

Ook vanuit de ploeg is er meer bereidheid om te werken voor elkaar, geeft Verheij aan.
Momenteel timmert hij aan een ploeg die alleen maar beter wil worden. “We trainen hard en we willen fitter worden, dat is nu ook aan de orde. Het is belangrijk om duidelijk te zijn over wat je verwacht van de jongens. Plezier is ook een belangrijk onderdeel, en als je resultaten behaalt, komt er steeds meer plezier. De opkomst bij de training is prima, de jongens willen het maximale eruit halen. Dit geef ik ook aan: dat we dit niveau moeten terugkoppelen aan de wedstrijden. Ze moeten dan meer lef tonen, zowel aan de bal als zonder de bal.”

Op dit moment staat Well negende in de vierde klasse. De club is volop bezig om het eerste
elftal te ontwikkelen en zo ook in de regio Bommelerwaard te kunnen stunten. Verheij is in
ieder geval duidelijk over de ambities van de club. “Er komen nog zeven wedstrijden aan.
Onze doelstelling was de top-6, dat is nog steeds mogelijk. De afgelopen wedstrijden
hadden we wel meer punten moeten halen. Op dit moment zijn we nog geen ervaren ploeg,
dus moeten we gebruik maken van de leermomenten. De top-6 is in ieder geval voor dit jaar wel een doelstelling.”

Klik op WSV Well voor de laatste artikel over de club.
Klik op WSV Well voor meer informatie over de club.

Looijmans mikt met Gesta op de nacompetitie

0

Gezelligheid, een goede opkomst en veel plezier. Zijn eerste seizoen als trainer van vijfdeklasser RKVV Gesta, bevalt Tom Looijmans voorlopig meer dan prima. Zaak om dat gevoel, nu door te trekken naar de prestaties op het veld. “We willen graag de nacompetitie halen.”

Om terug te promoveren naar de vierde klasse, dan welteverstaan. “Toen ik bij GESTA tekende, was de kans al groot dat ze zouden degraderen.” Toch weerhield Looijmans (29) dat er dus niet van, om deze zomer bij de club uit Galder aan de slag te gaan. “Ik kom zelf oorspronkelijk uit Prinsenbeek, dus uit de buurt. Daardoor had ik al een goed beeld van de vereniging.” En dat bleek te kloppen. “Gezelligheid, een goede opkomst en plezier. Dat vind ik belangrijk!” In combinatie met een ambitieuze groep, maakt dat het plaatje compleet, voor de oefenmeester uit Oosterhout. “Er zit echt sfeer in.” Maar stiekem, wist hij dat al. “Voordat ik hier aan de slag ging, heb ik een wedstrijd of drie gekeken. Zodat ik wist wat ik kon verwachten.”

Minder wisselingen

Een goede voorbereiding, is het halve werk. Zo merkte Looijmans. “We hebben aan het begin van de competitie bewust geen doelstelling genoemd, omdat die jongens een zwaar seizoen hadden gehad.” Nieuwe trainer, nieuwe start. “Er is veel jeugd doorgeschoven, zodat we opnieuw konden gaan bouwen.” En dat kost tijd, weet de voormalig trainer van Boeimeer als geen ander. “Tot nu toe zijn we wat wisselvallig, maar dat ligt ook een beetje aan deze competitie. Iedereen zit dicht bij elkaar.” Toch ziet Looijmans meer dan voldoende progressie. “In het begin hadden we, vanwege blessures en vakanties, best wat afwezigen. Dan is het lastig om op elkaar ingespeeld te raken. Nu hebben we te maken met minder wisselingen en halen we meer punten.” Een doel, hebben ze inmiddels dan ook gesteld. “We willen de nacompetitie halen!” Wat moet er volgens hem dan nog beter? “Een hele wedstrijd scherp blijven en voorkomen dat we op achterstand komen. Vooral door minder doelpunten tegen te krijgen. Als dat lukt, kunnen we de top vijf halen.” En dat begint, op het trainingsveld. “We hebben het veel over drukzetten. De onderlinge afstemming, de manier waarop, welk moment en wanneer. Maar ook gewoon door persoonlijke duels te winnen.”

Communicatie

Iets wat Looijmans, inmiddels bezig aan zijn tweede klus als hoofdtrainer, heeft geleerd. “In mijn eerste jaar bij Boeimeer, was het echt: Dit wil ik. Nu betrek ik de groep er veel meer bij en gaan we samen in discussie. Dus veel meer op de communicatie gaan zitten.” Maar dat is nog niet alles, vertelt hij. “Je moet als trainer ook niet te veel willen. Vooral de speelwijze moet je eenvoudig en makkelijk maken.” Als het aan hem ligt, in dienst van GESTA. “Ik zou hier graag een aantal jaar willen blijven. Het lijkt me leuk om met deze club omhoog te gaan!” Aan ambities, bij de TC2-trainer in ieder geval geen gebrek. “Daarna kijken we verder. Het gaat vooral om het plezier wat je er zelf uithaalt.” Ooit samen met broer Ad? “Voorlopig willen we allebei ons eigen ding doen, maar wie weet in de toekomst. Dat zou iets leuks kunnen zijn!”

Klik op RKVV Gesta voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RKVV Gesta voor meer informatie over de club.

Beek Vooruit bouwt na degradatie rustig verder

0

Hoewel hij eigenlijk een jaartje niks zou doen, staat Coen Rijppaert dit seizoen toch als trainer voor de groep bij derdeklasser Beek Vooruit. En dat bevalt de 60-jarige oefenmeester uit Breda, voorlopig meer dan prima. “Ik ga met veel plezier naar de club en sta graag met die jongens op het veld.”

Precies zoals hij na vijf jaar als trainer van Bavel had gehoopt. “Ik zou eigenlijk een jaartje niks doen, vond het genoeg geweest. Toen belde Beek Vooruit, dat was voor mij wel zo’n club…” Een club waar Rijppaert zijn voorgenomen sabbatical wel voor wilde laten schieten. “Als Bredanaar, kom ik natuurlijk uit de buurt. En na gesprekken met zowel spelers als bestuur, kreeg ik er een positief gevoel bij.” Hoe is dat in de praktijk? “Het is een leuke club, sfeervol en met veel mensen die wat willen doen. Daardoor zijn de randzaken prima voor elkaar en worden er veel activiteiten georganiseerd. Het is een goed geleide vereniging.”

Verwachtingen

Ook na de degradatie uit de tweede klasse van vorig jaar, zo heeft Rijppaert gemerkt. “Daar hebben we het over gehad. Je bent toch altijd benieuwd hoe zoiets valt.” Voor de oefenmeester zelf, maakte het weinig uit, vertelt hij. “Ik ben nu een jaar of 30 hoofdtrainer en heb inmiddels ongeveer alle niveaus gehad. Als je samen maar met ambitie en behoud van plezier iets structureels neer kunt zetten.” En dat kan Rijppaert, bij Beek Vooruit. “Ik ga met veel plezier naar de club en sta graag met die jongens op het veld. Samen ergens aan werken en iets neerzetten. Dat is voor mij het belangrijkste.” Ook op persoonlijk vlak. “Aan het begin van het seizoen hebben we niet alleen met de groep rond de tafel gezeten, maar heb ik ook 22 individuele gesprekken met de spelers gevoerd. Over de manier van spelen én de benadering.” Die manier van spelen, bleek in het begin even wennen, vertelt Rijppaert. “We wilden graag aanvallend en dynamisch voetbal spelen, terwijl gezegd werd dat Beek Vooruit gewend was om te verdedigen en snel de lange bal te spelen. Nu willen we juist vooruitlopen en lef tonen.” Dat terwijl de verwachtingen na de degradatie hoog lagen, zo herinnert de voormalig trainer van onder meer JEKA, TSC en SC Gastel zich. “Ik wilde het qua resultaten eerst nog wel eens zien.” En niet voor niks. “De helft van de groep speelde afgelopen jaar niet in het eerste. Dat vraagt aanpassing.” Desondanks, won Beek Vooruit meteen de eerste periode. “Dat kwam ook voor mij als een verrassing.”

Teleurstellingen

Daarna, bleven de punten lange tijd uit. In paniek raken, deed en doet Rijppaert, echter niet. “Het is eigenlijk heel logisch dat we tegen verliespunten aanlopen. We zijn samen ergens aan gestart, maar kunnen nog flinke stappen zetten.” Ontwikkelingsgericht presteren, noemt hij het. “Zonder de wil om te winnen, is er geen ontwikkeling mogelijk. Het is een nieuw en jong team, dat gaat met ups en downs. Dus we zullen nog tegen genoeg teleurstellingen aanlopen.” De lat, legt Rijppaert dan ook nog steeds niet al te hoog. “Als we erin blijven, hebben we het met de winst van de eerste periode goed gedaan.” Vooral de manier waarop, is voor de inwoner van Breda misschien nog wel belangrijker. “Ik ga voor mijn plezier naar de voetbal, dus dan wil ik graag de bal hebben. Met aanvallende intenties, vanuit een goede organisatie.” Op dat vlak, ziet Rijppaert nog genoeg ruimte voor verbetering. “We moeten nog meer een collectief worden en zorgen voor stabiliteit in het elftal. Zodat we meer de bal hebben, meer kunnen afdwingen en meer kansen creëren. Naast het als team beter leren voorkomen van tegendoelpunten.” Gericht op de toekomst. “Hopelijk kunnen we volgend jaar weer verder bouwen.” Aan zijn enthousiaste en gretige groep, zal het in ieder geval niet liggen, weet de trainer die in het verleden ervaring opdeed bij de jeugd van NAC Breda. “Er zit echt leven in de selectie. Het eerste en tweede zijn dichter bij elkaar gekomen en er komt jeugd aan.” Kortom, Rijppaert heeft het goed naar zijn zin in Prinsenbeek. “Ik ben een verenigingsmens, ga regelmatig bij jeugdwedstrijden kijken. Het is leuk om daar onderdeel van te zijn. Daardoor krijg je ook steeds meer het gevoel dat we het samen doen. Dat geeft energie!”

Klik op Beek Vooruit voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Beek Vooruit voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.