Rob Vuik loopt al jaren mee in het amateurvoetbalwereldje. Dit seizoen is de ervaren trainer neergestreken bij voetbalvereniging Rockanje, dat in de vijfde klasse actief is en hoopt op een stabiele toekomst in de vierde klasse. Maar om dat te bereiken, moet er nog wel het een en ander gebeuren, vindt de trainer van het eerste elftal.
De naam Vuik is niet onbekend in Rockanje. De broer van Rob, Arjan Vuik, was in het verleden ook al als trainer verbonden aan de club. “Hij zei ook gelijk tegen mij dat het een leuke vereniging is. En dat klopt ook. Het is een club met fijne mensen. Mensen die bovendien ambities hebben om met het eerste team stappen te maken. Maar om dat te bereiken, moet eerst de organisatie stappen zetten. Ik denk nog niet dat Rockanje daar echt aan toe is.”
Prestatievoetbal
En dat bedoelt Vuik niet als kritiek. “De mensen weten hoe ik erover denk. Rockanje wil graag naar de vierde klasse, waar het vorig seizoen dichtbij was, en daar is niets mis mee. Maar dan moet prestatievoetbal wel de overhand krijgen, en dat zie ik nog niet helemaal. Er loopt in de jeugd echt talent rond bij Rockanje. Leuke voetballers die potentie hebben om de selectie en het eerste elftal te halen. Maar als je die spelers dan niet kunt gebruiken omdat hun eigen elftal te weinig spelers heeft, gaat er iets niet goed. Daarin moet de vereniging echt nog groeien. Als je naar de vierde klasse wilt, moet je dat organisatorisch wel op een rijtje hebben en zoeken naar een oplossing.”
Vuik kijkt ook naar zichzelf als hij praat over spelers die een weekendje weg prefereren boven een wedstrijd spelen op zaterdag. “Ik vind daar iets van, maar misschien moet ik daarin zelf veranderen. Dat kan ook, hè? De mentaliteit is veranderd. Vroeger draaide alles om het voetballen op zaterdag; die tijd is voorbij. De prioriteiten liggen soms ergens anders. Ik hoor het ook van collega-trainers. Maar misschien moet ik mijn draai daar wel in vinden. Moet ik zelf veranderen als trainer in de huidige tijd.”
Reuma
Dat Vuik trainer van Rockanje is geworden, na een jaar als assistent van Peter Wubben bij Spijkenisse, zag er een paar jaar geleden helemaal niet naar uit. Hij dacht eraan te stoppen in de voetballerij, ook vanwege fysieke problemen. “Zo’n tweeënhalf jaar geleden is bij mij reuma geconstateerd in mijn gewrichten. Ik kon mijn wijsvinger niet meer buigen, geen vuist meer maken. Dat was in mijn periode bij GHVV ’13, maar dan denk je even niet meer aan voetbal. Ik ben een traject ingegaan van medicatie, en die sloeg zo goed aan dat ik nu nog steeds aan het minderen ben met medicijnen. Ik heb nergens last van.”
Van het jaar bij Spijkenisse heeft Vuik veel geleerd, zegt hij. “Ik loop al jaren mee als trainer, maar niet op dat niveau. Misschien was ik een beetje vastgeroest in de derde, vierde en vijfde klasse. Dat kan. Bij Spijkenisse heb ik als assistent geleerd hoe je tactisch dingen aanvliegt. Daar zijn ze vier of vijf stappen verder dan bij Rockanje, en dat is volkomen logisch.”
“Ik hoop dat we dit jaar met Rockanje bij de eerste vier kunnen eindigen. Promotie lijkt me nu nog niet reëel, zeker met een sterk FC Vlotbrug in de competitie. Maar wie weet wat er wel mogelijk is. De vijfde klasse is wel sterker dan vorig seizoen.”

