Het zal voor de Rijsoord-supporters komend seizoen even wennen zijn, een Rijsoord zonder Mike van Gool. De 37-jarige goalgetter zet aan het einde van de lopende jaargang een punt achter zijn carrière. Het afscheidscadeau weet hij al. “Een kampioenschap graag.”

In een allerlaatste poging om Van Gool toch te behouden deed de clubleiding van Rijsoord de aanvaller een aanbod als pinchhitter. De spits bedankte voor de eer. “Omdat ik mezelf ken. Ik ben niet iemand die rustig op de bank kan blijven zitten en geduldig wacht op het moment dat ik word ingezet. De club wilde me graag behouden en ik hoefde maar één keer in de week te trainen. Ik weet zeker dat ik mezelf op de bank had opgevreten en stennis had lopen maken. Zowel voor Rijsoord als voor mezelf is het verstandig geweest dat ik het aanbod heb afgewezen.” Hij heeft zijn nakende afscheid goed overdacht. “Zo’n besluit neem je natuurlijk niet van de ene op de andere dag”, zegt hij. “Ik ben er maanden mee bezig geweest. Niet dat ik er mijn leven door liet leiden, maar ik was er in mijn gedachten wel constant mee bezig. Ik heb duizend keer de voors en tegens tegen elkaar gezet. Bij mijn keuze om te stoppen speelde ook mee dat ik de laatste tijd steeds meer last kreeg van pijntjes. Nog zwaarder woog dat ik mezelf minder gemotiveerd vond. Ik heb de drang om ten koste van alles te presteren niet meer.”

Gijs Zwaan
De amateurvelden verliest daarmee een kleurrijke persoon die fanatiek was ‘tot in het bot’. Als jonge voetballer stapte hij van SV Hillegersberg in Rotterdam over naar SVV. In Schiedam speelde hij niet alleen zeven seizoenen, hij kwam ook in aanraking met Gijs Zwaan, de trainer die als een rode draad door zijn carriére liep. Bij Rijsoord was Zwaan zes seizoenen trainer van Van Gool, die het vertrouwen voelde. “Gijs liet me altijd staan al speelde ik een tijdje minder of ik scoorde ik een paar wedstrijden even niet. Andere trainers gingen me wisselen in de zevenstige minuut. Gijs koos altijd voor mij. Voor een voetballer is dat ontzettend belangrijk, een trainer die in je gelooft.”

Brandende Fakkels
Na SVV kwam hij via de beloften van Sparta terecht in Katwijk bij grootmacht Quick Boys. “Een fantastische club”, kijkt hij terug op het seizoen op sportpark Nieuw-Zuid. “De beleving, de toeschouwers. Ik vond dat geweldig. Als we twee keer hadden verloren stonden ze met brandende fakkels in de duinen. Uit protest zongen ze dan dat we moesten werken voor ons geld. Ik genoot daarvan. Ik heb er nooit last van gehad. Het publiek was kritisch en als je een kans miste, kreeg je te horen dat je er niks van kon. Ik vond dat wel lachen.”

Hij speelde daarna bij ASWH, Scheveningen, DOTO Pernis en Neptunus-Schiebroek. Bij alle vier de clubs duurde zijn avontuur één seizoen. “Het was nog in de goede tijd van ASWH. Arjan Human was de spits, een geweldenaar. Ik was ongeduldig. Ik raakte dat seizoen ook geblesseerd en het was een onrustig jaar met drie trainers, Bill Tukker, Dogan Corneille en die Amsterdammer, Henk Wisman.” “Bij Scheveningen had ik het goed naar mijn zin, maar de club wilde de andere spits. Zo gaat dat in de top. Bij DOTO speelde ik in het laatste seizoen voor het faillissement.”

Blote billen-incident
Daar kreeg Van Gool alle schijnwerpers op zich gericht vanwege het ‘blote billen-incident’. In een wedstrijd tegen Vitesse Delft trok hij na het scoren van een doelpunt zijn broekje omlaag. “Jesper Hogendoorn, een maatje van mij, stond bij de tegenstander op doel. We hadden vooraf al gegrapt dat ik, als ik zou scoren met een schot tussen zijn benen, mijn blote billen zou laten zien. Zo gezegd, zo gedaan. Nou, dat grapje kreeg een heel staartje. Heel de landelijke pers pakte het op. Zelfs De Wereld Draait Door besteedde er aandacht aan.”

De hoofdsponsor van DOTO, Van Donge & De Roo, vond het een minder geslaagd initiatief. “Ik moest op het matje komen. Ik heb nog gezegd dat ze mij juist extra moesten betalen omdat ik voor extra publiciteit had gezorgd, maar dat ging er niet in. Heb ik twee weken apart moeten trainen.” Van Gool was sowieso niet van onbesproken gedrag. Hij kon zich vreselijk opwinden als er in zijn ogen sprake was van onrechtvaardigheid. Scheidsrechters kregen vaak de volle laag. “Mijn mond heb ik moeilijk kunnen houden. Als de scheidsrechter zijn gele kaart uit zijn handen liet vielen maakte ik nog even een hatelijke opmerking als ‘zwaar, hé’. Kreeg ik meteen geel. Ik heb ook wel eens een scheidsrechter aan zijn haren getrokken. Daar kreeg ik zeven wedstrijden schorsing voor. Dat was ook bij DOTO. Daar waren ze wel blij met mij.”

Hij vond zijn rust bij Rijsoord, waar hij bezig is aan zijn zevende seizoen. “Bij Rijsoord voetbalden en voetballen nog steeds mijn vrienden. Een club van goede mensen. Geen overspannen gedoe.” Het vertrouwen dat Rijsoord en trainer Gijs Zwaan in hem hadden, betaalde hij terug in doelpunten. “Bijna één op één. Daar ben ik wel trots op.” Dit seizoen is het wat minder. “De sleet zit er op. Tijd om te stoppen. Hopelijk met een kampioenschap. Dat zou het allermooiste zijn.”