Voor Niek van Velzen is het voetbal bij Haaften nooit echt weggeweest. Alleen zijn rol is veranderd. Jarenlang liep hij er zelf rond in het eerste elftal, als een speler die je ongeveer overal kon neerzetten zolang het maar geen keepersshirt betrof. Inmiddels staat hij niet meer op het veld, maar ernaast. Als jeugdtrainer van de Onder 7, waar zijn oudste zoontje rondloopt. De stap van speler naar trainer kwam niet voort uit een langgekoesterde ambitie, maar uit noodzaak.
Van Velzen is 32 en stopte met voetbal na een zware knieblessure. “Ik heb mijn kruisband afgescheurd. Ik ben wel geopereerd en gerevalideerd, dus in principe zou ik wel weer kunnen voetballen. Maar ik ben bang dat het nog een keer gebeurd. En met drie jonge kinderen vind ik het nou eigenlijk wel prima geweest.”
Dat klinkt nuchter, maar er zit wel degelijk twijfel achter. Of misschien beter gezegd: een soort terugkerende verleiding. Want wie hem vraagt of het nog kriebelt, krijgt geen stoer ontkennend antwoord. Integendeel. “Als ik ga kijken bij het eerste, begint het altijd wel te kriebelen. Dan denk je toch: misschien heb ik wel weer zin om mee te doen.”
Alleen komt daar meteen de realiteit achteraan. Niet die van een beetje spierpijn of een stijve zondagmorgen, maar van krukken, operaties en een revalidatie die het hele gezin raakt. “Als het nog een keer gebeurt, dan loop je weer zes weken met krukken na een operatie, moet je weer een jaar revalideren en twee keer in de week naar de fysio. Dat is best wel intensief.”
Met een zoontje van vijf, een van drie en een dochtertje van tien maanden is dat een risico. “Je kan gewoon echt niks. Je kan nog geen glas drinken voor jezelf pakken als je met twee krukken loopt.” En dus trekt hij voorlopig een harde conclusie: terugkeren in het eerste ziet hij niet meer gebeuren. “Misschien ooit nog eens in een lager elftal of zo. Maar nu nog even niet.”
“Je bent toch lekker met voetbal bezig”
Dat hij toch verbonden bleef aan Haaften, is ergens logisch. Van Velzen heeft er zijn hele voetballeven doorgebracht. Vanaf de F’jes tot en met het eerste. Nooit ergens anders gevoetbald, nooit serieus overwogen om dat wel te doen. “Ik vond het altijd wel thuis.”
Ook zijn familie zit diep in die club verankerd. Zijn vader Roelof voetbalde er zelf, trainde jeugdteams, was leider en staat tegenwoordig langs de lijn te vlaggen bij het eerste. Zijn broertje speelt nog in de hoofdmacht. “Toen ik zes was en bij de F’jes ging voetballen, zochten ze een jeugdtrainer en toen is mijn vader dat gaan doen. En eigenlijk is hij ook nooit meer gestopt met iets doen.”
Zo gezien is het ook weer niet vreemd dat Van Velzen zelf opnieuw aanhaakte toen zijn oudste zoon begon met voetballen. Er werd gevraagd wie training wilde geven. Hij hoefde er niet lang over na te denken. “Als ze het niet hadden gevraagd, had ik mezelf ook opgegeven.”
En dat bevalt hem beter dan hij misschien zelf had verwacht. “Ik moet eigenlijk zeggen dat het wel heel goed bevalt. Je bent toch lekker met voetbal bezig. Niet zelf, maar gewoon om die jochies een leuke avond of ochtend te laten hebben. Het gaat heel gemoedelijk. Dat maakt het ook leuk.”
Als speler was Van Velzen jarenlang het type dat trainers graag in de selectie hadden. Niet omdat hij per se op één plek uitblonk, maar juist omdat hij overal inzetbaar was. Hij moet er zelf om lachen als het ter sprake komt. “Ja, zo kan je het wel zeggen. Mij zetten ze eigenlijk overal neer, behalve op doel.”
Klik hier voor meer informatie over vv Haaften
Klik hier voor meer artikelen over vv Haaften

