Home Blog Pagina 1251

Sander Schreuder pakt door met Heerjansdam

Hij kwam in het kielzog mee van Fop Gouman, maar waar de oefenmeester na twee seizoenen van het toneel verdween op De Molenwei, is Sander Schreuder al vier jaar lang een ‘zekerheidje’ onder de lat bij Heerjansdam.

“Ik heb het heel erg naar mijn zin”, zegt de 28-jarige sluitpost. “We hebben een gezellige groep. We komen op verjaardagen van elkaar en zien elkaar ook in de zomervakantie, als het voetbal stilligt. Die saamhorigheid heb ik nog niet elders meegemaakt.”

Schreuder heeft sowieso weinig reden tot klagen. De prestaties van Heerjansdam in de competitie zijn immers uitstekend. “We liggen op koers van de nacompetitie”, weet de tender-manager van het bedrijf Ctrack, specialist in gps-volgsystemen. “De eerste en tweede plaats zijn uit beeld. Daarvoor is de afstand met Sportlust’46 en Sliedrecht te groot. Derde worden zou een mooie prestatie zijn. En wie weet wat we dan nog in de nacompetitie kunnen bewerkstelligen.”

Drie seizoenen geleden was het perspectief voor Heerjansdam en Schreuder heel anders. De club was gedegradeerd naar de tweede klasse. “Dat was natuurlijk niet leuk en voor mij was het de tweede degradatie op rij, want in het seizoen daarvoor was ik ook met Alblasserdam gedegradeerd. Achteraf gezien is de degradatie niet verkeerd geweest. Als ploeg konden we even op adem komen. In de eerste klasse moesten we iedere wedstrijd op onze tenen lopen. We waren de onderliggende partij. In de tweede klasse waren de rollen omgedraaid. Wij waren het team, dat kon aanvallen in plaats van dat we in de verdediging werden gedrukt. Gecombineerd met het succes dat we hadden, was dat in alle opzichten een helend seizoen.”

“Vorig seizoen hebben we ons keurig gehandhaafd en nu hebben we een volgende stap kunnen maken. Met gerichte versterkingen zit er nog meer balans in de ploeg. Ervaring is voldoende aanwezig.”Schreuder kan ook worden geschaard bij de ‘ervaren’ jongens. “Vroeger vond ik dat maar onzin als ze dat riepen over keepers, maar nu weet ik wat ze bedoelen. Het zit hem vaak in voor het publiek niet zichtbare situaties. Ik ben tijdens wedstrijden altijd druk bezig met coachen. Ik ben enorm gefocust op het spel en geef bijvoorbeeld aan het centrale verdedigingsduo aan wanneer er een steekpass te verwachten is. Ik denk en schakel mee. Ik ben na een wedstrijd ook altijd gesloopt. Niet fysiek moe, want veel werk als keeper krijg je niet, maar vooral mentaal. Keepen is een ervarings- en concentratievak.”

De inwoner van Hendrik-Ido- Ambacht behoorde jarenlang tot de selectie van ASWH. De hoofdmacht haalde hij niet, maar dat was met grote namen voor zich geen schande. “Bij ASWH was het tweede, dat reserve hoofdklasse speelde, een goed alternatief.” Fop Gouman was een belangrijke reden voor hem om voor Heerjansdam te kiezen. “Fop heeft altijd veel oog gehad voor keepers tijdens de training. Hij liet je als trainer nooit links liggen. Hij bedacht ook oefenvormen waar je als keeper wat aan had.” Komend seizoen wordt Schreuder herenigd met Ron Timmers, zijn oude trainer bij ASWH. “De hele spelersgroep kijkt uit naar die samenwerking.”

Werkploeg SV Bolnes deinst nergens voor terug

“Dit soort klusjes zijn er ook. Niet altijd even fris, maar het moet wel gebeuren”, zegt Arie de Jong, terwijl hij met een kapotte stortbak van een wc in zijn handen loopt. Hij heeft de stortbak van één van de toiletten in het clubgebouw van Bolnes net vervangen door een nieuwe.

De Jong behoort tot de trouwe werkploeg van SV Bolnes. Op deze vrijdag zijn ze met vijf man sterk vertegenwoordigd. Naast De Jong (74) zitten ‘voorman’ Jaap Snijder (72), Floris van den Berg (75), Dammes Sint Maartensdijk (75) en Bas de Ruiter (70) aan een ‘bakkie’ koffie. “Vrijdag zijn we er altijd allemaal. Vandaag is alleen Dirk van der Schans er niet.”

Drie ochtenden in de week zijn ze op de club: maandag, woens- dag en dus vrijdag. “Er is genoeg te doen”, vertelt Snijders. “De dagelijkse werkzaamheden be- staan uit vooral schoonmaken van de kleedkamers.” Floris van den Berg maakt aanstalte om naar buiten te gaan. Hij is de ‘lijnentrekker’ van de club. Een taak die hij heeft overgenomen van De Jong. “Ik heb reuma, het ging niet meer.” “Hij doet het goed, hoor”, zegt De Jong over zijn opvolger. “Hij maakt rechte lijnen.”

Van den Berg heeft drie velden te doen, want Bolnes heeft geen kunstgras. Hij is net als de andere leden van de Bolnes-werkploeg al jaren lid van de Ridderkerkse club. “Ik ben eigenlijk een IFC’er”, ver- klapt hij. “De liefde heeft me naar Ridderkerk gebracht.” De Jong onthult dat hij, voordat hij ging voetballen bij Bolnes, korfbalde in Ridderkerk. “Ik mocht van mijn ouders niet op voetbal. Ik heb dus eerst vijf jaar gekorfbald.”Die kans laat Van den Berg niet lopen. “Arie is hier komen binnen lopen in een rokje.”De Bolnes-werkploeg mag op leeftijd zijn, het heeft de club wel heel centjes bespaard. “We doen meer dan een douche- of deur- knop vervangen”, vertelt Snijder. De Jong: “We deinzen nergens voor terug.”

“Het dak hebben wij gedaan en ook het plafond”, wijst hij op de witte platen. En dat Dirk van der Schans ex-metselaar is blijkt verrekte handig. “Hij heeft de kleedkamers opnieuw betegeld.” Aangezien Bolnes niet de rijk- ste club is, moet de werkploeg creatief zijn met het vinden van oplossingen. Snijder: “Gelukkig gaat het financieel weer wat be- ter met de club, maar ieder dub- beltje moet nog wel steeds twee keer worden omgedraaid. Als we spullen nodig hebben, dan valt er altijd, via een contactje wat te ritselen, waardoor we materiaal voor de inkoopprijs krijgen.”

De kantine van Bolnes stamt uit 1972. “Gedateerd, dus er is veel onderhoud”, zegt Dammes Sint Maartensdijk. De Jong wijst naar buiten naar de buitenbar. “Dat is ons volgend klusje. Dat willen we opnieuw overdekken. Voor het Ridderkerk-toernooi, bij het be- gin van het nieuwe seizoen, moet het klaar zijn.”

Ze maakten als supporters de opmars van Bolnes in het zater- dagvoetbal mee, maar waren ook getuigen van de neergang. “Dat is voetbal, hé”, haalt Snijder zijn schouders op. “Ze draaien nu best een aardig seizoen. Vierde klasse, dat wel. Een jaar of vijf geleden speelden we nog in de eerste klasse. Wij blijven de club trouw.”

Zorgen maakt De Jong zich wel over het moment dat zijn gene- ratie wegvalt. “Ik zie niet zomaar één, twee, drie vervangers bij de club rondlopen. En wat dan?” Snijder: “Daar heeft iedere club last van, niet alleen wij.”

Aan toekomst Emma wordt hard gewerkt

Met trots spreekt voorzitter Leo Teunissen over zijn club. Het Dordtse SC Emma staat er volgens de preses prima voor. Bovendien denkt Teunissen graag na over hoe zijn club klaar te maken voor de toekomst. ,,Als we niets doen, vergrijst de club’’, weet hij.

DORDRECHT – ,,Na een dipje in ons ledenaantal door het vertrek van een groep jeugdleden, zijn we nu weer volop in bloei’’, merkt voorzitter Leo Teunissen op de vraag naar de huidige staat van zijn club. ,,We zijn niet zo’n grote vereniging, maar wel een waar elk lid telt. Er is persoonlijke aandacht voor alle 450 leden, van de jongetjes in de jongste leeftijdscategorie tot de hoogste seniorenteams. We doen zoveel mogelijk om het al onze leden naar de zin te maken. Want uiteindelijk gaat het bij een vereniging om de breedtesport. Ja, ik ben wel trots op onze club.’’

Maar ook Teunissen weet dat stilstand doorgaans achteruitgang betekent en dus wordt ook op het gemeentelijk sportpark nagedacht over de toekomst. Door SC Emma, maar ook door de buren. ,,We zijn in gesprek met bijvoorbeeld handbalvereniging MOK en atletiekvereniging Fortius. Dat is nu nog in een pril stadium, maar naar mijn idee moeten we er naartoe dat mensen met één lidmaatschap terecht kunnen bij de verschillende verenigingen. Een soort lidmaatschap bij het sportpark, waarmee je de ene keer de ene sport kunt doen en de volgende keer een andere sport’’, schetst Teunissen zijn idee voor de toekomst. Daar horen ook de gesprekken met de gemeente Dordrecht bij, waar gesproken wordt over de multifunctionele invulling van het complex. Teunissen: ,,Want ’s avonds wordt hier dan wel gesport, maar overdag staat het allemaal leeg.’’

De voorzitter van de bijna 108-jarige voetbalvereniging beseft dat dergelijke ideeën voor de toekomst noodzakelijk zijn.,, Als je niets doet, vergrijst de club. We hebben zeven seniorenelftallen, maar die spelers worden steeds ouder.

Het wordt steeds moeilijker om de jeugd aan je te binden. Daarom vinden wij het ook belangrijk om naast een fantastische trainer voor het eerste elftal (Roy de Bruin, red.), misschien wel de beste van de regio, ook goede jeugdtrainers te hebben. Elke jongen leert hier iets en dat moet je de jeugd wel kunnen bieden. Spelers zijn vanuit onze vereniging doorgestroomd naar FC Dordrecht en de jeugdopleiding van Feyenoord. Als zij het redden, zijn ze straks de voorbeelden voor de volgende generatie jeugdspelers.’’

Om krimp binnen de club te voorkomen, probeert het bestuur onder leiding van Teunissen de club ook zo laagdrempelig mogelijk te houden. ,,De kosten voor de vereniging nemen steeds meer toe, maar we proberen het voor de leden betaalbaar te houden.

Zo hopen we over niet al te lange tijd bijvoorbeeld, met dank aan goed werk van de sponsorcommissie, de jeugd standaard een tenue te kunnen aanbieden. Scheelt de ouders toch weer in de kosten. Ook dat zijn zaken voor de toekomst waar wij hard aan werken.’’

Aan toekomst Emma wordt hard gewerkt

Met trots spreekt voorzitter Leo Teunissen over zijn club. Het Dordtse SC Emma staat er volgens de preses prima voor. Bovendien denkt Teunissen graag na over hoe zijn club klaar te maken voor de toekomst. ,,Als we niets doen, vergrijst de club’’, weet hij.

DORDRECHT – ,,Na een dipje in ons ledenaantal door het vertrek van een groep jeugdleden, zijn we nu weer volop in bloei’’, merkt voorzitter Leo Teunissen op de vraag naar de huidige staat van zijn club. ,,We zijn niet zo’n grote vereniging, maar wel een waar elk lid telt. Er is persoonlijke aandacht voor alle 450 leden, van de jongetjes in de jongste leeftijdscategorie tot de hoogste seniorenteams. We doen zoveel mogelijk om het al onze leden naar de zin te maken. Want uiteindelijk gaat het bij een vereniging om de breedtesport. Ja, ik ben wel trots op onze club.’’

Maar ook Teunissen weet dat stilstand doorgaans achteruitgang betekent en dus wordt ook op het gemeentelijk sportpark nagedacht over de toekomst. Door SC Emma, maar ook door de buren. ,,We zijn in gesprek met bijvoorbeeld handbalvereniging MOK en atletiekvereniging Fortius. Dat is nu nog in een pril stadium, maar naar mijn idee moeten we er naartoe dat mensen met één lidmaatschap terecht kunnen bij de verschillende verenigingen. Een soort lidmaatschap bij het sportpark, waarmee je de ene keer de ene sport kunt doen en de volgende keer een andere sport’’, schetst Teunissen zijn idee voor de toekomst. Daar horen ook de gesprekken met de gemeente Dordrecht bij, waar gesproken wordt over de multifunctionele invulling van het complex. Teunissen: ,,Want ’s avonds wordt hier dan wel gesport, maar overdag staat het allemaal leeg.’’

De voorzitter van de bijna 108-jarige voetbalvereniging beseft dat dergelijke ideeën voor de toekomst noodzakelijk zijn.,, Als je niets doet, vergrijst de club. We hebben zeven seniorenelftallen, maar die spelers worden steeds ouder.

Het wordt steeds moeilijker om de jeugd aan je te binden. Daarom vinden wij het ook belangrijk om naast een fantastische trainer voor het eerste elftal (Roy de Bruin, red.), misschien wel de beste van de regio, ook goede jeugdtrainers te hebben. Elke jongen leert hier iets en dat moet je de jeugd wel kunnen bieden. Spelers zijn vanuit onze vereniging doorgestroomd naar FC Dordrecht en de jeugdopleiding van Feyenoord. Als zij het redden, zijn ze straks de voorbeelden voor de volgende generatie jeugdspelers.’’

Om krimp binnen de club te voorkomen, probeert het bestuur onder leiding van Teunissen de club ook zo laagdrempelig mogelijk te houden. ,,De kosten voor de vereniging nemen steeds meer toe, maar we proberen het voor de leden betaalbaar te houden.

Zo hopen we over niet al te lange tijd bijvoorbeeld, met dank aan goed werk van de sponsorcommissie, de jeugd standaard een tenue te kunnen aanbieden. Scheelt de ouders toch weer in de kosten. Ook dat zijn zaken voor de toekomst waar wij hard aan werken.’’

Jeanne Schuitemaker deelt haar leven met Rijsoord

Na bijna een uur op haar praatstoel te hebben gezeten, loopt Jeanne Schuitemaker naar de bar in het jeugdhonk. Ze trekt de kast die aan de muur hangt open. “Kijk, daar liggen de koeken en de snoep.”

Ze pakt een pak koeken uit de kast. “Deze koeken krijgen ouders altijd bij ons bij een kopje koffie. Boven, in de kantine, krijgen ze zo’n koek niet. Daarom komen ze graag bij ons. Die koeken zijn niks bijzonders, hoor. Ik haal ze altijd bij de Aldi, Captain Rondo. Die snoepjes zijn voor de kinderen die hier in het jeugdhonk zijn. Op trainingsavonden kunnen ze ook altijd limonade komen halen.”

Schuitemaker (72) was al vrijwilliger bij Rijsoord toen het merendeel van de voetballende leden van de club nog niet waren geboren of nog in de wieg lagen. “We komen oorspronkelijk uit Amsterdam, maar dat heb je zeker wel gehoord aan mijn tongval”, zegt ze. “Mijn man, Dirk, en ik woonden op een bovenverdieping bij mijn ouders in de stad. In die tijd was het haast onmogelijk om een woning in Amsterdam te krijgen. Op een dag kwam Dirk terug thuis van zijn werk en zei: we gaan naar Papendrecht. Daar konden we namelijk wel een huis krijgen. Mijn eerste reactie was dat ik niet zou gaan. Met heel veel tegenzin ben ik toch gegaan, maar het kostte in het begin wel veel moeite. Ik was verknocht aan Amsterdam. In het weekend zaten we in de stad. Na twee jaar was pas het lijntje doorgesneden.”

Met haar man settelden zij zich in het Rotterdamse. Ze verhuisden naar Slikkerveer en kregen er drie kinderen. “Mijn zoon wilde gaan voetballen. Toen hebben we vergelijkend warenonderzoek gedaan. We zijn overal in de buurt bij clubs gaan kijken. Bolnes, Slikkerveer, RVVH en ook Rijsoord. Bij Rijsoord vonden we het het gezelligheidst, voor zoverre je dat uit een eerste indruk kon opmaken. Gelukkig had ons gevoel ons niet in de steek gelaten. We voelden ons erg welkom. Mijn man werd al snel gecharteerd voor het geven van trainingen. Ik ging van zelf mee.”

“Dirk heeft van alles gedaan. Trainer, jeugdbestuur. Hij is jarenlang scheidsrechter geweest voor de KNVB. Hij heeft gefloten tot de eerste klasse. Op zijn 46ste moest hij stoppen. Toen had je nog een leeftijdsgrens.” “Ik ben zelf begonnen als notulist bij vergaderingen en ben al snel achter de bar gaan staan. Dat heb ik jaren gedaan. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt. De leeftijd ging tellen. Eén van mijn dochters heeft mijn rol min of meer overgenomen, want zij staat nu achter de bar boven. Ik heb haar niet gepusht of zo, het kwam uit haarzelf.”

“Ik heb ook jaren de commissiekamer gedaan op zaterdag voor de wedstrijdzaken. Ik ontving er tegenstanders en scheidsrechters. Toen er twee nieuwe voorzitters kwamen vijf jaar geleden hebben zij gevraagd of ik één van de beheerders kon worden van het jeugdhonk.

Supportersvereniging is de ziel van vv Rijsoord

Het is al jaren een begrip, de Supportersvereniging van VV Rijsoord. “Voetbal is bij ons geen doel maar een middel om mensen te verenigen”, aldus voorzitter André van der Wulp (55).

“In de haar- vaten van de Supporters- vereniging is het sociaal maatschap- pelijke karakter van de club terug te zien,” zegt clubvoorzitter Ramon de Borst.De naam doet sug- geren dat de Supportersvereniging er is om de club en dan speciek het eerste elftal te ondersteunen. “We hebben wel eens een busreis naar een kampioenswedstrijd georgani- seerd, maar we zijn vooral ac- tief op het sociaal maatschap- pelijk vlak”, reageert Van der Wulp. “Je zou ons ook kunnen omschrijven als activiteitencommissie, maar daarmee doe je ons ook meteen tekort. Want heel veel activiteiten dragen een openbaar karakter. Leden zijn welkom, maar ook niet-leden.”

Supportsvereniging wordt ge- organiseerd. “Die dag maakt onderdeel uit van een drie- daagse voor carnaval”, legt Van der Wulp uit. “We vieren in Rijsoord geen carnaval, maar we hebben wel een dag met kindercarnaval. Traditiegetrouw hebben we op donderdag altijd de senioren-dag.”

Die werd dit jaar alweer voor de 44ste keer gehouden. Ouderen uit de hele regio konden zich inschrijven voor een middag- en avondvullend programma. “We hadden dit keer 225 mensen in de kantine, zestig-, zeventig-, tachtig- en soms ook negen- tig-plussers. We zorgen voor een lekkere maaltijd en nodi- gen een artiest uit.”

Daarnaast organiseert de Supportersvereniging vele andere activiteiten, zoals de familiedag aan het einde van het seizoen, bingo- en klaver- jasvonden, een kerstbal en een winterfeest. “We hebben ook jaarlijks een mossel- en spareribavond. Al die avonden zijn goed bezet. Bij klaverjassen hebben we altijd tussen de veer- tien en twintig tafels.”

Alle die activiteiten ver- gen veel van de organi- satie. Van der Wulp: “We zijn wat dat betreft een geoliede machine. We zijn met zijn achten in de Sup- portersvereniging. Ieder heeft zijn eigen discipline en team.”

‘Duivels dilemma’ WCR door KNVB-besluit

Door het besluit van de KNVB om de vierde en derde klasse op zondag in West II op te heffen staat WCR volgens Jan de Groote, in het bestuur belast met technische zaken, voor een duivels dilemma. De geel-blauwen willen graag door op zondag, maar voelen zich door het besluit van de bond nu voor het blok gezet. “Onze strategie zal moeten worden aangepast.”

Mijn eerste reactie was: ze weten het niet meer”, zegt De Groote over het besluit van het districtsbestuur. “Ik dacht echt dat we op koers lagen van het weekendvoetbal. Dat is nu in één keer van tafel. Dit levert volgens mij alleen maar verliezers op.”

Voor ons levert het nog meer onzekerheid op”, stelt De Groote vast. “Wij willen graag op zondag blijven voetballen. Daar liggen onze roots. Dat we op zaterdag in de standaardcompetitie spelen is geen enkel probleem. Dat kan uitstekend samen. Wij willen spelers prestatievoetbal op zaterdag en zondag aanbieden.”

Dat de KNVB een streep zet door de vierde en derde klasse valt De Groote koud op zijn dak. “Iedereen weet dat het zondagvoetbal al onder druk staat. Het is elk jaar weer een hele toer om een selectie op de been te brengen, maar het lukt ons wel weer steeds. Aangezien we geen oudere jeugd hebben, moet de aanvulling bij ons altijd van buitenaf komen. Er zijn weliswaar minder clubs op zondag, maar er zijn ook steeds minder spelers die op zondag willen spelen. De vijver waaruit we vissen is klein. Voor volgend seizoen zijn we bezig met vier, vijf spelers. Die spelers krabben zichzelf nu ook eerst achter de oren voordat ze ja zeggen.”

Het voordeel voor WCR is, als daar sprake van kan zijn, dat de club in ieder geval nog één seizoen gebruik kan maken van een competitie die aangeboden wordt door het district West II. “In de derde klasse spelen we volgend seizoen sowieso en wie weet promoveren we nog naar de tweede klasse. Dat kan nog een uitvlucht zijn voor ons. Maar wat gebeurt er als je uit de tweede klasse degradeert? Is er dan degradatie? Nogal wat vragen zijn onbeantwoord.”

Natuurlijk kunnen we ervoor kiezen om op zondag te blijven spelen, maar dan worden we over twee jaar in West I ingedeeld als we niet naar de tweede klasse promoveren. Dat betekent meer reistijd. Dat moeten de spelers wel willen.” Daarom vindt De Groote de stem van de selectie belangrijk.

De KNVB hangt je nu als club een worst voor. Als je in de zondag-derde klasse speelt mag je overstappen naar de zaterdag-derde klasse. Overigens zal ik mij als ex-zondagclub die net is overgestapt naar de zaterdag wel bekocht voelen. Tot dit seizoen moesten die helemaal onderaan de ladder beginnen.”

Er zijn in onze selectie nu spelers die op zondag voetballen omdat ze op zaterdag werken. Die willen we niet in de kou laten staan. Met de invoering van het weekendvoetbal had je daar nog een mouw aan kunnen passen. Als je dan in een competitie zit met voor de helft zondagclubs kan je je achterban nog voor een groot deel tevreden houden ook.”

Rijsoord gaat de kleurrijke spits Mike van Gool zeker missen

Het zal voor de Rijsoord-supporters komend seizoen even wennen zijn, een Rijsoord zonder Mike van Gool. De 37-jarige goalgetter zet aan het einde van de lopende jaargang een punt achter zijn carrière. Het afscheidscadeau weet hij al. “Een kampioenschap graag.”

In een allerlaatste poging om Van Gool toch te behouden deed de clubleiding van Rijsoord de aanvaller een aanbod als pinchhitter. De spits bedankte voor de eer. “Omdat ik mezelf ken. Ik ben niet iemand die rustig op de bank kan blijven zitten en geduldig wacht op het moment dat ik word ingezet. De club wilde me graag behouden en ik hoefde maar één keer in de week te trainen. Ik weet zeker dat ik mezelf op de bank had opgevreten en stennis had lopen maken. Zowel voor Rijsoord als voor mezelf is het verstandig geweest dat ik het aanbod heb afgewezen.” Hij heeft zijn nakende afscheid goed overdacht. “Zo’n besluit neem je natuurlijk niet van de ene op de andere dag”, zegt hij. “Ik ben er maanden mee bezig geweest. Niet dat ik er mijn leven door liet leiden, maar ik was er in mijn gedachten wel constant mee bezig. Ik heb duizend keer de voors en tegens tegen elkaar gezet. Bij mijn keuze om te stoppen speelde ook mee dat ik de laatste tijd steeds meer last kreeg van pijntjes. Nog zwaarder woog dat ik mezelf minder gemotiveerd vond. Ik heb de drang om ten koste van alles te presteren niet meer.”

Gijs Zwaan
De amateurvelden verliest daarmee een kleurrijke persoon die fanatiek was ‘tot in het bot’. Als jonge voetballer stapte hij van SV Hillegersberg in Rotterdam over naar SVV. In Schiedam speelde hij niet alleen zeven seizoenen, hij kwam ook in aanraking met Gijs Zwaan, de trainer die als een rode draad door zijn carriére liep. Bij Rijsoord was Zwaan zes seizoenen trainer van Van Gool, die het vertrouwen voelde. “Gijs liet me altijd staan al speelde ik een tijdje minder of ik scoorde ik een paar wedstrijden even niet. Andere trainers gingen me wisselen in de zevenstige minuut. Gijs koos altijd voor mij. Voor een voetballer is dat ontzettend belangrijk, een trainer die in je gelooft.”

Brandende Fakkels
Na SVV kwam hij via de beloften van Sparta terecht in Katwijk bij grootmacht Quick Boys. “Een fantastische club”, kijkt hij terug op het seizoen op sportpark Nieuw-Zuid. “De beleving, de toeschouwers. Ik vond dat geweldig. Als we twee keer hadden verloren stonden ze met brandende fakkels in de duinen. Uit protest zongen ze dan dat we moesten werken voor ons geld. Ik genoot daarvan. Ik heb er nooit last van gehad. Het publiek was kritisch en als je een kans miste, kreeg je te horen dat je er niks van kon. Ik vond dat wel lachen.”

Hij speelde daarna bij ASWH, Scheveningen, DOTO Pernis en Neptunus-Schiebroek. Bij alle vier de clubs duurde zijn avontuur één seizoen. “Het was nog in de goede tijd van ASWH. Arjan Human was de spits, een geweldenaar. Ik was ongeduldig. Ik raakte dat seizoen ook geblesseerd en het was een onrustig jaar met drie trainers, Bill Tukker, Dogan Corneille en die Amsterdammer, Henk Wisman.” “Bij Scheveningen had ik het goed naar mijn zin, maar de club wilde de andere spits. Zo gaat dat in de top. Bij DOTO speelde ik in het laatste seizoen voor het faillissement.”

Blote billen-incident
Daar kreeg Van Gool alle schijnwerpers op zich gericht vanwege het ‘blote billen-incident’. In een wedstrijd tegen Vitesse Delft trok hij na het scoren van een doelpunt zijn broekje omlaag. “Jesper Hogendoorn, een maatje van mij, stond bij de tegenstander op doel. We hadden vooraf al gegrapt dat ik, als ik zou scoren met een schot tussen zijn benen, mijn blote billen zou laten zien. Zo gezegd, zo gedaan. Nou, dat grapje kreeg een heel staartje. Heel de landelijke pers pakte het op. Zelfs De Wereld Draait Door besteedde er aandacht aan.”

De hoofdsponsor van DOTO, Van Donge & De Roo, vond het een minder geslaagd initiatief. “Ik moest op het matje komen. Ik heb nog gezegd dat ze mij juist extra moesten betalen omdat ik voor extra publiciteit had gezorgd, maar dat ging er niet in. Heb ik twee weken apart moeten trainen.” Van Gool was sowieso niet van onbesproken gedrag. Hij kon zich vreselijk opwinden als er in zijn ogen sprake was van onrechtvaardigheid. Scheidsrechters kregen vaak de volle laag. “Mijn mond heb ik moeilijk kunnen houden. Als de scheidsrechter zijn gele kaart uit zijn handen liet vielen maakte ik nog even een hatelijke opmerking als ‘zwaar, hé’. Kreeg ik meteen geel. Ik heb ook wel eens een scheidsrechter aan zijn haren getrokken. Daar kreeg ik zeven wedstrijden schorsing voor. Dat was ook bij DOTO. Daar waren ze wel blij met mij.”

Hij vond zijn rust bij Rijsoord, waar hij bezig is aan zijn zevende seizoen. “Bij Rijsoord voetbalden en voetballen nog steeds mijn vrienden. Een club van goede mensen. Geen overspannen gedoe.” Het vertrouwen dat Rijsoord en trainer Gijs Zwaan in hem hadden, betaalde hij terug in doelpunten. “Bijna één op één. Daar ben ik wel trots op.” Dit seizoen is het wat minder. “De sleet zit er op. Tijd om te stoppen. Hopelijk met een kampioenschap. Dat zou het allermooiste zijn.”

Mels van der Pas houdt zaalvoetbal competitie leuk

Toen hij vorig jaar werd uitgeroepen tot sportvrijwilliger van het jaar in Barendrecht onderging Mels van der Pas de bijbehorende plichtplegingen gelaten. “Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond te staan”, zegt hij.

Ik was overigens volkomen verrast. Mijn zoon stond op een gegeven moment voor mijn neus. Ik vroeg nog: wat doe jij hier? Toen bleek hij nog wat andere mensen te hebben meegenomen.”

Hij is al jarenlang het gezicht van de interne zaalcompetitie van Barendrecht. Vroeger werd er gespeeld in sporthal De Driesprong, sinds de opening is sporthal De Waterpoort in Carnisselande de thuisbasis. “We spelen iedere maandag”, vertelt Van der Pas (74). “Acht wedstrijden op een avond. We beginnen om half zeven en gaan door tot elf uur. Ik ben er van begin tot eind.”

Hij kon zelf meer dan redelijk voetballen. Hij groeide op in Heerjansdam, maar verhuisde naar Barendrecht, waar hij met zijn broers Arie en Rob de voorhoede vormde van de hoofdmacht. “Dat was uniek, drie broers samen in de aanval. Bij ons thuis ging het ook altijd over voetbal.”

Het noodlot sloeg echter toe. Van der Pas brak zijn been toen hij in botsing kwam met een keeper van de tegenstander. “Ik was toen 20 jaar. Ruim vijftig jaar geleden was de medische begeleiding anders dan nu. Tegenwoordig zou ik met die blessure al snel op de operatietafel hebben gelegen.

Toen stuurde de huisarts mij na een week of drie een keertje door naar de specialist. Dat was overigens een goede, Van der Slikke heette die man. Hij heeft een voor die tijd revolutionaire operatie gedaan. Ik heb er wel een ritsluiting van boven tot beneden aan overgehouden. Nu maken ze een gaatje.”

Het betekende wel een vroegtijdig einde van zijn voetbalcarrière. “Ik was bang dat ik opnieuw een zware blessure zou oplopen.” Hij vond zijn vertier in het geven van trainingen aan de jeugd, hij was ook jarenlang leider. Hij maakte deel uit van het bestuur in de periode tussen 1986 en 1994. “Ik heb ook jarenlang in de commissiekamer gezeten op zaterdag voor de wedstrijdzaken.”

Nu behoort hij nog tot de werkploeg die een paar keer per week schoonmaakt en allerhande klusjes doet op De Bongerd. “Ik heb zelf twee kromme handen, dus de ingewikkelde karweitjes zijn niet aan mij besteed. We hebben het altijd heel gezellig.”

Zo loyaal hij was aan zijn vroegere baas – hij werkte zijn hele leven in Barendrecht als tapijtverkoper – zo trouw ook verzorgde en verzorgt hij de zaalcompetitie van de BVV. “Ik ben bij de zaalvoetbal gekomen toen we nog met vijf teams aan de externe competitie meededen. Maar al snel verdween bij de jongens de zin om op kwart voor elf op een doordeweekse avond in Hellevoetsluis hun wedstrijdje te spelen.”

De zaalvoetbalcompetitie van Barendrecht is inmiddels een begrip. “We hebben elk jaar tussen de 28 en 40 teams. Dit jaar hebben zich 29 teams ingeschreven. Ik maak de competitie-indeling, het programma en regel scheidsrechters. We spelen in drie divisies en deel de teams op kracht in. Als teams eruit springen qua resultaten grijp ik in. Dan gaan we, tijdens het seizoen, schuiven met de teams. Ik wil het voor iedereen leuk houden. Als je iedere keer met 10-0 verliest, gaat de lol er snel van af.

Middenvelder Jesse Ringlever heeft nu al sleutelrol bij voetbalvereniging Slikkerveer

Hij had niet gedacht al zó snel een basisplaats te hebben, maar sinds de derde speelronde van de competitie is Jesse Ringlever (19) niet meer weg te denken uit de favoriete elf van Slikkerveer-trainer André Stafleu.

“De trainer heeft mij vanaf het begin heel veel vertrouwen gegeven”, reageert Ringlever, die vorig jaar zomer de overstap maakte van de A-jeugd naar de senioren. “Eigenlijk had ik een valse start, want ik kwam vrij laat van zomervakantie terug. Daardoor begon ik met een achterstand. In de derde wedstrijd tegen WCR mocht ik vanaf het begin meedoen. Dat ging goed en sindsdien heb ik steeds in de basis gestaan.”

Hij maakte twee seizoenen geleden al zijn debuut voor Slikkerveer 1. Tegen CKC mocht hij van trainer Danny Wijnstekers invallen. “Vorig seizoen heb ik ook een paar wedstrijd meegespeeld, maar de situatie was er niet echt naar om te experimenten. Slikkerveer knokte tegen degradatie.” Waar leeftijdsgenoten nog even moeten rijpen in het tweede, maakte Ringlever, die een mbo4-opleiding (manager havenlogistiek) volgt, ogenschijnlijk moeiteloos de stap naar de hoofdmacht.

“Ik speel op een positie waar mijn spel heel goed tot mijn recht komt”, zegt hij. “Dat scheelt wel. Ik ben één van de twee controlerende middenvelders. Damien Jansen is de ander. Hij is ervaren en aanvoerder. Aan hem heb ik veel steun.” “De trainer geeft veel tips. Over hoe ik mezelf moet aan- bieden en hoe ik moet staan bij balverlies. We hebben als controlerende middenvelders onze taken, maar krijgen ook de vrijheid om naar voren te gaan. Maar altijd wel gedoseerd, eentje van ons moet de restverdediging in de gaten houden.” Ringlever vindt zelfzelf meer voetballer dan ‘breker’. “Ik ben geen typische stofzuiger, die de bal verovert en weer inlevert. Ik ben technisch goed onderlegd. Op de positie waar ik nu spel kan ik het spel bepalen. Dat vind ik heerlijk.”

Het doel van Slikkerveer is om terug te keren naar de tweede klasse. “We zijn net weer begonnen aan het tweede deel van de competitie. We maken een goede kans, maar er zijn meer kapers op de kust zoals DONK, FC IJsselmonde en HOV/DJSCR.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.